Operation Manual

- 18 -
C141501700.fm
Gebruiksaanwijzingen
NL
Op de grond gelegde draad
1-Leg de draad met de klok mee
langs heel het traject en beve-
stig de draad met de speciale
meegeleverde pennen (afstand
tussen de pennen 1÷2 m).
Bij de plaatsing van de omvan-
gdraad, dient de draairichting
rond de bloemperken te wor-
den gerespecteerd (tegen de
wijzers van de klok in).
– Bevestig de draad op rechte
gedeelten zodanig dat de draad
niet te strak, gegolfd en/of ver-
draaid is.
Bevestig de draad op niet re-
chte gedeelten zodanig dat de
draad niet verdraaid wordt
maar op een gelijkmatige ma-
nier gebogen wordt.
Ondergronds gelegde draad
1-Graaf de grond ten opzichte
van de lijn van de markering op de
grond regelmatig en symmetrisch uit.
2-Leg de draad met de klok mee langs
het hele traject op een paar centime-
ters diepte (ongeveer 2÷3 cm) om
de kwaliteit en de sterkte van de door
de robot opgevangen signaal niet te
verminderen.
3-Zet de draad tijdens het leggen indien
nodig op sommige punten met de
speciale pennen vast om ervoor te
zorgen dat de draad op zijn plaats
blijft liggen op het moment dat de
draad met grond bedekt wordt.
4-Bedek de hele draad met grond en
zorg ervoor dat de draad niet ver-
draaid wordt maar recht blijft liggen
en op bochtige gedeelten een gelijk-
matige buiging krijgt.
Belangrijk
Op de gedeelten waarin het no-
dig is om twee draden parallel te
laten lopen (bijvoorbeeld: verbin-
ding tussen de buitenomtrek en
gemarkeerde binnenste gedeel-
ten) moeten deze zich op een af-
stand van niet groter dan 1 cm
bevinden.
IDM - 41501600900.tif
draadbevestigin
gspennen
draadbevestiging
spennen
afrasteringsdraad
afrasteringsdraad
IDM - 41501701300.tif
gangpad (< 70cm)
GROOTSTE
GAZON
Afgesloten
gazon