User manual
Wat te doen als…34
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Programmaindicatie van het
gekozen afwasprogramma
knippert:
de controleindicatie WATER
brandt,
de multidisplay geeft de fout
code
Å10 aan
(problemen met de watertoe
voer).
De kraan is verkalkt of is de
fect.
Controleer de kraan, indien no
dig laten repareren.
De kraan is gesloten. Open de kraan.
Zeef (indien aanwezig) in de
slangkoppeling aan de kraan is
verstopt.
Zeef in de slangkoppeling reini
gen.
De zeven in de kuipbodem zijn
verstopt.
Breek het programma af (zie
hoofdstuk: Vaatwasprogramma
starten),
reinig de zeven (zie hoofdstuk:
Reiniging van de zeven).
Start vervolgens het vaat
wasprogramma opnieuw.
Watertoevoerslang
ligt niet goed.
De ligging van de toevoerslang
controleren.
De programmaindicatie van
het gekozen afwasprogramma
knippert,
de multidisplay geeft de fout
code
Å20 aan
(afwaswater staat in de kuip
van de afwasautomaat).
De sifon is verstopt. De sifon reinigen.
Waterafvoerslang
ligt niet goed.
De ligging van de afvoerslang
controleren.
De multidisplay geeft de fout
code
Å30 aan.
Het beveiligingssysteem tegen
wateroverlast is in werking ge
treden.
Draai eerst de kraan dicht, scha
kel vervolgens het apparaat uit
en neem contact op met de ser
viceafdeling.
De controleindicatie DEUR
brandt.
De deur van de afwasautomaat
is open.
Sluit de deur van de afwasauto
maat.
De controleindicatie ZEEF
brandt.
De indicatie ZEEF is alleen be
doeld, om u eraan te herinne
ren dat de zeven van de
afwasautomaat af en toe moe
ten worden gecontroleerd en
indien nodig moeten worden
gereinigd. De indicatie licht
met regelmatige tussenpozen
op, onafhankelijk van de mate
van verontreiniging van de ze
ven.
De indicatie dooft automatisch
bij de start van het volgende af
wasprogramma.










