Operation Manual
- 6 -
5. In gebruik nemen.
5.1 Instellen van het bereik bij wegloopalarm:
Bepaal met de schakelaar
/ het bereik waarbij het
wegloopalarm moet klinken:
:
wegloop-
alarm bij
>5/10m
5.2 In/uitschakelen van de polsbandzender:
houd de markering
aan de ach-
terzijde van de polsbandzender tegen
de markering
van de ontvanger
zodra een groen lampje in de polsbandzender
oplicht wordt de polsbandzender ingeschakeld;
licht een rood lampje op, dan wordt de polsband-
zender nu uitgeschakeld
(controleer de batterij als het niet lukt om de polsbandzen-
der in te schakelen)
Als volgt kunt u de status van de polsbandzender controle-
ren:
• groen lampje knippert elke 2 seconden: de polsband-
zender is ingeschakeld
• rood lampje knippert elke 2 seconden: de polsbandzen-
der is ingeschakeld maar de batterij raakt leeg (zie ook
paragraaf 7.1)
• geen lampje knippert: polsbandzender is uitgeschakeld
:
wegloop-
alarm bij
>30/40m










