Operation Manual

24-NL
De naam van een gebruiker wijzigen
1
Raak [Name] aan bij de huidige gebruiker voor wie
u deze instelling wilt aanpassen.
Het scherm voor het invoeren van de gebruikersnaam
(klavier) wordt weergegeven.
2
Voer de naam in en raak vervolgens [OK] aan.
De gebruikersnaam is gewijzigd.
Raadpleeg "Tekens en cijfers invoeren (toetsenbord)" (pagina 27)
voor meer informatie over het invoeren van tekens met het klavier.
Een BLUETOOTH-apparaat wijzigen
U kunt de BLUETOOTH-apparaten die gekoppeld zijn aan de gebruiker
wijzigen.
1
Raak [Telefoon] aan.
Het scherm voor het instellen van BLUETOOTH-apparaten
wordt weergegeven.
2
Raak [Verbind] aan en raak vervolgens [OK] aan.
De lijst met BLUETOOTH-apparaten wordt weergegeven.
Het BLUETOOTH-apparaat dat ingesteld is via
gebruikersregistratie is gemarkeerd.
Raak [Search] aan voor gedetailleerdere instellingen.
3
Selecteer het huidige apparaat dat u wilt wijzigen en
raak vervolgens [OK] aan.
Het apparaat wordt gewijzigd.
De huidige geregistreerde gebruiker verwijderen
1
Raak [Delete] aan bij de gebruikersnaam die u wilt
verwijderen.
Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven.
2
Raak [OK] aan.
Wanneer de geregistreerde gebruiker verwijderd wordt, worden de
standaardinstellingen hersteld voor alle items die beïnvloed worden
door het wijzigen van de gebruiker.
De lay-out wijzigen
U kunt de lay-out van de sneltoetsen wijzigen.
1
Sleep het pictogram naar de gewenste positie.
2
Raak [OK] aan.
Wanneer er een apart verkrijgbare camera aangesloten is op het
systeem, kunt u het beeld van die camera weergeven.
Raak [] of [] aan.
Het camerabeeld wordt weergegeven.
Raadpleeg "Bediening van de camera (optioneel)" (pagina 81) voor
meer informatie over het gebruik van de camera.
Wanneer de camera voor vooraanzicht (Direct Camera) en de
achteruitrijcamera of zijcamera (AUX-Camera) tegelijk aangesloten
zijn, wordt het scherm voor het selecteren van het weer te geven
camerabeeld weergegeven.
Afhankelijk van de instelling is het mogelijk dat de cameraknop niet
wordt weergegeven. Raadpleeg "De invoer van de camera instellen"
(pagina 68) voor meer informatie.
U kunt de audio-instellingen configureren per type auto.
U kunt het scherm i-Personalize niet openen tijdens het rijden.
Raak [i-Personalize]* aan.
Het instelscherm voor i-Personalize wordt weergegeven.
* Dit item kan niet aangepast worden wanneer Externe AP
ingeschakeld is of de modus BASS ENGINE SQ geselecteerd is. Zie
"De externe audioprocessor in-/uitschakelen" (pagina 53) / De
modus "BASS ENGINE SQ" (pagina 26).
Car by car geluid
U kunt de beste geluidsomgeving instellen voor uw wagen.
1
Raak [Car by car geluid] aan.
Het scherm voor het selecteren van het voertuigtype wordt
weergegeven.
2
Raak het relevante voertuigtype aan.
Het geselecteerde voertuigtype wordt afgebeeld in het
"i-Personalize"-symbool op het scherm Mijn favorieten.
3
Raak de positie van de bestuurderszetel aan.
Het camerabeeld weergeven
Instellingen voor i-Personalize