Operation Manual

Naar boven
Naar boven
Een afbeelding van 620 x 400 pixels die wordt weergegeven op monitoren met verschillende afmetingen en resoluties.
Als u afbeeldingen voorbereidt voor weergave op het scherm, moet u rekening houden met de laagste monitorresolutie waarbij uw foto
waarschijnlijk zal worden weergegeven.
Informatie over printerresolutie
Printerresolutie wordt gemeten in inktpunten per inch, ook wel dpi genoemd. Gewoonlijk geldt dat hoe meer punten er per inch zijn, hoe fijner de
afgedrukte uitvoer wordt. De meeste inkjetprinters hebben een resolutie van ongeveer 720 tot 2880 dpi. (Technisch gezien produceren
inkjetprinters een microscopisch straaltje inkt en geen afzonderlijke stippen, zoals zetmachines of laserprinters.)
Printerresolutie is niet hetzelfde als afbeeldingsresolutie, maar hangt daarmee wel samen. Als u een foto met een hoge kwaliteit wilt afdrukken op
een inkjetprinter, zal een afbeeldingsresolutie van minstens 220 ppi goede resultaten opleveren.
De rasterfrequentie is het aantal printerstippen of halftooncellen dat per inch wordt gebruikt om grijswaardenafbeeldingen of kleurscheidingen af te
drukken. Rasterfrequentie wordt ook wel schermliniatuur of schermfrequentie genoemd en wordt uitgedrukt in regels per inch (lpi) (het aantal
regels cellen per inch in een halftoonraster). Hoe hoger de resolutie van het uitvoerapparaat, des te fijner (hoger) de schermliniatuur die u kunt
gebruiken.
De verhouding tussen de afbeeldingsresolutie en de rasterfrequentie bepaalt de kwaliteit waarmee details in de afgedrukte afbeelding worden
weergegeven. Om een halftoonrasterafbeelding van optimale kwaliteit te produceren moet de afbeeldingsresolutie 1,5 tot 2 keer zo groot zijn als
de rasterfrequentie. Bij bepaalde afbeeldingen en uitvoerapparaten kan een lagere resolutie ook goede resultaten geven. Raadpleeg voor
informatie over de rasterfrequentie van uw printer de printerdocumentatie of neem contact op met de fabrikant.
Opmerking: Bepaalde zetmachines en 600-dpi laserprinters maken gebruik van andere rastertechnologieën dan halftoonraster. Als u een
afbeelding afdrukt met een niet-halftoonprinter, raadpleegt u de serviceprovider of de printerdocumentatie voor de aanbevolen
afbeeldingsresoluties.
Voorbeelden van rasterfrequenties
A. 65 lpi: grof raster waarmee nieuwsbrieven en reclamefolders worden afgedrukt B. 85 lpi: normaal raster waarmee kranten worden
afgedrukt C. 133 lpi: raster van hoge kwaliteit waarmee kleurentijdschriften worden afgedrukt D. 177 lpi: zeer fijn raster waarmee jaarverslagen
en afbeeldingen in kunstboeken worden afgedrukt
Een geschikte resolutie voor een afbeelding bepalen
Als u van plan bent een afbeelding af te drukken met een halftoonraster, is het bereik van geschikte afbeeldingsresoluties afhankelijk van de
rasterfrequentie van het uitvoerapparaat. In Photoshop kunt u de aanbevolen afbeeldingsresolutie bepalen op basis van de rasterfrequentie van
het uitvoerapparaat.
Opmerking: Als de afbeeldingsresolutie meer dan 2,5 keer de rasterfrequentie bedraagt, verschijnt een waarschuwingsbericht wanneer u
probeert de afbeelding af te drukken. Dit betekent dat de afbeeldingsresolutie hoger is dan nodig voor de printer. Sla in dat geval een kopie van
het bestand op en verlaag vervolgens de resolutie.