User manual

94
De deur gaat moeilijk dicht
De machine staat niet waterpas of is niet op de juiste wijze ingebouwd.
Het afwasresultaat is niet goed
De korven zijn te vol beladen.
Het serviesgoed is onjuist geplaatst.
Een of beide sproeiarmen kan (kunnen) niet draaien.
Een of enkele gaatjes in één of beide sproeiarmen is of zijn verstopt.
Uiteinde van de afvoerslang steekt onder water (inspoelbak).
Een of meerdere zeven verstopt.
Een zeef zit niet goed op z’n plaats.
Verkeerd of te weinig afwasmiddel gebruikt, het is te oud en/of te
klonterig en/of van slechte kwaliteit.
De draaidop van het zoutvat zit los.
Het gekozen programma was niet geschikt voor de aard en/of hoeveelheid
van de bevuiling.
Kalkvlekken, strepen, waas op het serviesgoed
Kijk in alle gevallen naar zowel het zoutvat als de glansmiddelhouder. In
beide moet voldoende aanwezig zijn.
De afwas is niet droog
Het serviesgoed is na het beëindigen van het programma te lang in de
machine gebleven.