Operation Manual

ADOBE READER 8
Handboek
16
Navigatievensters aanpassen
U kunt navigatievensters net als werkbalken in het navigatiegebied dokken of ze zwevend in het werkgebied weergeven.
Vensters die u niet nodig hebt, kunt u verbergen of sluiten en vensters die u nodig hebt, kunt u openen. Verder kunt u de
breedte van het navigatiegebied aanpassen.
Het weergavegebied voor navigatievensters wijzigen
Als u de breedte van het navigatievenster wilt wijzigen, sleept u met de rechterrand ervan.
Als u een zwevend venster wilt samenvouwen zonder het te sluiten, klikt u op de tabnaam boven in het venster. Klik
nogmaals op de tabnaam om het venster weer in de volledige grootte weer te geven.
De stand van een gedokt navigatievenster wijzigen
Sommige navigatievensters, zoals Bladwijzers, worden in een kolom aan de linkerkant van het werkgebied weergegeven.
Andere vensters, zoals Opmerkingen, worden horizontaal onder in het documentvenster weergegeven. U kunt elk
navigatievenster verticaal of horizontaal weergeven door de bijbehorende knop (die aan de linkerkant van het werkgebied
wordt weergegeven) te verslepen.
Als u het venster verticaal wilt weergeven, sleept u de knop naar de bovenkant van het navigatiegebied, bij de knoppen
van de andere verticale vensters.
Alsuhetvensterhorizontaalwiltweergeven,sleeptudeknopnaardeonderkantvanhetnavigatiegebied,bijdeknoppen
van andere horizontale vensters.
In beide gevallen wordt het hele gebied met de vensterknoppen gemarkeerd met een grijs kader. Als u de muisknop loslaat
voordat het gebied gemarkeerd is, wordt het tabblad zwevend weergegeven. Probeer het in dat geval opnieuw door het
venster met de tab naar het bovenste of onderste gedeelte van het knoppengebied te slepen.
Een ander venster weergeven in het navigatiegebied
Standaard wordt aan de linkerkant van het werkgebied slechts een beperkte set vensterknoppen weergegeven. Het menu
Beeld bevat nog andere vensters die mogelijk zwevend worden geopend in plaats van in het navigatiegebied. U kunt
zwevende vensters echter alsnog in het navigatiegebied dokken.
Ga op een van de volgende manieren te werk:
Selecteer aan de linkerkant van het navigatiegebied de knop van het venster.
Kies Beeld > Navigatievensters > [naam venster].
Navigatievensters dokken of zwevend weergeven
Als u een venster dat is gedokt in het navigatiegebied, zwevend wilt weergeven, sleept u de vensterknop naar het
documentvenster.
Als u een zwevend venster wilt dokken, sleept u het met de tab naar het navigatiegebied.
Als u twee zwevende vensters wilt groeperen, sleept u met de tab het ene venster in het andere zwevende venster.
Opties in een navigatievenster
Rechtsboven in elk navigatievenster wordt een pop-upmenu met de naam Opties weergegeven. De opdrachten in deze pop-
upmenu's verschillen per venster.
Bepaalde vensters bevatten bovendien knoppen die zijn afgestemd op het venster. Ook deze knoppen verschillen per
tabblad en ontbreken in bepaalde vensters.