Operation Manual

334
PHOTOSHOP ELEMENTS 9 GEBRUIKEN
Verklarende woordenlijst
Laatst bijgewerkt 10/2/2012
overvloeimodus Een functie die bepaalt hoe de pixels in een afbeelding reageren op een teken- of bewerkgereedschap.
De werkkleur wordt toegepast op de basiskleur (oorspronkelijke kleur) om een nieuwe kleur te verkrijgen, de
eindkleur. Wanneer een overvloeimodus wordt toegepast op lagen, bepaalt de overvloeimodus hoe de pixels in een
laag overvloeien in de onderliggende lagen.
P
padgegevens op klembord Gegevens voor op het klembord opgeslagen vectorpaden. Vectorpaden worden gebruikt
met vectorgegevens, zoals tekstlagen of vormlagen.
pannen De focus van een foto over een tijdsverloop verplaatsen van een onderwerp of gebied naar een ander
onderwerp of gebied. In een Photoshop Elements-presentatie kunt u bijvoorbeeld beginnen met een pan op een
gezicht in één foto en eindigen met een pan op een ander gezicht, zodat u een effect verkrijgt dat vergelijkbaar is met
een video van de foto. U kunt ook gedurende een bepaald tijdsbestek in- of uitzoomen op een foto. U kunt bijvoorbeeld
beginnen met een close-up van één gezicht in een foto en vervolgens uitzoomen om de gehele foto weer te geven.
panorama Een brede afbeelding van een onderwerp, doorgaans een landschap, die is gemaakt door afzonderlijke,
overlappende foto's samen te voegen tot één afbeelding.
parsermodule Een plug-in die vectorgegevens omzet in bitmapgegevens.
patroon Een vooraf gedefinieerd patroon dat bij Photoshop Elements is geleverd, of een patroon dat u hebt gemaakt.
U kunt patronen gebruiken met opvullagen, de opdracht Vullen, het gereedschap Patroonstempel en met het
gereedschap Emmertje.
PDF (PDP) Afkorting van Portable Document Format. Een Adobe-bestandsindeling waarmee de elementen van een
afgedrukt document, met inbegrip van grafische elementen en foto's, worden opgenomen in een elektronisch bestand.
U kunt PDF-documenten doorzoeken, doorbladeren, afdrukken en e-mailen. PDF- en PDP-bestanden zijn identiek,
alleen worden PDF-bestanden geopend in Adobe Acrobat en PDP-bestanden in Adobe Photoshop Elements.
penseeltype Een van de volgende stijlen voor het gereedschap Penseel: penseel, penseel Impressionist of airbrush.
penseelvoorinstelling Een penseel met voorinstellingen voor grootte, dikte, enzovoort. Photoshop Elements beschikt
over verschillende penseelvoorinstellingen die u kunt kiezen en u kunt bovendien eigen voorinstellingen maken. Het
maximum aantal voorinstellingen voor penselen dat u kunt maken in Photoshop Elements: 8000.
perspectief De hoek of het niveau waar vanaf de foto wordt genomen, ofwel het oog van de camera.
Photoshop Raw-indeling Een indeling die is bedoeld voor afbeeldingen die zijn opgeslagen in een niet-
gedocumenteerde indeling, zoals afbeeldingen die worden gebruikt voor wetenschappelijke toepassingen. (Deze
indeling is niet gelijk aan de “Camera Raw-indeling” op pagina 326.)
PICT Een bestandsindeling voor het opslaan van digitale afbeeldingen in Mac OS.
pixel De rechthoekige standaardgegevenseenheid waaruit een digitale afbeelding bestaat. Tenzij anti-aliasing wordt
gebruikt, kunnen de randen van pixels een zaagvormig patroon produceren. (Zie ook “bitmapafbeelding” op
pagina 326.)
pixelafmetingen Het aantal pixels langs de breedte en hoogte van een afbeelding. Deze waarde bepaalt de hoeveelheid
afbeeldingsgegevens in de foto, maar bepaalt niet de fysieke grootte wanneer de afbeelding wordt afgedrukt of
weergegeven op een monitor.
pixels die niet aan de rand liggen Pixels die voor meer dan 50 procent zijn geselecteerd in een selectie met anti-alias.
pixels per inch (ppi) Een maateenheid voor afbeeldingsresolutie die is opgeslagen in een camera- of computerbestand.
Met hoge ppi-instellingen worden foto's verkregen met fijne details en een grote bestandsgrootte. (Zie ook “dots per
inch (dpi)” op pagina 328.)