Operation Manual
91
PHOTOSHOP ELEMENTS 9 GEBRUIKEN
Camera Raw-bestanden
Laatst bijgewerkt 10/2/2012
Levendig Hiermee past u de verzadiging aan, zodat er minimaal wordt bijgesneden naarmate kleuren volledig
verzaakt raken. Deze instelling beïnvloedt de verzadiging van alle kleuren met weinig verzadiging, maar heeft minder
invloed op kleuren met meer verzadiging. Levendig voorkomt ook dat huidskleuren worden oververzadigd.
Verzadiging Hiermee past u de kleurverzadiging van de afbeelding aan. U kunt een waarde tussen -100 (volledig
monochroom) en +100 (dubbele verzadiging) opgeven.
Verscherpen Door de afbeelding scherper te maken verbetert u de scherpte van de randen. In het deelvenster Details
zijn meer opties beschikbaar. Het effect van deze besturingselementen is alleen zichtbaar als het zoomniveau is
ingesteld op 100% of meer.
• Hoeveelheid: hiermee past u de definitie van de randen aan. Verhoog deze waarde voor scherpere randen. Met de
waarde nul schakelt u de verscherping uit. In het algemeen geldt dat u duidelijker afbeeldingen krijgt als u de
schuifregelaar Hoeveelheid instelt op een lagere waarde. Er worden pixels gezocht die op grond van de opgegeven
drempel verschillen van omringende pixels en het contrast van de pixels wordt met de opgegeven hoeveelheid
verhoogd.
• Straal: hiermee past u de grootte van de details aan waarop verscherping wordt toegepast. Voor foto's met bijzonder
weinig details kunt u beter een kleinere straal instellen. Een grotere straal is geschikter voor foto's met meer details.
Een al te grote straal leidt vaak tot onnatuurlijke resultaten.
• Details: hiermee wijzigt u in hoeverre veel voorkomende gegevens worden verscherpt in de afbeelding en in
hoeverre het verscherpen de randen benadrukt. Een lage instelling verscherpt vooral de randen en verwijdert
vervaging. Hogere waarden zijn handig als u de structuren in de afbeelding wilt benadrukken.
• Masker: hiermee bestuurt u een randmasker. Als u Masker instelt op nul, worden alle aspecten van de afbeeldingen
in dezelfde mate verscherpt. Als u Masker instelt op 100, blijft het verscherpen vooral beperkt tot gebieden bij de
scherpste randen.
Ruisreductie Hiermee past u de kleurverzadiging van de afbeelding aan. U kunt een waarde tussen -100 (volledig
monochroom) en +100 (dubbele verzadiging) opgeven.
• Luminantie: hiermee past u grijswaardenruis aan.
• Kleur: hiermee past u chromaruis aan.
Cameraprofiel Hiermee kiest u het ACR-profiel (Adobe Camera Raw). Camera Raw gebruikt profielen om Raw-
afbeeldingen te verwerken voor elk cameramodel dat het ondersteunt. Kies ACR 4.4, ACR 2.4 of Adobe-standaard om
te kunnen kiezen uit de verschillende cameraprofielen in het tabblad Camerakalibratie. Bij sommige camera's wordt
een hoger versienummer vermeld ter verwijzing naar nieuwe, verbeterde cameraprofielen. Het lage versienummer is
wellicht het meest geschikt met het oog op consistent gedrag met oudere afbeeldingen.