Operation Manual

34
Handboek
NL
“INSTELLINGEN” - PROGRAMMERINGSMODALITEIT
ALARM: functie voor het activeren of desactiveren van het
antidiefstalsysteem. Tijdens de fase van de desactivering
wordt het password van de robot gevraagd (fabrieksinstelling
0000).
• Desactivering: dient voor het desactiveren of
uitschakelen van het alarm als het geactiveerd is.
Een continu en afnemend geluidssignaal meldt dat de
desactivering werd uitgevoerd.
• Activering: dient om het alarm te activeren. Als de
robot wordt opgetild met de handgreep, wordt het
alarm geactiveerd. Drie geluidssignalen melden dat de
activering werd uitgevoerd.
REGENSENSOR: Functie voor het instellen van de robot in
geval van regen.
• Herstart: wanneer het regent, keert de robot terug naar
zijn station en blijft hij in de modaliteit “opladen”. Na de
laadcyclus begint de robot enkel het gras weer te maaien
als het niet meer regent.
• Gedesactiveerd: wanneer het regent, blijft de robot het
gras maaien.
• Pause: wanneer het regent, keert de robot terug naar
zijn station, en blijft het in de modaliteit “opladen” tot de
toets “Pause” wordt ingedrukt.
ZELFPROGRAMM: (enkel voor bepaalde versies,
raadpleeg “Technische gegevens”) functie voor de
automatische beperking van de tijdsduur van het maaien op
basis van de condities van het grasperk.
• Activering: De robot beperkt de werkingstijd op basis
van de condities van het gras. Wanneer het gras
gemaaid blijkt, stelt de machine automatisch een pause
in zodat de volgende uitgangen uit de laadbasis worden
vertraagd. De robot zal alleszins werken tijdens de
ingestelde werkingstijden.
• Desactivering: De robot zal werken volgens de
ingestelde tijdsperiodes tot de batterijen dit toelaten.
ALARM: