Installation Instructions
Installateurshandleiding AlphaVision NG Rev. 2.0 27-08-2003 Blz. 80/112
Alle beschikbare luidsprekeruitgangen van het systeem worden nu geactiveerd. Druk op <*> om de
uitgang(en) weer af te schakelen. Eventueel kan nu een ander nummer ingetoetst worden of druk nogmaals
op <*> om het testen van uitgangen te beëindigen.
F17# Het testen van de accu('s)
De centrale en eventueel aangesloten I/O modules zijn voorzien van noodstroom accu's. De accu's worden
automatisch elke 3 seconden licht getest en elke 18 uur zwaar getest. Het is tevens mogelijk alle aangesloten
accu’s handmatig te testen door het uitvoeren van functie 17.
Druk op de toetsen <?> <1> <7> <#> gevolgd door een PIN-code van niveau 4, 5 of 6.
Op het LCD display verschijnt vervolgens de melding:
De accu,s worden
getest.
Deze melding blijft enkele seconden op het scherm aanwezig. Zijn alle accu's in orde, dan verdwijnt de
tekst. Zijn er defecte accu's dan wordt dit in het scherm weergegeven. De melding kan dan alleen gewist
worden, nadat de accu vervangen is (of opgeladen voor het geval de netspanning gedurende langere tijd
afwezig is geweest). Met functie 17 wordt de accu van een DLM-100 GSM kiezer niet getest. De DLM-100
voert de accutest iedere 5 minuten zelfstandig uit. De melding, dat er een accuspanning te laag is, kan alleen
met functie 22
(blz.74)
.worden gewist.
F18# Het testen van de LCD en LEDs van een bedieningspaneel
Om de werking van alle LEDs en alle segmenten van het LCD display te testen kan functie 18 uitgevoerd
worden.Druk op de toetsen <?> <1> <8> <#> gevolgd door een PIN-code van niveau 5 of 6
In het LCD display zullen nu alle segmenten gevuld worden met zwarte blokjes en wordt het backlight van
het display continu aangestuurd. Tevens worden alle aanwezige LEDs inclusief de LED verlichting van de
silicone toetsen aangestuurd. Dit zal gedurende 10 seconden worden geactiveerd. De functie wordt na
verloop van enige seconden automatisch gestopt.
F19# Het testen van één zone
Om de werking van één detector te testen kan functie 19 uitgevoerd worden. Dit is handig wanneer detector
voor detector apart getest moeten worden. Om alle detectoren van het systeem in één keer te testen kan beter
de "TESTSTAND"of functie 20 gebruikt worden.
Druk op de toetsen <?><1><9><#> gevolgd door de installateurscode (standaard 123456).
Op het LCD display verschijnt vervolgens de melding:
Looptest
geef zone nummer: --
Toets vervolgens het nummer van de te testen zone in, gevolgd door <#>. Wanneer zonder een zone nummer
in te toetsen direct op <#> gedrukt wordt, dan wordt zone 01 verondersteld. Moet de zone test beëindigd
worden, druk dan op toets <*>.
Vervolgens verschijnt de huidige status van de zone in het display. Dit kan zijn:
- gesloten (OK)
- alarm
- sabotage
- alarm + sabotage
Wanneer bij scherm 8
(blz.49)
bij de vraag "L.S. aan bij looptest" “J” is ingevuld, zal op het moment dat de
zone vanuit de gesloten situatie naar de alarm situatie gaat, vanuit de binnenluidspreker (LS uitgang) één










