Operation Manual
Naar boven
Naar boven
Naar boven
Naar boven
(zodat deze ronder worden) of door ze te roteren. Gebruik de voorvertoningsopties om te zien welk effect het wijzigen van de instellingen in het
dialoogvenster Vage lens heeft op uw foto.
Bewegingsonscherpte
Met het filter Bewegingsonscherpte vervaagt u de afbeelding in een bepaalde richting (van –360º tot +360º) en tot een bepaalde afstand (van 1 tot
999). Het effect van het filter is hetzelfde als het nemen van een foto van een bewegend object met een vaste belichtingstijd. U kunt de hoek en
de afstand van de vervaging instellen.
Radiaal vaag
Met Radiaal vaag bootst u de vervaging na van een in- of uitzoomende of draaiende camera en maakt u een zachte vervaging. Met de optie
Hoeveel stelt u de hoeveelheid vervaging in. Met Draaien wordt vervaging toegepast over concentrische cirkels en kunt u een draaiingshoek
opgeven. Met Zoomen wordt vervaging toegepast over radiale lijnen alsof een camera in- of uitzoomt op een afbeelding. U kunt een hoeveelheid
van 1 tot 100 opgeven. De vervagingskwaliteit varieert van Laag voor een snel maar korrelig resultaat, tot Goed en Best voor vloeiender
resultaten, die alleen in een grote selectie van elkaar te onderscheiden zijn. U kunt het beginpunt van de vervaging opgeven door het patroon in
het vak Middelpunt te slepen.
Slim vervagen
Met dit filter kunt u een afbeelding nauwkeurig vervagen. U kunt de volgende instellingen opgeven: een straal om te bepalen hoe ver naar pixels
wordt gezocht om te vervagen, een drempel om te bepalen hoe verschillend de waarden van de pixels mogen zijn voordat ze worden verwijderd
en een vervagingskwaliteit. U kunt ook een modus instellen voor de volledige selectie (Normaal) of voor de randen van de kleurovergangen
(Alleen rand en Bedekking rand). In gedeelten met veel contrast kunt u met Alleen rand zwart-witte randen en met Bedekking rand een witte rand
toepassen.
Oppervlak vervagen
Het filter Oppervlak vervagen vervaagt een afbeelding, maar laat de randen ongewijzigd. Dit filter is handig voor het maken van speciale effecten
en voor het verwijderen van ruis en korreligheid. Met de optie Straal geeft u de grootte op van het gebied waarin monsters worden genomen voor
de vervaging. Met de optie Drempel kunt u aangeven hoeveel de toonwaarden van de omliggende pixels moeten afwijken van die van de
middelste pixel, voordat deze worden meegenomen in de vervaging. Pixels met toonwaardeverschillen die minder zijn dan de Drempelwaarde,
worden niet meegenomen in de vervaging.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid
339