Extra Information

32
Handboek
NL
33
Handboek
NL
LANGE PERIODE VAN INACTIVITEIT EN INDIENSTSTELLING
In geval de robot lang niet gebruikt wordt, moeten enkele handelingen uitgevoerd worden zodat
de correcte werking wordt gegarandeerd wanneer hij weer zal gebruikt worden.
1 – Reinig de robot zorgvuldig (raadpleeg “Reiniging van de robot” op pagina 35).
2 – Voer het opladen van de lithiumbatterijen minstens elke 5 maanden uit.
3 – Plaats de robot op een beschermde en droge plek, waar de omgevingstemperatuur 10-30 °C
bedraagt, en die niet makkelijk bereikbaar is voor kinderen, dieren, enz.
4 – Trek de stekker van de acculander uit het stopcontact.
Indienststelling
Voordat de robot na een lange periode weer in dienst wordt gesteld, moet het volgende
uitgevoerd worden.
1 – Stop de stekker van de acculander in het stopcontact.
2 – Schakel de hoofdzakelijke stroomvoorziening weer aan.
3 – Druk de knop van de acculander op “ON”.
4 − Voer het opladen van de batterijen van de robot voor minstens 12 uren uit.
5 − Nadat de batterijen opgeladen zijn, moet de robot normaal in werking gesteld worden.
HET OPLADEN VAN DE BATTERIJEN NA EEN LANGE INACTIVITEIT
Plaats de robot nabij de acculader.
1. Controleer of de laadknoppen op de wielen rein zijn.
2. Controleer of de acculander aangesloten is op het stopcontact van (110 V of 220 V).
3. Sluit de zwarte stekker aan op het wiel met het zwarte symbool “-”.
4. Sluit de rode stekker aan op het wiel met het rode symbool “+”.
5. Na de aansluiting wordt de robot automatisch aangeschakeld, en wordt het niveau van lading
van de batterijen weergegeven. (raadpleeg “betekenis combinatie LED” op pagina 26).
Na het opladen. Koppel eerst de rode kabel en daarna de zwarte kabel los. Druk op de toets “OFF”.
Belangrijk
Voer het opladen van de lithiumbatterijen minstens elke 5 maanden uit.
STILLEGGING VAN DE ROBOT
De robot wordt automatisch stilgelegd in de onderstaande omstandigheden:
• Gras gemaaid: De sensor detecteert dat het gras gemaaid is en dat het grasperk niet verder
gemaaid moet worden. Voer het opladen van de batterijen uit en start de robot weer na 1 of
2 dagen, op basis van de groei van het gras.
• Gras afwezig: De sensoren voor de herkenning van het gras hebben de aanwezigheid van
gras voor lange tijd] niet gedetecteerd.
• Batterijen leeg: De batterijen zijn leeg.
• Batterijen in beschermingsmodus: Wanneer de batterijen een niveau bereikt hebben dat
lager is dan het niveau van de ‘batterijen leeg’ bevindt, wordt de robot helemaal uitgeschakeld
zonder enige aanduiding op de leds van het toetsenbord. In dit geval moet de robot opgeladen
worden. De robot wordt niet onmiddellijk aangeschakeld, zoals gewoonlijk gebeurt, maar
slechts na enkele minuten.
HIGH BATTERY
ON
OFF
ON
LOW BATTERY
PAUSE
START
STOP
HIGH BATTERY
O
N
OFF
ON
IN PAUZE
VAST AAN
in pauze
1 FLITS
het gras werd gemaai
d
1
2 FLITSEN
geen gras aanwezig
2
VAST AAN
batterijen leeg
VAST AAN