ADOBE® PHOTOSHOP® ELEMENTS Help en zelfstudies
Aan de slag-lesbestanden Videolessen om te leren werken met Photoshop Elements Adobe TV (16 januari 2013) artikel Leer vandaag nog de grondbeginselen van het werken in Photoshop Elements 11 met de door experts ontwikkelde zelfstudies Aan de slag en Nieuwe functies. Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Aan de slag - lesbestanden Belangrijke concepten Photoshop Elements installeren Help en zelfstudies Importeren en ordenen Bewerken en composities maken Opslaan en delen Een expert in de forums vragen Volg @AdobeElements Photoshop Elements-blog 2
Nieuw in Photoshop Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Nieuw in Photoshop Verplaatsen met behoud van inhoud Automatische slimme tint De verbeterde modus Snel bewerken (kaders, structuren en effecten) Wenskaarten afdrukken | V.S.
U kunt automatisch de toonwaarde van foto's wijzigen. Laat Photoshop Elements correcties voorstellen op basis van een uniek algoritme dat ook rekening houdt met handelingen die u in het verleden hebt uitgevoerd. U kunt ook de joystick van het gereedschap Automatische slimme tint (Verbeteren > Automatische slimme tint) over de foto verplaatsen om het effect van verschillende toonwaarden op de foto te zien. Zie het artikel over het gereedschap Automatische slimme tint voor meer informatie en een video.
Een Bewerken met instructies-optie is een aantal stapsgewijze instructies waarmee u een ogenschijnlijk complex effect kunt bereiken aan de hand van een aantal selecties en muisklikken. Er zijn drie nieuwe Bewerken met instructies-opties toegevoegd aan Photoshop Elements 12. De Bewerken met instructies-opties Zoomexplosie De Bewerken met instructies-optie Zoomexplosie simuleert een handmatige-fotografietechniek waarbij met de sluiter van de camera open op een object wordt ingezoomd.
De Bewerken met instructies-optie Oude foto herstellen combineert alle gereedschappen die u nodig hebt om een foto te retoucheren op één locatie. Deze Bewerken met instructies-optie benut de gereedschappen die het meest worden gebruikt door professionals en geven u aanzienlijke, nauwkeurige controle. Gebruik de gereedschappen van deze Bewerken met instructies-optie om onvolkomenheden en correctiefoutjes te verwijderen en om oude foto's te herstellen.
U kunt het onooglijke dierenogeneffect verwijderen uit foto's van uw huisdieren. De flitser op uw camera is een van de belangrijkste oorzaken van het dierenogeneffect. Het is vaak echter niet mogelijk om binnenshuis of bij weinig licht een foto van uw huisdier te maken zonder de flitsfunctie. U kunt nu de optie Dierenogen van het gereedschap Rode ogen verwijderen gebruiken om de ogen van uw huisdieren er realistischer te laten uitzien.
Werkruimte en workflows Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
De verbeterde modus Snel Effecten Structuren Kaders Een effect, structuur of kader toepassen In de modus Snel zijn de belangrijkste gereedschappen voor fotocorrectie in één locatie gegroepeerd, zodat u snel de belichting, kleur, scherpte en andere aspecten van een afbeelding kunt corrigeren. U kunt uw foto's in Photoshop Elements 12 niet alleen verbeteren, u kunt ze ook transformeren in professioneel ogende kunstwerken. Er zijn drie nieuwe deelvensters beschikbaar: Effecten, Structuren en Kaders.
In het deelvenster Structuren kunt u kiezen uit tien structuren die u op uw foto kunt toepassen. Structuren simuleren verschillende oppervlakken of achtergronden waarop de foto kan worden afgedrukt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ouderwets papier, afgebladderde verf, een grof blauw raster of een ondergrond van chroom. Structuren worden toegepast als een nieuwe laag met een laagmasker.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Afbeeldingen bekijken Afbeeldingen bekijken in de modus Expert of Snel In- of uitzoomen Een afbeelding weergeven bij een percentage van 100% Een afbeelding aan het scherm aanpassen De venstergrootte aanpassen tijdens het zoomen Het deelvenster Navigator gebruiken Meerdere vensters met dezelfde afbeelding openen Meerdere vensters weergeven en rangschikken Vensters sluiten Naar boven Afbeeldingen bekijken in de modus Expert of Snel Met de gereedschappen Handje, Zoomen, de opdrachten Zoomen en het deelvenst
Wanneer u een zoomgereedschap gebruikt, houdt u Alt ingedrukt om te schakelen tussen inzoomen en uitzoomen. Een afbeelding weergeven bij een percentage van 100% Naar boven Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op het gereedschap Zoomen in de gereedschapset. Selecteer het gereedschap Handje of Zoomen en klik op de knop 1:1 in de optiebalk voor het gereedschap. Kies Weergave > Werkelijke pixels of klik met de rechtermuisknop op de afbeelding en kies Werkelijke pixels.
Venster > Afbeeldingen > Locatie afstemmen. In alle vensters wordt het weergavegebied van de actieve (bovenste) afbeelding weergegeven. Het zoomniveau blijft ongewijzigd. Voor meer opties voor het organiseren van afbeeldingen klikt u op de taakbalk op Lay-out en kiest u een nieuwe lay-out in het pop-upmenu. Opmerking: De opties onder Venster > Afbeeldingen zijn alleen toegankelijk wanneer bij Voorkeuren de optie Zwevende documenten toestaan in de Expertmodus is ingeschakeld.
Linialen, rasters en hulplijnen Hulplijnen, rasters en linialen Het nulpunt en de instellingen van de linialen wijzigen De hulplijn- en rasterinstellingen wijzigen Naar boven Hulplijnen, rasters en linialen In modus Expert kunt u met behulp van linialen, rasters en hulplijnen elementen (zoals selecties, lagen en vormen) nauwkeurig langs de lengte of de breedte van een afbeelding positioneren. In de modus Snel zijn alleen rasters beschikbaar.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 17
Grondbeginselen van de werkruimten Het welkomstscherm Het Photoshop Elements-venster Contextmenu's gebruiken Toetscombinaties en wijzigingstoetsen gebruiken Photoshop Elements afsluiten Naar boven Het welkomstscherm Als u Photoshop Elements start, wordt standaard het welkomstscherm geopend. Het welkomstscherm is een handig beginpunt voor het uitvoeren van belangrijke taken. Klik op de Organizer om uw foto's te importeren, te voorzien van tags of te organiseren.
Hiermee kunt u foto's bewerken in de modus Snel. Met instructies Hiermee kunt u foto's bewerken in de modus Bewerken met instructies. Expert Hiermee kunt u foto's bewerken in de modus Expert. De werkruimte Expert bevat gereedschappen waarmee u problemen met kleuren kunt oplossen, speciale effecten kunt aanbrengen en foto's kunt verbeteren.
1. Plaats de aanwijzer op een afbeelding of element van een deelvenster. Opmerking: Niet alle deelvensters hebben contextmenu's. 2. Klik met de rechtermuisknop en kies een opdracht in het menu. Naar boven Toetscombinaties en wijzigingstoetsen gebruiken U kunt sneltoetsen gebruiken in de werkruimte van de Foto-editor en van de Organizer.
Windows 7-functies gebruiken In Photoshop Elements worden de volgende Windows 7-functies ondersteund: Live taakbalk Hier ziet u pictogrammen voor alle uitgevoerde en gepinde toepassingen. De pictogrammen van alle uitgevoerde toepassingen worden omgeven door een gemarkeerde rand. Wijs een pictogram aan om afbeeldingen van de geopende bestanden en toepassingen weer te geven.
Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren Het deelvenster Historie gebruiken tijdens het bewerken Geheugen vrijmaken dat wordt gebruikt door het Klembord en het deelvenster Historie Voorkeurinstellingen herstellen Uitgeschakelde waarschuwingsberichten opnieuw weergeven Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren Naar boven Veel bewerkingen in zowel de Elements Organizer als in Photoshop Elements kunnen ongedaan wor
Terugkeren naar een vorige staat van een afbeelding Voer een of meer van de volgende handelingen uit in de modi Snel en Expert: Klik op de naam van de staat in het deelvenster Historie. Klik op de knop Ongedaan maken of Opnieuw op de taakbalk. Kies Ongedaan of Opnieuw in het menu van het deelvenster Historie of in het menu Bewerken. Als u de toetscombinatie voor Stap vooruit en Stap terug wilt instellen, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Algemeen en kiest u een optie in het menu Stap terug/vooruit.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Gereedschappen De gereedschapset Een gereedschap selecteren Voorkeuren voor Bewerken instellen De vormgeving van een gereedschapaanwijzer instellen De dikte of hardheid van tekencursors wijzigen door te slepen Gereedschapsopties instellen Naar boven De gereedschapset Met sommige gereedschappen in de gereedschapset van Photoshop Elements kunt u afbeeldingen selecteren, bewerken en weergeven; met andere kunt u tekenen en typen. De gereedschapset wordt links in de modi Snel en Expert weergegeven.
Naar boven Een gereedschap selecteren Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op een gereedschap in de gereedschapset. Als er meer opties voor het gereedschap zijn, worden deze weergegeven in de balk met gereedschapsopties. Vervolgens klikt u op het gereedschap dat u wilt selecteren. Druk op de sneltoets van het gereedschap. De sneltoets wordt weergegeven in de knopinfo van het gereedschap. U kunt bijvoorbeeld het gereedschap Penseel selecteren door op de toets P te drukken.
A. Gereedschapspictogram B. Actief gereedschap in de balk met gereedschapsopties C. Verborgen gereedschappen D. Gereedschapsopties 1. Selecteer een gereedschap. 2. Kijk in de balk met gereedschapsopties om te zien wat de beschikbare opties zijn. Voor meer informatie over het instellen van opties voor een bepaald gereedschap kunt u de naam van het gereedschap opzoeken in de Help bij Photoshop Elements.
Deelvensters en vakken Deelvensters Werken met deelvensters Deelvensters in de modus Expert De taakbalk gebruiken Het fotovak gebruiken Naar boven Deelvensters Deelvensters zijn zowel in Photoshop Elements als in de Elements Organizer beschikbaar; het gedrag van de deelvensters is in beide werkruimten echter iets anders. Deelvensters helpen u bij het beheren, bijhouden en wijzigen van afbeeldingen. Sommige deelvensters hebben menu's met extra opdrachten en opties.
Verschillende manieren om waarden in te voeren A. Schijf B. Klik om venster te openen C. Tekstvak D. Menupijl E. Miniregelaar F. Selectievakje G. Hotkey H. Driehoekje van pop-upregelaar Naar boven Werken met deelvensters Deelvensters bevatten eigenschappen, informatie of functies die in logische groepen zijn gegroepeerd, zodat u snel en gemakkelijk kunt werken. Het deelvenstervak staat aan de rechterkant van Photoshop Elements.
2. Ga als volgt te werk in het deelvenstervak (aangepaste werkruimte): Als u een deelvenster uit het Deelvenstervak wilt verwijderen, sleept u de titelbalk van het deelvenster uit het Deelvenstervak. Als u een deelvenster aan het Deelvenstervak wilt toevoegen, sleept u de titelbalk van het deelvenster naar het Deelvenstervak. Als u de deelvensters in het Deelvenstervak opnieuw wilt rangschikken, sleept u de titelbalk van het deelvenster naar een nieuwe positie.
Voer een van de volgende handelingen uit: (Alleen Windows) Als u een afbeelding wilt openen, sleept u een bestand van een locatie op de computer (inclusief de Fotobrowser) of van een opslagapparaat dat op de computer is aangesloten naar het fotovak. Dubbelklik op een miniatuur om een geopende afbeelding als voorste afbeelding weer te geven. Als u de volgorde van foto's wilt wijzigen, sleept u de miniaturen in het fotovak.
Ondersteuning voor multi-aanraking Als de hardware en het besturingssysteem van uw computer ondersteuning bieden voor de aanraakfunctie, kunt u door een afbeelding bladeren, deze roteren en erop inzoomen. Multi-aanraking wordt ondersteund in alle drie de modi: Snel, Met instructies en Expert. Tikken Hiermee bladert u verticaal of horizontaal door de afbeelding.
Werkschijven en plug-ins Werkschijven Werkschijven wijzigen Plug-ins Plug-ins installeren Een extra map voor plug-ins selecteren Alleen de standaardplug-ins laden Naar boven Werkschijven Als uw systeem niet over voldoende RAM-geheugen beschikt voor het uitvoeren van een handeling, gebruikt Photoshop Elements werkschijven. Een werkschijf is een willekeurige schijf of partitie van een schijf waarop geheugen beschikbaar is.
door een tilde (~) aan het begin van de naam van de plug-in of map te plaatsen. Het programma negeert tijdens het opstarten bestanden die zijn gemarkeerd met een tilde. Voor informatie over geïnstalleerde plug-ins kiest u Help > Info plug-in en selecteert u een plug-in in het submenu. Opmerking: Als u een optionele plug-in wilt gebruiken, kopieert u deze vanuit de map met optionele plug-ins naar de relevante submap in de map Plug-ins.
Importeren Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Bestanden importeren Videoframes importeren Afbeeldingen van een digitale camera importeren via WIA (alleen Windows) Naar boven Videoframes importeren U kunt binnen Photoshop Elements een video afspelen en beelden uit de video selecteren om te bewerken en als afbeelding op te slaan. 1. Selecteer Bestand > Importeren > Frame van video. 2. Selecteer de gewenste video. 3. Klik op Afspelen. De video wordt afgespeeld in het dialoogvenster Frame van video.
Bestandsbeheer Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Bestanden openen Een nieuw, leeg bestand maken Een bestand openen Een PDF-bestand openen Een PDF-bestand in een nieuwe laag plaatsen Meerdere bestanden verwerken Een bestand sluiten Naar boven Een nieuw, leeg bestand maken Als u een webillustratie, banner of een bedrijfslogo en briefhoofd wilt maken, begint u gewoonlijk met een nieuw, leeg bestand. 1. Kies Bestand > Nieuw > Leeg bestand. 2. Geef opties op voor de nieuwe afbeelding en klik op OK.
als en klik op Openen. Belangrijk: Als het bestand niet wordt geopend, komt de gekozen indeling mogelijk niet overeen met de werkelijke indeling van het bestand of is het bestand misschien beschadigd. Naar boven Een PDF-bestand openen PDF (Portable Document Format) is een veelzijdige bestandsindeling waarmee zowel vector- als bitmapgegevens kunnen worden weergegeven en die functies voor het elektronisch doorzoeken en navigeren van documenten kan bevatten.
hoogte/breedte-verhouding van de illustratie blijft behouden. Als de illustratie echter groter is dan de Photoshop Elements-afbeelding, wordt deze verkleind. 4. (Optioneel) Wijzig de positie van de illustratie door de cursor binnen het selectiekader van de geplaatste illustratie te zetten en te slepen. 5. (Optioneel) Vergroot of verklein de geplaatste illustratie eventueel door een of meer van de volgende handelingen uit te voeren: Sleep een van de grepen op de hoeken of zijkanten van het selectiekader.
Naar boven Een bestand sluiten 1. Voer een van de volgende handelingen uit in Photoshop Elements: Kies Bestand > Sluiten. Kies Bestand > Alles sluiten. 2. Kies of u het bestand wilt opslaan of niet: Klik op Ja om het bestand op te slaan. Klik op Nee om het bestand te sluiten zonder het op te slaan. Selecteer de optie Toepassen op alles om de huidige bewerking op alle bestanden toe te passen die worden gesloten.
Uitleg over bestandsinformatie Bestandsinfo (metagegevens) Bestandsinformatie weergeven of toevoegen Het deelvenster Info gebruiken De bestandsinformatie weergeven in het deelvenster Info of op de statusbalk Sjablonen voor metagegevens opslaan of verwijderen Een opgeslagen sjabloon voor metagegevens gebruiken Naar boven Bestandsinfo (metagegevens) Wanneer u een foto neemt met uw digitale camera, beschikt elk afbeeldingsbestand over informatie zoals de datum en het tijdstip waarop de foto is genomen, de s
gebruikt, kan de volgende informatie verschijnen: De numerieke waarden van de kleur onder de aanwijzer De x- en y-coördinaten van de aanwijzer. De breedte (B) en hoogte (H) van een selectiekader of vorm wanneer u sleept, of de breedte en hoogte van een actieve selectie. De x- en y-coördinaten van de beginpositie (wanneer u klikt in de afbeelding). De positiewijziging langs de x-coördinaat en y-coördinaat, wanneer u een selectie, laag of vorm verplaatst.
Als u een metagegevenssjabloon wilt verwijderen, klikt u op Sjablonenmap weergeven. Blader naar de sjabloon die u wilt verwijderen en selecteer deze. Druk vervolgens op Verwijderen. Een opgeslagen sjabloon voor metagegevens gebruiken Naar boven 1. Kies Bestand > Bestandsinfo, klik in de rij met knoppen onder aan het dialoogvenster Bestandsinfo op de keuzelijst naast de knop Importeren, en selecteer Importeren. 2. Selecteer een importoptie en klik op OK. 3.
Werkschijven en plug-ins Werkschijven Werkschijven wijzigen Plug-ins Plug-ins installeren Een extra map voor plug-ins selecteren Alleen de standaardplug-ins laden Naar boven Werkschijven Als uw systeem niet over voldoende RAM-geheugen beschikt voor het uitvoeren van een handeling, gebruikt Photoshop Elements werkschijven. Een werkschijf is een willekeurige schijf of partitie van een schijf waarop geheugen beschikbaar is.
door een tilde (~) aan het begin van de naam van de plug-in of map te plaatsen. Het programma negeert tijdens het opstarten bestanden die zijn gemarkeerd met een tilde. Voor informatie over geïnstalleerde plug-ins kiest u Help > Info plug-in en selecteert u een plug-in in het submenu. Opmerking: Als u een optionele plug-in wilt gebruiken, kopieert u deze vanuit de map met optionele plug-ins naar de relevante submap in de map Plug-ins.
Afbeeldingsaanpassingen Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Kleurverzadiging en kleurtoon aanpassen Verzadiging en kleurtoon aanpassen De tint van huidskleuren aanpassen De verzadiging in geïsoleerde gebieden aanpassen De kleur van een object wijzigen Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwart-wit Afbeeldingen automatisch omzetten in zwart-wit Aangepaste voorinstellingen toevoegen voor omzetten in zwart-wit Kleur toevoegen aan een grijswaardenafbeelding Naar boven Verzadiging en kleurtoon aanpassen Met de opdracht Kleurtoon/verzadiging past u de kleurtoon, de verz
Kies Origineel om alle kleuren tegelijkertijd aan te passen. Kies een van de andere vooraf ingestelde kleurbereiken voor de kleur die u wilt aanpassen. Er verschijnt een correctieregelaar tussen de kleurenbalken. Hiermee kunt u elk bereik van kleurtonen bewerken. 3. Voer bij Kleurtoon een waarde in of sleep de schuifregelaar totdat de kleuren juist worden weergegeven. De waarden in het tekstvak geven het aantal graden aan dat de oorspronkelijke kleur van de pixel is geroteerd op de kleurenschijf.
Origineel (boven) en na aanpassing van huidskleur (onder) 1. Open de foto en selecteer de laag die u wilt corrigeren. 2. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Huidskleur aanpassen. 3. Klik op een gebied met huid. De kleuren in de foto worden automatisch aangepast. De wijzigingen kunnen subtiel zijn. Opmerking: Let erop dat Voorvertoning is geselecteerd zodat u de kleurveranderingen te zien krijgt zodra deze zich voordoen. 4.
3. Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt wijzigen. Naar boven De kleur van een object wijzigen Met de opdracht Kleur vervangen wordt een specifieke kleur in een foto vervangen. U kunt de kleurtoon, de verzadiging en de lichtsterkte van de vervangende kleur instellen. 1. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleur vervangen. 2.
uit de originele kleurkanalen op in de nieuwe zwart-witafbeelding. 5. Klik op OK om de afbeelding om te zetten. Klik op Herstellen als u de wijzigingen wilt annuleren en opnieuw wilt beginnen. Klik op Annuleren om het dialoogvenster Omzetten in zwart-wit te sluiten. Naar boven Afbeeldingen automatisch omzetten in zwart-wit De opdracht Kleur verwijderen zet de afbeelding om in zwart-wit door gelijke waarden voor rood, groen en blauw aan elke pixel van een RGBafbeelding toe te wijzen.
Retoucheren en corrigeren Rode ogen nauwkeurig verwijderen Het dierenogeneffect verwijderen Objecten verplaatsen en de positie hiervan wijzigen Vlekken en ongewenste objecten verwijderen Grote onvolkomenheden corrigeren Cameravervorming corrigeren Photomerge-groepsfoto gebruiken Photomerge-scènecorrectie gebruiken Naar boven Rode ogen nauwkeurig verwijderen Een video over dit proces is beschikbaar op www.adobe.com/go/lrvid_pse_nl.
Naar boven Het dierenogeneffect verwijderen Met het gereedschap Rode ogen verwijderen kunt u de rode gloed in de ogen verwijderen die ontstaat doordat licht wordt gereflecteerd (als gevolg van laag omgevingslicht of het gebruik van een flitser). Voor dieren geldt dat de ogen een witte, groene, rode of gele gloed kunnen hebben. Met de veelgebruikte gereedschappen voor het verwijderen van rode ogen kunt u dit effect mogelijk niet goed corrigeren.
(links) De originele foto (midden) De vlieger is dichter bij de grond geplaatst (rechts) De vlieger is hoger in de lucht geplaatst . 1. Selecteer het gereedschap Verplaatsen met behoud van inhoud 2. Kies een modus om op te geven of u een object wilt verplaatsen, of als u een kopie van het object wilt maken. Verplaatsen Hiermee kunt u objecten naar een andere locatie in de afbeelding verplaatsen. Uitbreiden Hiermee kunt u het object meerdere malen repliceren. 3.
Sleep de muis rond het object dat u wilt selecteren 5. Als u een selectie hebt gemaakt, verplaatst u het object naar een nieuwe locatie. Het gebied waaruit de selectie wordt verplaatst, wordt automatisch gevuld op basis van de afbeeldingsinhoud om het gebied heen. 6. Als het automatisch gevulde gebied niet correct wordt weergegeven, schakelt u het selectievakje Monster nemen van alle lagen in en verschuift u de schuifregelaar Retoucheren.
3. Kies op de balk met gereedschapsopties een van de volgende retoucheeropties: Afstemmen op omgeving Bij deze methode worden de pixels langs de rand van de selectie gebruikt om te zoeken naar een gedeelte dat kan worden gebruikt voor het herstellen van het geselecteerde gedeelte. Als deze optie geen afdoende oplossing biedt, kiest u Bewerken > Ongedaan maken en probeert u de optie Structuur maken.
uniforme achtergrond geplaatste objecten verwijderen, zoals een object in een grasveld. Voor en na het toepassen van het retoucheerpenseel. 1. Selecteer het gereedschap Retoucheerpenseel . 2. Kies een penseelgrootte op de balk met gereedschapsopties en stel opties voor het retoucheerpenseel in. Modus Hiermee bepaalt u hoe de bron of het patroon wordt gemengd met bestaande pixels. Met Normaal worden nieuwe pixels over de oorspronkelijke pixels heen gelegd.
Cameravervorming corrigeren 1. Selecteer Filter > Cameravervorming corrigeren. 2. Schakel het selectievakje Voorvertoning in. 3. Stel de volgende opties naar wens in om uw afbeelding te corrigeren en klik op OK: Vervorming verwijderen Hiermee worden vervormingen als korrelvorming en speldenkusseneffect gecorrigeerd. Typ een nummer in het vak of verplaats de schuifregelaar om de horizontale en verticale lijnen die naar het middelpunt van de afbeelding toe of er juist bij vandaan buigen, recht te trekken.
Zoomen Zoom in voor een gedetailleerdere weergave en zoom uit voor een algemenere weergave. Kleur Hiermee geeft u de rasterkleur op. Naar boven Photomerge-groepsfoto gebruiken Op www.adobe.com/go/lrvid2342_pse9_nl vindt u een video over de Photomerge-functies. Met Photomerge-groepsfoto kunt u de perfecte groepsopname samenstellen op basis van verschillende foto's.
Het venster Photomerge-groepsfoto Naar boven Photomerge-scènecorrectie gebruiken Met Photomerge-scènecorrectie kunt u de perfecte natuurfoto samenstellen op basis van verschillende foto's. U kunt ongewenste elementen verwijderen, zoals bijvoorbeeld toeristen die in de weg van het mooie uitzicht staan. Opmerking: Voor de beste resultaten gebruikt u foto's van dezelfde scène die vanuit dezelfde hoek zijn genomen. 1.
3. Selecteer de beste foto en sleep deze uit het fotovak naar het venster Definitief. Deze foto wordt de basisafbeelding voor de uiteindelijke foto. 4. Klik op een foto in het fotovak (de foto's hebben allemaal een andere kleur, zodat u ze gemakkelijk kunt herkennen). Deze foto wordt weergegeven in het venster Bron. 5.
Photomerge-scènecorrectie A. Een foto naar het venster Definitief slepen B. Gereedschap Potlood gebruiken voor het markeringsgebied dat moet worden vervangen in het venster Definitief C. Resultaat in het venster Definitief De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Foto's verbeteren Randen vervagen of verzachten Kleuren in een afbeelding vervangen Afbeeldingen of gebieden in een afbeelding klonen Photomerge-gezichten Photomerge-belichting Photomerge-stijlovereenkomst Naar boven Randen vervagen of verzachten Met het gereedschap Vervagen maakt u harde randen of gebieden in een afbeelding vager, zodat er details verloren gaan. Als u een drukke achtergrond vervaagt, kunt u meer nadruk leggen op de doelafbeeldingen.
Kleuren vervangen 1. Selecteer het gereedschap Kleur vervangen Penseel). (het gereedschap Kleur vervangen maakt deel uit van de optiebalk voor het gereedschap 2. Kies een penseeluiteinde in het menu Penseel op de optiebalk. Doorgaans kunt u bij Modus de overvloeimodus het beste instellen op Kleur. 3. Kies een van de volgende opties voor Limieten: Niet aangrenzend Hiermee wordt de monsterkleur vervangen op elke plaats onder de aanwijzer.
Originele foto (boven), nadat twee zeesterren met het gereedschap Kloonstempel aan de foto zijn toegevoegd (midden) en nadat een persoon met het gereedschap Kloonstempel is verwijderd (onder). 1. Selecteer het gereedschap Kloonstempel . 2. (Optioneel) Stel opties op de optiebalk in: Penseel Hiermee stelt u het penseeluiteinde in. Klik op de pijl naast het penseelvoorbeeld, kies een penseelcategorie in het pop-upmenu Penselen en selecteer vervolgens een penseelminiatuur.
1. Voer een van de volgende handelingen uit om de foto's met de gezichten te selecteren die u als bronafbeeldingen voor Photomergegezichten wilt gebruiken: Selecteer de foto's met de gezichten in de Elements Organizer. Open de foto's met de gezichten. 2. Kies Verbeteren > Photomerge > Photomerge-gezichten. 3. Kies de gezichtsfoto die u als uitgangspunt wilt gebruiken en sleep deze uit het fotovak naar het venster Definitief. 4.
Ga als volgt te werk om een perfecte foto te maken: Neem twee of meer foto's van dezelfde scène, maar gebruik verschillende instellingen voor belichting. U krijgt de beste resultaten wanneer u de foto's maakt met verschillende belichtingswaarden en de camera zo stil mogelijk houdt. Bijvoorbeeld: Neem twee of meer foto's met flits om het onderwerp (de objecten in de kamer) goed te belichten. Daarna neemt u een foto zonder flits om de achtergrond (het uitzicht buiten het raam) goed te belichten.
Schaduwen Hiermee kunt u de schaduwen donkerder of lichter maken. Verzadiging Hiermee kunt u de intensiteit van de kleur wijzigen. 4. Klik op Gereed als u het gewenste resultaat hebt bereikt en Photomerge-belichting wilt voltooien. Handmatige Photomerge-belichting Opmerking: Wanneer u Photomerge-belichting gebruikt voor foto's die u met flits hebt gemaakt, is Handmatige Photomerge-belichting de standaardmodus. 1.
Afbeelding nadat de stijl van de stijlafbeelding is toegepast 1. Open de afbeelding en selecteer Verbeteren > Photomerge > Photomerge-stijlovereenkomst. 2. Voeg de afbeeldingen waaruit u de stijl wilt overbrengen toe aan het Stijlenvak. Kies afbeeldingen met sterke stilistische eigenschappen en details. Opmerking: U kunt ook een van de standaardstijlafbeeldingen kiezen die worden weergegeven in het Stijlenvak. 3.
Oorspronkelijk gekleurde afbeelding veranderd in zwart-wit via Kleurtonen overbrengen 5. Klik op Gereed om de afbeelding bij te werken met de toegepaste stijl. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Schaduwen en licht aanpassen Kleur en tinten aanpassen met slimme penselen De gereedschappen Slim penseel toepassen Aanpassingen met Niveaus Schaduwdetails en hooglichtdetails verbeteren Schaduwen en helderheid aanpassen met Niveaus De helderheid en het contrast in de geselecteerde gedeelten aanpassen Afzonderlijke gebieden snel lichter of donkerder maken Snel geïsoleerde gebieden verzadigen of verzadiging uit deze gebieden verwijderen Naar boven Kleur en tinten aanpassen met slimme penselen Met het gere
passen op een foto. Elke vooraf ingestelde aanpassing wordt toegepast op een eigen toepassingslaag. U kunt de instellingen voor iedere correctie afzonderlijk afstellen. Nadat u een correctie hebt aangebracht, geeft een speldenknop aan waar de aanpassing in eerste instantie is aangebracht. Deze speld fungeert als verwijzing naar de specifieke aanpassing. Er wordt een nieuwe speld weergegeven wanneer een andere aanpassingsvoorinstelling wordt toegepast.
Het pop-upvenster Slim penseel U kunt in Photoshop Elements vele verschillende vooraf ingestelde aanpassingen toepassen met het gereedschap Slim penseel en . U kunt een aanpassing kiezen in het pop-upvenster met voorinstellingen in de optiebalk. Net als alle popGedetailleerd slim penseel upvensters kunt u ook het pop-upvenster met Slim penseel-voorinstellingen configureren. Gebruik het deelvenstermenu om de aanpassingen als miniaturen of in een lijst weer te geven.
Vóór het aanpassen van schaduwen en hooglichten (boven) en erna (onder). Door de aanpassing wordt het gezicht verzacht en worden er meer details achter de zonnebril weergegeven. Naar boven Schaduwen en helderheid aanpassen met Niveaus 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Verbeteren > Belichting aanpassen > Niveaus. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Niveaus of open een bestaande aanpassingslaag in Niveaus. 2. Kies RGB in het menu Kanaal.
Opmerking: Klik op Automatisch om de schuifregelaars voor hooglichten en schaduwen automatisch bij de lichtste en donkerste punten in elk kanaal te plaatsen. Dit heeft hetzelfde effect als de opdracht Niveaus bepalen en kan een kleurverschuiving in de foto veroorzaken. De helderheid en het contrast in de geselecteerde gedeelten aanpassen Naar boven De opdracht Helderheid/contrast kunt u het beste gebruiken op geselecteerde gedeelten van een afbeelding.
1. Selecteer het gereedschap Spons. Als u het gereedschap Spons niet ziet, zoekt u het gereedschap Tegenhouden of Doordrukken. 2. Stel gereedschapsopties in op de optiebalk. Pop-upmenu Penselen Hiermee stelt u het penseeluiteinde in. Klik op de pijl naast het penseelvoorbeeld, kies een penseelcategorie in het pop-upmenu Penselen en selecteer vervolgens een penseelminiatuur. Afm. Hiermee stelt u de grootte van het penseel in pixels in. Sleep de schuifregelaar of voer een grootte in het tekstvak in.
Transformeren Een afbeelding roteren of draaien Een item vrij roteren Een item schalen Een item schuintrekken of vervormen Perspectief op een item toepassen Een item vrij roteren Een transformatie op de achtergrondlaag toepassen Naar boven Een afbeelding roteren of draaien U kunt een selectie, een laag of een hele afbeelding roteren of draaien. Zorg dat u de juiste opdracht kiest, afhankelijk van het item dat u wilt roteren of draaien. 1.
Naar boven Een item vrij roteren Met de opdrachten Laag vrij roteren en Selectie vrij roteren kunt u een item in elke gewenste mate roteren. Trek de afbeelding recht met de opdracht Laag vrij roteren en klik op de knop Huidige bewerking vastleggen om de rotatie toe te passen. 1. Selecteer in de werkruimte Bewerken de laag of de selectie die u wilt roteren. 2. Kies Afbeelding > Roteren > Laag vrij roteren of Selectie vrij roteren. Er verschijnt een selectiekader in de afbeelding.
2. Kies Afbeelding > Transformatie > Schuintrekken of Afbeelding > Transformatie > Vervormen. Als u een vorm transformeert terwijl het vormgereedschap is geselecteerd, kiest u Afbeelding > Vorm transformeren > Schuintrekken of Afbeelding > Vorm transformeren > Vervormen. Opmerking: Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren. 3.
een zijde van het selectiekader. Zodra de cursor op een zijgreep staat, verandert de aanwijzer in een grijze pijlpunt met een kleine dubbele pijl . Druk op Ctrl+Alt+Shift (Command+Option+Shift in Mac OS) en sleep een hoekgreep om perspectief toe te passen. Zodra de cursor op een hoekgreep staat, verandert deze in een grijze pijlpunt . 5.
Vergroten/verkleinen Grootte en resolutie Monitorresolutie De afbeeldingsgrootte van een geopend bestand weergeven De afdrukgrootte op het scherm weergeven De afdrukafmetingen en de resolutie wijzigen zonder het aantal pixels te wijzigen Het aantal pixels in een afbeelding wijzigen Naar boven Grootte en resolutie De afbeeldingsgrootte (of pixelafmetingen) is een manier om het aantal pixels te meten langs de breedte en de hoogte van een afbeelding.
behouden. Als u deze optie selecteert en de grootte en resolutie wijzigt, rekt de afbeelding niet uit en wordt deze niet verkleind. Met de optie Nieuwe beeldpixels berekenen kunt u de grootte van een afbeelding wijzigen zonder de resolutie te wijzigen. Als u naar een specifieke resolutie of met een grotere of kleinere resolutie wilt afdrukken dan de huidige afbeelding toestaat, wijzigt u het aantal pixels in de afbeelding.
bijgewerkt wanneer u de hoogte wijzigt en omgekeerd. 4. Typ onder Documentgrootte nieuwe waarden voor de hoogte en de breedte. Kies desgewenst een nieuwe maateenheid. 5. Voer een nieuwe waarde in voor Resolutie. Kies desgewenst een nieuwe maateenheid en klik op OK. Als u de oorspronkelijke waarden uit het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte wilt herstellen, houdt u Alt (of Option in Mac OS) ingedrukt en klikt u op Herstellen.
bijgewerkt wanneer u de hoogte wijzigt en omgekeerd. 4. Typ bij Pixelafmetingen waarden voor Breedte en Hoogte. U kunt waarden invoeren als percentages van de huidige afmetingen door Procent te kiezen als de maateenheid. De nieuwe bestandsgrootte van de afbeelding verschijnt naast Pixelafmetingen, met de oude bestandsgrootte tussen haakjes. 5. Klik op OK om de pixelafmetingen te wijzigen en het aantal pixels in de afbeelding te wijzigen.
Automatische slimme tint Automatische slimme tint toepassen op een foto Automatische slimme tint leren Automatische slimme tint leren herstellen De functie Automatische slimme tint benut een intelligent algoritme om de toonwaarden in een afbeelding te wijzigen. De functie Automatische slimme tint past een correctie toe op uw foto. Bovendien is er een joystick die u over de afbeelding kunt verplaatsen om de resultaten te perfectioneren.
(links) Het verplaatsen van de joystick naar de donkere gebieden (bladeren of schaduw), zorgt ervoor dat de afbeelding in zijn geheel donkerder wordt. Dit blijkt uit de miniaturen links van de hoofdafbeelding. (rechts) Het verplaatsen van de joystick naar de heldere gebieden (heldere lucht of helder gras), zorgt ervoor dat de afbeelding in zijn geheel lichter wordt. Dit blijkt uit de miniaturen rechts van de hoofdafbeelding. Naar boven Automatische slimme tint toepassen op een foto 1.
A. Opties voor de functie Automatische slimme tint B. In-/uitschakelen, om een voor/na-afbeelding weer te geven C. Selectiekader waarin u de joystick kunt verplaatsen D. Joystick die door het selectiekader kan worden gesleept E. Knop Opnieuw instellen, zet de joystick terug op de door Automatische slimme tint voorgestelde originele locatie F. Een van de vier automatisch gegenereerde actieve voorvertoningsminiaturen 2.
Handelingen gebruiken om foto's te verwerken Overzicht van handelingen Een handelingenbestand op een afbeelding afspelen Handelingenbestanden beheren Naar boven Overzicht van handelingen Een handeling is een reeks stappen (taken) die op een foto wordt afgespeeld. Deze stappen kunnen menuopdrachten, deelvensteropties, gereedschapshandelingen enzovoort zijn.
Overzicht van de tekenfuncties Tekengereedschappen Voor- en achtergrondkleuren Overvloeimodi Webveilige kleuren Naar boven Tekengereedschappen Photoshop Elements biedt verschillende gereedschappen om kleur toe te passen en te bewerken. Wanneer u een tekengereedschap selecteert, worden er diverse vooraf ingestelde penseeluiteinden en instellingen voor de penseelgrootte, overvloeien, dekking en airbrush-effecten weergegeven op de optiebalk voor het gereedschap.
achtergrondkleur D. Vak met achtergrondkleur U kunt in de gereedschapset een nieuwe voor- of achtergrondkleur wijzigen met behulp van het pipet, het deelvenster Kleurstalen of de Kleurkiezer. Naar boven Overvloeimodi Met overvloeimodi bepaalt u het effect van een teken- of bewerkgereedschap op pixels. U kunt zich het effect van een overvloeimodus het beste voorstellen aan de hand van de volgende typen kleuren: De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding.
werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect. Donkerdere kleur In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de laagste waarde weergegeven. De kleurmodus Donkerdere kleur produceert geen derde kleur, hetgeen soms wel het geval is in de overvloeimodus Donkerder, omdat de laagste kleurkanaalwaarden worden gekozen van zowel de basis- als de werkkleur om de eindkleur te maken.
De kleur van een overhemd wijzigen met de overvloeimodus Kleur Lichtsterkte In deze modus ontstaat een eindkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur. Naar boven Webveilige kleuren Webveilige kleuren zijn de 216 kleuren die door browsers op Windows- en Mac OS-platforms worden gebruikt.
Kleurzweem corrigeren Kleurzwemen corrigeren door variaties van een foto te vergelijken Een kleurzweem automatisch verwijderen Een kleurzweem verwijderen met Niveaus Kleurcurven aanpassen Kleurzwemen corrigeren door variaties van een foto te vergelijken Naar boven U kunt kleur- en toonaanpassingen aanbrengen in het dialoogvenster Kleurvariaties door verschillende miniatuurvariaties van de foto te vergelijken en te kiezen.
2. In de foto klikt u op een gebied dat wit, zwart of neutraal grijs moet zijn. De foto wordt gewijzigd op basis van de kleur die u hebt geselecteerd. 3. Als u opnieuw wilt beginnen, klikt u op de knop Herstellen om de wijzigingen in de foto ongedaan te maken. 4. Klik op OK om de kleurwijziging te accepteren. Naar boven Een kleurzweem verwijderen met Niveaus Deze techniek vereist ervaring met kleurcorrectie en enige kennis van de RGB-kleurenschijf. 1.
4. Selecteer een stijl (bijvoorbeeld Achtergrondbelichting of Solariseren). 5. Pas de schuifregelaars voor Hooglichten, Helderheid middentonen, Contrast middentonen en Schaduwen aan. 6. Als u de aanpassingen op de afbeelding wilt toepassen, klikt u op OK. Klik op Herstellen om de aanpassing te annuleren en opnieuw te beginnen. Klik op Annuleren om het dialoogvenster Kleurcurven aanpassen te sluiten. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Aanpassingsfilters Het Het Het Het Het Het filter Egaliseren toepassen filter Verloop toewijzen toepassen filter Omkeren toepassen filter Waarden beperken toepassen filter Drempel toepassen Fotofilter toepassen Naar boven Het filter Egaliseren toepassen Met het filter Egaliseren wijzigt u de verdeling van de helderheidswaarden van de pixels in een afbeelding, zodat het volledige bereik van helderheidsniveaus beter door de pixels wordt weergegeven.
4. Selecteer geen van beide, een van beide of beide verloopopties: Dithering als u willekeurige ruis wilt toevoegen, zodat de verloopvulling vloeiender wordt weergegeven en overgangseffecten worden voorkomen. Omkeren als u de richting van de verloopvulling wilt wijzigen, zodat de toewijzing van het verloop wordt omgekeerd. 5. Klik op OK. Naar boven Het filter Omkeren toepassen Met het filter Omkeren keert u de kleuren in een afbeelding om.
Als u een representatieve schaduw wilt identificeren, sleept u de schuifregelaar naar links totdat de afbeelding helemaal wit is. Sleep de schuifregelaar vervolgens terug totdat er enkele effen, zwarte gebieden verschijnen in de afbeelding. 4. (Optioneel) Als u de standaardinstellingen wilt terugzetten, houdt u Alt ingedrukt (de Option-toets in Mac OS) en klikt u op de knop Herstellen. 5.
Camera Raw-afbeeldingsbestanden verwerken Camera Raw-afbeeldingsbestanden Procesversies Camera Raw-bestanden openen en verwerken Scherpte in Camera Raw-bestanden aanpassen Ruis verminderen in Camera Raw-afbeeldingen Wijzigingen in Camera Raw-afbeeldingen opslaan Een Camera Raw-afbeeldingsbestand openen in de werkruimte Bewerken Instellingen en besturingselementen Naar boven Camera Raw-afbeeldingsbestanden In digitale fotografie wordt een afbeelding door de beeldsensor van de camera vastgelegd in een afbee
geopend met eerdere versies van Photoshop Elements (vandaar het gebruik van oudere procesversies), kunt u een oudere procesversie toepassen op uw nieuwere Raw-abeeldingen. Dat komt de consistentie ten goede bij het verwerken van actuele en oudere afbeeldingen en zo kunt u uw oudere workflow behouden.
6. (Optioneel) Stel opties voor het aanpassen van de witbalans in. (Zie Besturingselementen voor de witbalans in Camera Raw.) U kunt de RGB-waarden van pixels in de afbeelding controleren als u deze aanpast in het dialoogvenster Camera Raw. Plaats het gereedschap Zoomen, Handje, Witbalans of Uitsnijden op de afbeelding om de RGB-waarden onder de aanwijzer weer te geven. 7. Pas de kleurtonen aan met behulp van de schuifregelaars voor belichting, helderheid, contrast en verzadiging.
een afbeelding korrelig maakt en chromaruis (kleurruis) die zichtbaar is als gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden of goedkopere digitale camera's kunnen opvallende ruis hebben. Als u de schuifregelaar Vloeiende luminantie naar rechts sleept, wordt de grijswaardenruis verminderd en als u de schuifregelaar Reductie kleurruis naar rechts sleept, wordt de chromaruis verminderd.
2. Klik op de knop Afbeelding openen. Het Camera Raw-dialoogvenster wordt gesloten, en de foto wordt geopend in de werkruimte Bewerken. Naar boven Instellingen en besturingselementen Besturingselementen voor Camera Raw Gereedschap Zoomen Hiermee stelt u het zoompercentage van de voorvertoning in op het volgende vooraf ingestelde zoompercentage wanneer u op de voorvertoning klikt. Houd Alt ingedrukt (of Optie als u Mac OS gebruikt) en klik om uit te zoomen.
105
Verscherpen Overzicht van verscherpen Een afbeelding verscherpen Het filter Onscherp masker gebruiken Naar boven Overzicht van verscherpen Door de afbeelding scherper te maken verbetert u de scherpte van de randen. Of afbeeldingen nu zijn gemaakt met een digitale camera of met een scanner, de meeste afbeeldingen worden mooier wanneer u ze verscherpt. Houd het volgende in gedachten wanneer u afbeeldingen verscherpt: U kunt een zeer vage afbeelding niet corrigeren door de afbeelding te verscherpen.
Verscherping aanpassen Een afbeelding automatisch verscherpen Selecteer Verbeteren > Automatisch verscherpen. Gebieden van een afbeelding verscherpen Oorspronkelijke afbeelding (boven), twee gezichten die correct zijn verscherpt (linksonder), en twee gezichten die te veel zijn verscherpt (rechtsonder) 1. Selecteer het gereedschap Verscherpen . 2. Stel opties in op de optiebalk: Modus Hiermee bepaalt u hoe de verf die u aanbrengt, overvloeit met de bestaande pixels in de afbeelding.
Een afbeelding nauwkeurig verscherpen 1. Selecteer Verbeteren > Scherpte aanpassen. 2. Schakel het selectievakje Voorvertoning in. 3. Stel een van de volgende opties in om uw afbeelding te verscherpen en klik op OK: Hoeveel Hiermee stelt u de mate van verscherping in. Typ een getal in het vak of sleep de schuifregelaar om het contrast tussen de randpixels te verhogen of te verlagen, zodat de afbeelding scherper oogt.
Panorama's samenstellen Photomerge-panorama's maken Een nieuwe Photomerge-panoramacompositie maken Op interactieve wijze een Photomerge-panorama maken Naar boven Photomerge-panorama's maken Een video over dit proces is beschikbaar op www.adobe.com/go/lrvid923_pse_nl. Met de opdracht Photomerge-panorama kunt u verschillende foto's combineren tot één doorlopende afbeelding. U kunt bijvoorbeeld vijf overlappende foto's van de skyline van een stad samenvoegen tot één panorama.
Bestanden Hiermee genereert u een Photomerge-compositie met gebruik van afzonderlijke afbeeldingsbestanden. Map Hiermee gebruikt u alle afbeeldingen die in een map zijn opgeslagen om de Photomerge-compositie te maken. De bestanden in de map worden in het dialoogvenster weergegeven. U kunt ook op Geopende bestanden toevoegen klikken om de afbeeldingen te gebruiken die zijn geopend in de werkruimte Bewerken. 3.
4. Klik op OK nadat u de compositie hebt ingesteld om het panorama te genereren als een nieuw bestand. De compositie wordt vervolgens in Photoshop Elements geopend. Het dialoogvenster Photomerge voor interactieve lay-outs Het dialoogvenster Photomerge bevat gereedschappen voor het bewerken van de compositie, een lichtbak om bronafbeeldingen die u niet gebruikt op te slaan, een werkgebied voor het samenstellen van de compositie en opties voor het weergeven en bewerken van de compositie.
grotere gezichtshoek heeft. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Voorinstellingen en bibliotheken Voorinstellingen Vooraf ingestelde gereedschapsopties gebruiken De weergave van elementen in een menu van een pop-upvenster aanpassen Beheer voorinstellingen gebruiken De naam van een voorinstelling wijzigen Naar boven Voorinstellingen De optiebalk voor het gereedschap in de modus Expert bevat pop-upvensters waarmee u toegang kunt krijgen tot vooraf gedefinieerde bibliotheken met penselen, kleurstalen, verlopen, patronen, laagstijlen en aangepaste vormen.
Als u de standaardset met penselen, verlopen of patronen wilt laden, opent u het menu van het pop-upvenster en kiest u de opdracht Penselen herstellen, Verlopen herstellen of Patronen herstellen. De weergave van elementen in een menu van een pop-upvenster aanpassen Naar boven 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Als u de weergave van één deelvenster wilt wijzigen, opent u het menu van het pop-upvenster door te klikken op het menupictogram in de rechterbovenhoek van het pop-upvenster.
Selecteer een voorinstelling in de lijst en klik op Naam wijzigen. Dubbelklik op een voorinstelling in de lijst. 2. Voer een nieuwe naam voor de voorinstelling in. Als u meerdere voorinstellingen selecteert, wordt u gevraagd meerdere namen in te voeren.
Opnieuw samenstellen Een foto opnieuw samenstellen in de modus Met instructies Een foto opnieuw samenstellen in de modus Expert Opties voor Opnieuw samenstellen Met het gereedschap Opnieuw samenstellen kunt u het formaat van foto's op intelligente wijze aanpassen, zodat belangrijke visuele elementen, zoals personen, gebouwen, dieren, enzovoort behouden blijven. Wanneer een foto op de gebruikelijke manier wordt geschaald, worden alle pixels evenzeer beïnvloed.
De groene gedeelten zijn de gebieden die zijn gemarkeerd voor bescherming. 4. Als u delen van ongewenste gemarkeerde gebieden (groene gebieden) wilt wissen, klikt u met de rechtermuisknop op de foto en selecteert u Markeringen voor beschermen wissen. 5. Markeer de gebieden die u wilt verwijderen (gebieden die niet belangrijk zijn) met gebruik van het verwijderpenseel. De rode gebieden zijn de gebieden die u hebt gemarkeerd voor verwijdering.
Opmerking: als u Shift niet ingedrukt houdt, wordt het formaat van de afbeelding aan de hand van een willekeurige verhouding aangepast. Hoeveel Hiermee wordt de drempel voor Opnieuw samenstellen opgegeven. Bij een drempelwaarde van 100% wordt een foto voor 100% opnieuw samengesteld. Als de waarde is ingesteld op 0%, is het gedrag van het gereedschap Opnieuw samenstellen vergelijkbaar met dat van het gereedschap Transformeren.
Uitsnijden Een afbeelding uitsnijden Uitsnijden in overeenstemming met een selectiegrens Hulplijnen gebruiken voor betere resultaten bij uitsnijden Het gereedschap Koekjesvorm gebruiken De afmetingen van het canvas wijzigen Een afbeelding rechttrekken Een gescande afbeelding met meerdere foto's verdelen Naar boven Een afbeelding uitsnijden Met het gereedschap Uitsnijden verwijdert u het gedeelte van een afbeelding rond het selectiekader, ofwel de selectie.
Vooraf ingestelde grootte Hiermee geeft u een vooraf ingestelde grootte op voor de uitgesneden foto. Als u een specifieke grootte voor de uiteindelijke uitvoer wilt instellen, zoals 10 x 15 cm om de foto in een bepaalde fotolijst te laten passen, kiest u de corresponderende vooraf ingestelde grootte. Opmerking: Bij het invoeren van waarden in de vakken Breedte en Hoogte, verandert het menu Verhouding in het menu Aangepast. 4. Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt behouden.
dat u wilt behouden. 2. Kies Afbeelding > Uitsnijden. Naar boven Hulplijnen gebruiken voor betere resultaten bij uitsnijden De volgende bedekkingsopties zijn beschikbaar voor het gereedschap Uitsnijden: Voorbeeld van uitsnijden met Gulden snede Regel van derden Hiermee wordt de afbeelding opgedeeld in derden, horizontaal en verticaal (equidistante lijnen) in negen delen, zodat er een beter visueel hulpmiddel voor het bepalen van een uitsnijding ontstaat.
selectiekader verplaatsen en vergroten of verkleinen totdat u het gewenste gebied hebt geselecteerd. Met het gereedschap Koekjesvorm snijdt u een foto bij naar een grappige vorm. 1. Selecteer het gereedschap Koekjesvorm. 2. Klik op het pop-upmenu Koekjesvorm in de balk met gereedschapsopties en selecteer een vorm. Als u andere bibliotheken wilt weergeven, selecteert u een andere bibliotheek in de vervolgkeuzelijst Vormen. 3. Dubbelklik op een vorm om deze te selecteren. 4.
6. Klik op de knop Vastleggen Annuleren of druk op Enter om het uitsnijden te voltooien. Als u de uitsnijdbewerking wilt annuleren, klikt u op de knop of drukt u op Esc. Naar boven De afmetingen van het canvas wijzigen Het canvas is de werkruimte rondom een bestaande afbeelding in het afbeeldingsvenster. Het is het volledig bewerkbare gebied van een afbeelding. U kunt het canvas aan elke zijde van een afbeelding groter of kleiner maken.
Naar boven Een afbeelding rechttrekken Beweging van de camera kan ervoor zorgen dat een afbeelding niet juist wordt uitgelijnd. Zo kan de horizon in een foto van een zonsondergang bijvoorbeeld niet helemaal horizontaal zijn. In Photoshop Elements kunt u de foto opnieuw uitlijnen, zodat de horizon perfect horizontaal wordt. Met het gereedschap Rechttrekken kunt u een afbeelding verticaal of horizontaal opnieuw uitlijnen.
Als u de afbeelding automatisch wilt laten rechttrekken en uitsnijden, kiest u Afbeelding > Roteren > Afbeelding rechttrekken en uitsnijden. De rechtgetrokken afbeelding bevat geen gebieden met een lege achtergrond, maar enkele pixels zijn bijgeknipt. Lege randen automatisch vullen Het gereedschap Rechttrekken is een verbeterde optie voor het automatisch en slim vullen van de randen met relevante afbeeldingsgegevens in plaats van deze te vullen met de achtergrondkleur of transparante pixels.
Selecteren Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Gereedschappen gebruiken om selecties te maken Selecties De selectiegereedschappen De gereedschappen Rechthoekig en Ovaal selectiekader gebruiken Het gereedschap Lasso gebruiken Het gereedschap Veelhoeklasso gebruiken Het gereedschap Magnetische lasso gebruiken Het gereedschap Toverstaf gebruiken Het gereedschap Snelle selectie gebruiken Het gereedschap Selectiepenseel gebruiken Magisch extraheren gebruiken De hoeken in een selectie verfijnen Een geselecteerd gebied verwijderen Gebieden selecteren en desele
Gereedschap Rechthoekig selectiekader: hiermee tekent u vierkante of rechthoekige selectiekaders. Gereedschap Ovaal selectiekader: hiermee tekent u ronde of ovalen selectiekaders. Gereedschap Lasso: hiermee tekent u heel precies willekeurig gevormde selectiekaders. Gereedschap Veelhoeklasso: hiermee tekent u meerdere rechte-lijnsegmenten van een selectiekader. Gereedschap Magnetische lasso: hiermee tekent u een selectiekader dat automatisch wordt uitgelijnd op de randen waarover u in de foto sleept.
Gereedschap Snelle selectie: hiermee maakt u snel en automatisch een selectie op basis van kleur en structuur wanneer u in een gebied klikt of sleept. Gereedschap Selectiepenseel: hiermee selecteert of deselecteert u automatisch het gebied dat u tekent, afhankelijk van het feit of de modus Selectie of de modus Masker actief is. Gereedschap Slim penseel: hiermee past u kleur- en toonaanpassingen en effecten toe op een selectie.
kader op te geven. 3. Sleep over het gebied dat u wilt selecteren. U tekent een vierkant of cirkelvormig selectiekader door tijdens het slepen Shift ingedrukt te houden. Als u een selectiekader vanuit het middelpunt wilt slepen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt nadat u begonnen bent met slepen. U kunt het selectiekader van een selectiekadergereedschap verplaatsen door tijdens het slepen met het selectiegereedschap de spatiebalk ingedrukt te houden.
Opties voor de veelhoeklasso A. Het gereedschap Lasso B. Het gereedschap Veelhoeklasso C. Het gereedschap Magnetische lasso D. Nieuwe selectie E. Toevoegen aan selectie F. Verwijderen uit selectie G. Doorsnede maken met selectie 1. Selecteer de veelhoeklasso in de gereedschapset. 2.
2. (Optioneel) Stel opties voor de magnetische lasso in op de balk met gereedschapsopties: Geef op of u een nieuwe selectie wilt maken, aan een bestaande selectie wilt toevoegen, uit een selectie wilt verwijderen of een doorsnede van andere selecties wilt selecteren. U verzacht een selectiekader zodat dit overvloeit in het gebied buiten de selectie door een waarde voor Doezelaar in te voeren. Selecteer Anti-alias als u wilt dat de randen van de selectie vloeiend worden gemaakt.
4. U voegt aan een selectie toe door Shift ingedrukt te houden en op niet-geselecteerde gebieden te klikken. U verwijdert een deel uit de selectie door te drukken op Alt (Option in Mac OS) en op het gebied te klikken dat u wilt verwijderen. 5. Klik op Hoeken verfijnen om verdere aanpassingen aan te brengen in uw selectie en deze preciezer te maken. Lees hoe u de randen van een selectie kunt verfijnen.
Opties voor het gereedschap Selectiepenseel A. Selectiepenseel B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D. Pop-upmenu Selectie E. Pop-upmenu Penseel F. Penseelgrootte G. Hardheid 1. Selecteer het gereedschap Selectiepenseel in de gereedschapset. Mogelijk moet u klikken op het gereedschap Snelle selectie in de gereedschapset en het selectiepenseel selecteren in de weergegeven lijst met verborgen gereedschappen. 2. Standaard is het gereedschap ingesteld op Toevoegen aan selectie selectie .
Magisch extraheren gebruiken A. Het gebied dat u wilt extraheren, wordt gemarkeerd met rode stippen B. Achtergrond wordt gemarkeerd met blauwe stippen C. Geëxtraheerde afbeelding 1. Open de foto met het object dat u wilt extraheren. 2. Als u de weergave voor het dialoogvenster Magisch extraheren wilt beperken, maakt u een voorlopige selectie met de gereedschappen Ovaal of Rechthoekig selectiekader. 3. Kies Afbeelding > Magisch extraheren.
Als u een gebied van de hoofdselectie wilt afscheiden en verwijderen, selecteert u het gereedschap Uit selectie verwijderen en trekt u een lijn tussen de hoofdselectie en het gebied dat u wilt verwijderen. Klik vervolgens op Gaten vullen. Als u uit de toon vallende kleuren tussen de voorgrond en achtergrond wilt verwijderen, klikt u op Rand verwijderen. Als u de hoeveelheid verwijderde rand wilt vergroten of verminderen, geeft u een waarde op in het menu Breedte Rand verwijderen. 11.
Rand verschuiven. Hiermee verplaatst u zachte randen naar binnen als u een negatieve waarde kiest of naar buiten als u een positieve waarde kiest. Wanneer u de randen naar binnen verschuift, verdwijnen ongewenste achtergrondkleuren uit de selectieranden. Kleuren zuiveren. Hiermee vervangt u kleurranden door de kleur van volledig geselecteerde, nabijgelegen pixels. De mate van kleurvervanging is evenredig aan de zachtheid van de selectieranden.
Selecties verplaatsen en kopiëren Een selectie verplaatsen Selecties of lagen kopiëren Selecties kopiëren met het gereedschap Verplaatsen Een selectie kopiëren met behulp van opdrachten Een selectie in een andere selectie plakken Naar boven Een selectie verplaatsen Met het gereedschap Verplaatsen kunt u een pixelselectie knippen en naar een nieuwe positie in de foto slepen.
selecteert u meer lagen en kiest u vervolgens een optie in het menu Verdelen. Naar boven Selecties of lagen kopiëren U kunt selecties kopiëren en plakken met het gereedschap Verplaatsen of met de opdrachten Kopiëren, Verenigd kopiëren, Knippen, Plakken of In selectie plakken in het menu Bewerken. Wanneer u een selectie of laag tussen foto's met verschillende resoluties plakt, behouden de geplakte gegevens hun oorspronkelijke pixelafmetingen.
A. Deel van een originele foto geselecteerd B. Foto die wordt gekopieerd en in het origineel wordt geplakt C. Het resultaat 1. Kopieer in de werkruimte Bewerken met de opdracht Kopiëren het deel van de foto dat u wilt plakken. (U kunt ook uit foto's uit andere toepassingen kopiëren.) 2. Selecteer dat deel van de foto waarin u de gekopieerde foto wilt plakken. 3. Kies Bewerken > In selectie plakken. Opmerking: De gekopieerde foto wordt alleen binnen het selectiekader weergegeven.
Selecties aanpassen Een selectiekader verplaatsen Een selectie omkeren Toevoegen aan of verwijderen uit een selectie Een gebied selecteren dat een selectie doorsnijdt Een selectie uitbreiden of inperken met een specifiek aantal pixels Een selectie omringen door een nieuw selectiekader Gebieden met soortgelijke kleuren in een selectie opnemen Overbodige pixels uit een op kleuren gebaseerde selectie verwijderen Een rand van een selectie verwijderen Naar boven Een selectiekader verplaatsen Door het selectiek
bestaande luchtselectie. De lucht en de bovenkant van de bergen selecteren met het gereedschap Rechthoekig selectiekader (bovenste foto). De optie Doorsnede maken met selectie selecteren en de wolken selecteren met de toverstaf (middelste foto).
3. Voer een waarde tussen 1 en 200 in het tekstvak Breedte in en klik op OK. Gebieden met soortgelijke kleuren in een selectie opnemen Naar boven 1. Breng een selectie aan met een selectiegereedschap en voer een van de volgende handelingen uit: Kies Selecteren > Toename om alle aangrenzende pixels op te nemen die binnen het tolerantiebereik vallen dat op de optiebalk is opgegeven. (U moet mogelijk overschakelen naar een selectiegereedschap met een tolerantiebereik, zoals de Toverstaf.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Vloeiend maken van selectieranden met anti-aliasing en doezelen De randen van een selectie verzachten met anti-aliasing De randen van een selectie vervagen met doezelen Een doezelrand voor een selectiegereedschap definiëren Een doezelrand voor een bestaande selectie definiëren De randen van een selectie verzachten met anti-aliasing Naar boven U kunt de harde randen van een selectie verzachten met anti-aliasing of doezelen.
2. Kies Selecteren > Doezelaar. 3. Typ een waarde tussen 0,2 en 250 in het tekstvak Doezelstraal en klik op OK. De doezelstraal bepaalt de breedte van de gedoezelde rand.
Selecties opslaan Een selectie opslaan, laden of verwijderen Een opgeslagen selectie wijzigen Een nieuwe selectie wijzigen met een opgeslagen selectie Naar boven Een selectie opslaan, laden of verwijderen Door een selectie op te slaan kunt u het geselecteerde gebied van een foto op een later tijdstip bewerken. Voordat u de opgeslagen selectie laadt, kunt u de overige delen van een foto bewerken.
3. Kies in het dialoogvenster Selectie opslaan de selectie die u wilt wijzigen in het menu Selectie. 4. Selecteer een van de volgende opties en klik op OK: Selectie vervangen Hiermee vervangt u de opgeslagen selectie door de huidige selectie. Toevoegen aan selectie Hiermee voegt u de huidige selectie toe aan de opgeslagen selectie. Verwijderen uit selectie Hiermee verwijdert u de huidige selectie uit de opgeslagen selectie.
Kleur Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Kleur begrijpen Kleuren Het HSB-model Het RGB-model De kleurenschijf In Adobe® Photoshop® Elements maakt u gebruik van twee kleurmodellen om kleuren te bewerken. Eén model is gebaseerd op de menselijke waarneming van een kleur aan de hand van de kleurtoon, verzadiging en helderheid (hue, saturation en brightness, HSB) en het andere model is gebaseerd op de wijze waarop een kleur wordt weergegeven door een computermonitor (in waarden voor rood, groen en blauw ofwel RGB).
Additieve kleuren (RGB) A. Rood B. Groen C. Blauw D. Geel E. Magenta F. Cyaan Naar boven De kleurenschijf Aan de hand van de kleurenschijf krijgt u een beter inzicht in de relaties tussen kleuren. Rood, groen en blauw zijn de additieve primaire kleuren. Cyaan, magenta en geel zijn de subtractieve primaire kleuren. Recht tegenover elke additieve primaire kleur bevindt zich de desbetreffende complementaire kleur: rood-cyaan, groen-magenta en blauw-geel.
De grondbeginselen van kleur- en tooncorrectie Overzicht van kleurcorrectie Kleuren corrigeren in de modus Snel Kleuren corrigeren in de modus Expert Kleur en belichting automatisch corrigeren Histogrammen Een histogram weergeven Naar boven Overzicht van kleurcorrectie Photoshop Elements bevat verschillende gereedschappen en opdrachten voor het corrigeren van het toonbereik, de kleuren en de scherpte van foto's, en voor het verwijderen van stofvlekjes of andere onvolkomenheden.
Foto's die u hebt opgeslagen in het fotovak zijn toegankelijk wanneer u in de modus Snel werkt. 2. (Optioneel) Stel voorvertoningsopties in door een selectie te maken in het menu (in de balk boven de geopende afbeelding). U kunt de weergave van de voorvertoning instellen om te tonen hoe de foto eruitziet voordat en nadat u een correctie hebt toegepast, of u kunt beide voorvertoningen naast elkaar weergeven (horizontaal of verticaal). 3.
Deze bewerking heeft geen effect op de extreme hooglichten en schaduwen. Hooglichten Sleep de schuifregelaar om de lichtste gebieden van de foto donkerder te maken zonder dat dit van invloed is op de schaduwen. Dit heeft geen invloed op puur witte gebieden. Kleur Hiermee past u de kleuren aan door schaduwen, middentonen en hooglichten te identificeren in de foto in plaats van in afzonderlijke kleurkanalen.
Het gereedschap Snelle selectie gebruiken.) Gereedschap Uitsnijden Hiermee verwijdert u een gedeelte van een foto. Sleep het gereedschap in de voorvertoningsafbeelding om het gedeelte te selecteren dat u wilt behouden en druk vervolgens op Enter. (Zie Een afbeelding uitsnijden.) Naar boven Kleuren corrigeren in de modus Expert Als u al eerder met foto's hebt gewerkt, zult u zien dat Photoshop Elements de meest flexibele en krachtige omgeving is voor het corrigeren van foto's.
aanpassen.) De kleurbalans aanpassen. Na correctie van het toonbereik kunt u de kleurbalans van de afbeelding aanpassen om ongewenste kleurzweem te verwijderen of om oververzadigde of doffe kleuren te corrigeren. Met sommige automatische opdrachten in Photoshop Elements worden zowel het toonbereik als de kleuren in één stap gecorrigeerd. (Zie Verzadiging en kleurtoon aanpassen.) Andere speciale kleuraanpassingen uitvoeren.
Het deelvenster Histogram A. Menu Kanaal B. Deelvenstermenu C. Knop Buiten cache vernieuwen D. Waarschuwingspictogram voor gegevens in cache E. Statistieken Als in het diagram veel pixels zijn samengeklonterd in het gebied met hooglichten of schaduwen, kan dit erop duiden dat fotodetails in de schaduwen of hooglichten zijn uitgesneden als puur zwart of puur wit. U kunt weinig doen om dit soort foto's te herstellen.
RGB Hiermee geeft u een histogram weer dat een samenstelling is van de afzonderlijke kleurkanalen die boven op elkaar zijn geplaatst. Rood, Groen en Blauw Hiermee geeft u de histogrammen weer voor de afzonderlijke kleurkanalen. Lichtsterkte Hiermee geeft u een histogram weer met de lichtsterkte of intensiteitwaarden van het samengestelde kanaal. Kleuren Dit geeft het samengestelde RGB-histogram weer per afzonderlijke kleur. Rood, groen en blauw geven de pixels in die kanalen aan.
Kleurzweem corrigeren Kleurzwemen corrigeren door variaties van een foto te vergelijken Een kleurzweem automatisch verwijderen Een kleurzweem verwijderen met Niveaus Kleurcurven aanpassen Kleurzwemen corrigeren door variaties van een foto te vergelijken Naar boven U kunt kleur- en toonaanpassingen aanbrengen in het dialoogvenster Kleurvariaties door verschillende miniatuurvariaties van de foto te vergelijken en te kiezen.
2. In de foto klikt u op een gebied dat wit, zwart of neutraal grijs moet zijn. De foto wordt gewijzigd op basis van de kleur die u hebt geselecteerd. 3. Als u opnieuw wilt beginnen, klikt u op de knop Herstellen om de wijzigingen in de foto ongedaan te maken. 4. Klik op OK om de kleurwijziging te accepteren. Naar boven Een kleurzweem verwijderen met Niveaus Deze techniek vereist ervaring met kleurcorrectie en enige kennis van de RGB-kleurenschijf. 1.
4. Selecteer een stijl (bijvoorbeeld Achtergrondbelichting of Solariseren). 5. Pas de schuifregelaars voor Hooglichten, Helderheid middentonen, Contrast middentonen en Schaduwen aan. 6. Als u de aanpassingen op de afbeelding wilt toepassen, klikt u op OK. Klik op Herstellen om de aanpassing te annuleren en opnieuw te beginnen. Klik op Annuleren om het dialoogvenster Kleurcurven aanpassen te sluiten. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Camera Raw-afbeeldingsbestanden verwerken Camera Raw-afbeeldingsbestanden Procesversies Camera Raw-bestanden openen en verwerken Scherpte in Camera Raw-bestanden aanpassen Ruis verminderen in Camera Raw-afbeeldingen Wijzigingen in Camera Raw-afbeeldingen opslaan Een Camera Raw-afbeeldingsbestand openen in de werkruimte Bewerken Instellingen en besturingselementen Naar boven Camera Raw-afbeeldingsbestanden In digitale fotografie wordt een afbeelding door de beeldsensor van de camera vastgelegd in een afbee
geopend met eerdere versies van Photoshop Elements (vandaar het gebruik van oudere procesversies), kunt u een oudere procesversie toepassen op uw nieuwere Raw-abeeldingen. Dat komt de consistentie ten goede bij het verwerken van actuele en oudere afbeeldingen en zo kunt u uw oudere workflow behouden.
6. (Optioneel) Stel opties voor het aanpassen van de witbalans in. (Zie Besturingselementen voor de witbalans in Camera Raw.) U kunt de RGB-waarden van pixels in de afbeelding controleren als u deze aanpast in het dialoogvenster Camera Raw. Plaats het gereedschap Zoomen, Handje, Witbalans of Uitsnijden op de afbeelding om de RGB-waarden onder de aanwijzer weer te geven. 7. Pas de kleurtonen aan met behulp van de schuifregelaars voor belichting, helderheid, contrast en verzadiging.
een afbeelding korrelig maakt en chromaruis (kleurruis) die zichtbaar is als gekleurde artefacten in de afbeelding. Foto's die zijn genomen met hoge ISO-snelheden of goedkopere digitale camera's kunnen opvallende ruis hebben. Als u de schuifregelaar Vloeiende luminantie naar rechts sleept, wordt de grijswaardenruis verminderd en als u de schuifregelaar Reductie kleurruis naar rechts sleept, wordt de chromaruis verminderd.
2. Klik op de knop Afbeelding openen. Het Camera Raw-dialoogvenster wordt gesloten, en de foto wordt geopend in de werkruimte Bewerken. Naar boven Instellingen en besturingselementen Besturingselementen voor Camera Raw Gereedschap Zoomen Hiermee stelt u het zoompercentage van de voorvertoning in op het volgende vooraf ingestelde zoompercentage wanneer u op de voorvertoning klikt. Houd Alt ingedrukt (of Optie als u Mac OS gebruikt) en klik om uit te zoomen.
167
Kleuren en Camera Raw Het histogram en de RGB-waarden gebruiken in Camera Raw Besturingselementen voor de witbalans in Camera Raw Afbeeldingen en kleurtonen aanpassen in Camera Raw-bestanden In het dialoogvenster Camera Raw kunt u eerste aanpassingen en wijzigingen uitvoeren in een Raw-afbeelding voordat u deze in Photoshop Elements gaat bewerken. Als de optie Voorvertoning is ingeschakeld, kunt u zien hoe de gewijzigde afbeelding eruitziet.
A. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar rechts om een foto te corrigeren die met een hogere kleurtemperatuur van het licht is genomen.B. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar links om een foto te corrigeren die met een lagere kleurtemperatuur van het licht is genomen.C. De foto nadat de kleurtemperatuur is aangepast. Kleur Hiermee stelt u de witbalans af ter compensatie van een groene of een magenta kleur.
verhoogd. Als u een lagere waarde instelt, wordt het contrast in de afbeelding verlaagd. In de meeste gevallen wijzigt u het contrast van de middentonen met de schuifregelaar Contrast nadat u de belichting, schaduwen en helderheid hebt ingesteld. Herstel Kies deze optie om te proberen details te herstellen in gebieden met hooglichten. Camera Raw kan bepaalde details reconstrueren uit gebieden waarin een of twee kleurkanalen zijn bijgesneden tot wit.
Cameraprofiel Hiermee kiest u het ACR-profiel (Adobe Camera Raw). Camera Raw gebruikt profielen om Raw-afbeeldingen te verwerken voor elk cameramodel dat het ondersteunt. Kies ACR 4.4, ACR 2.4 of Adobe-standaard om te kunnen kiezen uit de verschillende cameraprofielen in het tabblad Camerakalibratie. Bij sommige camera's wordt een hoger versienummer vermeld ter verwijzing naar nieuwe, verbeterde cameraprofielen.
Afbeeldingsmodi en kleurentabellen gebruiken Afbeeldingsmodi Een afbeelding omzetten in de modus Bitmap Een bitmapafbeelding omzetten in een grijswaardenafbeelding Een afbeelding omzetten in de modus Geïndexeerde kleur Kleuren in een geïndexeerde-kleurentabel bewerken Transparantie aan één kleur in een geïndexeerde-kleurentabel toewijzen Een vooraf gedefinieerde geïndexeerde-kleurentabel gebruiken Een geïndexeerde-kleurentabel opslaan of laden Naar boven Afbeeldingsmodi Een afbeeldingsmodus bepaalt het a
Voeg alle lagen van het bestand samen tot één laag voordat u het omzet. De interactie tussen kleuren in modi met overvloeiende lagen verandert wanneer u een andere modus kiest. Opmerking: Bij omzetting in de modus Bitmap of Geïndexeerde kleur worden verborgen lagen verwijderd en afbeeldingen automatisch samengevoegd tot één laag, omdat deze modi geen lagen ondersteunen.
1. Kies Afbeelding > Modus > Grijswaarden. 2. Geef een waarde tussen 1 en 16 op voor de verhouding. De verhouding is de factor waarmee de omvang van de afbeelding wordt verkleind. Als u bijvoorbeeld een grijswaardenafbeelding 50% wilt verkleinen, geeft u 2 op als verhoudingsfactor. Als u een getal groter dan 1 opgeeft, wordt van meerdere pixels in de bitmapafbeelding het gemiddelde genomen en worden ze omgezet in één pixel in de grijswaardenafbeelding.
worden opgenomen (maximaal 256). Geforceerd Hiermee hebt u de beschikking over opties waarbij de opname van bepaalde kleuren in de kleurentabel wordt geforceerd. Met Zwart-wit voegt u een zuiver witte en een zuiver zwarte kleur aan de kleurentabel toe. Met Primaire kleuren voegt u rood, groen, blauw, cyaan, magenta, geel, zwart en wit toe. Met Web voegt u de 216 webveilige kleuren toe en met Aangepast bepaalt u welke aangepaste kleuren u wilt toevoegen.
Grijswaarde Hiermee geeft u een palet weer dat is gebaseerd op 256 grijstinten, van zwart tot wit. Spectrum Hiermee geeft u een palet weer dat is gebaseerd op de kleuren die worden weergegeven als wit licht wordt gebroken door een prisma: van violet, blauw en groen tot geel, oranje en rood. Systeem Geeft het standaardsysteempalet van Mac OS of Windows met 256 kleuren weer.
Kleurbeheer instellen Kleurbeheer Kleurbeheer instellen Kleurprofiel omzetten Naar boven Kleurbeheer Met kleurbeheer kunt u consistente kleuren verkrijgen voor digitale camera's, scanners, computermonitors en printers. Al deze apparaten reproduceren een verschillend kleurenbereik, de zogenaamde kleuromvang. Wanneer u een afbeelding overzet van de digitale camera naar de monitor en ten slotte naar een printer, verschuiven de afbeeldingskleuren.
A. Profielen beschrijven de kleurruimten van het invoerapparaat en het document. B. In de profielbeschrijvingen geeft het kleurbeheersysteem de werkelijke kleuren van het document aan. C. Het monitorprofiel geeft aan het kleurbeheersysteem door hoe de numerieke waarden moeten worden omgezet in de kleurruimte van de monitor. D.
Omzetten in Adobe RGB-profiel Hiermee wordt een Adobe RGB-profiel ingesloten in het document.
Kleurverzadiging en kleurtoon aanpassen Verzadiging en kleurtoon aanpassen De tint van huidskleuren aanpassen De verzadiging in geïsoleerde gebieden aanpassen De kleur van een object wijzigen Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwart-wit Afbeeldingen automatisch omzetten in zwart-wit Aangepaste voorinstellingen toevoegen voor omzetten in zwart-wit Kleur toevoegen aan een grijswaardenafbeelding Naar boven Verzadiging en kleurtoon aanpassen Met de opdracht Kleurtoon/verzadiging past u de kleurtoon, de verz
Kies Origineel om alle kleuren tegelijkertijd aan te passen. Kies een van de andere vooraf ingestelde kleurbereiken voor de kleur die u wilt aanpassen. Er verschijnt een correctieregelaar tussen de kleurenbalken. Hiermee kunt u elk bereik van kleurtonen bewerken. 3. Voer bij Kleurtoon een waarde in of sleep de schuifregelaar totdat de kleuren juist worden weergegeven. De waarden in het tekstvak geven het aantal graden aan dat de oorspronkelijke kleur van de pixel is geroteerd op de kleurenschijf.
Origineel (boven) en na aanpassing van huidskleur (onder) 1. Open de foto en selecteer de laag die u wilt corrigeren. 2. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Huidskleur aanpassen. 3. Klik op een gebied met huid. De kleuren in de foto worden automatisch aangepast. De wijzigingen kunnen subtiel zijn. Opmerking: Let erop dat Voorvertoning is geselecteerd zodat u de kleurveranderingen te zien krijgt zodra deze zich voordoen. 4.
3. Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt wijzigen. Naar boven De kleur van een object wijzigen Met de opdracht Kleur vervangen wordt een specifieke kleur in een foto vervangen. U kunt de kleurtoon, de verzadiging en de lichtsterkte van de vervangende kleur instellen. 1. Kies Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleur vervangen. 2.
uit de originele kleurkanalen op in de nieuwe zwart-witafbeelding. 5. Klik op OK om de afbeelding om te zetten. Klik op Herstellen als u de wijzigingen wilt annuleren en opnieuw wilt beginnen. Klik op Annuleren om het dialoogvenster Omzetten in zwart-wit te sluiten. Naar boven Afbeeldingen automatisch omzetten in zwart-wit De opdracht Kleur verwijderen zet de afbeelding om in zwart-wit door gelijke waarden voor rood, groen en blauw aan elke pixel van een RGBafbeelding toe te wijzen.
Tekenen en verven Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Tekengereedschappen Het Het Het Het Het Het Het gereedschap gereedschap gereedschap gereedschap gereedschap gereedschap gereedschap Penseel gebruiken Potlood gebruiken Penseel Impressionist gebruiken Natte vinger gebruiken Gummetje gebruiken Tovergummetje gebruiken Achtergrondgummetje gebruiken Naar boven Het gereedschap Penseel gebruiken Met het penseel brengt u zachte of krachtige kleurstreken aan. U kunt er airbrushtechnieken mee simuleren.
Het gereedschap Penseel Impressionist gebruiken Naar boven Met het penseel Impressionist wijzigt u de bestaande kleuren en details in een afbeelding zodanig dat het lijkt alsof de afbeelding met gestileerde penseelstreken is getekend. Door te experimenteren met verschillende opties voor stijl, grootte en tolerantie, kunt u de structuur van schilderen met verschillende artistieke stijlen nabootsen. 1.
Als u de optie Vingerverf tijdelijk wilt gebruiken terwijl u het gereedschap Natte vinger sleept, drukt u op Alt terwijl u sleept (Option-toets in Mac OS). U kunt de volgende opties voor het gereedschap Natte vinger opgeven: Modus Hiermee stelt u in hoe de verf die u aanbrengt, overvloeit met de bestaande pixels in de afbeelding. Zie Overvloeimodi voor meer informatie. Penseel Hiermee stelt u het penseeluiteinde in.
Originele afbeelding (links) en na het wissen van de wolken (rechts) 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de gebieden die u wilt uitgummen. Opmerking: Als u de achtergrond selecteert, wordt deze automatisch een laag wanneer u het tovergummetje gebruikt. 2. Selecteer het gereedschap Tovergummetje in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset. (Als dit gereedschap niet wordt weergegeven in de gereedschapset, selecteert u het gereedschap Gummetje of Achtergrondgummetje.
De afleidende achtergrond wissen. U kunt de achtergrond vervangen door een andere achtergrond met het gereedschap Kloonstempel of door het toevoegen van een andere laag 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met de gebieden die u wilt uitgummen. Opmerking: Als u de achtergrond selecteert, wordt deze automatisch een laag wanneer u het achtergrondgummetje gebruikt. 2. Selecteer het gereedschap Achtergrondgummetje in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset.
Overzicht van de tekenfuncties Tekengereedschappen Voor- en achtergrondkleuren Overvloeimodi Webveilige kleuren Naar boven Tekengereedschappen Photoshop Elements biedt verschillende gereedschappen om kleur toe te passen en te bewerken. Wanneer u een tekengereedschap selecteert, worden er diverse vooraf ingestelde penseeluiteinden en instellingen voor de penseelgrootte, overvloeien, dekking en airbrush-effecten weergegeven op de optiebalk voor het gereedschap.
achtergrondkleur D. Vak met achtergrondkleur U kunt in de gereedschapset een nieuwe voor- of achtergrondkleur wijzigen met behulp van het pipet, het deelvenster Kleurstalen of de Kleurkiezer. Naar boven Overvloeimodi Met overvloeimodi bepaalt u het effect van een teken- of bewerkgereedschap op pixels. U kunt zich het effect van een overvloeimodus het beste voorstellen aan de hand van de volgende typen kleuren: De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding.
werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect. Donkerdere kleur In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de laagste waarde weergegeven. De kleurmodus Donkerdere kleur produceert geen derde kleur, hetgeen soms wel het geval is in de overvloeimodus Donkerder, omdat de laagste kleurkanaalwaarden worden gekozen van zowel de basis- als de werkkleur om de eindkleur te maken.
De kleur van een overhemd wijzigen met de overvloeimodus Kleur Lichtsterkte In deze modus ontstaat een eindkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur. Naar boven Webveilige kleuren Webveilige kleuren zijn de 216 kleuren die door browsers op Windows- en Mac OS-platforms worden gebruikt.
Penselen instellen Penseelopties Een nieuw penseel aan de penseelbibliotheek toevoegen Een penseel verwijderen Een aangepaste penseelvorm van een afbeelding maken Ondersteuning voor drukgevoelige tekentabletten inschakelen De Elements Organizer gebruiken op Wacom-tablets Naar boven Penseelopties Realistische penseelstreken kunt u simuleren door in te stellen in welke mate de penseelstreken vager worden.
Hardheid Met deze optie bepaalt u de hardheid van het penseel, oftewel de grootte van het harde centrum. Typ een getal of stel met de schuifregelaar een waarde in die een percentage van de diameter van het penseel is. Penseelstreken met verschillende waarden voor hardheid Spreiden Met penseelspreiding geeft u op hoe de penseelsporen in een penseelstreek worden verdeeld. Bij een lage waarde is de strook dichter met minder spreiding van de verf dan bij een hoge waarde.
Het nieuwe penseel is nu op de optiebalk van het gereedschap geselecteerd en wordt onderaan in het pop-upvenster met penselen toegevoegd. Naar boven Een penseel verwijderen 1. Selecteer het gereedschap Penseel in het gedeelte Tekenen in de gereedschapset. 2. Klik op de pijl naast het penseelvoorbeeld om het pop-upvenster met penselen op de optiebalk van het gereedschap te openen. 3.
tekentablet hebt geïnstalleerd, hebt u de beschikking over een regelpaneel waarmee u op basis van de gekozen tabletopties de eigenschappen van het penseel kunt variëren en de druk van de pen kunt instellen. Selecteer het gereedschap Penseel in de gereedschapset en stel op de optiebalk voor het gereedschap de tabletopties in die u met de pendruk wilt besturen. De Elements Organizer gebruiken op Wacom-tablets Naar boven U kunt nu met de Elements Organizer werken op Wacom-tablets.
Patronen Patronen Het gereedschap Patroonstempel gebruiken Een aangepast patroon aan de patroonkiezer toevoegen Naar boven Patronen U kunt een patroon met het gereedschap Patroonstempel tekenen of een laag of selectie vullen met een patroon dat u kiest in de patroonbibliotheken. Photoshop Elements beschikt over verschillende patronen waaruit u kunt kiezen. Als u afbeeldingen wilt aanpassen of unieke plakboekpagina's wilt maken, kunt u eigen patronen maken.
tegen het vorige aan geplaatst. Als Uitgelijnd is uitgeschakeld, wordt het patroon elke keer dat u het tekenen onderbreekt en weer hervat, om de cursor gecentreerd. Een aangepast patroon aan de patroonkiezer toevoegen Naar boven 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Als u van een gedeelte van een afbeelding een patroon wilt maken, selecteert u een rechthoekig gedeelte met de optie Doezelaar ingesteld op 0 pixels. U kunt van de gehele afbeelding een patroon maken door alles te deselecteren. 2.
Opvullingen en lijnen Het gereedschap Emmertje gebruiken Een laag vullen met een kleur of een patroon Objecten in een laag omlijnen (omtrekken) Naar boven Het gereedschap Emmertje gebruiken Met het gereedschap Emmertje vult u een gebied dat qua kleurwaarden overeenkomt met de pixels waarop u klikt. U kunt een gebied met de voorgrondkleur of met een patroon vullen. 1. Kies een voorgrondkleur. 2. Selecteer het gereedschap Emmertje in de gereedschapset. 3.
Opmerking: Als u een omtrek wilt toevoegen aan de achtergrond, moet u de achtergrond eerst omzetten in een gewone laag. De achtergrond bevat geen transparante pixels en dus wordt om de gehele laag een lijn getrokken. 1. Selecteer het gebied in de afbeelding of een laag in het deelvenster Lagen. 2. Kies Bewerken > Selectie omlijnen (omtrek). 3.
Vormen maken Vormen Een rechthoek, vierkant of afgeronde rechthoek tekenen Een cirkel of ovaal tekenen Een veelhoek tekenen Een lijn of pijl tekenen Een aangepaste vorm tekenen Meerdere vormen op dezelfde laag maken Vormen zijn in Photoshop Elements resolutie-onafhankelijke vectorafbeeldingen (dit type afbeelding bestaat uit lijnen en curven die niet door pixels, maar door de geometrische kenmerken worden gedefinieerd) die kunnen worden verplaatst, vergroot/verkleind of gewijzigd zonder dat dit ten koste ga
linkerbovenhoek getekend). Magnetisch Deze optie zorgt ervoor dat randen van een rechthoek zich aan de pixelgrenzen hechten. Vereenvoudigen Hiermee zet u de getekende vorm om in een rasterafbeelding. Wanneer u na het omzetten de rasterafbeelding verkleint of vergroot, wordt de vorm mogelijk met oneffen randen en gepixeleerd weergegeven. 3. Sleep in de afbeelding om de vorm te tekenen. Naar boven Een cirkel of ovaal tekenen 1. Selecteer in de werkruimte Bewerken het gereedschap Ovaal .
vergroot, wordt de vorm mogelijk met oneffen randen en gepixeleerd weergegeven. 3. Geef in het vak Breedte de breedte van de lijn op in pixels. 4. Sleep in de afbeelding om de lijn te tekenen. Naar boven Een aangepaste vorm tekenen Het gereedschap Aangepaste vormen biedt verschillende vormopties die u kunt tekenen. Wanneer u het gereedschap Aangepaste vormen selecteert, kunt u deze vormen op de optiebalk kiezen. . 1. Selecteer het gereedschap Aangepaste vorm 2.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 206
De verbeterde modus Snel Effecten Structuren Kaders Een effect, structuur of kader toepassen In de modus Snel zijn de belangrijkste gereedschappen voor fotocorrectie in één locatie gegroepeerd, zodat u snel de belichting, kleur, scherpte en andere aspecten van een afbeelding kunt corrigeren. U kunt uw foto's in Photoshop Elements 12 niet alleen verbeteren, u kunt ze ook transformeren in professioneel ogende kunstwerken. Er zijn drie nieuwe deelvensters beschikbaar: Effecten, Structuren en Kaders.
In het deelvenster Structuren kunt u kiezen uit tien structuren die u op uw foto kunt toepassen. Structuren simuleren verschillende oppervlakken of achtergronden waarop de foto kan worden afgedrukt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ouderwets papier, afgebladderde verf, een grof blauw raster of een ondergrond van chroom. Structuren worden toegepast als een nieuwe laag met een laagmasker.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Verlopen Verlopen Een verloop toepassen Een verloopvulling op tekst toepassen Een verloop definiëren De transparantie voor een verloop instellen Een verloop met ruis maken Naar boven Verlopen U vult een gebied met een verloop door in de afbeelding te slepen of door te selecteren met het gereedschap Verloop.
2. Selecteer het gereedschap Verloop . 3. Klik op de optiebalk voor het gereedschap op het gewenste type verloop. 4. Kies een verloopvulling in het deelvenster Verloopkiezer op de optiebalk voor het gereedschap. 5. (Optioneel) Stel op de optiebalk voor het gereedschap opties voor het verloop in. Modus Hiermee stelt u in hoe het verloop overvloeit in de bestaande pixels in de afbeelding. Dekking Hiermee stelt u de dekking van het verloop in.
12. Klik op OK. Het nieuwe verloop is geselecteerd en klaar voor gebruik. Naar boven De transparantie voor een verloop instellen Voor elke verloopvulling zijn er opties (dekkingstops) die de dekking van de vulling op verschillende plaatsen in het verloop bepalen. In de voorvertoning van het verloop wordt de mate van transparantie weergegeven in de vorm van een schaakbordpatroon. Voor verlopen moeten minimaal twee dekkingstops worden gedefinieerd. 1. Maak een verloop. 2.
6. Voer een naam in voor het nieuwe verloop. 7. Als u het verloop wilt toevoegen als voorinstelling, klikt u op Nieuw. 8. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. Het nieuwe verloop wordt automatisch geselecteerd.
Vormen bewerken Een vorm selecteren of verplaatsen Een vorm transformeren De kleur van alle vormen in een laag wijzigen Een laagstijl op een vorm toepassen Naar boven Een vorm selecteren of verplaatsen Gebruik het gereedschap Vormselectie om vormen met één muisklik te selecteren. Nadat u een vorm hebt omgezet in een bitmapelement door de vormlaag te vereenvoudigen, kan de vorm niet langer worden geselecteerd met behulp van het gereedschap Vormselectie (wel met het gereedschap Verplaatsen).
Meer Help-onderwerpen Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 215
Kleuren kiezen Een kleur kiezen met het pipet Een kleur kiezen met de gereedschapset Het deelvenster Kleurstalen gebruiken De Adobe Kleurkiezer gebruiken Naar boven Een kleur kiezen met het pipet Met het gereedschap Pipet kunt u eenvoudig een kleur kopiëren, omdat u geen staal hoeft te selecteren. Met dit gereedschap kopieert u of neemt u een monster van een gebied in de foto om een nieuwe voor- of achtergrondkleur in te stellen.
Als u de achtergrondkleur wilt wijzigen, klikt u op het onderste kleurvak in de gereedschapset en kiest u vervolgens een kleur in de Kleurkiezer. Naar boven Het deelvenster Kleurstalen gebruiken In het deelvenster Kleurstalen (Venster > Kleurstalen) kunt u de kleuren opslaan die u vaak in afbeeldingen gebruikt. U kunt een voor- of achtergrondkleur selecteren door op een kleurstaal in het deelvenster Kleurstalen te klikken.
kiezen en een bibliotheek te selecteren. De standaardkleurstalen van een stalenbibliotheek herstellen 1. Kies een stalenbibliotheek in het pop-upmenu in het deelvenster Kleurstalen. 2. Kies Beheer voorinstellingen in het menu Meer van het deelvenster Kleurstalen. 3. Kies Stalen in het menu Type voorinstelling van het dialoogvenster Beheer voorinstellingen 4. Kies Stalen herstellen in het menu Meer en bevestig de handeling bij de aanwijzing. Een kleur verwijderen uit het deelvenster Kleurstalen 1.
6. Klik op OK om te tekenen met de nieuwe kleur. Opmerking: U kunt kleuren selecteren met de kleurkiezer van het systeem of met een kleurkiezer van een plug-in. Kies Voorkeuren > Algemeen en kies de kleurkiezer.
Effecten en filters Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
De verbeterde modus Snel Effecten Structuren Kaders Een effect, structuur of kader toepassen In de modus Snel zijn de belangrijkste gereedschappen voor fotocorrectie in één locatie gegroepeerd, zodat u snel de belichting, kleur, scherpte en andere aspecten van een afbeelding kunt corrigeren. U kunt uw foto's in Photoshop Elements 12 niet alleen verbeteren, u kunt ze ook transformeren in professioneel ogende kunstwerken. Er zijn drie nieuwe deelvensters beschikbaar: Effecten, Structuren en Kaders.
In het deelvenster Structuren kunt u kiezen uit tien structuren die u op uw foto kunt toepassen. Structuren simuleren verschillende oppervlakken of achtergronden waarop de foto kan worden afgedrukt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ouderwets papier, afgebladderde verf, een grof blauw raster of een ondergrond van chroom. Structuren worden toegepast als een nieuwe laag met een laagmasker.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Automatische slimme tint Automatische slimme tint toepassen op een foto Automatische slimme tint leren Automatische slimme tint leren herstellen De functie Automatische slimme tint benut een intelligent algoritme om de toonwaarden in een afbeelding te wijzigen. De functie Automatische slimme tint past een correctie toe op uw foto. Bovendien is er een joystick die u over de afbeelding kunt verplaatsen om de resultaten te perfectioneren.
(links) Het verplaatsen van de joystick naar de donkere gebieden (bladeren of schaduw), zorgt ervoor dat de afbeelding in zijn geheel donkerder wordt. Dit blijkt uit de miniaturen links van de hoofdafbeelding. (rechts) Het verplaatsen van de joystick naar de heldere gebieden (heldere lucht of helder gras), zorgt ervoor dat de afbeelding in zijn geheel lichter wordt. Dit blijkt uit de miniaturen rechts van de hoofdafbeelding. Naar boven Automatische slimme tint toepassen op een foto 1.
A. Opties voor de functie Automatische slimme tint B. In-/uitschakelen, om een voor/na-afbeelding weer te geven C. Selectiekader waarin u de joystick kunt verplaatsen D. Joystick die door het selectiekader kan worden gesleept E. Knop Opnieuw instellen, zet de joystick terug op de door Automatische slimme tint voorgestelde originele locatie F. Een van de vier automatisch gegenereerde actieve voorvertoningsminiaturen 2.
Effecten Het deelvenster Afbeeldingen gebruiken Gestileerde vormen of illustraties aan een afbeelding toevoegen Een artistieke achtergrond aan een afbeelding toevoegen Een kader of thema aan een afbeelding toevoegen Foto-effecten Een effect toepassen Gestileerde tekst aan een afbeelding toevoegen Afbeeldingen of effecten toevoegen aan Favorieten Naar boven Vanuit het deelvenster Effecten kunt u effecten toepassen. Standaard bevindt het deelvenster Effecten zich boven aan het deelvenstervak.
3. Selecteer Achtergronden in het keuzemenu in het deelvenster Afbeeldingen. 4. Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op een miniatuur. Sleep de miniatuur naar de afbeelding. Naar boven Een kader of thema aan een afbeelding toevoegen Wanneer u een kader of thema aan een fotoproject toevoegt, worden kaders toegevoegd met een leeg (grijs) gebied voor de afbeelding. Klik op een afbeelding en sleep deze uit het fotovak naar het lege gebied. 1.
Een afbeeldingseffect naar een foto slepen Naar boven Gestileerde tekst aan een afbeelding toevoegen Als u tekst toevoegt aan een afbeelding, wordt er een tekstlaag gemaakt, zodat u de tekst kunt wijzigen terwijl de oorspronkelijke afbeelding behouden blijft. 1. Selecteer in het deelvenster Afbeeldingen de optie Tekst in het keuzemenu en voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer een miniatuur en klik op Toepassen. Dubbelklik op een miniatuur. Sleep een miniatuur naar de afbeelding. 2.
Filters Filters Een filter toepassen Filtercategorieën Filtergalerie Opties voor structuur- en glasoppervlakken Prestaties verbeteren met filters en effecten Naar boven Filters U kunt filters gebruiken om foto's op te schonen of te retoucheren. Met filters kunt u ook speciale artistieke effecten toepassen of unieke transformaties maken met vervormingseffecten. Naast de door Adobe verschafte filters, zijn er filters als plug-ins beschikbaar die door externe ontwikkelaars zijn ontwikkeld.
filters gebruiken bij afbeeldingen in de modus Bitmap of Geïndexeerde kleur. Veel filters werken niet bij 16-bits afbeeldingen. U kunt het vorige filter opnieuw toepassen. Het laatst gekozen filter staat boven aan in het menu Filter. U kunt dat filter opnieuw toepassen met dezelfde instellingen die u het laatst hebt gebruikt om de afbeelding verder te verbeteren.
8. Voer een van de volgende handelingen uit en klik op OK als u een filteropdracht of het deelvenster Effecten gebruikt: Dubbelklik op het filter. Sleep het filter naar de afbeelding. Naar boven Filtercategorieën U kunt de volgende categorieën filters toepassen: Cameravervorming corrigeren Hiermee corrigeert u gebruikelijke lensfouten, zoals korrel- en speldenkussenvervorming en vignettering.
Dialoogvenster Filtergalerie A. Filtercategorie B. Miniatuur van geselecteerd filter C. Miniaturen van filters tonen/verbergen D. Het menu Filter E. Opties voor geselecteerd filter F. Lijst met filtereffecten om toe te passen of te rangschikken G. Verborgen filter H. Filters die achtereenvolgens zijn toegepast, maar niet zijn geselecteerd I. Filter dat is geselecteerd maar niet is toegepast Niet alle filters zijn echter beschikbaar vanuit de Filtergalerie.
234
Modus Met instructies Touchups Foto-effecten Fotoplay In de modus Met instructies kunt u Bewerken met instructies gebruiken; dit is een wizardachtige interface voor het toepassen van bepaalde vooraf gedefinieerde effecten. Elke Bewerken met instructies-optie heeft een bijbehorende afbeelding die het toegepaste effect laat zien wanneer u met de muisaanwijzer over de afbeelding beweegt.
Met de Bewerken met instructies-optie Kleuren verbeteren kunt u de kleurtoon, verzadiging en lichtheid van een afbeelding verbeteren. U kunt alleen het resultaat van de bewerking weergeven, of de afbeelding voor en na de bewerking (horizontaal of verticaal). Zie Kleurverzadiging en kleurtoon aanpassen voor meer informatie over het verbeteren van kleuren. Bewerken met instructies: Niveaus Zie Aanpassingen met Niveaus voor meer informatie over het gebruik van Niveaus.
e. Klik op het gereedschap Tanden witter maken voor een stralende glimlach. 4. Voeg speciale retoucheerbewerkingen toe. a. Klik op Gloed toevoegen. Verstel de schuifregelaars totdat u het gewenste resultaat hebt bereikt. b. Klik op Slanker maken. Opmerking: Met elke klik wordt het effect sterker. Bewerken met instructies: Opnieuw samenstellen Voor meer informatie over de functies die worden gebruikt in de Bewerken met instructies-optie Foto opnieuw samenstellen gaat u naar Opnieuw samenstellen.
8. Gebruik het gereedschap Verscherpen om de helderheid van de uiteindelijke uitvoer te verbeteren. Bewerken met instructies: Foto roteren en rechttrekken Met de Bewerken met instructies-optie Foto roteren en/of rechttrekken kunt u een afbeelding in stappen van 90 graden draaien. Ook kunt u een lijn in een afbeelding tekenen om deze opnieuw uit te lijnen. U kunt alleen het resultaat van de bewerking weergeven, of de afbeelding voor en na de bewerking (horizontaal of verticaal).
op niet-geselecteerde delen van de afbeelding. U kunt de mate van vervaging die op de rest van de afbeelding wordt toegepast, aanpassen. 1. Klik in de modus Met instructies in het gedeelte Foto-effecten op de optie Scherptediepte. 2. Klik op Aangepast. 3. Klik op het gereedschap Snelle selectie en beweeg de cursor over de delen van de afbeelding waarop u wilt scherpstellen. 4. Klik op Vervaging toevoegen. Er wordt een gelijkmatige vervaging toegepast op de rest van de afbeelding. 5.
Bewerken met instructies: Lijntekening Ga voor meer informatie over de functies die worden gebruikt in deze Bewerken met instructies naar Afbeeldingen nauwkeurig omzetten in zwartwit, Aanpassingen met Niveaus, Ruis toevoegen en Verzadiging en kleurtoon aanpassen. Bewerken met instructies: Lomo-camera-effect In Bewerken met instructies kunt u het Lomo-camera-effect toepassen. 1. Selecteer in Foto-effecten het Lomo-camera-effect. 2. Klik op Cross-processing voor afbeelding. 3. Klik op Vignet toepassen.
Bewerken met instructies: Ouderwetse foto Meer informatie over de functies die zijn gebruikt in deze Bewerken met instructies vindt u in Het deelvenster Effecten gebruiken, De dekking van een laag opgeven en Aanpassingen met Niveaus. Het Orton-effect toepassen Het Orton-effect geeft uw foto's een dromerig aanzien. 1. Klik in de modus Met instructies in het gedeelte Foto-effecten op Orton-effect. 2. Klik in het deelvenster Orton-effect maken op Orton-effect toevoegen. 3.
Foto voordat het effect Kantelen en verschuiven is toegepast (links) en erna 1. Open een foto en klik in het deelvenster Bewerken met instructies op Foto-effecten > Kantelen en verschuiven. 2. Klik op Kanteling-verschuiving toevoegen om het basiseffect op de foto toe te passen. De foto wordt vaag weergegeven. 3. Klik op Scherpstellingsgebied wijzigen en klik en sleep over de afbeelding om de gebieden op te geven die u in scherpe focus wilt weergeven. 4.
4. Klik op Vorm verfijnen om de rand (schuifregelaar Doezelaar) en de grootte van het vignet (Ronding) te perfectioneren. Voor de schuifregelaar Doezelaar geeft een lagere pixelwaarde een hardere, scherpere rand aan, terwijl een hogere waarde een zachtere, dikkere rand aangeeft. Voor de schuifregelaar Ronding leiden negatieve waarden tot een overdreven vigneteffect en zorgen positieve waarden voor een minder zichtbaar vignet. 5.
A. Originele afbeelding B. Na toevoeging van een kader C. Na selectie van het uit te breiden deel D. Uiteindelijke afbeelding 1. Klik in het deelvenster Bewerken met instructies op Fotoplay en selecteer Buiten-de-grenzeneffect. 2. Klik op Een kader toevoegen om een kader aan de afbeelding toe te voegen. 3. Versleep de hoeken van het kader om zo een deel van het hoofdonderwerp buiten het kader te brengen. 4.
Stijl B Beperk de waarden in de afbeelding, voeg een neongloed toe en dupliceer de afbeelding met verschillende pop-artkleuren. De Bewerken met instructies-optie Puzzeleffect | | Photoshop Elements 12 De nieuwe Bewerken met instructies-optie Puzzeleffect creëert het visuele effect van een foto die ontstaat door puzzelstukjes in elkaar te passen.
4. Kies een kleur in de afbeelding en klik op Achtergrond vullen. 5. Klik op een van de volgende knoppen om een type reflectie toe te passen: Vloerreflectie Glasreflectie Waterreflectie 6. (Optioneel) Pas de intensiteit van de reflectie aan. 7. (Optioneel) Klik op Vervorming toevoegen om de reflectie op realistische wijze te vervormen. 8. (Optioneel) Klik op het gereedschap Uitsnijden om ongewenste gebieden te verwijderen. 9.
Aanpassingsfilters Het Het Het Het Het Het filter Egaliseren toepassen filter Verloop toewijzen toepassen filter Omkeren toepassen filter Waarden beperken toepassen filter Drempel toepassen Fotofilter toepassen Naar boven Het filter Egaliseren toepassen Met het filter Egaliseren wijzigt u de verdeling van de helderheidswaarden van de pixels in een afbeelding, zodat het volledige bereik van helderheidsniveaus beter door de pixels wordt weergegeven.
4. Selecteer geen van beide, een van beide of beide verloopopties: Dithering als u willekeurige ruis wilt toevoegen, zodat de verloopvulling vloeiender wordt weergegeven en overgangseffecten worden voorkomen. Omkeren als u de richting van de verloopvulling wilt wijzigen, zodat de toewijzing van het verloop wordt omgekeerd. 5. Klik op OK. Naar boven Het filter Omkeren toepassen Met het filter Omkeren keert u de kleuren in een afbeelding om.
Als u een representatieve schaduw wilt identificeren, sleept u de schuifregelaar naar links totdat de afbeelding helemaal wit is. Sleep de schuifregelaar vervolgens terug totdat er enkele effen, zwarte gebieden verschijnen in de afbeelding. 4. (Optioneel) Als u de standaardinstellingen wilt terugzetten, houdt u Alt ingedrukt (de Option-toets in Mac OS) en klikt u op de knop Herstellen. 5.
Vervormingsfilters Gloed onscherp Verplaatsen Het filter Verplaatsen toepassen Glas Uitvloeien Oceaanrimpel Kneep Poolcoördinaten Rimpel Schuin Bol Kronkel Golf ZigZag Naar boven Gloed onscherp Met dit filter geeft u een afbeelding weer alsof deze door een zacht diffuusfilter wordt bekeken. Dit filter voegt transparante witte ruis aan een afbeelding toe, waarbij de gloed vanaf het midden van een selectie steeds minder wordt.
Naar boven Uitvloeien Met het filter Uitvloeien bewerkt u gedeelten van een afbeelding zodat het lijkt of ze met elkaar zijn versmolten. In een voorvertoning van de huidige laag past u speciale gereedschappen toe om delen van de afbeelding te verdraaien, te roteren, uit te rekken, in te drukken, te verschuiven of te spiegelen. U kunt subtiele wijzigingen aanbrengen om een afbeelding te retoucheren of drastische vervormingen toepassen om een artistiek effect te creëren. Het filter Uitvloeien toepassen 1.
Naar boven Oceaanrimpel Met dit filter voegt u rimpels met willekeurige tussenruimte toe aan het oppervlak van een afbeelding, zodat de afbeelding eruitziet alsof deze zich onder water bevindt. Naar boven Kneep Met het filter Kneep wordt een selectie naar binnen of buiten geknepen. Het filter Kneep toepassen 1. Selecteer een afbeelding, laag of gebied in de werkruimte Bewerken. 2. Kies Vervorm > Kneep in het menu Filter. 3.
Naar boven Kronkel Met het filter Kronkel draait u een afbeelding of selectie in het midden meer dan aan de randen. Als u een hoek opgeeft, wordt een kronkelpatroon gegenereerd. Sleep de schuifregelaar naar de positieve waarden aan de rechterkant om een kronkel rechtsom toe te passen op de afbeelding. Sleep de schuifregelaar naar de negatieve waarden aan de linkerkant om een kronkel linksom toe te passen. U kunt ook een waarde tussen –999 en 999 invoeren.
Verlopen Verlopen Een verloop toepassen Een verloopvulling op tekst toepassen Een verloop definiëren De transparantie voor een verloop instellen Een verloop met ruis maken Naar boven Verlopen U vult een gebied met een verloop door in de afbeelding te slepen of door te selecteren met het gereedschap Verloop.
2. Selecteer het gereedschap Verloop . 3. Klik op de optiebalk voor het gereedschap op het gewenste type verloop. 4. Kies een verloopvulling in het deelvenster Verloopkiezer op de optiebalk voor het gereedschap. 5. (Optioneel) Stel op de optiebalk voor het gereedschap opties voor het verloop in. Modus Hiermee stelt u in hoe het verloop overvloeit in de bestaande pixels in de afbeelding. Dekking Hiermee stelt u de dekking van het verloop in.
12. Klik op OK. Het nieuwe verloop is geselecteerd en klaar voor gebruik. Naar boven De transparantie voor een verloop instellen Voor elke verloopvulling zijn er opties (dekkingstops) die de dekking van de vulling op verschillende plaatsen in het verloop bepalen. In de voorvertoning van het verloop wordt de mate van transparantie weergegeven in de vorm van een schaakbordpatroon. Voor verlopen moeten minimaal twee dekkingstops worden gedefinieerd. 1. Maak een verloop. 2.
6. Voer een naam in voor het nieuwe verloop. 7. Als u het verloop wilt toevoegen als voorinstelling, klikt u op Nieuw. 8. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. Het nieuwe verloop wordt automatisch geselecteerd.
Overige filters Aangepaste filters Hooglichten Maximaal en Minimaal Verschuiven Plug-infilters Digimarc-filter Naar boven Aangepaste filters Met aangepaste filters kunt u een eigen filtereffect ontwerpen. Met het filter Aangepast kunt u de helderheidswaarden van elke pixel in de afbeelding veranderen volgens een vooraf gedefinieerde wiskundige bewerking die kronkeling wordt genoemd. Aan elke pixel wordt een nieuwe waarde toegewezen op basis van de waarden van de omringende pixels.
transparante achtergrond, met de randpixels of met pixels van de rechterrand of de onderrand van een afbeelding. Naar boven Plug-infilters Het is mogelijk plug-infilters te installeren die door andere softwareontwikkelaars zijn ontwikkeld. Nadat u deze plug-infilters hebt geïnstalleerd, verschijnen deze onder aan het menu Filter, tenzij de ontwikkelaar heeft ingesteld dat de filters op een andere plaats verschijnen.
Renderingsfilters Wolken Andere wolken Vezels Zon Belichtingseffecten Structuurvulling Naar boven Wolken Met het filter Wolken genereert u een zacht wolkenpatroon met gebruik van willekeurige waarden die tussen de voorgrond- en de achtergrondkleur op de werkbalk variëren. U genereert een sterker wolkenpatroon door Alt (of Option in Mac OS) ingedrukt te houden wanneer u Filter > Rendering > Wolken kiest.
verschijnen in het menu Stijl als u een afbeelding opent in Photoshop Elements. Verwijderen Hiermee verwijdert u de geselecteerde stijl. U kunt geen standaardstijlen verwijderen. Menu Stijl Hierin kunt u de volgende standaardstijlen voor lichten kiezen, alsmede aangepaste stijlen die u hebt opgeslagen: Opmerking: Als u een stijl met meerdere lichten hebt gekozen, moet u de opties voor elk licht afzonderlijk instellen. 2 uur spotlicht Voor een gele spot met gemiddelde intensiteit en brede focus.
Een licht aanpassen Voer afhankelijk van het type licht een van de volgende handelingen uit in het voorvertoningsvenster van de belichtingseffecten: (Gericht, universeel en spotlicht) Als u het licht wilt verplaatsen, sleept u het via de cirkel in het midden. (Gerichte lichten) U verandert de richting van het licht door de handgreep aan het einde van de lijn te slepen in een hoek ten opzichte van de lijn. Houd Ctrl ingedrukt tijdens het slepen om de hoogte van het licht constant te houden.
Schetsfilters Basreliëf Krijt en houtskool Houtskool Chroom Stripverhaal Conté crayon Beeldroman Grafische pen Halftoonraster Postpapier Pen en inkt Fotokopie Gips Filigraan Stempel Gescheurde randen Waterpapier Naar boven Basreliëf Hiermee wordt een afbeelding getransformeerd zodat deze in laag reliëf uitgesneden lijkt te zijn. Door de belichting worden de oppervlakvariaties geaccentueerd.
voorgrond en achtergrond instellen, alsmede opties voor de structuur. Met deze opties kunt u afbeeldingen eruit laten zien alsof ze op een structuur zoals doek of steen zijn geschilderd of alsof ze door bijvoorbeeld glazen blokken worden bekeken. Verander voor een realistischer effect de voorgrondkleur in een van de standaardkleuren voor conté-crayons (zwart, sepia of bloedrood) voordat u het filter toepast. Verander voor een gedempt effect de achtergrondkleur in wit en voeg er wat voorgrondkleur aan toe.
Naar boven Gescheurde randen Dit filter reconstrueert de afbeelding als ruwe, gescheurde stukken papier en kleurt de afbeelding vervolgens in met de voorgrond- en achtergrondkleur. U kunt de balans, de vloeiendheid en het contrast van de afbeelding instellen. Dit filter werkt het beste bij afbeeldingen die uit tekst of sterk contrasterende objecten bestaan.
Ruisfilters Ruis Uitstippen Stof & krassen Mediaan Ruis reduceren Naar boven Ruis Hiermee worden willekeurige pixels toegepast op een afbeelding, waarbij het effect van fotograferen met een lichtgevoelig filmrolletje wordt gesimuleerd. Met dit filter kunt u ook streepvorming verminderen in doezelselecties of opvullingen met geleidelijke overgangen. Bovendien kunt u zwaar geretoucheerde gebieden een realistischer uiterlijk geven en een gestructureerde laag maken.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 267
Vervagingsfilters Gemiddeld Vaag en Vager Gaussiaans vervagen Vage lens Bewegingsonscherpte Radiaal vaag Slim vervagen Oppervlak vervagen Naar boven Gemiddeld Het filter Gemiddeld zoekt de gemiddelde kleur van een afbeelding of selectie en vult deze afbeelding of selectie met de kleur om een vloeiend effect te bereiken. Als u bijvoorbeeld een grasveld selecteert, verandert het filter dit gebied in een homogeen groen grasveld.
dialoogvenster Vage lens heeft op uw foto. Naar boven Bewegingsonscherpte Met het filter Bewegingsonscherpte vervaagt u de afbeelding in een bepaalde richting (van –360º tot +360º) en tot een bepaalde afstand (van 1 tot 999). Het effect van het filter is hetzelfde als het nemen van een foto van een bewegend object met een vaste belichtingstijd. U kunt de hoek en de afstand van de vervaging instellen.
Artistieke filters Kleurpotlood Knipsel Droog penseel Filmkorrel Fresco Neon gloed Klodder Paletmes Plastic Posterranden Ruw pastel Vlek Spons Voorbewerking Waterkleur Naar boven Kleurpotlood Met dit filter trekt u een afbeelding over met kleurpotloden op een effen achtergrond. Met dit filter blijven duidelijke randen behouden en krijgen deze een ruw gearceerde vormgeving terwijl de effen achtergrondkleur door de dunnere gedeelten zichtbaar is.
Naar boven Klodder Door dit filter lijkt het alsof de afbeelding is geschilderd. U kunt de penseelgrootte, de scherpte en het type penseel instellen. Naar boven Paletmes Met het filter Paletmes wordt een afbeelding minder gedetailleerd, zodat het effect van een dun beschilderd canvas ontstaat waar de onderliggende structuur doorheen schijnt. U kunt de grootte van de lijnen, de details van de lijnen en de zachtheid instellen.
Penseelstreekfilters Geaccentueerde randen Hoeklijn Arcering Donkere lijnen Inktomtrek Spetters Sproeilijn Sumi-e Naar boven Geaccentueerde randen Hiermee accentueert u de randen van een afbeelding. Als voor de helderheid van de rand een hoge waarde wordt ingesteld, lijken de accenten op wit krijt. Als een lage waarde wordt ingesteld, lijken de accenten op zwarte inkt. U kunt de breedte en helderheid van de randen, alsmede de vloeiendheid instellen.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 273
Stileerfilters Onscherp Reliëf Geef diepte Contrastlijn Oplichtende rand Solarisatie Tegels Omtreklijn Wind Naar boven Onscherp Met dit filter worden de pixels in een selectie door elkaar geschud, zodat de selectie er minder scherp uitziet, al naar gelang de geselecteerde optie: als u Normaal kiest, worden de pixels willekeurig verplaatst en worden de kleurwaarden genegeerd. Als u Alleen donkerder kiest, worden lichte pixels door donkere pixels vervangen.
Naar boven Oplichtende rand Met dit filter herkent u de randen van de kleurovergangen en geeft u ze een neon-achtige gloed. U kunt de breedte en de helderheid van de randen, alsmede de vloeiendheid instellen. Naar boven Solarisatie Hiermee wordt een overvloeiing tussen een negatieve en een positieve afbeelding gegenereerd, die vergelijkbaar is met het effect waarbij een foto tijdens het ontwikkelen korte tijd aan licht wordt blootgesteld.
Structuurfilters Craquelure Korrel Mozaïektegels Lappendeken Gebrandschilderd glas Structuurmaker Naar boven Craquelure Hiermee tekent u een afbeelding op een gipsoppervlak met veel reliëf, zodat een fijn netwerk van scheurtjes ontstaat die de contouren van de afbeelding volgen. Met dit filter brengt u een reliëfeffect aan in afbeeldingen met een groot aantal kleuren of grijswaarden. U kunt de tussenruimte tussen de scheurtjes, de diepte en de helderheid instellen.
Schaduwen en licht aanpassen Kleur en tinten aanpassen met slimme penselen De gereedschappen Slim penseel toepassen Aanpassingen met Niveaus Schaduwdetails en hooglichtdetails verbeteren Schaduwen en helderheid aanpassen met Niveaus De helderheid en het contrast in de geselecteerde gedeelten aanpassen Afzonderlijke gebieden snel lichter of donkerder maken Snel geïsoleerde gebieden verzadigen of verzadiging uit deze gebieden verwijderen Naar boven Kleur en tinten aanpassen met slimme penselen Met het gere
passen op een foto. Elke vooraf ingestelde aanpassing wordt toegepast op een eigen toepassingslaag. U kunt de instellingen voor iedere correctie afzonderlijk afstellen. Nadat u een correctie hebt aangebracht, geeft een speldenknop aan waar de aanpassing in eerste instantie is aangebracht. Deze speld fungeert als verwijzing naar de specifieke aanpassing. Er wordt een nieuwe speld weergegeven wanneer een andere aanpassingsvoorinstelling wordt toegepast.
Het pop-upvenster Slim penseel U kunt in Photoshop Elements vele verschillende vooraf ingestelde aanpassingen toepassen met het gereedschap Slim penseel en . U kunt een aanpassing kiezen in het pop-upvenster met voorinstellingen in de optiebalk. Net als alle popGedetailleerd slim penseel upvensters kunt u ook het pop-upvenster met Slim penseel-voorinstellingen configureren. Gebruik het deelvenstermenu om de aanpassingen als miniaturen of in een lijst weer te geven.
Vóór het aanpassen van schaduwen en hooglichten (boven) en erna (onder). Door de aanpassing wordt het gezicht verzacht en worden er meer details achter de zonnebril weergegeven. Schaduwen en helderheid aanpassen met Niveaus Naar boven 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Verbeteren > Belichting aanpassen > Niveaus. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Niveaus of open een bestaande aanpassingslaag in Niveaus. 2. Kies RGB in het menu Kanaal.
Opmerking: Klik op Automatisch om de schuifregelaars voor hooglichten en schaduwen automatisch bij de lichtste en donkerste punten in elk kanaal te plaatsen. Dit heeft hetzelfde effect als de opdracht Niveaus bepalen en kan een kleurverschuiving in de foto veroorzaken. De helderheid en het contrast in de geselecteerde gedeelten aanpassen Naar boven De opdracht Helderheid/contrast kunt u het beste gebruiken op geselecteerde gedeelten van een afbeelding.
1. Selecteer het gereedschap Spons. Als u het gereedschap Spons niet ziet, zoekt u het gereedschap Tegenhouden of Doordrukken. 2. Stel gereedschapsopties in op de optiebalk. Pop-upmenu Penselen Hiermee stelt u het penseeluiteinde in. Klik op de pijl naast het penseelvoorbeeld, kies een penseelcategorie in het pop-upmenu Penselen en selecteer vervolgens een penseelminiatuur. Afm. Hiermee stelt u de grootte van het penseel in pixels in. Sleep de schuifregelaar of voer een grootte in het tekstvak in.
Tekst en vormen Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Tekst toevoegen Tekst Tekst toevoegen Tekst op vorm Tekst op selectie Tekst op aangepast pad Gemaskerde tekst maken en gebruiken U kunt tekst en vormen in allerlei kleuren, stijlen en effecten aan een afbeelding toevoegen. Gebruik de gereedschappen Horizontale tekst en Verticale tekst voor het maken en bewerken van tekst. U kunt een enkele regel met tekst of een hele alinea typen. Naar boven Tekst Gebruik de gereedschappen Horizontale tekst en Verticale tekst voor het maken en bewerken van tekst.
Klik buiten het tekstvak in de afbeelding. Selecteer een ander gereedschap in de gereedschapset. Opties voor het gereedschap Tekst Stel de volgende opties voor het gereedschap Tekst in op de optiebalk: Lettertypefamilie Hiermee past u een lettertypefamilie op nieuwe of bestaande tekst toe. Letterstijl Hiermee past u een letterstijl zoals vet op nieuwe of bestaande tekst toe. Tekengrootte Hiermee past u een tekengrootte op nieuwe of bestaande tekst toe.
3. Als u tekst wilt toevoegen aan de afbeelding, plaatst u de muis boven het pad tot het cursorpictogram verandert in de tekstmodus. Klik op het punt waaraan u tekst wilt toevoegen. Klikken en tekst invoeren Wijzig tekst op dezelfde manier waarop u normale tekst wijzigt. 4. Nadat u tekst hebt toegevoegd, klikt u op Toewijzen . Bij bepaalde vormen moet de tekst in de vorm worden geschreven.
Tekst toevoegen Nadat u tekst hebt toegevoegd, kunt u deze wijzigen zoals u zou doen bij normale tekst. 4. Nadat u tekst hebt toegevoegd, klikt u op Toewijzen . Annuleer om de workflow opnieuw te beginnen. Naar boven Tekst op aangepast pad U kunt tekst toevoegen aan een aangepast pad. 1. Selecteer het gereedschap Tekst op aangepast pad het huidige gereedschap. . Om het huidige tekstgereedschap snel te wijzigen, drukt u op Alt/Option en klikt u op Tekst op aangepast pad 2.
Masker voor horizontale tekst waarmee een selectie wordt gevuld 1. Selecteer in de modus Expert de laag waarop de selectie moet verschijnen. De beste resultaten krijgt u als u het tekstselectiekader niet op een tekstlaag maakt. 2. Selecteer het gereedschap Masker voor horizontale tekst of Masker voor verticale tekst 3. Selecteer extra tekstopties (Zie Opties voor het gereedschap Tekst) en voer uw tekst in. Het tekstselectiekader verschijnt in de afbeelding op de actieve laag.
Tekst bewerken Tekst bewerken in een tekstlaag Tekens selecteren Een lettertypefamilie en -stijl kiezen Een tekengrootte kiezen Tekstkleur wijzigen Stijl toepassen op tekst Tekst verdraaien De richting van een tekstlaag wijzigen Naar boven Tekst bewerken in een tekstlaag Als u een tekstlaag hebt gemaakt, kunt u de tekst op de laag bewerken en er laagopdrachten op toepassen. In tekstlagen kunt u nieuwe tekst invoegen, bestaande tekst wijzigen en tekst verwijderen.
lettertype in de lettertypefamilie, bijvoorbeeld Standaard, Vet of Cursief. Het aanbod van beschikbare tekststijlen verschilt per lettertype. Als een lettertype niet de gewenste stijl heeft, kunt u faux (onechte) versies van vet en cursief toepassen. Een faux lettertype is een door de computer gegenereerde versie van een lettertype dat ongeveer overeenkomt met een alternatief lettertype-ontwerp. 1. Als u de bestaande tekst wijzigt, selecteert u een of meer tekens waarvan u het lettertype wilt wijzigen.
Naar boven Tekst verdraaien Verdraaien wil zeggen dat u de vorm van tekst aanpast op basis van een bepaalde geometrie. U kunt tekst bijvoorbeeld verdraaien, zodat deze de vorm krijgt van een boog of een golf. Verdraaien is van toepassing op alle tekens in een tekstlaag. Het is niet mogelijk individuele tekens te verdraaien. U kunt tekst met faux vet niet verdraaien. Tekstlaag met verdraaiing 1. Selecteer een tekstlaag in de werkruimte Bewerken. 2.
Werken met Aziatische tekst Opties voor Aziatische tekst weergeven De afstand tussen Aziatische tekens verminderen Tate-chuu-yoko in- of uitschakelen Mojikumi in- of uitschakelen Naar boven Opties voor Aziatische tekst weergeven Photoshop Elements beschikt over verschillende opties voor het werken met Aziatische tekst. Aziatische lettertypen worden vaak double-byte lettertypen of CJK-lettertypen (Chinees, Japans, Koreaans) genoemd. 1. In Windows: kies Bewerken > Voorkeuren > Tekst.
Met Mojikumi bepaalt u de afstand tussen interpunctie, symbolen, getallen en andere tekenklassen in Japanse tekst. Wanneer mojikumi is ingeschakeld, wordt de halve afstand tussen deze tekens toegepast. Mojikumi uitgeschakeld (boven) en mojikumi ingeschakeld (onder) 1. Als u werkt met een bestaande laag, selecteert u de tekstlaag in het deelvenster Lagen en selecteert u vervolgens een tekstgereedschap. 2. Klik op de knop Opties voor Aziatische tekst weergeven op de optiebalk. 3. Schakel Mojikumi in.
Lagen Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Lagen maken Lagen begrijpen Het deelvenster Lagen Lagen toevoegen Een nieuwe lege laag maken en een naam geven Een nieuwe laag van een deel van een andere laag maken De achtergrondlaag omzetten in een gewone laag Een laag veranderen in de achtergrondlaag Naar boven Lagen begrijpen Lagen zijn te vergelijken met gestapelde, transparante glasplaten waarop u afbeeldingen kunt tekenen. Door de transparante gebieden op een laag kunt u de onderliggende lagen zien.
Met de pictogrammen in het deelvenster kunt u een groot aantal taken uitvoeren. U kunt bijvoorbeeld lagen maken, verbergen, koppelen, vergrendelen en verwijderen. Uitzonderingen daargelaten hebben de wijzigingen alleen effect op de geselecteerde, of actieve, laag die is gemarkeerd. Het deelvenster Lagen A. Menu Overvloeimodus B. Laag tonen/verbergen C. De laag is gekoppeld aan een andere laag. D. Voorvertoning van een laag E. De gemarkeerde laag is de actieve laag. F. Vergrendelde laag G.
Een bestaande laag dupliceren. U kunt maximaal 8000 lagen in een afbeelding maken, en elke laag een eigen overvloeimodus en dekking geven. Dit aantal kan lager zijn als het geheugen niet toereikend is. Naar boven Een nieuwe lege laag maken en een naam geven Voer een van de volgende handelingen uit in Photoshop Elements: Als u een nieuwe laag wilt maken met de standaardnaam en de standaardinstellingen, klikt u op de knop Nieuwe laag maken in het deelvenster Lagen.
gewiste gebieden transparant. Naar boven Een laag veranderen in de achtergrondlaag U kunt een laag niet omzetten in de achtergrondlaag als de afbeelding al een achtergrondlaag bevat. In dit geval moet u eerst de bestaande achtergrondlaag omzetten in een algemene laag. 1. Selecteer een laag in het deelvenster Lagen. 2. Kies Laag > Nieuw > Achtergrond uit laag. Transparante gebieden in de originele laag worden gevuld met de achtergrondkleur.
Lagen bewerken Een laag selecteren Een laag tonen of verbergen Miniaturen van lagen vergroten, verkleinen of verbergen Een laag vergrendelen of ontgrendelen Een laag een nieuwe naam geven Een laag vereenvoudigen Een laag verwijderen Monsters uit alle zichtbare lagen nemen Naar boven Een laag selecteren Als u wijzigingen in de afbeelding aanbrengt, wordt alleen de actieve laag gewijzigd.
Als u aan een afbeelding lagen toevoegt, is het raadzaam deze lagen een naam te geven die past bij de inhoud. Gebruik beschrijvende namen, zodat u de lagen gemakkelijk kunt terugvinden in het deelvenster Lagen. Opmerking: U kunt de naam van de achtergrondlaag niet wijzigen tenzij u de laag omzet in een normale laag. Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op de naam van de laag in het deelvenster Lagen en voer een nieuwe naam in.
Laagstijlen Informatie over laagstijlen Werken met laagstijlen Naar boven Informatie over laagstijlen Met laagstijlen kunt u snel effecten toepassen op een hele laag. In het deelvenster Effecten kunt u een aantal verschillende vooraf gedefinieerde laagstijlen weergeven en deze toepassen met een eenvoudige klik. Drie verschillende laagstijlen toegepast op tekst De grenzen van het effect worden automatisch bijgewerkt als u de laag bewerkt.
2. Kies Laagstijlen in het categoriemenu in het deelvenster Effecten. 3. Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer een stijl en klik op Toepassen. Dubbelklik op een stijl. Sleep een stijl naar een laag. Een stijlpictogram geeft aan dat er een laagstijl is toegepast op de laag. Als het resultaat u niet bevalt, drukt u op Ctrl+Z (Command+Z in Mac OS) om de stijl te verwijderen of kiest u Bewerken > Ongedaan maken.
Aanpassings- en opvullagen Aanpassings- en opvullagen Aanpassingslagen maken Opvullagen maken Een aanpassingslaag of opvullaag bewerken Aanpassingslagen verenigen De laagmaskers bewerken Naar boven Aanpassings- en opvullagen Met aanpassingslagen kunt u experimenteren met kleur- en toonaanpassingen zonder de pixels in de afbeelding definitief te wijzigen. U kunt een aanpassingslaag vergelijken met een sluier die de onderliggende lagen kleurt.
Oorspronkelijke afbeelding en afbeelding met Kleurtoon/verzadiging toegepast. Dit heeft alleen effect op de lagen onder de aanpassingslaag. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > [aanpassingstype] om dit effect slechts op één laag of op diverse opeenvolgende lagen onder de aanpassingslaag toe te passen. Selecteer Vorige laag gebruiken voor uitknipmasker in het dialoogvenster Nieuwe laag en klik vervolgens op OK. Niveaus Hiermee corrigeert u toonwaarden in de afbeelding.
oriëntatie om te keren, Dithering om de zichtbare overgangen te verminderen en Uitlijnen met laag om het selectiekader van de laag te gebruiken om de verloopvulling te berekenen. Patroon Hiermee maakt u een opvullaag met een patroon. Klik op het patroon en kies een patroon in het pop-upvenster. U kunt het patroon schalen en Herkomst magnetisch kiezen om de oorsprong van het patroon af te stemmen op het documentvenster.
rechterminiatuur). Houd Alt ingedrukt en klik (Option+klik in Mac OS) nogmaals op de miniatuur om de andere lagen opnieuw weer te geven. Als u het masker in een rode maskerkleur wilt weergeven, houdt u Alt en Shift ingedrukt (Option+Shift in Mac OS) en klikt u op de miniatuur van het laagmasker (de rechterminiatuur). Houd Alt+Shift (Option+Shift in in Mac OS) ingedrukt en klik nogmaals op de miniatuur om de rode weergave uit te schakelen.
Uitknipmaskers Uitknipmaskers voor lagen Uitknipmasker maken Een laag verwijderen uit een uitknipmasker Uitknipmasker opheffen Naar boven Uitknipmaskers voor lagen Een uitknipmasker is een groep lagen waarop een masker is toegepast. De onderste laag, ofwel de basislaag, bepaalt de zichtbare grenzen van de gehele groep. Stel dat u bijvoorbeeld een vorm op de basislaag hebt, een foto op de laag erboven en tekst op de bovenste laag.
Naar boven Uitknipmasker opheffen 1. Selecteer in het deelvenster Lagen een willekeurige laag in het uitknipmasker met uitzondering van de basislaag. 2. Kies Laag > Uitknipmasker opheffen.
Laagmaskers Informatie over laagmaskers Een laagmasker toevoegen aan een afbeelding Naar boven Informatie over laagmaskers Laagmaskers zijn resolutieafhankelijke bitmapafbeeldingen die worden bewerkt met de teken- of selectiegereedschappen. Een laagmasker bepaalt de zichtbaarheid van de laag waarop het masker is aangebracht. U kunt een laagmasker bewerken om het gemaskeerde gedeelte groter of kleiner te maken, zonder pixels te verliezen. Een laagmasker is een grijswaardenafbeelding.
Lagen kopiëren en rangschikken Een laag in een afbeelding dupliceren Een of meer lagen in een andere afbeelding dupliceren Een laag tussen afbeeldingen kopiëren De inhoud naar een laag verplaatsen De stapelvolgorde van lagen wijzigen Lagen koppelen en ontkoppelen Lagen verenigen Lagen verenigen met een andere laag Een afbeelding tot één laag samenvoegen Naar boven Een laag in een afbeelding dupliceren U kunt elke laag (inclusief de achtergrondlaag) binnen een afbeelding dupliceren.
dan de doelafbeelding, is slechts een deel van de laag zichtbaar. Met het gereedschap Verplaatsen kunt u andere delen van de laag zichtbaar maken. Als u Shift ingedrukt houdt terwijl u een laag sleept, kopieert u de laag naar dezelfde positie als in de bronafbeelding (als de bron- en de doelafbeelding dezelfde pixelafmetingen hebben) of naar het middelpunt van de doelafbeelding (als de bron- en de doelafbeelding verschillende pixelafmetingen hebben).
2. Als u de stapelvolgorde wilt wijzigen, gaat u op een van de volgende manieren te werk: Sleep de laag of lagen omhoog of omlaag in het deelvenster Lagen. Kies Laag > Ordenen en kies vervolgens Op voorgrond, Naar voren, Naar achteren of Op achtergrond. Naar boven Lagen koppelen en ontkoppelen Als lagen zijn gekoppeld, kunt u de inhoud ervan in één keer verplaatsen. U kunt alle gekoppelde lagen ook tegelijkertijd kopiëren, plakken, verenigen en er transformaties op toepassen.
2. Voer een van de volgende handelingen uit: Als u geselecteerde lagen wilt verenigen, selecteert u meerdere lagen door op elke laag te klikken terwijl u de Ctrl-toets (de Commandtoets in Mac OS) ingedrukt houdt. Klik met de rechtermuisknop en kies Lagen verenigen. Als u een laag met de laag eronder wilt verenigen, selecteert u de bovenste van de twee lagen en kiest u Verenigen; omlaag laag in het menu Laag of in het vervolgmenu van het deelvenster Lagen.
Dekking en overvloeimodi Opties voor dekking en overvloeien in lagen De dekking van een laag opgeven Een overvloeimodus voor een laag opgeven Alle dekkende gebieden op een laag selecteren Het transparantieraster aanpassen Naar boven Opties voor dekking en overvloeien in lagen De dekking van een laag bepaalt de mate waarin de laag eronder wordt verborgen of weergegeven. Een laag met een dekking van 1% is nagenoeg transparant, terwijl een laag met een dekking van 100% ondoorzichtig is.
2. Kies een optie in het pop-upmenu Overvloeimodus. (Windows) Vlak nadat u een overvloeimodus hebt gekozen, kunt u op de toetsen pijl-omhoog en pijl-omlaag drukken om de andere opties voor overvloeimodi in het menu te kiezen. Naar boven Alle dekkende gebieden op een laag selecteren U kunt snel alle dekkende gebieden op een laag selecteren. Dat is handig als u transparante gebieden wilt uitsluiten van een selectie. 1.
Afdrukken, delen en exporteren Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Foto's online afdrukken of delen Foto's online afdrukken Voorkeuren instellen voor serviceproviders voor online afdrukken Foto's online delen | Photoshop Elements 12 Serviceproviders voor het delen van foto's Persoonlijk webalbum Flickr Twitter Smugmug Gallery Facebook Naar boven Foto's online afdrukken U kunt met de Photoshop Elements Editor nu foto's, fotoboeken, wenskaarten en kalenders bestellen van onlineserviceproviders.
Opmerking: Als u zich in een andere regio bevindt, kiest u een nieuwe Locatie-instelling voor Photoshop Elements. U kunt deze instelling alleen kiezen vanuit de Photoshop Elements Organizer. Als u bijvoorbeeld van Nederland naar de Verenigde Staten bent verhuisd, wijzigt u de locatieinstelling in de Elements Organizer. 1. (Optioneel, als u bent verhuisd) Klik in de Organizer op Voorkeuren > Adobe Partner Services > Locatie > Kiezen, selecteer een nieuwe locatie en start de Organizer opnieuw. 2.
Twitter Facebook Persoonlijk webalbum 1. Klik in de Editor op het vervolgkeuzemenu Delen en kies Persoonlijk webalbum. Als de op dat moment geopende foto's niet zijn opgeslagen, wordt u gevraagd om bestanden automatisch op te slaan. Klik op OK om door te gaan. 2. (Eerste keer gebruiken) Als u nog niet eerder bestanden met Revel hebt gedeeld, dient u Photoshop Elements 12 te machtigen om te werken met Revel.
Twitter Er mag slechts één afbeelding zijn geselecteerd wanneer u een foto via Twitter wilt delen. Bovendien mag de afbeelding niet groter zijn dan 3 MB. 1. Klik in de Editor op het vervolgkeuzemenu Delen en kies Twitter. Als de op dat moment geopende foto's niet zijn opgeslagen, wordt u gevraagd om bestanden automatisch op te slaan. Klik op OK om door te gaan. 2.
Voeg foto's toe of verwijder deze. Klik op het plus- of minteken (resp. + of -) onder de voorvertoningen voor het verwijderen of toevoegen van foto's die naar Flickr moeten worden geüpload. Album: u kunt de bestanden uploaden naar een bestaand Album of u kunt een nieuw Album maken in dit dialoogvenster (typ een naam, locatie en beschrijving op om de foto's in het nieuwe album te beschrijven). Audience. Stel in het vervolgkeuzemenu Who can see these photos? de zichtbaarheid van het Album in. Upload quality.
Foto's afdrukken Foto's afdrukken met een lokale printer Naar boven Foto's afdrukken met een lokale printer Gebruik deze optie als u de foto's wilt afdrukken met een printer die op uw computer is geconfigureerd. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Open de foto's in Photoshop Elements. Selecteer foto's in het Fotovak ( ). Gebruik Ctrl + klikken (Command + klikken in Mac OS) om meerdere foto's in het Fotovak te selecteren.
Foto's momenteel in browser Hiermee geeft u de foto's weer die momenteel in de Mediabrowser worden weergegeven. Gehele catalogus Hiermee geeft u alle foto's uit de catalogus weer. Album Hiermee geeft u foto's uit een specifiek album weer. Selecteer een album in het menu. Trefwoordtag Hiermee geeft u foto's met een specifieke tag weer. Selecteer een tag in het menu. Alleen foto's met waarderingen tonen Hiermee worden alleen foto's weergegeven die zijn gemarkeerd met de tag Favorieten.
gedraaid. Rasterlijnen voor uitsnijden Selecteer Uitsnijdmarkeringen in hoeken afdrukken (dit zijn hulplijnen in de vier hoeken van de foto) zodat u foto's gemakkelijker kunt uitsnijden. Aangepast afdrukformaat Hiermee kunt u de volgende instellingen opgeven: Afdrukgrootte U kunt de breedte en hoogte opgeven in inches, centimeters en millimeters. Selecteer Schaal passend maken voor medium om de afbeelding zo te schalen dat deze op de pagina past.
Fotoafdrukken maken Overzicht van afdrukken Fotoafdrukken gebruiken Een contactblad afdrukken Een fotopakket afdrukken Naar boven Overzicht van afdrukken Photoshop Elements beschikt over diverse opties voor het afdrukken van uw foto's. U kunt uw foto's professioneel laten afdrukken door onlineafdrukservices via Adobe Photoshop Services, maar u kunt uw foto's ook thuis op uw printer afdrukken.
Houd Ctrl ingedrukt en klik om meerdere foto's in het Fotovak te selecteren. Opmerking: U kunt de foto's in de Elements Organizer selecteren en de optie In de Organizer geselecteerde bestanden tonen kiezen. De foto's worden weergegeven in het Fotovak. 2. Selecteer Maken > Fotoafdrukken. 3. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op Afdrukken met lokale printer als u de foto wilt afdrukken met een printer die op uw computer is geconfigureerd. Het dialoogvenster Afdrukken wordt geopend.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid 327
Afbeeldingen opslaan en exporteren Informatie over het opslaan van afbeeldingen en bestandsindelingen Indelingen voor het opslaan van bestanden Wijzigingen opslaan in verschillende bestandsindelingen Bestandscompressie Voorkeuren voor het opslaan van bestanden instellen Informatie over het opslaan van afbeeldingen en bestandsindelingen Naar boven Een video over dit proces is beschikbaar op www.adobe.com/go/lrvid2321_pse9_nl.
Wijzigingen opslaan in verschillende bestandsindelingen Naar boven U kunt opties instellen voor het opslaan van afbeeldingsbestanden, zoals de bestandsindeling, of het opgeslagen bestand moet worden opgenomen in de catalogus van de Elements Organizer en of lagen behouden moeten blijven in een afbeelding. Afhankelijk van de geselecteerde indeling kunnen er andere opties beschikbaar zijn. De opties voor het opslaan van bestanden wijzigen 1. In Photoshop Elements kiest u Bestand > Opslaan. 2.
4. Geef de afbeeldingscompressie en kwaliteit op door een optie te kiezen in het menu Kwaliteit, de schuifbalk Kwaliteit te slepen of door een waarde tussen 1 en 12 in te voeren. 5. Selecteer een optie voor de indeling: Basislijnen ('Standaard') Deze optie gebruikt een indeling die door de meeste browsers wordt herkend. Basislijn optimaal Dit is een indeling waarbij de kleurkwaliteit van de afbeelding wordt geoptimaliseerd en waarbij ook de bestandsgrootte enigszins wordt gereduceerd.
afbeeldingsgegevens verwijderd en gaan er wat details verloren. De meest gangbare compressietechnieken zijn: RLE (Run Length Encoding) Deze compressie zonder verlies is een techniek waarbij de transparante delen van elke laag in afbeeldingen met meerdere lagen die transparantie bevatten, worden gecomprimeerd. LZW (Lemple-Zif-Welch) Deze compressie zonder verlies geeft de beste resultaten bij het comprimeren van afbeeldingen met grote gebieden in een effen kleur.
Fotoprojecten Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Grondbeginselen van projecten Met de Elements Organizer en Photoshop Elements kunt u snel en gemakkelijk creatieve projecten maken van uw foto's. U kunt uw foto's gebruiken om fotoboeken, wenskaarten, kalenders, collages, hoesjes voor cd's en dvd's en andere projecten te maken. U kunt bepaalde projecten helemaal uitvoeren in de Elements Organizer. Voor andere projecten selecteert u de gewenste foto's in de Elements Organizer en voltooit u het project in Photoshop Elements.
Fotoprojecten maken Fotoprojecten Opties voor fotoprojecten instellen Typen fotoprojecten Presentaties Een fotocollage, etiket, cd- of dvd-hoesje maken Naar boven Fotoprojecten Tot fotoprojecten behoren fotoboeken, fotokalenders, fotocollages, wenskaarten en hoesjes en labels voor cd's en dvd's. De knop Maken in de rechterbovenhoek van het Photoshop Elements-venster bevat een lijst met de fotoprojecten die beschikbaar zijn in Photoshop Elements.
Fotocollages Met fotocollages kunt u grote fotoprojecten zoals fotocollages en unieke fotoafdrukken maken. U kunt fotocollages afdrukken op uw printer, ze online bestellen, opslaan op uw vaste schijf of ze via e-mail versturen. Voorbeelden van fotocollages Wenskaarten Met wenskaarten kunt u allerlei lay-outs en ontwerpen toevoegen aan uw foto's en kunt u 22 foto's op een pagina plaatsen. U kunt wenskaarten afdrukken op uw printer, ze opslaan op uw vaste schijf of ze via e-mail versturen.
Voorbeelden van een cd- en dvd-etiket Naar boven Presentaties Een presentatie is een fantastische manier om mediabestanden te delen. Met Photoshop Elements kunt u presentaties aanpassen met muziekclips, clipart, tekst en zelfs gesproken tekst. Afbeeldingen in de PDF-indeling worden niet in presentaties weergegeven. Nadat u een presentatie hebt voltooid, zijn er verschillende manieren om deze te delen. Opmerking: In Mac OS kunt u geen presentaties maken. Opmerking: Op www.adobe.
Een wenskaart maken Als u een wenskaart maakt, kunt u verschillende lay-outs en ontwerpen aan uw afbeeldingen toevoegen en kunt u maar liefst 22 foto's op een pagina plaatsen. U kunt wenskaarten afdrukken op uw printer, ze opslaan op uw vaste schijf of ze via e-mail versturen. U kunt ook vanuit Photoshop Elements online afdrukken bestellen bij Shutterfly. In bepaalde regio's zijn bovendien Adobe Photoshop Elements Online Services beschikbaar waar u wenskaarten online kunt bestellen.
8. Klik op Opslaan om het ontwerp op te slaan. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Een fotoboek maken Met fotoboeken kunt u een grote verscheidenheid aan lay-outs en ontwerpen aan uw foto's toevoegen. U kunt fotoboeken thuis afdrukken, online bestellen via Adobe Photoshop Elements Online Services of op de vaste schijf van uw computer opslaan en via e-mail versturen. U kunt uw foto's uploaden, fotoboeken maken en deze afdrukken met gebruik van Shutterfly. Bovendien kunt u een digitaal plakboek bestellen met gebruik van Shutterfly.
Fotoprojecten bewerken Informatie over het bewerken van fotoprojecten Foto's aan een fotoproject toevoegen Foto's bewerken in de modus Snel Nieuwe pagina's aan een fotoproject toevoegen [alleen fotoboeken] De positie of het formaat van foto's in een fotoproject wijzigen Foto's in een fotoproject vervangen of verwijderen Foto's roteren in een fotoproject Fotoprojectpagina's bewerken in Photoshop Naar boven Informatie over het bewerken van fotoprojecten In Photoshop Elements kunt u fotocollages, wenskaarte
De positie of het formaat van foto's in een fotoproject wijzigen 1. Als u een foto en het kader tegelijk wilt aanpassen, klikt u één keer op de foto. Als u een foto in een kader wilt aanpassen, dubbelklikt u op de foto. Er verschijnt een selectiekader dat de randen van de foto aangeeft, ook als deze randen door het kader worden bedekt. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Als u de positie van de foto wilt wijzigen, klikt u op een willekeurige positie in het selectiekader en sleept u de foto.
U kunt in Photoshop echter wel de afzonderlijke pagina's van een fotoproject in de PSD-indeling voor enkele pagina's bewerken. Photoshop beschikt over een groot aantal opties voor het bewerken van de pagina's van fotoprojecten, zoals het rechtstreeks bewerken van kaders en van fotolagen (in Photoshop Slimme objecten genoemd). In Photoshop Elements zijn deze functies beperkt teneinde de gemakkelijke, automatische workflow voor beeldbewerking te kunnen behouden. 1.
Fotokalenders maken Fotokalenders maken die lokaal kunnen worden afgedrukt 1. Klik in Photoshop Elements op Maken en selecteer Fotokalender. (U kunt ook in de Elements Organizer op het vervolgkeuzemenu Maken klikken en Fotokalender selecteren.) 2. Selecteer de beginmaand en het jaar. 3. Kies de gewenste grootte en het thema. Opmerking: In het deelvenster Grootte vindt u de opties die geschikt zijn voor onlineservices. 4.
Webafbeeldingen Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Dithering in webafbeeldingen Dithering Dithering in webafbeeldingen besturen Dithering voorvertonen Naar boven Dithering De meeste webafbeeldingen worden door ontwerpers voor weergave in 24-bits kleuren gemaakt (waarmee meer dan 16 miljoen kleuren kunnen worden weergegeven), maar die afbeeldingen worden ook weergegeven op computers met een 8-bits kleurenweergave (waarbij slechts 256 kleuren worden weergegeven). Webafbeeldingen bevatten dus vaak kleuren die op sommige computers niet beschikbaar zijn.
3. Als u dithering in Photoshop Elements wilt voorvertonen, kiest u Browserdithering in het documentmenu in het dialoogvenster Opslaan voor web. (Klik op het driehoekje rechtsboven in de geoptimaliseerde afbeelding om het menu weer te geven.) 4. Zo geeft u dithering vooraf weer in een browser: Stel de kleurenweergave van de computer in op 8-bits kleur (256 kleuren). Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem van uw computer voor informatie over het wijzigen van de kleurenweergave.
Afbeeldingen optimaliseren Optimaliseren Het dialoogvenster Opslaan voor web gebruiken Geoptimaliseerde bestandsindelingen voor het web Een vooraf ingestelde optimalisatie-instelling toepassen Optimaliseren als JPEG Optimaliseren als GIF- of PNG-8-indeling Optimaliseren als PNG-24 Een bewegende GIF maken Optimaliseren Naar boven Wanneer u afbeeldingen op het web plaatst, moet u rekening houden met de grootte van de bestanden.
downloadtijd. Als u aanpassingen doorvoert, worden de nieuwe instellingen onder de geoptimaliseerde afbeelding weergegeven. In de linkerbovenhoek van het dialoogvenster vindt u een kleine gereedschapset. Als u andere gebieden van een afbeelding wilt bekijken, selecteert u het gereedschap Handje en sleept u om deze gebieden weer te geven. Als u wilt inzoomen op een afbeelding, selecteert u het gereedschap Zoomen en klikt u in een weergave. Houd vervolgens Alt ingedrukt en klik nogmaals om uit te zoomen.
GIF-afbeelding met selectieve kleur (links) en GIF-afbeelding met webkleuren (rechts) U kunt het aantal kleuren in een GIF-afbeelding kiezen en instellen hoe dithering van kleuren plaatsvindt in een browser. De GIF-indeling ondersteunt transparante achtergronden of achtergronden in de matte, waarbij de randen van de afbeelding overvloeien in de achtergrondkleur van de webpagina. De PNG-8-indeling In de PNG-8-indeling wordt 8-bits kleur gebruikt.
Uit de naam van de voorinstelling kunt u de bestandsindeling en het kwaliteitsniveau aflezen. JPEG hoog bijvoorbeeld betekent dat u een afbeelding optimaliseert in de JPEG-indeling met een hoge afbeeldingskwaliteit en een lage compressie. Kies GIF 32 met dithering als u een afbeelding in de GIF-indeling wilt optimaliseren, de kleuren in de afbeelding tot 32 wilt terugbrengen en dithering wilt toepassen. 1.
paletten (256 kleuren) van Windows en Mac OS. Met deze instelling zorgt u ervoor dat geen dithering wordt toegepast door de browser als de afbeelding wordt weergegeven in 8-bits kleuren. Als de afbeelding minder dan 216 kleuren heeft, worden de niet-gebruikte kleuren uit de tabel verwijderd. 5. Als u het maximale aantal kleuren in het deelvenster Kleur wilt opgeven, selecteert u een getal in het menu Kleuren, typt u een waarde in het tekstvak of wijzigt u het aantal kleuren met de pijlen.
Transparantie en matte gebruiken Transparante webafbeeldingen en webafbeeldingen met matte Achtergrondtransparantie in een GIF- of PNG-afbeelding behouden Een GIF- of PNG-afbeelding met een matte maken Transparantie met harde randen in een GIF- of PNG-8-bestand maken Een JPEG-afbeelding met een matte maken Transparante webafbeeldingen en webafbeeldingen met matte Naar boven Met transparantie kunt u niet-rechthoekige afbeeldingen voor het web maken.
3. Selecteer Transparantie. 4. Geef bij GIF- en PNG-8-indelingen aan hoe u de gedeeltelijk transparante pixels in de oorspronkelijke afbeelding wilt behandelen. U kunt deze pixels laten overvloeien in een mattekleur of u kunt transparantie met harde randen maken.
Webafbeeldingen vooraf bekijken Een voorvertoning van een geoptimaliseerde afbeelding in een webbrowser bekijken Geschatte downloadtijd weergeven Variaties in de kleurenweergave voorvertonen Een animatie voorvertonen Een voorvertoning van een geoptimaliseerde afbeelding in een webbrowser bekijken Naar boven U kunt een geoptimaliseerde afbeelding voorvertonen in elke browser die op uw computer is geïnstalleerd.
Een animatie voorvertonen Naar boven U kunt een animatie voorvertonen in het dialoogvenster Opslaan voor web of in een webbrowser. In het dialoogvenster Opslaan voor web ziet u de animatie als niet-bewegende frames. Bekijk de animatie in een browser om de frames in de juiste volgorde te zien. 1. Maak een geanimeerde afbeelding en kies Bestand > Opslaan voor web. 2.