Operation Manual
16
Handboek
NL
INSTALLATIE VAN HET LAADSTATION
Het laadstation moet aan de rand van het
grasveld gepositioneerd worden, in een grote
zone die makkelijk bereikbaar is vanaf andere
zones van het grasveld.
NO
NO NO
NO
OK OK
Positioneer het laadstation door de volgende regels te respecteren:
- De zone moet vlak zijn
- Het terrein moet compact en stabiel zijn, en moet een goede drainage kunnen garanderen
- De grootste zone moet gekozen worden
- Controleer of eventuele sproeiers van een irrigatiesysteem de waterstraal niet op het laadstation
sproeien.
- De stroomkabel die is aangesloten op het laadstation moet zich buiten het maaigebied
bevinden.
- De zijde van de ingang van het laadstation moet gepositioneerd worden zoals wordt aangeduid
op de guur zodat de robot de draad in wijzerszin kan volgen.
- Vóór het laadstation moet een rechtlijnig parcours van 200 cm (78,74 inc.) aanwezig zijn.
- Het laadstation moet goed bevestigd zijn op de grond, en er moet vermeden worden dat vóór
de basis een verhoogje wordt gevormd door eventueel voor de ingang een matje van kunstgras
te positioneren om het verhoogje te compenseren. Als alternatief kan het grastapijt gedeeltelijk
verwijderd worden zodat de basis op de hoogte van het grastapijt wordt geïnstalleerd.
- Het laadstation moet aangesloten worden op de unit stroomvoorzieningstoestel-zender door
middel van een snoer dat het laadstation moet verlaten aan de buitenzijde van het maaigebied.
Spreid het teveel van de streng uit dat van het station de unit stroomvoorzieningstoestel-zender
bereikt. Verleng of verkort het snoer niet.
90°
H. min. 160 cm
/ 63 inc.
35 cm
/ 13,78 inc.
200 cm
/ 78,74 inc.
unit stroomvoorzieningstoestel - zender
35 cm
/ 13,78 inc.
100 cm
/ 39,37 inc.
laadstation
NO
OK