Operation Manual
Laagduurbalk
Gewijzigde-videotrack
Tijdregelaar
Tijd/verandering stopwatch
Menu van het deelvenster Animatie
Werkgebiedindicatoren
Naar boven
volgende keyframe. Klik op de knop in het midden als u een keyframe bij de huidige tijd wilt toevoegen of verwijderen.
Hiermee geeft u de plaats van een laag in de tijd op binnen een video of animatie. Sleep de balk als u de laag naar een ander
punt in de tijd wilt verplaatsen. Als u een laag wilt bijsnijden (de laagduur wilt aanpassen), sleept u een van de uiteinden van de balk.
Voor videolagen geeft u hiermee een tijdbalk voor gewijzigde frames weer. Gebruik de keyframenavigator links van het
tracklabel om naar gewijzigde frames te gaan.
Hiermee kunt u de duur (het aantal frames) horizontaal meten, afhankelijk van de duur en framesnelheid van het document. (Kies
Documentinstellingen in het deelvenstermenu om de duur of de framesnelheid te wijzigen.) Langs de tijdregelaar worden vinkjes en getallen
weergegeven en de ruimte hiertussen wordt gewijzigd met de zoominstelling van de tijdlijn.
Hiermee schakelt u keyframing voor een laageigenschap in of uit. Selecteer deze optie als u een keyframe wilt
invoegen en keyframing wilt inschakelen voor een laageigenschap. Hef de selectie van de optie op om alle keyframes te verwijderen en
keyframing voor een laageigenschap uit te schakelen.
Bevat functies voor keyframes, lagen, de vormgeving van het deelvenster, semi-transparante lagen en
documentinstellingen.
Sleep de blauwe tab naar een van de uiteinden van de bovenste track om het gedeelte van de animatie of video te
markeren waarvan u een voorvertoning wilt weergeven of dat u wilt exporteren.
Grootte van miniaturen wijzigen
In het deelvenster Animatie kun u het formaat wijzigen van de miniaturen die elk frame of elke laag vertegenwoordigen.
1. Kies Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Animatie.
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
Selecteer een optie voor de grootte.
Selecteer Geen in de tijdlijnmodus als u alleen laagnamen wilt weergeven.
Schakelen tussen tijdlijneenheden
U kunt de tijdlijn van het deelvenster Animatie weergeven in framenummers of in tijdcode-eenheden.
Kies Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Animatie en selecteer Framenummer of Tijdcode.
Als u wilt schakelen tussen de eenheden, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op de huidige-tijdweergave in de
linkerbovenhoek van de tijdlijn.
Laageigenschappen tonen of verbergen
Als u lagen toevoegt aan een document, worden deze weergegeven als tracks in de tijdlijn. U kunt laagtracks uitvouwen om laageigenschappen
weer te geven waarop animatie kan worden toegepast.
Als u laageigenschappen wilt tonen of verbergen, klikt u op het driehoekje links van de laagnaam.
Lagen tonen of verbergen in de tijdlijn
Alle documentlagen worden standaard in de tijdlijn weergegeven. Als u alleen een subset van lagen wilt weergeven, stelt u de lagen eerst in als
favorieten.
1. Selecteer in de tijdlijnmodus een of meerdere lagen in het deelvenster Animatie en kies Tonen > Favoriete lagen instellen in het menu van
het deelvenster Animatie.
2. U geeft op welke lagen worden weergegeven door de opdracht Tonen te kiezen in het menu van het deelvenster Animatie en vervolgens
Alle lagen of Favoriete lagen te selecteren.
Navigeren door de tijdlijn
Ga op een van de volgende manieren te werk wanneer de tijdlijnmodus van het deelvenster Animatie is geactiveerd:
Sleep de huidige-tijdindicator .
Klik op een nummer of locatie in de tijdliniaal waar u de huidige-tijdindicator wilt plaatsen.
Sleep de huidige-tijdweergave (in de linkerbovenhoek van de tijdlijn).
Dubbelklik op de huidige-tijdweergave en geef een framenummer of tijd op in het dialoogvenster Huidige tijd instellen.
Gebruik de afspeelfuncties in het deelvenster Animatie.
Kies Ga naar in het menu van het deelvenster Animatie en selecteer een tijdlijnoptie.