Operation Manual
78
PHOTOSHOP ELEMENTS 9 GEBRUIKEN
Lagen gebruiken
Laatst bijgewerkt 10/2/2012
• Als u gebieden aan een aanpassingseffect of opvulling wilt toevoegen, maakt u het laagmasker helemaal wit.
• Als u een aanpassingseffect of opvulling gedeeltelijk wilt verwijderen zodat het in diverse transparantieniveaus
zichtbaar is, maakt u het laagmasker grijs. (Klik één keer op het staal met de voorgrondkleur om een grijstint in het
deelvenster Stalen te kiezen.) De mate waarin het effect of de opvulling wordt verwijderd, wordt bepaald door de
grijstinten waarmee u tekent. Donkere tinten geven meer transparantie en lichtere tinten geven meer dekking.
Druk op Shift en klik op de maskerminiatuur (de rechterminiatuur van de laag) in het deelvenster Lagen om het
masker uit te schakelen. Klik nogmaals op de miniatuur om het masker weer in te schakelen.
Meer Help-onderwerpen
“Selecties” op pagina 92
Laagmaskers
Informatie over laagmaskers
Laagmaskers zijn resolutieafhankelijke bitmapafbeeldingen die worden bewerkt met de teken- of
selectiegereedschappen. Een laagmasker bepaalt de zichtbaarheid van de laag waarop het masker is aangebracht. U
kunt een laagmasker bewerken om het gemaskeerde gedeelte groter of kleiner te maken, zonder pixels te verliezen.
Een laagmasker is een grijswaardenafbeelding. Gebieden die u zwart maakt zijn verborgen en gebieden in wit zijn
zichtbaar. Gebieden in grijswaarden verschijnen met verschillende transparantieniveaus. Met het penseel of met het
gummetje kunt u op het laagmasker tekenen.
Een laagmasker toevoegen aan een afbeelding
❖ Als u een laagmasker wilt toevoegen, selecteert u het gedeelte van de afbeelding dat u wilt weergeven en klikt u in
het deelvenster Lagen op Laagmasker toevoegen.
Opmerking: Er wordt een maskerminiatuur toegevoegd dat is gekoppeld aan de laagminiatuur. Deze miniatuur
vertegenwoordigt het grijswaardenkanaal dat is gemaakt toen u het laagmasker toevoegde.
Uitknipmaskers
Uitknipmaskers voor lagen
Een uitknipmasker is een groep lagen waarop een masker is toegepast. De onderste laag, ofwel de basislaag, bepaalt de
zichtbare grenzen van de gehele groep. Stel dat u bijvoorbeeld een vorm op de basislaag hebt, een foto op de laag
erboven en tekst op de bovenste laag. Als de foto en tekst alleen door de vormomtrek op de basislaag schijnen, wordt
de dekking van de basislaag overgenomen.
U kunt alleen opeenvolgende lagen groeperen. De naam van de basislaag in de groep wordt onderstreept en de
miniaturen van de bovenliggende lagen worden ingesprongen. De bovenliggende lagen geven eveneens het
uitknipmaskerpictogram weer.
U kunt de lagen in een uitknipmasker aan elkaar koppelen zodat ze bij elkaar blijven.