Operation Manual
Voorinstelling
Soort licht
Intensiteit
Kleur
Afbeelding
Schaduwen maken
Zachtheid
Hotspot
Wegvallen
Afname gebruiken
Gereedschap Roteren
Gereedschap Pannen
Gereedschap Schuiven
Puntlicht bij oorsprong
Verplaatsen naar huidige weergave
Spotlichten geven een kegelvormig schijnsel dat u kunt aanpassen.
Oneindige lichten schijnen vanuit een richting, zoals zonlicht.
Op afbeeldingen gebaseerde lichten verlichten de afbeelding rond de 3D-scène.
U verwijdert een licht door dat in de lijst boven aan de sectie Lichten te selecteren. Vervolgens klikt u op het pictogram Verwijderen
onder in het deelvenster.
Eigenschappen van het licht aanpassen
1. Selecteer in de sectie Lichten van het 3D-deelvenster een licht in de lijst.
2. Stel in de onderste helft van het deelvenster de volgende opties in:
Hiermee past u een opgeslagen groep lichten en instellingen toe. ZieGroepen lichten opslaan, vervangen of toevoegen.)
Kies een van de opties die worden beschreven in Individuele lichten toevoegen.
Past de helderheid aan.
Definieert de kleur van het licht. Klik op het vakje om de kleurkiezer te openen.
Kies een bitmap- of 3D-bestand voor op afbeeldingen gebaseerde lichten. (Gebruik HDR-afbeeldingen van 32 bits voor extra
effect.)
Hiermee werpt u schaduwen van het oppervlak op de voorgrond op het oppervlak op de achtergrond, van een enkel
net op zichzelf of van het ene net op een ander net. De snelheid van het programma wordt iets beter als u deze optie uitschakelt.
Hiermee vervaagt u de rand van schaduwen waardoor de schaduw geleidelijk wegvalt.
3. Voor punt- of spotlichten kunt u de volgende aanvullende opties instellen:
Hiermee stelt u de breedte van het heldere midden van het licht in (alleen bij spotlichten).
Hiermee stelt u de breedte aan de buitenkant van het licht in (alleen bij spotlichten).
De opties Binnen en Buiten bepalen de kegel van de afname en hoe snel de intensiteit van het licht vermindert als de
afstand tot objecten groter wordt. Wanneer een object zich binnen de binnenlimiet bevindt, is het licht op volle sterkte. Wanneer het licht zich
buiten de buitenlimiet bevindt, is de lichtsterkte nul. Bij afstanden daartussen neemt de sterkte van het licht geleidelijk af van volle sterkte tot
nul.
Plaats de muisaanwijzer op de afnameopties Hotspot, Wegvallen en Binnen en buiten. Een rode omtrek op het pictogram rechts geeft
het betreffende lichtelement aan.
Positielichten
Selecteer in de sectie Lichten van het 3D-deelvenster een van de volgende gereedschappen:
Hiermee roteert u het licht zonder het in de 3D-ruimte te verplaatsen (alleen bij spotlichten, oneindige lichten en op afbeeldingen gebaseerde
lichten).
Als u snel een licht op een bepaald gebied wilt richten, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u in het
documentvenster.
Hiermee verplaatst u het licht op hetzelfde 3D-vlak (alleen bij spotlichten en oneindige lichten).
Hiermee verplaatst u het licht naar een ander 3D-vlak (alleen bij spot- en puntlichten).
Hiermee richt u het licht op het midden van het model (alleen bij spotlichten).