ADOBE® PHOTOSHOP® ELEMENTS Help en zelfstudies
Nieuw in Photoshop Elements 1
Nieuwe functies in Photoshop Elements 14 Schokreductie Nevel verwijderen Bewerken met instructies Formaat wijzigen Automatische slimme looks Snelheidseffect Gereedschap Rechttrekken Photomerge-panorama Selectie matte verfijnen Bewerkte resultaten gebruiken Naar boven Schokreductie Elimineer vervagingseffecten! Zorg dat uw vage foto's er schokvrij uitzien met de nieuwe functie Automatische schokreductie (modus Expert > menu Verbeteren > Automatische schokreductie) in Photoshop Elements 14.
Nevel verwijderen Helderdere achtergronden in uw landschapsfoto's! Maak een einde aan nevel en mist in uw afbeelding met de functie Nevel verwijderen in Photoshop Elements 14. Maak landschapsfoto's zonder u zorgen te maken over nevel, zelfs op een heldere dag. U hoeft alleen maar de foto te selecteren en te bewerken met de functie Automatisch nevel verwijderen (modus Expert > menu Verbeteren > Automatisch nevel verwijderen).
Originele foto Auto1 Auto2 Auto3 Auto4 Auto5 Voor meer informatie over deze functie raadpleegt u het onderwerp over Effecten. Naar boven Gereedschap Rechttrekken In de modus Snel kunt u foto's rechttrekken door een lijn langs de rand die horizontaal of verticaal moet zijn, trekken. Met het gereedschap Rechttrekken (P) in Photoshop Elements 14 kunt u snel foto's langs de juiste as uitlijnen. Voor meer informatie raadpleegt u het onderwerp over Foto's rechttrekken.
probeert bijvoorbeeld fijne haarlokken in een portret of gras in een landschapsscène te selecteren. Het verbeterde penseel Selectie verfijnen beschikt nu over extra bedieningselementen waarmee u uiterst fijne selecties kunt maken. Met opties om de gevoeligheid van het penseel aan te passen kunt u extreem gedetailleerde selecties maken. Het kan een enorme klus zijn om de manen van een leeuw te isoleren als u de leeuw tegen een witte achtergrond wilt laten zien.
De nieuwe interface met instructies, met weergave van de beschikbare Bewerkingen met instructies voor de categorie Grappige bewerkingen. Elke categorie in de modus Met instructies is nu op een afzonderlijke pagina beschikbaar: Basisbewerkingen Grappige bewerkingen Kleurbewerkingen Photomerge-bewerkingen Speciale bewerkingen Snelheidseffect In- en uitzoomen in stijl! Laat uw foto maar één moment in een actiereeks zien? Voeg nu beweging toe aan uw foto met de Bewerking met instructies: Snelheidseffect.
Voor meer informatie over de Bewerking met instructies: Snelheidseffect, raadpleegt u het onderwerp Modus Met instructies - Grappige bewerkingen.. Formaat wijzigen Wijzig het formaat van uw foto in snelle, gemakkelijke stappen. Krijg afbeeldingen met de exacte afmetingen in snelle, gemakkelijke stappen. In Photoshop Elements 14 kunt u gemakkelijker foto's maken in een formaat dat aansluit bij de afdrukgrootte (inches, centimeters), webafmetingen (pixels) of opslaggrootte (kilobytes).
Voor meer informatie over de Bewerking met instructies: Panorama, raadpleegt u het onderwerp Bewerking met instructies: Photomerge-panorama.. Bewerkte resultaten gebruiken Klaar met een bewerking met instructies? En nu? Aan het eind van een Bewerking met instructies is uw illustratie klaar voor gebruik. In Photoshop Elements 14 kunt u in een extra laatste stap kiezen wat u daarna met uw werk wilt doen. Kies ervoor om het bestand op te slaan, verder te bewerken in een andere modus of online te delen.
Kies wat u met uw foto wilt doen zodra u deze via een Bewerking met instructies hebt bewerkt. Voor meer informatie raadpleegt u Het deelvenster Delen. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Nieuw in de Elements Organizer 14 In dit artikel Krachtige en eenvoudigere persoonsherkenning Uitgebreide en meer intuïtieve functie Plaatsen Meer flexibiliteit bij het beheren van gebeurtenisinformatie Vernieuwde ervaring voor nieuwe gebruikers en voor importeren Andere verbeteringen De uitgebreide verbeteringen in de Elements Organizer 14 combineren krachtige functies met een intuïtieve interface en maken mediabeheer en bewerkingen van een ongekend niveau mogelijk.
afzonderlijke gezichten te selecteren in de weergave Media en hieraan tags toe te wijzen. De Elements Organizer groepeert nu automatisch gelijkende gezichten tijdens het importeren. Na het importeren worden de gezichten van alle personen die nog niet zijn benoemd, weergegeven in het nieuwe tabblad Zonder naam van de weergave Personen. U kunt met één klik tags toewijzen aan vrienden en familieleden in een hele groep foto's.
Klik op een willekeurig bestand op het tabblad Vastgezet om de gegevens van het desbetreffende bestand te bekijken. U kunt de locatie aanpassen nadat u tags hebt toegewezen aan uw mediabestanden. U kunt de locatietag ook vervangen door een aangepaste naam, zodat u de locatie beter kunt herkennen of zodat de tag beter aansluit bij uw wensen (u kunt een locatienaam bijvoorbeeld wijzigen in ''Thuis''). Zie Plaatsgegevens toevoegen en beheren voor meer informatie.
De mediabestanden zijn ingedeeld op basis van datum en tijd. U kunt meer of minder tracks op het tabblad weergeven door de schuifregelaar te verplaatsen. Het tabblad Voorgesteld is vergelijkbaar met de weergave Slimme gebeurtenissen in de vorige versie, maar biedt meer controle en een betere weergave van mediabestanden. Op het tabblad Benoemd worden uw bestanden weergegeven op basis van gebeurtenissen, zodat u uw herinneringen gemakkelijk kunt bekijken.
Naar boven Andere verbeteringen In de Elements Organizer 14 zijn meer verbeteringen aangebracht, zoals prestatieverbeteringen, ondersteuning voor de Europese datumnotatie en de mogelijkheid om een videoartikel te maken in de Organizer. Ook zijn er verschillende problemen opgelost. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Nieuw in Photoshop Elements 13 Photomerge-compositie Adobe Camera Raw 8.
Kies het gereedschap Uitsnijden en Photoshop Elements stelt automatisch vier composities voor Zie het onderwerp Suggesties voor automatisch uitsnijden voor meer informatie over de functie. Naar boven eLive De Elements Live-weergave (eLive) is een concept om inhoud en bronnen beschikbaar te maken voor gebruikers op een visueel aantrekkelijke manier en is rechtstreeks geïntegreerd in de Photoshop Elements Editor en Organizer.
Naar boven Nieuwe opties voor Bewerken met instructies Ga terug in de tijd en stel de wereld in zwart-wit voor. Of behoud één dominante, zeer in het oog springende kleur en maak het resterende deel van de foto zwart-wit. Met de nieuwe opties voor Bewerken met instructies in Photoshop Elements 13 kunt u met een paar klikken en aanpassingen uw alledaagse foto's veranderen in fraaie kunstwerken.
(Links) De afbeelding van een hand. De afleiding wordt veroorzaakt door de zichtbare, gedeeltelijke hand.
(Rechts) Het gedeelte van de foto dat voor de afleiding zorgt, is verwijderd en het gebied is op een intelligente manier opgevuld. Zie het onderwerp Vullen met behoud van inhoud voor meer informatie over hoe u op een slimme manier geselecteerde gedeelten van uw foto vult.
De effecten in de modus Snel zijn opnieuw vormgegeven. Bij elk effect worden nu vijf mogelijke varianten weergegeven, zodat u het voor u meest geschikte effect kunt kiezen. Effectengroep: Seizoenen
(boven, van links naar rechts): Origineel, Zomer, Voorjaar
(onder, van links naar rechts): Herfst, Winter, Sneeuw Zie het onderwerp Verbeterde modus Snel voor meer informatie over de modus Snel waarmee u effecten, structuren en kaders kunt toevoegen.
Naar boven Verbeteringen Voorinstelling voor het maken van plakboeken De voorinstelling voor het maken van plakboeken is nu beschikbaar voor alle landinstellingen en landen. De voorinstelling voor het maken van plakboeken die nu voor alle landen wordt weergegeven Ga als volgt te werk om de voorinstelling te gebruiken: 1. Klik in Photoshop Elements 13 op Bestand > Nieuw > Leeg bestand. 2. Kies in het dialoogvenster Nieuw in de vervolgkeuzelijst Voorinstelling de optie Plakboeken maken.
De nieuwe vervolgkeuzelijst Positie in het dialoogvenster Stijlinstellingen Ga als volgt te werk om de nieuwe vervolgkeuzelijst te gebruiken: 1. Selecteer in Photoshop Elements 13 een laag en klik in het menu Laag op Laagstijl > Stijlinstellingen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Stijlinstellingen de optieOmlijning en gebruik dan de vervolgkeuzelijst Positie. Gereedschap Tekst: Miniregelaar De tekengrootte kan nu worden ingesteld met een miniregelaar.
Bewerken > Externe verbinding Verbeteren > Photomerge-stijlovereenkomst Gereedschap Uitsnijden: de optie Gulden snede is niet meer beschikbaar Single-core platforms worden niet meer ondersteund Ondersteunde besturingssystemen: Mac OSX 10.7 wordt niet ondersteund De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Werkruimte en workflows 23
Basisbegrippen voor werkruimten Het welkomstscherm Het Photoshop Elements-venster Contextmenu's gebruiken Toetscombinaties en wijzigingstoetsen gebruiken Photoshop Elements afsluiten Naar boven Het welkomstscherm Als u Photoshop Elements start, wordt standaard het welkomstscherm geopend. Het welkomstscherm is een handig beginpunt voor het uitvoeren van belangrijke taken. Klik in het welkomstscherm op Foto-editor om uw foto's te verbeteren of er speciale effecten aan toe te voegen.
Het welkomstscherm van Photoshop Elements Naar boven Het Photoshop Elements-venster Het Photoshop Elements-venster bevat modi voor het maken en bewerken van afbeeldingen. Kies een van de volgende opties: Snel Hiermee kunt u foto's bewerken in de modus Snel. Met instructies Hiermee kunt u foto's bewerken in de modus Bewerken met instructies. Expert Hiermee kunt u foto's bewerken in de modus Expert.
Photoshop Elements in de modus Expert A. Actief tabblad B. Niet-actief tabblad C. Gebied met actieve afbeelding D. Optiebalk E. Gereedschapset F. Balk met gereedschapsopties/Fotovak G. Taakbalk H. Deelvensterbalk Menubalk De menubalk bevat menu's waarmee u taken kunt uitvoeren. De menu's zijn ingedeeld per onderwerp. Het menu Verbeteren bevat bijvoorbeeld opdrachten waarmee u wijzigingen in een afbeelding kunt aanbrengen.
2. Klik met de rechtermuisknop en kies een opdracht in het menu. Naar boven Toetscombinaties en wijzigingstoetsen gebruiken U kunt sneltoetsen gebruiken in de werkruimte van de Foto-editor en van de Organizer. Door middel van toetscombinaties kunt u snel opdrachten uitvoeren zonder gebruik te maken van de menu's; met wijzigingstoetsen wijzigt u de manier waarop een gereedschap werkt. Als een toetscombinatie beschikbaar is, verschijnt deze rechts van de opdrachtnaam in het menu.
Deelvensters en vakken Deelvensters Werken met deelvensters Deelvensters in de modus Expert De taakbalk gebruiken Het fotovak gebruiken Naar boven Deelvensters Deelvensters zijn zowel in Photoshop Elements als in de Elements Organizer beschikbaar; het gedrag van de deelvensters is in beide werkruimten echter iets anders. Deelvensters helpen u bij het beheren, bijhouden en wijzigen van afbeeldingen. Sommige deelvensters hebben menu's met extra opdrachten en opties.
Sommige deelvensters en dialoogvensters hebben instellingen die met een pop-upregelaar kunnen worden gewijzigd (bijvoorbeeld de optie Dekking in het deelvenster Lagen). Als er naast het tekstvak een driehoekje staat, kunt u de pop-upregelaar activeren door op het driehoekje te klikken. Plaats de aanwijzer op het driehoekje naast de instelling, houd de muisknop ingedrukt en sleep de regelaar of hoekstraal naar de gewenste waarde.
weergeven, klikt u op de pijl naast Meer en selecteert u Aangepaste werkruimte. Klik op Meer om een lijst met alle beschikbare tabbladen weer te geven en selecteer een tabblad in de pop-uplijst. Het geselecteerde tabblad wordt weergegeven. U kunt de veelgebruikte deelvensters in de aangepaste werkruimte open houden. U kunt deelvensters groeperen of één deelvenster aan de onderzijde van een ander deelvenster koppelen. U kunt de titelbalk van het tabblad naar de lay-out met tabbladen slepen.
tabblad van het deelvenster naar die groep. Als u een deelvenster wilt loskoppelen van de groep, sleept u het tabblad van het deelvenster buiten de groep. Als u een deelvenstergroep wilt verplaatsen, sleept u de titelbalk. Als u een deelvenster of een deelvenstergroep wilt uitvouwen of samenvouwen, dubbelklikt u op het tabblad of de titelbalk van het deelvenster.
de computer is aangesloten naar het fotovak. Klik op een miniatuur om een geopende afbeelding als voorste afbeelding weer te geven. Als u de volgorde van foto's wilt wijzigen, sleept u de miniaturen in het fotovak. De volgorde heeft hier geen invloed op de volgorde van de foto's in de Elements Organizer. Als u een afbeelding wilt sluiten, klikt u met de rechtermuisknop op een miniatuur in het fotovak en kiest u Sluiten.
Gereedschappen De gereedschapset Een gereedschap selecteren Voorkeuren voor Bewerken instellen De vormgeving van een gereedschapaanwijzer instellen De dikte of hardheid van tekencursors wijzigen door te slepen Gereedschapsopties instellen Naar boven De gereedschapset Met sommige gereedschappen in de gereedschapset van Photoshop Elements kunt u afbeeldingen selecteren, bewerken en weergeven; met andere kunt u tekenen en typen. De gereedschapset wordt links in de modi Snel en Expert weergegeven.
Naar boven Een gereedschap selecteren Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op een gereedschap in de gereedschapset. Als er meer opties voor het gereedschap zijn, worden deze weergegeven in de balk met gereedschapsopties. Vervolgens klikt u op het gereedschap dat u wilt selecteren. Druk op de sneltoets van het gereedschap. De sneltoets wordt weergegeven in de knopinfo van het gereedschap. U kunt bijvoorbeeld het gereedschap Penseel selecteren door op de toets P te drukken.
A. Gereedschapspictogram B. Actief gereedschap in de balk met gereedschapsopties C. Verborgen gereedschappen D. Gereedschapsopties 1. Selecteer een gereedschap. 2. Kijk in de balk met gereedschapsopties om te zien wat de beschikbare opties zijn. Voor meer informatie over het instellen van opties voor een bepaald gereedschap kunt u de naam van het gereedschap opzoeken in de Help bij Photoshop Elements.
Linialen, rasters en hulplijnen Hulplijnen, rasters en linialen Het nulpunt en de instellingen van de linialen wijzigen De hulplijn- en rasterinstellingen wijzigen Naar boven Hulplijnen, rasters en linialen In modus Expert kunt u met behulp van linialen, rasters en hulplijnen elementen (zoals selecties, lagen en vormen) nauwkeurig langs de lengte of de breedte van een afbeelding positioneren. In de modus Snel zijn alleen rasters beschikbaar.
De afmetingen van het canvas wijzigen De afdrukafmetingen en de resolutie wijzigen zonder het aantal pixels te wijzigen Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 37
Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren Het deelvenster Historie gebruiken tijdens het bewerken Geheugen vrijmaken dat wordt gebruikt door het Klembord en het deelvenster Historie Naar boven Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren Veel bewerkingen in zowel de Elements Organizer als in Photoshop Elements kunnen ongedaan worden gemaakt of opnieuw worden uitgevoerd.
Het deelvenster Historie bevat standaard de laatste 50 staten. Eerdere staten worden automatisch verwijderd om geheugen vrij te maken voor Photoshop Elements. U kunt het aantal staten instellen in de toepassingsinstellingen (Voorkeuren > Prestaties > Historiestaten). Het maximale aantal staten is 1000. De oorspronkelijke staat van de foto wordt altijd boven aan het deelvenster Historie weergegeven.
verwijderen om geheugen vrij te maken. Voer een van de volgende handelingen uit in de modus Expert: Als u geheugen wilt vrijmaken dat door het Klembord wordt gebruikt, kiest u Bewerken > Wissen > Klembordinhoud. Als u geheugen wilt vrijmaken dat door het deelvenster Historie ongedaan maken wordt gebruikt, kiest u Bewerken > Wissen > Historie wissen of kiest u Historie wissen in het vervolgmenu van het deelvenster Historie.
Werkschijven, plug- ins en updates van de toepassing Werkschijven Werkschijven wijzigen Plug-ins Plug-ins installeren Een extra map voor plug-ins selecteren Alleen de standaardplug-ins laden Toepassingsupdates Naar boven Werkschijven Als uw systeem niet over voldoende RAM-geheugen beschikt voor het uitvoeren van een handeling, gebruikt Photoshop Elements werkschijven. Een werkschijf is een willekeurige schijf of partitie van een schijf waarop geheugen beschikbaar is.
2. Selecteer de gewenste schijven in het menu Werkschijven (u kunt maximaal vier werkschijven toewijzen). 3. Selecteer een werkschijf en gebruik de pijltoetsen naast de lijst met Werkschijven om de volgorde te wijzigen waarin de werkschijven worden gebruikt. 4. Klik op OK en start Photoshop Elements opnieuw op om de wijziging door te voeren. Naar boven Plug-ins Adobe Systems en andere softwareontwikkelaars ontwikkelen plug-ins om meer functionaliteit aan Photoshop Elements toe te voegen.
een map in de lijst en klik op Kiezen. 3. Dubbelklik op de map als u de inhoud ervan wilt weergeven. Het pad naar de map verschijnt in het voorkeurenvenster. Opmerking: Selecteer geen locatie binnen de map Plug-ins van Photoshop Elements. 4. Start Photoshop Elements opnieuw om de plug-ins te laden. Naar boven Alleen de standaardplug-ins laden Wanneer Photoshop Elements wordt gestart, worden alle vooraf geïnstalleerde plug-ins, plug-ins van andere bedrijven of plug-ins in mappen met extra plug-ins geladen.
De verbeterde modus Snel Effecten Structuren Kaders Een effect, structuur of kader toepassen In de modus Snel zijn de belangrijkste gereedschappen voor fotocorrectie in één locatie gegroepeerd, zodat u snel de belichting, kleur, scherpte en andere aspecten van een afbeelding kunt corrigeren. U kunt uw foto's in Photoshop Elements 12 niet alleen verbeteren, u kunt ze ook transformeren in professioneel ogende kunstwerken. Er zijn drie nieuwe deelvensters beschikbaar: Effecten, Structuren en Kaders.
voorinstellingen voor Cross-processing. Effecten worden toegepast als een nieuwe laag met een laagmasker. U kunt het laagmasker in de modus Expert bewerken om het effect uit bepaalde gebieden te verwijderen of te reduceren. De volgende lijst bevat een korte beschrijving van elk van de beschikbare effecten: Automatische slimme looks Hiermee wordt de beschikbare afbeelding geanalyseerd en worden op basis van de inhoud van de afbeelding, opties geboden met verschillende toegepaste effecten.
Getint zwart Litho Hiermee past u een litho-effect toe op een afbeelding. Beschikbare variaties: Sepia Zwart Koper Blauw Groen Cross-processing Hiermee past u een effect toe waardoor de afbeelding eruitziet als een foto die is ontwikkeld met een chemische oplossing die is bedoeld voor een ander type film.
reduceren. Naar boven Kaders In het deelvenster Kaders kunt u uit tien beschikbare kaders kiezen die u op uw foto's kunt toepassen. Het kader wordt automatisch op de best mogelijke manier om de foto gepast. U kunt de afbeelding en het kader ook verplaatsen of transformeren. Dit doet u door met het gereedschap Verplaatsen te dubbelklikken in het kader. U kunt in de modus Expert de achtergrondkleur veranderen van wit in een willekeurige andere kleur door de laag Kleurenvulling te wijzigen.
Afbeeldingen bekijken Afbeeldingen bekijken in de modus Expert of Snel In- of uitzoomen Een afbeelding weergeven bij een percentage van 100% Een afbeelding aan het scherm aanpassen De venstergrootte aanpassen tijdens het zoomen Het deelvenster Navigator gebruiken Meerdere vensters met dezelfde afbeelding openen Meerdere vensters weergeven en rangschikken Vensters sluiten Naar boven Afbeeldingen bekijken in de modus Expert of Snel Met de gereedschappen Handje, Zoomen, de opdrachten Zoomen en het deelvenst
Kies Weergave > Inzoomen of Weergave > Uitzoomen. Voer het gewenste zoomniveau in in het tekstvak Zoomen in de optiebalk voor het gereedschap. Wanneer u een zoomgereedschap gebruikt, houdt u Alt ingedrukt om te schakelen tussen inzoomen en uitzoomen. Een afbeelding weergeven bij een percentage van 100% Naar boven Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op het gereedschap Zoomen in de gereedschapset.
afbeeldingen sluit, wordt de grootte van de geopende vensters aangepast om de beschikbare ruimte op te vullen. Als u alle geopende afbeeldingen met hetzelfde vergrotingspercentage als dat van de actieve afbeelding wilt weergeven, kiest u Venster > Afbeeldingen > Zoomen afstemmen. Als u hetzelfde gedeelte (linkerbovenhoek, midden, rechterbenedenhoek, enzovoort) van alle geopende foto's wilt weergeven, kiest u Venster > Afbeeldingen > Locatie afstemmen.
Windows 7-functies gebruiken In Photoshop Elements worden de volgende Windows 7-functies ondersteund: Live taakbalk Hier ziet u pictogrammen voor alle uitgevoerde en gepinde toepassingen. De pictogrammen van alle uitgevoerde toepassingen worden omgeven door een gemarkeerde rand. Wijs een pictogram aan om afbeeldingen van de geopende bestanden en toepassingen weer te geven.
Voorinstellingen en bibliotheken Voorinstellingen Vooraf ingestelde gereedschapsopties gebruiken De weergave van elementen in een menu van een pop-upvenster aanpassen Beheer voorinstellingen gebruiken De naam van een voorinstelling wijzigen Naar boven Voorinstellingen De optiebalk voor het gereedschap in de modus Expert bevat pop-upvensters waarmee u toegang kunt krijgen tot vooraf gedefinieerde bibliotheken met penselen, kleurstalen, verlopen, patronen, laagstijlen en aangepaste vormen.
als u de huidige set penselen of patronen in een deelvenster wilt vervangen, kiest u een bibliotheek in het menu Penselen. Opmerking: Als u de huidige set penselen, verlopen of patronen wilt vervangen, kunt u ook Beheer voorinstellingen in het menu van het pop-upvenster kiezen. Vervolgens kunt u in het dialoogvenster Beheer voorinstellingen een andere bibliotheek met penselen, verlopen of patronen laden.
Naar boven De naam van een voorinstelling wijzigen 1. Voer een van de volgende handelingen uit in Beheer voorinstellingen: Selecteer een voorinstelling in de lijst en klik op Naam wijzigen. Dubbelklik op een voorinstelling in de lijst. 2. Voer een nieuwe naam voor de voorinstelling in. Als u meerdere voorinstellingen selecteert, wordt u gevraagd meerdere namen in te voeren.
Ondersteuning voor multi-aanraking Als de hardware en het besturingssysteem van uw computer ondersteuning bieden voor de aanraakfunctie, kunt u door een afbeelding bladeren, deze roteren en erop inzoomen. Multi-aanraking wordt ondersteund in alle drie de modi: Snel, Met instructies en Expert. Tikken Hiermee bladert u verticaal of horizontaal door de afbeelding.
Importeren 56
Bestanden importeren Naar boven Afbeeldingen van een digitale camera importeren via WIA (alleen Windows) Met bepaalde digitale camera's kunt u afbeeldingen importeren via Windows Image Acquisition (WIA). Via WIA kunt u afbeeldingen rechtstreeks in Photoshop Elements importeren doordat Photoshop Elements samenwerkt met Windows en de software van de digitale camera of scanner. 1. Kies Bestand > Importeren > WIA-ondersteuning. 2.
Bestandsbeheer 58
Bestanden openen Een nieuw, leeg bestand maken Een bestand openen Een PDF-bestand openen Een PDF-bestand in een nieuwe laag plaatsen Meerdere bestanden verwerken Een bestand sluiten In de werkruimte Bewerken van Photoshop Elements kunt u op verschillende manieren met uw bestanden werken. U kunt opties voor het openen, opslaan en exporteren van bestanden op type, bestandsgrootte en resolutie instellen. Ook kunt u Camera Raw-bestanden verwerken en opslaan.
(1-bit modus). Achtergrondinhoud Hiermee stelt u de kleur in van de achtergrondlaag van de afbeelding. Wit is de standaardinstelling. Kies Achtergrondkleur als u de huidige achtergrondkleur wilt gebruiken (weergegeven in de gereedschapset). Selecteer Transparant als u de standaardlaag transparant wilt maken zonder kleurwaarden. De nieuwe afbeelding heeft dan een Laag 1 in plaats van een achtergrondlaag.
Opmerking: Als het bestand niet wordt geopend, komt de gekozen indeling mogelijk niet overeen met de werkelijke indeling van het bestand of is het bestand misschien beschadigd. Naar boven Een PDF-bestand openen PDF (Portable Document Format) is een veelzijdige bestandsindeling waarmee zowel vector- als bitmapgegevens kunnen worden weergegeven en die functies voor het elektronisch doorzoeken en navigeren van documenten kan bevatten. PDF is de belangrijkste indeling voor Adobe® Acrobat®.
ingesloten ICC-profiel (International Color Consortium) bevat, kunt u het profiel kiezen in het menu. 5. Selecteer Waarschuwingen onderdrukken zodat waarschuwingsberichten niet worden weergegeven tijdens het importeren. 6. Klik op OK om het bestand te openen. 1. Kies Bestand > Openen in de werkruimte Bewerken 2. Selecteer het bestand dat u wilt openen en klik op Openen. 3. Geef de gewenste afmetingen, resolutie en modus aan.
9. Als u de geplaatste illustratie wilt toewijzen aan een nieuwe laag, klikt u op Toewijzen. Naar boven Meerdere bestanden verwerken Met de opdracht Meerdere bestanden verwerken past u instellingen toe op een map met bestanden. Als u een digitale camera hebt of een scanner met automatische documentinvoer, kunt u ook meerdere afbeeldingen importeren en verwerken.
Kleurkiezer.) Opmerking: Met de optie Watermerk kunt u een blijvend visueel watermerk aan afbeeldingen toevoegen. Lees dit artikel voor meer informatie. 9. Selecteer Fouten die voortvloeien uit verwerking van bestanden opnemen in logbestand om elke fout in een bestand te zetten zonder het proces te onderbreken. Als er fouten worden geregistreerd in het bestand, verschijnt er een foutbericht na de verwerking.
Uitleg over bestandsinformatie Bestandsinfo (metagegevens) Bestandsinformatie weergeven of toevoegen Het deelvenster Info gebruiken De bestandsinformatie weergeven in het deelvenster Info of op de statusbalk Sjablonen voor metagegevens opslaan of verwijderen Een opgeslagen sjabloon voor metagegevens gebruiken Naar boven Bestandsinfo (metagegevens) Wanneer u een foto neemt met uw digitale camera, beschikt elk afbeeldingsbestand over informatie zoals de datum en het tijdstip waarop de foto is genomen, de s
1. Kies Venster > Info (F8) om het deelvenster Info weer te geven. 2. Selecteer een gereedschap. 3. Plaats de aanwijzer in de afbeelding, of sleep in de afbeelding om het gereedschap te gebruiken. Afhankelijk van het gereedschap dat u gebruikt, kan de volgende informatie verschijnen: De numerieke waarden van de kleur onder de aanwijzer De x- en y-coördinaten van de aanwijzer. De breedte (B) en hoogte (H) van een selectiekader of vorm wanneer u sleept, of de breedte en hoogte van een actieve selectie.
Sjablonen voor metagegevens opslaan of verwijderen Als u bepaalde metagegevens herhaaldelijk moet invoeren, kunt u deze metagegevens opslaan in sjablonen voor metagegevens. Met deze sjablonen kunt u de informatie vervolgens invoeren, zodat u de gegevens niet steeds opnieuw hoeft te typen in het dialoogvenster Bestandsinfo. In de Fotobrowser kunt u zoeken naar metagegevens om bestanden en foto's te vinden.
Werkschijven, plug- ins en updates van de toepassing Werkschijven Werkschijven wijzigen Plug-ins Plug-ins installeren Een extra map voor plug-ins selecteren Alleen de standaardplug-ins laden Toepassingsupdates Naar boven Werkschijven Als uw systeem niet over voldoende RAM-geheugen beschikt voor het uitvoeren van een handeling, gebruikt Photoshop Elements werkschijven. Een werkschijf is een willekeurige schijf of partitie van een schijf waarop geheugen beschikbaar is.
2. Selecteer de gewenste schijven in het menu Werkschijven (u kunt maximaal vier werkschijven toewijzen). 3. Selecteer een werkschijf en gebruik de pijltoetsen naast de lijst met Werkschijven om de volgorde te wijzigen waarin de werkschijven worden gebruikt. 4. Klik op OK en start Photoshop Elements opnieuw op om de wijziging door te voeren. Naar boven Plug-ins Adobe Systems en andere softwareontwikkelaars ontwikkelen plug-ins om meer functionaliteit aan Photoshop Elements toe te voegen.
een map in de lijst en klik op Kiezen. 3. Dubbelklik op de map als u de inhoud ervan wilt weergeven. Het pad naar de map verschijnt in het voorkeurenvenster. Opmerking: Selecteer geen locatie binnen de map Plug-ins van Photoshop Elements. 4. Start Photoshop Elements opnieuw om de plug-ins te laden. Naar boven Alleen de standaardplug-ins laden Wanneer Photoshop Elements wordt gestart, worden alle vooraf geïnstalleerde plug-ins, plug-ins van andere bedrijven of plug-ins in mappen met extra plug-ins geladen.
Foto's bewerken 71
De kleur, verzadiging en kleurtoon aanpassen Verzadiging en kleurtoon aanpassen De tint van huidskleuren aanpassen De verzadiging in geïsoleerde gebieden aanpassen De kleur van een object wijzigen Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwart-wit Afbeeldingen automatisch omzetten in zwart-wit Aangepaste voorinstellingen toevoegen voor omzetten in zwart-wit Kleur toevoegen aan een grijswaardenafbeelding Naar boven Verzadiging en kleurtoon aanpassen Met de opdracht Kleurtoon/verzadiging past u de kleurtoon, de
Gebruik de schuifregelaar Lichtsterkte samen met de andere aanpassingen om een gedeelte van een foto lichter of donkerder te maken. Pas op dat u deze aanpassingen niet voor de hele foto gebruikt, omdat het totale toonbereik erdoor wordt verminderd. Kleurverzadiging of kleurtoon wijzigen 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleurtoon/verzadiging aanpassen.
invloed is op de mate van kleurverschuiving. Sleep het grijze middendeel om de regelaar in zijn geheel te verplaatsen en zo een ander kleurgebied te kiezen. Sleep een van de verticale, witte balken naast het donkergrijze middendeel om het bereik van de kleurcomponent aan te passen. Een vergroting van het bereik betekent minder kleurverschuiving en omgekeerd.
Origineel (boven) en na aanpassing van huidskleur (onder) 1. Open de foto en selecteer de laag die u wilt corrigeren. 2. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Huidskleur aanpassen. 3. Klik op een gebied met huid. De kleuren in de foto worden automatisch aangepast. De wijzigingen kunnen subtiel zijn. Opmerking: Let erop dat Voorvertoning is geselecteerd zodat u de kleurveranderingen te zien krijgt zodra deze zich voordoen. 4.
1. Selecteer het gereedschap Spons. 2. Stel gereedschapsopties in op de optiebalk: Modus Hiermee verhoogt of verlaagt u de kleurverzadiging. Kies Verzadigen als u de verzadiging van de kleur wilt intensiveren. Bij grijswaarden verhoogt u het contrast met Verzadigen. Kies Minder verzadiging als u de verzadiging van de kleur wilt afzwakken. Bij grijswaarden verlaagt u het contrast met Minder verzadiging. Penseel Hiermee stelt u het penseeluiteinde in.
Naar boven Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwart-wit Op www.adobe.com/go/lrvid2325_pse9_nl vindt u een video over dit proces. Met de opdracht Omzetten in zwart-wit kunt u een specifieke omzettingsstijl kiezen die op de afbeelding moet worden toegepast. Dit is anders dan de opdracht Kleur verwijderen die de afbeelding automatisch in zwart-wit omzet.
constant. Deze opdracht heeft hetzelfde effect als het instellen op –100 van de optie Verzadiging in het dialoogvenster Kleurtoon/verzadiging. 1. Als u een specifiek gedeelte van de afbeelding wilt aanpassen, selecteert u het met een van de selectiegereedschappen. Als u niets selecteert, heeft de aanpassing effect op de hele afbeelding. 2. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleur verwijderen.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Retoucheren en corrigeren Rode ogen nauwkeurig verwijderen Het dierenogeneffect verwijderen Objecten verplaatsen en de positie hiervan wijzigen Vlekken en ongewenste objecten verwijderen Grote onvolkomenheden corrigeren Cameravervorming corrigeren Nevel automatisch verwijderen Nevel handmatig verwijderen Naar boven Rode ogen nauwkeurig verwijderen Rode ogen is een veelvoorkomend probleem dat optreedt wanneer het netvlies van het onderwerp van uw foto door de flitser van de camera wordt belicht.
Met het gereedschap Rode ogen verwijderen kunt u de rode gloed in de ogen verwijderen die ontstaat doordat licht wordt gereflecteerd (als gevolg van laag omgevingslicht of het gebruik van een flitser). Voor dieren geldt dat de ogen een witte, groene, rode of gele gloed kunnen hebben. Met de veelgebruikte gereedschappen voor het verwijderen van rode ogen kunt u dit effect mogelijk niet goed corrigeren.
(links) De originele foto (midden) De vlieger is verplaatst en bevindt zich nu dichter bij de grond (rechts) De vlieger is verplaatst en bevindt zich nu hoger in de lucht 1. Selecteer het gereedschap Verplaatsen met behoud van inhoud . 2. Kies een modus om op te geven of u een object wilt verplaatsen of een kopie van het object wilt maken. Verplaatsen Hiermee kunt u objecten naar een andere locatie in de afbeelding verplaatsen. Uitbreiden Hiermee kunt u het object meerdere malen repliceren. 3.
Sleep de muis rond het object dat u wilt selecteren 5. Als u een selectie hebt gemaakt, verplaatst u het object naar een nieuwe locatie. Als u dit wilt doen, klikt en sleept u het object naar een nieuwe positie. Het gebied waaruit de selectie wordt verplaatst, wordt automatisch gevuld op basis van de afbeeldingsinhoud om het gebied heen. 6.
1. Selecteer het gereedschap Snel retoucheerpenseel . 2. Kies een penseelgrootte. Een penseel dat iets groter is dan het gebied dat u wilt corrigeren, is het meest geschikt. U kunt dan het hele gebied met één klik bedekken. 3. Kies op de balk met gereedschapsopties een van de volgende retoucheeropties: Afstemmen op omgeving Bij deze methode worden de pixels langs de rand van de selectie gebruikt om te zoeken naar een gedeelte dat kan worden gebruikt voor het herstellen van het geselecteerde gedeelte.
Verlaag het aantal pixels in de afbeelding. Verhoog het toegewezen RAM en start de toepassing opnieuw op. Naar boven Grote onvolkomenheden corrigeren Met het Retoucheerpenseel corrigeert u grote gebieden met onvolkomenheden door eroverheen te slepen. U kunt met dit penseel ook tegen een uniforme achtergrond geplaatste objecten verwijderen, zoals een object in een grasveld. Voor en na het toepassen van het retoucheerpenseel. 1. Selecteer het gereedschap Retoucheerpenseel . 2.
contrasterende pixels volgen. Als u tekent met het Retoucheerpenseel, voorkomt u met de selectie dat kleuren van buiten naar binnen aflopen. Naar boven Cameravervorming corrigeren In het dialoogvenster Cameravervorming corrigeren kunt u veel voorkomende problemen met betrekking tot lensvervorming oplossen, zoals donkere randen die worden veroorzaakt door lensfouten, of onjuiste lensschaduwen.
Horizontaal perspectief Typ een getal in het vak of gebruik de schuifregelaar om het perspectief te corrigeren door de horizontale lijnen in een afbeelding parallel te laten lopen. Hoek Hiermee wordt de afbeelding geroteerd om de camerahoek te corrigeren of om na het corrigeren van het perspectief aanpassingen aan te brengen. Typ een getal in het vak of sleep de hoekschijf om de afbeelding linksom of rechtsom te roteren. Schaal Hiermee past u de afbeeldingsschaal naar boven of beneden aan.
Een foto die onder mistige omstandigheden is genomen Foto die is behandeld met Nevel verwijderen, extra belichting en contrastwijzigingen 1. Open een afbeelding in Photoshop Elements in de weergave Snelbewerking of Expertbewerking. 2. Klik op het menu Verbeteren > Nevel verwijderen. 3. Gebruik de schuifregelaars Nevelreductie en Gevoeligheid om de gewenste mate van nevelreductie te bereiken.
Nevelreductie toegepast totdat de afbeelding helderder werd Bedenk wel dat wanneer u met de schuifregelaars te veel nevel verwijdert, dit kan resulteren in een afbeelding met een hoog contrast of een afbeelding waarin bestaande kleine onvolkomenheden zijn uitvergroot. Probeer beide schuifregelaars uit totdat u het gewenste resultaat bereikt. 4. Gebruik de schakelknop Voor/Na om het effect van de nevelreductiefunctie op de foto te bekijken. 5. Wanneer u klaar bent, klikt u op OK.
Foto's verbeteren Randen vervagen of verzachten Kleuren in een afbeelding vervangen Afbeeldingen of gebieden in een afbeelding klonen Photomerge-gezichten Photomerge-belichting Photomerge-stijlovereenkomst Naar boven Randen vervagen of verzachten Met het gereedschap Vervagen maakt u harde randen of gebieden in een afbeelding vager, zodat er details verloren gaan. Als u een drukke achtergrond vervaagt, kunt u meer nadruk leggen op de doelafbeeldingen.
gebruiken om kleuren te corrigeren. Kleuren vervangen 1. Selecteer het gereedschap Kleur vervangen (het gereedschap Kleur vervangen maakt deel uit van de optiebalk voor het gereedschap Penseel). 2. Kies een penseeluiteinde in het menu Penseel op de optiebalk. Doorgaans kunt u bij Modus de overvloeimodus het beste instellen op Kleur. 3. Kies een van de volgende opties voor Limieten: Niet aangrenzend Hiermee wordt de monsterkleur vervangen op elke plaats onder de aanwijzer.
Originele foto (boven), nadat twee zeesterren met het gereedschap Kloonstempel aan de foto zijn toegevoegd (midden) en nadat een persoon met het gereedschap Kloonstempel is verwijderd (onder). 1. Selecteer het gereedschap Kloonstempel. 2. (Optioneel) Stel opties op de optiebalk in: Penseel Hiermee stelt u het penseeluiteinde in. Klik op de pijl naast het penseelvoorbeeld, kies een penseelcategorie in het pop-upmenu Penselen en selecteer vervolgens een penseelminiatuur.
Automatisch verbergen Selecteer Automatisch verbergen als u de bedekking wilt verbergen terwijl u de penseelstreken aanbrengt. Bedekking omkeren Selecteer Omkeren als u de kleuren in de bedekking wilt omkeren. 4. Plaats de aanwijzer op het gebied van een geopende afbeelding waarvan u een monster wilt nemen en druk op Alt (of Option in Mac OS) en klik. Met dit gereedschap worden de pixels uit het kloongebied gedupliceerd terwijl u tekent. 5. Sleep of klik om met het gereedschap te tekenen.
Het venster Photomerge-gezichten Naar boven Photomerge-belichting Een video over de Photomerge-functies is beschikbaar op www.adobe.com/go/lrvid2342_pse9_nl . Gebruik Photomerge-belichting om foto's met belichtingsproblemen op efficiënte wijze te verwerken. U kunt twee foto's in elkaar laten overvloeien om een perfect belichte foto te maken.
Automatische modus Handmatige modus U bereikt de beste resultaten met de automatische modus als u foto's gebruikt die bij verschillende belichtingswaarden zijn genomen (met gebruik van de functie voor reeksopnamen). In de handmatige modus krijgt u de beste resultaten als u zowel foto's gebruikt die met flits zijn genomen als foto's zonder flits.
4. Klik op Gereed als u het gewenste resultaat hebt bereikt en Photomerge-belichting wilt voltooien. Handmatige Photomerge-belichting Opmerking: Wanneer u Photomerge-belichting gebruikt voor foto's die u met flits hebt gemaakt, is Handmatige Photomerge-belichting de standaardmodus. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer minimaal twee en maximaal tien foto's in de Elements Organizer en selecteer Verbeteren > Photomerge > Photomerge-belichting. Open de vereiste bestanden via Bestand > Openen.
Afbeelding nadat de stijl van de stijlafbeelding is toegepast 1. Open de afbeelding en selecteer Verbeteren > Photomerge > Photomerge-stijlovereenkomst. 2. Voeg de afbeeldingen waaruit u de stijl wilt overbrengen toe aan het Stijlenvak. Kies afbeeldingen met sterke stilistische eigenschappen en details. Opmerking: U kunt ook een van de standaardstijlafbeeldingen kiezen die worden weergegeven in het Stijlenvak. 3.
Oorspronkelijk gekleurde afbeelding veranderd in zwart-wit via Kleurtonen overbrengen 5. Klik op Gereed om de afbeelding bij te werken met de toegepaste stijl. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Schaduwen en licht aanpassen Kleur en tinten aanpassen met slimme penselen De gereedschappen Slim penseel toepassen Aanpassingen met Niveaus Schaduwdetails en hooglichtdetails verbeteren Schaduwen en helderheid aanpassen met Niveaus De helderheid en het contrast in de geselecteerde gedeelten aanpassen Afzonderlijke gebieden snel lichter of donkerder maken Snel geïsoleerde gebieden verzadigen of verzadiging uit deze gebieden verwijderen Naar boven Kleur en tinten aanpassen met slimme penselen Met het geree
penseel. Optie Structuren Met de 15 nieuwe voorinstellingen kunt u de volgende effecten toepassen op afbeeldingen: Saaie achtergronden mooier maken. Een satijneffect aanbrengen op kleren/stoffen in een afbeelding. Een bloempatroon toevoegen aan jurken in een afbeelding. Ontwerperspatronen toevoegen aan wanden of achtergronden in een afbeelding. Met het gereedschap Gedetailleerd slim penseel kunt u de aanpassing op specifieke gebieden van de foto tekenen, net als met een verfpenseel.
Gereedschap Gedetailleerd Slim penseel waarmee een aanpassingsstreek wordt toegepast. Naar boven De gereedschappen Slim penseel toepassen 1. Selecteer het gereedschap Slim penseel of Gedetailleerd slim penseel in de gereedschapset. Er wordt een pop-upvenster met de aanpassingsvoorinstellingen geopend. 2. Selecteer een effect in de keuzelijst met voorinstellingen in de balk met gereedschapsopties. Kies een optie in het menu van het pop-upvenster om verschillende aanpassingensets weer te geven.
Opmerking: Als u een ander gereedschap uit de gereedschapset gebruikt en daarna het gereedschap Slim penseel of Gedetailleerd slim penseel weer gebruikt, wordt de laatst toegepaste aanpassing geactiveerd. 6. (Optioneel) Als u meerdere aanpassingen hebt uitgevoerd, kunt u de volgende handelingen uitvoeren om de aanpassing te selecteren die u wilt uitbreiden, verwijderen of wijzigen: Klik op een speldenknop. Klik met de rechtermuisknop op een foto en kies de aanpassing in de lijst onder in het menu.
Het dialoogvenster Niveaus is een krachtig gereedschap voor het aanpassen van de toon en de kleuren. U kunt niveaus aanpassen in de gehele afbeelding of in een geselecteerd gedeelte. (Kies Verbeteren > Belichting aanpassen > Niveaus om dit dialoogvenster te openen.) Met het dialoogvenster Niveaus kunt u de volgende handelingen uitvoeren: Dialoogvenster Niveaus A. Kanalen voor het aanpassen van kleur B. Schaduwwaarden C. Middentonen D.
Hooglichten donkerder maken Hiermee maakt u de lichte gebieden van de foto donkerder en geeft u meer details weer van de hooglichten die in de foto zijn vastgelegd. Puur witte gebieden van de foto hebben geen details en worden door deze aanpassing ongemoeid gelaten. Contrast middentonen Hiermee kunt u het contrast van de middentonen verhogen of verlagen. Gebruik deze schuifregelaar als het fotocontrast er niet goed uitziet nadat u de schaduwen en hooglichten hebt aangepast.
U maakt de foto lichter door de schuifregelaar voor hooglichten naar links te slepen. Houd Alt ingedrukt (of de Option-toets in Mac OS) en sleep de schuifregelaar Schaduw om te zien welke gebieden worden omgezet in zwart (niveau 0). Houd Alt ingedrukt (of de Option-toets in Mac OS) en sleep de schuifregelaar Hooglicht om te zien welke gebieden worden omgezet in wit (niveau 255). Gekleurde gebieden geven het bijsnijden van afzonderlijke kanalen aan. 4.
aan. Naar boven Afzonderlijke gebieden snel lichter of donkerder maken Met het gereedschap Tegenhouden en Doordrukken kunt u gebieden van een foto lichter of donkerder maken. U kunt Tegenhouden gebruiken om details in schaduwen naar voren te brengen en Doordrukken om details in hooglichten naar voren te brengen. Originele afbeelding (links), afbeelding na gebruik van het gereedschap Doordrukken (middenboven) en na gebruik van het gereedschap Tegenhouden (rechtsonder) 1.
Het gereedschap Spons verzadigt gebieden in een afbeelding of verwijdert verzadiging uit deze gebieden. Met het gereedschap Spons kunt u de kleur in een object of gebied meer of minder in het oog laten springen. 1. Selecteer het gereedschap Spons. Als u het gereedschap Spons niet ziet, zoekt u het gereedschap Tegenhouden of Doordrukken. 2. Stel gereedschapsopties in op de optiebalk. Pop-upmenu Penselen Hiermee stelt u het penseeluiteinde in.
Transformeren Een afbeelding roteren of draaien Een item vrij roteren Een item schalen Een item schuintrekken of vervormen Perspectief op een item toepassen Een item vrij roteren Een transformatie op de achtergrondlaag toepassen Naar boven Een afbeelding roteren of draaien U kunt een selectie, een laag of een hele afbeelding roteren of draaien. Zorg dat u de juiste opdracht kiest, afhankelijk van het item dat u wilt roteren of draaien. 1.
Een afbeelding roteren Naar boven Een item vrij roteren Met de opdrachten Laag vrij roteren en Selectie vrij roteren kunt u een item in elke gewenste mate roteren. Trek de afbeelding recht met de opdracht Laag vrij roteren en klik op de knop Huidige bewerking vastleggen om de rotatie toe te passen. 1. Selecteer in de werkruimte Bewerken de laag of de selectie die u wilt roteren. 2. Kies Afbeelding > Roteren > Laag vrij roteren of Selectie vrij roteren. Er verschijnt een selectiekader in de afbeelding.
Naar boven Een item schuintrekken of vervormen Schuintrekken is het horizontaal of verticaal schuin plaatsen van een item. Wanneer u een item vervormt, rekt u het uit of perst u het juist samen. 1. Selecteer in de werkruimte Bewerken de foto, laag, selectie of vorm die u wilt transformeren. 2. Kies Afbeelding > Transformatie > Schuintrekken of Afbeelding > Transformatie > Vervormen.
U roteert een object door de aanwijzer buiten het selectiekader te plaatsen en te slepen. Als u de aanwijzer buiten het selectiekader plaatst, verandert deze in een kromme dubbele pijl . Druk op Shift en sleep om in stappen van 15° te roteren. U vervormt een object door Ctrl ingedrukt te houden(Command in Mac OS) en een greep te slepen. Zodra de cursor op een hoekgreep staat, verandert de aanwijzer in een grijze pijlpunt .
Uitsnijden Een afbeelding uitsnijden Uitsnijden in overeenstemming met een selectiegrens Suggesties voor automatisch uitsnijden Hulplijnen gebruiken voor betere resultaten bij uitsnijden Het gereedschap Koekjesvorm gebruiken De afmetingen van het canvas wijzigen Een afbeelding rechttrekken Een gescande afbeelding met meerdere foto's verdelen Naar boven Een afbeelding uitsnijden Met het gereedschap Uitsnijden verwijdert u het gedeelte van een afbeelding rond het selectiekader, ofwel de selectie.
Fotoverhoudingen gebruiken Kies deze optie om de oorspronkelijke hoogte/breedteverhouding van de foto weer te geven tijdens het uitsnijden. In de vakken Breedte en Hoogte staan de waarden die worden gebruikt voor de uitgesneden afbeelding. Gebruik het vak Resolutie om de afbeeldingsresolutie te wijzigen. Vooraf ingestelde grootte Hiermee geeft u een vooraf ingestelde grootte op voor de uitgesneden foto.
Naar boven Uitsnijden in overeenstemming met een selectiegrens Met de opdracht Uitsnijden kunt u de gebieden verwijderen die buiten de actieve selectie vallen. Wanneer u uitsnijdt in overeenstemming met een selectiegrens, wordt de afbeelding verkleind totdat deze in het selectiekader met de selectie past. (Selecties met een onregelmatige vorm, zoals selecties die zijn gemaakt met de lasso, worden uitgesneden in overeenstemming met een rechthoekig selectiekader dat de selectie bevat.
Vier suggesties, zoals door Photoshop Elements 13 worden aanbevolen Ga als volgt te werk als u de automatische suggesties voor uitsnijden wilt gebruiken: 1. Open een foto in Photoshop Elements 13. 2. Kies het gereedschap Uitsnijden. Er worden vier miniaturen met de automatische suggesties weergegeven in het vak Gereedschapsopties. 3. Klik op de miniatuur die u het beste kunt gebruiken.
omdraaien weergegeven. Geen Er wordt geen overlay voor uitsnijdhulplijn weergegeven in het omsluitend kader. Naar boven Het gereedschap Koekjesvorm gebruiken Met het gereedschap Koekjesvorm kunt u een foto uitsnijden tot een door u gekozen vorm. Nadat u de vorm in uw foto hebt gesleept, kunt u het selectiekader verplaatsen en vergroten of verkleinen totdat u het gewenste gebied hebt geselecteerd. Met het gereedschap Koekjesvorm snijdt u een foto in een grappige . 1.
Doezelaar Bepaal hoe zacht de randen van de voltooide vorm moeten zijn. Met doezelen maakt u de randen van de uitgesneden afbeelding zachter, zodat de randen vervagen en overvloeien in de achtergrond. Uitsnijden Selecteer deze optie om de afbeelding bij te snijden naar het omsluitende kader dat de gemaakte vorm bevat. 5. Sleep in de afbeelding om de grens van de vorm in te stellen en verplaats de vorm naar de gewenste locatie in de afbeelding. 6.
3. Klik op een pijl op het ankerpictogram om de positie aan te geven waarin de bestaande afbeelding op het nieuwe canvas moet worden geplaatst. 4. Als u de kleur van het toegevoegde canvas wilt wijzigen, kiest u een van de opties in het menu Kleur canvasuitbreiding en klikt u op OK. Naar boven Een afbeelding rechttrekken Beweging van de camera kan ervoor zorgen dat een afbeelding niet juist wordt uitgelijnd. Zo kan de horizon in een foto van een zonsondergang bijvoorbeeld niet helemaal horizontaal zijn.
Als u een foto verticaal wilt uitlijnen, tekent u een lijn langs de rand die verticaal moet zijn. Stel bijvoorbeeld dat u een foto hebt van een toren die niet goed is uitgelijnd. Teken een verticale lijn parallel aan de toren. Lege randen automatisch vullen Het gereedschap Rechttrekken is een verbeterde optie voor het automatisch en slim vullen van de randen met relevante afbeeldingsgegevens in plaats van deze te vullen met de achtergrondkleur of transparante pixels.
uitgelijnd. Teken een verticale lijn parallel aan de toren. Lege randen automatisch vullen Het gereedschap Rechttrekken is een verbeterde optie voor het automatisch en slim vullen van de randen met relevante afbeeldingsgegevens in plaats van deze te vullen met de achtergrondkleur of transparante pixels. Voordat u een lijn tekent om een afbeelding recht te trekken, schakelt u het selectievakje Randen automatisch vullen in.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Photomerge-compositie Geïntroduceerd in Photoshop Elements 13 Met de functie Photomerge-compositie kunt u gedeelten van een afbeelding vervangen. U kunt bijvoorbeeld de achtergrond van een afbeelding wijzigen. U hebt twee afbeeldingen nodig: een bron en een doel. U kunt een gebied selecteren, het gebied uitsnijden uit de bronafbeelding en vervolgens plakken in de doelafbeelding. 1. Klik met twee geopende afbeeldingen (bron en doel) op Verbeteren > Photomerge > Photomerge-compositie. 2. Maak een selectie.
4. U kunt de tinten aanpassen, zodat de geplakte selectie en de doelafbeelding overeenkomen en de wijziging er natuurlijk uitziet. U kunt de tinten wijzigen met de optie Automatisch afstemmen en handmatig wijzigen met de schuifregelaars. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Verscherpen Overzicht van verscherpen Een afbeelding verscherpen Het filter Onscherp masker gebruiken Schokreductie Naar boven Overzicht van verscherpen Door de afbeelding scherper te maken verbetert u de scherpte van de randen. Of afbeeldingen nu zijn gemaakt met een digitale camera of met een scanner, de meeste afbeeldingen worden mooier wanneer u ze verscherpt.
Een afbeelding automatisch verscherpen Selecteer Verbeteren > Automatisch verscherpen. Gebieden van een afbeelding verscherpen Oorspronkelijke afbeelding (boven), twee gezichten die correct zijn verscherpt (linksonder), en twee gezichten die te veel zijn verscherpt (rechtsonder) 1. Selecteer het gereedschap Verscherpen. 2. Stel opties in op de optiebalk: Modus Hiermee bepaalt u hoe de verf die u aanbrengt, overvloeit met de bestaande pixels in de afbeelding.
3. Stel een van de volgende opties in om uw afbeelding te verscherpen en klik op OK: Hoeveel Hiermee stelt u de mate van verscherping in. Typ een getal in het vak of sleep de schuifregelaar om het contrast tussen de randpixels te verhogen of te verlagen, zodat de afbeelding scherper oogt. Straal Hiermee bepaalt u het aantal pixels rondom de randpixels die worden aangepast door de verscherping. Typ een getal in het vak of sleep de schuifregelaar om de straalwaarde te wijzigen.
Hoeveel Hiermee bepaalt u hoeveel het contrast van de pixels moet worden vergroot. Voor afgedrukte afbeeldingen met een hoge resolutie geeft een waarde tussen 150% en 200% doorgaans het beste resultaat. Straal Hiermee geeft u aan hoeveel pixels rondom de randen moeten worden verscherpt. Voor afbeeldingen met een hoge resolutie geeft een waarde tussen 1 en 2 doorgaans het beste resultaat.
Het dialoogvenster Schokreductie. 4. Gebruik de schuifregelaar Gevoeligheid om de drempelwaarde voor schokken aan te passen. Door de gevoeligheid te verhogen, kunt u de resulterende afbeelding verbeteren. 5. Gebruik de punt ( ) in het midden van het schokgebied om dit gebied te verplaatsen. Wanneer u een schokgebied verplaatst, wordt het gebied daaronder opnieuw geanalyseerd om eventuele schokken te corrigeren. Ook wordt de afbeelding opnieuw geoptimaliseerd. 6.
Het dialoogvenster Schokreductie. Het schokgebied in de rechteronderhoek wordt op dit moment verwerkt. De voortgangsbalk wordt weergegeven. Opmerking: Als het gemaakte schokgebied niet over genoeg ruimte of informatie beschikt om een voorbeeld van de hoeveelheid schokken te geven, wordt in het schokgebied een waarschuwing ( ) weergegeven. Gebruik de grepen van het schokgebied om dat gebied groter te maken. 7.
Automatische slimme tint Geïntroduceerd in Photoshop Elements 12 Automatische slimme tint toepassen op een foto Automatische slimme tint leren Automatische slimme tint leren herstellen De functie Automatische slimme tint benut een intelligent algoritme om de toonwaarden in een afbeelding te wijzigen. De functie Automatische slimme tint past een correctie toe op uw foto. Bovendien is er een joystick die u over de afbeelding kunt verplaatsen om de resultaten te perfectioneren.
(links) Het verplaatsen van de joystick naar de donkere gebieden (bladeren of schaduw), zorgt ervoor dat de afbeelding in zijn geheel donkerder wordt. Dit blijkt uit de miniaturen links van de hoofdafbeelding. (rechts) Het verplaatsen van de joystick naar de heldere gebieden (heldere lucht of helder gras), zorgt ervoor dat de afbeelding in zijn geheel lichter wordt. Dit blijkt uit de miniaturen rechts van de hoofdafbeelding. Naar boven Automatische slimme tint toepassen op een foto 1.
A. Opties voor de functie Automatische slimme tint B. Schakelknop om een foto vóór en na een aanpassing weer te geven C. Omsluitend kader waarin u de joystick kunt verplaatsen D. Joystick die in het kader kan worden gesleept E. De knop Herstellen waarmee de joystick weer terugkeert naar de oorspronkelijke locatie die door Automatische slimme tint wordt voorgesteld F. Een van de vier automatisch gegenereerde live voorvertoningsminiaturen 2.
Camera Raw-afbeeldingsbestanden verwerken Camera Raw-afbeeldingsbestanden Procesversies Camera Raw-bestanden openen en verwerken Scherpte in Camera Raw-bestanden aanpassen Ruis verminderen in Camera Raw-afbeeldingen Wijzigingen in Camera Raw-afbeeldingen opslaan Open een Camera Raw-afbeeldingsbestand in de werkruimte Bewerken.
Als u wilt controleren welke procesversie wordt toegepast op uw Raw-afbeelding, klikt u op het tabblad Camerakalibratie in het dialoogvenster Camera Raw 9.1. In het veld Proces ziet u welke procesversie wordt gebruikt. Opmerking: als u niet gebruikmaakt van procesversie 2012, geeft een pictogram onder de Rawafbeelding aan dat een oudere versie wordt gebruikt. Kan ik schakelen tussen procesversies? Ja. In het dialoogvenster Camera Raw 9.
3. (Optioneel) Pas de afbeeldingsweergave aan met de besturingselementen zoals het gereedschap Zoomen of met opties zoals schaduwen en hooglichten, zodat uitgeknipte gebieden worden onthuld in het voorvertoningsgebied. (Zie Camera Rawbesturingselementen.) Opmerking: Als u Voorvertoning selecteert, kunt u een voorvertoning van de afbeelding met de gewijzigde instellingen weergeven.
contrast van de pixels wordt met de opgegeven hoeveelheid verhoogd. Als u een Camera Raw-bestand opent, berekent de Camera Raw-plug-in welke drempelwaarde moet worden gebruikt op basis van het cameramodel, de ISO-waarde en de belichtingscompensatie. U kunt opgeven of alle afbeeldingen moeten worden verscherpt of alleen de voorvertoningen. 1. Geef de voorvertoning weer met een zoompercentage van minimaal 100%. 2. Klik op het tabblad Detail. 3.
Raw-afbeeldingen. 2. Klik op de knop Afbeelding opslaan. 3. Geef in het dialoogvenster Opties voor opslaan aan waar u het bestand wilt opslaan en welke naam u het bestand wilt geven wanneer u meer dan één Camera Raw-bestand opslaat. Extra opties: Snel te laden gegevens insluiten: hiermee wordt een veel kleinere kopie van de Raw-afbeelding ingesloten in het DNG-bestand, zodat sneller een voorvertoning kan worden weergegeven van de Raw-afbeelding.
Gereedschap Rechttrekken Met het gereedschap Rechttrekken kunt u een afbeelding verticaal of horizontaal opnieuw uitlijnen. U kunt er ook de grootte van het canvas mee wijzigen en het canvas uitsnijden om het rechttrekken van de foto te vergemakkelijken. Rode ogen verwijderen In foto's die zijn gemaakt met flitslicht, verwijdert u met dit gereedschap rode ogen bij mensen en groene of witte ogen bij huisdieren. Dialoogvenster Voorkeuren openen Het voorkeurenvenster van Camera Raw wordt geopend.
Kleurzweem corrigeren Een kleurzweem automatisch verwijderen Een kleurzweem verwijderen met Niveaus Kleurcurven aanpassen Naar boven Een kleurzweem automatisch verwijderen Een kleurzweem is een niet gewenste kleurverschuiving in een foto. Een foto die binnenshuis zonder flitser is genomen, kan bijvoorbeeld te veel geel bevatten. Met de opdracht Kleurzweem verwijderen wijzigt u de algemene kleurenmix zodat kleurzwemen uit een foto worden verwijderd.
Blauw als u blauw of geel aan de foto wilt toevoegen. 3. Sleep de middelste invoerschuifregelaar naar links of rechts om kleur toe te voegen of te verwijderen. 4. Klik op OK als u tevreden bent met de totale kleur. U kunt de grijze kleurkiezer in het dialoogvenster Niveaus gebruiken om snel een kleurzweem te verwijderen. Dubbelklik op de kleurkiezer en zorg dat de RGB-waarden gelijk zijn. Nadat u de Kleurkiezer hebt gesloten, klikt u op een gebied in de foto dat neutraal grijs moet zijn.
dialoogvenster Kleurcurven aanpassen te sluiten. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Handelingen gebruiken om foto's te verwerken Overzicht van handelingen Een handelingenbestand op een afbeelding afspelen Handelingenbestanden beheren Naar boven Overzicht van handelingen Een handeling is een reeks stappen (taken) die op een foto wordt afgespeeld. Deze stappen kunnen menuopdrachten, deelvensteropties, gereedschapshandelingen enzovoort zijn.
kies Handelingen herstellen. Alle handelingen die standaard in Photoshop Elements beschikbaar zijn, worden hersteld. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Overzicht van de tekenfuncties Tekengereedschappen Voor- en achtergrondkleuren Overvloeimodi Webveilige kleuren Naar boven Tekengereedschappen Photoshop Elements biedt verschillende gereedschappen om kleur toe te passen en te bewerken. Wanneer u een tekengereedschap selecteert, worden er diverse vooraf ingestelde penseeluiteinden en instellingen voor de penseelgrootte, overvloeien, dekking en airbrush-effecten weergegeven op de optiebalk voor het gereedschap.
A. Vak met voorgrondkleur B. Klik om de standaardkleuren (zwart en wit) te gebruiken C. Klik om af te wisselen tussen de voor- en achtergrondkleur D. Vak met achtergrondkleur U kunt in de gereedschapset een nieuwe voor- of achtergrondkleur wijzigen met behulp van het pipet, het deelvenster Kleurstalen of de Kleurkiezer. Naar boven Overvloeimodi Met overvloeimodi bepaalt u het effect van een teken- of bewerkgereedschap op pixels.
Lineair doordrukken In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect. Donkerdere kleur In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de laagste waarde weergegeven.
De kleur van een overhemd wijzigen met de overvloeimodus Kleur Lichtsterkte In deze modus ontstaat een eindkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur. Naar boven Webveilige kleuren Webveilige kleuren zijn de 216 kleuren die door browsers op Windows- en Mac OS-platforms worden gebruikt.
Tekengereedschappen Het gereedschap Penseel gebruiken Het gereedschap Potlood gebruiken Het gereedschap Penseel Impressionist gebruiken Het gereedschap Natte vinger gebruiken Het gereedschap Gummetje gebruiken Het gereedschap Tovergummetje gebruiken Het gereedschap Achtergrondgummetje gebruiken Naar boven Het gereedschap Penseel gebruiken Met het penseel brengt u zachte of krachtige kleurstreken aan. U kunt er airbrushtechnieken mee simuleren.
Wissen Als u begint te tekenen en slepen in gebieden waarin de voorgrondkleur niet voorkomt, tekent u met de voorgrondkleur. Dit betekent dat als u met een andere kleur dan de voorgrondkleur begint, u alleen met de voorgrondkleur tekent. Klik op en teken in de gebieden met de voorgrondkleur; het potlood bevat de achtergrondkleur.
1. Selecteer het gereedschap Natte vinger in het gedeelte Verbeteren van de gereedschapset. (Als dit gereedschap niet wordt weergegeven in de gereedschapset, selecteert u het gereedschap Vervagen of Verscherpen. Klik vervolgens op het pictogram van het gereedschap Natte vinger op de optiebalk voor het gereedschap.) 2. Stel de gewenste opties in op de optiebalk voor het gereedschap en sleep in de afbeelding om de kleur uit te smeren.
Originele afbeelding (links) en na het wissen van de wolken (rechts) 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de gebieden die u wilt uitgummen. Opmerking: Als u de achtergrond selecteert, wordt deze automatisch een laag wanneer u het tovergummetje gebruikt. 2. Selecteer het gereedschap Tovergummetje in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset. (Als dit gereedschap niet wordt weergegeven in de gereedschapset, selecteert u het gereedschap Gummetje of Achtergrondgummetje.
De afleidende achtergrond wissen. U kunt de achtergrond vervangen door een andere achtergrond met het gereedschap Kloonstempel of door het toevoegen van een andere laag 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de gebieden die u wilt uitgummen. Opmerking: Als u de achtergrond selecteert, wordt deze automatisch een laag wanneer u het achtergrondgummetje gebruikt. 2. Selecteer het gereedschap Achtergrondgummetje in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset.
Aanpassingsfilters Het filter Egaliseren toepassen Het filter Verloop toewijzen toepassen Het filter Omkeren toepassen Het filter Waarden beperken toepassen Het filter Drempel toepassen Het Fotofilter toepassen Naar boven Het filter Egaliseren toepassen Met het filter Egaliseren wijzigt u de verdeling van de helderheidswaarden van de pixels in een afbeelding, zodat het volledige bereik van helderheidsniveaus beter door de pixels wordt weergegeven.
1. Selecteer een afbeelding, een laag of een gebied. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Filter > Aanpassingen > Verloop toewijzen. Maak een nieuwe aanpassingslaag Verloop toewijzen met het deelvenster Lagen of met het menu Laag, of open een bestaande aanpassingslaag Verloop toewijzen. 3. Geef de verloopvulling op die u wilt gebruiken: Als u een keuze wilt maken in een lijst met verloopvullingen, klikt u op het driehoekje rechts van de vulling in het dialoogvenster Verloop toewijzen.
kleurenafbeeldingen. Als u een specifiek aantal kleuren wilt gebruiken in een afbeelding, zet u de afbeelding om in grijswaarden en geeft u het gewenste aantal niveaus op. Zet de afbeelding vervolgens terug in de vorige kleurmodus en vervang de verschillende grijstonen door de gewenste kleuren. 1. Selecteer een afbeelding, een laag of een gebied. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Filter > Aanpassingen > Waarden beperken.
Een gekleurd filter past de kleurbalans en de kleurtemperatuur van het licht aan dat door de lens wordt doorgelaten en dat de film belicht. Met de opdracht Fotofilter kunt u een vooraf ingestelde kleur kiezen om een kleurtoonaanpassing toe te passen op een afbeelding. Als u een aangepaste kleuraanpassing wilt toepassen, kunt u via de opdracht Fotofilter een kleur opgeven met de Kleurkiezer van Adobe. Oorspronkelijke afbeelding (links) en warm filter (81) waarbij 60% dichtheid is toegepast (rechts) 1.
4. Klik op OK. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Panorama's samenstellen Photomerge-panorama's maken Een nieuwe Photomerge-panoramacompositie maken Interactief een Photomerge-panorama maken (alleen Photoshop Elements 10 en 11) Naar boven Photomerge-panorama's maken Op www.adobe.com/go/lrvid923_pse_en vindt u een video over dit proces. Met de opdracht Photomerge-panorama kunt u verschillende foto's combineren tot één doorlopende afbeelding. U kunt bijvoorbeeld vijf overlappende foto's van de skyline van een stad samenvoegen tot één panorama.
Verander niet van plaats Blijf op dezelfde plaats staan als u een serie foto's voor een panorama maakt, zodat de foto's vanuit hetzelfde gezichtspunt worden genomen. U slaagt er het beste in om het gezichtspunt consistent te houden als u de zoeker gebruikt en de camera dicht bij uw ogen houdt. U kunt ook een statief gebruiken om de camera op dezelfde plaats te houden.
kan optreden bij de lay-out Perspectief, door afzonderlijke afbeeldingen weer te geven als op een uitgerolde cilinder. De overlappende inhoud komt nog steeds overeen. De referentieafbeelding wordt in het middelpunt geplaatst. Dit is vooral geschikt als u brede panorama's maakt. Bolvormig Hiermee worden de afbeeldingen uitgelijnd en getransformeerd alsof het om de binnenkant van een bol gaat. Als u een reeks foto's van 360 graden hebt genomen, gebruikt u dit voor panorama's van 360 graden.
in als een perspectiefpunt. Ook worden de andere afbeeldingen dan uitgerekt en schuingetrokken om een effect Beeld omslaan te verkrijgen. Met het gereedschap Perspectiefpunt kunt u het perspectiefpunt wijzigen en de richting van het perspectief opnieuw instellen. 3. Sleep de afbeeldingen in het werkgebied en rangschik deze handmatig. 4. Klik op OK nadat u de compositie hebt ingesteld om het panorama te genereren als een nieuw bestand. De compositie wordt vervolgens in Photoshop Elements geopend.
Het perspectiefpunt wijzigen in een Photomerge-panorama Met het gereedschap Perspectiefpunt selecteert u de afbeelding waarop het perspectiefpunt is gebaseerd en wijzigt u het perspectief van de Photomerge-panoramacompositie. 1. Selecteer Perspectief in het gedeelte Instellingen van het dialoogvenster Photomerge. De middelste afbeelding is de standaardafbeelding voor het perspectiefpunt. (Als u deze afbeelding selecteert, wordt er een blauw kader omheen geplaatst). 2.
Opnieuw samenstellen Een foto opnieuw samenstellen in de modus Met instructies Een foto opnieuw samenstellen in de modus Expert Opties voor Opnieuw samenstellen Met het gereedschap Opnieuw samenstellen kunt u het formaat van foto's op intelligente wijze aanpassen, zodat belangrijke visuele elementen, zoals personen, gebouwen, dieren, enzovoort behouden blijven. Wanneer een foto op de gebruikelijke manier wordt geschaald, worden alle pixels evenzeer beïnvloed.
cirkel. Snelle markering zorgt ervoor dat het gebied binnen de cirkel wordt gemarkeerd voor bescherming. U kunt het formaat van het penseel en de foto opgeven. De groene gedeelten zijn de gebieden die zijn gemarkeerd voor bescherming. 4. Als u delen van ongewenste gemarkeerde gebieden (groene gebieden) wilt wissen, klikt u met de rechtermuisknop op de foto en selecteert u Markeringen voor beschermen wissen. 5.
Voorinstelling Hiermee kunt u de verhouding opgeven die u voor het wijzigen van het formaat wilt gebruiken. Voorinstelling is van invloed op de verhoudingen van de foto, niet op de afmetingen ervan. Als u bijvoorbeeld een vooraf ingestelde verhouding van 8 x 13 cm gebruikt, wordt het formaat van de afbeelding aan de hand van deze verhouding aangepast. Als u de foto met dezelfde verhouding wilt schalen, houdt u Shift ingedrukt en sleept u de hoekgrepen.
Vergroten/verkleinen Grootte en resolutie Monitorresolutie De afbeeldingsgrootte van een geopend bestand weergeven De afdrukgrootte op het scherm weergeven De afdrukafmetingen en de resolutie wijzigen zonder het aantal pixels te wijzigen Het aantal pixels in een afbeelding wijzigen Naar boven Grootte en resolutie De afbeeldingsgrootte (of pixelafmetingen) is een manier om het aantal pixels te meten langs de breedte en de hoogte van een afbeelding.
Met Verhoudingen behouden kunt u de afbeeldingsgrootte wijzigen zonder afbeeldingsgegevens te wijzigen Met de optie Verhoudingen behouden kunt u de hoogte-breedteverhouding (de verhouding tussen de breedte en de hoogte van de afbeelding) behouden. Als u deze optie selecteert en de grootte en resolutie wijzigt, rekt de afbeelding niet uit en wordt deze niet verkleind. Met de optie Nieuwe beeldpixels berekenen kunt u de grootte van een afbeelding wijzigen zonder de resolutie te wijzigen.
afbeelding (uitgedrukt in pixels en in de eenheid die momenteel is geselecteerd voor de linialen), het aantal kleurkanalen en de afbeeldingsresolutie (ppi). Naar boven De afdrukgrootte op het scherm weergeven Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Weergave > Afdrukgrootte. Selecteer het gereedschap Handje of Zoomen en klik op Afdrukgrootte in de balk met gereedschapsopties.
op het scherm, maar ook op de afbeeldingskwaliteit en op de afmetingen en de afbeeldingsresolutie van de afgedrukte uitvoer. Door het berekenen van nieuwe beeldpixels kan de kwaliteit van de afbeelding afnemen. Bij het verkleinen van het aantal pixels wordt informatie uit de afbeelding verwijderd. Bij het vergroten van het aantal pixels in de afbeelding worden nieuwe pixels toegevoegd op basis van kleurwaarden van bestaande pixels en verliest de afbeelding aan detail en scherpte.
dat geval kunt u beter de methode Bicubisch gebruiken. 3. Selecteer Verhoudingen behouden als u de huidige verhouding wilt behouden. Als deze optie is ingeschakeld, wordt de breedte automatisch bijgewerkt wanneer u de hoogte wijzigt en omgekeerd. 4. Typ bij Pixelafmetingen waarden voor Breedte en Hoogte. U kunt waarden invoeren als percentages van de huidige afmetingen door Procent te kiezen als de maateenheid.
Selecteren 171
Gereedschappen gebruiken om selecties te maken Selecties De selectiegereedschappen De gereedschappen Rechthoekig en Ovaal selectiekader gebruiken Het gereedschap Lasso gebruiken Het gereedschap Veelhoeklasso gebruiken Het gereedschap Magnetische lasso gebruiken Het gereedschap Toverstaf gebruiken Het gereedschap Snelle selectie gebruiken Het gereedschap Selectiepenseel gebruiken Magisch extraheren gebruiken De randen van een selectie verfijnen Een geselecteerd gebied verwijderen Gebieden selecteren en desel
Naar boven De selectiegereedschappen De selectiegereedschappen staan in de gereedschapset die standaard links in het scherm wordt weergegeven. In Photoshop Elements 13 moet de modus Expert actief zijn om de gereedschappen weer te geven. Gereedschap Rechthoekig selectiekader: Hiermee tekent u vierkante of rechthoekige selectiekaders. Gereedschap Ovaal selectiekader: hiermee tekent u ronde of ellipsvormige selectiekaders.
Naar boven De gereedschappen Rechthoekig en Ovaal selectiekader gebruiken Met het gereedschap Rechthoekig selectiekader tekent u vierkante of rechthoekige selectiekaders en met het gereedschap Ovaal selectiekader tekent u ronde of ellipsvormige selectiekaders. Opties voor de gereedschappen Rechthoekig en Ovaal selectiekader A. Gereedschap Rechthoekig selectiekader B. Gereedschap Ovaal selectiekader C. Nieuwe selectie D. Toevoegen aan selectie E. Verwijderen uit selectie F. Doorsnede maken met selectie 1.
Opties voor de lasso A. Het gereedschap Lasso B. Het gereedschap Veelhoeklasso C. Het gereedschap Magnetische lasso D. Nieuwe selectie E. Toevoegen aan selectie F. Verwijderen uit selectie G. Doorsnede maken met selectie 1. Selecteer de lasso in de gereedschapset. 2. In de balk met gereedschapsopties kunt u de lasso-opties instellen (optioneel).
Opties voor de veelhoeklasso A. Het gereedschap Lasso B. Het gereedschap Veelhoeklasso C. Het gereedschap Magnetische lasso D. Nieuwe selectie E. Toevoegen aan selectie F. Verwijderen uit selectie G. Doorsnede maken met selectie 1. Selecteer de veelhoeklasso in de gereedschapset. 2.
1. Selecteer de magnetische lasso in de gereedschapset. Voer een van de volgende handelingen uit als de Magnetische lasso is geselecteerd en u wilt wisselen tussen het gereedschap Magnetische lasso en de andere lassogereedschappen: U activeert het gereedschap Lasso door te drukken op Alt (Option in Mac OS) en te slepen. U activeert het gereedschap Veelhoeklasso door te drukken op Alt (Option in Mac OS) en te klikken. 2.
Het gereedschap Toverstaf gebruiken Met de Toverstaf selecteert u met één muisklik pixels met kleuren die zeer sterk overeenkomen. U geeft hierbij het kleurbereik, oftewel de overeenkomst, voor de selectie met de toverstaf op. Gebruik het gereedschap Toverstaf bij een gebied met dezelfde kleuren, bijvoorbeeld een blauwe hemel. Opties voor het gereedschap Toverstaf A. Gereedschap Toverstaf B. Nieuwe selectie C. Toevoegen aan selectie D. Verwijderen uit selectie E. Doorsnede maken met selectie 1.
Opties voor de gereedschappen Snelle selectie en Selectiepenseel A. Gereedschap Snelle selectie B. Gereedschap Selectiepenseel C. Nieuwe selectie D. Toevoegen aan selectie E. Verwijderen uit selectie 1. Selecteer het gereedschap Snelle selectie. 2. Selecteer op de balk met gereedschapsopties een van de volgende opties: Nieuwe selectie Hiermee kunt u een nieuwe selectie tekenen. Deze optie is standaard geselecteerd. Toevoegen aan selectie Hiermee kunt u een bestaande selectie uitbreiden.
Opties voor het gereedschap Selectiepenseel A. Selectiepenseel B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D. Pop-upvenster Selectie E. Popupvenster Penseel F. Penseelgrootte G. Hardheid H. Dialoogvensterknop Randen verfijnen 1. Selecteer het gereedschap Selectiepenseel in de gereedschapset. Mogelijk moet u klikken op het gereedschap Snelle selectie in de gereedschapset en het selectiepenseel selecteren in de weergegeven lijst met verborgen gereedschappen. 2.
Naar boven Magisch extraheren gebruiken Opmerking: De functie Magisch extraheren is niet beschikbaar in Adobe Photoshop Elements 12 en hoger. Gebruik Magisch extraheren voor het maken van nauwkeurige selecties op basis van de vormgeving van de voorgrond- en de achtergrondgebieden die u opgeeft. U kunt deze gebieden opgeven door gekleurde markeringen te plaatsen in de gebieden die u wilt selecteren.
handelingen uit: Kies een nieuwe grootte in het menu Penseelgrootte. Klik op het staal voor Voorgrondkleur of Achtergrondkleur en kies een nieuwe kleur in de Kleurkiezer. Klik vervolgens op OK. 8. Klik op Voorvertoning om de huidige selectie te bekijken. 9. Om de instellingen voor voorvertoning op te geven, voert u een van de volgende handelingen uit: Als u wilt wijzigen wat wordt weergegeven in het gebied voor de voorvertoning, kiest u Selectiegebied of Originele foto in het menu Weergave.
In Photoshop Elements 11 kunt u uw selectie perfectioneren in het dialoogvenster Hoeken verfijnen (selecteer een gedeelte van een afbeelding > klik met de rechtermuisknop op de selectie > selecteer Hoeken verfijnen). U kunt het dialoogvenster Hoeken verfijnen ook openen door op Selecteren > Hoeken verfijnen te klikken.
Belangrijk: aangezien u met deze optie de pixelkleur verandert, dient u er een nieuwe laag of een nieuw document voor te maken. Bewaar echter de originele laag, zodat u deze desgewenst kunt herstellen. (U kunt de wijzigingen in de pixelkleur gemakkelijk zien wanneer u Laag zichtbaar maken kiest als weergavemodus.) Hoeveel. Hiermee wijzigt u de mate van zuivering en randvervanging. Uitvoer naar.
Selecties verplaatsen en kopiëren Een selectie verplaatsen Selecties of lagen kopiëren Selecties kopiëren met het gereedschap Verplaatsen Een selectie kopiëren met behulp van opdrachten Een selectie in een andere selectie plakken Naar boven Een selectie verplaatsen Met het gereedschap Verplaatsen kunt u een pixelselectie knippen en naar een nieuwe positie in de foto slepen.
geselecteerde laag (als er geen actieve selectie in de afbeelding is). Met de zijden en hoeken van de vakken kunt u de grootte van de selectie of laag aanpassen. Opmerking: Een selectiekader is niet zichtbaar voor een achtergrondlaag. Markering tonen op rollover Hiermee markeert u individuele lagen als de muis boven de afbeelding zweeft. Klik op een gemarkeerde laag om deze te selecteren en te verplaatsen. Lagen die al geselecteerd zijn, worden niet gemarkeerd wanneer u de muis erboven houdt.
Als u de gedupliceerde selectie wilt verschuiven met 1 pixel, houdt u Alt (Option in Mac OS) ingedrukt en drukt u op een pijltoets. (Hiermee worden de pixels verplaatst en gekopieerd, waardoor een vervaagd effect ontstaat.) Als u de gedupliceerde selectie wilt verschuiven met 10 pixels, houdt u Alt (Option in Mac OS) +Shift ingedrukt en drukt u op een pijltoets. (Hiermee worden de pixels verplaatst en niet gekopieerd.
buiten het kader plaatst. 4. Sleep met de aanwijzer in het selectiekader de geplakte afbeelding naar de juiste locatie. 5. Als het resultaat naar wens is, deselecteert u de geplakte afbeelding om de wijzigingen vast te leggen. Houd Ctrl (Option in Mac OS) ingedrukt om het gereedschap Verplaatsen te activeren terwijl een ander gereedschap is geselecteerd. (Deze methode werkt niet bij het handje.) De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Selecties aanpassen Een selectiekader verplaatsen Een selectie omkeren Toevoegen aan of verwijderen uit een selectie Een gebied selecteren dat een selectie doorsnijdt Een selectie uitbreiden of inperken met een specifiek aantal pixels Een selectie omringen door een nieuw selectiekader Gebieden met soortgelijke kleuren in een selectie opnemen Overbodige pixels uit een op kleuren gebaseerde selectie verwijderen Een rand van een selectie verwijderen Naar boven Een selectiekader verplaatsen Door het selectiek
Naar boven Een gebied selecteren dat een selectie doorsnijdt U kunt het gebied beperken waarop een selectie effect heeft. In een foto van met sneeuw bedekte bergen kunt u bijvoorbeeld witte wolken selecteren in de lucht zonder gebieden van de witte berg eronder. U doet dit door de gehele lucht te selecteren en vervolgens de toverstaf te gebruiken met Doorsnede maken met selectie geselecteerd en Aangrenzend uitgeschakeld om alleen de witte gebieden te selecteren binnen de bestaande luchtselectie.
maken rondom de afbeelding (onderste afbeelding). 1. Kies een selectiegereedschap en maak een selectie. 2. Kies Selecteren > Bewerken > Omranden. 3. Voer een waarde tussen 1 en 200 in het tekstvak Breedte in en klik op OK. Gebieden met soortgelijke kleuren in een selectie opnemen Naar boven 1.
3. In het dialoogvenster Rand verwijderen typt u het aantal pixels dat u rondom het object wilt vervangen. Een waarde van 1 of 2 is voldoende. 4. Klik op OK. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Selecties bewerken en verfijnen Geïntroduceerd in Photoshop Elements 13 Selecties bewerken Het maken van selecties vormt een cruciaal onderdeel van het bewerkingsproces. Photoshop Elements 13 beschikt over een nieuw gereedschap: Penseel Selectie verfijnen. Dit gereedschap helpt u bij het toevoegen van gebieden aan of het verwijderen van gebieden uit een selectie door de randen automatisch te detecteren. De cursor voor het gereedschap is een set van twee concentrische cirkels.
U kunt de selectie van een afbeelding als volgt verfijnen: 1. Open een afbeelding in de modus Snel/Expert. Selecteer een afbeelding met nauwkeurige en gedetailleerde randen 2. Selecteer het gereedschap Penseel Selectie verfijnen (A). 3. Kies de modus Toevoegen uit de vier beschikbare modi (Toevoegen, Verwijderen, Pushen, Vloeiend maken). Selectiecursor in modus Toevoegen 4. Houd de cursor ingedrukt op de afbeelding waarin u nauwkeurige en verfijnde elementen wilt selecteren.
Een groter wordende selectie binnen de cursor van het penseel Selectie verfijnen (in de modus Toevoegen) A - De binnencirkel van de cursor, waar het selectiegebied groter wordt. Het binnengebied wordt automatisch geselecteerd. B - De buitenrand van de selectierand. C - De binnenrand van de selectierand. D - De buitencirkel van de cursor, waar het selectiegebied niet langer groter wordt, zelfs als u de muis oneindig ingedrukt houdt.
Selecteer de fijne details die u in uw foto hebt vastgelegd met behulp van de cursor Selectierand. 7. Blijf oefenen en voer stap 6 uit, wijzig uw selecties en gebruik de modi Verwijderen, Pushen en Vloeiend maken van het gereedschap Penseel Selectie verfijnen. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Vloeiend maken van selectieranden met anti-aliasing en doezelen De randen van een selectie verzachten met anti-aliasing De randen van een selectie vervagen met doezelen Een doezelrand voor een selectiegereedschap definiëren Een doezelrand voor een bestaande selectie definiëren De randen van een selectie verzachten met anti-aliasing Naar boven U kunt de harde randen van een selectie verzachten met anti-aliasing of doezelen.
Een doezelrand voor een bestaande selectie definiëren 1. Breng in de werkruimte Bewerken een selectie aan met een selectiegereedschap uit de gereedschapset. 2. Kies Selecteren > Doezelaar. 3. Typ een waarde tussen 0,2 en 250 in het tekstvak Doezelstraal en klik op OK. De doezelstraal bepaalt de breedte van de gedoezelde rand.
Selecties opslaan Een selectie opslaan, laden of verwijderen Een opgeslagen selectie wijzigen Een nieuwe selectie wijzigen met een opgeslagen selectie Naar boven Een selectie opslaan, laden of verwijderen Door een selectie op te slaan kunt u het geselecteerde gebied van een foto op een later tijdstip bewerken. Voordat u de opgeslagen selectie laadt, kunt u de overige delen van een foto bewerken.
3. Kies in het dialoogvenster Selectie opslaan de selectie die u wilt wijzigen in het menu Selectie. 4. Selecteer een van de volgende opties en klik op OK: Selectie vervangen Hiermee vervangt u de opgeslagen selectie door de huidige selectie. Toevoegen aan selectie Hiermee voegt u de huidige selectie toe aan de opgeslagen selectie. Verwijderen uit selectie Hiermee verwijdert u de huidige selectie uit de opgeslagen selectie.
Kleur 201
Kleur begrijpen Kleuren Het HSB-model Het RGB-model De kleurenschijf In Adobe® Photoshop® Elements maakt u gebruik van twee kleurmodellen om kleuren te bewerken. Eén model is gebaseerd op de menselijke waarneming van een kleur aan de hand van de kleurtoon, verzadiging en helderheid (hue, saturation en brightness, HSB) en het andere model is gebaseerd op de wijze waarop een kleur wordt weergegeven door een computermonitor (in waarden voor rood, groen en blauw ofwel RGB).
Additieve kleuren (RGB) A. Rood B. Groen C. Blauw D. Geel E. Magenta F. Cyaan Naar boven De kleurenschijf Aan de hand van de kleurenschijf krijgt u een beter inzicht in de relaties tussen kleuren. Rood, groen en blauw zijn de additieve primaire kleuren. Cyaan, magenta en geel zijn de subtractieve primaire kleuren. Recht tegenover elke additieve primaire kleur bevindt zich de desbetreffende complementaire kleur: rood-cyaan, groen-magenta en blauw-geel.
De grondbeginselen van kleur- en tooncorrectie Overzicht van kleurcorrectie Kleuren corrigeren in de modus Snel Gereedschappen in de modus Snel Kleuren corrigeren in de modus Expert Kleur en belichting automatisch corrigeren Histogrammen Een histogram weergeven Naar boven Overzicht van kleurcorrectie Photoshop Elements bevat verschillende gereedschappen en opdrachten voor het corrigeren van het toonbereik, de kleuren en de scherpte van foto's, en voor het verwijderen van stofvlekjes of andere onvolkomenhe
In de modus Snel zijn gemakshalve veel van de standaardgereedschappen voor het corrigeren van foto's in Photoshop Elements gegroepeerd. Als u in de modus Snel werkt, is het verstandig slechts een beperkt aantal instellingen voor kleuren en belichting toe te passen op een foto. Gewoonlijk gebruikt u slechts een van de automatische instellingen op een foto. Als die instelling niet het gewenste resultaat oplevert, klikt u op Herstellen en probeert u een andere instelling.
besturingselement ongedaan maken waarmee u momenteel werkt. Klik op Herstellen als u alle correcties die op de foto zijn toegepast, wilt annuleren. De afbeelding wordt teruggezet naar de status van het begin van de huidige bewerkingssessie. Naar boven Gereedschappen in de modus Snel Als u een foto wilt perfectioneren en de voorvertoning als uitgangspunt wilt gebruiken, klikt u op de foto, houdt u de muisknop ingedrukt en sleept u naar links of rechts.
in kleuren met meer verzadiging. Met dit besturingselement kunt u huidtonen wijzigen zonder dat deze oververzadigd worden. Balans Hiermee past u de kleurbalans van een afbeelding aan zonder het contrast te veranderen. Temperatuur Sleep de schuifregelaar om de kleuren warmer (rood) of koeler (blauw) te maken. Gebruik deze instelling voor het verbeteren van zonsondergangen of huidskleuren, of wanneer een onjuiste kleurbalans is ingesteld door de camera.
Gereedschap Handje Hiermee verplaatst u de foto in het voorvertoningsvenster als niet de gehele foto zichtbaar is. Druk op de spatiebalk om toegang te krijgen tot het handje wanneer een ander gereedschap is geselecteerd. Gereedschap Snelle selectie Hiermee selecteert u gedeelten van de afbeelding, afhankelijk van waar u klikt of met het gereedschap sleept. (Zie Het gereedschap Snelle selectie gebruiken.) Gereedschap Uitsnijden Hiermee verwijdert u een gedeelte van een foto.
De hooglichten en de schaduwen aanpassen. Begin de correcties door het aanpassen van de pixelwaarden van extreme hooglichten en schaduwen in de afbeelding (ook wel toonbereik genoemd). Door een algeheel toonbereik in te stellen verkrijgt u zoveel mogelijk details over de hele afbeelding. Dit proces wordt het instellen van hooglichten en schaduwen of van de wit- en zwartpunten genoemd. (Zie Aanpassingen met Niveaus of Bewerken met instructies: Niveaus.) De kleurbalans aanpassen.
Autocontrast Hiermee past u het totale contrast van een foto aan zonder dat dit van invloed is op de kleuren ervan. Gebruik Autocontrast als de foto meer contrast nodig heeft, terwijl de kleuren er goed uitzien. Autocontrast wijst de lichtste en donkerste pixels in de afbeelding toe aan wit en zwart, waardoor hooglichten lichter en schaduwen donkerder worden weergegeven.
weinig doen om dit soort foto's te herstellen. Als u werkt met een gescande foto, kunt u proberen deze opnieuw te scannen om een beter toonbereik te krijgen. Als de digitale camera een fotohistogram kan weergeven, controleert u dit om te zien of de belichting in orde is en past u indien nodig de belichting aan. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie.
kleurkanalen. Lichtsterkte Hiermee geeft u een histogram weer met de lichtsterkte of intensiteitwaarden van het samengestelde kanaal. Kleuren Dit geeft het samengestelde RGB-histogram weer per afzonderlijke kleur. Rood, groen en blauw geven de pixels in die kanalen aan. Cyaan, magenta en geel geven aan waar de histogrammen van twee kanalen elkaar overlappen. Grijs geeft de gebieden aan waar de drie kleurkanaalhistogrammen elkaar overlappen. Grijswaardenafbeeldingen hebben één kanaaloptie: Grijs. 4.
De kleur, verzadiging en kleurtoon aanpassen Verzadiging en kleurtoon aanpassen De tint van huidskleuren aanpassen De verzadiging in geïsoleerde gebieden aanpassen De kleur van een object wijzigen Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwart-wit Afbeeldingen automatisch omzetten in zwart-wit Aangepaste voorinstellingen toevoegen voor omzetten in zwart-wit Kleur toevoegen aan een grijswaardenafbeelding Naar boven Verzadiging en kleurtoon aanpassen Met de opdracht Kleurtoon/verzadiging past u de kleurtoon, de
Gebruik de schuifregelaar Lichtsterkte samen met de andere aanpassingen om een gedeelte van een foto lichter of donkerder te maken. Pas op dat u deze aanpassingen niet voor de hele foto gebruikt, omdat het totale toonbereik erdoor wordt verminderd. Kleurverzadiging of kleurtoon wijzigen 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleurtoon/verzadiging aanpassen.
invloed is op de mate van kleurverschuiving. Sleep het grijze middendeel om de regelaar in zijn geheel te verplaatsen en zo een ander kleurgebied te kiezen. Sleep een van de verticale, witte balken naast het donkergrijze middendeel om het bereik van de kleurcomponent aan te passen. Een vergroting van het bereik betekent minder kleurverschuiving en omgekeerd.
Origineel (boven) en na aanpassing van huidskleur (onder) 1. Open de foto en selecteer de laag die u wilt corrigeren. 2. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Huidskleur aanpassen. 3. Klik op een gebied met huid. De kleuren in de foto worden automatisch aangepast. De wijzigingen kunnen subtiel zijn. Opmerking: Let erop dat Voorvertoning is geselecteerd zodat u de kleurveranderingen te zien krijgt zodra deze zich voordoen. 4.
1. Selecteer het gereedschap Spons. 2. Stel gereedschapsopties in op de optiebalk: Modus Hiermee verhoogt of verlaagt u de kleurverzadiging. Kies Verzadigen als u de verzadiging van de kleur wilt intensiveren. Bij grijswaarden verhoogt u het contrast met Verzadigen. Kies Minder verzadiging als u de verzadiging van de kleur wilt afzwakken. Bij grijswaarden verlaagt u het contrast met Minder verzadiging. Penseel Hiermee stelt u het penseeluiteinde in.
Naar boven Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwart-wit Op www.adobe.com/go/lrvid2325_pse9_nl vindt u een video over dit proces. Met de opdracht Omzetten in zwart-wit kunt u een specifieke omzettingsstijl kiezen die op de afbeelding moet worden toegepast. Dit is anders dan de opdracht Kleur verwijderen die de afbeelding automatisch in zwart-wit omzet.
constant. Deze opdracht heeft hetzelfde effect als het instellen op –100 van de optie Verzadiging in het dialoogvenster Kleurtoon/verzadiging. 1. Als u een specifiek gedeelte van de afbeelding wilt aanpassen, selecteert u het met een van de selectiegereedschappen. Als u niets selecteert, heeft de aanpassing effect op de hele afbeelding. 2. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleur verwijderen.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Camera Raw-afbeeldingsbestanden verwerken Camera Raw-afbeeldingsbestanden Procesversies Camera Raw-bestanden openen en verwerken Scherpte in Camera Raw-bestanden aanpassen Ruis verminderen in Camera Raw-afbeeldingen Wijzigingen in Camera Raw-afbeeldingen opslaan Open een Camera Raw-afbeeldingsbestand in de werkruimte Bewerken.
Als u wilt controleren welke procesversie wordt toegepast op uw Raw-afbeelding, klikt u op het tabblad Camerakalibratie in het dialoogvenster Camera Raw 9.1. In het veld Proces ziet u welke procesversie wordt gebruikt. Opmerking: als u niet gebruikmaakt van procesversie 2012, geeft een pictogram onder de Rawafbeelding aan dat een oudere versie wordt gebruikt. Kan ik schakelen tussen procesversies? Ja. In het dialoogvenster Camera Raw 9.
3. (Optioneel) Pas de afbeeldingsweergave aan met de besturingselementen zoals het gereedschap Zoomen of met opties zoals schaduwen en hooglichten, zodat uitgeknipte gebieden worden onthuld in het voorvertoningsgebied. (Zie Camera Rawbesturingselementen.) Opmerking: Als u Voorvertoning selecteert, kunt u een voorvertoning van de afbeelding met de gewijzigde instellingen weergeven.
contrast van de pixels wordt met de opgegeven hoeveelheid verhoogd. Als u een Camera Raw-bestand opent, berekent de Camera Raw-plug-in welke drempelwaarde moet worden gebruikt op basis van het cameramodel, de ISO-waarde en de belichtingscompensatie. U kunt opgeven of alle afbeeldingen moeten worden verscherpt of alleen de voorvertoningen. 1. Geef de voorvertoning weer met een zoompercentage van minimaal 100%. 2. Klik op het tabblad Detail. 3.
Raw-afbeeldingen. 2. Klik op de knop Afbeelding opslaan. 3. Geef in het dialoogvenster Opties voor opslaan aan waar u het bestand wilt opslaan en welke naam u het bestand wilt geven wanneer u meer dan één Camera Raw-bestand opslaat. Extra opties: Snel te laden gegevens insluiten: hiermee wordt een veel kleinere kopie van de Raw-afbeelding ingesloten in het DNG-bestand, zodat sneller een voorvertoning kan worden weergegeven van de Raw-afbeelding.
Gereedschap Rechttrekken Met het gereedschap Rechttrekken kunt u een afbeelding verticaal of horizontaal opnieuw uitlijnen. U kunt er ook de grootte van het canvas mee wijzigen en het canvas uitsnijden om het rechttrekken van de foto te vergemakkelijken. Rode ogen verwijderen In foto's die zijn gemaakt met flitslicht, verwijdert u met dit gereedschap rode ogen bij mensen en groene of witte ogen bij huisdieren. Dialoogvenster Voorkeuren openen Het voorkeurenvenster van Camera Raw wordt geopend.
Kleuren en Camera Raw Het histogram en de RGB-waarden gebruiken in Camera Raw Besturingselementen voor de witbalans in Camera Raw Afbeeldingen en kleurtonen aanpassen in Camera Raw-bestanden In het dialoogvenster Camera Raw kunt u eerste aanpassingen en wijzigingen uitvoeren in een Raw-afbeelding voordat u deze in Photoshop Elements gaat bewerken. Als de optie Voorvertoning is ingeschakeld, kunt u zien hoe de gewijzigde afbeelding eruitziet.
A. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar rechts om een foto te corrigeren die met een hogere kleurtemperatuur van het licht is genomen.B. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar links om een foto te corrigeren die met een lagere kleurtemperatuur van het licht is genomen.C. De foto nadat de kleurtemperatuur is aangepast. Kleur Hiermee stelt u de witbalans af ter compensatie van een groene of een magenta kleur.
verhoogd. Als u een lagere waarde instelt, wordt het contrast in de afbeelding verlaagd. In de meeste gevallen wijzigt u het contrast van de middentonen met de schuifregelaar Contrast nadat u de belichting, schaduwen en helderheid hebt ingesteld. Herstel Kies deze optie om te proberen details te herstellen in gebieden met hooglichten. Camera Raw kan bepaalde details reconstrueren uit gebieden waarin een of twee kleurkanalen zijn bijgesneden tot wit.
kleuren in elkaar overlopen. Cameraprofiel Hiermee kiest u het ACR-profiel (Adobe Camera Raw). Camera Raw gebruikt profielen om Raw-afbeeldingen te verwerken voor elk cameramodel dat het ondersteunt. Kies ACR 4.4, ACR 2.4 of Adobe-standaard om te kunnen kiezen uit de verschillende cameraprofielen in het tabblad Camerakalibratie. Bij sommige camera's wordt een hoger versienummer vermeld ter verwijzing naar nieuwe, verbeterde cameraprofielen.
Kleurzweem corrigeren Een kleurzweem automatisch verwijderen Een kleurzweem verwijderen met Niveaus Kleurcurven aanpassen Naar boven Een kleurzweem automatisch verwijderen Een kleurzweem is een niet gewenste kleurverschuiving in een foto. Een foto die binnenshuis zonder flitser is genomen, kan bijvoorbeeld te veel geel bevatten. Met de opdracht Kleurzweem verwijderen wijzigt u de algemene kleurenmix zodat kleurzwemen uit een foto worden verwijderd.
Blauw als u blauw of geel aan de foto wilt toevoegen. 3. Sleep de middelste invoerschuifregelaar naar links of rechts om kleur toe te voegen of te verwijderen. 4. Klik op OK als u tevreden bent met de totale kleur. U kunt de grijze kleurkiezer in het dialoogvenster Niveaus gebruiken om snel een kleurzweem te verwijderen. Dubbelklik op de kleurkiezer en zorg dat de RGB-waarden gelijk zijn. Nadat u de Kleurkiezer hebt gesloten, klikt u op een gebied in de foto dat neutraal grijs moet zijn.
dialoogvenster Kleurcurven aanpassen te sluiten. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Kleurbeheer instellen Kleurbeheer Kleurbeheer instellen Kleurprofiel omzetten Naar boven Kleurbeheer Met kleurbeheer kunt u consistente kleuren verkrijgen voor digitale camera's, scanners, computermonitors en printers. Al deze apparaten reproduceren een verschillend kleurenbereik, de zogenaamde kleuromvang. Wanneer u een afbeelding overzet van de digitale camera naar de monitor en ten slotte naar een printer, verschuiven de afbeeldingskleuren.
A. Profielen beschrijven de kleurruimten van het invoerapparaat en het document. B. In de profielbeschrijvingen geeft het kleurbeheersysteem de werkelijke kleuren van het document aan. C. Het monitorprofiel geeft aan het kleurbeheersysteem door hoe de numerieke waarden moeten worden omgezet in de kleurruimte van de monitor. D.
Kleurbeheer instellen 1. Kies in Photoshop Elements Bewerken > Kleurinstellingen. 2. Selecteer een van de volgende opties voor kleurbeheer en klik op OK. Geen kleurbeheer De afbeelding blijft ongetagd. Bij deze optie wordt het monitorprofiel gebruikt als de werkruimte. Hierbij worden ingesloten profielen verwijderd bij het openen van afbeeldingen, en wordt de afbeelding niet getagd bij opslaan. Altijd kleuren optimaliseren voor computerschermen Hierbij wordt sRGB als de RGB-werkruimte gebruikt.
Afbeeldingsmodi en kleurentabellen gebruiken Afbeeldingsmodi Een afbeelding omzetten in de modus Bitmap Een bitmapafbeelding omzetten in een grijswaardenafbeelding Een afbeelding omzetten in de modus Geïndexeerde kleur Kleuren in een geïndexeerde-kleurentabel bewerken Transparantie aan één kleur in een geïndexeerde-kleurentabel toewijzen Een vooraf gedefinieerde geïndexeerde-kleurentabel gebruiken Een geïndexeerde-kleurentabel opslaan of laden Naar boven Afbeeldingsmodi Een afbeeldingsmodus bepaalt het a
oorspronkelijke versie nog kunt bewerken na de omzetting. Voeg alle lagen van het bestand samen tot één laag voordat u het omzet. De interactie tussen kleuren in modi met overvloeiende lagen verandert wanneer u een andere modus kiest. Opmerking: Bij omzetting in de modus Bitmap of Geïndexeerde kleur worden verborgen lagen verwijderd en afbeeldingen automatisch samengevoegd tot één laag, omdat deze modi geen lagen ondersteunen.
naar de modus Bitmap. 1. Kies Afbeelding > Modus > Grijswaarden. 2. Geef een waarde tussen 1 en 16 op voor de verhouding. De verhouding is de factor waarmee de omvang van de afbeelding wordt verkleind. Als u bijvoorbeeld een grijswaardenafbeelding 50% wilt verkleinen, geeft u 2 op als verhoudingsfactor. Als u een getal groter dan 1 opgeeft, wordt van meerdere pixels in de bitmapafbeelding het gemiddelde genomen en worden ze omgezet in één pixel in de grijswaardenafbeelding.
adaptieve palet weer, waarmee u de kleuren kunt bekijken die het meest in de afbeelding voorkomen. Vorige Met deze optie kiest u het aangepaste palet dat u bij de vorige omzetting hebt gebruikt. Dit is handig als u meerdere afbeeldingen wilt omzetten met hetzelfde aangepaste palet. Kleuren Hiermee geeft u voor de paletten Uniform, Perceptueel, Selectief of Adaptief het aantal kleuren op dat in de kleurentabel moet worden opgenomen (maximaal 256).
Een vooraf gedefinieerde geïndexeerde-kleurentabel gebruiken Naar boven 1. Kies Afbeelding > Modus > Kleurentabel. 2. Kies een optie in het menu Tabel: Zwart lichaam Hiermee geeft u een palet weer dat is gebaseerd op de verschillende kleuren die worden uitgestraald door een zwarte radiator als deze wordt verhit, van zwart via rood, oranje en geel tot wit. Grijswaarde Hiermee geeft u een palet weer dat is gebaseerd op 256 grijstinten, van zwart tot wit.
Tekenen en verven 242
Overzicht van de tekenfuncties Tekengereedschappen Voor- en achtergrondkleuren Overvloeimodi Webveilige kleuren Naar boven Tekengereedschappen Photoshop Elements biedt verschillende gereedschappen om kleur toe te passen en te bewerken. Wanneer u een tekengereedschap selecteert, worden er diverse vooraf ingestelde penseeluiteinden en instellingen voor de penseelgrootte, overvloeien, dekking en airbrush-effecten weergegeven op de optiebalk voor het gereedschap.
A. Vak met voorgrondkleur B. Klik om de standaardkleuren (zwart en wit) te gebruiken C. Klik om af te wisselen tussen de voor- en achtergrondkleur D. Vak met achtergrondkleur U kunt in de gereedschapset een nieuwe voor- of achtergrondkleur wijzigen met behulp van het pipet, het deelvenster Kleurstalen of de Kleurkiezer. Naar boven Overvloeimodi Met overvloeimodi bepaalt u het effect van een teken- of bewerkgereedschap op pixels.
Lineair doordrukken In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect. Donkerdere kleur In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de laagste waarde weergegeven.
De kleur van een overhemd wijzigen met de overvloeimodus Kleur Lichtsterkte In deze modus ontstaat een eindkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur. Naar boven Webveilige kleuren Webveilige kleuren zijn de 216 kleuren die door browsers op Windows- en Mac OS-platforms worden gebruikt.
Tekengereedschappen Het gereedschap Penseel gebruiken Het gereedschap Potlood gebruiken Het gereedschap Penseel Impressionist gebruiken Het gereedschap Natte vinger gebruiken Het gereedschap Gummetje gebruiken Het gereedschap Tovergummetje gebruiken Het gereedschap Achtergrondgummetje gebruiken Naar boven Het gereedschap Penseel gebruiken Met het penseel brengt u zachte of krachtige kleurstreken aan. U kunt er airbrushtechnieken mee simuleren.
Wissen Als u begint te tekenen en slepen in gebieden waarin de voorgrondkleur niet voorkomt, tekent u met de voorgrondkleur. Dit betekent dat als u met een andere kleur dan de voorgrondkleur begint, u alleen met de voorgrondkleur tekent. Klik op en teken in de gebieden met de voorgrondkleur; het potlood bevat de achtergrondkleur.
1. Selecteer het gereedschap Natte vinger in het gedeelte Verbeteren van de gereedschapset. (Als dit gereedschap niet wordt weergegeven in de gereedschapset, selecteert u het gereedschap Vervagen of Verscherpen. Klik vervolgens op het pictogram van het gereedschap Natte vinger op de optiebalk voor het gereedschap.) 2. Stel de gewenste opties in op de optiebalk voor het gereedschap en sleep in de afbeelding om de kleur uit te smeren.
Originele afbeelding (links) en na het wissen van de wolken (rechts) 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de gebieden die u wilt uitgummen. Opmerking: Als u de achtergrond selecteert, wordt deze automatisch een laag wanneer u het tovergummetje gebruikt. 2. Selecteer het gereedschap Tovergummetje in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset. (Als dit gereedschap niet wordt weergegeven in de gereedschapset, selecteert u het gereedschap Gummetje of Achtergrondgummetje.
De afleidende achtergrond wissen. U kunt de achtergrond vervangen door een andere achtergrond met het gereedschap Kloonstempel of door het toevoegen van een andere laag 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de gebieden die u wilt uitgummen. Opmerking: Als u de achtergrond selecteert, wordt deze automatisch een laag wanneer u het achtergrondgummetje gebruikt. 2. Selecteer het gereedschap Achtergrondgummetje in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset.
De verbeterde modus Snel Effecten Structuren Kaders Een effect, structuur of kader toepassen In de modus Snel zijn de belangrijkste gereedschappen voor fotocorrectie in één locatie gegroepeerd, zodat u snel de belichting, kleur, scherpte en andere aspecten van een afbeelding kunt corrigeren. U kunt uw foto's in Photoshop Elements 12 niet alleen verbeteren, u kunt ze ook transformeren in professioneel ogende kunstwerken. Er zijn drie nieuwe deelvensters beschikbaar: Effecten, Structuren en Kaders.
voorinstellingen voor Cross-processing. Effecten worden toegepast als een nieuwe laag met een laagmasker. U kunt het laagmasker in de modus Expert bewerken om het effect uit bepaalde gebieden te verwijderen of te reduceren. De volgende lijst bevat een korte beschrijving van elk van de beschikbare effecten: Automatische slimme looks Hiermee wordt de beschikbare afbeelding geanalyseerd en worden op basis van de inhoud van de afbeelding, opties geboden met verschillende toegepaste effecten.
Getint zwart Litho Hiermee past u een litho-effect toe op een afbeelding. Beschikbare variaties: Sepia Zwart Koper Blauw Groen Cross-processing Hiermee past u een effect toe waardoor de afbeelding eruitziet als een foto die is ontwikkeld met een chemische oplossing die is bedoeld voor een ander type film.
reduceren. Naar boven Kaders In het deelvenster Kaders kunt u uit tien beschikbare kaders kiezen die u op uw foto's kunt toepassen. Het kader wordt automatisch op de best mogelijke manier om de foto gepast. U kunt de afbeelding en het kader ook verplaatsen of transformeren. Dit doet u door met het gereedschap Verplaatsen te dubbelklikken in het kader. U kunt in de modus Expert de achtergrondkleur veranderen van wit in een willekeurige andere kleur door de laag Kleurenvulling te wijzigen.
Kleuren kiezen Een kleur kiezen met het pipet Een kleur kiezen met de gereedschapset Het deelvenster Kleurstalen gebruiken De Adobe Kleurkiezer gebruiken Naar boven Een kleur kiezen met het pipet Met het gereedschap Pipet kunt u eenvoudig een kleur kopiëren, omdat u geen staal hoeft te selecteren. Met dit gereedschap kopieert u of neemt u een monster van een gebied in de foto om een nieuwe voor- of achtergrondkleur in te stellen.
5. Laat de muisknop los om de nieuwe kleur te selecteren. Opmerking: U kunt tijdelijk schakelen naar het gereedschap Pipet terwijl u de meeste andere gereedschappen gebruikt. Op deze wijze kunt u snel de kleuren wijzigen zonder een ander gereedschap te selecteren. Houd gewoon de Alt-toets ingedrukt (Option-toets in Mac OS). Nadat u de gewenste kleur hebt gekozen, laat u de Alt-toets (of Option-toets in Mac OS) weer los.
Kleurstalen. Opgeslagen stalen worden toegevoegd aan de kleurenbibliotheek in het deelvenster. Als u aangepaste kleurstalen permanent wilt opslaan, moet u de gehele bibliotheek opslaan. 1. Kies voor de voorgrondkleur in de gereedschapset de kleur die u wilt toevoegen. 2. Voer in het deelvenster Kleurstalen een van de volgende handelingen uit: Klik onderaan in het deelvenster op de knop Nieuw staal. Het kleurstaal wordt toegevoegd en automatisch Kleurstaal 1 genoemd. Kies Nieuw staal in het menu Meer.
1. Voer een van de volgende handelingen uit: Sleep het kleurstaal naar de knop met de prullenbak in het deelvenster en klik op OK om de verwijdering te bevestigen. Druk op Alt (Option-toets in Mac OS) om de aanwijzer te veranderen in het pictogram van een schaar en klik op een kleur in het deelvenster Kleurstalen. 2. Als u wordt gevraagd om de bibliotheek op te slaan, typt u een naam in het dialoogvenster Opslaan en klikt u op Opslaan.
weergegeven. 6. Klik op OK om te tekenen met de nieuwe kleur. Opmerking: U kunt kleuren selecteren met de kleurkiezer van het systeem of met een kleurkiezer van een plug-in. Kies Voorkeuren > Algemeen en kies de kleurkiezer. Adobe raadt ook het volgende aan: Voor- en achtergrondkleuren Voor- en achtergrondkleuren Beheer voorinstellingen gebruiken De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Penselen instellen Penseelopties Een nieuw penseel aan de penseelbibliotheek toevoegen Een penseel verwijderen Een aangepaste penseelvorm van een afbeelding maken Ondersteuning voor drukgevoelige tekentabletten inschakelen De Elements Organizer gebruiken op Wacom-tablets Naar boven Penseelopties Realistische penseelstreken kunt u simuleren door in te stellen in welke mate de penseelstreken vager worden.
Jitter - kleurtoon Hiermee stelt u in hoe vaak de penseelkleur wisselt tussen de voor- en achtergrondkleur. Bij een hogere waarde wordt er vaker tussen de twee kleuren gewisseld dan bij een lagere waarde. (Zie Voor- en achtergrondkleuren als u de kleuren wilt instellen die worden gebruikt door de optie voor kleurjitter.) Penseelstreek met en zonder kleurjitter Hardheid Met deze optie bepaalt u de hardheid van het penseel, oftewel de grootte van het harde centrum.
100% resulteert in een rond penseel en een waarde van 0% in een lijnvormig penseel. Tussenliggende waarden verwijzen naar ellipsvormige penselen. Aanpassing van ronding geeft het uiteinde van het penseel een andere vorm. Deze als standaard instellen Deze optie is beschikbaar voor bepaalde gereedschappen die penseelkenmerken kunnen hebben. Met deze optie kunt u de momenteel geselecteerde instellingen als de standaardinstellingen instellen.
van een versie in grijswaarden van de selectie die u toepast op de voorgrondkleur in de afbeelding. U kunt bijvoorbeeld een blad selecteren en dit vervolgens herfstkleuren geven. U kunt ook een nieuwe penseelvorm tekenen met het gereedschap Penseel. U kunt een aangepaste penseelvorm maken op basis van een gehele laag of een selectie. Een aangepaste penseelvorm kan maximaal 2500 x 2500 pixels groot zijn. Een aangepast penseel van een hond maken. Wanneer u met dit penseel tekent, tekent u honden. 1.
Schakelen tussen de muis- en penmodus 1. Selecteer Start > Wacom Tablet-eigenschappen. 2. Selecteer de modus die u wilt gaan gebruiken. Voorkeursinstellingen voor Wacom-tablets Adobe raadt ook het volgende aan: Overvloeimodi Beheer voorinstellingen gebruiken De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Opvullingen en lijnen Het gereedschap Emmertje gebruiken Een laag vullen met een kleur of een patroon Objecten in een laag omlijnen (omtrekken) Naar boven Het gereedschap Emmertje gebruiken Met het gereedschap Emmertje vult u een gebied dat qua kleurwaarden overeenkomt met de pixels waarop u klikt. U kunt een gebied met de voorgrondkleur of met een patroon vullen. 1. Kies een voorgrondkleur. 2. Selecteer het gereedschap Emmertje in de gereedschapset. 3.
Met behulp van de opdracht Omlijnen kunt u automatisch een gekleurde omtreklijn rond een selectie of de inhoud van een laag tekenen. Opmerking: Als u een omtrek wilt toevoegen aan de achtergrond, moet u de achtergrond eerst omzetten in een gewone laag. De achtergrond bevat geen transparante pixels en dus wordt om de gehele laag een lijn getrokken. 1. Selecteer het gebied in de afbeelding of een laag in het deelvenster Lagen. 2. Kies Bewerken > Selectie omlijnen (omtrek). 3.
Vormen maken Vormen Een rechthoek, vierkant of afgeronde rechthoek tekenen Een cirkel of ovaal tekenen Een veelhoek tekenen Een lijn of pijl tekenen Een aangepaste vorm tekenen Meerdere vormen op dezelfde laag maken Vormen zijn in Photoshop Elements resolutie-onafhankelijke vectorafbeeldingen (dit type afbeelding bestaat uit lijnen en curven die niet door pixels, maar door de geometrische kenmerken worden gedefinieerd) die kunnen worden verplaatst, vergroot/verkleind of gewijzigd zonder dat dit ten koste g
1. Selecteer het gereedschap Rechthoek of Afgeronde rechthoek. U kunt de gereedschappen Rechthoek en Afgeronde rechthoek ook selecteren in de optiebalk voor het gereedschap. Opmerking: Druk op Alt/Option en klik op een vormgereedschap om alle beschikbare gereedschappen te doorlopen. 2. (Optioneel) In de optiebalk voor het gereedschap kunt u de volgende opties instellen: Onbeperkt Hiermee kunt u de breedte en hoogte van een rechthoek bepalen door te slepen.
Vanuit middelpunt Hiermee tekent u een ovaal vanuit het midden waar u begint te tekenen (doorgaans wordt een ovaal vanuit de linkerbovenhoek getekend). Vereenvoudigen Hiermee zet u de getekende vorm om in een rasterafbeelding. Wanneer u na het omzetten de rasterafbeelding verkleint of vergroot, wordt de vorm mogelijk met oneffen randen en gepixeleerd weergegeven. 3. Sleep in de afbeelding om de ovaal te tekenen. Naar boven Een veelhoek tekenen 1. Selecteer het gereedschap Veelhoek of Ster.
Holling Hiermee bepaalt u de hoeveelheid kromming op het breedste deel van de pijlpunt, waar deze de lijn raakt. Voer een waarde in voor de holling van de pijlpunt (van -50 tot +50%). Vereenvoudigen Hiermee zet u de getekende vorm om in een rasterafbeelding. Wanneer u na het omzetten de rasterafbeelding verkleint of vergroot, wordt de vorm mogelijk met oneffen randen en gepixeleerd weergegeven. 3. Geef in het vak Breedte de breedte van de lijn op in pixels. 4. Sleep in de afbeelding om de lijn te tekenen.
Naar boven Meerdere vormen op dezelfde laag maken 1. Selecteer een vormlaag in het deelvenster Lagen (modus Expert) of maak een nieuwe vormlaag. 2. Als u een ander type vorm wilt maken, selecteert u een ander vormgereedschap. 3. Selecteer een optie voor een vormgebied om te bepalen hoe de vormen moeten overlappen en sleep vervolgens in de afbeelding om nieuwe vormen te tekenen: Toevoegen Voegt een extra vorm toe aan de bestaande vorm.
Verlopen Verlopen Een verloop toepassen Een verloopvulling op tekst toepassen Een verloop definiëren De transparantie voor een verloop instellen Een verloop met ruis maken Naar boven Verlopen U vult een gebied met een verloop door in de afbeelding te slepen of door te selecteren met het gereedschap Verloop.
selectiegereedschappen. Als u dit niet doet, wordt de verloopvulling toegepast op de hele actieve laag. 2. Selecteer het gereedschap Verloop . 3. Klik op de optiebalk voor het gereedschap op het gewenste type verloop. 4. Kies een verloopvulling in het deelvenster Verloopkiezer op de optiebalk voor het gereedschap. 5. (Optioneel) Stel op de optiebalk voor het gereedschap opties voor het verloop in. Modus Hiermee stelt u in hoe het verloop overvloeit in de bestaande pixels in de afbeelding.
11. U slaat het verloop op bij de vooraf ingestelde verlopen door een naam voor het nieuwe verloop in te voeren en vervolgens op Toevoegen aan voorinstelling te klikken. 12. Klik op OK. Het nieuwe verloop is geselecteerd en klaar voor gebruik. Naar boven De transparantie voor een verloop instellen Voor elke verloopvulling zijn er opties (dekkingstops) die de dekking van de vulling op verschillende plaatsen in het verloop bepalen.
5. Als u de kleuren willekeurig wilt mengen, klikt u op de knop Willekeurig totdat het resultaat u bevalt. 6. Voer een naam in voor het nieuwe verloop. 7. Als u het verloop wilt toevoegen als voorinstelling, klikt u op Nieuw. 8. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. Het nieuwe verloop wordt automatisch geselecteerd.
Vormen bewerken Een vorm selecteren of verplaatsen Een vorm transformeren De kleur van alle vormen in een laag wijzigen Een laagstijl op een vorm toepassen Naar boven Een vorm selecteren of verplaatsen Gebruik het gereedschap Vormselectie om vormen met één muisklik te selecteren. Nadat u een vorm hebt omgezet in een bitmapelement door de vormlaag te vereenvoudigen, kan de vorm niet langer worden geselecteerd met behulp van het gereedschap Vormselectie (wel met het gereedschap Verplaatsen).
2. Open het deelvenster Effecten en klik op het tabblad Stijlen. 3. Dubbelklik op de miniatuur die u op de vorm wilt toepassen.
Patronen Patronen Het gereedschap Patroonstempel gebruiken Een aangepast patroon aan de patroonkiezer toevoegen Naar boven Patronen U kunt een patroon met het gereedschap Patroonstempel tekenen of een laag of selectie vullen met een patroon dat u kiest in de patroonbibliotheken. Photoshop Elements heeft verschillende patronen waaruit u kunt kiezen. Als u afbeeldingen wilt aanpassen of unieke plakboekpagina's wilt maken, kunt u eigen patronen maken.
het gereedschap en sleep in de afbeelding om te tekenen. U kunt de volgende opties voor het gereedschap Patroonstempel opgeven: Penseel Hiermee stelt u het penseeluiteinde in. Klik op de pijl naast het penseelvoorbeeld, kies een penseelcategorie in het vervolgkeuzemenu Penselen en selecteer vervolgens een penseelminiatuur. Impressionist Tekent een patroon met verfklodders, zodat er een impressionistisch effect ontstaat. Afm. Hiermee stelt u de grootte van het penseel in pixels in.
Voorinstellingen en bibliotheken Voorinstellingen Vooraf ingestelde gereedschapsopties gebruiken De weergave van elementen in een menu van een pop-upvenster aanpassen Beheer voorinstellingen gebruiken De naam van een voorinstelling wijzigen Naar boven Voorinstellingen De optiebalk voor het gereedschap in de modus Expert bevat pop-upvensters waarmee u toegang kunt krijgen tot vooraf gedefinieerde bibliotheken met penselen, kleurstalen, verlopen, patronen, laagstijlen en aangepaste vormen.
als u de huidige set penselen of patronen in een deelvenster wilt vervangen, kiest u een bibliotheek in het menu Penselen. Opmerking: Als u de huidige set penselen, verlopen of patronen wilt vervangen, kunt u ook Beheer voorinstellingen in het menu van het pop-upvenster kiezen. Vervolgens kunt u in het dialoogvenster Beheer voorinstellingen een andere bibliotheek met penselen, verlopen of patronen laden.
Naar boven De naam van een voorinstelling wijzigen 1. Voer een van de volgende handelingen uit in Beheer voorinstellingen: Selecteer een voorinstelling in de lijst en klik op Naam wijzigen. Dubbelklik op een voorinstelling in de lijst. 2. Voer een nieuwe naam voor de voorinstelling in. Als u meerdere voorinstellingen selecteert, wordt u gevraagd meerdere namen in te voeren.
Effecten en filters 284
Effecten Het deelvenster Afbeeldingen gebruiken Gestileerde vormen of illustraties aan een afbeelding toevoegen Een artistieke achtergrond aan een afbeelding toevoegen Een kader of thema aan een afbeelding toevoegen Foto-effecten Een effect toepassen Gestileerde tekst aan een afbeelding toevoegen Afbeeldingen of effecten toevoegen aan Favorieten Naar boven Vanuit het deelvenster Effecten kunt u effecten toepassen. Standaard bevindt het deelvenster Effecten zich boven aan het deelvenstervak.
2. Selecteer de achtergrondlaag in het deelvenster Lagen. 3. Selecteer Achtergronden in het keuzemenu in het deelvenster Afbeeldingen. 4. Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op een miniatuur. Sleep de miniatuur naar de afbeelding. Naar boven Een kader of thema aan een afbeelding toevoegen Wanneer u een kader of thema aan een fotoproject toevoegt, worden kaders toegevoegd met een leeg (grijs) gebied voor de afbeelding.
Een afbeeldingseffect naar een foto slepen Naar boven Gestileerde tekst aan een afbeelding toevoegen Als u tekst toevoegt aan een afbeelding, wordt er een tekstlaag gemaakt, zodat u de tekst kunt wijzigen terwijl de oorspronkelijke afbeelding behouden blijft. 1. Selecteer in het deelvenster Afbeeldingen de optie Tekst in het keuzemenu en voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer een miniatuur en klik op Toepassen. Dubbelklik op een miniatuur. Sleep een miniatuur naar de afbeelding. 2.
Verlopen Verlopen Een verloop toepassen Een verloopvulling op tekst toepassen Een verloop definiëren De transparantie voor een verloop instellen Een verloop met ruis maken Naar boven Verlopen U vult een gebied met een verloop door in de afbeelding te slepen of door te selecteren met het gereedschap Verloop.
selectiegereedschappen. Als u dit niet doet, wordt de verloopvulling toegepast op de hele actieve laag. 2. Selecteer het gereedschap Verloop . 3. Klik op de optiebalk voor het gereedschap op het gewenste type verloop. 4. Kies een verloopvulling in het deelvenster Verloopkiezer op de optiebalk voor het gereedschap. 5. (Optioneel) Stel op de optiebalk voor het gereedschap opties voor het verloop in. Modus Hiermee stelt u in hoe het verloop overvloeit in de bestaande pixels in de afbeelding.
11. U slaat het verloop op bij de vooraf ingestelde verlopen door een naam voor het nieuwe verloop in te voeren en vervolgens op Toevoegen aan voorinstelling te klikken. 12. Klik op OK. Het nieuwe verloop is geselecteerd en klaar voor gebruik. Naar boven De transparantie voor een verloop instellen Voor elke verloopvulling zijn er opties (dekkingstops) die de dekking van de vulling op verschillende plaatsen in het verloop bepalen.
5. Als u de kleuren willekeurig wilt mengen, klikt u op de knop Willekeurig totdat het resultaat u bevalt. 6. Voer een naam in voor het nieuwe verloop. 7. Als u het verloop wilt toevoegen als voorinstelling, klikt u op Nieuw. 8. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. Het nieuwe verloop wordt automatisch geselecteerd.
Modus Met instructies In de modus Met instructies kunt u Bewerken met instructies gebruiken; dit is een wizardachtige interface voor het toepassen van bepaalde vooraf gedefinieerde effecten. Elke Bewerken met instructies-optie heeft een bijbehorende afbeelding die het toegepaste effect laat zien wanneer u met de muisaanwijzer over de afbeelding beweegt.
Bewerken met instructies: Foto uitsnijden U kunt een afbeelding uitsnijden met de Bewerken met instructies-optie Foto uitsnijden. U kunt alleen het resultaat van de bewerking weergeven, of de afbeelding voor en na de bewerking (horizontaal of verticaal). Zie Uitsnijden voor meer informatie over het uitsnijden van foto's. Bewerken met instructies: Kleuren verbeteren Met de Bewerken met instructies-optie Kleuren verbeteren kunt u de kleurtoon, verzadiging en lichtheid van een afbeelding verbeteren.
a. Klik op Gloed toevoegen. Verstel de schuifregelaars totdat u het gewenste resultaat hebt bereikt. b. Klik op Slanker maken. Opmerking: Met elke klik wordt het effect sterker. Bewerken met instructies: Een kleurzweem verwijderen U kunt kleurzwemen in afbeeldingen verwijderen met de Bewerken met instructies-optie Een kleurzweem verwijderen. U kunt alleen het resultaat van de bewerking weergeven, of de afbeelding voor en na de bewerking (horizontaal of verticaal).
Naar boven Camera-effecten Scherptediepte Met het effect Scherptediepte kunt u scherpstellen op geselecteerde delen van de afbeelding door de rest van de afbeelding te vervagen. De methode Eenvoudig Bij deze methode wordt een kopie gemaakt van de achtergrondlaag en wordt hierop een gelijkmatige vervaging toegepast. Kies de gewenste gebieden waarop u wilt scherpstellen. U kunt de mate van vervaging die op de rest van de afbeelding wordt toegepast, aanpassen. 1.
1. Klik in de modus Met instructies in het gedeelte Foto-effecten op Orton-effect. 2. Klik in het deelvenster Orton-effect maken op Orton-effect toevoegen. 3. Pas de volgende parameters aan uw wensen aan: Vervaging verhogen Hiermee geeft u de mate van vervaging aan in de laag waarop niet is scherpgesteld. Ruis verhogen Hiermee voegt u ruis toe aan de vervaagde laag. Helderheid toepassen Hiermee vergroot u de helderheid van de vervaagde laag.
Foto voordat het vigneteffect is toegepast (links) en erna 1. Open een foto en klik in het deelvenster Bewerken met instructies op Foto-effecten > Vigneteffect. 2. Selecteer Zwart of Wit om de kleur van het vignet op te geven dat u wilt toepassen. 3. Gebruik de schuifregelaar Intensiteit om in te stellen hoe intens (donker of licht) het vignet moet zijn. 4. Klik op Vorm verfijnen om de rand (schuifregelaar Doezelaar) en de grootte van het vignet (Ronding) te perfectioneren.
Bewerken met instructies-optie. Naar boven Foto-effecten Bewerken met instructies: High key Voeg een dromerig effect aan uw foto's toe voor een vrolijke, positieve weergave. Foto voordat het high key-effect is toegepast (links) en erna 1. Open een foto en klik in het deelvenster Bewerken met instructies op Foto-effecten > High key. Opmerking: Foto's die met te veel licht zijn gemaakt of die overbelicht zijn, worden heel bleek als het effect High key wordt toegepast.
Foto voordat het low key-effect is toegepast (links) en erna 1. Open een foto en klik in het deelvenster Bewerken met instructies op Foto-effecten > Low key. 2. Klik op Kleur of Zwart-wit om te kiezen of u met een gekleurd of zwart-wit effect Low key wilt werken. Het effect Low key is toegevoegd. De donkere kleuren worden donkerder en de heldere objecten lijken enigszins overbelicht. Het contrast is hoog. 3.
A. Originele afbeelding B. Na toevoeging van een kader C. Na selectie van het uit te breiden deel D. Uiteindelijke afbeelding 1. Klik in het deelvenster Bewerken met instructies op Fotoplay en selecteer Buiten-de-grenzeneffect. 2. Klik op Een kader toevoegen om een kader aan de afbeelding toe te voegen. 3. Versleep de hoeken van het kader om zo een deel van het hoofdonderwerp buiten het kader te brengen. 4.
Met Bewerken met instructies: Puzzeleffect kunt u een aantal puzzelstukjes weglaten, zodat er een realistische legpuzzel ontstaat. 1. Klik op Klein, Medium of Groot om het formaat van de puzzelstukjes voor uw foto te selecteren. 2. Om de puzzel er zo realistisch mogelijk te laten uitzien, kunt u ervoor kiezen een aantal puzzelstukjes niet op de goede plaats te leggen. Klik op de knop Puzzelstuk selecteren en klik op een stukje in de puzzel. Het puzzelstukje wordt geselecteerd. 3.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Filters Filters Een filter toepassen Filtercategorieën Filtergalerie Opties voor structuur- en glasoppervlakken Prestaties verbeteren met filters en effecten Naar boven Filters U kunt filters gebruiken om foto's op te schonen of te retoucheren. Met filters kunt u ook speciale artistieke effecten toepassen of unieke transformaties maken met vervormingseffecten. Naast de door Adobe verschafte filters, zijn er filters als plug-ins beschikbaar die door externe ontwikkelaars zijn ontwikkeld.
Filters werken niet bij alle afbeeldingen. U kunt bepaalde filters niet gebruiken bij afbeeldingen in de grijswaardenmodus en u kunt geen filters gebruiken bij afbeeldingen in de modus Bitmap of Geïndexeerde kleur. Veel filters werken niet bij 16-bits afbeeldingen. U kunt het vorige filter opnieuw toepassen. Het laatst gekozen filter staat boven aan in het menu Filter. U kunt dat filter opnieuw toepassen met dezelfde instellingen die u het laatst hebt gebruikt om de afbeelding verder te verbeteren.
Klik op de knop Nieuwe effectlaag onder in het dialoogvenster en kies een extra filter dat u wilt toepassen. U kunt meerdere effectlagen toevoegen om meerdere filters toe te passen. Rangschik toegepaste filters opnieuw door een filternaam naar een andere positie in de lijst met toegepaste filters onder in het dialoogvenster te slepen. Door de filters opnieuw te rangschikken kunt u het uiterlijk van de afbeelding volkomen wijzigen.
Filters toepassen met de Filtergalerie A. Originele foto B. Foto's waarop één filter wordt toegepast C. Drie filters achtereenvolgens toegepast Dialoogvenster Filtergalerie A. Filtercategorie B. Miniatuur van geselecteerd filter C. Miniaturen van filters tonen/verbergen D. Het menu Filter E. Opties voor geselecteerd filter F. Lijst met filtereffecten om toe te passen of te rangschikken G. Verborgen filter H. Filters die achtereenvolgens zijn toegepast, maar niet zijn geselecteerd I.
Naar boven Prestaties verbeteren met filters en effecten Sommige filters en effecten doen een grote aanslag op het geheugen, vooral als ze op afbeeldingen met een hoge resolutie worden toegepast. U kunt de volgende technieken gebruiken om de prestaties te verbeteren: Probeer de filters en instellingen uit op een klein, geselecteerd gebied van de afbeelding. Probeer de filters en instellingen uit op een verkleinde kopie van de afbeelding.
Aanpassingsfilters Het filter Egaliseren toepassen Het filter Verloop toewijzen toepassen Het filter Omkeren toepassen Het filter Waarden beperken toepassen Het filter Drempel toepassen Het Fotofilter toepassen Naar boven Het filter Egaliseren toepassen Met het filter Egaliseren wijzigt u de verdeling van de helderheidswaarden van de pixels in een afbeelding, zodat het volledige bereik van helderheidsniveaus beter door de pixels wordt weergegeven.
1. Selecteer een afbeelding, een laag of een gebied. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Filter > Aanpassingen > Verloop toewijzen. Maak een nieuwe aanpassingslaag Verloop toewijzen met het deelvenster Lagen of met het menu Laag, of open een bestaande aanpassingslaag Verloop toewijzen. 3. Geef de verloopvulling op die u wilt gebruiken: Als u een keuze wilt maken in een lijst met verloopvullingen, klikt u op het driehoekje rechts van de vulling in het dialoogvenster Verloop toewijzen.
kleurenafbeeldingen. Als u een specifiek aantal kleuren wilt gebruiken in een afbeelding, zet u de afbeelding om in grijswaarden en geeft u het gewenste aantal niveaus op. Zet de afbeelding vervolgens terug in de vorige kleurmodus en vervang de verschillende grijstonen door de gewenste kleuren. 1. Selecteer een afbeelding, een laag of een gebied. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Filter > Aanpassingen > Waarden beperken.
Een gekleurd filter past de kleurbalans en de kleurtemperatuur van het licht aan dat door de lens wordt doorgelaten en dat de film belicht. Met de opdracht Fotofilter kunt u een vooraf ingestelde kleur kiezen om een kleurtoonaanpassing toe te passen op een afbeelding. Als u een aangepaste kleuraanpassing wilt toepassen, kunt u via de opdracht Fotofilter een kleur opgeven met de Kleurkiezer van Adobe. Oorspronkelijke afbeelding (links) en warm filter (81) waarbij 60% dichtheid is toegepast (rechts) 1.
4. Klik op OK. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Vervormingsfilters Gloed onscherp Verplaatsen Het filter Verplaatsen toepassen Glas Uitvloeien Oceaanrimpel Kneep Poolcoördinaten Rimpel Schuin Bol Kronkel Golf ZigZag Naar boven Gloed onscherp Met dit filter geeft u een afbeelding weer alsof deze door een zacht diffuusfilter wordt bekeken. Dit filter voegt transparante witte ruis aan een afbeelding toe, waarbij de gloed vanaf het midden van een selectie steeds minder wordt.
4. Als de verplaatsingsafbeelding niet even groot is als de selectie, geeft u aan hoe u de verplaatsingsafbeelding wilt aanpassen aan de afbeelding: Uitrekken tot passend Hiermee wordt de grootte van de verplaatsingsafbeelding gewijzigd. Naast elkaar Hiermee wordt de selectie gevuld door de verplaatsingsafbeelding te herhalen in een patroon. 5. Geef aan hoe u lege gebieden in de afbeelding wilt vullen die door het filter worden gemaakt. Klik vervolgens op OK.
4. Selecteer een van de volgende gereedschappen in de gereedschapset: Verdraaien Dit gereedschap duwt pixels voor zich uit terwijl u sleept. Turbulentie Hiermee worden pixels door elkaar geroerd om effecten als vuur, wolken, golven en dergelijke te maken. Als u de vloeiendheid wilt aanpassen, sleept u de popupregelaar Turbulentie-jitter in het gedeelte Gereedschapsopties of typt u een waarde tussen 1 en 100 in het tekstvak. Met hogere waarden vergroot u de vloeiendheid.
Houd Alt (of Option in Mac OS) ingedrukt en klik op Herstellen als u de afbeelding in de voorvertoning wilt terugzetten naar de staat bij het openen van het dialoogvenster. U kunt ook op Vorige versie klikken om de oorspronkelijke afbeelding te herstellen en de gereedschappen opnieuw in te stellen op de vorige instellingen.
2. Kies Vervorm > Schuin in het menu Filter. 3. Als u een vervormingscurve wilt definiëren, voert u een van de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Schuin: Klik op een willekeurige plaats aan een van de kanten van de verticale lijn. Klik op de verticale lijn en sleep de aanwijzer naar een nieuw punt voor de curve. U kunt naar elk punt op de curve slepen om de vervorming aan te passen en u kunt curvepunten toevoegen. 4.
Het filter Golf toepassen 1. Selecteer een afbeelding, laag of gebied in de werkruimte Bewerken. 2. Kies Vervorm > Golf in het menu Filter. 3. Selecteer een type golf in het gedeelte Type: Sinus (voor een rollend golfpatroon), Driehoek of Vierkant. 4. Als u het aantal golfgeneratoren wilt instellen, sleept u de schuifregelaar of voert u een waarde tussen 1 en 999 in. 5. Sleep de schuifregelaars voor de minimale en maximale golflengte om de afstand in te stellen tussen opeenvolgende toppen van golven.
of rechtsonder wordt vervormd. Adobe raadt ook het volgende aan: Filters Een afbeelding tot één laag samenvoegen Filters Filters Filters Filters Filters Filters De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Bewerken met instructies: Zwart-wit Geïntroduceerd in Photoshop Elements 13 Bewerken met instructies - Zwart-wit Bewerken met instructies - Zwart-wit kleuraccent Bewerken met instructies - Zwart-wit selectie Bewerken met instructies - Zwart-wit Gebruik Bewerken met instructies - Zwart-wit bij uw foto's om zwart-witafbeeldingen te maken van gekleurde afbeeldingen.
Een voorinstelling toepassen op de foto 3. (Optioneel) Als u een centraal onderwerp hebt of een visueel aspect van uw foto wilt benadrukken, kunt u een onscherpe gloed toepassen. Klik op de knop Gloed onscherp om een minimale hoeveelheid gloed op de foto toe te passen. Als u het onscherpe gloedeffect in bepaalde gedeelten van de foto wilt wijzigen: 1. Klik op Toevoegen (om onscherpe gloed toe te passen) of Verwijderen (om het effect te verwijderen). 2.
Het contrast verhogen om het effect dramatischer te maken 5. Klik op Volgende om naar het deelvenster Delen te gaan. Of klik op Annuleren om alle huidige wijzigingen te verwijderen. 6. Maak in het deelvenster Delen een keuze uit de volgende opties: Opslaan / Opslaan als: Behoud het nieuwe panorama in een van de beschikbare indelingen. Doorgaan met bewerken - In Snel/Expert: Kies op welke manier u wilt doorgaan met het bewerken van het panorama, in de modus Snel of de modus Expert.
Originele foto 2. Kies een kleur die u in de afbeelding wilt behouden. Als u meerdere tinten van de kleur in de afbeelding ziet, klikt u op Aangepaste kleur selecteren en gebruikt u de kleurkiezer om op een monster in de foto te klikken. Een tint blauw isoleren op een spijkerbroek Wanneer u deze stap hebt voltooid, worden gebieden van de foto met dezelfde kleur verzadigd weergegeven. De rest van de foto begint op een zwart-witfoto te lijken. 3.
De schuifregelaar Tolerantie gebruiken om meer tinten blauw in de afbeelding te selecteren 4. (Optioneel) Klik op Effect verfijnen en vergroot of verklein vervolgens het zwart-wit kleuraccent op delen van de foto. Met de schuifregelaar Penseelgrootte kunt u de grootte van het penseel wijzigen en met de schuifregelaar Dekking definieert u de sterkte van het effect. Gebruik de knop Effect verfijnen voor opties om gedeelten van de afbeelding in hun oorspronkelijke kleur te bekijken.
Het geselecteerde kleureffect versterken door op Meer verzadiging te klikken 6. Klik op Volgende om naar het deelvenster Delen te gaan. Of klik op Annuleren om alle huidige wijzigingen te verwijderen. 7. Maak in het deelvenster Delen een keuze uit de volgende opties: Opslaan/Opslaan als: Behoud de bewerkte afbeelding in een van de beschikbare indelingen. Doorgaan met bewerken - Snel/Expert: Kies op welke manier u wilt doorgaan met het bewerken van de afbeelding: in de modus Snel of de modus Expert.
Oorspronkelijke afbeelding 2. Klik op het Zwart-wit selectiepenseel. Gebruik de beschikbare opties om gebieden die u naar zwart-wit wilt omzetten, toe te voegen of te verwijderen. Gebruik de schuifregelaar Penseelgrootte om te bepalen hoeveel gebied wordt beïnvloed door penseelstreken over de foto. Als u dit effect toepast rond een object met meerdere fijne randen (bijvoorbeeld haar), klikt u op Randen verfijnen om uw selectie verder te verfijnen.
Verfijn de selectie om te zorgen dat de vereiste onderdelen niet worden omgezet in zwart-wit 4. Als u precies het tegenovergestelde effect wilt bereiken van wat u tot nu toe hebt gedaan, klikt u op Omkeereffect. Bekijk dezelfde foto met het tegenovergestelde effect 5. Klik op Volgende om naar het deelvenster Delen te gaan. Of klik op Annuleren om alle huidige wijzigingen te verwijderen. 6.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Renderingsfilters Wolken Andere wolken Vezels Zon Structuurvulling Naar boven Wolken Met het filter Wolken genereert u een zacht wolkenpatroon met gebruik van willekeurige waarden die tussen de voorgrond- en de achtergrondkleur op de werkbalk variëren. U genereert een sterker wolkenpatroon door Alt (of Option in Mac OS) ingedrukt te houden wanneer u Filter > Rendering > Wolken kiest.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Overige filters Aangepaste filters Hooglichten Maximaal en Minimaal Verschuiven Plug-infilters Digimarc-filter Naar boven Aangepaste filters Met aangepaste filters kunt u een eigen filtereffect ontwerpen. Met het filter Aangepast kunt u de helderheidswaarden van elke pixel in de afbeelding veranderen volgens een vooraf gedefinieerde wiskundige bewerking die kronkeling wordt genoemd. Aan elke pixel wordt een nieuwe waarde toegewezen op basis van de waarden van de omringende pixels.
Hiermee verplaatst u een selectie volgens een opgegeven waarde horizontaal naar rechts of verticaal naar beneden en laat u een lege ruimte achter op de oorspronkelijke plaats van de selectie. Afhankelijk van de grootte van de selectie, kunt u de lege ruimte opvullen met een transparante achtergrond, met de randpixels of met pixels van de rechterrand of de onderrand van een afbeelding.
Schetsfilters Basreliëf Krijt en houtskool Houtskool Chroom Stripverhaal Conté crayon Beeldroman Grafische pen Halftoonraster Postpapier Pen en inkt Fotokopie Gips Filigraan Stempel Gescheurde randen Waterpapier Naar boven Basreliëf Hiermee wordt een afbeelding getransformeerd zodat deze in laag reliëf uitgesneden lijkt te zijn. Door de belichting worden de oppervlakvariaties geaccentueerd.
Met het filter Conté crayon imiteert u de structuur van bijzonder donker en zuiver wit contékrijt op een afbeelding. Bij het filter Conté crayon worden donkere gebieden in de voorgrondkleur en lichte gebieden in de achtergrondkleur weergegeven. U kunt het niveau van de nadruk op de voorgrond en achtergrond instellen, alsmede opties voor de structuur.
en de balans tussen licht en donker instellen. U kunt dit filter het beste op zwart-witafbeeldingen toepassen. Naar boven Gescheurde randen Dit filter reconstrueert de afbeelding als ruwe, gescheurde stukken papier en kleurt de afbeelding vervolgens in met de voorgrond- en achtergrondkleur. U kunt de balans, de vloeiendheid en het contrast van de afbeelding instellen. Dit filter werkt het beste bij afbeeldingen die uit tekst of sterk contrasterende objecten bestaan.
Ruisfilters Ruis Uitstippen Stof & krassen Mediaan Ruis reduceren Naar boven Ruis Hiermee worden willekeurige pixels toegepast op een afbeelding, waarbij het effect van fotograferen met een lichtgevoelig filmrolletje wordt gesimuleerd. Met dit filter kunt u ook streepvorming verminderen in doezelselecties of opvullingen met geleidelijke overgangen. Bovendien kunt u zwaar geretoucheerde gebieden een realistischer uiterlijk geven en een gestructureerde laag maken.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 337
Vervagingsfilters Gemiddeld Vaag en Vager Gaussiaans vervagen Vage lens Bewegingsonscherpte Radiaal vaag Slim vervagen Oppervlak vervagen Naar boven Gemiddeld Het filter Gemiddeld zoekt de gemiddelde kleur van een afbeelding of selectie en vult deze afbeelding of selectie met de kleur om een vloeiend effect te bereiken. Als u bijvoorbeeld een grasveld selecteert, verandert het filter dit gebied in een homogeen groen grasveld.
(zodat deze ronder worden) of door ze te roteren. Gebruik de voorvertoningsopties om te zien welk effect het wijzigen van de instellingen in het dialoogvenster Vage lens heeft op uw foto. Naar boven Bewegingsonscherpte Met het filter Bewegingsonscherpte vervaagt u de afbeelding in een bepaalde richting (van –360º tot +360º) en tot een bepaalde afstand (van 1 tot 999). Het effect van het filter is hetzelfde als het nemen van een foto van een bewegend object met een vaste belichtingstijd.
Artistieke filters Kleurpotlood Knipsel Droog penseel Filmkorrel Fresco Neon gloed Klodder Paletmes Plastic Posterranden Ruw pastel Vlek Spons Voorbewerking Waterkleur Naar boven Kleurpotlood Met dit filter trekt u een afbeelding over met kleurpotloden op een effen achtergrond. Met dit filter blijven duidelijke randen behouden en krijgen deze een ruw gearceerde vormgeving terwijl de effen achtergrondkleur door de dunnere gedeelten zichtbaar is.
schaduwgebieden en met een hogere waarde wordt de gloedkleur toegepast op de middentonen en de hooglichtgebieden van een laag. U selecteert een kleur voor de gloed door in het kleurvak te klikken en een kleur te selecteren in de Kleurkiezer. Naar boven Klodder Door dit filter lijkt het alsof de afbeelding is geschilderd. U kunt de penseelgrootte, de scherpte en het type penseel instellen.
Penseelstreekfilters Geaccentueerde randen Hoeklijn Arcering Donkere lijnen Inktomtrek Spetters Sproeilijn Sumi-e Naar boven Geaccentueerde randen Hiermee accentueert u de randen van een afbeelding. Als voor de helderheid van de rand een hoge waarde wordt ingesteld, lijken de accenten op wit krijt. Als een lage waarde wordt ingesteld, lijken de accenten op zwarte inkt. U kunt de breedte en helderheid van de randen, alsmede de vloeiendheid instellen.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 343
Stileerfilters Onscherp Reliëf Geef diepte Contrastlijn Oplichtende rand Solarisatie Tegels Omtreklijn Wind Naar boven Onscherp Met dit filter worden de pixels in een selectie door elkaar geschud, zodat de selectie er minder scherp uitziet, al naar gelang de geselecteerde optie: als u Normaal kiest, worden de pixels willekeurig verplaatst en worden de kleurwaarden genegeerd. Als u Alleen donkerder kiest, worden lichte pixels door donkere pixels vervangen.
Opmerking: Nadat u filters hebt gebruikt zoals Contrastlijn en Omtreklijn waarmee u randen markeert, kunt u met het filter Omkeren de randen van een kleurenafbeelding weergeven met gekleurde lijnen en de randen van een grijswaardenafbeelding met witte lijnen. Naar boven Oplichtende rand Met dit filter herkent u de randen van de kleurovergangen en geeft u ze een neon-achtige gloed. U kunt de breedte en de helderheid van de randen, alsmede de vloeiendheid instellen.
Structuurfilters Craquelure Korrel Mozaïektegels Lappendeken Gebrandschilderd glas Structuurmaker Naar boven Craquelure Hiermee tekent u een afbeelding op een gipsoppervlak met veel reliëf, zodat een fijn netwerk van scheurtjes ontstaat die de contouren van de afbeelding volgen. Met dit filter brengt u een reliëfeffect aan in afbeeldingen met een groot aantal kleuren of grijswaarden. U kunt de tussenruimte tussen de scheurtjes, de diepte en de helderheid instellen.
Tekst en vormen 347
Tekst toevoegen Tekst Tekst toevoegen Tekst op vorm Tekst op selectie Tekst op aangepast pad Gemaskerde tekst maken en gebruiken U kunt tekst en vormen in allerlei kleuren, stijlen en effecten aan een afbeelding toevoegen. Gebruik de gereedschappen Horizontale tekst en Verticale tekst voor het maken en bewerken van tekst. U kunt een enkele regel met tekst of een hele alinea typen. Naar boven Tekst Gebruik de gereedschappen Horizontale tekst ( ) en Verticale tekst ( ) voor het maken en bewerken van tekst.
1. Selecteer het gereedschap Horizontale tekst of Verticale tekst in de werkbalk. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Als u een enkele tekstregel wilt maken, klikt u in de afbeelding om een invoegpunt in te stellen voor de tekst. Voor het maken van alineatekst sleept u een rechthoek om een tekstvak voor de tekst te maken. Het streepje door de I-vormige aanwijzer geeft de positie aan van de basislijn van de tekst. Bij horizontale tekst bepaalt de basislijn de lijn waarop de tekst rust.
links, midden of rechts uitlijnen. Bij een verticale tekstrichting kunt u tekst boven, midden of onder uitlijnen. Tekstrichting in-/uitschakelen Hiermee wijzigt u verticale tekst in horizontale tekst en andersom. Tekst verdraaien Hiermee verdraait u tekst op de geselecteerde laag. Anti-aliased Hiermee past u anti-aliasing toe waardoor tekst er vloeiender komt uit te zien. Anti-aliasing toepassen A. Anti-aliased uit B.
tekst in de vorm worden geschreven. U kunt de tekst verplaatsen langs het pad of binnen of buiten de vorm plaatsen door Cmd ingedrukt te houden terwijl u de tekst sleept met de muis (de tekst wordt weergegeven in een kleine pijl). U kunt die cursor in een geselecteerd gebied slepen; het tekstpad is binnen of buiten een gebied toegestaan. Naar boven Tekst op selectie Tekst toevoegen aan de omtrek van een pad dat is gecreëerd door een selectie.
Tekst toevoegen Nadat u tekst hebt toegevoegd, kunt u deze wijzigen zoals u zou doen bij normale tekst. 4. Nadat u tekst hebt toegevoegd, klikt u op Vastleggen. Annuleer om de workflow opnieuw te beginnen. Naar boven Tekst op aangepast pad U kunt tekst toevoegen aan een aangepast pad. 1. Selecteer het gereedschap Tekst op aangepast pad . Als u het huidige tekstgereedschap snel wilt wijzigen, drukt u op Option en klikt u op het huidige gereedschap. Tekst op aangepast pad 2.
5. Nadat u tekst hebt toegevoegd, klikt u op Vastleggen . Naar boven Gemaskerde tekst maken en gebruiken Met het gereedschap Masker voor horizontale tekst en het gereedschap Masker voor verticale tekst maakt u een selectie in de vorm van tekst. U kunt met tekstselectiekaders grappige effecten bereiken door tekst uit een afbeelding te knippen waardoor de achtergrond zichtbaar wordt of door geselecteerde tekst in een nieuwe afbeelding te plakken.
Tekst bewerken Tekst bewerken in een tekstlaag Tekens selecteren Een lettertypefamilie en -stijl kiezen Een tekengrootte kiezen Tekstkleur wijzigen Stijl toepassen op tekst Tekst verdraaien De richting van een tekstlaag wijzigen Naar boven Tekst bewerken in een tekstlaag Als u een tekstlaag hebt gemaakt, kunt u de tekst op de laag bewerken en er laagopdrachten op toepassen. In tekstlagen kunt u nieuwe tekst invoegen, bestaande tekst wijzigen en tekst verwijderen.
Een lettertype bestaat uit een set letters, cijfers of symbolen waarvan de dikte, de breedte en de stijl hetzelfde zijn. Wanneer u een lettertype selecteert, kunt u de lettertypefamilie (bijvoorbeeld Arial) en de tekststijl afzonderlijk kiezen. Een tekststijl is een variant van een afzonderlijk lettertype in de lettertypefamilie, bijvoorbeeld Standaard, Vet of Cursief. Het aanbod van beschikbare tekststijlen verschilt per lettertype.
de beschikbare voorinstellingen in de optiebalk voor het gereedschap. 2. Voor bestaande tekst selecteert u een laag die tekst bevat. 3. Open het deelvenster Effecten en dubbelklik op de miniatuur van een stijl die u op de tekst wilt toepassen. Naar boven Tekst verdraaien Verdraaien wil zeggen dat u de vorm van tekst aanpast op basis van een bepaalde geometrie. U kunt tekst bijvoorbeeld verdraaien, zodat deze de vorm krijgt van een boog of een golf.
Werken met Aziatische tekst Opties voor Aziatische tekst weergeven De afstand tussen Aziatische tekens verminderen Tate-chuu-yoko in- of uitschakelen Mojikumi in- of uitschakelen Naar boven Opties voor Aziatische tekst weergeven Photoshop Elements beschikt over verschillende opties voor het werken met Aziatische tekst. Aziatische lettertypen worden vaak double-byte lettertypen of CJK-lettertypen (Chinees, Japans, Koreaans) genoemd. 1. In Windows: kies Bewerken > Voorkeuren > Tekst.
3. Klik op de knop Opties voor Aziatische tekst weergeven op de optiebalk. 4. Schakel Tate-Chuu-Yoko in. Naar boven Mojikumi in- of uitschakelen Met Mojikumi bepaalt u de afstand tussen interpunctie, symbolen, getallen en andere tekenklassen in Japanse tekst. Wanneer mojikumi is ingeschakeld, wordt de halve afstand tussen deze tekens toegepast. Mojikumi uitgeschakeld (boven) en mojikumi ingeschakeld (onder) 1.
Lagen 359
Lagen maken Lagen begrijpen Het deelvenster Lagen Lagen toevoegen Een nieuwe lege laag maken en een naam geven Een nieuwe laag van een deel van een andere laag maken De achtergrondlaag omzetten in een gewone laag Een laag veranderen in de achtergrondlaag Naar boven Lagen begrijpen Lagen zijn handig omdat u zo componenten aan een afbeelding kunt toevoegen en elke component afzonderlijk kunt bewerken zonder dat u de originele afbeelding permanent wijzigt.
Opvullagen Opvullagen bevatten een kleurverloop, effen kleur of patroon. Aanpassingslagen Met aanpassingslagen kunt u de kleuren, helderheid en verzadiging afstemmen zonder dat u permanente wijzigingen aanbrengt in de afbeelding (totdat u de aanpassingslaag samenvoegt of samenvouwt). Tekstlagen en vormlagen Hiermee kunt u op vectoren gebaseerde tekst en vormen maken. U kunt niet op een aanpassingslaag tekenen, maar wel op het masker ervan.
ondersteunt geen laaggroepen en deze worden samengevouwen weergegeven. U moet deze vereenvoudigen om een bewerkbare afbeelding te kunnen maken. U kunt de knoppen in het deelvenster gebruiken om handelingen uit te voeren: Een nieuwe laag maken. Een nieuwe opvul- of aanpassingslaag maken. Een laag verwijderen. Transparante pixels vergrendelen.
Kies Laag > Nieuw > Laag via kopiëren om de selectie naar een nieuwe laag te kopiëren. Kies Laag > Nieuw > Laag via knippen om de selectie te knippen en in een nieuwe laag te plakken. Het geselecteerde gebied komt in een nieuwe laag op dezelfde afstand van de randen van de afbeelding te staan.
Adobe raadt ook het volgende aan: Aanpassings- en opvullagen Uitknipmaskers voor lagen Een laag vergrendelen of ontgrendelen Opties voor dekking en overvloeien in lagen Aanpassings- en opvullagen Opties voor dekking en overvloeien in lagen Een laag vereenvoudigen Tekst Vormen Een laag verwijderen Een laag tussen afbeeldingen kopiëren Een laag verwijderen Een laag in een afbeelding dupliceren Een overvloeimodus voor een laag opgeven De dekking van een laag opgeven Een laag in een afbeelding dupliceren Select
Lagen kopiëren en rangschikken Een laag in een afbeelding dupliceren Een of meer lagen in een andere afbeelding dupliceren Een laag tussen afbeeldingen kopiëren De inhoud in een laag verplaatsen De stapelvolgorde van lagen wijzigen Lagen koppelen en ontkoppelen Lagen verenigen Lagen verenigen met een andere laag Een afbeelding tot één laag samenvoegen Naar boven Een laag in een afbeelding dupliceren U kunt elke laag (inclusief de achtergrondlaag) binnen een afbeelding dupliceren.
in het pop-upmenu Document. Als u een nieuw document voor de laag wilt maken, kiest u Nieuw in het menu Document en typt u een naam voor het nieuwe bestand. Afbeeldingen die zijn gemaakt op basis van een gedupliceerde laag hebben geen achtergrond. Naar boven Een laag tussen afbeeldingen kopiëren U kunt alle lagen (inclusief de achtergrondlaag) ook van de ene afbeelding naar een andere afbeelding kopiëren. De resolutie van de doelafbeelding bepaalt hoe groot de afgedrukte kopie van de laag kan zijn.
koppelen van een van de lagen te klikken. 2. Selecteer het gereedschap Verplaatsen uit het geselecteerde gedeelte van het deelvenster Gereedschappen. 3. Voer een van de volgende handelingen uit: Sleep in de afbeelding om de geselecteerde laag of lagen naar de gewenste positie te verplaatsen. Druk op de pijltoetsen op het toetsenbord om de laag of lagen in stappen van 1 pixel te verplaatsen of druk op Shift en een pijltoets om de laag in stappen van 10 pixels te verplaatsen.
Selecteer de lagen die u wilt koppelen. Als u meerdere lagen tegelijk wilt selecteren, houdt u Ctrl (Command in Mac OS) ingedrukt en klikt u op de lagen die u wilt selecteren. Klik op het koppelingspictogram van een laag. Als u meerdere lagen hebt geselecteerd, klikt u met de rechtermuisknop en selecteert u de optie Lagen koppelen. 2. Als u lagen wilt ontkoppelen, voert u een van de volgende handelingen uit: Klik op het koppelingspictogram van een laag om één laag te ontkoppelen.
Opmerking: Als de onderste van de twee lagen een vorm-, tekst- of opvullaag is, moet u de laag vereenvoudigen. Als de onderste laag van de beide lagen een aanpassingslaag is, kunt u de optie Verenigen; omlaag laag niet kiezen. U verenigt alle zichtbare lagen door elke laag die u niet wilt verenigen, te verbergen en Verenigen; zichtbaar in het menu Laag of in het vervolgmenu van het deelvenster Lagen te kiezen.
Uitknipmaskers voor lagen Aanpassingslagen verenigen Een laag vereenvoudigen Lagen begrijpen Aanpassingslagen verenigen Lagen begrijpen De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Lagen bewerken Een laag selecteren Een laag tonen of verbergen Miniaturen van lagen vergroten, verkleinen of verbergen Een laag vergrendelen of ontgrendelen Een laag een nieuwe naam geven Een laag vereenvoudigen Een laag verwijderen Monsters uit alle zichtbare lagen nemen Naar boven Een laag selecteren Als u wijzigingen in de afbeelding aanbrengt, wordt alleen de actieve laag gewijzigd.
2. Selecteer een nieuwe grootte of kies Geen om de miniaturen te verbergen. Klik vervolgens op OK. Naar boven Een laag vergrendelen of ontgrendelen U kunt lagen volledig of gedeeltelijk vergrendelen om de inhoud te beschermen. Als een laag is vergrendeld, wordt er rechts van de naam van de laag een vergrendelingspictogram weergegeven en kan de laag niet worden bewerkt of verwijderd.
Naar boven Een laag verwijderen Verwijder lagen die u niet langer nodig hebt om het afbeeldingsbestand kleiner te maken. 1. Selecteer de laag in het deelvenster Lagen. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op het pictogram Laag verwijderen in het deelvenster Lagen en klik op Ja in het dialoogvenster om het verwijderen te bevestigen. Als u dit dialoogvenster wilt overslaan, houdt u Alt ingedrukt (Option in Mac OS) terwijl u op het pictogram Laag verwijderen klikt.
Aanpassings- en opvullagen Aanpassings- en opvullagen Aanpassingslagen maken Opvullagen maken Een aanpassingslaag of opvullaag bewerken Aanpassingslagen verenigen De laagmaskers bewerken Naar boven Aanpassings- en opvullagen Met aanpassingslagen kunt u experimenteren met kleur- en toonaanpassingen zonder de pixels in de afbeelding definitief te wijzigen. U kunt een aanpassingslaag vergelijken met een sluier die de onderliggende lagen kleurt.
Oorspronkelijke afbeelding en afbeelding met Kleurtoon/verzadiging toegepast. Dit heeft alleen effect op de lagen onder de aanpassingslaag. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > [aanpassingstype] om dit effect slechts op één laag of op diverse opeenvolgende lagen onder de aanpassingslaag toe te passen. Selecteer Vorige laag gebruiken voor uitknipmasker in het dialoogvenster Nieuwe laag en klik vervolgens op OK. Niveaus Hiermee corrigeert u toonwaarden in de afbeelding.
verloop door in het afbeeldingsvenster te slepen. Daarnaast kunt u de vorm van het verloop (Stijl) opgeven en de hoek (Hoek) waarop deze wordt toegepast. Selecteer Omkeren om de oriëntatie om te keren, Dithering om de zichtbare overgangen te verminderen en Uitlijnen met laag om het selectiekader van de laag te gebruiken om de verloopvulling te berekenen. Patroon Hiermee maakt u een opvullaag met een patroon. Klik op het patroon en kies een patroon in het pop-upvenster.
2. Selecteer het gereedschap Penseel of een ander teken- of bewerkgereedschap. 3. Geef het laagmasker weer met de volgende methoden: Als u alleen het masker wilt weergeven, houdt u Alt ingedrukt en klikt u (Option+klik in Mac OS) op de miniatuur van het laagmasker (de rechterminiatuur). Houd Alt ingedrukt en klik (Option+klik in Mac OS) nogmaals op de miniatuur om de andere lagen opnieuw weer te geven.
Laagmaskers Informatie over laagmaskers Een laagmasker toevoegen aan een afbeelding Naar boven Informatie over laagmaskers Laagmaskers zijn resolutieafhankelijke bitmapafbeeldingen die worden bewerkt met de teken- of selectiegereedschappen. Een laagmasker bepaalt de zichtbaarheid van de laag waarop het masker is aangebracht. U kunt een laagmasker bewerken om het gemaskeerde gedeelte groter of kleiner te maken, zonder pixels te verliezen. Een laagmasker is een grijswaardenafbeelding.
Uitknipmaskers Uitknipmaskers voor lagen Uitknipmasker maken Een laag verwijderen uit een uitknipmasker Uitknipmasker opheffen Naar boven Uitknipmaskers voor lagen Een uitknipmasker is een groep lagen waarop een masker is toegepast. De onderste laag, ofwel de basislaag, bepaalt de zichtbare grenzen van de gehele groep. Stel dat u bijvoorbeeld een vorm op de basislaag hebt, een foto op de laag erboven en tekst op de bovenste laag.
Selecteer in het deelvenster Lagen een willekeurige laag in de groep, behalve de basislaag. Sleep de laag onder de basislaag of sleep deze tussen twee niet-gegroepeerde lagen in de afbeelding. Naar boven Uitknipmasker opheffen 1. Selecteer in het deelvenster Lagen een willekeurige laag in het uitknipmasker met uitzondering van de basislaag. 2. Kies Laag > Uitknipmasker opheffen.
Dekking en overvloeimodi Opties voor dekking en overvloeien in lagen De dekking van een laag opgeven Een overvloeimodus voor een laag opgeven Alle dekkende gebieden op een laag selecteren Het transparantieraster aanpassen Naar boven Opties voor dekking en overvloeien in lagen De dekking van een laag bepaalt de mate waarin de laag eronder wordt verborgen of weergegeven. Een laag met een dekking van 1% is nagenoeg transparant, terwijl een laag met een dekking van 100% ondoorzichtig is.
pijl rechts van het tekstvak Dekking om de schuifregelaar Dekking te slepen. Naar boven Een overvloeimodus voor een laag opgeven 1. Selecteer in het deelvenster Lagen een laag die u hebt toegevoegd. 2. Kies een optie in het pop-upmenu Overvloeimodus. (Windows) Vlak nadat u een overvloeimodus hebt gekozen, kunt u op de toetsen pijlomhoog en pijl-omlaag drukken om de andere opties voor overvloeimodi in het menu te kiezen.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid 383
Laagstijlen Informatie over laagstijlen Werken met laagstijlen Naar boven Informatie over laagstijlen Met laagstijlen kunt u snel effecten toepassen op een hele laag. In het deelvenster Effecten kunt u een aantal verschillende vooraf gedefinieerde laagstijlen weergeven en deze toepassen met een eenvoudige klik. Drie verschillende laagstijlen toegepast op tekst De grenzen van het effect worden automatisch bijgewerkt als u de laag bewerkt.
1. Selecteer een laag in het deelvenster Lagen. 2. Kies Laagstijlen in het categoriemenu in het deelvenster Effecten. 3. Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer een stijl en klik op Toepassen. Dubbelklik op een stijl. Sleep een stijl naar een laag. Een stijlpictogram geeft aan dat er een laagstijl is toegepast op de laag. Als het resultaat u niet bevalt, drukt u op Ctrl+Z (Command+Z in Mac OS) om de stijl te verwijderen of kiest u Bewerken > Ongedaan maken.
Afdrukken, delen en exporteren 386
Foto's online afdrukken of delen Foto's online afdrukken Voorkeuren instellen voor serviceproviders voor online afdrukken Foto's online delen | Photoshop Elements 12 Serviceproviders voor het delen van foto's Persoonlijk webalbum Flickr Twitter Smugmug Gallery Facebook Naar boven Foto's online afdrukken U kunt met de Photoshop Elements Editor nu foto's, fotoboeken, wenskaarten en kalenders bestellen van onlineserviceproviders.
Opmerking: Als u zich in een andere regio bevindt, kiest u een nieuwe Locatie-instelling voor Photoshop Elements. U kunt deze instelling alleen kiezen vanuit de Photoshop Elements Organizer. Als u bijvoorbeeld van Nederland naar de Verenigde Staten bent verhuisd, wijzigt u de locatie-instelling in de Elements Organizer. 1. (Optioneel, als u bent verhuisd) Klik in de Organizer op Voorkeuren > Adobe Partner Services > Locatie > Kiezen, selecteer een nieuwe locatie en start de Organizer opnieuw. 2.
Flickr China Persoonlijk webalbum Flickr Rest van de wereld Twitter Facebook Persoonlijk webalbum 1. Klik in de Editor op het vervolgkeuzemenu Delen en kies Persoonlijk webalbum. Als de op dat moment geopende foto's niet zijn opgeslagen, wordt u gevraagd om bestanden automatisch op te slaan. Klik op OK om door te gaan. 2. (Eerste keer gebruiken) Als u nog niet eerder bestanden met Revel hebt gedeeld, dient u Photoshop Elements 12 te machtigen om te werken met Revel.
Visit Flickr. Klik op deze knop om de weergave met de geüploade foto's in uw webbrowser te openen. U kunt de URL naar uw Flickr-foto's uit de webbrowser kopiëren. Done. Klik op Done om het dialoogvenster te sluiten. Twitter Er mag slechts één afbeelding zijn geselecteerd wanneer u een foto via Twitter wilt delen. Bovendien mag de afbeelding niet groter zijn dan 3 MB. 1. Klik in de Editor op het vervolgkeuzemenu Delen en kies Twitter.
toestemming te geven om namens u foto's te uploaden naar Facebook. 3. Kies in het dialoogvenster voor uploaden naar Facebook de volgende details om te bepalen waar de foto's worden geüpload en wie ze kan zien: Voeg foto's toe of verwijder deze. Klik op het plus- of minteken (resp. + of -) onder de voorvertoningen voor het verwijderen of toevoegen van foto's die naar Flickr moeten worden geüpload.
Fotoafdrukken maken Overzicht van afdrukken Fotoafdrukken gebruiken Een contactblad afdrukken Een fotopakket afdrukken Naar boven Overzicht van afdrukken Photoshop Elements beschikt over diverse opties voor het afdrukken van uw foto's. U kunt uw foto's professioneel laten afdrukken door onlineafdrukservices via Adobe Photoshop Services, maar u kunt uw foto's ook thuis op uw printer afdrukken.
Naar boven Fotoafdrukken gebruiken U kunt foto's afdrukken met de optie Fotoafdrukken. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Open de foto's in Photoshop Elements. Houd Ctrl ingedrukt en klik om meerdere foto's in het Fotovak te selecteren. Opmerking: U kunt de foto's in de Elements Organizer selecteren en de optie In de Organizer geselecteerde bestanden tonen kiezen. De foto's worden weergegeven in het Fotovak. 2. Selecteer Maken > Fotoafdrukken. 3.
Naar boven Een fotopakket afdrukken Met de opdracht Fotopakket kunt u meerdere exemplaren van een of meer foto's op één pagina plaatsen, net als portretfotografen dat vaak doen met hun afdrukken. U kunt kiezen uit een reeks opties voor grootte en plaatsing en zo de pakketindeling geheel aan uw wensen aanpassen. U kunt fotopakketten afdrukken vanuit de Elements Organizer. U kunt het proces echter ook starten vanuit de Photoshop Elements. Selecteer Fotopakket in het dialoogvenster Afdrukken.
Foto's afdrukken Foto's afdrukken met een lokale printer Gebruik deze optie als u de foto's wilt afdrukken met een printer die op uw computer is geconfigureerd. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Open de foto's in Photoshop Elements. Selecteer foto's in het Fotovak ( ). Gebruik Ctrl + klikken (Command + klikken in Mac OS) om meerdere foto's in het Fotovak te selecteren. Opmerking: U kunt de foto's in de Elements Organizer selecteren en de optie In de Organizer geselecteerde bestanden tonen kiezen.
8. Als u de afbeelding passend wilt maken voor de opgegeven afdruklay-out, selecteert u de optie Passend maken. De schaal van de afbeelding wordt gewijzigd en indien nodig wordt de afbeelding uitgesneden in overeenstemming met de verhoudingen van de afdruklay-out. Schakel deze optie uit als u de foto's niet wilt uitsnijden. 9. Selecteer of typ een waarde in het tekstvak Afdrukken x exemplaren van elke pagina. 10.
Schakel Alleen afbeelding in om alleen de afbeelding te roteren. De fotohouder roteert niet. U kunt met de schuifregelaar in- of uitzoomen op de afbeelding. Het roteren van de fotohouder met afbeelding A. Afbeelding roteren B.
pagina past. Kleurbeheer Hier geeft u het kleurprofiel van de afbeelding op. Bij Afdrukruimte ziet u de kleurruimte die is ingesloten in het fotobestand. (Op het afdrukvoorbeeld in het dialoogvenster Afdrukken is geen kleurbeheer toegepast en het afdrukvoorbeeld wordt niet bijgewerkt wanneer u een profiel kiest.) U kunt het afdrukprofiel met de volgende opties aanpassen: Kleurbewerking U kunt kiezen of u de kleuren wilt laten beheren door uw printer of door Photoshop Elements.
Afbeeldingen opslaan en exporteren Informatie over het opslaan van afbeeldingen en bestandsindelingen Indelingen voor het opslaan van bestanden Wijzigingen opslaan in verschillende bestandsindelingen Bestandscompressie Voorkeuren voor het opslaan van bestanden instellen Naar boven Informatie over het opslaan van afbeeldingen en bestandsindelingen Op www.adobe.com/go/lrvid2321_pse9_nl vindt u een video over dit proces.
middel van selectieve verwijdering van gegevens. U kunt een niveau voor de compressie kiezen. Bij een hogere compressie wordt het bestand kleiner maar gaat de kwaliteit achteruit. Een lagere compressie geeft een betere kwaliteit maar de bestanden zijn groter. JPEG is een standaardindeling voor het weergeven van afbeeldingen op het web. Photoshop (PSD) De standaardindeling voor afbeeldingen van Photoshop Elements.
Bestandsnaam Hiermee geeft u een bestandsnaam op voor de afbeelding die u wilt opslaan. Indeling Hiermee selecteert u de bestandsindeling waarin u de afbeelding wilt opslaan. Opnemen in de Elements Organizer Hiermee plaatst u het opgeslagen bestand in de catalogus, zodat dit kan worden weergegeven in de Fotobrowser. Houd er rekening mee dat bepaalde bestandsindelingen wel in de Editor, maar niet in de Elements Organizer worden ondersteund.
6. Selecteer in het dialoogvenster GIF-opties een rijvolgorde voor het GIF-bestand en klik op OK: Normaal Met deze optie wordt de afbeelding pas in de browser weergegeven als het bestand volledig is gedownload. Interliniëring Met deze optie wordt de afbeelding progressief in een lage resolutie weergegeven, terwijl het complete afbeeldingsbestand naar de browser wordt gedownload.
6. Klik op OK. Een bestand opslaan in de Photoshop PDF-indeling 1. In de werkruimte Bewerken kiest u Bestand > Opslaan als, en kiest u Photoshop PDF in de lijst met indelingen. 2. Geef een bestandsnaam en een locatie op, selecteer de gewenste opties voor het opslaan van bestanden en klik op Opslaan. 3. In het dialoogvenster Adobe PDF opslaan selecteert u een compressiemethode. (Zie Bestandscompressie.) 4. Kies een optie in het menu Afbeeldingskwaliteit. 5.
Kies Afwisselend om de foto aan de Elements Organizer te kunnen toevoegen. Byte-volgorde De meeste hedendaagse toepassingen kunnen bestanden lezen met de byte-volgorde van Mac of Windows. Als u niet weet in welk programma het bestand kan worden geopend, selecteert u het platform waarop het bestand wordt gelezen. Multiresolutie opslaan Hiermee blijven de gegevens van meerdere resoluties behouden. Photoshop Elements heeft geen opties voor het openen van bestanden met meerdere resoluties.
Bij de eerste keer opslaan Hiermee bepaalt u hoe bestanden worden opgeslagen: Met Vragen indien origineel (standaardinstelling) wordt het dialoogvenster Opslaan als geopend de eerste keer wanneer u het oorspronkelijke bestand bewerkt en opslaat. Na deze keer wordt elke vorige versie overschreven bij het opslaan. Als u de bewerkte versie opent in de Editor (vanuit de Elements Organizer), wordt met de eerste keer opslaan, en elke keer daarna wanneer u opslaat, de vorige versie overschreven.
Geoptimaliseerde bestandsindelingen voor het web Transparante webafbeeldingen en webafbeeldingen met matte De JPEG-indeling Geoptimaliseerde bestandsindelingen voor het web De GIF-indeling Een afbeelding omzetten in de modus Geïndexeerde kleur De PNG-8-indeling De PNG-24-indeling Versiesets De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Fotoprojecten 407
Grondbeginselen van projecten Met de Elements Organizer en Photoshop Elements kunt u snel en gemakkelijk creatieve projecten maken van uw foto's. U kunt uw foto's gebruiken om fotoboeken, wenskaarten, kalenders, collages, hoesjes voor cd's en dvd's en andere projecten te maken. U kunt bepaalde projecten helemaal uitvoeren in de Elements Organizer. Voor andere projecten selecteert u de gewenste foto's in de Elements Organizer en voltooit u het project in Photoshop Elements.
Fotoprojecten maken Fotoprojecten Opties voor fotoprojecten instellen Typen fotoprojecten Presentaties Een fotocollage, etiket, cd- of dvd-hoesje maken Naar boven Fotoprojecten Tot fotoprojecten behoren fotoboeken, fotokalenders, fotocollages, wenskaarten en hoesjes en labels voor cd's en dvd's. De knop Maken in de rechterbovenhoek van het Photoshop Elements-venster bevat een lijst met de fotoprojecten die beschikbaar zijn in Photoshop Elements.
Typen fotoprojecten Fotocollages Met fotocollages kunt u grote fotoprojecten zoals fotocollages en unieke fotoafdrukken maken. U kunt fotocollages afdrukken op uw printer, ze online bestellen, opslaan op uw vaste schijf of ze via e-mail versturen. Voorbeelden van fotocollages Wenskaarten Met wenskaarten kunt u allerlei lay-outs en ontwerpen toevoegen aan uw foto's en kunt u 22 foto's op een pagina plaatsen.
Voorbeelden van een cd- en dvd-etiket Naar boven Presentaties Een presentatie is een fantastische manier om mediabestanden te delen. Met Photoshop Elements kunt u presentaties aanpassen met muziekclips, clipart, tekst en zelfs gesproken tekst. Afbeeldingen in de PDF-indeling worden niet in presentaties weergegeven. Nadat u een presentatie hebt voltooid, zijn er verschillende manieren om deze te delen. Opmerking: In Mac OS kunt u geen presentaties maken. Opmerking: Op www.adobe.
Een wenskaart maken Als u een wenskaart maakt, kunt u verschillende lay-outs en ontwerpen aan uw afbeeldingen toevoegen en kunt u maar liefst 22 foto's op een pagina plaatsen. U kunt wenskaarten afdrukken op uw printer, ze opslaan op uw vaste schijf of ze via e-mail versturen. U kunt ook vanuit Photoshop Elements online afdrukken bestellen bij Shutterfly. In bepaalde regio's zijn bovendien Adobe Photoshop Elements Online Services beschikbaar waar u wenskaarten online kunt bestellen.
(bijvoorbeeld gevouwen lay-outs) kunnen alleen lokaal worden afgedrukt in de VS/Canada en Japan. 8. Klik op Opslaan om het ontwerp op te slaan. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Een fotoboek maken Met fotoboeken kunt u een grote verscheidenheid aan lay-outs en ontwerpen aan uw foto's toevoegen. U kunt fotoboeken thuis afdrukken, online bestellen via Adobe Photoshop Elements Online Services of op de vaste schijf van uw computer opslaan en via e-mail versturen. U kunt uw foto's uploaden, fotoboeken maken en deze afdrukken met gebruik van Shutterfly. Bovendien kunt u een digitaal plakboek bestellen met gebruik van Shutterfly.
Fotoprojecten bewerken Informatie over het bewerken van fotoprojecten Foto's aan een fotoproject toevoegen Foto's bewerken in de modus Snel Nieuwe pagina's aan een fotoproject toevoegen [alleen fotoboeken] De positie of het formaat van foto's in een fotoproject wijzigen Foto's in een fotoproject vervangen of verwijderen Foto's roteren in een fotoproject Fotoprojectpagina's bewerken in Photoshop Naar boven Informatie over het bewerken van fotoprojecten In Photoshop Elements kunt u fotocollages, wenskaarte
Naar boven De positie of het formaat van foto's in een fotoproject wijzigen 1. Als u een foto en het kader tegelijk wilt aanpassen, klikt u één keer op de foto. Als u een foto in een kader wilt aanpassen, dubbelklikt u op de foto. Er verschijnt een selectiekader dat de randen van de foto aangeeft, ook als deze randen door het kader worden bedekt. 2.
Als Adobe® Photoshop® en Photoshop Elements op dezelfde computer zijn geïnstalleerd, kunt u JPEG-bestanden, GIF-bestanden en andere fotobestanden van één pagina naar Photoshop sturen. In de Elements Organizer kiest u Bewerken > Bewerken met Photoshop. Photoshop biedt geen ondersteuning voor uit meerdere pagina's bestaande PSE-bestanden en dus kunt u in dit programma geen volledige fotoprojecten bewerken.
Fotokalenders maken Fotokalenders maken die lokaal kunnen worden afgedrukt 1. Klik in Photoshop Elements op Maken en selecteer Fotokalender. (U kunt ook in de Elements Organizer op het vervolgkeuzemenu Maken klikken en Fotokalender selecteren.) 2. Selecteer de beginmaand en het jaar. 3. Kies de gewenste grootte en het thema. Opmerking: In het deelvenster Grootte vindt u de opties die geschikt zijn voor onlineservices. 4.
Maak een Facebook-profielfoto en -omslagfoto Geïntroduceerd in Photoshop Elements 13 Voorbeelden van Facebook-omslagprojecten Facebook-omslagfoto - thema Enkele foto Facebook-omslagfoto - thema Meerdere foto's Naar boven Maak een Facebook-omslagfoto en -profielfoto Met het menu Maken in Photoshop Elements kunt u uw foto's op een creatieve manier in verschillende projecten gebruiken. Photoshop Elements 13 biedt u de mogelijkheid om een Facebook-omslag te maken.
De optie voor het maken van een Facebook-omslagfoto in het menu Maken 1. Klik in de Photoshop Elements 13 Editor op het menu Maken en klik vervolgens op Facebook-omslag. 2. Selecteer een thema in het dialoogvenster Facebook-omslag. Gebruik de kiezer van de Themacategorie voor hulp bij het maken van een keuze uit een van de beschikbare thema's.
Facebook zijn vereist om Photoshop Elements te machtigen voor het plaatsen van afbeeldingen. Wanneer u later wilt doorgaan, klikt u op Opslaan en slaat u het bestand op om er later weer aan te kunnen werken. Als u de wijzigingen ongedaan wilt maken en opnieuw wilt beginnen, klikt u op Sluiten . De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Webafbeeldingen 422
Afbeeldingen optimaliseren Optimaliseren Het dialoogvenster Opslaan voor web gebruiken Geoptimaliseerde bestandsindelingen voor het web Een vooraf ingestelde optimalisatie-instelling toepassen Optimaliseren als JPEG Optimaliseren als GIF- of PNG-8-indeling Optimaliseren als PNG-24 Een bewegende GIF maken Naar boven Optimaliseren Wanneer u afbeeldingen op het web plaatst, moet u rekening houden met de grootte van de bestanden.
In de afbeeldingsvensters wordt links de oorspronkelijke afbeelding weergegeven en ziet u rechts een voorvertoning van de geoptimaliseerde afbeelding. Onder elk venster staat optimalisatie-informatie: de huidige instellingen, de grootte van het geoptimaliseerde bestand en de geschatte downloadtijd. Als u aanpassingen doorvoert, worden de nieuwe instellingen onder de geoptimaliseerde afbeelding weergegeven. In de linkerbovenhoek van het dialoogvenster vindt u een kleine gereedschapset.
maar 256 kleuren hebben, kunnen kleurgegevens verloren gaan wanneer u een 24-bits afbeelding optimaliseert als een 8-bits GIF-bestand. GIF-afbeelding met selectieve kleur (links) en GIF-afbeelding met webkleuren (rechts) U kunt het aantal kleuren in een GIF-afbeelding kiezen en instellen hoe dithering van kleuren plaatsvindt in een browser.
optimalisatievereisten van verschillende soorten afbeeldingen. Uit de naam van de voorinstelling kunt u de bestandsindeling en het kwaliteitsniveau aflezen. JPEG hoog bijvoorbeeld betekent dat u een afbeelding optimaliseert in de JPEG-indeling met een hoge afbeeldingskwaliteit en een lage compressie. Kies GIF 32 met dithering als u een afbeelding in de GIF-indeling wilt optimaliseren, de kleuren in de afbeelding tot 32 wilt terugbrengen en dithering wilt toepassen. 1.
die voornamelijk uit groene en blauwe kleurtonen bestaat. In de meeste afbeeldingen overheersen kleuren uit bepaalde gebieden in het spectrum. Restrictief (web) Hiermee wordt de standaard, webveilige kleurentabel met 216 kleuren gebruikt die ook wordt gebruikt voor de 8-bits paletten (256 kleuren) van Windows en Mac OS. Met deze instelling zorgt u ervoor dat geen dithering wordt toegepast door de browser als de afbeelding wordt weergegeven in 8-bits kleuren.
Dithering in webafbeeldingen Dithering Dithering in webafbeeldingen besturen Dithering voorvertonen Naar boven Dithering De meeste webafbeeldingen worden door ontwerpers voor weergave in 24-bits kleuren gemaakt (waarmee meer dan 16 miljoen kleuren kunnen worden weergegeven), maar die afbeeldingen worden ook weergegeven op computers met een 8-bits kleurenweergave (waarbij slechts 256 kleuren worden weergegeven). Webafbeeldingen bevatten dus vaak kleuren die op sommige computers niet beschikbaar zijn.
2. Kies de gewenste optimalisatie-instellingen. 3. Als u dithering in Photoshop Elements wilt voorvertonen, kiest u Browserdithering in het documentmenu in het dialoogvenster Opslaan voor web. (Klik op het driehoekje rechtsboven in de geoptimaliseerde afbeelding om het menu weer te geven.) 4. Zo geeft u dithering vooraf weer in een browser: Stel de kleurenweergave van de computer in op 8-bits kleur (256 kleuren).
Transparantie en matte gebruiken Transparante webafbeeldingen en webafbeeldingen met matte Achtergrondtransparantie in een GIF- of PNG-afbeelding behouden Een GIF- of PNG-afbeelding met een matte maken Transparantie met harde randen in een GIF- of PNG-8-bestand maken Een JPEG-afbeelding met een matte maken Transparante webafbeeldingen en webafbeeldingen met matte Naar boven Met transparantie kunt u niet-rechthoekige afbeeldingen voor het web maken.
2. Kies in het dialoogvenster Opslaan voor web GIF, PNG-8 of PNG-24 als optimalisatie-indeling. 3. Selecteer Transparantie. 4. Geef bij GIF- en PNG-8-indelingen aan hoe u de gedeeltelijk transparante pixels in de oorspronkelijke afbeelding wilt behandelen. U kunt deze pixels laten overvloeien in een mattekleur of u kunt transparantie met harde randen maken.
Webafbeeldingen vooraf bekijken Een voorvertoning van een geoptimaliseerde afbeelding in een webbrowser bekijken Geschatte downloadtijd weergeven Variaties in de kleurenweergave voorvertonen Een animatie voorvertonen Een voorvertoning van een geoptimaliseerde afbeelding in een webbrowser bekijken Naar boven U kunt een geoptimaliseerde afbeelding voorvertonen in elke browser die op uw computer is geïnstalleerd.
Naar boven Een animatie voorvertonen U kunt een animatie voorvertonen in het dialoogvenster Opslaan voor web of in een webbrowser. In het dialoogvenster Opslaan voor web ziet u de animatie als niet-bewegende frames. Bekijk de animatie in een browser om de frames in de juiste volgorde te zien. 1. Maak een geanimeerde afbeelding en kies Bestand > Opslaan voor web. 2.
Sneltoetsen 434
Toetsen voor het dialoogvenster Magisch extraheren In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Windows 7-sneltoetsen In Photoshop Elements worden de volgende Windows 7-sneltoetsen ondersteund: Resultaat Sneltoets Aero Peek activeren Windows + spatiebalk Aero Shake activeren Windows + Home Maximaliseren Windows + pijlomhoog Herstellen of verkleinen tot pictogram Windows + pijlomlaag Het actieve venster verticaal maximaliseren Windows + Shift + pijl-omhoog Het actieve venster magnetisch uitlijnen op linker- of rechterhelft van het scherm Windows + pijl-links Opmerking: wanneer u met meerd
Toetsen voor het selecteren van gereedschappen In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Opnieuw samenstellen Gereedschap Koekjesvorm Q Q Gereedschap Rechttrekken P P Gereedschap Rode ogen verwijderen Y Y Gereedschap Snel retoucheerpenseel J J S S E E Gereedschap Potlood N N Gereedschap Penseel B B F F Gereedschap Emmertje K K Gereedschap Verloop G G Gereedschap Aangepaste vormen U U R R Gereedschap Retoucheerpenseel Gereedschap Kloonstempel Gereedschap Patroonstempel Gereedschap Gummetje Gereedschap Achtergrondgummetje Gereedschap Tovergummetje Gereedschap P
Gereedschap Verscherpen Gereedschap Natte vinger Gereedschap Spons O O Alle deelvensters weergeven/verbergen Tab Tab Standaard voor- en achtergrondkleuren D D Voor- en achtergrondkleuren wisselen X X Gereedschap Tegenhouden Gereedschap Doordrukken Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 439
Toetsen voor tekenen en penselen In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor het transformeren van selecties In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo. Resultaat Windows Mac OS Transformeren vanuit middelpunt of reflecteren Alt Option Beperken Shift Shift Vervormen Ctrl Command Schuintrekken Ctrl + Shift Command + Shift Perspectief wijzigen Ctrl + Shift + Alt Command + Shift + Option Toepassen Enter Enter Annuleren Esc of Ctrl + .
Toetsen voor het filter Uitvloeien In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor de Filtergalerie In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor het deelvenster Kleurstalen In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor het gebruik van overvloeimodi In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
446
Toetsen voor het tonen of verbergen van deelvensters (modus Expert) In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor het dialoogvenster Camera Raw In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor het gebruik van tekst In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor het selecteren en verplaatsen van objecten In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
wanneer er niets op de laag is geselecteerd Pijl-omlaag omhoog of pijl-omlaag Detectiebreedte vergroten/verkleinen Gereedschap Magnetische lasso + [ of ] Gereedschap Magnetische lasso + [ of ] Uitsnijden accepteren of afsluiten Gereedschap Uitsnijden + Enter of Esc Gereedschap Uitsnijden + Enter of Esc Uitsnijdschild uit- en inschakelen / (schuine voorwaartse streep) / (schuine voorwaartse streep) Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 451
Toetsen voor het deelvenster Lagen In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Eigenschappen van laag bewerken Dubbelklikken op miniatuur van laag Dubbelklikken op miniatuur van laag Alle tekst selecteren; tijdelijk gereedschap Tekst selecteren Dubbelklikken op miniatuur van tekstlaag Dubbelklikken op miniatuur van tekstlaag Uitknipmasker maken Alt ingedrukt houden en klikken op de scheidingslijn tussen twee lagen Option ingedrukt houden en klikken op de scheidingslijn tussen twee lagen Naam van laag wijzigen Dubbelklikken op naam van laag Dubbelklikken op naam van laag To
Toetsen voor het weergeven van afbeeldingen (modus Expert) In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.
Toetsen voor Photomerge-panorama Opmerking: Dit dialoogvenster wordt alleen weergegeven voor Interactieve lay-outs. In deze niet alomvattende lijst vindt u een lijst met nuttige sneltoetsen. Aanvullende sneltoetsen vindt u in de menuopdrachten en knopinfo.