Operation Manual

49
Handboek
NL
HET OPZOEKEN VAN DEFECTEN
DEFECTEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN
De volgende informatie heeft als doel eventuele onregelmatigheden en problemen te helpen zoe-
ken die zich tijdens de fase van het gebruik zouden kunnen voordoen. Bepaalde defecten kunnen
opgelost worden door de gebruiker; voor andere is een precieze technische deskundigheid of een
bepaalde bekwaamheid noodzakelijk die uitsluitend door gekwali ceerde personen met erkende
ervaring mogen uitgevoerd worden, die opgedaan werd in de betreffende sector.
Probleem Oorzaken Oplossingen
Het antidiefstalalarm
blijft in werking
Alarm geactiveerd
Desactiveer het alarm
(raadpleeg Programmeringsmodaliteit).
Het antidiefstalalarm
werkt niet
Alarm
gedesactiveerd
Activeer het alarm
(raadpleeg Programmeringsmodaliteit)
De robot maakt veel
lawaai
Maaimes beschadigd
Vervang het maaimes met een nieuw
(raadpleeg Vervanging van het mes)
Maaimes
vastgelopen door
de aanwezigheid
van resten (bandjes,
koorden, plastic
deeltjes, enz.)
Leg de robot in alle veiligheid stil (raadpleeg
“Veilige stillegging van de robot”) Maak het
mes los.
Gebruik beschermende handschoenen om
eventueel gevaar op snijwonden te vermi-
jden.
Voorzichtig-Waarschuwing
De robot werd
gestart wanneer
onvoorziene
obstakels
aanwezig waren
(gevallen takken,
vergeten
voorwerpen, enz.)
Leg de robot in alle veiligheid stil (raadpleeg
“Veilige stillegging van de robot”).
Verwijder de obstakels en start de robot
weer (raadpleeg “Manuele start en stop van
de robot (in gesloten zones)”)
Elektrische motor
defect
Laat de motor herstellen of vervangen bij de
dichtst bijzijnde erkende assistentiedienst
Gras te hoog
Verhoog de maaihoogte
(raadpleeg “Regeling van de maaihoogte”)
Maai de zone eerste met een
gewone grasmaaier
De robot wordt niet
correct in het
laadstation geplaatst
Foute positie van de
omtrekdraad of van
de stroomkabel van
het laadstation
Controleer of het laadstation aangesloten is
(raadpleeg “Installatie van het laadstation en
de unit stroomvoorzieningstoestel-zender”)
Verzakking van het
terrein nabij het
laadstation
PPlaats het laadstation op een vlakke en
stabiele ondergrond (raadpleeg “Planning
van de installatie van het systeem”)