Operation Manual
20
Handboek
NL
Met het secundaire gebied wordt een deel van het
grasperk aangeduid dat met een versmalling in
verbinding staat met het hoofdzakelijke grasperk
dat gewoonlijk moeilijk te bereiken is door de robot.
Het gebied moet bereikbaar zijn zonder opstapjes
en hoogteverschillen die zich boven de toegestane
kenmerken bevinden. Als de zone een “Secundaire
zone” is, hangt dit ook af van de grootte van de
primaire zone. Hoe groter de primaire zone is, hoe
moeilijker de smalle stroken bereikbaar zullen zijn.
Algemeen gezien moet een doorgang van minder
dan 200 cm (78,74 inc.) als secundaire zone
beschouwd worden. De robot bestuurt een aantal
secundaire zones op basis van de kenmerken van
het model (raadpleeg “Technische gegevens”). De
toegestane minimum doorgang is 70 cm (27,56
van draad tot draad. De omtrekdraad moet op
een afstand geplaatst worden, die vervolgens
wordt aangeduid, van eventuele voorwerpen die
zich buiten het grasperk bevinden, dus de totale
doorgang die ter beschikking moet zijn moet 140
cm (55,12 inc.) bedragen. Als deze doorgang zeer
lang is moet de doorgang meer dan 70 cm (27,56
inc.) zijn. Tijdens de programmering moeten de
afmetingen van de secundaire zones in percentage
tegenover het grasperk geconfi gureerd worden,
moet de richting aangeduid worden om ze sneller te
bereiken (wijzerszin / tegenwijzerszin) en moet het
aantal meter draad aangeduid worden dat nodig zal
zijn om de secundaire zone te bereiken. Raadpleeg
“Programmeringsmodaliteit” Als de bovenstaande
minimum vereisten niet gerespecteerd worden, en
de zone dus gescheiden wordt door een opstapje,
een hoogteverschil dat niet overschreden kan
worden door de robot en als een doorgang aanwezig
is die smaller is dan 70 cm (27,56 inc.) van draad
tot draad, moet het grasperk als “Gesloten zone”
beschouwd worden. Om een “Gesloten zone” te
installeren, moeten het heen- en terugdeel van de
omtrekdraad op het zelfde traject gelegd worden
op een afstand van minder dan 1 cm (0,40 inc.).
In dit geval kan de robot de zone niet autonoom
bereiken, en moet het hoofdstuk “Besturing gesloten
zones” geraadpleegd worden. De besturing van de
“Gesloten zones” beperkt het aantal vierkante meter
dat autonoom door de robot kan bestuurd worden. Er
wordt aanbevolen om de besturing van de “Gesloten
zones” enkel te gebruiken voor zones die kleiner zijn
dan 900 m2 (9684 sq ft).
minimum doorgang
< 70 cm / 27,56 inc van draad tot draad
HOOFDZONE
SECUNDAIRE ZONE
doorgang
< 70 cm / 27,56 inc.
HOOFDZONE
GESLOTEN ZONE
30 cm./ 11,8 inc.
putdeksel
bloemenperk
30 cm./
11,8 inc.