Operation Manual

Laagstijlen
Naar boven
Naar boven
Informatie over laagstijlen
Werken met laagstijlen
Informatie over laagstijlen
Met laagstijlen kunt u snel effecten toepassen op een hele laag. In het deelvenster Effecten kunt u een aantal verschillende vooraf gedefinieerde
laagstijlen weergeven en deze toepassen met een eenvoudige klik.
Drie verschillende laagstijlen toegepast op tekst
De grenzen van het effect worden automatisch bijgewerkt als u de laag bewerkt. Als u bijvoorbeeld een slagschaduwstijl toepast op een tekstlaag,
wordt de schaduw automatisch aangepast wanneer u de tekst bewerkt.
Laagstijlen zijn cumulatief, wat betekent dat u een samengesteld effect kunt bereiken door verschillende stijlen op een laag toe te passen. Per laag
kunt u één stijl van elke stijlbibliotheek toepassen. Bovendien kunt u de instellingen van de laagstijl wijzigen en zo het uiteindelijke resultaat
aanpassen.
Als u een stijl op een laag toepast, wordt in het deelvenster Lagen rechts van de naam van de laag een stijlpictogram weergegeven. Laagstijlen
zijn aan de inhoud van de laag gekoppeld. Als u de inhoud van de laag verplaatst of bewerkt, veranderen ook de effecten.
Kies Laag > Laagstijl > Stijlinstellingen om de instellingen van een laagstijl te bewerken of om de andere in dit dialoogvenster beschikbare
stijlinstellingen of kenmerken toe te passen.
Belichtingshoek Met deze optie stelt u de belichtingshoek in waaronder het effect wordt toegepast op de laag.
Slagschaduw Met deze optie bepaalt u de afstand van de slagschaduw tot de inhoud van de laag. U kunt de grootte en dekking ook instellen
met de schuifregelaars.
Gloed buiten Met deze optie geeft u de grootte op van de gloed die uitgaat van de buitenranden van de laaginhoud. U kunt de dekking ook
instellen met de schuifregelaar.
Gloed binnen Met deze optie geeft u de grootte op van de gloed die uitgaat van de binnenranden van de laaginhoud. U kunt de dekking ook
instellen met de schuifregelaar.
Grootte schuine kant Met deze optie geeft u de grootte aan van de schuine kanten langs de binnenranden van de laaginhoud.
Richting schuine kant Hiermee geeft u de richting van de schuine kant aan: omhoog of omlaag.
Grootte van omlijning instellen Hiermee bepaalt u de omvang van de omlijning.
Dekking van omlijning instellen Hiermee bepaalt u de dekking van de omlijning.
Werken met laagstijlen
U kunt speciale effecten toepassen op een laag, de stijlen in een laag tonen of verbergen en zelfs de schaal van een laagstijl wijzigen (door
bijvoorbeeld de grootte van een gloedeffect te vergroten of te verkleinen). U kunt een stijl heel gemakkelijk van de ene laag naar een andere
kopiëren.
Een laagstijl toepassen
384