Operation Manual
opdracht Opslaan als in de handeling een bestandsnaam bepaalt, overschrijft de opdracht Batch bovendien iedere keer dat een afbeelding wordt
verwerkt hetzelfde bestand (het bestand dat is opgegeven in de handeling).
Als u wilt dat de opdracht Batch de bestanden verwerkt met gebruik van de oorspronkelijke bestandsnamen in de map die u in de opdracht
Batch hebt opgegeven, slaat u uw afbeelding op in de handeling. Als u dan een batch maakt, selecteert u "Opslaan als"-opdrachten in
handeling negeren en geeft u een doelmap op. Als u de namen van de afbeeldingen in de opdracht Batch wijzigt en Handeling negeren
"Opslaan als"-opdrachten niet selecteert, slaat Photoshop uw verwerkte afbeeldingen twee maal op: een keer onder de nieuwe naam in de
opgegeven map en een keer met de oorspronkelijke naam in de map die wordt aangeduid door de opdracht Opslaan als in de handeling.
De handeling moet een opdracht Opslaan als bevatten om deze optie te kunnen gebruiken. Anders slaat de opdracht Batch de verwerkte
bestanden niet op. Als u deze optie selecteert, worden niet alle elementen in de opdracht Opslaan als overgeslagen, alleen de opgegeven
bestandsnaam en map.
Opmerking: Niet alle opties voor Opslaan zijn beschikbaar in de opdrachten Batch of Druppel maken (zoals JPEG-compressie of TIFF-opties).
Als u deze opties wilt gebruiken, neemt u een stap Opslaan als met de gewenste opties op in de handeling en gebruikt u de optie Handeling
negeren voor "Opslaan als"-opdrachten om er zeker van te zijn dat uw bestanden worden opgeslagen op de locatie die u hebt opgegeven in de
opdracht Batch of Druppel maken. Photoshop negeert de opgegeven bestandsnaam en het opgegeven pad in de opdracht Opslaan als van de
handeling en behoudt de opslagopties met gebruik van het nieuwe pad dat en de nieuwe bestandsnaam die u hebt opgegeven in het
dialoogvenster Batch.
Naamgeving van bestanden Bepaalt de conventies voor bestandsnaamgeving wanneer bestanden naar een nieuwe map worden geschreven.
Selecteer elementen in de pop-upmenu’s of typ tekst in de velden die u wilt gebruiken voor de standaardnamen voor alle bestanden. In de velden
kunt u de volgorde en opmaak van onderdelen van de bestandsnaam wijzigen. U moet ten minste één veld opnemen dat uniek is voor elk bestand
(bijvoorbeeld een bestandsnaam, serienummer of serieletter) om te voorkomen dat bestanden elkaar vervangen. Eerste serienr. bepaalt het eerste
nummer voor eventuele serienummervelden. Serielettervelden beginnen altijd met de letter "A" voor het eerste bestand.
Compatibiliteit Zorgt dat de bestandsnamen compatibel zijn met de besturingssystemen Windows, Mac OS en Unix.
Wanneer u bestanden opslaat met de opdracht Batch, worden deze doorgaans in de indeling van de oorspronkelijke bestanden opgeslagen.
Als u wilt dat een batchproces bestanden opslaat in een andere indeling, neemt u in de oorspronkelijke handeling de opdracht Opslaan als,
gevolgd door de opdracht Sluiten op. Wanneer u vervolgens het batchproces instelt, kiest u bij Doel de optie "Opslaan als"-opdrachten in
handeling negeren.
Het menu Fouten Geeft op hoe u met verwerkingsfouten moet omgaan:
Stoppen voor fouten Onderbreekt het proces totdat u het foutbericht hebt bevestigd.
Fouten in logboekbestand Neemt iedere fout in een bestand op zonder het proces te onderbreken. Als er fouten worden geregistreerd in
het bestand, verschijnt er een foutbericht na de verwerking. Als u het foutbestand wilt bekijken, opent u het met een teksteditor nadat de
opdracht Batch is uitgevoerd.
Meer Help-onderwerpen
Video over afbeeldingsverwerking
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid