ADOBE® PHOTOSHOP Help en zelfstudies Bepaalde koppelingen verwijzen naar Engelstalige inhoud.
Nieuw in Photoshop Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Nieuw in Photoshop CC Adobe® Photoshop® CC wordt geleverd met verschillende nieuwe en verbeterde functies voor een betere digitale beeldbewerking. Lees verder voor een korte kennismaking met de nieuwe functies en voor koppelingen naar bronnen die meer informatie bieden. Opmerking: voert u een upgrade uit vanuit Photoshop CS5, raadpleeg dan Nieuw in Photoshop CS6 voor een overzicht van de nieuwe functies in Photoshop CS6 en Photoshop 13.1 voor Adobe Creative Cloud.
Nieuw in Photoshop CC | Januari 2014 Met Photoshop kunt u het perspectief in afbeeldingen gemakkelijk aanpassen. Deze functie is bijzonder handig voor afbeeldingen met rechte lijnen en platte oppervlakken, bijvoorbeeld afbeeldingen van gebouwen of architectuur. U kunt deze functie ook gebruiken om objecten met verschillende perspectieven samen te voegen tot één afbeelding. Ga voor meer informatie naar Perspectief verdraaien. A. Vlakken definiëren in de modus Lay-out B.
Option+klikken-ondersteuning voor de dialoogvensters Synchroniseren, Nieuwe voorinstelling, Instellingen opslaan en Kopiëren/plakken (Bridge). Wanneer u Option ingedrukt houdt en op een selectievakje klikt, wordt dit exclusief geselecteerd. Met nog een keer Option+klikken herstelt u de vorige staat van het selectievakje. Zie Nieuwe functies in ACR 8.x.
Geïntegreerde ondersteuning voor PSDX-bestanden (alleen-lezen) Nieuwe besturingselementen voor het wijzigen van het bereik en de tolerantie voor Schaduwen, Hooglichten en Middentonen Verbeterde prestaties en stabiliteit tijdens het werken met de functies waarbij de inhoud behouden blijft Hoger aantal metingen: 700 tot 10.
Verbeteringen op gebied van afbeeldingsgrootte wijzigen Verbeterd in Photoshop CC De opdracht Afbeeldingsgrootte bevat nu een methode voor Details handhaven en voor betere scherpte bij het vergroten van afbeeldingen. Bovendien is het dialoogvenster Afbeeldingsgroottebijgewerkt ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid: In een venster ziet u een voorvertoning van de parameters voor het wijzigen van de grootte.
Uw werk delen op Behance Nieuw in Photoshop CC U kunt uw creatieve afbeeldingen rechtstreeks vanuit Photoshop als werk in uitvoering uploaden naar Behance. Behance is het toonaangevende onlineplatform waar u uw creatieve werk kunt tentoonstellen of nieuw creatief werk kunt ontdekken. Op Behance kunt u een portfolio van uw werk maken en dit op een efficiënte manier onder de aandacht brengen van een groot publiek om feedback te krijgen.
Kies Bewerken > Instellingen synchroniseren en selecteer de relevante opties. Zie Instellingen synchroniseren met Adobe Creative Cloud voor meer informatie. 3D-beeldbewerking Verbeterd in Photoshop CC Opmerking: Zie ook 3D-functies | Alleen Creative Cloud voor informatie over exclusieve Creative Cloud-functies die aan Photoshop CS6 zijn toegevoegd. Deze functies zijn ook beschikbaar in Photoshop CC.
Het deelvenster 3D in Photoshop CC is aanzienlijk verbeterd, zodat u gemakkelijker met 3D-objecten kunt werken. In overeenstemming met het deelvenster Lagen is het deelvenster 3D nu opgesteld als een scènediagram of -structuur met hoofdobjecten en onderliggende objecten.
Het dialoogvenster Slim verscherpen Verbeteringen in de filters Minimaal en Maximaal De filters Maximaal en Minimaal zijn bijgewerkt. U kunt nu in het menu Behouden kiezen voor vierkantigheid of afronding als u de straalwaarde opgeeft. Straalwaarden kunnen nu als decimalen worden ingevoerd. Zie Overzicht van de filtereffecten voor meer informatie. Vierkante vorm of ronde vorm behouden Adobe Camera Raw als een filter Nieuw in Photoshop CC In Photoshop CC is Adobe Camera Raw ook beschikbaar als een filter.
Camera Raw-filter (Shift + Ctrl/Cmd + A) in Photoshop Zie deze video over Camera Raw als een filter gebruiken in Photoshop voor meer informatie. Adobe Camera Raw Zie het video-overzicht van Adobe Camera Raw 8 voor informatie over recente verbeteringen in Camera Raw. Bestandsbeheervoorkeuren voor JPEG- en TIFF-bestanden Nieuw in Photoshop CC Er zijn nieuwe voorkeuren beschikbaar waarmee u kunt bepalen hoe JPEG- en TIFF-bestanden worden verwerkt in Photoshop.
De afbeelding zoals deze is genomen (links) en de afbeelding waarin op het onderwerp is scherpgesteld met een soort vigneteffect dat is gecreëerd met radiaalfilters (rechts) In de bovenstaande afbeelding is bijvoorbeeld een vigneteffect gesimuleerd. Er zijn twee overlappende radiaalfiltergebieden gedefinieerd over het gezicht van de persoon heen, waarbij het ene gebied iets groter is dan het andere.
Dankzij de nieuwe verbeteringen in Photoshop CC kunt u met meerdere paden werken. U kunt opdrachten toepassen op meerdere paden in het menu van het deelvenster Paden. Het is vooral erg prettig dat het nu mogelijk is meerdere paden tegelijk te selecteren en te verwijderen.
berichtvenster weergegeven met de reden van de waarschuwing. Als er geen waarschuwingen zijn voor een document, wordt de knop Waarschuwing verborgen. De knop Waarschuwing Een hoekbesturingswidget voor penselen is nu zowel beschikbaar op de optiebalk als in het contextmenu. De optie Afdrukgrootte tonen is hersteld. De gammawaarde voor tekst wordt nu automatisch ingesteld voor nieuwe systeemopties.
Perspectief verdraaien | Photoshop CC Achtergrond Vereiste: de grafische processor inschakelen Perspectief aanpassen Veelgestelde vragen Met Photoshop kunt u het perspectief in afbeeldingen gemakkelijk aanpassen. Deze functie is bijzonder handig voor afbeeldingen met rechte lijnen en platte oppervlakken, bijvoorbeeld afbeeldingen van gebouwen of architectuur. U kunt deze functie ook gebruiken om objecten met verschillende perspectieven samen te voegen tot één afbeelding.
Teken de randen van de vierhoekige elementen ruwweg parallel aan de lijnen in de architectuur. Zoals u in de illustratie kunt zien, kunt u twee vlakken magnetisch op elkaar uitlijnen. Hier ziet u een aantal vlakken die zijn gedefinieerd voor een gebouw. De vlakken manipuleren 1. Schakel vanuit de modus Lay-out over naar de modus Verdraaien. De modus Verdraaien 2.
Het perspectief aanpassen, zodat de twee zijden van het gebouw in gelijke mate worden verkort Houd Shift ingedrukt en klik op een afzonderlijke rand van een vierhoekig element om dit recht te trekken en zo te houden tijdens verdere perspectiefbewerkingen. Deze rechtgetrokken randen worden geel gemarkeerd in de modus Verdraaien. U kunt de hoeken van de vierhoekige elementen (punten) verplaatsen voor een fijnere controle over de perspectiefaanpassing.
De geselecteerde rand wordt rechtgetrokken. De rechtgetrokken rand blijft bovendien behouden tijdens verdere perspectiefbewerkingen. Houd Shift ingedrukt en klik nogmaals op de rand als u het rechttrekken niet wilt behouden.
Verticaal rechttrekken Automatisch verticaal en horizontaal rechttrekken Horizontaal en verticaal rechttrekken 3. Nadat u klaar bent met het aanpassen van het perspectief klikt u op het pictogram Perspectief verdraaien vastleggen ( ).
Ja. Wanneer u verschillende perspectieven in dezelfde afbeelding bewerkt, kunt u: Een bepaald perspectief in een bepaald gedeelte van de afbeelding ongewijzigd laten en het perspectief voor de rest van de afbeelding aanpassen. Dat doet u als volgt: 1. Teken een vierhoekig element om het gedeelte van de afbeelding waarvan u het perspectief wilt behouden. Zorg dat dit vierhoekige element niet magnetisch wordt uitgelijnd op een van de andere vlakken waarvan u het perspectief aanpast. 2.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
3D-objecten afdrukken | Photoshop CC Het afdrukken van 3D-objecten voorbereiden Het 3D-object afdrukken en een afdrukvoorbeeld weergeven Hulpprogramma's voor afdrukken in 3D Veelgestelde vragen Zie ook U kunt in Photoshop elk compatibel 3D-model afdrukken zonder u zorgen te hoeven maken over de beperkingen van 3D-printers. Ter voorbereiding op het afdrukken maakt Photoshop 3D-modellen automatisch waterdicht. Het afdrukken van 3D-objecten voorbereiden Naar boven 1.
A. 3D-model B. Afdrukplaat C. Overlay voor printergrootte 7. Selecteer een Detailniveau voor de 3D-afdruk, u kunt kiezen uit Laag, Normaal of Hoog. De voor het afdrukken van het 3D-object vereiste tijd is afhankelijk van de hoeveelheid details die u kiest. 8. Als u niet wilt dat een overlay van de 3D-printergrootte over het 3D-model wordt geplaatst, schakelt u Overlay printergrootte tonen uit. 9. Pas de afmetingen voor Scènegrootte aan om de gewenste grootte voor het afgedrukte 3D-object op te geven.
De 3D-camera roteren De 3D-camera om de z-as draaien Panoramische weergave van de 3D-camera De 3D-camera schuiven De oorspronkelijke locatie van de 3D-camera herstellen Voorvertoning 3D-afdruk 4. Als u de 3D-afdrukinstellingen wilt exporteren naar een STL-bestand, klikt u op Exporteren en slaat u het bestand op de gewenste locatie op uw computer op. U kunt een STL-bestand uploaden naar een onlineservice, zoals Shapeways.com, of u kunt het op een SD-kaart plaatsen en lokaal afdrukken. 5.
1. Selecteer Venster > Werkruimte > 3D om over te schakelen naar de 3D-werkruimte. 2. Open het 3D-object dat u wilt afdrukken. 3. Selecteer Scène in het deelvenster 3D. 4. Selecteer in het deelvenster Eigenschappen de optie Doorsnede. 5. Geef instellingen voor de doorsnede op in het deelvenster Eigenschappen. 6. Selecteer 3D > Doorsnede toepassen op scène. 7. Druk de 3D-scène af.
Een reliëfstructuur op het 3D-model toepassen voordat het wordt afgedrukt Een dekkingsstructuur op het 3D-model toepassen voordat het wordt afgedrukt Kan ik 3D-modellen in twee kleuren afdrukken? Als uw 3D-printer is uitgerust met twee afdrukkoppen, kunt u 3D-modellen in twee kleuren afdrukken. Het model wordt in twee kleuren weergegeven in de 3D-werkruimte en in de 3D-voorvertoning.
Een 3D-model in twee kleuren afdrukken Hoe worden 3D-modellen met meerdere lagen afgedrukt? Vanuit afdrukoogpunt wordt elke laag in het 3D-model behandeld als een 3D-object. Indien noodzakelijk, kunt u twee of meer lagen samenvoegen (3D > 3D-lagen samenvoegen). Naar boven Zie ook Tekenen in 3D | CC, CS6 Verbeteringen van het deelvenster 3D | Photoshop CC Photoshop 3D-documentatie De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Afbeeldingselementen genereren op basis van lagen | Photoshop CC Afbeeldingselementen genereren op basis van lagen of laaggroepen Een praktijkvoorbeeld voor webontwerp Parameters voor kwaliteit en grootte opgeven Het genereren van afbeeldingselementen uitschakelen voor alle documenten Veelgestelde vragen U kunt JPEG-, PNG- of GIF-afbeeldingselementen genereren op basis van de inhoud van een laag of laaggroep in een PSD-bestand.
Afbeeldingselementen worden gegenereerd op basis van de namen van lagen of laaggroepen Het genereren van afbeeldingselementen is ingeschakeld voor het huidige document. Als deze functie eenmaal is ingeschakeld, blijft deze steeds actief wanneer u het document weer opent. Ga naar Bestand > Genereren > Afbeeldingselementen om het genereren van afbeeldingselementen uit te schakelen voor het huidige document.
Wijzig de namen van de desbetreffende lagen/laaggroepen Opmerking: Er wordt één afbeeldingselement gegenereerd op basis van de inhoud van een laag of laaggroep. De laaggroep AdventureCo Logo in de bovenstaande illustratie bevat bijvoorbeeld een vormlaag en een actieve tekstlaag. Deze lagen worden samengevoegd wanneer een afbeeldingselement wordt gemaakt op basis van de laaggroep. Photoshop genereert de elementen en slaat deze op dezelfde locatie op als het PSD-bronbestand.
de naam van het element. De afbeelding wordt dienovereenkomstig geschaald. Bijvoorbeeld: 42% Ellipse_4.png 300mm x 20cm Rounded_rectangle_3.png 10in x 50cm Rounded_rectangle_3.png Opmerking: vergeet niet een spatie te plaatsen tussen het voorvoegsel en de naam van het element. Als u de grootte in pixels opgeeft, kunt u de eenheid weglaten. Bijvoorbeeld 300 x 200.
Tenzij pixelgegevens specifiek zijn uitgemaskerd, maken alle pixelgegevens in een laag deel uit van het gegenereerde element. Lagen of laaggroepen die aflopen buiten het canvas zijn volledig zichtbaar in het gegenereerde element. Is een komma het enige toegestane scheidingsteken tussen de namen van afbeeldingselementen? U kunt niet alleen een komma (,), maar ook het plus-teken (+) gebruiken als scheidingsteken tussen namen van afbeeldingselementen. Bijvoorbeeld: 42% Rounded_rectangle_1.
Vervaging door camerabeweging verminderen | Photoshop CC Video | Het filter voor reductie van camerabeweging gebruiken Afbeeldingen die geschikt zijn voor reductie camerabeweging De automatische functie voor reductie van camerabeweging gebruiken Meerdere bewegingssporen gebruiken voor reductie van camerabeweging Geavanceerde instellingen voor bewegingssporen Photoshop beschikt over een intelligent mechanisme dat automatisch de vervaging reduceert in foto's die met een bewogen camera zijn genomen.
Verschillende gedeelten van de afbeelding kunnen vervagingen van verschillende vormen hebben. Automatische reductie van camerabeweging neemt alleen de bewegingssporen voor het standaardgebied van de afbeelding in overweging dat volgens Photoshop het meest geschikt is voor bewegingsschatting. Als u de afbeelding verder wilt afstemmen, kunt u Photoshop bewegingssporen voor meerdere gebieden laten berekenen en overwegen.
Een bewegingsspoor maken met het gereedschap Bewegingsrichting 1. Selecteer het gereedschap Bewegingsrichting ( ) aan de linkerdeelvenster. 2. Teken een rechte lijn voor de bewegingsrichting op de afbeelding. 3. Pas indien nodig de Lengte bewegingsspoor en Bewegingsrichting aan. Lengte bewegingsspoor en bewegingsrichting Een bewegingsspoor wijzigen met de Gedetailleerde loep 1.
Een bewegingsspoor dupliceren Sleep een bewegingsspoor over het pictogram Voorgesteld bewegingsspoor toevoegen ( ). Photoshop maakt een kopie van het bewegingsspoor en vergrendelt de tweede kopie. Het is handig om twee kopieën van bewegingssporen te maken om snel Vloeiend maken en Artefactonderdrukking aan te kunnen passen en om een voorvertoning te maken van het effect van uw wijzigingen op de afbeelding. Ga naar Vloeiend maken en Artefactonderdrukking.
Artefactonderdrukking Het is mogelijk dat er tijdens het verscherpen van de afbeelding enkele zichtbare ruisartefacten ontstaan. Voer de volgende stappen uit om deze artefacten te onderdrukken: 1. Selecteer Artefactonderdrukking. Opmerking: Als Artefactonderdrukking niet is ingeschakeld, genereert Photoshop ruwe voorvertoningen. Ruwe voorvertoningen zijn scherper, maar bevatten ook meer ruisartefacten. 2. Gebruik de schuifregelaar voor Artefactonderdrukking om de waarde te verhogen.
Uw werk delen op Behance | Photoshop CC U kunt uw creatieve afbeeldingen rechtstreeks vanuit Photoshop als werk in uitvoering uploaden naar Behance. Behance is het toonaangevende onlineplatform waar u uw creatieve werk kunt tentoonstellen of nieuw creatief werk kunt ontdekken. Op Behance kunt u een portfolio van uw werk maken en dit op een efficiënte manier onder de aandacht brengen van een groot publiek om feedback te krijgen.
5. Snijd op het scherm Select Cover Image de afbeelding bij om een omslagafbeelding voor uw werk te maken. Uitsnijden om een omslagafbeelding te selecteren 6. Klik op Crop Cover & Publish. Uw afbeelding wordt in Behance als werk in uitvoering geüpload en ter beschikking gesteld voor feedback en opmerkingen. Werk in uitvoering dat is geüpload en live wordt weergegeven op Behance 7. Klik op View & Share On Behance om uw werk te synchroniseren met sociale netwerken, zoals Twitter, Facebook en Linkedin.
Vragen om feedback via sociale netwerken 8. Als u de afbeelding verder bewerkt, kunt u revisies uploaden naar Behance. Revisies uploaden naar Behance Uw werk in uitvoering, zoals het op Behance wordt weergegeven Opmerking: Panorama-afbeeldingen van 3200 x 320 of 320 x 3200 pixels worden ondersteund. Een maximale hoogte/breedte-verhouding van 10:1 wordt ondersteund voor panorama's.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Slimme objecten maken | CC, CS6 Inzicht krijgen in slimme objecten Ingesloten slimme objecten maken | CC, CS6 Gekoppelde slimme objecten maken | Photoshop CC Een ingesloten slim object dupliceren De inhoud van een slim object bewerken De inhoud van een slim object vervangen Een ingesloten of gekoppeld slim object omzetten in een laag De inhoud van een ingesloten slim object exporteren Inzicht krijgen in slimme objecten Naar boven Slimme objecten zijn lagen met afbeeldingsgegevens uit raster- of vectorafb
(Photoshop CC) Een gekoppeld slim object in het deelvenster Lagen Naar boven Ingesloten slimme objecten maken | CC, CS6 U kunt op verschillende manieren ingesloten slimme objecten maken: met de opdracht Openen als slim object, door een bestand te plaatsen (CS6), door een ingesloten bestand te plaatsen (CC, CS6), door gegevens te plakken uit Illustrator of door een of meer Photoshop-lagen om te zetten in slimme objecten.
Gekoppelde slimme objecten met ontbrekende externe bronbestanden worden gemarkeerd in het deelvenster Lagen U kunt alle gekoppelde slimme objecten in het actieve Photoshop-document bijwerken door Laag > Slimme objecten > Alle gewijzigde inhoud bijwerken te kiezen. Gekoppelde slimme objecten insluiten Voer een van de volgende handelingen uit: Klik met de rechtermuisknop op een laag met een gekoppeld slim object in het deelvenster Lagen en selecteer Gekoppelde insluiten.
Als u een slim object omzet in een normale laag, wordt de inhoud met de huidige afmetingen omgezet in pixels. Zet een slim object alleen om in een standaardlaag als u de slimme-objectgegevens niet meer wilt bewerken. U kunt transformaties, verdraaiingen en filters die u op een slim object het toegepast niet meer bewerken als u het slimme object hebt omgezet in pixels. Selecteer het slimme object en kies Laag > Slimme objecten > Lagen omzetten in pixels.
Photoshop Aan de slag, zelfstudies LevelUp voor Photoshop artikel (23 oktober 2013) LevelUp for Photoshop is a game met missies, punten en beloningen waarmee u tegelijkertijd de grondbeginselen van Photoshop CC onder de knie krijgt. Adobe Tutorial Player installeren problemen oplossen (1 nov. 2013) Tutorial Player for Photoshop is een interactieve iPad-app. Deze app houdt uw vorderingen bij terwijl u stappen uitvoert in een zelfstudie en helpt u als u vast komt te zitten.
Download Center Learn Learn / Photoshop CC / Get started How to edit a photo in Photoshop What do I need? The latest Photoshop CC Don’t have it yet? Download Installation problems? Get help. The tutorial files Everything you need in order to follow along, including sample images to use if you’d like. Download …And how about a cheat sheet? Work Photoshop key commands like a pro. Download it now. Watch the videos to see how to create this project.
The Adobe Flash Player or an HTML5 supported browser is required for video playback. Get the latest Flash Player Learn more about upgrading to an HTML5 browser Straighten and crop Open a file (0:36) Straightening (3:10) Cropping (3:35) Make unwanted elements disappear—just like that. The Adobe Flash Player or an HTML5 supported browser is required for video playback.
Is an unsightly plastic bag marring your otherwise pristine landscape? Photoshop makes it easy for you to remove unwanted areas of your photo. You can even move objects to a new location. This video demonstrates a few of the cool tools that you’ll find in Photoshop. It really is almost like magic. Try these techniques on some of your own photos. It works best on a small-to-medium-sized selection with a relatively uniform surrounding area. Create cool effects.
Add a logo and text Place a logo (0:36) Add text (1:25) Save as a JPG (2:56) Photoshop lets you save a copy of your file in common image formats, such as GIF, JPG, and PNG. Most modern computers and browsers understand these formats, so they are ideal for sharing images with your friends and family. Also, these files are typically much smaller than the original PSD, so they won’t clog up their inbox.
Almost all photos can benefit from a bit of sharpening. Add this essential technique to your toolbox. © 2014 Adobe Systems Incorporated.
Download Center Learn Learn / Photoshop CC / Get started How to make non-destructive edits using Camera Raw What do I need? The latest Photoshop CC Don’t have it yet? Download Installation problems? Get help. The tutorial files No starter files are needed, but you can download sample files. Download …And how about a cheat sheet? Work Photoshop key commands like a pro. Download it now. Watch the videos to see how to create this project. Download the sample files on your Mac or PC to do it yourself.
Don’t be scared; you and your photographs have a lot to gain. And since Camera Raw edits are nondestructive, you literally have nothing to lose. In the following videos, let’s go through the basics of Camera Raw format and answer the questions you’ve always been afraid to ask. If you need help or have questions while doing this tutorial, please use our tutorial forum to get the help and answers you need. The Adobe Flash Player or an HTML5 supported browser is required for video playback.
Work with colors (3:25) Healing (4:22) Adjustment brush (5:00) The Adobe Camera Raw utility provides fast and easy access to the raw image formats produced by many leading professional and midrange digital cameras. It lets you adjust pretty much every aspect of your image. And because raw files offer over 68 billion colors per pixel, you can uncover details that were originally hidden in the shadows or blown-out areas of your photos. Correct image perspective and lens distortion.
Get the latest Flash Player Learn more about upgrading to an HTML5 browser Camera Raw filter Replace adjustment layers (0:53) Sharpen midtones (1:35) Finish the edit (3:00) Use Adobe Camera Raw as a filter to make non-destructive edits to all your images and layers. Let us know what you think. Congratulations, you’re done! We hope you’re ready to learn more and create something great using Photoshop. Please tell us what you think about the tutorial in our survey.
Help Terms of Use Privacy Policy and Cookies
Werkruimte en workflow Photoshop afstemmen voor optimale prestaties Jeff Tranberry (17 juni 2013) artikel Opslaan op de achtergrond en automatisch herstellen Kelby (7 mei 2012) videozelfstudie Belangrijke afbeeldingsgegevens beveiligen. Migratie en delen van voorinstellingen Kelby (7 mei 2012) videozelfstudie Gemeenschappelijke instellingen toepassen in werkgroepen. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Uw werk delen op Behance | Photoshop CC U kunt uw creatieve afbeeldingen rechtstreeks vanuit Photoshop als werk in uitvoering uploaden naar Behance. Behance is het toonaangevende onlineplatform waar u uw creatieve werk kunt tentoonstellen of nieuw creatief werk kunt ontdekken. Op Behance kunt u een portfolio van uw werk maken en dit op een efficiënte manier onder de aandacht brengen van een groot publiek om feedback te krijgen.
5. Snijd op het scherm Select Cover Image de afbeelding bij om een omslagafbeelding voor uw werk te maken. Uitsnijden om een omslagafbeelding te selecteren 6. Klik op Crop Cover & Publish. Uw afbeelding wordt in Behance als werk in uitvoering geüpload en ter beschikking gesteld voor feedback en opmerkingen. Werk in uitvoering dat is geüpload en live wordt weergegeven op Behance 7. Klik op View & Share On Behance om uw werk te synchroniseren met sociale netwerken, zoals Twitter, Facebook en Linkedin.
Vragen om feedback via sociale netwerken 8. Als u de afbeelding verder bewerkt, kunt u revisies uploaden naar Behance. Revisies uploaden naar Behance Uw werk in uitvoering, zoals het op Behance wordt weergegeven Opmerking: Panorama-afbeeldingen van 3200 x 320 of 320 x 3200 pixels worden ondersteund. Een maximale hoogte/breedte-verhouding van 10:1 wordt ondersteund voor panorama's.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Instellingen synchroniseren met Adobe Creative Cloud | Photoshop CC Video | Voorinstellingen synchroniseren in Photoshop CC Instellingen synchroniseren Synchronisatie-instellingen beheren Zie ook Wanneer u op meerdere computers werkt, kan het beheren en synchroniseren van voorkeuren op de verschillende computers veel tijd in beslag nemen. Het is een ingewikkeld proces waarbij vaak fouten ontstaan.
Patronen Penselen Verlopen Contouren Als er conflicten optreden: geef op welke handeling moet worden uitgevoerd wanneer er een conflict wordt gevonden: Altijd vragen Lokale instellingen behouden Externe instellingen behouden Opmerking: Als u uw instellingen wilt synchroniseren, dient u de instellingen alleen vanuit de toepassing te wijzigen. Met de functie Instellingen synchroniseren worden geen bestanden gesynchroniseerd die handmatig in een map zijn geplaatst.
Gereedschapsgalerieën Wanneer u Photoshop start, wordt het deelvenster Gereedschappen links in het scherm weergegeven. Sommige gereedschappen in het deelvenster Gereedschappen hebben opties die in de contextgevoelige optiebalk worden weergegeven. U kunt bepaalde gereedschappen uitvouwen, zodat verborgen onderliggende gereedschappen zichtbaar worden. Een kleine driehoek rechts onder in het gereedschapspictogram geeft aan dat er verborgen gereedschappen zijn.
bestaan uit één rij of één kolom. en magnetische selecties. penseeluiteinde. Met de Toverstaf selecteert u gebieden met dezelfde kleur. Galerie met uitsnijd- en segmentgereedschappen Met het gereedschap Uitsnijden kunt u afbeeldingen bijsnijden. Met het gereedschap Segment maakt u segmenten. Met het gereedschap Segmentselectie selecteert u segmenten. Galerie met gereedschappen voor retoucheren Met het gereedschap Snel retoucheerpenseel verwijdert u vlekjes en objecten.
Met het tovergummetje wist u met één klik egaal gekleurde gebieden en maakt u deze transparant. Met het gereedschap Vervagen vervaagt u de harde randen in een afbeelding. Met het gereedschap Verscherpen maakt u de vage randen van een afbeelding scherper. Met het gereedschap Tegenhouden maakt u gebieden in een afbeelding lichter. Met het gereedschap Doordrukken maakt u gebieden in een afbeelding donkerder. Met het gereedschap Spons brengt u wijzigingen aan in de kleurverzadiging van een gebied.
Met de gereedschappen voor Padselectie kunt u vormen of segmenten selecteren waarbij ankerpunten, richtingslijnen en richtingspunten worden weergegeven. Met de tekstgereedschappen kunt u een afbeelding van tekst voorzien. Met de vormgereedschappen en het gereedschap Lijn tekent u vormen en lijnen in een normale laag of een vormlaag. Met het gereedschap Aangepaste vorm maakt u aangepaste vormen die u selecteert uit een lijst. Met de gereedschappen voor Tekstmasker maakt u tekstvormige selecties.
Met het gereedschap 3Dobject roteren draait u het object om de x-as. Met het gereedschap 3Dobject om z-as draaien roteert u het object om de zas. Met het gereedschap 3Dobject pannen pant u het object in de x- of y-richting. Met het gereedschap 3Dobject schuiven wordt het object zijwaarts verplaatst wanneer u horizontaal sleept of naar voren en achteren wanneer u verticaal sleept. Met het gereedschap 3Dobject schalen kunt u het object groter of kleiner schalen.
Basisbegrippen voor werkruimten Photoshop Werkruimte Overzicht van de werkruimte Vensters en deelvensters beheren Werkruimten opslaan en schakelen tussen werkruimten Knopinfo verbergen Photoshop Werkruimte Naar boven De werkruimte van Photoshop is eenvoudig te gebruiken en bevat een aantal gebruiksfuncties: Verschillende helderheidsniveaus: kies Bewerken > Voorkeuren (Windows) of Photoshop > Voorkeuren (Mac OS) en selecteer een kleurenthemastaal in de sectie Interface.
De toepassingsbalk boven in het scherm bevat een schakeloptie Werkruimte, menu's (alleen Windows) en andere besturingselementen voor de toepassing. Op de Mac kunt u voor bepaalde producten via het menu Venster de toepassingsbalk tonen of verbergen. Het deelvenster Gereedschappen bevat gereedschappen om afbeeldingen, illustraties, pagina-elementen enzovoort te maken en te bewerken. Gerelateerde gereedschappen worden gegroepeerd.
Documentvensters opnieuw rangschikken, koppelen of laten zweven Als u meerdere bestanden opent, worden de documentvensters als tabbladen weergegeven. Als u de rangschikking van dergelijke documentvensters wilt wijzigen, sleept u de tab van een venster naar een nieuwe locatie in de groep. Als u een documentvenster wilt loskoppelen (zweven of verwijderen uit tabbladgroep) van een groep vensters, sleept u het tabblad van dat venster uit de groep.
Als u een deelvenster wilt verwijderen, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Control ingedrukt en klikt u (Mac) op het tabblad van het deelvenster en selecteert u Sluiten. U kunt de selectie van het deelvenster ook opheffen in het menu Venster. Als u een deelvenster wilt toevoegen, selecteert u het in het menu Venster en koppelt u het op de gewenste positie.
Deelvensters samengevouwen tot pictogrammen Deelvensters die vanuit pictogrammen zijn uitgevouwen Klik op de dubbele pijl boven in het koppelingsgebied om alle deelvensterpictogrammen in een kolom samen of uit te vouwen. Als u het pictogram van één deelvenster wilt uitvouwen, klikt u erop. Als u het formaat van deelvensterpictogrammen zodanig wilt aanpassen dat u alleen de pictogrammen ziet (en niet de titels), versmalt u het koppelingsgebied totdat de tekst verdwijnt.
Locaties van deelvensters Hiermee slaat u de huidige deelvensterlocaties op (alleen InDesign). Sneltoetsen Hiermee slaat u de huidige set sneltoetsen op (alleen Photoshop). Menu's of Menu's aanpassen Hiermee slaat u de huidige set menu's op. Werkruimten weergeven of schakelen tussen werkruimten Selecteer een werkruimte met de schakeloptie Werkruimte op de toepassingsbalk. In Photoshop kunt u sneltoetsen aan elke werkruimte toewijzen om snel tussen werkruimten te kunnen navigeren.
Deelvensters en menu's Waarden invullen in de deelvensters, dialoogvensters en op de optiebalk Werken met schuifregelaars Werken met pop-updeelvensters Menu's weergeven en definiëren Waarden invullen in de deelvensters, dialoogvensters en op de optiebalk Naar boven Ga als volgt te werk: Typ een waarde in het tekstvak en druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS). Sleep de regelaar. Plaats de aanwijzer op de titel van een regelaar of pop-upregelaar.
totdat u de aanwijzer plaatst op de titel van de regelaar of pop-upregelaar. Als de aanwijzer verandert in een wijzend handje, sleept u de regelaar naar links of rechts. Als u Shift ingedrukt houdt tijdens het slepen, zal de waarde met een factor 10 toenemen.
De weergave van elementen in een pop-updeelvenster aanpassen 1. Klik op het driehoekje rechtsboven in het pop-updeelvenster om het deelvenstermenu weer te geven. 2. Selecteer een weergaveoptie: Alleen tekst, Kleine lijst en Grote lijst. Naar boven Menu's weergeven en definiëren Contextmenu's weergeven In contextmenu's worden opdrachten weergegeven die betrekking hebben op het actieve gereedschap of deelvenster of op de actieve selectie. Ze verschillen van de menu's boven in de werkruimte.
Een kleur kiezen voor een menuopdracht met het dialoogvenster Sneltoetsen en menu's Een set menu's verwijderen 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Bewerken > Menu's. Kies Venster > Werkruimte > Sneltoetsen en menu's en klik op het tabblad Menu's. 2. Kies een set menu's in het menu Set in het dialoogvenster Sneltoetsen en menu's. 3. Klik op het pictogram met de prullenbak .
Voorkeuren Informatie over voorkeuren Er worden talloze programma-instellingen opgeslagen in het voorkeurenbestand van Adobe Photoshop , waaronder de algemene weergaveopties, opties voor het opslaan van bestanden, opties voor de prestaties, cursoropties, opties voor transparantie, opties voor tekst en opties voor plug-ins en werkschijven. Van deze opties worden de meeste ingesteld in het dialoogvenster Voorkeuren. Voorkeuren worden elke keer opgeslagen als u de toepassing afsluit.
Standaardsneltoetsen Downloaden | Photoshop CC-sneltoetsen (PDF) Toetsen voor het selecteren van gereedschappen Toetsen voor het weergeven van afbeeldingen Toetsen voor Marionet verdraaien Toetsen voor Rand verfijnen Toetsen voor de Filtergalerie Toetsen voor Uitvloeien Toetsen voor Perspectiefpunt Toetsen voor het dialoogvenster Camera Raw Toetsen voor het dialoogvenster Zwart-wit Toetsen voor Curven Toetsen voor het selecteren en verplaatsen van objecten Toetsen waarmee u selecties, selectieranden en pade
Toetsen voor het selecteren van gereedschappen Als u een toets ingedrukt houdt, wordt een gereedschap tijdelijk geactiveerd. Als u de toets loslaat, wordt het vorige gereedschap weer geactiveerd. Informatie over het aanpassen van sneltoetsen vindt u in Nieuwe sneltoetsen definiëren. Sneltoetsen voor nieuwe functies in Photoshop CS6 vindt u in Sneltoetsen voor CS6-functies. Opmerking: In rijen met meerdere gereedschappen drukt u meerdere malen op dezelfde sneltoets om de groep te doorlopen.
Gereedschap Verloop G G O O P P T T A A U U K K N N Gereedschap Handje † H H Gereedschap Weergave roteren R R Gereedschap Zoomen † Z Z Gereedschap Emmertje Gereedschap Tegenhouden Gereedschap Doordrukken Gereedschap Spons Gereedschap Pen Gereedschap Pen voor vrije vorm Gereedschap Horizontale tekst Gereedschap Verticale tekst Gereedschap Masker voor horizontale tekst Gereedschap Masker voor verticale tekst Gereedschap Padselectie Gereedschap Direct selecteren Gereedschap Rechthoek
Een bestand sluiten in Photoshop en Bridge openen Shift + Control +W Shift + Command +W Schakelen tussen de Standaardmodus en de Snelmaskermodus Q Q Schakelen (in voorwaartse richting) tussen de modi Standaardscherm, Volledig scherm met menubalk en Volledig scherm F F Schakelen (in achterwaartse richting) tussen de modi Standaardscherm, Volledig scherm met menubalk en Volledig scherm Shift + F Shift + F Schakelen canvaskleur (in voorwaartse richting) Spatiebalk + F (of met de rechtermuisknop op
Naar boven Toetsen voor Marionet verdraaien Deze niet-volledige lijst bevat sneltoetsen die niet worden weergegeven in menuopdrachten of knopinfo.
Stap vooruit Control + Shift + Z Command + Shift + Z Stap terug Control + Alt + Z Command + Option + Z Naar boven Toetsen voor Uitvloeien Resultaat Windows Mac OS Gereedschap Vooruit verdraaien W W Gereedschap Reconstrueren R R Gereedschap Kronkel - met de klok mee C C Gereedschap Plooien S S Gereedschap Zwellen B B Gereedschap Naar links duwen O O Gereedschap Spiegel M M Gereedschap Turbulentie T T Gereedschap Masker bevriezen F F Gereedschap Ontdooimasker D D Richti
Inzoomen Control + + (plus) Command + + (plus) Uitzoomen Control + - (afbreekstreepje) Command + - (afbreekstreepje) Passend in weergave Control + 0 (nul), dubbelklikken op gereedschap Handje Command + 0 (nul), dubbelklikken op gereedschap Handje Zoomen om te centreren op 100% Dubbelklikken op Zoomen Dubbelklikken op Zoomen Penseelgrootte verhogen (gereedschappen Penseel, Stempel) ] ] Penseelgrootte verlagen (gereedschappen Penseel, Stempel) [ [ Hardheid penseel verhogen (gereedschappen Pe
Exporteren naar een 3DS-bestand (alleen Photoshop Extended) Control + Shift + E Command + Shift + E Naar boven Toetsen voor het dialoogvenster Camera Raw Opmerking: Als u een toets ingedrukt houdt, wordt een gereedschap tijdelijk geactiveerd. Als u de toets loslaat, wordt het vorige gereedschap weer geactiveerd.
Penseelgrootte vergroten/verkleinen ]/[ ]/[ Doezelaar penseel vergroten/verkleinen Shift + ] / Shift + [ Shift + ] / Shift + [ Stroom van aanpassingspenseel versnellen/vertragen in stappen van 10 = (is-gelijkteken) / - (afbreekstreepje) = (is-gelijkteken) / - (afbreekstreepje) Tijdelijk overschakelen van modus Toevoegen op modus Wissen voor aanpassingspenseel, of van modus Wissen naar modus Toevoegen Alt Option Grootte aanpassingspenseel tijdelijk laten toe- of afnemen Alt + ] / Alt + [ Option
Meerdere punten selecteren in deelvenster Curven Klikken voor het eerste punt, Shift + klikken voor meerdere punten Klikken voor het eerste punt, Shift + klikken voor meerdere punten Punt toevoegen aan curve in deelvenster Curven Control + klikken in voorvertoning Command + klikken in voorvertoning Geselecteerd punt verplaatsen in deelvenster Curven (1 eenheid) Pijltoetsen Pijltoetsen Geselecteerd punt verplaatsen in deelvenster Curven (10 eenheden) Shift + pijltoets Shift + pijltoets Geselectee
Naar boven Toetsen voor Curven Resultaat Windows Mac OS Het dialoogvenster Curven openen Control + M Command + M Volgende punt op curve selecteren + (plus) + (plus) Vorige punt op curve selecteren - (min) - (min) Meerdere punten op curve selecteren Shift + klikken op de punten Shift + klikken op de punten Selectie van punt opheffen Control + D Command + D Punt op curve verwijderen Punt selecteren en op Delete drukken Punt selecteren en op Delete drukken.
Schakelen van gereedschap Magnetische lasso naar Lasso Alt ingedrukt houden en slepen Option ingedrukt houden en slepen Schakelen van gereedschap Magnetische lasso naar Veelhoeklasso Alt ingedrukt houden en klikken Option ingedrukt houden en klikken Een bewerking met de Magnetische lasso toepassen of annuleren Enter/Esc of Control + . (punt) Return/Esc of Command + .
Deze niet-volledige lijst bevat sneltoetsen die niet worden weergegeven in menuopdrachten of knopinfo.
Met mixerpenseel wijzigt u de instelling Nat Nummertoetsen Nummertoets Met mixerpenseel wijzigt u Nat en Mix in nul 00 00 Overvloeimodi doorlopen Shift + + (plus) of – (min) Shift + + (plus) of – (min) Dialoogvenster Vullen openen op achtergrond- of standaardlaag Backspace of Shift + Backspace Delete of Shift + Delete Vullen met voor- of achtergrondkleur Alt + Backspace of Control + Backspace † Option + Delete of Command + Delete † Vullen uit historie Control + Alt + Backspace † Command + O
Harde mix Shift + Alt + L Shift + Option + L Verschil Shift + Alt + E Shift + Option + E Uitsluiting Shift + Alt + X Shift + Option + X Kleurtoon Shift + Alt + U Shift + Option + U Verzadiging Shift + Alt + T Shift + Option + T Kleur Shift + Alt + C Shift + Option + C Lichtsterkte Shift + Alt + Y Shift + Option + Y Minder verzadiging Gereedschap Spons + Shift + Alt + D Gereedschap Spons + Shift + Option + D Verzadiging Gereedschap Spons + Shift + Alt + S Gereedschap Spons + Shift +
Tekst in een selectiekader schalen als u de grootte van het selectiekader wijzigt Control ingedrukt houden en een greep van het selectiekader slepen Command ingedrukt houden en een greep van het selectiekader slepen Tekstvak verplaatsen tijdens het maken van het tekstvak Spatiebalk ingedrukt houden en slepen Spatiebalk ingedrukt houden en slepen Naar boven Toetsen voor het opmaken van tekst Deze niet-volledige lijst bevat sneltoetsen die niet worden weergegeven in menuopdrachten of knopinfo.
Vierkant segment tekenen vanuit middelpunt naar buiten Shift + Alt ingedrukt houden en slepen Shift + Option ingedrukt houden en slepen Segment opnieuw plaatsen tijdens het maken Spatiebalk ingedrukt houden en slepen Spatiebalk ingedrukt houden en slepen Contextgevoelig menu openen Klikken met rechtermuisknop op segment Control ingedrukt houden en klikken op segment Naar boven Toetsen voor het gebruik van deelvensters Deze niet-volledige lijst bevat sneltoetsen die niet worden weergegeven in menuo
Nieuwe handeling maken en beginnen met opnemen zonder bevestiging Alt ingedrukt houden en klikken op de knop Nieuwe handeling Option ingedrukt houden en klikken op de knop Nieuwe handeling Opeenvolgende items van dezelfde soort selecteren Shift ingedrukt houden en klikken op de handeling/opdracht Shift ingedrukt houden en klikken op de handeling/opdracht Niet-opeenvolgende items van dezelfde soort selecteren Control ingedrukt houden en klikken op de handeling/opdracht Command ingedrukt houden en kli
Afspeelsnelheid verhogen Shift ingedrukt houden en de huidige tijd slepen. Shift ingedrukt houden en de huidige tijd slepen. Afspeelsnelheid verlagen Control ingedrukt houden en de huidige tijd slepen. Command ingedrukt houden en de huidige tijd slepen. Een object (keyframe, de huidige tijd, laag op punt, enz.
Optie Airbrush in-/uitschakelen Shift + Alt + P Shift + Option + P Naar boven Toetsen voor het deelvenster Kanalen Als u liever wilt dat sneltoetsen voor kanalen beginnen met Ctrl/Command + 1 voor rood, kiest u achtereenvolgens Bewerken > Sneltoetsen en Verouderde sneltoetsen voor kanalen gebruiken.
Resultaat Windows Mac OS Achtergrondkleur selecteren Alt ingedrukt houden en klikken op kleur op kleurenbalk Option ingedrukt houden en klikken op kleur op kleurenbalk Menu van kleurenbalk weergeven Klikken met rechtermuisknop op kleurenbalk Control ingedrukt houden en klikken op kleurenbalk Kleurkeuzen doorlopen Shift ingedrukt houden en klikken op kleurenbalk Shift ingedrukt houden en klikken op kleurenbalk Naar boven Toetsen voor het deelvenster Historie Resultaat Windows Mac OS Nieuwe op
Uitknipmasker maken/opheffen Control + Alt + G Command + Option + G Alle lagen selecteren Control + Alt + A Control + Option + A Zichtbare lagen verenigen Control + Shift + E Command + Shift + E Nieuwe lege laag maken met dialoogvenster Alt ingedrukt houden en klikken op knop Nieuwe laag maken Option ingedrukt houden en klikken op knop Nieuwe laag maken Nieuwe laag maken onder doellaag Control ingedrukt houden en klikken op knop Nieuwe laag maken Command ingedrukt houden en klikken op knop Nie
laagmasker/samengestelde afbeelding miniatuur van laagmasker miniatuur van laagmasker Schakelen tussen filtermasker/samengestelde afbeelding Alt ingedrukt houden en klikken op miniatuur van filtermasker Option ingedrukt houden en klikken op miniatuur van filtermasker Rubilietmodus voor laagmasker in/uitschakelen \ (backslash) of Shift + Alt ingedrukt houden en klikken \ (backslash) of Shift + Option ingedrukt houden en klikken Alle tekst selecteren, gereedschap Tekst tijdelijk selecteren Dubbelkli
laagsamenstellingen selecteren/deselecteren Naar boven Toetsen voor het deelvenster Paden Resultaat Windows Mac OS Pad laden als selectie Control ingedrukt houden en klikken op padnaam Command ingedrukt houden en klikken op padnaam Pad toevoegen aan selectie Control + Shift en klikken op padnaam Command + Shift en klikken op padnaam Pad verwijderen uit selectie Control + Alt en klikken op padnaam Command + Option en klikken op padnaam Doorsnede van pad behouden als selectie Control + Shift +
Draaien om de z-as Wijzigt in gereedschap Schuiven Wijzigt in gereedschap Roteren Slepen Wijzigt in gereedschap Draaien Wijzigt in gereedschap Schuiven Schuiven Wijzigt in gereedschap Rollen Wijzigt in gereedschap Slepen Schalen Schaalt het Z-vlak Schaalt het Z-vlak Houd Shift ingedrukt om het Y-vlak te schalen.
Alle frames selecteren Control + A Command + A Selectie alle frames opheffen uitgezonderd het huidige frame Control + D Command + D Navigeren door frames Pijltoetsen Pijltoetsen Naar boven Toetsen voor Extraheren en Patroonmaker (optionele plug-ins) Resultaat (Extraheren en Patroonmaker) Windows Mac OS Passend in venster Control + 0 Command + 0 Inzoomen Control + + (plus) Command + + (plus) Uitzoomen Control + - (afbreekstreepje) Command + - (afbreekstreepje) Instellingen aan de rechte
In voorvertoning van boven naar beneden de opties in het menu Weergave doorlopen F F In voorvertoning van beneden naar boven de opties in het menu Weergave doorlopen Shift + F Shift + F Penseelgrootte 1 verkleinen/vergroten Pijl-omhoog/pijl-omlaag in tekstvak Penseelgrootte † Pijl-omhoog of pijl-omlaag in tekstvak Penseelgrootte † Penseelgrootte 1 verkleinen/vergroten Pijl-links/pijl-rechts terwijl de schuifregelaar Penseelgrootte zichtbaar is † Pijl-links/pijl-rechts terwijl de schuifregelaar Pe
Deelvenster Kleur tonen/verbergen F6 F6 Deelvenster Lagen tonen/verbergen F7 F7 Deelvenster Info tonen/verbergen F8 F8 Deelvenster Handelingen tonen/verbergen F9 Option + F9 Vorige versie F12 F12 Vullen Shift + F5 Shift + F5 Selectie doezelen Shift + F6 Shift + F6 Selectie omkeren Shift + F7 Shift + F7 De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Gereedschappen gebruiken Gereedschappen selecteren en weergeven De optiebalk gebruiken Voorinstellingen voor gereedschappen Wanneer u Photoshop start, wordt het deelvenster Gereedschappen links in het scherm weergegeven. Sommige gereedschappen in het deelvenster Gereedschappen hebben opties die in de contextgevoelige optiebalk worden weergegeven. U kunt bepaalde gereedschappen uitvouwen, zodat verborgen onderliggende gereedschappen zichtbaar worden.
1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Cursors (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Cursors (Mac OS). 2. Kies de gewenste aanwijzerinstellingen voor Tekencursors of Andere cursors: Standaard Geeft aanwijzers weer als gereedschapspictogrammen. Exact Geeft aanwijzers weer als een dradenkruis. Standaardpenseeluiteinde De rand van de aanwijzer correspondeert met ongeveer 50% van het gebied waar het gereedschap invloed op heeft. Deze optie toont de pixels die zichtbaar worden beïnvloed.
Als u een voorinstelling voor een gereedschap wilt kiezen, klikt u op de voorinstellingenkiezer in de optiebalk en selecteert u een voorinstelling in het pop-updeelvenster. U kunt ook Venster > Voorinstellingen gereedschap kiezen en vervolgens een voorinstelling selecteren in het deelvenster Voorinstellingen gereedschap. De voorinstellingenkiezer voor gereedschappen weergeven A.
Bijbehorende apps Photoshop-companion-apps verbinden met Photoshop Adobe Nav gebruiken Adobe Color Lava gebruiken Adobe Eazel gebruiken Belangrijk: Ga naar het Adobe-gebruikersforum voor companion-apps als u problemen met companion-apps wilt oplossen. Er wordt geen telefonische ondersteuning verschaft. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen en problemen melden.
IP-verbindingen met companion-apps Als er geen draadloos netwerk beschikbaar is, kunt u een directe IP-verbinding tot stand brengen tussen Photoshop en Adobe Nav, Adobe Color Lava of Adobe Eazel. 1. Tik in Adobe Nav, Adobe Color Lava of Adobe Eazel op het PS-pictogram rechtsonder in de app. 2. Tik in het venster Verbindingen op Nieuw. 3. Voer het IP-adres en het wachtwoord uit het Photoshop-dialoogvenster Externe verbindingen in. 4. Klik op Verbinding maken.
Opmerking: Gebruik de optiebalk in Photoshop om opties voor het gereedschap op te geven. Tik op de knop Werkelijke pixels om de actieve afbeelding bij een weergave van 100% weer te geven. Tik op de knop Schermmodus om de schermmodi te doorlopen. Zie De modus voor schermweergave wijzigen voor meer informatie. Tik op het pictogram Voorgrond- en achtergrondkleuren verwisselen pictogram Standaard voor- en achtergrondkleuren om de voor- en achtergrondkleur om te wisselen.
collega's ze op hun eigen computer kunnen gebruiken. Belangrijk: Adobe Color Lava is verkrijgbaar in het Engels, Frans, Duits en Japans. Andere taalversies van Photoshop kunnen dus alleen verbinding maken met een van de zojuist genoemde taalversies van Adobe Color Lava. Voor Adobe Color Lava is Photoshop 12.0.4 of later vereist. Kies Help > Updates om de meest recente versie van Photoshop te downloaden. Ga naar de pagina met Adobe CS5.
De themabibliotheekmodus van Adobe Color Lava. A. Kleurthema's B. Thema's bewerken C. Overschakelen naar de kleurmixermodus D. Verbinding maken met Photoshop Tik op een thema om dit te selecteren. Tik op de knop voor de kleurmixermodus om het geselecteerde thema te bewerken. Tik op een staal in een thema om dit in te stellen als de voorgrondkleur in Photoshop. Tik twee keer op een thema om de RGB-, HSL- en hexadecimale waarden voor elk staal in het thema weer te geven.
Adobe Eazel gebruiken Naar boven Met Adobe Eazel voor Photoshop kunt u waterverfschilderijen maken op een canvas. Met elke streek verft u 'natte verf' die na een paar seconden 'opdroogt'. De verf vloeit over op basis van de door u gekozen opties en van de vraag hoe nat de vorige streek is. U kunt Eazel-illustraties opslaan in de iPad-fotogalerie en deze overbrengen naar Photoshop voor verdere bewerking of compositie. Belangrijk: Adobe Eazel is verkrijgbaar in het Engels, Frans, Duits en Japans.
Een kleur kiezen in Eazel. A. Stalen B. Brush sample C. Huidige kleur D. Kleurenschijf U kiest een staal door uw wijsvinger ernaar toe te slepen en vervolgens op te tillen. U wijzigt een staal door uw wijsvinger naar een nieuw staal te slepen om het te selecteren. Blijf slepen naar de kleurenschijf of naar een kleur in de illustratie op het canvas. Streekgrootte en dekking opgeven in Adobe Eazel U maakt een penseel groter door met uw middelvinger omhoog te slepen.
Metagegevens en notities Metagegevens Opmerkingen Metagegevens Naar boven Metagegevens zijn een aantal gestandaardiseerde gegevens over een bestand, zoals de auteursnaam, resolutie, kleurruimte, auteursrecht en toegepaste sleutelwoorden. De meeste digitale camera's bevestigen bijvoorbeeld enige basisgegevens aan een afbeeldingsbestand, zoals hoogte, breedte, bestandsindeling en de tijd waarop de afbeelding is genomen. Met behulp van metagegevens kunt u uw workflow stroomlijnen en uw bestanden ordenen.
Notities tonen of verbergen Voer een van de volgende handelingen uit om notities te tonen of te verbergen: Kies Weergave > Tonen > Notities. Kies Weergave > Extra’s. Met deze opdracht kunt u ook rasters, hulplijnen, selectieranden, doelpaden en segmenten tonen of verbergen. Notities openen en bewerken Dubbelklik met het gereedschap Notitie op het notitiepictogram in de afbeelding. Het tekstbewerkingsgebied wordt weergegeven in het deelvenster Notities.
Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen Afbeeldingen voorbereiden voor paginaopmaakprogramma's Photoshop-illustraties gebruiken in Adobe Illustrator Transparantie maken met gebruik van uitknippaden Uitknippaden afdrukken Paden exporteren naar Adobe Illustrator Een afbeelding koppelen of insluiten met gebruik van OLE (alleen Windows) Photoshop kent een aantal functies waarmee u afbeeldingen in andere toepassingen kunt opnemen.
Als u de afbeelding in een bestand wilt plaatsen, maar een koppeling met het oorspronkelijke bestand wilt behouden, klikt u op Bestand > Plaatsen. Zoek het bestand in het dialoogvenster Plaatsen, selecteer de optie Koppelen en klik op Plaatsen. De afbeelding wordt gecentreerd in de geopende illustratie. Er verschijnt een rode X op de afbeelding om aan te geven dat de afbeelding is gekoppeld en niet kan worden bewerkt. 3.
In deze gevallen kunt u het uitknippad minder complex maken. Daarvoor bestaan de volgende mogelijkheden: Verminder handmatig het aantal ankerpunten in het pad. Gebruik een hogere instelling voor tolerantie bij het maken van het pad. Hiertoe laadt u het bestaande pad als een selectie, kiest u Tijdelijk pad maken in het menu van het deelvenster Paden en geeft u een hogere waarde voor tolerantie op (4 tot 6 pixels is een goede uitgangswaarde). Maak vervolgens het uitknippad opnieuw.
Meer Help-onderwerpen Werken met Photoshop en After Effects Werken met Photoshop en Flash Werken met Photoshop en Dreamweaver Ankerpunten toevoegen of verwijderen Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Bestanden plaatsen Een bestand plaatsen in Photoshop PDF- of Illustrator-bestanden plaatsen in Photoshop Adobe Illustrator-illustraties plakken in Photoshop Met de opdracht Plaatsen kunt u een foto, illustratie of een willekeurig door Photoshop ondersteund bestand als een slim object aan uw document toevoegen. U kunt slimme objecten schalen, plaatsen, schuintrekken, roteren of verdraaien zonder de kwaliteit van de afbeelding aan te tasten. Naar boven Een bestand plaatsen in Photoshop 1.
PDF- of Illustrator-bestanden plaatsen in Photoshop Wanneer u een PDF- of Adobe Illustrator-bestand plaatst, gebruikt u het dialoogvenster PDF plaatsen als u de opties voor het plaatsen van de illustratie wilt instellen. 1. Terwijl het doeldocument in Photoshop is geopend, plaatst u een PDF- of Adobe Illustrator-bestand. 2. In het dialoogvenster PDF plaatsen kiest u Pagina of Afbeelding in het menu Selecteren, afhankelijk van de elementen van het PDFdocument die u wilt importeren.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven Naar boven Met kolommen kunt u afbeeldingen of elementen nauwkeurig plaatsen. Met de opdrachten Nieuw, Afbeeldingsgrootte en Canvasgrootte kunt u de afbeeldingsbreedte opgeven als een aantal kolommen.
Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen Extra's tonen of verbergen Extra's tonen of verbergen Naar boven Hulplijnen, rasters, selectieranden, segmenten en tekstbasislijnen zijn voorbeelden van niet-afdrukbare Extra's waarmee u objecten beter kunt selecteren, verplaatsen of bewerken. U kunt elke gewenste combinatie van Extra's inschakelen zonder gevolgen voor de afbeelding. U kunt ingeschakelde Extra's ook weergeven of verbergen om de werkruimte overzichtelijk te houden.
Photoshop uitvoeren in de 32-bits modus (alleen voor 64-bits Mac OS) In de 64-bits versies van Mac OS 10.5 en later zijn enkele verouderde, optionele plug-ins alleen beschikbaar als Photoshop wordt uitgevoerd in de 32-bits modus: 1. Kies Ga > Toepassingen in de Finder. 2. Vouw de Photoshop-map uit. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op het pictogram van de Photoshop-toepassing en kies Toon info. 3. Selecteer in het gedeelte Algemeen van het venster Info de optie Open in 32-bits modus. 4.
Linialen Informatie over linialen Het nulpunt van een liniaal wijzigen De maateenheid wijzigen Informatie over linialen Naar boven Met linialen kunt u afbeeldingen of elementen nauwkeurig plaatsen. Wanneer de linialen zichtbaar zijn, bevinden deze zich aan de boven- en linkerkant van het actieve venster. De maatstreepjes op de liniaal geven de positie van de aanwijzer weer wanneer u deze verplaatst.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Ongedaan maken en historie De opdrachten Ongedaan maken of Opnieuw gebruiken Terugkeren naar de laatst opgeslagen versie Een deel van een afbeelding tot de laatst opgeslagen versie herstellen Een bewerking annuleren Een bericht ontvangen wanneer een bewerking is uitgevoerd Deelvenster Historie gebruiken Opname van een afbeelding maken Tekenen met een staat of opname van een afbeelding De opdrachten Ongedaan maken of Opnieuw gebruiken Naar boven Met de opdrachten Ongedaan maken of Opnieuw kunt u bewerking
weergegeven. Wanneer u een van de staten hebt geselecteerd, wordt de afbeelding teruggezet in de staat waarin het verkeerde toen die wijziging voor het eerst werd aangebracht. Die staat is dan het uitgangspunt voor verdere bewerkingen. U kunt het deelvenster Historie ook gebruiken om afbeeldingsstaten te verwijderen en, in Photoshop, om een document te maken van een staat of opname. Kies Venster > Historie of klik op het tabblad van het deelvenster Historie om het deelvenster Historie weer te geven.
Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en kies in het deelvenstermenu Historie wissen als u de lijst met staten in het deelvenster Historie wilt leegmaken zonder de afbeelding te wijzigen. Wanneer u een waarschuwing krijgt dat Photoshop te weinig geheugen heeft, is leegmaken zinvol, omdat de staten met deze optie worden verwijderd uit de buffer voor ongedaan maken, zodat er meer geheugen vrij komt. U kunt de opdracht Historie wissen niet ongedaan maken.
gevraagd het tekstbestand een naam te geven en een locatie te kiezen waarin u het wilt opslaan. Beide Hiermee slaat u metagegevens op in het bestand en maakt u een tekstbestand. Opmerking: Als u het tekstbestand wilt opslaan op een andere locatie of een ander tekstbestand wilt opslaan, klikt u op de knop Kiezen. Vervolgens geeft u aan waar u het tekstbestand wilt opslaan, geeft u het bestand desgewenst een naam en klikt u op Opslaan. 4.
historiepenseel selectief aanbrengen in bepaalde gebieden van de afbeelding. Tenzij u een verenigde opname selecteert, tekent u met het historiepenseel van een laag in de geselecteerde staat naar dezelfde laag in een andere staat. Met het historiepenseel kopieert u van een staat of opname naar een andere staat of opname, maar alleen op dezelfde locatie. In Photoshop kunt u met het historiepenseel bovendien speciale effecten creëren. 1. Selecteer het historiepenseel . 2.
Plaatsen met de liniaal Plaatsen met de liniaal Naar boven Plaatsen met de liniaal Met de liniaal kunt u afbeeldingen of elementen nauwkeurig plaatsen. De liniaal meet de afstand tussen twee punten in de werkruimte. Wanneer u de afstand tussen twee punten meet, wordt er een niet-afdrukbare lijn getrokken en verschijnt op de optiebalk en in het deelvenster Info de volgende informatie: De startlocatie (X en Y). De horizontale (B) en verticale (H) verplaatsing over de x- en y-assen.
Elementen instellen met de functie Magnetisch Magnetisch gebruiken Magnetisch gebruiken Naar boven Met de opdracht Magnetisch kunt u selectieranden, uitsnijdkaders, segmenten, vormen en paden zeer nauwkeurig plaatsen. U kunt de opdracht Magnetisch echter uitschakelen als deze ervoor zorgt dat u elementen niet correct kunt plaatsen. De functie Magnetisch in- of uitschakelen Kies Weergave > Magnetisch. Een vinkje geeft aan dat de functie Magnetisch is ingeschakeld.
Raster en hulplijnen Plaatsen met hulplijnen en het raster Plaatsen met hulplijnen en het raster Naar boven Met hulplijnen en het raster kunt u afbeeldingen en elementen nauwkeurig plaatsen. Hulplijnen verschijnen als niet-afdrukbare lijnen die boven de afbeelding zweven. U kunt hulplijnen verplaatsen en verwijderen. U kunt ze ook vergrendelen, zodat u ze niet per ongeluk kunt verplaatsen. Met slimme hulplijnen kunt u vormen, segmenten en selecties uitlijnen.
op de liniaal. De aanwijzer verandert in een dubbele pijl wanneer u een hulplijn trekt. 3. (Optioneel) Als u alle hulplijnen wilt vergrendelen, kiest u Weergave > Hulplijnen vergrendelen. Een hulplijn verplaatsen 1. Selecteer het gereedschap Verplaatsen activeren. of houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt om het gereedschap Verplaatsen te 2. Plaats de aanwijzer op de hulplijn (de aanwijzer verandert in een dubbele pijl). 3.
Sneltoetsen aanpassen Nieuwe sneltoetsen definiëren De sneltoetsen van een opdracht of gereedschap wissen Een set sneltoetsen verwijderen Een lijst met actieve sneltoetsen weergeven Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden. U kunt in Photoshop een lijst met alle sneltoetsen weergeven en sneltoetsen maken of bewerken.
Een set sneltoetsen verwijderen Naar boven 1. Kies Bewerken > Sneltoetsen. 2. Kies in het pop-upmenu Set de sneltoetsenset die u wilt verwijderen. 3. Klik op het pictogram Verwijderen en klik vervolgens op OK om het dialoogvenster te sluiten. Een lijst met actieve sneltoetsen weergeven Naar boven Als u een lijst met actieve sneltoetsen wilt weergeven, exporteert u deze naar een HTML-bestand dat u in een webbrowser kunt weergeven of afdrukken. 1. Kies Bewerken > Sneltoetsen. 2.
Voorinstellingen Voorinstellingen migreren uit eerdere versies van Photoshop Expert aan het woord: voorinstellingen migreren naar Photoshop CS6 Werken met Beheer voorinstellingen Voorinstellingen migreren uit eerdere versies van Photoshop Naar boven U kunt voorinstellingen van oudere versies van Photoshop migreren naar nieuwere versies. Met de opdracht Voorinstellingen migreren kunt u penselen, kleurstalen, verlopen, patronen en meer automatisch migreren. 1.
Opmerking: Als u een voorinstelling in Beheer voorinstellingen wilt verwijderen, selecteert u de voorinstelling en klikt u op Verwijderen. U kunt op ieder gewenst moment de opdracht Herstellen gebruiken om de standaarditems in een bibliotheek terug te zetten. Een bibliotheek met voorinstellingen laden Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op het driehoekje rechts van het pop-upmenu Type voorinstelling en kies vervolgens een bibliotheekbestand onder in het deelvenstermenu.
a. Kies Start > Configuratiescherm > Mapopties. b. Selecteer op het tabblad Weergave onder Verborgen bestanden en mappen de optie Verborgen bestanden en mappen weergeven. c. Klik op OK. 2. Verborgen bestanden weergeven in Windows Vista: a. Kies Start > Configuratiescherm > Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen > Mapopties. b. Selecteer op het tabblad Weergave onder Verborgen bestanden en mappen de optie Verborgen bestanden en mappen weergeven. c. Klik op OK.
Plug-ins Informatie over plug-ins Plug-ins zijn programma’s die door Adobe Systems en andere softwareontwikkelaars in samenwerking met Adobe Systems zijn ontworpen om functionaliteit toe te voegen aan Photoshop. Een aantal plug-ins voor importeren, exporteren en speciale effecten wordt bij het programma geleverd. Ze worden automatisch geïnstalleerd in mappen binnen de map Plug-ins van Photoshop.
Productiviteitsverbeteringen (JDI's) in CS6 Photoshop CS6 introduceert meer dan 60 productiviteitsverbeteringen; deze worden ook wel Just Do It-functies (JDI's) genoemd. Deze kleine verbeteringen komen voort uit verzoeken die gebruikers die al lange tijd klant bij ons zijn hebben ingediend en al deze verbeteringen bij elkaar kunnen uw productiviteit aanzienlijk verhogen. Opmerking: Meer informatie over de nieuwe en verbeterde functies in Photoshop CC vindt u in Nieuw in Photoshop CC.
Gangbare bestandsindelingen voor stereo-afbeeldingsparen (JPS, MPO, PNS) kunnen worden gelezen GPU Naar boven Extra stabiliteit door gedetecteerde GPU's alvast te kwalificeren voordat ze worden gebruikt Afbeeldingsgrootte wijzigen Naar boven Met de optie Bicubisch, automatisch wordt automatisch de beste methode voor het wijzigen van pixelafmetingen gekozen, op basis van het type wijziging Importeren Naar boven (Mac OS) Ondersteuning van ImageKit-scanner en -camera om afbeeldingen van meer apparaten
Voorinstellingen voor nieuwe documenten toegevoegd voor gangbare apparaten (bijv. iPhone, iPad enz.
De toepassingsbalk is verwijderd en de versleepbare titelbalk is met 30% verkleind De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Sneltoetsen Afdrukken Galerie Vervagen (Veld, Iris, Kantelen en verschuiven) Uitvloeien Gereedschap Uitsnijden Adaptief groothoek In deze lijst vindt u enkele handige sneltoetsen voor bepaalde Photoshop-functies. Naar boven Afdrukken Als u afdrukinstellingen wilt wissen, houdt u de spatiebalk ingedrukt terwijl u Bestand > Afdrukken selecteert.
C: Gereedschap Restrictie Y: Gereedschap Veelhoekrestrictie M: Gereedschap Verplaatsen H: Gereedschap Handje Z: Gereedschap Zoomen Sneltoetsen voor besturing P: Voorvertoning W: Restrictie tonen E: Net tonen T: Correctie S: Schalen F: Brandpuntsafstand R: Uitsnijdfactor A: Als Opname Verborgen sneltoetsen niet zichtbaar in interface L: Transparant matglas in-/uitschakelen X: Tijdelijke zoom E: Laatste hoek van veelhoek ongedaan maken Voor meer sneltoetsen Standaardsneltoetsen De voorwaarden van Creative C
Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Afbeeldingen vergroten/verkleinen | CC, CS6 De opdracht Afbeeldingsgrootte in Photoshop CC omvat nu een methode voor het behouden van details en biedt een scherper beeld als de afbeelding wordt vergroot. Bovendien is het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte van Photoshop CC aangepast ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid: In een venster ziet u een voorvertoning van de parameters voor het wijzigen van de grootte.
ingeschakeld. Als u de breedte en hoogte onafhankelijk van elkaar wilt schalen, klikt u op het pictogramVerhoudingen behouden om de breedte en hoogte van elkaar los te koppelen. Opmerking: U kunt de maateenheid voor de breedte en hoogte wijzigen door opties te kiezen in de menu's rechts van de tekstvakken Breedte en Hoogte. 5.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid
Grondbeginselen van afbeeldingen Bitmapafbeeldingen Vectorafbeeldingen Vectorafbeeldingen en bitmapafbeeldingen combineren Kleurkanalen Bitdiepte Omzetten in een andere bitdiepte Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden.
hoge resolutie wenst, kunt u beter een voorvertoning weergeven van het effect dat het samenvoegen tot één laag heeft. Afbeeldingsresolutie Het aantal pixels per inch (ppi) in een bitmapafbeelding. Als u een afbeelding afdrukt met een te lage resolutie, treedt pixelvorming op, dat wil zeggen uitvoer met grote, grove pixels.
Kies Afbeelding > Modus > 32 bits/kanaal om afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal om te zetten in 32 bits per kanaal.
Grootte en resolutie van afbeeldingen Informatie over pixelafmetingen en de resolutie van afgedrukte afbeeldingen Bestandsgrootte Informatie over monitorresolutie Informatie over printerresolutie Een geschikte resolutie voor een afbeelding bepalen De afdrukgrootte op het scherm weergeven Het aantal pixels wijzigen De pixelafmetingen van een afbeelding wijzigen De afdrukafmetingen en de resolutie wijzigen Wat beïnvloedt de bestandsgrootte? Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies.
Pixelafmetingen zijn gelijk aan documentgrootte (uitvoer) maal resolutie. A. Oorspronkelijke afmetingen en resolutie B. De resolutie verlagen zonder de pixelafmetingen te wijzigen (het aantal pixels wordt niet gewijzigd) C.
Een afbeelding van 620 x 400 pixels die wordt weergegeven op monitoren met verschillende afmetingen en resoluties. Als u afbeeldingen voorbereidt voor weergave op het scherm, moet u rekening houden met de laagste monitorresolutie waarbij uw foto waarschijnlijk zal worden weergegeven. Informatie over printerresolutie Naar boven Printerresolutie wordt gemeten in inktpunten per inch, ook wel dpi genoemd. Gewoonlijk geldt dat hoe meer punten er per inch zijn, hoe fijner de afgedrukte uitvoer wordt.
1. Kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte. 2. Klik op Automatisch. 3. Voer bij Raster de rasterfrequentie van het uitvoerapparaat in. Kies indien nodig een andere maateenheid. De rasterwaarde wordt alleen gebruikt om de afbeeldingsresolutie te berekenen, niet om het raster voor afdrukken in te stellen. 4. Selecteer een optie bij Kwaliteit: Laag Dit levert een resolutie op die hetzelfde is als de rasterfrequentie (niet minder dan 72 pixels per inch).
resoluties, wijzigt u het aantal pixels in een kopie van het bestand. Photoshop wijzigt het aantal pixels in afbeeldingen met gebruik van een interpolatiemethode en wijst zo kleurwaarden toe aan nieuwe pixels die zijn gebaseerd op de kleurwaarden van bestaande pixels. U kunt kiezen welke methode u wilt gebruiken in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte. Naaste buur Een snelle, maar minder precieze methode waarbij de pixels in een afbeelding worden gedupliceerd.
Breedte worden de breedte en tussenruimte gebruikt die zijn opgegeven bij Voorkeuren voor eenheden en linialen. 5. Voer een nieuwe waarde in voor Resolutie. Kies desgewenst een nieuwe maateenheid. Als u de oorspronkelijke waarden in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte wilt herstellen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op Herstellen.
Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners Afbeeldingen ophalen van digitale camera's Afbeeldingen van een digitale camera importeren via WIA (alleen Windows) Gescande afbeeldingen importeren Afbeeldingen ophalen van digitale camera's Naar boven U kunt afbeeldingen naar uw computer kopiëren door uw camera of een mediakaartlezer aan te sluiten op uw computer.
In sommige scannerprogramma's kunt u Photoshop instellen als de externe editor voor een afbeelding nadat het scannen is voltooid. Afbeeldingen importeren aan de hand van de TWAIN-interface TWAIN is een platformonafhankelijke interface voor het ophalen van afbeeldingen die zijn vastgelegd door bepaalde scanners, digitale camera’s en frame grabbers. 1. Installeer de TWAIN-software die door de producent van het apparaat is verstrekt. 2. Download de Photoshop TWAIN-plug-in voor Windows of Mac OS.
Afbeeldingen maken, openen en importeren Een afbeelding maken Een afbeelding dupliceren Bestanden openen PDF-bestanden openen Een EPS-bestand openen Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden. Een afbeelding maken Naar boven 1. Kies Bestand > Nieuw. 2. Typ een naam voor de afbeelding in het dialoogvenster Nieuw. 3. (Optioneel) Kies een documentgrootte in het menu Voorinstelling.
Photoshop® Extended-gebruikers kunnen niet alleen stilstaande afbeeldingen, maar ook 3D-bestanden, videobestanden en bestanden met reeksen afbeeldingen openen en bewerken. Zie Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren voor meer informatie. Opmerking: Photoshop gebruikt plug-ins voor het openen en importeren van vele bestandsindelingen.
Shift ingedrukt terwijl u klikt. Het aantal geselecteerde items wordt onder het voorvertoningsvenster weergegeven. Als u afbeeldingen importeert, kunt u verdergaan met stap 8. Opmerking: Gebruik het menu Miniatuurgrootte om de weergave van miniaturen in het voorvertoningsvenster aan te passen. Met de optie Pagina passend maken past er één miniatuur in het voorvertoningsvenster. Er verschijnt een schuifbalk als er meerdere items zijn. 5.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Afbeeldingen bekijken De modus voor schermweergave wijzigen Het weergavegebied van een afbeelding wijzigen Het gereedschap Weergave roteren gebruiken Trackpadbesturing uitschakelen (Mac OS) Het deelvenster Navigator gebruiken In- of uitzoomen De modus voor schermweergave wijzigen Naar boven Met de opties voor de schermmodus kunt u afbeeldingen op het volledige scherm weergeven. U kunt de menubalk, titelbalk en schuifbalken tonen of verbergen. Druk op de toets F om snel door schermmodi te bladeren.
canvas kan om een aantal redenen nuttig zijn. Tekenen wordt bijvoorbeeld eenvoudiger. (OpenGL is vereist.) U kunt ook rotatiegebaren gebruiken op MacBook-computers met multi-touchtrackpads. 1. Selecteer in de gereedschapset het gereedschap Weergave roteren ingedrukt.) . (Als het gereedschap niet zichtbaar is, houdt u het handje 2. Ga als volgt te werk: Sleep in de afbeelding. Een kompas geeft in de afbeelding het noorden aan, onafhankelijk van de huidige canvashoek.
vergrootglas 'leeg'. Zie Afbeeldingen op 100% weergeven als u afbeeldingen op hun nauwkeurigst wilt weergeven, met verscherping, laageffecten en andere aanpassingen. Voorkeuren voor het gereedschap Zoomen instellen 1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Prestaties (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Prestaties (Mac OS). Selecteer in het gedeelte GPUinstellingen de optie OpenGL-tekenen inschakelen. Opmerking: voor bepaalde voorkeuren voor het gereedschap Zoomen is OpenGL vereist.
Slepen met het gereedschap Zoomen om een afbeelding groter weer te geven Het gebied binnen het selectiekader wordt weergegeven met de maximale vergroting. Als u het selectiekader in de illustratie in Photoshop wilt verplaatsen, sleept u eerst een selectiekader en houdt u vervolgens de spatiebalk ingedrukt. Tijdelijk inzoomen op een afbeelding 1. Houd H ingedrukt, klik vervolgens op de afbeelding en houd de muisknop ingedrukt.
Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen Kleurkanalen mengen Naar boven Kleurkanalen mengen Met de aanpassing Kanaalmixer kunt u kwalitatief hoogstaande grijswaarden- of sepia-afbeeldingen maken of andere afbeeldingen met kleurtinten. U kunt ook creatieve kleuraanpassingen aanbrengen in een afbeelding. Kies het percentage van elk kleurkanaal in de aanpassing Kanaalmixer om grijswaardenafbeeldingen van hoge kwaliteit te maken.
2. Pas een Kanaalmixer-aanpassing toe. 3. Voer een van de volgende handelingen uit in het deelvenster Aanpassingen (CS5) of Eigenschappen (CS6): Selecteer Monochroom.
Meerdere afbeeldingen weergeven Afbeeldingen weergeven in meerdere vensters Zoomen en locatie afstemmen in meerdere afbeeldingen Afbeeldingen weergeven in meerdere vensters Naar boven Uw afbeeldingen worden weergegeven in het documentvenster. Met meerdere vensters kunt u hetzelfde bestand op verschillende manieren bekijken. In het menu Venster staat een lijst met geopende vensters. Als u een geopende afbeelding naar de voorgrond wilt halen, kiest u de bestandsnaam onder aan het menu Venster.
Zonder de opdracht Alles afstemmen geselecteerd (boven) en met de opdracht Alles afstemmen geselecteerd (onder) 4. Selecteer het gereedschap Zoomen of het handje. 5. Selecteer een van de afbeeldingen, houd Shift ingedrukt, en klik in een gebied of sleep een gebied van een afbeelding. De andere afbeeldingen worden vergroot of verkleind tot hetzelfde percentage en uitgespreid over het gebied waarin u hebt geklikt.
Informatie over afbeeldingen Werken met het deelvenster Info Bestandsinformatie weergeven in het documentvenster Naar boven Werken met het deelvenster Info In het deelvenster Info vindt u informatie over de kleurwaarden onder de aanwijzer en, afhankelijk van het gereedschap dat u gebruikt, andere nuttige gegevens.
De opties voor het deelvenster Info wijzigen 1. Klik op de driehoek rechtsboven in de hoek om het menu van het deelvenster Info te openen en kies Deelvensteropties. 2. In het dialoogvenster Opties deelvenster Info kiest u een van de volgende weergaveopties voor Eerste kleurinfo: Echte kleur Als u de waarden in de huidige kleurmodus van de afbeelding wilt weergeven. Kleur proefdruk Als u de waarden voor de kleurruimte-uitvoer van de afbeelding wilt weergeven.
De opties voor het weergeven van bestandsinformatie als Version Cue is ingeschakeld 2. Kies een weergaveoptie in het pop-upmenu: Opmerking: Als Version Cue is ingeschakeld, kunt u een optie kiezen in het submenu Weergeven. Version Cue Geeft de Version Cue-werkgroepstatus van uw document weer, zoals open, niet beheerd, niet opgeslagen, enz. Deze optie is alleen beschikbaar als Version Cue is ingeschakeld. Documentgroottes Informatie over de hoeveelheid gegevens in een afbeelding.
HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range) Informatie over afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range, oftewel HDR-afbeeldingen) Foto's nemen voor HDR-afbeeldingen Functies die ondersteuning bieden voor HDR-afbeeldingen met 32 bits per kanaal Afbeeldingen samenvoegen tot HDR Het weergegeven dynamische bereik voor HDR-afbeeldingen van 32 bits aanpassen Informatie over de HDR Kleurkiezer Tekenen op HDR-afbeeldingen Informatie over afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range,
filters wilt gebruiken die niet compatibel zijn met HDR-afbeeldingen, kunt u de afbeeldingen omzetten in afbeeldingen met 16 of 8 bits per kanaal. Naar boven Foto's nemen voor HDR-afbeeldingen Denk aan de volgende tips bij het maken van foto's die u wilt combineren met de opdracht Samenvoegen tot HDR Pro: Plaats de camera op een statief. Maak voldoende foto's om het volledige dynamische bereik van de scène te bestrijken.
Videoles: de beste nieuwe functie in CS5: HDR Pro Deke McClelland Zet levendige afbeeldingskleuren om in surrealistische kleuren. Boekfragment: ghosting verwijderen uit HDR-beelden Scott Kelby Elimineer vervaging veroorzaakt door bewegende objecten in een scène. Boekfragment: HDR-beelden maken op basis van belichtings-bracketing Conrad Chavez Doorloop het HDR-proces van camera tot computer. Videoles: de verbeteringen in HDR Pro ontdekken Jan Kabili Bekijk een overzicht van alle nieuwe functies. 1.
De kleurtooncurve en het histogram aanpassen met de optie Hoek A. Een punt invoegen en de optie Hoek selecteren. B. Als u het nieuwe punt aanpast, maakt u de curve gehoekt op het punt waar de optie Hoek is gebruikt. Histogram egaliseren Hiermee wordt het dynamische bereik van de HDR-afbeelding gecomprimeerd, terwijl tegelijkertijd getracht wordt enig contrast te behouden. Er zijn geen verdere aanpassingen nodig; deze methode verloopt automatisch.
te bewerken. Als u de resultaatwaarden voor de 32-bits voorvertoning in het deelvenster Info wilt bekijken, klikt u op het pipet in het deelvenster Info en kiest u de optie 32 bits in het pop-upmenu. 1. Open een HDR-afbeelding met 32 bits per kanaal in Photoshop en kies Weergave > Opties 32-bits voorvertoning. 2. In het dialoogvenster Opties 32-bits voorvertoning kiest u een optie in het menu Methode: Belichting en gamma Hiermee past u de helderheid en het contrast aan.
in de optiebalk van bepaalde gereedschappen klikt of wanneer u op de pipetten in bepaalde kleuraanpassingsdialoogvensters klikt. Kleuren kiezen voor HDR-afbeeldingen Het onderste gedeelte van de HDR Kleurkiezer werkt precies zo als de gewone kleurkiezer voor afbeeldingen met 8 of 16 bits. Klik in het kleurveld om een kleur te selecteren en verplaats de schuifregelaar om de kleurtoon te wijzigen. U kunt numerieke waarden voor een bepaalde kleur invoeren in de velden HSB of RGB.
Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen Naar boven Met de opdracht Kleurentabel kunt u wijzigingen doorvoeren in de kleurentabel van een afbeelding met geïndexeerde kleuren. Deze aanpassingsfuncties zijn met name handig voor afbeeldingen met pseudo-kleuren. Dit zijn afbeeldingen waarin grijswaarden bestaan uit kleuren in plaats van uit grijstinten.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Kleurkiezers en -stalen aanpassen De kleurkiezer wijzigen Kleurstalen toevoegen en verwijderen Stalenbibliotheken beheren Kleurstalen delen met andere toepassingen Naar boven De kleurkiezer wijzigen U hoeft niet de Adobe Kleurkiezer te gebruiken, u kunt ook kleuren kiezen in bijvoorbeeld de interne kleurkiezer op uw systeem of in een kleurkiezer van een andere fabrikant. 1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS). 2.
Een stalenbibliotheek laden of vervangen Kies een van de volgende opdrachten in het menu van het deelvenster Stalen: Stalen laden Hiermee voegt u een bibliotheek toe aan de huidige set met stalen. Selecteer het bibliotheekbestand dat u wilt gebruiken en klik op Laden. Stalen vervangen Hiermee vervangt u de huidige lijst door een andere bibliotheek. Selecteer het bibliotheekbestand dat u wilt gebruiken en klik op Laden. U kunt in Photoshop de huidige set stalen opslaan voordat u ze vervangt.
Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi Een Een Een Een Een afbeelding omzetten in een andere kleurmodus afbeelding omzetten in de bitmapmodus kleurenfoto omzetten in de grijswaardenmodus afbeelding in de bitmapmodus omzetten in grijswaardenmodus grijswaarden- of RGB-afbeelding omzetten in geïndexeerde kleur Een afbeelding omzetten in een andere kleurmodus Naar boven U kunt een afbeelding van de oorspronkelijke modus (de bronmodus) omzetten in een andere modus (de doelmodus).
omgezet zelden zuiver zwart of wit is, is de omzetting nooit volledig foutloos. Deze fout plant zich voort in de omringende pixels en verspreidt zich door de gehele afbeelding, zodat een korrelige structuur ontstaat, zoals op een zwart-witfoto. Raster Met Raster kunt u halftoonstippen nabootsen in de omgezette afbeelding. Geef waarden op in het dialoogvenster Raster: Geef bij Frequentie een waarde op voor de schermfrequentie en kies een maateenheid. Toegestane waarden zijn 1.000 tot 999.
1. Kies Afbeelding > Modus > Grijswaarden. 2. Geef voor de verhouding een getal op tussen 1 en 16. Met de verhoudingsfactor kunt u afbeeldingen verkleinen. Als u bijvoorbeeld een grijswaardenafbeelding 50% wilt verkleinen, geeft u 2 op als verhoudingsfactor. Als u een getal invoert dat groter is dan 1, wordt van meerdere pixels in de afbeelding in de bitmapmodus het gemiddelde genomen en worden ze omgezet in één pixel in de grijswaardenafbeelding.
Aangepast Hiermee maakt u een aangepast palet met het dialoogvenster Kleurentabel. U kunt de kleurentabel bewerken en opslaan, zodat u deze naderhand opnieuw kunt gebruiken, of u kunt op Laden klikken om een bestaande kleurentabel te laden. Met deze optie geeft u ook het huidige adaptieve palet weer, zodat u de kleuren die het meest in de afbeelding voorkomen, kunt bekijken. Vorige Hierbij wordt het aangepaste palet van de vorige omzetting gebruikt.
Kleurmodi RGB-kleurmodus CMYK-kleurmodus Lab-kleurmodus Grijswaardenmodus Bitmapmodus Duotoonmodus De modus Geïndexeerde kleur De modus Multikanaal RGB-kleurmodus Naar boven De RGB-kleurmodus van Photoshop maakt gebruik van het RGB-model, waarbij een intensiteitswaarde wordt toegewezen aan elke pixel. In afbeeldingen met 8 bits per kanaal varieert de intensiteitswaarde van 0 (zwart) tot 255 (wit) voor alle RGB-componenten (rood, groen, blauw) in een kleurenafbeelding.
Grijswaardenmodus Naar boven In de grijswaardenmodus maakt u gebruik van verschillende tinten grijs in een afbeelding. In 8-bits afbeeldingen kunnen er maximaal 256 tinten grijs zijn. Elke pixel van een afbeelding in de grijswaardenmodus heeft een helderheidswaarde tussen 0 (zwart) en 255 (wit). 16- en 32-bits afbeeldingen bevatten een veel groter aantal tinten dan 8-bits afbeeldingen. Grijswaarden kunnen ook worden gemeten als dekkingspercentage van zwarte inkt (0% is gelijk aan wit, 100% aan zwart).
Informatie over kleur Kleuren begrijpen Kleurmodellen, kleurruimtes en kleurmodi De kleurtoon, verzadiging en helderheid aanpassen Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden. Kleuren begrijpen Naar boven Als u begrijpt hoe kleuren worden gemaakt en hoe kleuren zich onderling verhouden, kunt u efficiënter werken in Photoshop.
is op andere kleuren en ook hoe wijzigingen verschillend worden toegepast in RGB- en CMYK-kleurmodellen. Kleurenschijf R. Rood Y. Geel G. Groen C. Cyaan B. Blauw M. Magenta U kunt bijvoorbeeld de hoeveelheid van een kleur in een afbeelding verkleinen door de hoeveelheid van de tegenoverliggende kleur op de kleurenschijf te vergroten, en omgekeerd. Kleuren die zich tegenover elkaar bevinden in de standaardkleurenschijf worden complementaire kleuren genoemd.
HSB-kleurmodel H. Kleurtoon S. Verzadiging B.
Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen Overzicht van deelvenster Kleur Een kleur selecteren in het deelvenster Kleur Een kleur selecteren in het deelvenster Stalen Overzicht van deelvenster Kleur Naar boven In het deelvenster Kleur (Venster > Kleur) worden de kleurwaarden weergegeven van de op dat moment actieve voor- en achtergrondkleur.
In het deelvenster Stalen (Venster > Stalen) vindt u de kleuren die u vaak gebruikt. U kunt kleuren toevoegen aan en verwijderen uit het deelvenster, of verschillende kleurenbibliotheken laten weergeven voor verschillende projecten. Als u een voorgrondkleur wilt kiezen, klikt u op de gewenste kleur in het deelvenster Stalen. Als u een achtergrondkleur wilt kiezen, klikt u op een kleur in het deelvenster Stalen terwijl u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt houdt.
Kleuren kiezen Informatie over voorgrondkleuren en achtergrondkleuren Een kleur kiezen in de gereedschapset Kleuren kiezen met het pipet Overzicht van de Adobe Kleurkiezer Een kleur kiezen met de Adobe Kleurkiezer Een kleur kiezen tijdens het tekenen Webveilige kleuren kiezen Een CMYK-equivalent voor een niet-afdrukbare kleur kiezen Een steunkleur kiezen Informatie over voorgrondkleuren en achtergrondkleuren Naar boven Photoshop gebruikt de voorgrondkleur voor het tekenen, vullen en omlijnen van selectie
Een voorgrondkleur selecteren met het gereedschap Pipet A. Monster van een punt B. Gemiddeld monster van 5 bij 5 3. Kies een van de volgende mogelijkheden in het menu Monster: Alle lagen Neemt een kleurmonster uit alle lagen in het document. Huidige laag Neemt een kleurmonster uit de momenteel actieve laag. 4. Selecteer Testring tonen om rond het pipet een ring te tekenen waarin een voorvertoning van de monsterkleur boven de huidige voorgrondkleur wordt weergegeven. (Voor deze optie is OpenGL vereist.
A. Gekozen kleur B. Oorspronkelijke kleur C. Aangepaste kleur D. Waarschuwingspictogram voor kleuren buiten de kleuromvang E. Waarschuwingspictogram voor kleuren die niet webveilig zijn F. Alleen webveilige kleuren weergeven G. Kleurveld. H. Kleurregelaar I. Kleurwaarden Als u een kleur selecteert in de Adobe Kleurkiezer, worden tegelijkertijd de numerieke waarden weergegeven voor HSB, RGB, Lab, CMYK en hexadecimale cijfers. Zo kunt u zien hoe de verschillende kleurmodellen een kleur beschrijven.
U kunt een kleur kiezen door de componentwaarden van de kleur op te geven als een percentage cyaan, magenta, geel en zwart. In de Adobe Kleurkiezer voert u percentagewaarden in voor C, M, Y en K of gebruikt u de schuifregelaar en het kleurveld om een kleur te kiezen. Een kleur kiezen door een hexadecimale waarde op te geven U kunt een kleur kiezen door een hexadecimale waarde op te geven waarmee de R-, G- en B-componenten in een kleur worden bepaald.
Een webveilige kleur kiezen met behulp van het deelvenster Kleur 1. Klik op de tab voor het deelvenster Kleur of selecteer Venster > Kleur om het deelvenster Kleur te openen. 2. Kies een van de opties voor het selecteren van webveilige kleuren: Kies Webbeveiliging instellen in het menu van het deelvenster Kleur. Als deze optie is ingeschakeld, is elke kleur die u kiest webveilig. Kies Webkleuren in het menu van het deelvenster Kleur.
gedrukte voorbeelden van Toyo-kleuren is verkrijgbaar bij drukkers en speciaalzaken. Neem voor meer informatie contact op met Toyo Ink Manufacturing Co., Ltd., in Tokio, Japan. TRUMATCH Dit systeem biedt een betrouwbare methode van CMYK-kleurafstemming via meer dan 2.000 realiseerbare, door de computer gegenereerde kleuren. Trumatch-kleuren dekken het zichtbare spectrum van de CMYK-kleuromvang in gelijkmatige stappen.
Overvloeimodi Beschrijvingen van de overvloeimodi Voorbeelden van overvloeimodi De overvloeimodus die u in de optiebalk instelt, bepaalt hoe de pixels in een afbeelding reageren op een teken- of bewerkgereedschap. U kunt zich het effect van een overvloeimodus het beste voorstellen aan de hand van een aantal kleuren: De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding. De werkkleur is de kleur die met het teken- of bewerkgereedschap wordt aangebracht.
de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Bleken. U kunt op deze manier hooglichten aan de afbeelding toevoegen. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Vermenigvuldigen. U kunt op deze manier bepaalde gedeelten van de afbeelding extra schaduw geven.
Achter Wissen Donkerder Vermenigvuldigen Kleur doordrukken Lineair doordrukken Lichter Raster Kleur tegenhouden Lineair tegenhouden (toevoegen) Bedekken Zwak licht Fel licht Levendig licht Lineair licht Puntlicht Harde mix Verschil Uitsluiting Aftrekken Verdelen Kleurtoon Verzadiging Kleur Lichtsterkte, 80% dekking Lichtere kleur Donkerdere kleur
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling Naar boven U kunt voorwaarden opgeven voor een moduswijziging zodat het omzetten kan worden uitgevoerd tijdens een handeling. Dit is een reeks opdrachten die achtereenvolgens worden uitgevoerd op één bestand of een groep (batch) bestanden.
Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG Opmerking: Deze functie is geïntroduceerd in de Creative Cloud-versie voor Photoshop CS6. U kunt alle kleuren die zijn opgegeven in een HTML-, CSS- of SVG-document toevoegen aan het deelvenster Stalen. Als een kleurwaarde in een document wordt herhaald, wordt slechts één instantie van de kleur toegevoegd. Er worden geen duplicaten toegevoegd.
HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range) Informatie over afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range, oftewel HDR-afbeeldingen) Foto's nemen voor HDR-afbeeldingen Functies die ondersteuning bieden voor HDR-afbeeldingen met 32 bits per kanaal Afbeeldingen samenvoegen tot HDR Het weergegeven dynamische bereik voor HDR-afbeeldingen van 32 bits aanpassen Informatie over de HDR Kleurkiezer Tekenen op HDR-afbeeldingen Informatie over afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range,
Foto's nemen voor HDR-afbeeldingen Naar boven Denk aan de volgende tips bij het maken van foto's die u wilt combineren met de opdracht Samenvoegen tot HDR Pro: Plaats de camera op een statief. Maak voldoende foto's om het volledige dynamische bereik van de scène te bestrijken. Neem ten minste vijf tot zeven foto's of wellicht nog meer, afhankelijk van het dynamische bereik van de scène. Neem minimaal drie foto's. Pas verschillende sluitertijden toe om andere belichtingen te realiseren.
Videoles: de beste nieuwe functie in CS5: HDR Pro Deke McClelland Zet levendige afbeeldingskleuren om in surrealistische kleuren. Boekfragment: ghosting verwijderen uit HDR-beelden Scott Kelby Elimineer vervaging veroorzaakt door bewegende objecten in een scène. Boekfragment: HDR-beelden maken op basis van belichtings-bracketing Conrad Chavez Doorloop het HDR-proces van camera tot computer. Videoles: de verbeteringen in HDR Pro ontdekken Jan Kabili Bekijk een overzicht van alle nieuwe functies. 1.
De kleurtooncurve en het histogram aanpassen met de optie Hoek A. Een punt invoegen en de optie Hoek selecteren. B. Als u het nieuwe punt aanpast, maakt u de curve gehoekt op het punt waar de optie Hoek is gebruikt. Histogram egaliseren Hiermee wordt het dynamische bereik van de HDR-afbeelding gecomprimeerd, terwijl tegelijkertijd getracht wordt enig contrast te behouden. Er zijn geen verdere aanpassingen nodig; deze methode verloopt automatisch.
Als u de resultaatwaarden voor de 32-bits voorvertoning in het deelvenster Info wilt bekijken, klikt u op het pipet in het deelvenster Info en kiest u de optie 32 bits in het pop-upmenu. 1. Open een HDR-afbeelding met 32 bits per kanaal in Photoshop en kies Weergave > Opties 32-bits voorvertoning. 2. In het dialoogvenster Opties 32-bits voorvertoning kiest u een optie in het menu Methode: Belichting en gamma Hiermee past u de helderheid en het contrast aan.
Kleuren kiezen voor HDR-afbeeldingen Het onderste gedeelte van de HDR Kleurkiezer werkt precies zo als de gewone kleurkiezer voor afbeeldingen met 8 of 16 bits. Klik in het kleurveld om een kleur te selecteren en verplaats de schuifregelaar om de kleurtoon te wijzigen. U kunt numerieke waarden voor een bepaalde kleur invoeren in de velden HSB of RGB. De helderheid neemt van onder naar boven toe in het kleurveld en de verzadiging neemt toe van links naar rechts.
;
Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi Een Een Een Een Een afbeelding omzetten in een andere kleurmodus afbeelding omzetten in de bitmapmodus kleurenfoto omzetten in de grijswaardenmodus afbeelding in de bitmapmodus omzetten in grijswaardenmodus grijswaarden- of RGB-afbeelding omzetten in geïndexeerde kleur Een afbeelding omzetten in een andere kleurmodus Naar boven U kunt een afbeelding van de oorspronkelijke modus (de bronmodus) omzetten in een andere modus (de doelmodus).
zich door de gehele afbeelding, zodat een korrelige structuur ontstaat, zoals op een zwart-witfoto. Raster Met Raster kunt u halftoonstippen nabootsen in de omgezette afbeelding. Geef waarden op in het dialoogvenster Raster: Geef bij Frequentie een waarde op voor de schermfrequentie en kies een maateenheid. Toegestane waarden zijn 1.000 tot 999.999 voor lijnen per inch en 0,400 tot 400.00 voor lijnen per centimeter. U kunt decimalen invoeren.
Met de verhoudingsfactor kunt u afbeeldingen verkleinen. Als u bijvoorbeeld een grijswaardenafbeelding 50% wilt verkleinen, geeft u 2 op als verhoudingsfactor. Als u een getal invoert dat groter is dan 1, wordt van meerdere pixels in de afbeelding in de bitmapmodus het gemiddelde genomen en worden ze omgezet in één pixel in de grijswaardenafbeelding. Met dit proces kunt u meerdere grijstinten genereren voor een afbeelding die is gescand met een 1-bitsscanner.
Vorige Hierbij wordt het aangepaste palet van de vorige omzetting gebruikt. Hierdoor kunt u gemakkelijk verschillende afbeeldingen omzetten met hetzelfde aangepaste palet. Aantal kleuren Voor de paletten Uniform, Perceptueel, Selectief en Adaptief kunt u het aantal kleuren dat u wilt weergeven exact opgeven (maximaal 256) door voor Kleuren een waarde in te voeren. Met het tekstvak Kleuren bepaalt u alleen hoe de geïndexeerde-kleurentabel wordt gemaakt.
Werken met kleurbeheer Waarom kleuren soms niet overeenkomen Wat is een kleurbeheersysteem? Hebt u kleurbeheer nodig? Een weergaveomgeving instellen voor kleurbeheer Met een kleurbeheersysteem worden kleurverschillen tussen apparaten afgestemd, zodat u vrij zeker weet welke kleuren uiteindelijk door het systeem worden geproduceerd.
intents of omzettingsmethoden, zodat u de juiste methode op een bepaald grafisch element kunt toepassen. Een kleuromzettingsmethode waarmee correcte verhoudingen tussen de kleuren in een foto van dieren in het wild behouden blijven, leidt bijvoorbeeld wellicht tot wijzigingen in de kleuren van een logo met effen kleuren. Opmerking: Verwar kleurbeheer niet met kleurcorrectie. Een kleurbeheersysteem corrigeert geen afbeeldingen die zijn opgeslagen met toon- of kleurbalansproblemen.
Lagen Lagen 101 Infinite Skills (9 augustus 2012) videozelfstudie Inleiding tot lagen en het deelvenster Lagen Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Basisbegrippen voor lagen Wat zijn lagen? Overzicht van het venster Lagen Achtergrondlagen omzetten Lagen dupliceren Kleurmonsters nemen uit alle zichtbare lagen Transparantievoorkeuren wijzigen Adobe raadt aan De tien meeste tijd besparende verbeteringen op gebied van lagen in Photoshop CS6 Julieanne Kost Adobe Digital Imaging-expert Julieanne Kost vertelt wat volgens haar de tien beste verbeteringen zijn in het deelvenster Lagen in Photoshop CS6.
(schalen, schuintrekken of de vorm ervan veranderen) zonder de afbeeldingspixels zelf te bewerken. U kunt het slimme object ook als een afzonderlijke afbeelding bewerken, zelfs nadat u het in een Photoshop-afbeelding hebt geplaatst. Slimme objecten kunnen bovendien slimmefiltereffecten bevatten. Daarmee kunt u filters op niet-destructieve wijze toepassen op afbeeldingen, zodat u het filtereffect later kunt aanpassen of verwijderen. Zie Niet-destructieve bewerkingen.
Naar boven Achtergrondlagen omzetten Wanneer u een nieuwe afbeelding maakt met een witte of gekleurde achtergrond, wordt de onderste laag in het deelvenster Lagen de achtergrond genoemd. Een afbeelding kan slechts één achtergrondlaag hebben. U kunt de plaats van de achtergrondlaag in de stapelvolgorde niet wijzigen. Ook de overvloeimodus en dekking van de achtergrond kunnen niet worden aangepast. U kunt een achtergrond echter wel omzetten in een gewone laag en dan een van deze kenmerken wijzigen.
Kleurmonsters nemen uit alle zichtbare lagen Bij het standaardgedrag van de gereedschappen Mixerpenseel, Toverstaf, Natte vinger, Vervagen, Verscherpen, Emmertje, Kloonstempel en Retoucheerpenseel worden alleen kleurmonsters genomen van de pixels in de actieve laag. Dit houdt dat u in één laag kunt uitsmeren of pixelmonsters nemen. Als u pixels uit alle zichtbare lagen wilt uitsmeren of daarvan monsters wilt nemen, selecteert u Monster nemen van alle lagen op de optiebalk.
Afbeeldingselementen genereren op basis van lagen | Photoshop CC Afbeeldingselementen genereren op basis van lagen of laaggroepen Een praktijkvoorbeeld voor webontwerp Parameters voor kwaliteit en grootte opgeven Het genereren van afbeeldingselementen uitschakelen voor alle documenten Veelgestelde vragen U kunt JPEG-, PNG- of GIF-afbeeldingselementen genereren op basis van de inhoud van een laag of laaggroep in een PSD-bestand.
Afbeeldingselementen worden gegenereerd op basis van de namen van lagen of laaggroepen Het genereren van afbeeldingselementen is ingeschakeld voor het huidige document. Als deze functie eenmaal is ingeschakeld, blijft deze steeds actief wanneer u het document weer opent. Ga naar Bestand > Genereren > Afbeeldingselementen om het genereren van afbeeldingselementen uit te schakelen voor het huidige document.
Wijzig de namen van de desbetreffende lagen/laaggroepen Opmerking: Er wordt één afbeeldingselement gegenereerd op basis van de inhoud van een laag of laaggroep. De laaggroep AdventureCo Logo in de bovenstaande illustratie bevat bijvoorbeeld een vormlaag en een actieve tekstlaag. Deze lagen worden samengevoegd wanneer een afbeeldingselement wordt gemaakt op basis van de laaggroep. Photoshop genereert de elementen en slaat deze op dezelfde locatie op als het PSD-bronbestand.
de naam van het element. De afbeelding wordt dienovereenkomstig geschaald. Bijvoorbeeld: 42% Ellipse_4.png 300mm x 20cm Rounded_rectangle_3.png 10in x 50cm Rounded_rectangle_3.png Opmerking: vergeet niet een spatie te plaatsen tussen het voorvoegsel en de naam van het element. Als u de grootte in pixels opgeeft, kunt u de eenheid weglaten. Bijvoorbeeld 300 x 200.
Tenzij pixelgegevens specifiek zijn uitgemaskerd, maken alle pixelgegevens in een laag deel uit van het gegenereerde element. Lagen of laaggroepen die aflopen buiten het canvas zijn volledig zichtbaar in het gegenereerde element. Is een komma het enige toegestane scheidingsteken tussen de namen van afbeeldingselementen? U kunt niet alleen een komma (,), maar ook het plus-teken (+) gebruiken als scheidingsteken tussen namen van afbeeldingselementen. Bijvoorbeeld: 42% Rounded_rectangle_1.
Slimme objecten maken | CC, CS6 Inzicht krijgen in slimme objecten Ingesloten slimme objecten maken | CC, CS6 Gekoppelde slimme objecten maken | Photoshop CC Een ingesloten slim object dupliceren De inhoud van een slim object bewerken De inhoud van een slim object vervangen Een ingesloten of gekoppeld slim object omzetten in een laag De inhoud van een ingesloten slim object exporteren Inzicht krijgen in slimme objecten Naar boven Slimme objecten zijn lagen met afbeeldingsgegevens uit raster- of vectorafb
(Photoshop CC) Een gekoppeld slim object in het deelvenster Lagen Naar boven Ingesloten slimme objecten maken | CC, CS6 U kunt op verschillende manieren ingesloten slimme objecten maken: met de opdracht Openen als slim object, door een bestand te plaatsen (CS6), door een ingesloten bestand te plaatsen (CC, CS6), door gegevens te plakken uit Illustrator of door een of meer Photoshop-lagen om te zetten in slimme objecten.
Gekoppelde slimme objecten met ontbrekende externe bronbestanden worden gemarkeerd in het deelvenster Lagen U kunt alle gekoppelde slimme objecten in het actieve Photoshop-document bijwerken door Laag > Slimme objecten > Alle gewijzigde inhoud bijwerken te kiezen. Gekoppelde slimme objecten insluiten Voer een van de volgende handelingen uit: Klik met de rechtermuisknop op een laag met een gekoppeld slim object in het deelvenster Lagen en selecteer Gekoppelde insluiten.
Als u een slim object omzet in een normale laag, wordt de inhoud met de huidige afmetingen omgezet in pixels. Zet een slim object alleen om in een standaardlaag als u de slimme-objectgegevens niet meer wilt bewerken. U kunt transformaties, verdraaiingen en filters die u op een slim object het toegepast niet meer bewerken als u het slimme object hebt omgezet in pixels. Selecteer het slimme object en kies Laag > Slimme objecten > Lagen omzetten in pixels.
Lagen beheren De naam van een laag of groep wijzigen Een kleur toewijzen aan een laag of groep Lagen omzetten in pixels Een laag of een groep verwijderen Lagen exporteren Lagen samenvoegen De naam van een laag of groep wijzigen Naar boven Wanneer u lagen aan een afbeelding toevoegt, is het handig om deze een naam te geven die overeenstemt met de inhoud ervan. Met omschrijvende namen kunt u lagen in het deelvenster gemakkelijker herkennen.
Naar boven Een laag of een groep verwijderen Als u de lagen verwijdert die u niet meer nodig hebt, verkleint u de grootte van het afbeeldingsbestand. Kies Bestand > Scripts > Alle lege lagen verwijderen als u snel lege lagen wilt verwijderen. 1. Selecteer een of meer lagen of groepen in het deelvenster Lagen. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Als u met een bevestigingsbericht wilt verwijderen, klikt u op het pictogram Verwijderen .
1. Selecteer meerdere lagen. 2. Druk op Ctrl+Alt+E (Windows) of Command+Option+E (Mac OS). Alle zichtbare lagen stempelen 1. Schakel de zichtbaarheid in voor alle lagen die u wilt samenvoegen. 2. Druk op Shift+Ctrl+Alt+E (Windows) of Shift+Command+Option+E (Mac OS). Photoshop maakt een nieuwe laag met de samengevoegde inhoud. Alle lagen afvlakken U kunt alle zichtbare lagen in één laag samenvoegen in de achtergrond, waarbij de verborgen lagen worden verwijderd.
Lagen selecteren, groeperen en koppelen Lagen selecteren Lagen groeperen en koppelen Laagranden en handgrepen tonen Naar boven Lagen selecteren U kunt een of meerdere lagen selecteren om te bewerken. Voor sommige handelingen, zoals tekenen of het maken van kleur- en toonaanpassingen, kunt u slechts in één laag tegelijk werken. Een afzonderlijk geselecteerde laag wordt de actieve laag genoemd. De naam van de actieve laag verschijnt in de titelbalk van het documentvenster.
Naar boven Lagen groeperen en koppelen Lagen groeperen en degroeperen 1. Meerdere lagen selecteren in het deelvenster Lagen. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Laag > Lagen groeperen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u lagen naar het mappictogram lagen te groeperen. onder in het deelvenster Lagen sleept om de 3. Als u de lagen wilt degroeperen, selecteert u de groep en kiest u Laag > Lagen degroeperen.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
CSS kopiëren uit lagen | CC, CS6 CSS kopiëren genereert trapsgewijze stijlpagina-eigenschappen (CSS-eigenschappen) uit vorm- of tekstlagen. De trapsgewijze stijlpagina wordt gekopieerd naar het klembord en kan in een stijlpagina worden geplakt.
Niet-destructieve bewerkingen Technieken voor niet-destructieve bewerkingen Technieken voor niet-destructieve bewerkingen Naar boven U kunt niet-destructieve bewerkingen aanbrengen, dat wil zeggen bewerkingen waarbij de oorspronkelijke afbeeldingsgegevens niet worden overschreven. De oorspronkelijke afbeelding blijft dus behouden voor het geval u deze nodig hebt.
Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen De stapelvolgorde van lagen en groepen wijzigen De inhoud van lagen verplaatsen Een laag roteren Lagen vergrendelen Naar boven De stapelvolgorde van lagen en groepen wijzigen Voer een van de volgende handelingen uit: Sleep de laag of de groep in het deelvenster Lagen omhoog of omlaag. Laat de muisknop los als de markeringslijn zich op de positie bevindt waar u de laag of de groep wilt plaatsen.
massief als de laag volledig is vergrendeld en hol als de laag gedeeltelijk is vergrendeld. Alle eigenschappen van een laag of groep vergrendelen 1. Selecteer een laag of groep. in het deelvenster Lagen. 2. Klik op de optie Alles vergrendelen Opmerking: Naast lagen in een vergrendelde groep wordt een grijs vergrendelingspictogram weergegeven. Een laag gedeeltelijk vergrendelen 1. Selecteer een laag. 2. Klik in het deelvenster Lagen op een of meer vergrendelingsopties.
Laagdekking en overvloeien De algemene dekking en de opvuldekking voor geselecteerde lagen opgeven Een modus voor overvloeien opgeven voor een laag of een groep Overvloeieffecten groeperen Kanalen uitsluiten bij het overvloeien Een toonbereik opgeven voor het overvloeien van lagen Nieuwe lagen opvullen met een neutrale kleur Adobe raadt aan Hebt u een lesbestand dat u wilt delen? Overvloeimodi 101 Andy Anderson De overvloeimodi bepalen hoe de pixels in een laag overvloeien met de pixels in onderliggende
Overvloeieffecten groeperen Naar boven Standaard vloeien de lagen in een uitknipmasker over met de onderliggende lagen op basis van de overvloeimodus van de onderste laag in de groep. U kunt echter de overvloeimodus van de onderste laag ook uitsluitend op de onderste laag toepassen, zodat u de oorspronkelijke overvloeimodus en de oorspronkelijke vormgeving van de uitkniplagen kunt behouden. (Zie Lagen maskeren met uitknipmaskers.
afbeelding alleen het groene en het blauwe kanaal worden beïnvloed. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op een miniatuur van een laag. Kies Laag > Laagstijl > Opties voor overvloeien. Kies Opties voor overvloeien via het pictogram Laagstijl toevoegen onder in het deelvenster Lagen.
Laageffecten en laagstijlen Informatie over laageffecten en laagstijlen Vooraf gedefinieerde stijlen toepassen Overzicht van het dialoogvenster Laagstijl Een aangepaste laagstijl toepassen of bewerken Laagstijlopties Laageffecten aanpassen met contouren Een globale belichtingshoek instellen voor alle lagen Laagstijlen weergeven of verbergen Laagstijlen kopiëren Een laageffect schalen Laageffecten verwijderen Een laagstijl omzetten in afbeeldingslagen Vooraf gedefinieerde stijlen maken en beheren Informatie
toevoegen aan de kenmerken van de actieve stijl. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik in het deelvenster Stijlen op de stijl die u op de geselecteerde lagen wilt toepassen. Sleep een stijl van het deelvenster Stijlen naar een laag in het deelvenster Lagen. Sleep een stijl van het deelvenster Stijlen naar het documentvenster en laat de muisknop los zodra de aanwijzer zich boven de laaginhoud bevindt waarop u de stijl wilt toepassen.
1. Selecteer één laag in het deelvenster Lagen. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op de laag, maar niet op de laagnaam of de miniatuur. Klik op de knop Laagstijl toevoegen onder aan het deelvenster Lagen en kies een effect in de lijst. Kies een effect in het submenu Laag > Laagstijl. Als u een bestaande stijl wilt bewerken, dubbelklikt u op een effect dat onder de laagnaam in het deelvenster Lagen wordt weergegeven.
Laag neemt slagschaduw uit Met deze optie bepaalt u de zichtbaarheid van een slagschaduw opeen halfdoorzichtige laag. Ruis Met deze optie geeft u het aantal willekeurige elementen op in de dekking van een gloed of een schaduw. Geef een waarde op of sleep de schuifregelaar. Dekking Met deze optie geeft u een dekking voor een laageffect op. Geef een waarde op of sleep de schuifregelaar. Patroon Met deze optie geeft u een patroon voor een laageffect op. Klik op het pop-updeelvenster en kies een patroon.
Een aangepaste contour maken 1. Selecteer het effect Slagschaduw, Schaduw binnen, Gloed binnen, Gloed buiten, Schuine kant en reliëf, Contour of Satijn in het dialoogvenster Laagstijl. 2. Klik op de contourminiatuur in het dialoogvenster Laagstijl. 3. Klik op de contour om punten toe te voegen en sleep om de contour aan te passen. U kunt ook waarden opgeven bij Invoer en Uitvoer. 4. Als u een scherpe hoek in plaats van een vloeiende curve wilt maken, selecteert u een punt en klikt u op Hoek. 5.
laageffect te dupliceren of sleep de effectenbalk van de ene laag naar een andere om de laagstijl te dupliceren. Sleep een of meer laageffecten van het deelvenster Lagen naar de afbeelding om de resulterende laagstijl toe te passen op de bovenste laag in het deelvenster Lagen die pixels bevat op de positie waar de stijl wordt neergezet. Naar boven Een laageffect schalen Een laagstijl is mogelijk speciaal afgestemd voor een doelresolutie en kenmerken met een bepaalde grootte.
3. Geef een naam op voor de vooraf gedefinieerde stijl, stel de gewenste stijlopties in en klik op OK. De naam van een vooraf gedefinieerde stijl wijzigen Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik in het deelvenster Stijlen op een stijl. Als het deelvenster Stijlen is ingesteld om stijlen als miniaturen weer te geven, voert u in het dialoogvenster een nieuwe naam in en klikt u op OK.
Laagsamenstellingen Informatie over laagsamenstellingen Een laagsamenstelling maken Laagsamenstellingen toepassen en weergeven Een laagsamenstelling wijzigen en bijwerken Waarschuwingen voor laagsamenstellingen wissen Een laagsamenstelling verwijderen Laagsamenstellingen exporteren Informatie over laagsamenstellingen Naar boven Ontwerpers maken vaak meerdere composities van een paginalay-out om deze aan hun klanten te laten zien.
Naar boven Laagsamenstellingen toepassen en weergeven Voer in het deelvenster Laagsamenstelling een van de volgende handelingen uit: Als u een laagsamenstelling wilt weergeven, moet u deze eerst toepassen. Klik op het pictogram Laagsamenstelling toepassen geselecteerde samenstelling. naast een Met de knoppen Vorige en Volgende onder aan het deelvenster doorloopt u een weergave van alle laagsamenstellingen. (Als u specifieke samenstellingen wilt doorlopen, moet u deze samenstellingen eerst selecteren.
Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken Uitnemen Uitnemen Naar boven Met de opties voor uitnemen kunt u opgeven welke lagen worden ‘geperforeerd’ om de inhoud van andere lagen zichtbaar te maken. U kunt bijvoorbeeld met een tekstlaag een kleuraanpassingslaag uitnemen om een gedeelte van de afbeelding met de oorspronkelijke kleuren te laten zien.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Lagen en groepen maken en beheren Lagen en groepen maken Lagen en groepen weergeven binnen een groep Een laag, groep of stijl tonen of verbergen Lagen en groepen maken Naar boven Een nieuwe laag verschijnt boven de geselecteerde laag of binnen de geselecteerde groep in het deelvenster Lagen. Een nieuwe laag of groep maken 1.
Kies Laag > Nieuw > Laag via knippen om de selectie te knippen en op een nieuwe laag te plakken. Opmerking: U dient slimme objecten of vormlagen om te zetten in pixels om deze opdrachten te kunnen gebruiken. Lagen en groepen weergeven binnen een groep Naar boven Voer een van de volgende handelingen uit om de groep te openen: Klik op het driehoekje links naast het mappictogram . Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Command (Mac OS) ingedrukt en klik op het driehoekje links van het mappictogram.
Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen Lagen automatisch overvloeien Naar boven Lagen automatisch overvloeien Gebruik Lagen automatisch overvloeien om afbeeldingen in de uiteindelijke afbeelding via naadloze overgangen te combineren of aan elkaar te plakken. Er worden dan waar nodig laagmaskers op iedere laag toegepast om over- of onderbelichte gebieden en verschillen in de inhoud te maskeren.
Overvloeimodi Beschrijvingen van de overvloeimodi Voorbeelden van overvloeimodi De overvloeimodus die u in de optiebalk instelt, bepaalt hoe de pixels in een afbeelding reageren op een teken- of bewerkgereedschap. U kunt zich het effect van een overvloeimodus het beste voorstellen aan de hand van een aantal kleuren: De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding. De werkkleur is de kleur die met het teken- of bewerkgereedschap wordt aangebracht.
de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Bleken. U kunt op deze manier hooglichten aan de afbeelding toevoegen. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Vermenigvuldigen. U kunt op deze manier bepaalde gedeelten van de afbeelding extra schaduw geven.
Achter Wissen Donkerder Vermenigvuldigen Kleur doordrukken Lineair doordrukken Lichter Raster Kleur tegenhouden Lineair tegenhouden (toevoegen) Bedekken Zwak licht Fel licht Levendig licht Lineair licht Puntlicht Harde mix Verschil Uitsluiting Aftrekken Verdelen Kleurtoon Verzadiging Kleur Lichtsterkte, 80% dekking Lichtere kleur Donkerdere kleur
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Slimme filters toepassen Informatie over slimme filters Een slim filter toepassen Een slim filter bewerken Slimme filters verbergen Slimme filters opnieuw rangschikken, dupliceren of verwijderen Maskers voor slimme filters Naar boven Informatie over slimme filters Alle filters die op een slim object worden toegepast, zijn slimme filters. Slimme filters worden in het deelvenster Lagen weergegeven onder de laag met het slimme object waarop ze zijn toegepast.
Nadat u een slim filter hebt toegepast, kunt u dat (of een volledige groep met slimme filters) slepen naar een andere laag met een slim object in het deelvenster Lagen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep de slimme filters. U kunt slimme filters niet naar standaardlagen slepen. Naar boven Een slim filter bewerken Als een slim filter bewerkbare instellingen bevat, kunt u het op ieder gewenst moment bewerken. U kunt ook overvloeiopties voor slimme filters bewerken.
Filtermaskers functioneren eigenlijk precies zo als laagmaskers en kunt min of meer dezelfde technieken gebruiken voor beide typen maskers. Net als laagmaskers worden filtermaskers als alfakanalen opgeslagen in het deelvenster Kanalen en de grenzen van de maskers kunnen als een selectie worden geladen. Ook kunt u tekenen op filtermaskers, net als op laagmaskers. Als u met zwart op gebieden van het filter tekent, worden deze gebieden verborgen.
Na het verwijderen van een filtermasker kunt u een ander masker toevoegen. Als u een leeg masker wilt toevoegen, selecteert u de laag Slim object, en klikt u vervolgens op de knop Filtermasker in het deelvenster Maskers. Als u een op een selectie gebaseerd masker wilt toevoegen, maakt u een selectie en klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Control ingedrukt en klikt u (Mac OS) op de regel Slimme filters in het deelvenster Lagen en kiest u Filtermasker toevoegen.
Lagen uitlijnen Objecten uitlijnen op verschillende lagen Lagen en groepen op evenredige wijze verdelen Afbeeldingslagen automatisch uitlijnen Naar boven Objecten uitlijnen op verschillende lagen U kunt de inhoud van lagen en groepen uitlijnen met behulp van het gereedschap Verplaatsen . (Zie De inhoud van lagen verplaatsen.) 1.
U kunt gedeelten van afbeeldingen met dezelfde achtergrond vervangen of verwijderen. Nadat u de afbeeldingen hebt uitgelijnd, kunt u masker- of overvloei-effecten gebruiken om de verschillende gedeelten van een afbeelding samen te voegen tot één afbeelding. U kunt afbeeldingen met overlappende inhoud samenvoegen. Videoframes die zijn opgenomen tegen een statische achtergrond kunt u omzetten in lagen en vervolgens kunt u inhoud aan meerdere frames tegelijk toevoegen of eruit verwijderen. 1.
Lagen maskeren met vectormaskers Vectormaskers toevoegen en bewerken Een vectormasker is een resolutie-onafhankelijk pad dat de inhoud van de laag uitknipt. U maakt vectormaskers met de pen- of vormgereedschappen. Zie Tekenen voor meer informatie over het gebruik van de pen en vormen. Een vectormasker toevoegen dat de gehele laag toont of verbergt 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag waaraan u het vectormasker wilt toevoegen. 2.
Meer Help-onderwerpen Informatie over maskers en alfakanalen Video over het toepassen van filters De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret Met de opdracht Lagen automatisch uitlijnen in het menu Bewerken kunt u een samengestelde foto maken van twee vrijwel gelijke foto's met enkele ongewenste elementen. Stel bijvoorbeeld dat u een verder perfecte groepsfoto hebt waarin iemand haar ogen dicht heeft. In een andere foto zijn haar ogen echter open. Met Lagen automatisch uitlijnen en laagmaskers kunt u deze twee foto's combineren tot een perfecte foto waaruit de onvolkomenheden zijn verwijderd.
Lagen maskeren Informatie over laag- en vectormaskers Laagmaskers toevoegen Lagen en maskers ontkoppelen Een laagmasker in- en uitschakelen Een laagmasker toepassen of verwijderen Het laagmaskerkanaal selecteren en weergeven De rode kleur of dekking van het laagmasker wijzigen De dekking en randen van een masker aanpassen U kunt een masker toevoegen aan een laag om gedeelten van de laag te verbergen, zodat de onderliggende lagen zichtbaar worden.
Achtergrond getekend met zwart, beschrijvende kaart getekend met grijs, mand getekend met wit Met een vectormasker wordt een vorm met scherpe randen op de laag getekend. Vectormaskers zijn met name handig als u ontwerpelementen met duidelijk gedefinieerde randen wilt toevoegen. Wanneer u een laag met een vectormasker hebt gemaakt, kunt u daar een of meer laagstijlen op toepassen en deze indien nodig bewerken.
te maken dat de selectie verbergt. Kies Laag > Laagmasker > Selectie onthullen of Selectie verbergen. Een masker maken van laagtransparantie Maak een masker op basis van deze gegevens als u laagtransparantie rechtstreeks wilt bewerken. Deze techniek is handig voor video- en 3Dworkflows. 1. Selecteer de laag in het deelvenster Lagen. 2. Kies Laag > Laagmasker > Van transparantie. Photoshop zet transparantie om in een dekkende kleur, verborgen door het zojuist gemaakte masker.
Het laagmaskerkanaal selecteren en weergeven Naar boven U kunt een laagmasker gemakkelijker bewerken wanneer u het grijswaardenmasker alleen of als een rode bedekking op de laag weergeeft. Voer in het deelvenster Lagen een van de volgende handelingen uit: Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de laagmaskerminiatuur om alleen het grijswaardenmasker weer te geven. Als u de lagen opnieuw wilt weergeven, houdt u Alt of Option ingedrukt en klikt u op de laagmaskerminiatuur.
Maskerranden verfijnen 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het masker dat u wilt bewerken. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: (CC, CS6) Klik in het deelvenster Lagen op de miniatuur Masker. Er verschijnt een rand rond de miniatuur. (CS5) Klik in het deelvenster Maskers op de knop Pixelmasker of Vectormasker. 3. Klik op Maskerrand. U kunt maskerranden wijzigen met de opties in het dialoogvenster Masker verfijnen en het masker bekijken tegen verschillende achtergronden.
Lagen met uitknipmaskers tonen Met een uitknipmasker kunt u de inhoud van een laag gebruiken om de bovenliggende lagen te maskeren. Het maskeren wordt bepaald door de inhoud van de onderste laag, de basislaag. De niet-transparante inhoud van de basislaag knipt (onthult) de inhoud van de lagen erboven in het uitknipmasker. Alle andere inhoud in de uitkniplagen wordt uitgefilterd.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid
Laagmaskers bewerken 1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het masker dat u wilt bewerken. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: (CC, CS6) Klik op de miniatuur Masker in het deelvenster Lagen (CS5) Klik op de knop Pixelmasker in het deelvenster Maskers. 3. Selecteer een teken- of bewerkgereedschap. Opmerking: Als het masker actief is, worden de voorgrond- en achtergrondkleur standaard ingesteld op grijswaarden. 4.
Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden De grenzen van een laag of laagmasker laden als selectie U kunt alle niet-transparante gebieden op een laag selecteren of, als er een laagmasker is, alle niet-gemaskerde gebieden. Het selecteren van deze gebieden is handig als u tekst of afbeeldingsinhoud wilt selecteren die wordt omgeven door transparante gebieden of die transparante gebieden bevat of als u een selectie wilt maken waarmee u gemaskerde gebieden op een laag wilt uitsluiten. 1.
Selecteren Een selectie verfijnen Infinite Skills (9 augustus 2012) videozelfstudie Een selectie of maskerrand verfijnen Delen van een foto selecteren video2brain (7 mei 2012) videozelfstudie De bouwstenen voor het bewerken van afbeeldingen ontdekken. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Selecties maken Informatie over het selecteren van pixels Pixels selecteren, deselecteren en opnieuw selecteren Informatie over het selecteren van pixels Naar boven Aan de hand van een selectie isoleert u een of meerdere gedeelten van uw afbeelding. Door bepaalde gebieden te selecteren, kunt u effecten en filters toepassen op gedeelten van de afbeelding, terwijl de gebieden die niet zijn geselecteerd niet worden gewijzigd.
Pixelselecties aanpassen Een selectie verplaatsen, verbergen of omkeren Selecties handmatig aanpassen Een selectie uitbreiden of inperken met een specifiek aantal pixels Een selectie aanbrengen rond een selectiekader Een selectie uitbreiden om er gebieden met dezelfde kleur in op te nemen Restpixels verwijderen uit een op kleur gebaseerde selectie De randen van selecties vloeiend maken De randen van selecties vloeiend maken Randpixels uit een selectie verwijderen Een selectie verplaatsen, verbergen of omke
Naar boven Selecties handmatig aanpassen Met de selectiegereedschappen kunt u bestaande pixelselecties uitbreiden of inperken. Voordat u een selectie handmatig uitbreidt of inperkt, dient u op de optiebalk dezelfde waarden voor doezelen en anti-aliasing in te stellen als voor de oorspronkelijke selectie. Een selectie uitbreiden of een tweede gebied selecteren 1. Maak een selectie. 2.
Oorspronkelijke selectie (links) en na de opdracht Omranden: 5 pixels (rechts) 1. Kies een selectiegereedschap en maak een selectie. 2. Kies Selecteren > Bewerken > Omranden. 3. Voer een waarde in tussen 1 en 200 pixels voor de breedte van het kader van de nieuwe selectie en klik op OK. De nieuwe selectie omlijnt het oorspronkelijk geselecteerde gebied en is gecentreerd op het oorspronkelijke selectiekader.
Weergavemodus Kies in het pop-upmenu een modus om de selectie op een andere manier weer te geven. Voor meer informatie over de verschillende modi plaatst u de aanwijzer boven de desbetreffende modus tot knopinfo wordt weergegeven. Kies Origineel tonen om de originele selectie ter vergelijking weer te geven. Kies Straal tonen om de selectierand weer te geven waarin de randverfijning plaatsvindt.
Een doezelrand definiëren voor een selectiegereedschap 1. Selecteer een van de lasso- of selectiekadergereedschappen. 2. Geef op de optiebalk een waarde op voor Doezelaar. Deze waarde bepaalt de dikte van de doezelrand en kan variëren van 0 tot 250 pixels. Een doezelrand definiëren voor een bestaande selectie 1. Kies Selecteren > Bewerken > Doezelaar. 2. Geef een waarde op voor Doezelstraal en klik op OK.
Een rand uit een selectie verwijderen Kies Laag > Matting > Zwarte rand verwijderen of Laag > Matting > Witte rand verwijderen.
Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen Een selectie verplaatsen Selecties kopiëren Naar een andere toepassing kopiëren Geselecteerde pixels verwijderen Naar boven Een selectie verplaatsen 1. Selecteer het gereedschap Verplaatsen . 2. Plaats de aanwijzer binnen het selectiekader en sleep de selectie naar een nieuwe positie. Als u meerdere gebieden hebt geselecteerd, worden deze bij het slepen allemaal verplaatst.
Wanneer u kopieert naar een andere afbeelding, sleept u de selectie van het actieve afbeeldingsvenster naar het venster van de doelafbeelding. Als u niets hebt geselecteerd, wordt de volledige actieve laag gekopieerd. Terwijl u de selectie naar het andere afbeeldingsvenster sleept, wordt de rand van het venster gemarkeerd zodra u de selectie in het venster kunt neerzetten. Een selectie naar een andere afbeelding slepen Meerdere kopieën van een selectie maken in een afbeelding 1.
De opdracht Plakken in A. Deelvensters geselecteerd B. Gekopieerde afbeelding C. Plakken in, opdracht D. Laagminiaturen en laagmasker in het deelvenster Lagen E. Geplakte verplaatste afbeelding of houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt om het gereedschap Verplaatsen te 4. Selecteer het gereedschap Verplaatsen activeren. Sleep vervolgens de bronselectie tot het gewenste deel ervan zichtbaar is door het masker. 5.
pixels. Paden Hiermee wordt de kopie als pad in het deelvenster Paden geplakt. Als u tekst wilt kopiëren uit Illustrator, moet u de tekst eerst omzetten in contourtekst. Vormlaag Hiermee maakt u een nieuwe vormlaag die het pad als vectormasker gebruikt. Opmerking: Als u illustraties wilt kopiëren uit Adobe Illustrator, kan het zijn dat de standaardvoorkeuren voor het klembord in Illustrator verhinderen dat het dialoogvenster Plakken wordt weergegeven in Photoshop.
Selecties en alfakanaalmaskers opslaan Informatie over maskers en alfakanalen Alfakanaalmaskers maken en bewerken Selecties opslaan en laden Informatie over maskers en alfakanalen Naar boven Wanneer u een deel van een afbeelding selecteert, wordt het gebied dat niet is geselecteerd van een masker voorzien, zodat het tegen bewerking is beschermd. Met maskers kunt u gebieden in een afbeelding isoleren en beschermen terwijl u kleurwijzigingen, filters of andere effecten op de rest van de afbeelding toepast.
Alfakanaalmaskers maken en bewerken U kunt een nieuw alfakanaal maken en vervolgens tekengereedschappen, bewerkgereedschappen en filters gebruiken om een masker te maken van het alfakanaal. U kunt een bestaande selectie in een afbeelding in Photoshop ook opslaan als een alfakanaal dat in het deelvenster Kanalen wordt weergegeven. Zie Selecties opslaan en laden.
U kunt een selectie als een laagmasker gebruiken door de selectie te laden om deze actief te maken en vervolgens een nieuw laagmasker toe te voegen. Een selectie opslaan naar een nieuw kanaal 1. Selecteer het gebied of de gebieden van de afbeelding die u wilt isoleren. onder in het deelvenster Kanalen. Het nieuwe kanaal wordt weergegeven en krijgt een naam 2. Klik op de knop Selectie opslaan gebaseerd op de volgorde waarin het is gemaakt. Een selectie opslaan als een nieuw of bestaand kanaal 1.
Verwijderen uit selectie Hiermee verwijdert u de geladen selectie uit bestaande selecties in de afbeelding. Doorsnede met selectie Hiermee slaat u een selectie op uit de doorsnede van de geladen selectie en bestaande selecties in de afbeelding. U kunt een selectie van de ene naar de andere geopende Photoshop-afbeelding slepen.
Selecties maken met de lasso Selecteren met de lasso Selecteren met de veelhoeklasso Selecteren met de magnetische lasso Naar boven Selecteren met de lasso De lasso is handig om willekeurig gevormde segmenten voor een selectiekader te tekenen. 1. Selecteer de lasso en stel opties voor doezelen en anti-aliasing in op de optiebalk. (Zie De randen van selecties vloeiend maken.) 2.
6. Sluit het selectiekader: Plaats de aanwijzer van de veelhoeklasso op het beginpunt (naast de aanwijzer verschijnt een gesloten cirkel) en klik. Als de aanwijzer niet precies op het beginpunt staat, dubbelklikt u op de aanwijzer van de veelhoeklasso of houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u. 7. (Optioneel) Klik op Rand verfijnen om het selectiekader verder aan te passen. Zie Selectieranden verfijnen.
Met fixeerpunten wordt het selectiekader aan randen verankerd 8. Als u tijdelijk een van de andere lassogereedschappen wilt gebruiken, voert u een van de volgende handelingen uit: De lasso activeren: houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep terwijl u de muisknop ingedrukt houdt. De veelhoeklasso activeren: houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik. 9.
Selecties maken met het selectiekader Met de gereedschappen voor selectiekaders kunt u rechthoeken, ovalen en rijen en kolommen van 1 pixel selecteren. 1. Selecteer een van de volgende selectiekadergereedschappen: Rechthoekig selectiekader Ovaal selectiekader Hiermee maakt u een rechthoekige selectie (of een vierkante selectie als u Shift ingedrukt houdt). Hiermee maakt u een ovaalvormige selectie (of een cirkelvormige selectie als u Shift ingedrukt houdt).
ingedrukt houdt. Vervolgens houdt u de spatiebalk ingedrukt en gaat u door met slepen. Laat de spatiebalk los maar houd de muisknop ingedrukt als u wilt doorgaan met het aanpassen van het selectiekader. Meer Help-onderwerpen Selecties en alfakanaalmaskers opslaan Paden omzetten in selectiekaders Galerie met selectiegereedschappen De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Een object losmaken van de achtergrond De meer effectieve en flexibele opdracht Rand verfijnen gebruiken De verouderde, optionele plug-in Extraheren gebruiken (alleen Windows) Als u een object extraheert, wordt de achtergrond gewist en transparant gemaakt. Pixels aan de rand van het object verliezen op deze manier de kleurcomponenten die uit de achtergrond afkomstig zijn, zodat deze met een nieuwe achtergrond kunnen overvloeien zonder een krans te veroorzaken.
Vloeiend Voer een waarde in voor Vloeiend of sleep de schuifregelaar om de omtrek vloeiender of minder vloeiend weer te geven. U kunt het beste met nul of een kleine waarde beginnen om te voorkomen dat details te veel vervagen. Als de extractie scherpe elementen bevat, kunt u de waarde voor Vloeiend vergroten om deze uit de volgende extractie te verwijderen. Kanaal Kies het alfakanaal in het menu Kanaal om de markering te kunnen baseren op een selectie die in een alfakanaal is opgeslagen.
Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen Kanalen dupliceren Kanalen splitsen in afzonderlijke afbeeldingen Kanalen verenigen Naar boven Kanalen dupliceren U kunt een kanaal kopiëren en het in de huidige afbeelding of in een andere afbeelding gebruiken. Een kanaal dupliceren Wanneer u alfakanalen tussen afbeeldingen dupliceert, moeten de kanalen identieke pixelafmetingen hebben. U kunt een kanaal niet dupliceren naar een afbeelding in de bitmapmodus. 1.
drie afbeeldingen geopend zijn, kunt u ze verenigen in een RGB-afbeelding en als er vier afbeeldingen geopend zijn, kunt u deze verenigen in een CMYK-afbeelding. Wanneer u DCS-bestanden hebt waarin de koppelingen per ongeluk verloren zijn gegaan (en die u dus niet kunt openen, plaatsen of afdrukken), kunt u de kanaalbestanden openen en deze in een CMYK-afbeelding verenigen. Sla het bestand vervolgens opnieuw op als een DCS-EPS-bestand. 1.
Een tijdelijk snelmasker maken Een snelmasker maken en bewerken Snelmaskeropties wijzigen Naar boven Een snelmasker maken en bewerken Als u de Snelmaskermodus wilt gebruiken, begint u met een geselecteerd gebied en maakt u een masker door de selectie uit te breiden of in te perken. U kunt het masker ook helemaal in de Snelmaskermodus maken. Met kleur wordt het onderscheid aangegeven tussen de beschermde en de niet-beschermde gebieden.
Tekenen in de Snelmaskermodus A. Originele selectie en Snelmaskermodus met groene maskerkleur B. Selectie uitbreiden door tekenen met wit in de Snelmaskermodus C. Selectie inperken door tekenen met zwart in de Snelmaskermodus 5. Klik in de gereedschapset op de knop Bewerken in Standaardmodus om het snelmasker uit te schakelen en terug te keren naar de oorspronkelijke afbeelding. Rondom het onbeschermde gebied van het snelmasker is nu een selectiekader zichtbaar.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Kanaalberekeningen Lagen en kanalen overvloeien Kanalen overvloeien met de opdracht Afbeelding toepassen Kanalen overvloeien met de opdracht Berekenen De overvloeimodi Toevoegen en Aftrekken Lagen en kanalen overvloeien Naar boven U kunt de aan lagen gekoppelde overvloei-effecten gebruiken om lagen in één afbeelding of tussen meerdere afbeeldingen te combineren tot nieuwe afbeeldingen.
Opmerking: Als u meer dan één bronafbeelding gebruikt, moeten de afbeeldingen dezelfde pixelafmetingen hebben. 2. Kies Afbeelding> Berekenen. 3. Als u het effect in het documentvenster wilt zien, selecteert u Voorvertoning. 4. Kies de eerste bronafbeelding, de eerste laag en het eerste kanaal. Wanneer u alle lagen in de bronafbeelding wilt gebruiken, selecteert u bij Laag de optie Verenigd. 5. Selecteer Omkeren wanneer u de omgekeerde waarden van de kanaalinhoud wilt gebruiken voor de berekening.
Basisbegrippen voor kanalen Kanalen Overzicht van het deelvenster Kanalen Een kanaal tonen of verbergen Kleurkanalen in kleur tonen Kanalen selecteren en bewerken Alfa- en steunkleurkanalen opnieuw rangschikken en hernoemen Een kanaal verwijderen Kanalen Naar boven Kanalen zijn grijswaardenafbeeldingen waarin verschillende soorten informatie wordt opgeslagen: Er worden automatisch kleurinformatiekanalen gemaakt wanneer u een nieuwe afbeelding opent.
Kanaalminiaturen vergroten, verkleinen of verbergen Kies Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Kanalen. Selecteer een grootte of kies Geen om de weergave van miniaturen uit te schakelen. Met miniaturen kunt u gemakkelijk de inhoud van het kanaal terugvinden. Als u de weergave van miniaturen echter uitschakelt, levert dit vaak betere prestaties op..
een nieuwe naam op. Zie Nieuw steunkleurkanaal maken voor meer informatie. Naar boven Een kanaal verwijderen Het is raadzaam niet langer benodigde steunkleur- of alfakanalen te verwijderen voordat u een afbeelding opslaat. Een afbeelding met complexe alfakanalen neemt aanzienlijk meer schijfruimte in beslag. Selecteer in Photoshop het kanaal in het deelvenster Kanalen en voer een van de volgende handelingen uit: Druk op Alt (Windows) of op Option (Mac OS) en klik op het pictogram Verwijderen .
Snelle selecties maken Selecteren met het gereedschap Snelle selectie Selecteren met de toverstaf Selecteren met het gereedschap Snelle selectie Naar boven Met het gereedschap Snelle selectie kunt u snel een selectie 'tekenen' met gebruik van een aanpasbaar rond penseeluiteinde. Terwijl u sleept, wordt de selectie uitgebreid en worden de gedefinieerde randen in de afbeelding automatisch gevolgd. 1. Selecteer het gereedschap Snelle selectie .
U kunt de toverstaf niet gebruiken voor bitmapafbeeldingen of afbeeldingen met 32 bits per kanaal. 1. Selecteer het gereedschap Toverstaf .) ingedrukt te houden . (Als u het gereedschap niet kunt zien, maakt u het zichtbaar door het gereedschap Snelle selectie 2. Kies een van de selectieopties in de optiebalk. De vorm van de aanwijzer van de toverstaf is afhankelijk van de geselecteerde optie. Selectieopties A. Nieuwe selectie B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D.
Een kleurenreeks selecteren in een afbeelding Een kleurbereik selecteren Expert aan het woord: Huidskleuren aanpassen Instellingen voor huidskleuren opslaan als een voorinstelling | Alleen Creative Cloud Een kleurbereik selecteren Naar boven Met de opdracht Kleurbereik kunt u een bepaalde kleur of een bepaald kleurbereik binnen een bestaande selectie of een volledige afbeelding selecteren. Als u een selectie wilt vervangen, moet u eerst de selectie ongedaan maken voordat u deze opdracht toepast.
Kleurmonsters nemen Als u de selectie wilt aanpassen: Als u kleuren wilt toevoegen, selecteert u het plus-pipet en klikt u in de voorvertoning of de afbeelding. Als u kleuren wilt verwijderen, selecteert u het min-pipet en klikt u in de voorvertoning of de afbeelding. U kunt het plus-pipet tijdelijk activeren door Shift ingedrukt te houden. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt als u het minpipet wilt activeren. 5.
te kiezen om de selecties weer te geven in het documentvenster. 4. Klik op de knop Opslaan en typ in het venster Opslaan een bestandsnaam voor de voorinstelling voor huidskleuren en klik op Opslaan. Een voorinstelling voor huidskleuren laden: 1. Klik in het dialoogvenster Kleurbereik op de knop Laden. 2. Selecteer in het venster Laden het gewenste voorinstellingenbestand en klik op Laden.
Afbeeldingsaanpassingen Automatische kleurcorrecties Kelby (7 mei 2012) videozelfstudie Met één muisklik veelvoorkomende problemen met afbeeldingen oplossen. Aanpassingslagen gebruiken video2brain (7 mei 2012) videozelfstudie Volledige flexibiliteit bij het aanpassen van kleuren en tonen. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Perspectief verdraaien | Photoshop CC Achtergrond Vereiste: de grafische processor inschakelen Perspectief aanpassen Veelgestelde vragen Met Photoshop kunt u het perspectief in afbeeldingen gemakkelijk aanpassen. Deze functie is bijzonder handig voor afbeeldingen met rechte lijnen en platte oppervlakken, bijvoorbeeld afbeeldingen van gebouwen of architectuur. U kunt deze functie ook gebruiken om objecten met verschillende perspectieven samen te voegen tot één afbeelding.
Teken de randen van de vierhoekige elementen ruwweg parallel aan de lijnen in de architectuur. Zoals u in de illustratie kunt zien, kunt u twee vlakken magnetisch op elkaar uitlijnen. Hier ziet u een aantal vlakken die zijn gedefinieerd voor een gebouw. De vlakken manipuleren 1. Schakel vanuit de modus Lay-out over naar de modus Verdraaien. De modus Verdraaien 2.
Het perspectief aanpassen, zodat de twee zijden van het gebouw in gelijke mate worden verkort Houd Shift ingedrukt en klik op een afzonderlijke rand van een vierhoekig element om dit recht te trekken en zo te houden tijdens verdere perspectiefbewerkingen. Deze rechtgetrokken randen worden geel gemarkeerd in de modus Verdraaien. U kunt de hoeken van de vierhoekige elementen (punten) verplaatsen voor een fijnere controle over de perspectiefaanpassing.
De geselecteerde rand wordt rechtgetrokken. De rechtgetrokken rand blijft bovendien behouden tijdens verdere perspectiefbewerkingen. Houd Shift ingedrukt en klik nogmaals op de rand als u het rechttrekken niet wilt behouden.
Verticaal rechttrekken Automatisch verticaal en horizontaal rechttrekken Horizontaal en verticaal rechttrekken 3. Nadat u klaar bent met het aanpassen van het perspectief klikt u op het pictogram Perspectief verdraaien vastleggen ( ).
Ja. Wanneer u verschillende perspectieven in dezelfde afbeelding bewerkt, kunt u: Een bepaald perspectief in een bepaald gedeelte van de afbeelding ongewijzigd laten en het perspectief voor de rest van de afbeelding aanpassen. Dat doet u als volgt: 1. Teken een vierhoekig element om het gedeelte van de afbeelding waarvan u het perspectief wilt behouden. Zorg dat dit vierhoekige element niet magnetisch wordt uitgelijnd op een van de andere vlakken waarvan u het perspectief aanpast. 2.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Vervaging door camerabeweging verminderen | Photoshop CC Video | Het filter voor reductie van camerabeweging gebruiken Afbeeldingen die geschikt zijn voor reductie camerabeweging De automatische functie voor reductie van camerabeweging gebruiken Meerdere bewegingssporen gebruiken voor reductie van camerabeweging Geavanceerde instellingen voor bewegingssporen Photoshop beschikt over een intelligent mechanisme dat automatisch de vervaging reduceert in foto's die met een bewogen camera zijn genomen.
Verschillende gedeelten van de afbeelding kunnen vervagingen van verschillende vormen hebben. Automatische reductie van camerabeweging neemt alleen de bewegingssporen voor het standaardgebied van de afbeelding in overweging dat volgens Photoshop het meest geschikt is voor bewegingsschatting. Als u de afbeelding verder wilt afstemmen, kunt u Photoshop bewegingssporen voor meerdere gebieden laten berekenen en overwegen.
Een bewegingsspoor maken met het gereedschap Bewegingsrichting 1. Selecteer het gereedschap Bewegingsrichting ( ) aan de linkerdeelvenster. 2. Teken een rechte lijn voor de bewegingsrichting op de afbeelding. 3. Pas indien nodig de Lengte bewegingsspoor en Bewegingsrichting aan. Lengte bewegingsspoor en bewegingsrichting Een bewegingsspoor wijzigen met de Gedetailleerde loep 1.
Een bewegingsspoor dupliceren Sleep een bewegingsspoor over het pictogram Voorgesteld bewegingsspoor toevoegen ( ). Photoshop maakt een kopie van het bewegingsspoor en vergrendelt de tweede kopie. Het is handig om twee kopieën van bewegingssporen te maken om snel Vloeiend maken en Artefactonderdrukking aan te kunnen passen en om een voorvertoning te maken van het effect van uw wijzigingen op de afbeelding. Ga naar Vloeiend maken en Artefactonderdrukking.
Artefactonderdrukking Het is mogelijk dat er tijdens het verscherpen van de afbeelding enkele zichtbare ruisartefacten ontstaan. Voer de volgende stappen uit om deze artefacten te onderdrukken: 1. Selecteer Artefactonderdrukking. Opmerking: Als Artefactonderdrukking niet is ingeschakeld, genereert Photoshop ruwe voorvertoningen. Ruwe voorvertoningen zijn scherper, maar bevatten ook meer ruisartefacten. 2. Gebruik de schuifregelaar voor Artefactonderdrukking om de waarde te verhogen.
De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen | CC, CS6 Video | Verscherpen in Photoshop CC Aanbevelingen voor verscherpen Verscherpen met gebruik van Slim verscherpen Verscherpen met gebruik van Onscherp masker Selectief verscherpen Vage lens toevoegen Afbeeldingsgebieden vervagen Afbeeldingsgebieden verscherpen Aanbevelingen voor verscherpen Naar boven Door de afbeelding scherper te maken verbetert u de scherpte van de randen.
(Photoshop CC) Het dialoogvenster Slim verscherpen 1. Zoom in het documentvenster naar 100% voor een nauwkeurige weergave van de verscherping. 2. Kies Filter > Verscherpen > Slim verscherpen. 3. Stel de instellingen in in de tabbladen voor verscherpen: Hoeveelheid Hiermee stelt u de mate van verscherping in. Met een hogere waarde verhoogt u het contrast tussen de randpixels, waardoor de afbeelding scherper wordt.
Als u een afbeelding te veel verscherpt, ziet u stralenkransen bij de randen. De effecten van het filter Onscherp masker zijn duidelijker op het scherm dan in uitvoer met een hoge resolutie. Als de uiteindelijke uitvoer bestaat uit gedrukt materiaal, experimenteert u om te bepalen wat de beste instellingen zijn voor de afbeelding. 1. (Optioneel) Als de afbeelding uit meerdere lagen bestaat, selecteert u de laag met de afbeelding die u wilt verscherpen.
methode, of probeer deze: Open het deelvenster Kanalen en selecteer het kanaal waarmee de grijswaardenafbeelding met het grootste contrast wordt weergegeven in het documentvenster. Vaak is dit het groene of het rode kanaal. Een kanaal met het grootste contrast selecteren Dupliceer het geselecteerde kanaal. Selecteer het gedupliceerde kanaal en kies Filter > Stileer > Contrastlijn. Kies Afbeelding > Aanpassingen > Negatief om de afbeelding negatief te maken.
afbeelding scherp blijven terwijl andere vaag worden. Met een eenvoudige selectie kunt u bepalen welke gebieden vaag worden. U kunt ook een afzonderlijke dieptetoewijzing voor een alfakanaal maken om exact aan te geven hoeveel vervaging u wilt toevoegen. Bij het filter Vage lens wordt de positie van de pixels in een afbeelding bepaald met de dieptetoewijzing. Als u een dieptetoewijzing hebt geselecteerd, kunt u ook het dradenkruis gebruiken om het beginpunt van een bepaalde vervaging in te stellen.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Kleuraanpassingen begrijpen Voordat u kleuren en tonen aanpast Afbeeldingen corrigeren Overzicht van het deelvenster Aanpassingen Opdrachten voor het aanpassen van de kleuren Een kleuraanpassing aanbrengen Aanpassingsinstellingen opslaan Aanpassingsinstellingen opnieuw toepassen Kleuren corrigeren in de CMYK- en RGB-modus Kleuren die zich buiten de kleuromvang bevinden Voordat u kleuren en tonen aanpast Naar boven Met de krachtige gereedschappen in Photoshop kunt u de kleur en tonaliteit (lichtheid, donk
4. Pas het toonbereik aan, via de aanpassingen voor Curven of Niveaus. De eerste stap bij toonaanpassing bestaat uit het toekennen van waarden aan de extreme hooglicht- en schaduwpixels in de afbeelding, zodat een algeheel toonbereik voor de afbeelding wordt ingesteld. Dit proces wordt het instellen van hooglichten en schaduwen of het instellen van wit- en zwartpunten genoemd.
(CS5) Als u van de aanpassingspictogrammen en voorinstellingen in het deelvenster Aanpassingen terug wilt keren naar de huidige opties voor aanpassingsinstellingen, klikt u op de pijl . Een correctie alleen toepassen op de onderliggende laag 1. In het deelvenster Aanpassingen klikt u op een aanpassingspictogram of kiest u een aanpassing in het deelvenstermenu. In CS5 kunt u ook op een aanpassingsvoorinstelling klikken. 2.
De opdracht Kleur vervangen Hiermee vervangt u bepaalde kleuren in een afbeelding door nieuwe kleurwaarden. Zie De kleur van objecten in een afbeelding vervangen. De opdracht Selectieve kleur Hiermee past u het aantal proceskleuren in de afzonderlijke kleurcomponenten aan. Zie Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen. De opdracht Kanaalmixer Hiermee wijzigt u een kleurkanaal en brengt u kleuraanpassingen aan die niet gemakkelijk met een ander gereedschap voor kleuraanpassing kunnen worden uitgevoerd.
weergegeven in het menu Voorinstellingen. Kies Voorinstelling laden in het menu Voorinstellingsopties om een voorinstelling te laden van een andere locatie die niet wordt weergegeven in het pop-upmenu Voorinstelling. Als u standaard voorinstellingen wilt verwijderen, navigeert u naar de volgende mappen, verwijdert u de voorinstellingen uit de mappen en start u Photoshop opnieuw.
variëren van 1% tot 100%. Oorspronkelijke afbeelding en voorvertoning van kleuren buiten de kleuromvang waarbij blauw is gekozen als kleur voor de kleuromvangwaarschuwing De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Aanpassing Niveaus Overzicht van niveaus Expert aan het woord: De opdracht Niveaus Het toonbereik aanpassen met niveaus Kleuren aanpassen met behulp van niveaus Contrast toevoegen aan een foto met Niveaus Overzicht van niveaus Naar boven Met de aanpassing Niveaus kunt u het toonbereik en de kleurbalans van een afbeelding corrigeren door de intensiteitsniveaus van de schaduwen, middentonen en hooglichten in de afbeelding aan te passen.
Opmerking: Als schaduwen worden uitgeknipt, zijn de pixels zwart, zonder detail. Als hooglichten worden uitgeknipt, zijn de pixels wit, zonder detail. Met de middelste schuifregelaar bij Invoerniveaus past u het gamma in de afbeelding aan. Met deze schuifregelaar wordt de middentoon (niveau 128) verplaatst en worden de intensiteitswaarden van het middelste bereik van grijstonen gewijzigd, zonder dat dit veel invloed heeft op de hooglichten en schaduwen. 1.
automatische opties voor aanpassing, kiest u Automatische opties in het deelvenstermenu Eigenschappen (CC, CS6) of het deelvenstermenu Aanpassingen (CS5) en wijzigt u vervolgens Algoritmen in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie. Over het algemeen moet u gelijke waarden aan kleurcomponenten toewijzen voor een neutrale grijstint. Wijs bijvoorbeeld gelijke waarden voor rood, groen en blauw toe om een neutrale grijstint te produceren in een RGB-afbeelding.
Afbeeldingen voorbereiden voor drukken Doelwaarden voor hooglichten en schaduwen instellen Hooglicht- en schaduwdetails behouden voor afdrukken met het dialoogvenster Niveaus Doelwaarden instellen met de pipetten Naar boven Doelwaarden voor hooglichten en schaduwen instellen Het is noodzakelijk om de waarden voor hooglichten en schaduwen voor een afbeelding toe te wijzen, oftewel de doelwaarden van de afbeelding in te stellen, omdat de meeste uitvoerapparaten (meestal drukpersen) geen details kunnen afdr
afbeelding: Verplaats de aanwijzer in de afbeelding en kijk in het deelvenster Info om de lichtste en donkerste gedeelten te zoeken die u wilt behouden (zodat ze niet worden uitgeknipt tot zuiver zwart of wit). (Zie De kleurwaarden van een afbeelding bekijken.) Sleep de aanwijzer in de afbeelding en kijk naar Curven in het deelvenster Aanpassingen (CS5) of Eigenschappen (CS6) om de lichtste en donkerste punten te vinden die u wilt behouden.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Histogrammen en pixelwaarden bekijken Informatie over histogrammen Overzicht van deelvenster Histogram Een histogram van een document met meerdere lagen bekijken Een voorvertoning van de aanpassingen in het histogram bekijken De weergave van een histogram vernieuwen De kleurwaarden van een afbeelding bekijken Kleurinformatie bekijken terwijl u de kleur aanpast Kleurenpipetten aanpassen Informatie over histogrammen Naar boven Door het aantal pixels op de verschillende kleurintensiteitsniveaus uit te zette
Het deelvenster Histogram (Uitgebreide weergave) A. Het menu Kanaal B. Deelvenstermenu C. De knop Buiten cache vernieuwen D. Het pictogram Waarschuwing: gegevens uit cache E. Statistieken De weergave van het deelvenster Histogram aanpassen Een weergave kiezen in het deelvenstermenu Histogram. Uitgebreide weergave Hiermee wordt het histogram weergegeven met statistieken.
Kies één kanaal om een histogram weer te geven van het kanaal, inclusief kleurkanalen, alfakanalen of steunkleurkanalen. Afhankelijk van de kleurmodus van de afbeelding kiest u RGB, CMYK of Samengesteld om een samengesteld histogram met alle kanalen weer te geven. Als de kleurmodus van de afbeelding RGB of CMYK is, kiest u Lichtsterkte om een histogram weer te geven met de luminantie of intensiteitswaarden van het samengestelde kanaal.
U kunt het effect van willekeurige kleur- en toonaanpassingen in het histogram van tevoren bekijken. Schakel de optie Voorbeeld in een van de dialoogvensters voor kleur- of toonaanpassing in. Als Voorbeeld is geselecteerd, wordt in het deelvenster Histogram weergegeven hoe de aanpassing van invloed is op het histogram. Opmerking: Als u aanpassingen maakt via het deelvenster Aanpassingen, worden wijzigingen automatisch weergegeven in het deelvenster Histogram.
betekent dat u deze herhaaldelijk kunt raadplegen terwijl u werkt, zelfs als u de afbeelding sluit en opnieuw opent. Kleurenpipetten en het deelvenster Info 1. Kies Venster > Info om het deelvenster Info te openen. of Kleurenpipet en kies zonodig op de optiebalk de 2. Selecteer (en gebruik vervolgens Shift + klikken op) het gereedschap Pipet gewenste monstergrootte.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Kleuren op elkaar afstemmen, vervangen en mengen Kleuren afstemmen Kleuren vervangen Kleuren selectief mengen Kleuren afstemmen Naar boven Kleur afstemmen in verschillende afbeeldingen Met de opdracht Kleur afstemmen stemt u de kleuren af tussen verschillende afbeeldingen, verschillende lagen of verschillende selecties. Met deze opdracht kunt u ook de kleuren in een afbeelding aanpassen door de lichtsterkte te wijzigen, het kleurbereik te wijzigen en een kleurzweem te neutraliseren.
9. Klik op OK. De kleuren van twee lagen in dezelfde afbeelding op elkaar afstemmen 1. (Optioneel) Maak een selectie in de laag die u wilt afstemmen. Dit is handig als u een bepaald kleurgebied van de ene laag, zoals bijvoorbeeld de gelaatskleuren, afstemt op een bepaald gebied in een andere laag. Als u geen selectie maakt, worden de kleuren van de hele bronlaag gebruikt bij het afstemmen. 2.
van relatieve kleurwijzigingen (waarbij het kleuren op basis van originele kleuren wordt voorkomen). 1. Selecteer het object dat u wilt wijzigen. Het gereedschap Snelle selectie en De randen van selecties vloeiend maken voor extra technieken. levert vaak goede resultaten op. Zie Een kleurbereik selecteren 2. Klik in het deelvenster Aanpassingen op het pictogram Kleurtoon/Verzadiging. De selectie wordt een masker op de aanpassingslaag. 3.
Ga naar www.adobe.com/go/lrvid4119_ps_nl voor een video over tegenhouden en doordrukken met gebruik van de opdracht Kleur vervangen. (De bespreking van Kleur vervangen begint na 5 minuten en 30 seconden.) Het gereedschap Kleur vervangen gebruiken Met het gereedschap Kleur vervangen brengt u een vervangende kleur aan op een doelkleur. Hoewel dit gereedschap handig is voor snelle bewerkingen, levert het vaak tegenvallende resultaten op, vooral bij donkere kleuren en zwart.
Opmerking: U kunt ook Afbeelding > Aanpassingen > Selectieve kleur kiezen. Onthoud echter dat bij deze methode aanpassingen rechtstreeks worden aangebracht op de afbeeldingslaag en dat informatie over afbeeldingen wordt verwijderd. 3. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies in CS6 de kleur die u wilt aanpassen in het menu Kleuren in het deelvenster Eigenschappen. U kunt ook een voorinstelling kiezen die u hebt opgeslagen.
HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range) Informatie over afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range, oftewel HDR-afbeeldingen) Foto's nemen voor HDR-afbeeldingen Functies die ondersteuning bieden voor HDR-afbeeldingen met 32 bits per kanaal Afbeeldingen samenvoegen tot HDR Het weergegeven dynamische bereik voor HDR-afbeeldingen van 32 bits aanpassen Informatie over de HDR Kleurkiezer Tekenen op HDR-afbeeldingen Informatie over afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range,
filters wilt gebruiken die niet compatibel zijn met HDR-afbeeldingen, kunt u de afbeeldingen omzetten in afbeeldingen met 16 of 8 bits per kanaal. Naar boven Foto's nemen voor HDR-afbeeldingen Denk aan de volgende tips bij het maken van foto's die u wilt combineren met de opdracht Samenvoegen tot HDR Pro: Plaats de camera op een statief. Maak voldoende foto's om het volledige dynamische bereik van de scène te bestrijken.
Videoles: de beste nieuwe functie in CS5: HDR Pro Deke McClelland Zet levendige afbeeldingskleuren om in surrealistische kleuren. Boekfragment: ghosting verwijderen uit HDR-beelden Scott Kelby Elimineer vervaging veroorzaakt door bewegende objecten in een scène. Boekfragment: HDR-beelden maken op basis van belichtings-bracketing Conrad Chavez Doorloop het HDR-proces van camera tot computer. Videoles: de verbeteringen in HDR Pro ontdekken Jan Kabili Bekijk een overzicht van alle nieuwe functies. 1.
De kleurtooncurve en het histogram aanpassen met de optie Hoek A. Een punt invoegen en de optie Hoek selecteren. B. Als u het nieuwe punt aanpast, maakt u de curve gehoekt op het punt waar de optie Hoek is gebruikt. Histogram egaliseren Hiermee wordt het dynamische bereik van de HDR-afbeelding gecomprimeerd, terwijl tegelijkertijd getracht wordt enig contrast te behouden. Er zijn geen verdere aanpassingen nodig; deze methode verloopt automatisch.
te bewerken. Als u de resultaatwaarden voor de 32-bits voorvertoning in het deelvenster Info wilt bekijken, klikt u op het pipet in het deelvenster Info en kiest u de optie 32 bits in het pop-upmenu. 1. Open een HDR-afbeelding met 32 bits per kanaal in Photoshop en kies Weergave > Opties 32-bits voorvertoning. 2. In het dialoogvenster Opties 32-bits voorvertoning kiest u een optie in het menu Methode: Belichting en gamma Hiermee past u de helderheid en het contrast aan.
in de optiebalk van bepaalde gereedschappen klikt of wanneer u op de pipetten in bepaalde kleuraanpassingsdialoogvensters klikt. Kleuren kiezen voor HDR-afbeeldingen Het onderste gedeelte van de HDR Kleurkiezer werkt precies zo als de gewone kleurkiezer voor afbeeldingen met 8 of 16 bits. Klik in het kleurveld om een kleur te selecteren en verplaats de schuifregelaar om de kleurtoon te wijzigen. U kunt numerieke waarden voor een bepaalde kleur invoeren in de velden HSB of RGB.
Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen Minder kleurverzadiging toepassen Kleuren omkeren Een zwart-witafbeelding met twee waarden maken De waarden in een afbeelding beperken Een verloop toewijzen aan een afbeelding Naar boven Minder kleurverzadiging toepassen Met de opdracht Minder verzadiging zet u een kleurenafbeelding in dezelfde kleurmodus om in een grijswaardenafbeelding.
De waarden in een afbeelding beperken Met de aanpassing Waarden beperken geeft u het aantal toonniveaus (of helderheidswaarden) op voor elk kanaal in een afbeelding. De pixels worden vervolgens toegewezen aan het niveau dat het meest overeenkomt. Als u bijvoorbeeld twee toonniveaus kiest in een RGB-afbeelding, resulteert dit in zes kleuren: twee voor rood, twee voor groen en twee voor blauw. Deze aanpassing is handig voor het maken van speciale effecten, zoals grote, platte gebieden in een foto.
De aanpassing Kleurbalans toepassen De aanpassing van kleurbalans toepassen De kleurbalans wijzigen met de opdracht Fotofilter De aanpassing van kleurbalans toepassen Naar boven Met de opdracht Kleurbalans wijzigt u de algehele mengeling van kleuren in een afbeelding om algemene kleurcorrectie toe te passen. 1. Controleer of het samengestelde kanaal is geselecteerd in het deelvenster Kanalen. Deze opdracht is namelijk alleen beschikbaar wanneer u het samengestelde kanaal bekijkt. 2.
afbeelding donkerder wordt door toevoeging van het kleurenfilter, controleert u of de optie Lichtsterkte behouden is geselecteerd. 3. Als u de hoeveelheid kleur die wordt toegepast op de afbeelding wilt aanpassen, gebruikt u de schuifregelaar Dichtheid of geeft u een percentage op in het vak Dichtheid. Hoe hoger de dichtheid, hoe sterker de kleuraanpassing.
De aanpassing Helderheid/contrast toepassen De aanpassing van helderheid/contrast toepassen De aanpassing van helderheid/contrast toepassen Naar boven Met de aanpassing Helderheid/contrast brengt u eenvoudige wijzigingen aan in het toonbereik van een afbeelding. Verplaats de schuifregelaar Helderheid naar rechts om de kleurtoonwaarden te verhogen en de afbeeldingshooglichten uit te breiden. Verplaats de schuifregelaar naar links om de waarden te verlagen en de schaduwgebieden uit te breiden.
Aanpassings- en opvullagen Aanpassings- en opvullagen Aanpassings- en opvullagen maken en beperken Aanpassings- of opvullagen bewerken of samenvoegen Aanpassings- en opvullagen Naar boven Met een aanpassingslaag past u kleur- en toonaanpassingen toe op de afbeelding zonder dat u de pixelwaarden permanent wijzigt. In plaats van bijvoorbeeld een aanpassing met niveaus of curven rechtstreeks in de afbeelding te maken, kunt u een aanpassingslaag maken met Niveaus of Curven.
Aanpassings- en opvullagen A. Aanpassingslaag alleen beperkt tot laag met houten schuur B. Laagminiatuur C. Opvullaag D. Laagmasker Een aanpassingslaag maken Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op de knop Nieuwe aanpassingslaag maken onder aan het deelvenster Lagen en kies een type aanpassingslaag. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag en kies een optie. Geef een naam op voor de laag, stel laagopties in en klik op OK.
1. In het deelvenster Lagen selecteert u de laag waarop u de aanpassingslaag wilt toepassen. 2. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag en kies een type aanpassing. 3. Klik in het deelvenster Maskers (CS5) of het gedeelte Maskers van het deelvenster Eigenschappen (CS6) op Kleurbereik. 4. In het dialoogvenster Kleurbereik kiest u Kleurmonsters in het menu Selecteren. 5. Selecteer Gelokaliseerde kleurclusters om een masker te bouwen dat is gebaseerd op verschillende kleurbereiken in de afbeelding. 6.
De kleurtoon en verzadiging aanpassen Aanpassing van kleurtoon/verzadiging toepassen Kleurverzadiging aanpassen met Levendigheid De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen Met Kleurtoon/verzadiging kunt u de kleurtoon, verzadiging en lichtheid van een bepaald kleurbereik in een afbeelding aanpassen of alle kleuren in een afbeelding tegelijk aanpassen.
De kleur verschuift bij het midden van de kleurenschijf vandaan of naar het midden van de kleurenschijf toe. Waarden kunnen variëren van 100 (percentage negatieve verzadiging, doffere kleuren) tot +100 (percentage toegenomen verzadiging). U kunt ook het gereedschap Op afbeelding selecteren in het deelvenster Aanpassingen (CS5) of Eigenschappen (CS6) en op een kleur in de afbeelding klikken.
(bijvoorbeeld Rode tinten tot en met Rode tinten 6). Het kleurbereik dat standaard wordt geselecteerd wanneer u een kleurcomponent kiest, is 30° breed, met een verschuiving van 30° naar links en rechts. Als u de verschuiving te laag instelt, kunnen overgangen zichtbaar zijn in de afbeelding. Een grijswaardenafbeelding vullen met kleur of een monotooneffect maken 1.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen Opmerking: In Photoshop CS5 en Photoshop CS6 maakte 3D-functionaliteit deel uit van Photoshop Extended. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie. De aanpassingen Belichting en HDR-kleurtinten zijn vooral bedoeld voor 32 bits HDR-afbeeldingen, maar u kunt ze ook op 16- en 8-bits afbeeldingen toepassen om HDR-achtige effecten te bereiken. Ga naar www.adobe.
De kleur en toon van een afbeelding aanpassen Overzicht van het aanpassen van de kleur en toon in een afbeelding De kleur en toon van een afbeelding aanpassen met afbeeldingslagen De kleur en toon van een afbeelding aanpassen in Camera Raw Overzicht van het aanpassen van de kleur en toon in een afbeelding Naar boven U kunt de toon en kleur van een afbeelding op twee manieren aanpassen: met aanpassingslagen of door de afbeelding te bewerken in Adobe Camera Raw.
Het bewerken van JPEG- en TIFF-bestanden inschakelen in Camera Raw 1. Kies (Windows) Bewerken > Voorkeuren > Camera Raw of (Mac OS) Photoshop > Voorkeuren > Camera Raw. 2. Voer een of meerdere van de volgende handelingen uit in het gedeelte JPEG- en TIFF-beheer van het dialoogvenster Camera Raw Voorkeuren: Kies in het JPEG-menu Alle ondersteunde JPEG-bestanden automatisch openen. Kies in het TIFF-menu Alle ondersteunde TIFF-bestanden automatisch openen.
Curven-aanpassing Overzicht van curven Expert aan het woord: Werken met curven De kleur en toon van een afbeelding aanpassen met curven Contrast aan de middentonen van een foto toevoegen met curven Sneltoetsen: curven Overzicht van curven Naar boven In de aanpassing Curven past u punten aan in het gehele toonbereik van een afbeelding. In eerste instantie wordt de tonaliteit van de afbeelding weergegeven als een rechte diagonale lijn in een grafiek.
Klik op het pictogram Curven in het deelvenster Aanpassingen. Kies Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Curven. Klik op OK in het dialoogvenster Nieuwe laag. (CS5) Selecteer een voorinstelling voor Curven in het deelvenster Aanpassingen. Opmerking: Als u Afbeelding > Aanpassingen > Curven kiest, wordt de aanpassing direct op de afbeeldingslaag toegepast en worden afbeeldingsgegevens gewist. 2.
2. Kies Opties voor curveweergave in het menu van het deelvenster Eigenschappen (CC, CS6) of Aanpassingen (CS5). Opmerking: Als u Afbeelding > Aanpassingen > Curven koos, vouwt u de opties uit voor Opties voor curveweergave in het dialoogvenster Curven. 3. In het dialoogvenster Opties voor curveweergave selecteert u een of meerdere van de volgende opties: Licht (0-255) Hier worden de intensiteitswaarden voor RGB-afbeeldingen in een bereik van 0 tot 255 weergegeven, waarbij zwart (0) zich linksonder bevindt.
Klik in het raster of druk op Ctrl-D (Windows) of Command-D (Mac OS) om de selectie van alle punten op te heffen. Druk op de plus-toets om het volgende hogere punt op de curve te selecteren en druk op de min-toets om het volgende lagere punt te selecteren. Druk op de pijltoetsen om geselecteerde punten op de curve te verplaatsen. (Dialoogvenster Curven) Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klik in de afbeelding om een punt op de curve in te stellen voor het huidige kanaal.
Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit Met de aanpassing Zwart-wit kunt u een kleurenafbeelding omzetten in grijswaarden waarbij u volledige controle hebt over de manier waarop de afzonderlijke kleuren worden omgezet. U kunt de grijswaarde bovendien een kleur geven door een kleurtoon op de afbeelding toe te passen, bijvoorbeeld om een sepia-effect te creëren. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op het pictogram Zwart-wit (CS5) of (CS6) in het deelvenster Aanpassingen.
Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen Schaduwdetails en hooglichtdetails verbeteren Naar boven De opdracht Schaduw/hooglicht is een methode voor het corrigeren van foto's met silhouetten als gevolg van sterk tegenlicht of voor correctie van objecten die enigszins vaag zijn omdat ze te dicht bij de flits van de camera stonden. De aanpassing is ook handig voor het helderder maken van gebieden met schaduw in een verder goedbelichte afbeelding.
toonbreedte varieert van afbeelding tot afbeelding. Als de waarde te hoog is, verschijnen er mogelijk kransen rond donkere of lichte randen. Met de standaardinstellingen wordt geprobeerd deze ongewenste artefacten te beperken. Er doen zich mogelijk ook kransen voor wanneer de waarden voor Schaduwen en Hooglichten te hoog zijn. De toonbreedte wordt standaard op 50% ingesteld.
De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven Zwart- en witpunten instellen met de pipetgereedschappen Kleuren corrigeren met de pipetten Zwart- en witpunten instellen met de pipetgereedschappen Naar boven Door de pipetten te gebruiken gaan alle aanpassingen verloren die u eerder hebt gemaakt in Niveaus of Curven.
6. (Optioneel) Breng de definitieve aanpassingen Niveaus of Curven aan in het deelvenster Aanpassingen (CS5) of Eigenschappen (CS6). Meer informatie vindt u in De kleur en toon van een afbeelding aanpassen in CS6 De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden Met de gereedschappen Tegenhouden en Doordrukken kunt u gebieden van de afbeelding lichter of donkerder maken. Deze gereedschappen zijn gebaseerd op een traditionele donkere-kamertechniek voor het regelen van de belichting op bepaalde gebieden van een afdruk. Fotografen houden licht tegen om een deel van de foto lichter te maken (tegenhouden) of belichten een deel intensiever om het donkerder te maken (doordrukken).
Camera Raw Camera Raw 7 plug-in Kelby (7 mei 2012) videozelfstudie De nieuwste besturingselementen voor ruis, kleur en dynamisch bereik gebruiken. RAW-afbeeldingen verbeteren video2brain (7 mei 2012) videozelfstudie Alle afbeeldingsgegevens optimaal benutten. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
What's new in ACR 8.x ACR 8.3 ACR 8.1 and 8.2 New feature Enhanced feature To the top ACR 8.3 Adobe Camera Raw now offers the following enhancements: Automatic straightening of an image through one of the following three interactions: Double-click the Straighten tool ( ) in the toolbar. With the Straighten tool selected, double-click anywhere in the preview image. With the Crop tool selected, press the Command key (on Mac) or Ctrl key (on Windows) to temporarily switch to the Straighten tool.
Twitter™ and Facebook posts are not covered under the terms of Creative Commons.
Introduction to Camera Raw About camera raw files About Camera Raw About the Digital Negative (DNG) format Processing images with Camera Raw Camera Raw dialog box overview Work with the Camera Raw cache in Adobe Bridge Work with Camera Raw and Lightroom To the top About camera raw files A camera raw file contains unprocessed, uncompressed grayscale picture data from a digital camera’s image sensor, along with information about how the image was captured (metadata).
note: A caution icon camera raw image. appears in the thumbnails and preview image in the Camera Raw dialog box while the preview is generated from the You can modify the default settings that Camera Raw uses for a particular model of camera. For each camera model, you can also modify the defaults for a particular ISO setting or a particular camera (by serial number). You can modify and save image settings as presets for use with other images.
Adjust color. Color adjustments include white balance, tone, and saturation. You can make most adjustments on the Basic tab, and then use controls on the other tabs to fine-tune the results. If you want Camera Raw to analyze your image and apply approximate tonal adjustments, click Auto on the Basic tab. To apply the settings used for the previous image, or to apply the default settings for the camera model, camera, or ISO settings, choose the appropriate command from the Camera Raw Settings menu .
Camera Raw dialog box A. Filmstrip B. Toggle Filmstrip C. Camera name or file format D. Toggle full-screen mode E. Image adjustment tabs F. Histogram G. Camera Raw Settings menu H. Zoom levels I. Workflow options J. Navigation arrows K. Adjustment sliders Note: Some controls, such as the Workflow Options link, that are available when you open the Camera Raw dialog box from Adobe Bridge or Photoshop are not available when you open the Camera Raw dialog box from After Effects.
Fine-tune tonality using a Parametric curve and a Point curve. Detail Sharpen images or reduce noise. HSL / Grayscale Fine-tune colors using Hue, Saturation, and Luminance adjustments. Split Toning Color monochrome images or create special effects with color images. Lens Corrections Compensate for chromatic aberration, geometric distortions, and vignetting caused by the camera lens. Effects Simulate film grain or apply a postcrop vignette.
Adjustments made in Camera Raw are also displayed in the Adobe Bridge Content and Preview panels. To view Lightroom changes in Camera Raw, and to ensure that Camera Raw adjustments can be viewed in Lightroom and Adobe Bridge, do the following: 1. In Adobe Bridge, choose Edit >Camera Raw Preferences (Windows) or Bridge > Camera Raw Preferences (Mac OS). Or, with the Camera . Raw dialog box open, click the Open Preferences Dialog button 2. Choose Save Image Settings In > Sidecar “.
Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw | Photoshop CC Verbeter geometrische vormen die door lensvervorming zijn scheefgetrokken Door het gebruik van een onjuiste lens of bewegen van de camera kan het perspectief van foto's overhellen of schuin zijn. Het perspectief kan zijn vervormd. Dit is vooral duidelijk in foto's die doorlopende verticale lijnen of geometrische vormen bevatten. Adobe Camera Raw beschikt over vier Upright-modi die kunnen worden gebruikt om perspectief automatisch te corrigeren.
Kies een Upright-modus en maak verdere aanpassingen met de schuifregelaars 5. Doorloop de Upright-modi totdat u de meest geschikte instelling hebt gevonden. Met de vier Upright-modi worden vervormings- en perspectieffouten gecorrigeerd. Er is geen aanbevolen instelling of voorkeursinstelling. De beste instelling varieert per foto. Experimenteer met de vier modi voordat u bepaalt welke Upright-modus het beste is voor uw foto. 6.
Afbeelding zonder correctie (links), afbeelding met verticale correctie (midden) en afbeelding met volledige correctie (rechts). De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Download Center Learn Learn / Photoshop CC / Get started How to make non-destructive edits using Camera Raw What do I need? The latest Photoshop CC Don’t have it yet? Download Installation problems? Get help. The tutorial files No starter files are needed, but you can download sample files. Download …And how about a cheat sheet? Work Photoshop key commands like a pro. Download it now. Watch the videos to see how to create this project. Download the sample files on your Mac or PC to do it yourself.
Don’t be scared; you and your photographs have a lot to gain. And since Camera Raw edits are nondestructive, you literally have nothing to lose. In the following videos, let’s go through the basics of Camera Raw format and answer the questions you’ve always been afraid to ask. If you need help or have questions while doing this tutorial, please use our tutorial forum to get the help and answers you need. The Adobe Flash Player or an HTML5 supported browser is required for video playback.
Work with colors (3:25) Healing (4:22) Adjustment brush (5:00) The Adobe Camera Raw utility provides fast and easy access to the raw image formats produced by many leading professional and midrange digital cameras. It lets you adjust pretty much every aspect of your image. And because raw files offer over 68 billion colors per pixel, you can uncover details that were originally hidden in the shadows or blown-out areas of your photos. Correct image perspective and lens distortion.
Get the latest Flash Player Learn more about upgrading to an HTML5 browser Camera Raw filter Replace adjustment layers (0:53) Sharpen midtones (1:35) Finish the edit (3:00) Use Adobe Camera Raw as a filter to make non-destructive edits to all your images and layers. Let us know what you think. Congratulations, you’re done! We hope you’re ready to learn more and create something great using Photoshop. Please tell us what you think about the tutorial in our survey.
Help Terms of Use Privacy Policy and Cookies
Radiaalfilter in Camera Raw | Photoshop CC Markeer delen van een foto of verbeter specifieke gebieden met lokale correcties Een radiaalfilter toepassen om een foto te verbeteren Sneltoetsen en modificatietoetsen voor het gereedschap Radiaalfilter Om te zorgen dat de aandacht van gebruikers naar het juiste deel van een foto gaat, kunt u het onderwerp van de afbeelding benadrukken. Bepaalde filters die zorgen voor een vigneteffect, helpen u dat doel te bereiken.
6. Pas de grootte (breedte en hoogte) en richting van het toegevoegde radiaalfilter aan. Selecteer een filter en: Klik in het midden van het filter en sleep om het filter te verplaatsen en een nieuwe positie te geven. Houd de aanwijzer boven een van de vier filterhandgrepen, wacht tot het aanwijzerpictogram verandert, en klik en sleep om de grootte van het filter te wijzigen.
Sneltoetsen en modificatietoetsen voor het gereedschap Radiaalfilter Nieuwe aanpassingen Houd Shift ingedrukt en sleep om een aanpassing uit te voeren die wordt beperkt tot een cirkel. Terwijl u sleept, houdt u de spatiebalk ingedrukt om de ovaal te verplaatsen. Laat de spatiebalk los om het definiëren van de vorm van de nieuwe aanpassing te hervatten.
Verbeterd gereedschap Vlekken verwijderen in Camera Raw | Photoshop CC Verwijder ongewenste elementen uit een foto in eenvoudige stappen met het gereedschap Vlekken verwijderen, dat nu op dezelfde manier werkt als het Retoucheerpenseel Het gereedschap Vlekken verwijderen gebruiken Oneffenheden in een foto weghalen met de functie Vlekken visualiseren Met het gereedschap Vlekken verwijderen in Camera Raw kunt u een geselecteerd gebied in een afbeelding herstellen door een monster te nemen van een ander gebie
Een groen-wit selectiekader (groene handgreep) geeft het gebied aan waaruit een monster wordt genomen. Bepaal het deel van de afbeelding dat u wilt retoucheren en gebruik vervolgens het gereedschap Vlekken verwijderen om het gebied te tekenen. Gebruik de groene en rode handgrepen (afbeelding rechts) om het geselecteerde gebied en het monstergebied te verplaatsen 6. (Optioneel) Als u het monstergebied dat standaard is geselecteerd wilt wijzigen, voert u een van de volgende handelingen uit: Automatisch.
Het selectievakje voor Vlekken visualiseren is een optie voor het gereedschap Vlekken verwijderen 1. Ga op een van de volgende manieren te werk: Open een Camera Raw-bestand of Open de afbeelding in Photoshop CC en klik op Filter > Camera Raw-filter. 2. Selecteer het gereedschap Vlekken verwijderen op de werkbalk en schakel vervolgens het selectievakje Vlekken visualiseren in. Er wordt een negatieve afbeelding weergegeven en de contouren van de elementen van de afbeelding zijn zichtbaar.
3. Gebruik de schuifregelaar Vlekken visualiseren om de contrastdrempel van de negatieve afbeelding te wijzigen. Sleep de schuifregelaar naar verschillende contrastniveaus om onvolmaaktheden zoals stof, punten of andere ongewenste elementen weer te geven. Wanneer het selectievakje Vlekken visualiseren is ingeschakeld, kunt u de visualisatiedrempel als volgt wijzigen: Verhogen: druk op . (punt) Verhogen (in grotere stappen): druk op Shift + .
Kleur- en tintaanpassingen aanbrengen in Camera Raw Histogram en RGB-niveaus Bijgesneden hooglichten en schaduwen voorvertonen Besturingselementen voor witbalans Kleurtint aanpassen Kleurtintcurven nauwkeurig afstellen Besturingselementen voor Lokaal contrast, Verzadiging en Levendig Besturingselementen voor HSL / Grijswaarden De kleur of tint aanpassen met het betreffende aanpassingsgereedschap Kleur toekennen aan een grijswaardenafbeelding HDR-afbeeldingen bewerken in Camera Raw Histogram en de RGB-nivea
Opmerking: In bepaalde gevallen wordt bijsnijden toegepast omdat de kleurruimte waarin u werkt, een te kleine kleuromvang heeft. Als uw kleuren worden bijgesneden, kunt u het beste in een kleurruimte met een grote kleuromvang werken, zoals ProPhoto RGB. Besturingselementen voor witbalans Naar boven Als u de witbalans wilt aanpassen, moet u eerst bepalen welke objecten in de afbeelding neutraal (wit of grijs) gekleurd moeten zijn.
A. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar rechts om een foto te corrigeren die met een hogere kleurtemperatuur van het licht is genomen B. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar links om een foto te corrigeren die met een lagere kleurtemperatuur van het licht is genomen C. Foto na aanpassing van de kleurtemperatuur Kleur Hiermee stelt u de witbalans in ter compensatie van een groene of een magenta kleur. Stel een lagere kleurwaarde in om groen aan de afbeelding toe te voegen.
Zwarte tinten (PV2012) Hiermee past u het bijsnijden voor zwarte tinten aan. Sleep de schuifregelaar naar links om het bijsnijden van zwarte tinten te verhogen (zuiver zwart toewijzen aan meer schaduwen). Sleep de schuifregelaar naar rechts om het bijsnijden van schaduwen te verlagen. Zwarte tinten (PV2010 en PV2003) Hiermee geeft u aan welke afbeeldingswaarden worden toegewezen aan zwart.
instelling daarna enigszins te verlagen. Levendig Hiermee past u de verzadiging aan, zodat zo weinig mogelijk kleuren worden bijgesneden, naarmate de kleuren volledig verzadigd raken. Met deze instelling wijzigt u de verzadiging van alle kleuren met weinig verzadiging. Deze instelling heeft minder effect op meer verzadigde kleuren. Levendig voorkomt ook dat huidtonen oververzadigd worden.
HDR-afbeeldingen bewerken in Camera Raw Naar boven In Camera Raw 7.1 of hoger kunt u werken met 16-, 24- en 32-bits zwevende-komma-afbeeldingen. Deze afbeeldingen worden vaak HDRafbeeldingen (High Dynamic Range; hoog dynamisch bereik) genoemd. In Camera Raw kunt u HDR-afbeeldingen in de TIFF- en DNG-indelingen openen. Zorg dat de afbeeldingen procesversie 2012 gebruiken. (Zie Procesversies.) U kunt HDR-afbeeldingen bewerken met de besturingselementen op het tabblad Standaard.
Manage Camera Raw settings Save image states as snapshots Save, reset, and load Camera Raw settings Specify where Camera Raw settings are stored Copy and paste Camera Raw settings Apply saved Camera Raw settings Export Camera Raw settings and DNG previews Specify Camera Raw workflow options To the top Save image states as snapshots You can record the state of an image at any time by creating a snapshot.
these locations if you don’t save them to the Camera Raw settings folder. However, you can use the Load Settings command to browse for and apply settings saved elsewhere. You can save and delete presets using the buttons at the bottom of the Presets tab. Click the Camera Raw Settings menu button and choose a command from the menu: Save Settings Saves the current settings as a preset. Choose which settings to save in the preset, and then name and save the preset.
must check your sidecar files in and out to change camera raw images; similarly, you must manage (e.g., rename, move, delete) XMP sidecar files together with their camera raw files. Adobe Bridge, Photoshop, After Effects, and Camera Raw take care of this file synchronization when you work with files locally.
Applying a preset Note: You can also apply presets from the Presets tab. To the top Export Camera Raw settings and DNG previews If you store file settings in the Camera Raw database, you can use the Export Settings To XMP command to copy the settings to sidecar XMP files or embed them in DNG files. This is useful for preserving the image settings with your camera raw files when you move them. You can also update the JPEG previews embedded in DNG files. 1. Open the files in the Camera Raw dialog box. 2.
size is like upsampling in Photoshop. For non-square pixel cameras, the native size is the size that most closely preserves the total pixel count. Selecting a different size minimizes the resampling that Camera Raw performs, resulting in slightly higher image quality. The best quality size is marked with an asterisk (*) in the Size menu. Note: You can always change the pixel size of the image after it opens in Photoshop. Resolution Specifies the resolution at which the image is printed.
Rotate, crop, and adjust images in Camera Raw Rotate images Straighten images Crop images Remove red-eye Remove spots To the top Rotate images Click the Rotate Image 90° Counter Clockwise button Click the Rotate Image 90° Clockwise button (or press L). (or press R). Note: Using commands in the Edit menu, you can also rotate images in Adobe Bridge without opening the Camera Raw dialog box. To the top Straighten images 1.
Note: To cancel the crop operation, press Esc with the Crop tool active, or click and hold the Crop tool button and choose Clear Crop from the menu. To cancel the crop and close the Camera Raw dialog box without processing the camera raw image file, click the Cancel button or deselect the Crop tool and press Esc. 4. When you are satisfied with the crop, press Enter (Windows) or Return (Mac OS).
To specify the sampled area, drag inside the green-and-white circle to move it to another area of the image. To specify the selected area being cloned or healed, drag inside the red-and-white circle. To adjust the size of the circles, move the pointer over the edge of either circle until it changes to a double-pointing arrow, and then drag to make both circles larger or smaller. To cancel the operation, press Backspace (Windows) or Delete (Mac OS).
Adjust color rendering for your camera in Camera Raw Apply a camera profile Specify a default camera profile Apply a profile to a group of images Create a camera profile preset Customize profiles using the DNG Profile Editor For each camera model it supports, Camera Raw uses color profiles to process raw images. These profiles are produced by photographing color targets under standardized lighting conditions and are not ICC color profiles.
1. Select a profile from the Camera Profilepop-up menu in the Camera Calibration tab of the Camera Raw dialog box. 2. Click the Camera Raw Settings menu button and choose Save New Camera Raw Defaults from the menu. To the top Apply a profile to a group of images 1. Select the images in the Filmstrip. 2. Choose a profile from the Camera Profile pop-up menu in the Camera Calibration tab of the Camera Raw dialog box. 3. Click the Synchronize button. 4.
Vignette and grain effects in CameraRaw Simulate film grain Apply a postcrop vignette To the top Simulate film grain The Grain section of the Effects tab has controls for simulating film grain for a stylistic effect reminiscent of particular film stocks. You can also use the Grain effect to mask enlargement artifacts when making large prints. Together, the Size and Roughness controls determine the character of the grain. Check grain at varying zoom levels to ensure that the character appears as desired.
2. In the Post Crop Vignetting area of the Effects tab, choose a Style. Highlight Priority Applies the postcrop vignette while protecting highlight contrast but may lead to color shifts in darkened areas of an image. Appropriate for images with important highlight areas. Color Priority Applies the postcrop vignette while preserving color hues but may lead to loss of detail in bright highlights. Paint Overlay Applies the postcrop vignette by blending original image colors with black or white.
Navigate, open, and save imagesin Camera Raw Process, compare, and rate multiple images Automating image processing Open images Save a camera raw image in another format To the top Process, compare, and rate multiple images The most convenient way to work with multiple camera raw images is to use the Filmstrip view in Camera Raw. Filmstrip view opens by default when you open multiple images in Camera Raw from Adobe Bridge.
When using the Batch command, select Override Action “Open” Commands. Any Open commands in the action will then operate on the batched files rather than the files specified by name in the action.Deselect Override Action “Open” Commands only if you want the action to operate on open files or if the action uses the Open command to retrieve needed information.
Destination Specifies where to save the file. If necessary, click the Select Folder button and navigate to the location. File Naming Specifies the filename using a naming convention that includes elements such as date and camera serial number. Using informative filenames based on a naming convention helps you keep image files organized. 3. Choose a file format from the Format menu. Digital Negative Saves a copy of the camera raw file in the DNG file format.
Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw Over lokale aanpassingen Lokale aanpassingen aanbrengen met het Aanpassingspenseel in Camera Raw Lokale aanpassingen aanbrengen met het Gegradueerde filter Voorinstellingen voor lokale aanpassingen opslaan en toepassen Naar boven Over lokale aanpassingen Met de besturingselementen op de tabbladen voor het aanpassen van afbeeldingen van Camera Raw kunt u de kleur en tinten van een volledige foto aanpassen.
Lokaal contrast (Alles) Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het lokale contrast te verhogen. Scherpte (Alles) Hiermee verbetert u de definitie van randen, zodat details in een foto meer in het oog springen. Met een negatieve waarde worden details vager. Ruisreductie (PV2012) Hiermee vermindert u luminantieruis, die kan optreden als schaduwgedeelten lichter worden. Moiréreductie (PV2012) Hiermee verwijdert u moiré-artefacten of kleuralias.
Lokale aanpassingen aanbrengen met het Gegradueerde filter 1. Selecteer Gegradueerde filter Naar boven op de werkbalk (of druk G). Camera Raw opent de opties voor het Gegradueerde filter onder het histogram en stelt de maskeringsmodus in op Nieuw. 2.
Druk op Ctrl+Z (Windows) of Command+Z (Mac OS) om de laatste aanpassing ongedaan te maken. Klik op Alles wissen onder aan de opties voor het gereedschap om alle effecten van het Gegradueerde filter te verwijderen en de maskeringsmodus in te stellen op Nieuw. 5. (Optioneel) Klik op Nieuw om een aanvullend effect voor het Gegradueerde filter toe te passen. Gebruik de in stap 4 beschreven technieken om het filter te verfijnen.
Verscherpen en ruis reduceren in Camera Raw Foto's verscherpen Ruis reduceren Foto's verscherpen Naar boven Gebruik de besturingselementen voor verscherpen op het tabblad Details om de scherpte van de randen in de afbeelding aan te passen. Bij lokaal verscherpen met de gereedschappen Aanpassingspenseel en Gegradueerde filter worden de waarden voor Straal, Details en Masker gebruikt.
Als u de schuifregelaars Kleur en Kleurdetail aanpast, wordt chromaruis verminderd en het kleurendetail behouden (onderaan rechts). Opmerking: als de schuifregelaars Luminantiedetail, Luminantiecontrast en Kleurdetail zijn uitgegrijsd, klikt u op de knop Bijwerken naar huidig proces (2012) in de rechterbenedenhoek van de voorvertoning van de afbeelding. Luminantie Hiermee vermindert u de luminantieruis. Luminantiedetail Hiermee wordt de drempel voor luminantiedetail ingesteld.
Procesversies in Camera Raw De procesversie is de technologie die Camera Raw gebruikt om foto's aan te passen en weer te geven. Afhankelijk van de gebruikte versie zijn er verschillende opties en instellingen beschikbaar op het tabblad Standaard en wanneer u lokale aanpassingen aanbrengt. Procesversie 2012 Voor afbeeldingen die voor de eerste keer worden bewerkt in Camera Raw 7, wordt procesversie 2012 gebruikt.
Lensvervormingen corrigeren in Camera Raw Over lenscorrecties Afbeeldingsperspectief en lensfouten automatisch corrigeren Expert aan het woord: Afbeeldingsperspectief en lensfouten handmatig corrigeren Kleurafwijking compenseren in Camera Raw 7.1 Naar boven Over lenscorrecties Bij cameralenzen kunnen voor bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en scherpstellingsafstanden verschillende fouten optreden.
1. Selecteer Correcties lensprofiel inschakelen op het geneste tabblad Profiel van het tabblad Lenscorrecties. 2. Als Camera Raw niet automatisch een geschikt profiel vindt, selecteert u een merk, model en profiel. Opmerking: Sommige camera's hebben slechts één lens en sommige lenzen hebben maar één profiel. Afhankelijk van of u een Rawbestand of een bestand met andere indeling aanpast, worden verschillende beschikbare lenzen weergegeven.
Camera Raw 7.1 bevat een selectievakje voor automatische correctie van blauwe/gele en rode/groene randen (laterale kleurafwijking). Met een schuifregelaar corrigeert u de paarse/magenta en groene kleurafwijking (axiale kleurafwijking). Axiale kleurafwijking treedt vaak op in afbeeldingen die zijn gemaakt met een grote lensopening. Rode/groene en blauwe/gele kleurverschuivingen verwijderen Schakel op het tabblad Kleur van het deelvenster Lenscorrectie het selectievakje Kleurafwijking verwijderen in.
Repareren en restauratie Reparatie met behoud van inhoud gebruiken Lynda.com (7 mei 2012) videozelfstudie Repareer onvolkomenheden naadloos. Verplaatsen en uitbreiden met behoud van inhoud gebruiken Lynda.com (7 mei 2012) videozelfstudie Stel afbeeldingen opnieuw samen met deze eenvoudige stappen. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud Repareren met behoud van inhoud Verplaatsen met behoud van inhoud Zie Een gebied repareren voor informatie over het gebruik van het gereedschap Reparatie in eerdere versies dan Photoshop CS6. Naar boven Repareren met behoud van inhoud Het gereedschap Reparatie wordt gebruikt voor het verwijderen van ongewenste afbeeldingselementen.
Aanpassing Kies een waarde voor de mate waarin de resultaten op de bestaande afbeeldingpatronen lijken. Monster nemen van alle lagen Schakel deze optie in om de gegevens uit alle lagen te gebruiken en het resultaat van de verplaatsing in de geselecteerde laag te maken. Selecteer de doellaag in het deelvenster Lagen. 3. Selecteer een gebied om te verplaatsen of uit te breiden.
Afbeeldingen retoucheren en repareren Informatie over het deelvenster Bron klonen Retoucheren met het gereedschap Kloonstempel Monsterbronnen voor klonen en retoucheren instellen Retoucheren met het gereedschap Retoucheerpenseel Retoucheren met het gereedschap Snel retoucheerpenseel Een gebied repareren Rode ogen verwijderen Informatie over het deelvenster Bron klonen Naar boven Het deelvenster Bron klonen (Venster > Bron klonen) bevat opties voor de gereedschappen Kloonstempel of Retoucheerpenseel.
Monster Hiermee neemt u monsters uit de door u opgegeven lagen. Kies Huidige laag en onderliggende lagen als u monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen. Als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag, kiest u Huidige laag. Als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kiest u Alle lagen.
Schakel de optie voor uitnknippen in als u de bedekking wilt uitknippen tot de penseelgrootte. Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen. Kies Normaal, Donkerder, Lichter of Verschil in het pop-upmenu onder aan het deelvenster Bron klonen om de vormgeving van de bedekking op te geven. Selecteer Omkeren als u de kleuren in de bedekking wilt omkeren.
U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen. De monsterbronnen worden in het deelvenster Bron klonen bewaard totdat u het document dat u bewerkt, sluit. 5. (Optioneel) Klik op een knop voor een kloonbron in het deelvenster Bron klonen om de gewenste monsterbron te selecteren. 6.
met de bronpixels. Met het gereedschap Reparatie kunt u ook geïsoleerde gebieden van een afbeelding klonen. Het gereedschap Reparatie werkt in afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal. Selecteer bij repareren met pixels uit de afbeelding een klein gebied. Zo krijgt u het beste resultaat. Zie Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud voor informatie over het gebruik van de opties voor het gereedschap Reparatie met behoud van inhoud.
Naar boven Rode ogen verwijderen Gebruik het gereedschap Rode ogen verwijderen om rode ogen te verwijderen in foto's van personen of dieren die met een flits zijn genomen. 1. Selecteer het gereedschap Rode ogen verwijderen in de RGB-kleurmodus. (Het gereedschap Rode ogen verwijderen bevindt zich in dezelfde groep als het gereedschap Snel retoucheerpenseel de groep weer te geven.) . Houd een gereedschap ingedrukt om de aanvullende gereedschappen in 2. Klik in het rode oog.
Afbeeldingsvervorming en ruis corrigeren Informatie over lensvervorming Lensvervorming corrigeren en perspectief aanpassen Ruis in de afbeelding en JPEG-artefacten verminderen Informatie over lensvervorming Naar boven Korrelvorming is een lensfout waarbij rechte lijnen bij de randen van de afbeelding naar buiten toe afbuigen. Speldenkusseneffect is het tegenovergestelde effect. Hierbij buigen rechte lijnen af naar binnen.
Als u geen passend lensprofiel kunt vinden, klikt u op Online zoeken om aanvullende profielen aan te schaffen die door de Photoshopcommunity zijn gemaakt. Klik op het pop-upmenu en kies Onlineprofiel lokaal opslaan als u onlineprofielen wilt opslaan voor toekomstig gebruik. U kunt ook de gratis Adobe Lens Profile Creator downloaden van de Adobe-website om uw eigen profielen te maken.
in de voorvertoning van de afbeelding. Als u de afbeelding in het voorvertoningsvenster wilt verplaatsen, selecteert u het gereedschap Handje en sleept u de voorvertoning van de afbeelding. Als u het raster wilt gebruiken, selecteert u Raster tonen onder in het dialoogvenster. Gebruik de knop Grootte om de afstand in het raster aan te passen en de knop Kleur om de kleur van het raster te wijzigen. Met het gereedschap Raster verplaatsen kunt u het raster verplaatsen zodat het samenvalt met de afbeelding.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Omvormen en transformeren Nieuw gereedschap voor uitsnijden Lynda.com (7 oktober 2012) videozelfstudie Interactieve voorvertoningen helpen u bij het bijsnijden van afbeeldingen tot de gewenste grootte. Groothoeklenscorrectie Kelby (7 oktober 2012) videozelfstudie Snel lensafwijkingen corrigeren met behulp van een gedetailleerde database. Perspectief corrigeren video2brain 7 mei 2012) videozelfstudie De hoeken van foto's in een handomdraai repareren.
Objecten transformeren Expert aan het woord: de opdracht Vrije transformatie Transformaties toepassen Een element selecteren voor transformeren Het referentiepunt voor een transformatie instellen of verplaatsen Schalen, roteren, schuintrekken, vervormen, perspectief toepassen of verdraaien uitvoeren Nauwkeurig omdraaien of roteren Een transformatie herhalen Een beeldelement dupliceren tijdens de transformatie Vrije transformaties Een item verdraaien Marionet verdraaien Transformaties toepassen Naar boven
Schalen Met Schalen vergroot of verkleint u een element ten opzichte van het referentiepunt, het vaste punt waaromheen transformaties worden uitgevoerd. U kunt horizontaal, verticaal of zowel horizontaal als verticaal schalen. Roteren Met Roteren wordt een beeldelement rondom een referentiepunt geroteerd. Standaard bevindt dit punt zich midden in het object; u kunt het echter verplaatsen. Schuintrekken Hiermee kunt u een item verticaal en horizontaal schuintrekken.
4. Voer een of meer van de volgende handelingen uit: Als u Schalen kiest, sleept u een handgreep van het selectiekader. Houd tijdens het slepen van hoekgrepen Shift ingedrukt als u de oorspronkelijke verhoudingen wilt behouden. Zodra de cursor op een greep staat, verandert deze in een dubbele pijl. Als u Roteren kiest, plaatst u de cursor buiten het selectiekader (de cursor wordt een kromme dubbele pijl) en sleept u. Druk op Shift om de rotatie te beperken tot stappen van 15°.
Opmerking: Als u een vorm of een geheel pad transformeert, verandert de opdracht Transformatie in de opdracht Transformatie pad. Als u meerdere padsegmenten (maar niet het gehele pad) transformeert, verandert de opdracht Transformatie in de opdracht Transformatiepunten. 1. Selecteer het beeldelement dat u wilt transformeren. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Bewerken > Vrije transformatie.
Verdraaien gebruiken A. De vorm kiezen die u wilt verdraaien B. Op de optiebalk een verdraaiing kiezen in het pop-upmenu met verdraaiingsstijlen C. Het resultaat na gebruik van meerdere verdraaiingsopties 1. Selecteer het beeldelement dat u wilt verdraaien. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Bewerken > Transformatie > Verdraaien.
invoeren als u Geen of Aangepast hebt gekozen in het pop-upmenu Verdraaien. 4. Voer een van de volgende handelingen uit: Druk op Enter (Windows) of op Return (Mac OS), of klik op de knop Vastleggen op de optiebalk. Als u de transformatie wilt annuleren, drukt u op Esc of klikt u op de knop Annuleren op de optiebalk. Opmerking: Wanneer u een bitmapafbeelding verdraait (in plaats van een vorm of een pad), wordt deze bij elke keer dat u een transformatie toepast minder scherp.
Als u meerdere punten wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt en klikt u op deze punten. U kunt ook Alle punten selecteren kiezen in het contextmenu. 6. Als u het net rond een punt wilt roteren, selecteert u het desbetreffende punt en voert u een van de volgende twee handelingen uit: Als u het net een vast aantal graden wilt roteren, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en plaatst u de cursor bij maar niet boven de punten.
Uitsnijdingen, rotaties en het canvas aanpassen Afbeeldingen uitsnijden Perspectief transformeren bij uitsnijden | CS5 Gescande foto's uitsnijden en rechttrekken Een afbeelding rechttrekken Een hele afbeelding roteren of omdraaien De canvasgrootte wijzigen Lijst maken Naar boven Afbeeldingen uitsnijden Uitsnijden is het proces waarbij gedeelten van een afbeelding worden verwijderd om de nadruk te verleggen of de compositie te versterken.
verwijderen. Opmerking: De optie Verbergen is niet beschikbaar voor afbeeldingen met alleen een achtergrondlaag, u dient de achtergrond om te zetten in een standaardlaag. Bedekking voor uitsnijdhulplijn Selecteer Regel van derden om hulplijnen toe te voegen die u helpen elementen aan de compositie toe te voegen in stappen van 1/3. Selecteer Raster om vaste hulplijnen weer te geven, waarbij de tussenruimte wordt bepaald door het uitsnijdformaat.
Stappen voor het transformeren van het perspectief A. Het aanvankelijke uitsnijdkader tekenen B. Het uitsnijdkader aanpassen zodat dit overeenkomt met de randen van het object C. De randen voor het uitsnijden uitbreiden D. Uiteindelijke afbeelding 1. Selecteer het gereedschap Uitsnijden en stel de modus voor uitsnijden in. 2. Sleep het uitsnijdkader rondom een object dat oorspronkelijk rechthoekig was (hoewel het niet rechthoekig wordt weergegeven in de afbeelding).
Afbeeldingen roteren A. Horizontaal omdraaien B. Oorspronkelijke afbeelding C. Verticaal omdraaien D. 90° linksom roteren E. 180° roteren F. 90° rechtsom roteren Kies Afbeelding > Afbeelding roteren en selecteer een van de volgende opdrachten in het submenu: 180° Hiermee roteert u de afbeelding een halve slag. 90° rechtsom Hiermee roteert u de afbeelding een kwartslag rechtsom. 90° linksom Hiermee roteert u de afbeelding een kwartslag linksom.
Oorspronkelijk canvas en canvas met voorgrondkleur toegevoegd aan de rechterkant van de afbeelding Lijst maken Naar boven U kunt een fotolijst maken door het canvas te vergroten en het te vullen met een kleur. U kunt ook een van de vooraf opgenomen handelingen gebruiken voor het maken van een gestileerde fotolijst. U kunt het beste met een kopie van de foto werken. 1. Open het deelvenster Handelingen. Kies Venster > Handelingen. 2. Kies Lijsten in het menu van het deelvenster Handelingen. 3.
Foto's uitsnijden en rechttrekken | CC, CS6 Een deel van een afbeelding uitsnijden of verwijderen Updates van het gereedschap Uitsnijden | Alleen Creative Cloud Een afbeelding rechttrekken Perspectief transformeren bij uitsnijden Het formaat van het canvas wijzigen met het gereedschap Uitsnijden Uitsnijden is het proces waarbij delen van een afbeelding worden verwijderd om de nadruk te verleggen of de compositie te versterken.
Zie Het opnieuw ontworpen gereedschap Uitsnijden van Julieanne Kost voor informatie over uitsnijden en rechttrekken. Updates van het gereedschap Uitsnijden | Alleen Creative Cloud Naar boven Opmerking: Deze functies zijn geïntroduceerd in de Creative Cloud-versie voor Photoshop CS6. De updates voor het gereedschap Uitsnijden bevatten een aantal correcties en verbeteringen, waaronder: Voorste afbeelding en nieuwe voorinstellingen in het menu Verhouding.
Stappen voor het transformeren van het perspectief A. Oorspronkelijke afbeelding B. Het uitsnijdkader aanpassen zodat dit overeenkomt met de randen van het object C. Uiteindelijke afbeelding 1. Als u het perspectief van de afbeelding wilt corrigeren, houdt u het gereedschap Uitsnijden ingedrukt en selecteert u het gereedschap Uitsnijden met perspectief . 2. Teken een selectiekader rond het vervormde object. Pas de hoeken van het selectiekader aan de rechthoekige randen van het object aan. 3.
Perspectiefpunt Overzicht van het dialoogvenster Perspectiefpunt Werken in Perspectiefpunt Metingen, structuren en 3D-informatie exporteren Informatie over perspectiefvlakken en het raster Perspectiefpuntvlakken instellen en aanpassen voor Perspectiefpunt Rasters renderen naar Photoshop Informatie over selecties in Perspectiefpunt Selecties vullen met een ander gebied van een afbeelding Selecties kopiëren in Perspectiefpunt Een element in Perspectiefpunt plakken Tekenen met een kleur in Perspectiefpunt Teke
Dialoogvenster Perspectiefpunt A. Het menu Perspectiefpunt B. Opties C. Gereedschapset D. Voorbeeld van sessie met perspectiefpunt E. Zoomopties Gereedschappen voor Perspectiefpunt De gereedschappen voor Perspectiefpunt werken op dezelfde manier als de gereedschappen in de hoofdgereedschapset van Photoshop. U kunt dezelfde sneltoetsen gebruiken om de gereedschapsopties in te stellen. Als u een gereedschap selecteert, worden de beschikbare opties in het dialoogvenster Perspectiefpunt daaraan aangepast.
De afbeelding verplaatsen in het voorvertoningsvenster Ga als volgt te werk: Selecteer het handje in het dialoogvenster Perspectiefpunt en sleep in de voorvertoning. U kunt ook een gereedschap selecteren en de spatiebalk ingedrukt houden terwijl u in de voorvertoning sleept. Werken in Perspectiefpunt Naar boven 1. (Optioneel) Bereid uw afbeelding voor, zodat deze bewerkt kan worden in Perspectiefpunt.
gedetailleerde informatie. Schaal, roteer, draai of verplaats een zwevende selectie of draai deze om. Zie Informatie over selecties in Perspectiefpunt voor gedetailleerde informatie. Meet een element in een vlak. De metingen kunnen worden gerenderd in Photoshop wanneer u Metingen renderen naar Photoshop kiest in het menu Perspectiefpunt. Zie Meten in Perspectiefpunt (Photoshop Extended) voor gedetailleerde informatie. 5. (Alleen Photoshop Extended) Exporteer 3D-informatie en -metingen naar DXF of 3DS.
Een randknooppunt verslepen om de afmetingen van het vlak aan te passen aan uw bewerkingen Het selectiekader en het raster van een perspectiefvlak zijn gewoonlijk blauw. Als er een probleem optreedt bij het plaatsen van de hoekknooppunten, is het vlak ongeldig en worden het selectiekader en het raster rood of geel. Als het vlak niet klopt, verplaatst u de hoekknooppunten totdat het selectiekader en het raster blauw worden.
Gewijzigde vlakhoek Opmerking: Nadat u een nieuw vlak (subvlak) hebt gemaakt op basis van een bestaand vlak (hoofdvlak), kunt u de hoek van het hoofdvlak niet meer wijzigen. Meldingen over selectiekader en raster in Perspectiefpunt Het selectiekader en het raster veranderen van kleur om de huidige toestand van het vlak aan te geven. Als het vlak niet correct is, verplaatst u een hoekknooppunt totdat het selectiekader en het raster blauw worden. Blauw Geeft aan dat het vlak correct is.
verplaatst. U kunt in Perspectiefpunt ook de afbeeldingspixels in een selectie klonen terwijl deze worden verplaatst in een afbeelding. In Perspectiefpunt wordt een selectie met afbeeldingspixels die u naar een willekeurige locatie in de afbeelding kunt verplaatsen een zwevende selectie genoemd. Hoewel de pixels zich niet op een afzonderlijke laag bevinden, lijken de pixels in een zwevende selectie een afzonderlijke laag te vormen die boven de hoofdafbeelding zweeft.
2. Kies een van de volgende methoden in het menu Modus Verplaatsen om te bepalen wat er gebeurt als u een selectie verplaatst: Kies Bestemming als u het gebied wilt selecteren waarnaar u het selectiekader verplaatst. Kies Bron als u de selectie wilt vullen met de afbeeldingspixels in het gebied waar u de aanwijzer van het selectiegereedschap naartoe sleept (gelijk aan het slepen van een selectie terwijl u Ctrl of Command ingedrukt houdt). 3. Sleep de selectie.
Een selectie slepen terwijl u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt houdt A. Oorspronkelijke selectie B. De selectie verplaatsen naar de bronafbeelding C. De oorspronkelijke selectie vult de bronafbeelding Selecties kopiëren in Perspectiefpunt Naar boven 1. Breng een selectie aan in een perspectiefvlak. 2. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep de selectie met het gereedschap Selectiekader om een kopie van de selectie en de bijbehorende afbeeldingspixels te maken.
Perspectiefpunt is geopend C. Geplakt patroon in Perspectiefpunt wordt conform de selectie naar het vlak verplaatst Om het werken gemakkelijker te maken, kunt u het beste perspectiefvlakken maken in een eerdere sessie van Perspectiefpunt. 1. Kopieer een element naar het Klembord. Het gekopieerde element kan afkomstig zijn uit hetzelfde of een ander document. Bedenk dat u alleen rasterelementen en geen vectorelementen kunt plakken. Opmerking: Als u tekst kopieert, dient u deze eerst om te zetten in pixels.
Kies Uit als u wilt voorkomen dat de streken overvloeien met de kleuren, schaduwen en structuren van de omringende pixels. Kies Luminantie als u de streken wilt laten overvloeien met de belichting van de omringende pixels. Kies Aan om de streken te laten overvloeien met de kleur, belichting en arcering van de omringende pixels. 4.
In Perspectiefpunt kunt u een meetlijn verplaatsen zonder de richting (hoek) of lengte te wijzigen. 1. Selecteer het gereedschap Meetlat. 2. Klik op een willekeurige locatie langs de lengte van een bestaande meting en sleep. De lengte of richting van een meting wijzigen U kunt de lengte of richting (hoek) van een bestaande meting wijzigen. 1. Selecteer het gereedschap Meetlat en verplaats het naar het eindpunt van een bestaande meetlijn. 2.
Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien Een item verdraaien Marionet verdraaien Een item verdraaien Naar boven Met de opdracht Verdraaien kunt u controlepunten slepen voor het bewerken van de vorm van afbeeldingen, vormen of paden en dergelijke. U kunt ook verdraaien met een vorm in het pop-upmenu met verdraaiingsstijlen op de optiebalk. U kunt de vormen in het pop-upmenu met verdraaiingsstijlen ook aanpassen door de controlepunten te verslepen.
gekromde segment van een vectorafbeelding. Als u de laatste greepaanpassing ongedaan wilt maken, kiest u Bewerken > Ongedaan maken. De vorm van een verdraaiing bewerken A. Oorspronkelijk verdraaiingsnet B. De grepen, netsegmenten en gebieden binnen het net aanpassen Als u de richting van een verdraaiingsstijl die u hebt gekozen in het menu Verdraaien wilt wijzigen, klikt u op de knop Overschakelen tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien op de optiebalk.
Een punt verplaatsen op het net van een marionet. Aangrenzende punten zorgen dat de nabijgelegen gebieden ongewijzigd blijven. 5. Voer een of meer van de volgende handelingen uit om de positie van punten te wijzigen of om punten te verwijderen: Sleep punten om het net te verdraaien. Klik op de puntdieptknoppen of in de optiebalk om een netgebied te tonen dat door een ander netgebied wordt overlapt. Druk op Delete om geselecteerde punten te verwijderen.
Het filter Uitvloeien Overzicht van het filter Uitvloeien Verbeteringen van het filter Uitvloeien | Alleen Creative Cloud Uitvloeien toepassen als een slim filter | Alleen Creative Cloud Gereedschappen voor vervorming Een afbeelding vervormen Gebieden bevriezen en ontdooien Werken met netten Werken met achterschermen Vervormingen reconstrueren Overzicht van het filter Uitvloeien Naar boven Met het filter Uitvloeien kunt u tegen elk gebied van een afbeelding duwen of eraan trekken.
slimme objecten, zoals videolagen met slimme objecten, en wordt nu toegepast als een slim filter. Het filter Uitvloeien is ook uitgebreid met extra functionaliteit voor het gereedschap Reconstrueren. Als u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt tijdens het slepen van het gereedschap Reconstrueren over een verdraaiing, strijkt het gereedschap de verdraaiing mooi glad in plaats van deze terug te schalen of te verwijderen.
Naar boven Een afbeelding vervormen Opmerking: Als een tekstlaag of vormlaag is geselecteerd, moet deze eerst worden omgezet in pixels, waarna de tekst of vorm kan worden bewerkt met het filter Uitvloeien. Wilt u tekst vervormen zonder de tekstlaag om te zetten in pixels, gebruik dan de opties voor Verdraaien van het gereedschap Tekst. 1. Selecteer de laag die u wilt vervormen. Als u de huidige laag gedeeltelijk wilt vervormen, selecteert u dat gebied. 2. Kies Filter > Uitvloeien. 3.
Als u bevroren gebieden wilt ontdooien zodat ze bewerkbaar worden, voert u een van de volgende handelingen uit: Selecteer het gereedschap Masker ontdooien en sleep over het gebied. Klik terwijl u Shift ingedrukt houdt, om een gebied te ontdooien dat een rechte lijn vormt tussen het huidige punt en het vorige punt waarop u hebt geklikt. Klik op de knop Geen in het gedeelte Maskeropties van het dialoogvenster om alle bevroren gebieden te ontdooien.
Reconstructie op basis van vervormingen in bevroren gebieden A. Oorspronkelijke afbeelding B. Vervormd met bevroren gebieden C. Gereconstrueerd in de modus Onbuigzaam (met knop) D. Ontdooid, randen gereconstrueerd in modus Vloeiend (met gereedschap) Een volledige afbeelding reconstrueren Ga als volgt te werk: (CS6) Klik op Reconstrueren in het gedeelte Reconstructie-opties van het dialoogvenster. Geef vervolgens in het dialoogvenster Reconstructie Vorige versie een waarde op en klik op OK.
Stijf Stijf werkt als een zwak magnetisch veld. Aan de grens tussen bevroren en niet-bevroren gebieden lopen de vervormingen van de bevroren gebieden door in de niet-bevroren gebieden. Hoe groter de afstand tot de bevroren gebieden, hoe kleiner de vervormingen. Vloeiend Vloeiend zorgt ervoor dat vervormingen in bevroren gebieden vloeiend doorlopen tot diep in niet-bevroren gebieden.
Vrije transformaties van afbeeldingen, vormen en paden Vrije transformaties Naar boven Vrije transformaties Met de opdracht Vrije transformatie kunt u verschillende transformatiemethoden (roteren, schalen, schuintrekken, vervormen en perspectief) toepassen in één doorgaande bewerking. U kunt ook een verdraaiingstransformatie toepassen. In plaats van verschillende opdrachten te kiezen houdt u een toets op het toetsenbord ingedrukt om af te wisselen tussen de transformatiemethoden.
Belangrijk: Wanneer u een bitmapafbeelding transformeert (in plaats van een vorm of een pad), wordt deze bij elke keer dat u een transformatie toepast minder scherp. Het verdient daarom aanbeveling meerdere opdrachten uit te voeren voordat u de verzamelde transformatie toepast in plaats van elke transformatie afzonderlijk toe te passen.
Panorama's maken met Photomerge Informatie over Photomerge Foto's maken voor Photomerge Een compositie maken met Photomerge Panorama's van 360 graden maken (Photoshop Extended) Adobe raadt aan Hebt u een lesbestand dat u wilt delen? Boekfragment: eenvoudig panorama's maken Scott Kelby Krijg de functies van Photomerge snel onder de knie met dit fragment uit het Adobe Photoshop-boek voor digitale fotografen.
houden. U kunt ook een statief gebruiken om de camera op dezelfde plaats te houden. Gebruik geen vervormende lenzen. Vervormingslenzen kunnen problemen opleveren met Photomerge. De optie Automatisch past afbeeldingen die met visooglenzen zijn genomen echter aan. Handhaaf dezelfde belichting. Vermijd dat u de flitser gebruikt voor sommige foto's en niet voor andere.
Vignet verwijderen Hiermee verwijdert u belichtingsproblemen en worden deze gecompenseerd in afbeeldingen met donkere randen die te wijten zijn aan lensfouten of onjuiste lensschaduwen. Correctie geometrische vervorming Compenseert korrelvorming en speldenkussen- en visoogvervorming. 6. Klik op OK. Er wordt één afbeelding met meerdere lagen van de bronafbeeldingen gemaakt en indien nodig worden laagmaskers toegevoegd om optimaal overvloeien te realiseren wanneer de afbeeldingen elkaar overlappen.
Schalen en de inhoud behouden Het formaat van afbeeldingen wijzigen en de inhoud beschermen Visuele inhoud behouden tijdens schalen van afbeeldingen Te beschermen inhoud opgeven tijdens schalen Het formaat van afbeeldingen wijzigen en de inhoud beschermen Naar boven Met Zo schalen dat inhoud behouden blijft wijzigt u het formaat van een afbeelding, waarbij belangrijke visuele inhoud ongewijzigd blijft, zoals personen, dieren, gebouwen, enz.
Naar boven Te beschermen inhoud opgeven tijdens schalen 1. Maak een selectie rond de inhoud die u wilt beschermen, en klik in het deelvenster Kanalen op Selectie opslaan als kanaal 2. (Optioneel) Kies Selecteren > Alles als u een achtergrondlaag schaalt. 3. Kies Bewerken > Zo schalen dat inhoud behouden blijft. 4. Kies het alfakanaal dat u hebt gemaakt op de optiebalk. 5. Sleep een greep op het selectiekader om de afbeelding te schalen. Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid .
Tekenen en verven Vectorvormen Infinite Skills (7 oktober 2012) videozelfstudie Vormen tekenen in CS6 Nieuwe vorm-, tekst- en ontwerpgereedschappen Lynda.com (7 mei 2012) videozelfstudie Echte vectorvormen, tekststijlen en meer. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Vormen wijzigen | CC, CS6 Rechthoeken en afgeronde rechthoeken wijzigen Opties voor vormlijn instellen Rechthoeken en afgeronde rechthoeken wijzigen Naar boven U kunt de afmetingen en positie van een rechthoek aanpassen. In Photoshop CC kunt u ook de hoekstralen van afgeronde rechthoekvormen wijzigen nadat deze zijn getekend. Elke hoek kan afzonderlijk worden aangepast en u kunt de rechthoeken op meerderen lagen gelijktijdig aanpassen.
Afgekant Hiermee maakt u vierkante hoeken die stoppen bij de eindpunten. Opmerking: net als uiteinden zijn puntige hoeken gemakkelijker te zien bij een wat dikkere lijn. Lijninstellingen opslaan Als u de opties voor de vormlijn hebt opgegeven in het deelvenster Lijnopties, kunt u het net gemaakte lijntype opslaan en opnieuw gebruiken. Klik op het tandwielpictogram rechtsboven in het deelvenster Lijnopties en kies Lijn opslaan.
Informatie over tekenen Inzicht in vormen en paden Tekenmodi Inzicht in vormen en paden Naar boven Wanneer u in Adobe Photoshop tekent, maakt u vectorvormen en -paden. U kunt met alle vormgereedschappen, de pen of met het gereedschap Pen voor vrije vorm tekenen. Op de optiebalk vindt u opties voor ieder gereedschap. Voordat u begint te tekenen, moet u eerst een tekenmodus kiezen op de optiebalk.
Tekenopties A. Vormlagen B. Paden C. Vullen met pixels Meer Help-onderwerpen De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Vormen tekenen Een vorm maken op een vormlaag Vormlagen maken, bewerken en ermee werken Meerdere vormen op een laag tekenen Een wielvorm tekenen Een aangepaste vorm tekenen Een vorm of pad opslaan als aangepaste vorm Een in pixels omgezette vorm maken Opties voor vormgereedschappen Vormen bewerken Met de vormgereedschappen kunt u snel knoppen, navigatiebalken en andere onderdelen van webpagina’s maken. Zie Informatie over tekenen voor een overzicht van alle tekenfuncties in Photoshop.
Subpaden uitlijnen Zie Teken- en tekstgereedschappengalerie voor meer informatie. Naar boven Meerdere vormen op een laag tekenen U kunt verschillende vormen op een laag tekenen of de opties Toevoegen, Aftrekken, Doorsnede of Uitsluiten gebruiken om de huidige vorm in de laag te wijzigen. 1. Selecteer de laag waaraan u vormen wilt toevoegen. 2. Selecteer een tekengereedschap en stel gereedschapspecifieke opties in (zie Opties voor vormgereedschappen). 3.
opgeslagen pad. 2. Kies Bewerken > Aangepaste vorm definiëren en voer in het dialoogvenster Naam vorm een naam in voor de nieuwe aangepaste vorm. De nieuwe vorm wordt weergegeven in het pop-updeelvenster Vorm in de optiebalk. 3. Als u de nieuwe aangepaste vorm wilt opslaan in een nieuwe bibliotheek, selecteert u Vormen opslaan in het menu van het popupdeelvenster. Zie Werken met Beheer voorinstellingen voor meer informatie.
ster; een hogere waarde geeft scherpere, smallere punten; een lagere waarde geeft dikkere punten. Proportioneel Hiermee maakt u een rechthoek, afgeronde rechthoek of ovaal in de verhoudingen van de waarden die u invoert bij Breedte en Hoogte. Straal Hiermee bepaalt u bij afgeronde rechthoeken de straal van de hoeken. Bij veelhoeken bepaalt dit de afstand van het midden van de veelhoek tot de buitenste punten. Zijden Hiermee bepaalt u het aantal zijden van een veelhoek.
Tekengereedschappen Informatie over tekengereedschappen, voorinstellingen en opties Tekenen met het gereedschap Penseel of Potlood Opties voor de tekengereedschappen Cursorvoorkeur selecteren Informatie over tekengereedschappen, voorinstellingen en opties Naar boven Adobe Photoshop biedt verschillende gereedschappen voor het tekenen en bewerken van afbeeldingskleuren. Het penseel en het potlood werken als de traditionele tekengereedschappen door kleur aan te brengen door middel van penseelstreken.
Stel op de optiebalk de volgende opties in. De beschikbare opties variëren per gereedschap. Modus Hiermee stelt u de methode in voor het overvloeien van de kleur die u met de onderliggende bestaande pixels tekent. De beschikbare modi variëren al naar gelang het gereedschap dat u selecteert. Tekenmodi lijken sterk op de overvloeimodi voor lagen. Zie Overvloeimodi. Dekking Hiermee stelt u de transparantie in van de kleur die u toepast.
Penselen maken en wijzigen Overzicht van het deelvenster Penseel Een penseeluiteinde maken op basis van een afbeelding Penseel maken en tekenopties instellen Opties voor de vorm van standaardpenseeluiteinden Opties voor de vorm van het kwastuiteinde Opties voor erosief uiteinde | CC, CS6 Opties voor uiteinde van airbrush | CC, CS6 Opties voor penseelpositie | CC, CS6 Andere penseelopties Penseelspreiding Penseelopties wissen U kunt op verschillende manieren penselen maken die verf toepassen op afbeeldingen.
Een penseeluiteinde maken op basis van een afbeelding Naar boven 1. Selecteer met een willekeurig selectiegereedschap het afbeeldingsgebied dat u wilt gebruiken als een aangepast penseel. U kunt een gebied selecteren van maximaal 2500x2500 pixels. U kunt tijdens het tekenen de hardheid van gemonsterde penselen niet aanpassen. Stel Doezelaar in op nul pixels om een penseel met scherpe randen te maken. Kies een hogere waarde voor Doezelaar om een penseel met zachtere randen te maken.
Penseeluiteinde omdraaien op de X-as A. Penseeluiteinde in de standaardpositie B. X omdraaien geselecteerd C. X omdraaien en Y omdraaien geselecteerd Y omdraaien Hiermee wijzigt u de richting van een penseeluiteinde op de Y-as. Penseeluiteinde omdraaien op de Y-as A. Penseeluiteinde in de standaardpositie B. Y omdraaien geselecteerd C.
Een hoge waarde voor de tussenruimte zorgt ervoor dat het penseel ’overslaat’ Als u een vooraf ingesteld penseel gebruikt, kunt u op de toets , (een komma) drukken om de breedte van het penseel te verkleinen en op de toets . (een punt) om de breedte van het penseel te vergroten. Bij harde ronde, zachte ronde en kalligrafische penselen kunt u op Shift+, drukken om het penseel zachter te maken en op Shift+. om het penseel harder te maken. Opties voor de vorm van het kwastuiteinde Naar boven Op www.adobe.
Spettergrootte Hiermee bepaalt u de grootte van de verfdruppeltjes. Aantal spetters Hiermee bepaalt u het aantal verfdruppeltjes. Tussenruimte Met deze optie bepaalt u de afstand tussen de druppeltjes. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, wordt de tussenruimte bepaald door de snelheid van de cursor. Voorvertoning penseel Hiermee toont u een penseeluiteinde waarin wijzigingen in de zojuist vermelde instellingen zijn doorgevoerd, plus de huidige druk en hoek van de streek.
Aantal Hiermee geeft u het aantal streeksporen op dat bij elk interval wordt aangebracht. Opmerking: Als u het aantal verhoogt zonder de waarden voor tussenruimte of spreiding te verhogen, kunnen de prestaties bij het tekenen verminderen. Telling - jitter en Besturingselement Hiermee geeft u de variatie van het aantal streeksporen voor elk interval op. Voer een waarde in om het maximumpercentage aan streeksporen per interval aan te geven.
Werken met paden Overzicht van het deelvenster Paden Een nieuw pad maken in het deelvenster Paden Een nieuw tijdelijk pad maken Paden beheren Naar boven Overzicht van het deelvenster Paden Het deelvenster Paden (Venster > Paden) bevat de naam en een miniatuurafbeelding van elk opgeslagen pad, het huidige tijdelijke pad en het huidige vectormasker. Het uitschakelen van miniaturen kan de prestaties verbeteren. Als u een pad wilt bekijken, moet u het eerst selecteren in het deelvenster Paden.
Doorsnede maken van padgebieden Hiermee beperkt u het pad tot de doorsnede van het nieuwe gebied en het bestaande gebied. Hiermee zorgt u ervoor dat het overlappende gebied uitgesloten blijft van het samengevoegde Overlappende padgebieden uitsluiten pad. Wanneer u tekent met een vormgereedschap, houdt u Shift ingedrukt om de optie Toevoegen aan padgebied tijdelijk te selecteren en houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt om de optie Verwijderen uit padgebied tijdelijk te selecteren.
Verlopen Een verloopvulling aanbrengen Voorinstellingen voor verlopen beheren Overzicht van de Verloopbewerker Een vloeiend verloop maken De transparantie instellen voor een verloop Een verloop met ruis maken Naar boven Een verloopvulling aanbrengen Met het gereedschap Verloop kunt u verschillende kleuren geleidelijk in elkaar laten overgaan. U kunt kiezen uit een aantal vooraf ingestelde verloopvullingen, maar u kunt ook zelf een vulling maken.
5. Voer de volgende handelingen uit op de optiebalk: Stel de gewenste overvloeimodus en dekking in voor de verf. (Zie Overvloeimodi.) Selecteer Omkeren als u de volgorde van kleuren in de verloopvulling wilt omkeren. Selecteer Dithering als u een vloeiender verloop met minder zichtbare overgangen wilt maken. Selecteer Transparantie als u een transparantiemasker voor de verloopvulling wilt gebruiken. (Zie De transparantie instellen voor een verloop.) 6.
Dialoogvenster Verloopbewerker A. Deelvenstermenu B. Dekkingstop C. Kleurstops D. Waarden aanpassen of de geselecteerde dekking- of kleurstop verwijderen E. Middelpunt Naar boven Een vloeiend verloop maken 1. Selecteer het gereedschap Verloop . 2. Klik in het verloopvoorbeeld in de optiebalk om het dialoogvenster Verloopbewerker te openen. 3. Als u het nieuwe verloop op basis van een bestaand verloop wilt maken, selecteert u een verloop in het gedeelte Voorinstellingen van het dialoogvenster. 4.
13. Indien gewenst kunt u ook transparantiewaarden voor het verloop opgeven. 14. Voer een naam in voor het nieuwe verloop. 15. Als u het verloop wilt opslaan als voorinstelling, klikt u op Nieuw als u klaar bent. Opmerking: Nieuwe voorinstellingen worden opgeslagen in een voorkeurenbestand. Als dit bestand wordt verwijderd of beschadigd of als u voorinstellingen uit de standaardbibliotheek herstelt, gaan de nieuwe voorinstellingen verloren.
Willekeurig Zo ontstaat een willekeurig verloop op basis van de zojuist vermelde instellingen. Klik op de knop totdat u een gepaste instelling vindt. 5. Als u het verloop met de opgegeven instellingen wilt opslaan als voorinstelling, typt u een naam in het tekstvak Naam en klikt u op Nieuw.
Een patroon maken met de Patroonmaker Patroonmaker is een optionele plug-in die u kunt downloaden voor Windows of Mac OS. Het filter Patroonmaker verdeelt een afbeelding in segmenten en brengt deze weer samen om een patroon te genereren. De Patroonmaker werkt op twee manieren: Vult een laag of selectie met een patroon. Het patroon kan ontstaan uit een grote tegel of meerdere herhaalde tegels. Hiermee maakt u tegels die u kunt opslaan als vooraf ingesteld patroon.
Als u de voorvertoning van een tegel en een patroon wilt verwijderen, gaat u naar de tegel die u wilt verwijderen en klikt u op de knop met de prullenbak. Als u de tegel als vooraf ingesteld patroon wilt opslaan, gaat u naar de tegel die u wilt opslaan en klikt u op de knop Voorinstellingen patroon opslaan. Typ een naam voor de voorinstelling en klik op OK. Wanneer u een tegel opslaat als vooraf ingesteld patroon, wordt slechts één tegel opgeslagen en niet het volledige gegenereerde patroon.
Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen Vullen met het emmertje Een selectie of laag vullen met een kleur Vullen met historie, inhoud behouden of patronen Het canvas vullen Selecties of lagen omlijnen met een kleur Een cirkel of vierkant tekenen U kunt de inhoud van een selectie, pad of laag vullen met een kleur of een patroon. U kunt ook kleur toevoegen aan de omtrek van een selectie of pad; dit wordt omlijnen genoemd.
Naar boven Vullen met historie, inhoud behouden of patronen Adobe raadt aan Hebt u een lesbestand dat u wilt delen? Videoles: vullen met behoud van inhoud Scriptpatronen in CS6 Chris Orwig Vervang naadloos afbeeldingselementen. Dave Cross Maak gemakkelijk geometrische patroonvullingen. 1. Selecteer het deel van de afbeelding dat u wilt vullen. 2. Kies Bewerken > Vullen. Druk op de achtergrondlaag op Delete of Backspace om het dialoogvenster Vullen snel te openen. 3.
1. Kies een voorgrondkleur. 2. Selecteer de laag die of het gebied dat u wilt omlijnen. 3. Kies Bewerken > Omlijnen. 4. Geef in het dialoogvenster Omlijnen de gewenste breedte op voor het kader met een harde rand. 5. Geef bij Locatie op of het kader binnen, buiten of gecentreerd over de selectie of laaggrenzen moet worden aangebracht. Opmerking: Als de laaginhoud de volledige afbeelding vult, is een omlijning die u buiten de laag toepast wellicht niet zichtbaar. 6. Stel de overvloeimodus en de dekking in.
Tekenen met de pengereedschappen Informatie over de pengereedschappen Rechte segmenten tekenen met het gereedschap Pen Curven tekenen met het gereedschap Pen Het tekenen van een pad voltooien Met de pen voor vrije vorm tekenen Rechte lijnen tekenen, gevolgd door curven Curven tekenen, gevolgd door rechte lijnen Twee gebogen segmenten tekenen die via een hoek met elkaar zijn verbonden Tekenen met de opties voor de magnetische pen Naar boven Informatie over de pengereedschappen Photoshop biedt meerdere pen
Elastisch in Photoshop om padsegmenten te bekijken.) Als er richtingslijnen verschijnen, hebt u per ongeluk met het gereedschap Pen gesleept. Kies Bewerken > Ongedaan maken en klik nogmaals. 3. Klik nogmaals op de plaats waar het segment moet eindigen of houd Shift ingedrukt en klik om de hoek van het segment te beperken tot een veelvoud van 45°. 4. Klik nogmaals om ankerpunten voor aanvullende rechte segmenten in te stellen.
Het tweede punt in een curve tekenen A. Beginnen met het slepen van het tweede boogpunt B. Bij de vorige richtingslijn vandaan slepen, waardoor een curve in de vorm van een C ontstaat C. Resultaat nadat u de muisknop loslaat Als u een curve in de vorm van een S wilt maken, sleept u in dezelfde richting als de vorige richtingslijn. Laat vervolgens de muisknop los. Een S-curve tekenen A. Beginnen met het slepen van een nieuw boogpunt B.
Met de pen voor vrije vorm tekenen Met de pen voor vrije vorm kunt u tekenen alsof u met potlood op papier werkt. Ankerpunten worden automatisch toegevoegd terwijl u tekent. U bepaalt niet zelf waar de punten komen, maar u kunt ze wel verplaatsen zodra het pad is voltooid. Gebruik de pen als u de lijnen nauwkeuriger wilt bepalen. 1. Selecteer de pen voor vrije vorm . 2.
Twee gebogen segmenten tekenen die via een hoek met elkaar zijn verbonden Naar boven 1. Sleep met het gereedschap Pen om het eerste boogpunt van een gebogen segment te maken. 2. Plaats het gereedschap Pen opnieuw en sleep om een curve met een tweede boogpunt te maken. Houd vervolgens Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep de richtingslijn naar het andere uiteinde om de helling van de volgende curve in te stellen. Laat de toets en de muisknop los.
Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep om een pad uit de vrije hand te tekenen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik om rechte segmenten te tekenen. Druk op het rechte openingshaakje ([) om de breedte van de magnetische pen met 1 pixel te verminderen; druk op het rechte sluitingshaakje (]) om de penbreedte met 1 pixel te verhogen. 6. Voltooi het pad: Druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS) als u een open pad wilt beëindigen.
Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd Paden omzetten in selectiekaders Een selectie omzetten in een pad Naar boven Paden omzetten in selectiekaders Met paden krijgt u vloeiende omtrekken die u kunt omzetten in nauwkeurige selectiekaders. U kunt ook selectiekaders omzetten in paden en deze met Direct selecteren nauwkeuriger instellen. U kunt elk gesloten pad definiëren als een selectierand. Een gesloten pad kan worden toegevoegd aan, verwijderd uit of gecombineerd met de huidige selectie.
De waarde voor de tolerantie kan uiteenlopen van 0,5 tot 10 pixels en bepaalt de gevoeligheid van de opdracht Tijdelijk pad maken ten opzichte van kleine wijzigingen in de vorm van de selectie. Bij een hogere tolerantie worden er minder ankerpunten gebruikt om het pad te tekenen en is het pad vloeiender. Als het pad wordt gebruikt als uitknippad en u afdrukproblemen ondervindt, dient u een hogere tolerantie in te stellen. (Zie Uitknippaden afdrukken.) 3. Klik op OK.
Voorinstellingen voor penselen Een vooraf ingesteld penseel selecteren De weergave van vooraf ingestelde penselen wijzigen Voorinstellingen voor penselen laden, opslaan en beheren Een nieuw vooraf ingesteld penseel maken Een vooraf ingesteld penseel is een opgeslagen penseeluiteinde met gedefinieerde eigenschappen, zoals formaat, vorm en hardheid. U kunt vooraf ingestelde penselen opslaan met eigenschappen die u vaak gebruikt. U kunt ook voorinstellingen opslaan voor het gereedschap Penseel.
U kunt penseelbibliotheken ook laden en herstellen met de functie Beheer voorinstellingen. Zie Werken met Beheer voorinstellingen voor meer informatie. Een set vooraf ingestelde penselen opslaan als bibliotheek 1. Kies Penselen opslaan in het menu van het deelvenster Voorinstellingen Penseel. 2. Kies een locatie voor de bibliotheek met penselen, voer een bestandsnaam in en klik op Opslaan. U kunt de bibliotheek opslaan op een willekeurige locatie.
Overvloeimodi Beschrijvingen van de overvloeimodi Voorbeelden van overvloeimodi De overvloeimodus die u in de optiebalk instelt, bepaalt hoe de pixels in een afbeelding reageren op een teken- of bewerkgereedschap. U kunt zich het effect van een overvloeimodus het beste voorstellen aan de hand van een aantal kleuren: De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding. De werkkleur is de kleur die met het teken- of bewerkgereedschap wordt aangebracht.
de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Bleken. U kunt op deze manier hooglichten aan de afbeelding toevoegen. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Vermenigvuldigen. U kunt op deze manier bepaalde gedeelten van de afbeelding extra schaduw geven.
Achter Wissen Donkerder Vermenigvuldigen Kleur doordrukken Lineair doordrukken Lichter Raster Kleur tegenhouden Lineair tegenhouden (toevoegen) Bedekken Zwak licht Fel licht Levendig licht Lineair licht Puntlicht Harde mix Verschil Uitsluiting Aftrekken Verdelen Kleurtoon Verzadiging Kleur Lichtsterkte, 80% dekking Lichtere kleur Donkerdere kleur
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Kleur toevoegen aan paden Paden vullen met kleur Paden omlijnen met kleur Naar boven Paden vullen met kleur Een pad dat u met de pen maakt, wordt pas een afbeeldingselement nadat u het hebt omlijnd of gevuld. Met de opdracht Pad vullen kunt u een pad vullen met pixels, met een bepaalde kleur, een staat van de afbeelding, een patroon of een opvullaag. Geselecteerd pad (links) en opgevuld pad (rechts) Belangrijk: Als u een pad vult, worden de kleurwaarden op de actieve laag weergegeven.
(met de huidige instellingen van de tekengereedschappen) die elk willekeurig pad volgt. Deze opdracht werkt heel anders dan het effect Laag omlijnen, waarbij het effect van de tekengereedschappen niet wordt nagebootst. Belangrijk: Als u een pad omlijnt, worden de kleurwaarden op de actieve laag weergegeven. Controleer of een standaard- of achtergrondlaag actief is voordat u de onderstaande stappen uitvoert.
Delen van een afbeelding wissen Wissen met het gummetje Vergelijkbare pixels wijzigen met het tovergummetje Pixels transparant maken met het achtergrondgummetje Wissen gebruiken in combinatie met het potlood Naar boven Wissen met het gummetje Met het gummetje geeft u de pixels de achtergrondkleur of maakt u ze transparant. Op een achtergrond en in een laag met vergrendelde transparantie worden de pixels gewijzigd in de achtergrondkleur. In alle andere gevallen worden de pixels omgezet in transparantie.
Geef een dekking op om te bepalen hoe sterk het effect van het gummetje moet zijn. Bij een dekking van 100% worden de pixels volledig uitgegumd. Bij een lagere dekking worden de pixels gedeeltelijk uitgegumd. 3. Klik in het gedeelte van de laag dat u wilt uitgummen. Pixels transparant maken met het achtergrondgummetje Naar boven U kunt het gereedschap Achtergrondgummetje slepen om pixels op een laag te wissen, zodat de laag transparant wordt.
Juridische kennisgevingen | Onlineprivacybeleid
Patronen maken Een patroon is een afbeelding die wordt herhaald of in tegelpatroon wordt weergegeven, wanneer u deze gebruikt om een laag of een selectie te vullen. Photoshop wordt geleverd met een aantal vooraf ingestelde patronen. U kunt nieuwe patronen maken en deze opslaan in bibliotheken, zodat u ze met andere gereedschappen en opdrachten kunt gebruiken.
Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren U kunt uw patronen indelen in bibliotheken die u kunt laden in of verwijderen uit de pop-updeelvensters voor patronen. Een bibliotheek met patronen laden Kies een van de volgende opties in het menu van het pop-updeelvenster Patroon: Kies Patronen laden om een bibliotheek aan de huidige lijst toe te voegen. Selecteer het bibliotheekbestand dat u wilt gebruiken en klik op Laden.
Gestileerde streken tekenen met het penseel Kunsthistorie Met het penseel Tekeninghistorie kunt u gestileerde streken aanbrengen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de brongegevens van een opgegeven historiestaat of opname. Door te experimenteren met verschillende opties voor stijl, grootte en tolerantie, kunt u de structuur van de verf met verschillende kleuren en artistieke stijlen nabootsen.
Tekenen met het mixerpenseel Tekenen met het mixerpenseel Het mixerpenseel simuleert realistische schildertechnieken, zoals het mengen van kleuren op het canvas, het combineren van kleuren in een penseel en het variëren van de natheid van de verf tijdens een streek. Het mixerpenseel heeft twee verfbronnen: een reservoir en een oppikpunt. In het reservoir wordt de definitieve kleur bewaard die op het canvas is geschilderd. Het reservoir beschikt over meer capaciteit voor verf.
Monster nemen van alle lagen Pakt de canvaskleur op uit alle zichtbare lagen. 5. Voer een of meer van de volgende handelingen uit: Sleep in de afbeelding om te tekenen. Als u een rechte lijn wilt tekenen, klikt u in de afbeelding om het beginpunt in te stellen. Vervolgens houdt u Shift ingedrukt en klikt u op de gewenste plaats voor het eindpunt. Wanneer u het penseel als airbrush gebruikt, houdt u de muisknop ingedrukt zonder de muis te slepen om de kleur intensiever te maken.
Tekenen met een patroon Stel op de optiebalk de volgende opties in. De beschikbare opties variëren per gereedschap. Naar boven Tekenen met een patroon Als u het gereedschap Patroonstempel kiest, tekent u met een patroon. U kunt patronen uit een patronenbibliotheek gebruiken of zelf patronen maken. 1. Selecteer het gereedschap Patroonstempel . 2. Kies een penseel in het deelvenster Voorinstellingen penseel. Zie Een vooraf ingesteld penseel selecteren. 3.
Tekenen of verven met een grafisch tablet Het penseelformaat en de dekking wijzigen met pendruk Als u met een tekentablet werkt, zoals het Wacom®-tablet, kunt u de tekengereedschappen besturen aan de hand van de druk, hoek of rotatie van de pen of de pendrukschijf. 1. Selecteer het penseel , het potlood of een ander tekengereedschap. 2. Voer op de optiebalk een van de volgende twee handelingen uit: Klik op de knop Tabletdruk bepaalt grootte Klik op de knop Tabletdruk bepaalt dekking . .
Paden bewerken Padsegmenten, -componenten en -punten Een pad selecteren Paden opnieuw rangschikken Paden dupliceren Padsegmenten aanpassen Ankerpunten toevoegen of verwijderen Boogpunten in hoekpunten omzetten en omgekeerd Padcomponenten aanpassen Padsegmenten, componenten en punten Naar boven Een pad bestaat uit een of meer rechte of gebogen segmenten. Ankerpunten markeren de eindpunten van padsegmenten.
Afzonderlijke geselecteerde padcomponenten Naar boven Een pad selecteren Bij selectie van een padcomponent of een padsegment worden alle ankerpunten van het geselecteerde gedeelte getoond, inclusief alle richtingslijnen en richtingspunten als het geselecteerde segment gebogen is. Richtingshandgrepen worden weergegeven als opgevulde cirkeltjes, geselecteerde ankerpunten als opgevulde vierkantjes en niet-geselecteerde ankerpunten als holle vierkantjes. 1.
Door met de gereedschappen voor padselectie buiten een pad te dubbelklikken Naar boven Paden opnieuw ordenen U kunt opgeslagen paden met uitzondering van vorm-, tekst- of vectormaskerpaden opnieuw ordenen in het deelvenster Paden. Sleep het pad naar de gewenste positie in het deelvenster Pad. U kunt in Photoshop CC meer dan één pad tegelijk selecteren en slepen. Naar boven Paden dupliceren 1. Selecteer in het deelvenster Pad het pad dat u wilt dupliceren.
Sleep het ankerpunt of het richtingspunt. Opmerking: Wanneer u in Photoshop CC en CS6 een padsegment aanpast, past u ook de bijbehorende segmenten aan, zodat u padvormen intuïtief kunt transformeren. Als u alleen de segmenten tussen de geselecteerde ankerpunten wilt bewerken, net als in eerdere versies van Photoshop, selecteert u Paden slepen beperken op de optiebalk. Opmerking: Het is ook mogelijk om segmenten of ankerpunten te transformeren, bijvoorbeeld door deze te schalen of te draaien.
Met extra ankerpunten krijgt u meer controle over het pad of kunt u een open pad verlengen. Het is echter verstandig niet meer punten toe te voegen dan nodig is. Een pad met minder punten kan gemakkelijker worden bewerkt, weergegeven en afgedrukt. U kunt een pad minder complex maken door overbodige punten te verwijderen.
Om een hoekpunt zonder richtingslijnen om te zetten in een hoekpunt met onafhankelijke richtingslijnen, sleept u eerst een richtingspunt weg van een hoekpunt (waardoor dit verandert in een vloeiend punt met richtingslijnen). Laat alleen de muisknop los (houd de toetsen ingedrukt die u wellicht hebt gebruikt om het gereedschap Ankerpunt omzetten te activeren) en sleep een van de twee richtingspunten.
Een pad slepen naar een nieuwe locatie Opmerking: Als bij het verslepen van een pad de verplaatsingsaanwijzer op een open afbeelding komt, wordt het pad gekopieerd naar die afbeelding. De vorm van een padcomponent veranderen 1. Selecteer in het deelvenster Paden de naam van het pad en selecteer met Direct selecteren een ankerpunt in het pad. 2. Sleep het punt of de grepen naar een nieuwe locatie. Overlappende padcomponenten verenigen 1.
Als u componenten wilt distribueren, dient u ten minste drie componenten te selecteren. Kies vervolgens in Photoshop CC of CS6 een optie in het vervolgkeuzemenu Padrangschikking op de optiebalk. Selecteer in CS5 een distributie-optie op de optiebalk. Verdeelknoppen De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Geweven penselen maken Penseelopties voor structuur Structuren kopiëren naar andere gereedschappen Secundaire penselen Penseelopties voor structuur Naar boven Als u een structuurpenseel gebruikt, worden de penseelstreken van een patroon voorzien, zodat het lijkt of deze op canvas met een structuur zijn aangebracht. Penseelstreken zonder structuur (links) en met structuur (rechts) Klik op het patroonvoorbeeld en kies een patroon in het pop-updeelvenster.
Kies Structuur naar andere gereedschappen kopiëren in het menu van het deelvenster Penseel. Secundaire penselen Naar boven Als u een secundair penseel gebruikt, worden met twee uiteinden streeksporen aangebracht. De structuur van het secundaire penseel wordt toegepast binnen de penseelstreek van het primaire penseel en alleen de gebieden waar de twee penseelstreken elkaar snijden, worden getekend.
Dynamische elementen toevoegen aan penselen Penseeldynamiek toevoegen Penseelopties voor kleurdynamiek Opties voor penseeltransfer Penseeldynamiek toevoegen Naar boven Het deelvenster Penseel bevat een groot aantal opties waarmee u dynamische (of veranderende) elementen aan vooraf ingestelde penseeluiteinden kunt toevoegen. U kunt bijvoorbeeld opties instellen om de grootte, kleur en dekking van de streeksporen gaandeweg de penseelstreek te wijzigen.
van de streeksporen wordt bepaald, kiest u een optie in het pop-upmenu Besturingselement: Uit Hiermee geeft u aan dat de variatie van de hoek van de streeksporen niet hoeft te worden bepaald. Vervagen Kies Vervagen als u de hoek van de streeksporen in het opgegeven aantal stappen wilt terugbrengen met een waarde tussen 0 en 360 graden.
Verzadiging - jitter Hiermee geeft u een percentage op waarmee de verzadiging van de verf kan variëren in een penseelstreek. Typ een getal of sleep de schuifregelaar om een waarde op te geven. Als u een lagere waarde opgeeft, wordt de verzadiging gewijzigd, maar blijft de verzadiging dicht bij die van de voorgrondkleur. Als u een hogere waarde opgeeft, wordt het verschil tussen de verzadigingsniveaus vergroot.
Tekst Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Tekens opmaken Tekens selecteren Overzicht van het deelvenster Teken Informatie over dynamische sneltoetsen Tekstgrootte opgeven De tekstkleur wijzigen De kleur van afzonderlijke letters wijzigen Tekst onderstrepen of doorhalen Alle hoofdletters of kleinkapitalen toepassen Superscript- of subscripttekens opgeven Tekenstijlen | CC, CS6 Standaardtekststijlen opgeven | Alleen Creative Cloud U kunt tekstkenmerken instellen voordat u tekens invoert of de kenmerken wijzigen om de vormgeving van geselecteerde teke
Deelvenster Teken A. Lettertypefamilie B. Tekengrootte C. Verticale schaal D. Optie Tsume instellen E. Tekstspatiëring F. Verschuiving basislijn G. Taal H. Tekenstijl I. Regelafstand J. Horizontale schaal K. Tekenspatiëring Opmerking: Selecteer Aziatische tekstopties tonen in de voorkeuren voor Tekst om de optie Tsume instellen te laten verschijnen in het deelvenster Teken. Het menu van het deelvenster Teken bevat nog meer opdrachten en opties.
Als u de maateenheid voor tekst wilt wijzigen, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Mac OS) en kiest u een maateenheid in het menu Tekst. De eenheid voor de puntgrootte definiëren 1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Eenheden & linialen (Mac OS). 2.
U kunt tekst invoeren of opmaken als hoofdletters, waarbij u kunt kiezen tussen hoofdletters voor alle tekens of kleinkapitalen. Als u tekst opmaakt in kleinkapitalen, worden automatisch de kleinkapitalen van het betrokken lettertype gebruikt, mits deze beschikbaar zijn. Als het lettertype geen kleinkapitalen bevat, worden in Photoshop faux kleinkapitalen gegenereerd. Kapitalen (boven) vergeleken met kleinkapitalen (onder) 1. Selecteer de tekst die u wilt wijzigen. 2.
De huidige teken- en alineastijlen kunnen worden opgeslagen als standaardtekst. Deze standaardinstellingen worden automatisch toegepast op nieuwe Photoshop-documenten en kunnen ook op bestaande documenten worden toegepast die nog geen tekststijlen bevatten. Ga naarAlineastijlen voor meer informatie. Voer een van de volgende handelingen uit om de huidige teken- en alineastijlen op te slaan als standaardinstellingen voor tekst: Kies Tekst > Standaardtekststijlen opslaan.
Alinea’s opmaken Alinea's opmaken Overzicht van het deelvenster Alinea Uitlijning instellen Uitvulling instellen voor alineatekst Woord- en letterspatiëring in uitgevulde tekst aanpassen Alinea's inspringen Alinea-afstand aanpassen Hangende interpunctie opgeven voor Romeinse lettertypen Woordafbreking automatisch aanpassen Voorkomen dat woorden worden afgebroken Compositiemethoden Alineastijlen | CC, CS6 Naar boven Alinea's opmaken In het geval van punttekst vormt elke regel een afzonderlijke alinea.
U kunt tekst uitlijnen op een zijde van de alinea (links, centreren of rechts voor horizontale tekst; boven, centreren of onder voor verticale tekst). Opties voor het uitlijnen zijn alleen beschikbaar voor alineatekst. 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer een tekstlaag als u alle alinea's in die tekstlaag wilt aanpassen. Selecteer de alinea's die u wilt aanpassen. 2. Klik op een uitlijningsoptie in het deelvenster Alinea of op de optiebalk.
U kunt de spatiëring tussen letters en woorden en de schaal van tekens nauwkeurig instellen. Het aanpassen van de spatiëring is vooral handig voor uitgevulde tekst, maar u kunt de spatiëring van niet-uitgevulde tekst ook aanpassen. 1. Selecteer de alinea's die u wilt aanpassen of selecteer een tekstlaag als u alle alinea's in die tekstlaag wilt aanpassen. 2. Kies Uitvulling in het menu van het deelvenster Alinea. 3. Voer waarden in voor Woordspatiëring, Letterspatiëring en Glyph-schaling.
Een alinea zonder hangende interpunctie (links) vergeleken met een alinea met hangende interpunctie (rechts) 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer een tekstlaag als u alle alinea's in die tekstlaag wilt aanpassen. Selecteer de alinea's die u wilt aanpassen. 2. Kies Romeinse hangende interpunctie in het menu van het deelvenster Alinea. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd.
regeleinden geëvalueerd en wordt het regeleinde gekozen dat het best overeenkomt met de opgegeven instellingen. U kunt kiezen uit twee compositiemethoden: de Adobe Every-line Composer en de Adobe Single-line Composer. Beide methoden evalueren mogelijke regeleinden en kiezen het regeleinde dat het best overeenkomt met de opties voor woordafbreking en uitvulling die u voor een bepaalde alinea hebt opgegeven.
2. U geeft de opmaakkenmerken op door te klikken op een categorie (zoals Standaard tekenopmaak) links en door de kenmerken op te geven die u aan de stijl wilt toevoegen. 3. Als u in het dialoogvenster Stijlopties een tekenkleur opgeeft, kunt u een nieuwe kleur maken door te dubbelklikken op het vak voor lijn of vulling. 4. Klik op OK als u de opmaakkenmerken hebt opgegeven.
Regelafstand en tekenspatiëring Regelafstand instellen Teken- en tekstspatiëring De basislijn verschuiven Fractionele tekenbreedten in- of uitschakelen Regelafstand instellen Naar boven De verticale ruimte tussen tekstlijnen wordt regelafstand genoemd. Voor Romeinse tekst wordt de regelafstand gemeten vanaf de basislijn van een regel tekst tot de basislijn van de regel erboven. De basislijn is de denkbeeldige lijn waarop de meeste tekens zijn geplaatst.
Opties voor tekenspatiëring en tekstspatiëring A. Originele tekst B. Tekst met optische tekenspatiëring C. Tekst met handmatige tekenspatiëring tussen W en a. D. Tekst met tekstspatiëring E. Cumulatieve tekenspatiëring en tekstspatiëring Ook kunt u handmatige tekenspatiëring gebruiken. Dit is een ideale methode voor het aanpassen van de ruimte tussen twee tekens.
Verschillende waarden voor de verticale verplaatsing van tekst Fractionele tekenbreedten in- of uitschakelen Naar boven In de software wordt standaard gebruikgemaakt van fractionele tekenbreedten tussen tekens. Dit betekent dat de ruimte tussen tekens verschilt en dat soms maar een fractie van een pixel wordt gebruikt. In de meeste situaties geven fractionele tekenbreedten de beste afstand voor wat betreft de weergave en leesbaarheid van tekst.
Lettertypen Informatie over lettertypen Voorvertoning van lettertypen Een lettertypefamilie en -stijl kiezen Het lettertype wijzigen op meerdere lagen Informatie over ontbrekende lettertypen en glyphbescherming OpenType-lettertypen OpenType-functies toepassen Informatie over lettertypen Naar boven Een lettertype is een volledige set tekens (letters, cijfers en symbolen) met een gemeenschappelijke dikte, breedte en stijl, zoals 10-punts Adobe Garamond Bold.
In het menu Lettertypefamilie van het deelvenster Teken en op de optiebalk ziet u voorvertoningen van de beschikbare lettertypen. U kunt een lettertypefamilie en -stijl kiezen door de naam in het tekstvak te typen. Terwijl u typt, verschijnt de naam van het eerste lettertype of de eerste stijl die met die letter begint. Ga door met typen totdat het gewenste lettertype of de juiste stijl wordt weergegeven. 2.
Bij OpenType-lettertypen wordt het pictogram weergegeven. Als u met een OpenType-lettertype werkt, kunt u alternatieve glyphs in uw tekst automatisch vervangen. Denk bijvoorbeeld aan ligaturen, kleinkapitalen, breuken en ouderwetse proportionele cijfers. Standaard- (links) en OpenType-lettertypen (rechts) A. Rangtelwoorden B. Handmatige ligaturen C.
Meer Help-onderwerpen Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Tekst bewerken Tekst bewerken Gekrulde of rechte aanhalingstekens opgeven Anti-aliasing toepassen op een tekstlaag De spelling van woorden controleren en corrigeren Tekst zoeken en vervangen Een taal toewijzen aan de tekst Tekst schalen en roteren De richting van een tekstlaag wijzigen Tekstlagen omzetten in pixels Naar boven Tekst bewerken 1. Selecteer het gereedschap Horizontale tekst of Verticale tekst . 2.
tekst. Wanneer het reduceren van de bestandsgrootte en het beperken van het aantal kleuren erg belangrijk is, kunt u anti-aliasing beter niet gebruiken, ondanks het feit dat de randen dan rafelig worden. Een ander advies is om grotere tekst te gebruiken dan bij gedrukte toepassingen. Grotere tekst is beter leesbaar op het web en biedt meer flexibiliteit bij het al dan niet toepassen van anti-aliasing.
ongeacht de plaats van het invoegpunt. Hoofdlettergevoelig Hiermee zoekt u naar een of meer woorden waarvan het hoofdlettergebruik exact overeenkomt met dat van de tekst in het vak Zoeken naar. Wanneer u bijvoorbeeld zoekt naar 'DrukPers', worden 'Drukpers' en 'DRUKPERS' niet gevonden als deze optie is ingeschakeld. Hele woorden Hiermee zoekt u alleen tekst die geen deel uitmaakt van een ander woord. Wanneer u bijvoorbeeld zoekt naar 'enige' als heel woord, wordt 'menige' niet gevonden. 5.
Tekens in verticale tekst roteren Wanneer u werkt met verticale tekst, kunt u de richting van de tekens met 90° draaien. Geroteerde tekens worden recht weergegeven, terwijl nietgeroteerde gegevens haaks op de tekstregel worden weergegeven. Oorspronkelijke tekst (links) en tekst zonder verticale rotatie (rechts) 1. Selecteer de verticale tekst die u wilt roteren of waarvan u de rotatie ongedaan wilt maken. 2. Kies Standaard verticale Romeinse uitlijning in het menu van het deelvenster Teken.
Teksteffecten instellen Tekst langs of binnen een pad maken Tekst verdraaien en de verdraaiing van tekst ongedaan maken Een tijdelijk pad maken van tekst Tekst omzetten in vormen Een selectiekader voor tekst maken Een slagschaduw toevoegen aan tekst Tekst vullen met een afbeelding U kunt verschillende bewerkingen uitvoeren op tekst om de vormgeving van tekst te wijzigen. U kunt tekst bijvoorbeeld verdraaien, omzetten in vormen of er een slagschaduw aan toevoegen.
Tekst invoeren langs een pad 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer het gereedschap Horizontale tekst of Verticale tekst Selecteer het gereedschap Masker voor Horizontale tekst . of Masker voor Verticale tekst 2. Plaats de aanwijzer zo dat de basislijnindicator van het gereedschap Tekst een invoegpunt op het pad. . zich op het pad bevindt en klik.
Tekst verdraaien en de verdraaiing van tekst ongedaan maken U kunt tekst verdraaien om een bepaald teksteffect te verkrijgen. U kunt tekst bijvoorbeeld verdraaien in de vorm van een boog of golf. De geselecteerde verdraaiing is een kenmerk van de tekstlaag. U kunt de verdraaiing van een laag op elk moment wijzigen om de vorm van de verdraaiing aan te passen. Verdraaiingsopties geven u nauwkeurige controle over de richting en het perspectief van het verdraaiingseffect.
1. Selecteer de laag waarop de selectie moet verschijnen. De beste resultaten krijgt u als u het tekstselectiekader maakt op een gewone afbeeldingslaag, niet op een tekstlaag. Als u het selectiekader van de tekst wilt vullen of omlijnen, dient u het selectiekader aan te brengen op een nieuwe, lege laag. 2. Selecteer het gereedschap Masker voor Horizontale tekst of Masker voor Verticale tekst . 3. Selecteer aanvullende tekstopties en typ tekst op een bepaalde positie of in een selectiekader.
Tekst maken Tekstlagen Tekst invoeren Punttekst invoeren Alineatekst invoeren Lorem ipsum-tekst plakken (CS6) De grootte van een tekstselectiekader wijzigen of het kader transformeren Punttekst omzetten in alineatekst en omgekeerd Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden.
Naar boven Tekst invoeren Er zijn drie manieren om tekst te maken: op een punt, in een alinea en langs een pad. Punttekst is een horizontale of verticale lijn met tekst die begint op de plaats waar u in een afbeelding klikt. Het invoeren van tekst op een punt is een handige manier als u enkele woorden aan uw afbeelding wilt toevoegen. Alineatekst werkt met grenzen voor de horizontale of verticale doorloop van tekens.
te schalen en schuin te trekken. 1. Selecteer het gereedschap Horizontale tekst of Verticale tekst . 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Sleep diagonaal om een selectiekader te definiëren voor de tekst. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u klikt of sleept om het dialoogvenster Tekstgrootte alinea weer te geven. Voer waarden in voor Breedte en Hoogte en klik op OK. 3.
Punttekst omzetten in alineatekst en omgekeerd Naar boven U kunt punttekst omzetten in alineatekst om de doorloop van tekens binnen een selectiekader aan te passen. En als alle regels met tekst los van elkaar moeten staan, kunt u alineatekst omzetten in punttekst. Wanneer u alineatekst omzet in punttekst, wordt een regelterugloopteken toegevoegd aan het einde van elke regel met tekst (behalve de laatste regel). 1. Selecteer de tekstlaag in het deelvenster Lagen. 2.
Aziatische tekst Aziatische tekstopties weergeven en instellen Spatiëring verminderen rond Aziatische teksttekens Opgeven hoe regelafstand wordt gedefinieerd voor Aziatische tekst Tate-chu-yoko gebruiken Aziatische tekens uitlijnen met mojisoroe Links en rechts onderstrepen met Aziatische tekst Kenmerken voor Aziatische OpenType-lettertypen selecteren Aziatische OpenType-opties Een mojikumi-set kiezen Kinsoku shori-opties instellen Een Burasagari-optie opgeven Photoshop biedt verschillende opties voor het w
Tate-chu-yoko gebruiken Naar boven Tate-chu-yoko (ook wel kumimoji en renmoji genoemd) is een horizontaal tekstblok dat tussen verticale tekstregels wordt geplaatst. Met tate-chu-yoko is het gemakkelijk om tekens met halve breedte, zoals getallen, datums en korte buitenlandse woorden in verticale tekst te lezen. Een getal zonder tate-chu-yoko (links) vergeleken met een getal dat met tate-chu-yoko is geroteerd (rechts) 1. Selecteer de tekens die u wilt draaien. 2.
1. Selecteer het gereedschap Tekst en voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer op een bestaande tekstlaag de tekens of tekstobjecten waarop u de instelling wilt toepassen. Klik op de afbeelding om een nieuwe tekstlaag te maken. 2. Controleer of er een Aziatisch OpenType Pro-lettertype is geselecteerd in het deelvenster Teken. 3. Kies een OpenType-optie in het menu van het deelvenster Teken. 4. Schakel de invoermethode MSIME (Windows) of Kotoeri (Mac OS) in.
(Mac OS) Dubbelklik op het teken dat u wilt gebruiken om het in te voegen in uw document. Aziatische OpenType-opties Naar boven Afhankelijk van het lettertype zijn er nog meer OpenType-opties beschikbaar. Japans 78 Hiermee vervangt u de standaardglyph met de Japans 78-variant. Japans expert Hiermee vervangt u de standaardglyph met de expert-variant. Japans traditioneel Hiermee vervangt u de standaardglyph met de traditionele variant.
Set Mojikumi 3 en Set Mojikumi 4 Kinsoku shori-opties instellen Naar boven Kinsoku shori bepaalt regeleinden in Japanse tekst. Tekens die niet aan het begin of einde van een regel mogen voorkomen, worden kinsokutekens genoemd. Photoshop bevat Kinsoku-sets (Weak (zwak) en Maximum) die zijn gebaseerd op de Japanse industriestandaard (JIS) X 4051-1995. Zwakke Kinsoku-sets laten symbolen voor lange klinkers en kleine hiragana-tekens weg.
het begin van een regel komen te staan. Eerst naar volgende regel Hiermee verplaatst u tekens naar de volgende regel om te voorkomen dat niet-toegestane tekens aan het eind of aan het begin van een regel komen te staan. Altijd naar volgende regel Hiermee verplaatst u altijd tekens naar de volgende regel om te voorkomen dat niet-toegestane tekens aan het eind of aan het begin van een regel komen te staan. Het programma probeert tekens dan niet op de vorige regel te plaatsen.
Arabische en Hebreeuwse tekst | CC, CS6 How to access Arabic and Hebrew features in Photoshop Functies voor het Midden-Oosten inschakelen Tekstrichting Typen cijfers Automatische Kashida-invoeging Ligaturen (OpenType-lettertypen) Alternatieven voor uitvulling Functies voor het Midden-Oosten inschakelen Naar boven Als u de tekstopties voor het Midden-Oosten in de Photoshop-interface wilt weergeven, doet u het volgende: 1.
Selectie cijfertype (deelvenster uit InDesign weergegeven) Automatische Kashida-invoeging Naar boven In het Arabisch wordt tekst uitgevuld door Kashida's toe te voegen. Kashida's worden aan Arabische tekens toegevoegd om ze langer te maken. Witruimte wordt niet gewijzigd. Gebruik automatische invoeging van Kashida's om alinea's met Arabische tekst uit te vullen.
De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Video en animatie Audio wordt niet afgespeeld in videobestanden die zijn gecodeerd met Dolby Digital AC3 problemen oplossen (27 mei 2013) Videoworkflow Kelby (7 mei 2012) videozelfstudie Intuïtieve bewerkingen voor video-DSLR's en andere bronnen. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Video's bewerken | CC, CS6 Video | Een videoproject doorlopen Video's maken op de tijdlijn Filters toepassen op videolagen Bewegingseffecten toepassen op tekst, stilstaande beelden en slimme objecten Een groter aantal bestandsindelingen importeren Voltooide video's exporteren met Adobe Media Encoder Naar boven Video's maken op de tijdlijn Het geheel veranderde, op clips gebaseerde deelvenster Tijdlijn bevat nu, net als videobewerkingsprogramma's zoals Adobe Premiere, effecten en overgangen die voltooide
Audioclips toevoegen, dupliceren, verwijderen of vervangen Rechts van de namen van audiotracks in de tijdlijn klikt u op de muzieknoten in de track te plaatsen. Selecteer een audioclip in de tijdlijn en klik op de muzieknoten Verwijderen of Audioclip vervangen. . Selecteer vervolgensAudio toevoegen om een andere clip rechts van de naam van de track. Selecteer vervolgens Dupliceren, Video-overgangen Overgangen brengen professionele vervagings- en overvloei-effecten tot stand.
De QuickTime-indeling (.MOV) is vereist voor het exporteren van alfakanalen en niet-gecomprimeerde video. Het menu Voorinstelling bevat extra compressieopties. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Video- en animatielagen bewerken Videolagen transformeren Nieuwe videolagen maken Opgeven wanneer een laag in een video of animatie wordt weergegeven Een videolaag bijsnijden of verplaatsen Werkgebied optillen Werkgebied extraheren Videolagen opsplitsen Lagen groeperen in een video of animatie Videolagen omzetten in pixels Videolagen transformeren Naar boven U kunt een videolaag net als elke andere laag in Photoshop transformeren.
Als u de in- en uitpunten van een laag wilt bepalen, sleept u het begin- en het eindpunt van de laagduurbalk. Sleep deze balk naar het gedeelte van de tijdlijn waar u de laag wilt weergeven. Opmerking: De beste resultaten krijgt u als u de laagduurbalk sleept nadat u deze hebt bijgesneden.
Lagen voordat de opdracht Werkgebied optillen is toegepast (Photoshop Extended CS5) Lagen nadat de opdracht Werkgebied optillen is toegepast (Photoshop Extended CS5) Naar boven Werkgebied extraheren Gebruik de opdracht Werkgebied extraheren als u gedeelten van video wilt verwijderen en het resulterende tijdhiaat automatisch wilt wissen. De resterende inhoud wordt gekopieerd naar nieuwe videolagen. 1. Selecteer de lagen die u wilt bewerken. 2.
De twee resulterende lagen nadat de opdracht Laag splitsen is gebruikt (Photoshop Extended CS5) Lagen groeperen in een video of animatie Naar boven Als u veel lagen toevoegt aan uw video of animatie, is het wellicht handig deze in te delen in een hiërarchie door de lagen te groeperen. In gegroepeerde lagen blijven de frames in uw video of animatie behouden. Het is ook mogelijk een groep lagen te groeperen.
Voorvertoningen weergeven van video en animaties Een voorvertoning van een frameanimatie weergeven Het gedeelte op de tijdlijn instellen waarvan u een voorvertoning wilt weergeven Een voorvertoning weergeven van video- of tijdlijnanimaties Een voorvertoning van het document op een videoscherm bekijken Een voorvertoning van een frameanimatie weergeven Naar boven 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op de knop Afspelen in het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6).
Ga als volgt te werk: Sleep de huidige-tijdindicator in de tijdlijn. Gebruik de afspeelknoppen onder aan het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6). Druk op de spatiebalk om te beginnen met afspelen of om het afspelen te beëindigen. Geef een voorvertoning van de animatie weer in een webbrowser om een voor het web gemaakte animatie beter te kunnen bekijken. Met de opdrachten Stoppen en Vernieuwen van de browser kunt u de animatie stoppen of opnieuw afspelen.
scherm. Dit gebeurt zonder vervorming doordat de linkerrand en de rechterrand van het frame die buiten de weergaveranden van het scherm van het weergaveapparaat vallen, worden uitgesneden. Deze optie is alleen beschikbaar als u Standaard (4:3) hebt gekozen voor de verhoudingen van het apparaat. Letterbox Hiermee schaalt u een 16:9-afbeelding zodat deze op een 4:3-scherm past.
Frames tekenen in videolagen Frames tekenen in videolagen Inhoud klonen in video- en animatieframes Frames in videolagen herstellen Kleurbeheer in videolagen Naar boven Frames tekenen in videolagen U kunt afzonderlijke videoframes bewerken of hierop tekenen om een animatie te maken, inhoud toe te voegen of ongewenste details te verwijderen. U kunt tekenen met de penselen en met het gereedschap Kloonstempel, Patroonstempel, Retoucheerpenseel of Snel retoucheerpenseel.
in . Als u een bedekking wilt weergeven van de bron die u kloont, selecteert u Bedekking tonen en stelt u de bedekkingsopties in. (De optie Bijgesneden beperkt de bedekking tot de grootte van het penseel. Schakel deze optie uit als u de gehele bronafbeelding wilt bedekken.) U verplaatst de bronbedekking naar een verschuivingspositie door Shift + Alt ingedrukt te houden en te slepen (Windows) of Shift + Option ingedrukt te houden en te slepen (MAC OS).
Documentkleuren omzetten in een ander profiel (Photoshop) Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren Een videobestand openen of importeren Reeksen afbeeldingen importeren Een video of reeks afbeeldingen plaatsen Beeldmateriaal opnieuw laden in een videolaag Beeldmateriaal vervangen in een videolaag Beeldmateriaal interpreteren Een videobestand openen of importeren Naar boven In Photoshop CS6 en Photoshop Extended CS5 kunt u een videobestand rechtstreeks openen of video aan een geopend document toevoegen.
Selecteer één bestand met een reeks afbeeldingen, selecteer de optie Afbeeldingsvolgorde en klik op Plaatsen. Opmerking: Zorg ervoor dat alle bestanden met reeksen afbeeldingen in één map staan. 3. (Optioneel) Gebruik de handgrepen om de geïmporteerde inhoud te schalen, verplaatsen of verdraaien. 4. Klik op de knop Transformatie vastleggen op de optiebalk om het bestand te plaatsen. U kunt video ook rechtstreeks plaatsen vanuit Adobe Bridge.
Items met geïntegreerde kanalen (boven) worden weergegeven met een zwarte krans wanneer die worden geïnterpreteerd als direct, zonder basiskleur (linksonder). Wanneer die worden geïnterpreteerd als geïntegreerd, basiskleur met zwart die is opgegeven als achtergrondkleur, wordt er geen krans weergegeven (rechtsonder).
Tijdlijnanimaties maken Tijdlijnanimatieworkflow Keyframes gebruiken om laageigenschappen van animatie te voorzien Met de hand getekende animaties maken Lege videoframes invoegen, verwijderen of dupliceren Instellingen voor semi-transparante lagen opgeven Een uit meerdere lagen bestaande animatie openen Tijdlijnanimatieworkflow Naar boven Als u animatie wilt toepassen op inhoud in de tijdlijnmodus, stelt u keyframes in het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6) in terwijl u de hu
Klik op het driehoekje naast de laagnaam. Een omgekeerd driehoekje geeft de eigenschappen van de laag aan. Klik op de stopwatch om het eerste keyframe in te stellen voor de laageigenschap waarop u animatie wilt toepassen. U kunt per keer keyframes voor meer dan één laageigenschap instellen. 8. Verplaats de huidige-tijdindicator en wijzig een laageigenschap. Verplaats de huidige-tijdindicator naar de tijd of het frame waar de eigenschap van de laag verandert.
De weergave van een keyframe in het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6) wordt bepaald door de interpolatiemethode die u instelt voor het interval tussen keyframes. Lineair keyframe Hiermee wijzigt u de geanimeerde eigenschap op evenredige wijze tussen keyframes. (De enige uitzondering wordt gevormd door de eigenschap Positie laagmasker die plotseling overschakelt tussen de staten Uitgeschakeld en Ingeschakeld.
Kies Keyframes verwijderen in het menu van het deelvenster. Naar boven Met de hand getekende animaties maken U kunt een lege videolaag toevoegen aan uw document als u per frame met de hand getekende animaties wilt creëren. Door een lege videolaag toe te voegen boven een videolaag en vervolgens de dekking van de lege videolaag aan te passen, kunt u de inhoud van de onderliggende videolaag zien. U kunt dan rotoscoop toepassen op de inhoud van de videolaag door op de lege videolaag te tekenen.
Semi-transparante lagen A. Huidig frame met één volgend frame B. Huidig frame met één vorig en één volgend frame C. Huidig frame met één vorig frame Een uit meerdere lagen bestaande animatie openen Naar boven U kunt ook animaties openen die in oudere versies van Photoshop zijn opgeslagen als gelaagde Photoshop-bestanden (.PSD). De lagen worden op stapelvolgorde in het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6) geplaatst, waarbij de onderste laag het eerste frame wordt. 1.
Afbeeldingen maken voor video Afbeeldingen maken voor video Verhoudingen Een afbeelding maken voor gebruik in video Videohandelingen laden Pixelverhouding aanpassen Afbeeldingen voorbereiden voor gebruik in After Effects Afbeeldingen maken voor video Naar boven Photoshop kan afbeeldingen van verschillende verhoudingen maken, zodat deze op de juiste wijze worden weergegeven op bijvoorbeeld videoschermen.
voegen, maar kunt u een samengevoegde kopie van het bestand in PSD-indeling opnemen om de neerwaartse compatibiliteit te maximaliseren. Verhoudingen Naar boven De frameverhouding beschrijft de verhouding tussen de breedte en de hoogte in de afmetingen van een afbeelding. DV NTSC heeft bijvoorbeeld een frameverhouding van 4:3 (een breedte van 4,0 en een hoogte van 3,0). De meeste breedbeeldframes hebben een frameverhouding van 16:9. Sommige videocamera's kunnen verschillende frameverhoudingen opnemen.
3. Kies de grootte die past bij het videosysteem waarop de afbeelding wordt weergegeven. 4. Klik op Geavanceerd om een kleurprofiel en een bepaalde pixelverhouding op te geven. Belangrijk: Als u documenten met niet-vierkante pixels opent, is de optie Correctie pixelverhouding standaard ingeschakeld. Zo wordt de afbeelding geschaald en kunt u zien hoe deze eruit zou zien op een uitvoerapparaat met niet-vierkante pixels (meestal een videoscherm). 5.
2. Geef in het dialoogvenster Pixelverhoudingen opslaan een waarde op in het tekstvak Factor, geef een naam op voor de aangepaste pixelverhouding en klik vervolgens op OK. De nieuwe aangepaste pixelverhouding verschijnt zowel in het menu Pixelverhouding van het dialoogvenster Nieuw als in het menu Weergave > Pixelverhouding. Een pixelverhouding verwijderen 1. Zorg dat er een document is geopend. Kies vervolgens Weergave > Pixelverhouding > Pixelverhoudingen verwijderen. 2.
Frameanimaties maken Workflow voor het maken van frameanimaties Frames toevoegen aan een animatie Animatieframes selecteren Animatieframes bewerken Laageigenschappen in animatieframes verenigen Frames met laageigenschappen kopiëren Frames maken met Tussenvoegen Een nieuwe laag toevoegen voor elk nieuw frame Lagen verbergen in frames van een animatie Een vertraging opgeven in frameanimaties Kies een van de volgende methoden voor het verwijderen van frames Herhaling instellen in frameanimaties Een volledige a
Ga als volgt te werk: Schakel de zichtbaarheid van verschillende lagen in en uit. Wijzig de positie van de objecten of lagen, zodat de laaginhoud beweegt. Wijzig de dekking van de laag om de inhoud meer of minder te laten vervagen. Wijzig de overvloeimodus van lagen. Voeg een stijl toe aan lagen. In Photoshop vindt u gereedschappen voor het behouden van de eigenschappen van een laag in alle frames. Zie Laageigenschappen in animatieframes verenigen. 7. Voeg desgewenst meer frames toe en bewerk lagen.
Meerdere animatieframes selecteren Voer een van de volgende handelingen uit in het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6): Wanneer u meerdere aaneengesloten frames wilt selecteren, drukt u op Shift en klikt u op een tweede frame. Het tweede frame en alle frames tussen het eerste en het tweede frame worden aan de selectie toegevoegd.
Altijd verbergen De knoppen voor het verenigen van lagen zijn zowel bij een geopend als een gesloten deelvenster Animatie verborgen. Frames met laageigenschappen kopiëren Naar boven Als u wilt begrijpen wat er gebeurt wanneer u een frame kopieert en plakt, kunt u een frame het beste zien als een duplicaatversie van een afbeelding met een bepaalde laagconfiguratie.
Klik op de tussenvoegknop in het deelvenster Animatie (Photoshop Extended CS5) of Tijdlijn (CS6). Selecteer Tussenvoegen in het menu van het deelvenster. 4. Geef de te variëren laag of lagen in de toegevoegde frames op: Alle lagen Hiermee worden alle lagen van het geselecteerde frame of de geselecteerde frames gevarieerd. Geselecteerde laag Hiermee worden alleen de momenteel geselecteerde laag van het geselecteerde frame of de geselecteerde frames gevarieerd. 5.
De verwijderingsmethode voor frames geeft aan of het huidige frame moet worden verwijderd voordat het volgende frame wordt weergegeven. U selecteert een verwijderingsmethode voor animaties met achtergrondtransparantie om op te geven of het huidige frame zichtbaar is door de transparante gebieden van het volgende frame. Frameverwijderingsmethoden A. Frame met achtergrondtransparantie met de optie Terug naar achtergrond B.
Video en animaties opslaan en exporteren Indelingen voor het exporteren van video en animaties Animatieframes optimaliseren Frames samenvoegen tot één laag Videobestanden of afbeeldingsreeksen exporteren Quicktime-filminstellingen opgeven (Photoshop Extended CS5) Opmerking: Voor eerdere Photoshop-versies dan Photoshop CC is bepaalde functionaliteit die in dit artikel wordt beschreven wellicht alleen beschikbaar als u Photoshop Extended hebt. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie.
2. Kies Frames samenvoegen tot lagen in het menu van het deelvenster Animatie (CC, CS6) of Tijdlijn (CS5). Videobestanden of afbeeldingsreeksen exporteren Naar boven Een video over reeksen afbeeldingen vindt u op www.adobe.com/go/vid0026_nl. 1. Kies Bestand > Exporteren > Video renderen. 2. Geef in het dialoogvenster Video renderen een naam op voor de video of de reeks afbeeldingen. 3. Klik op de knop Map selecteren en navigeer naar de locatie voor de geëxporteerde bestanden.
QuickTime Movie Dit is de multimedia-architectuur van Apple Computer, die een aantal codecs bevat. (U dient deze indeling te gebruiken om audio te kunnen exporteren.) AVI Audio Video Interleave (AVI) is een standaardindeling voor audio- en videogegevens op Windows-computers. DV-stream Dit is een video-indeling met compressie van de intraframes waarbij gebruik wordt gemaakt van FireWire-interface (IEEE 1394) voor de overdracht van video naar niet-lineaire bewerkingssystemen.
Streaming Kies Streaming in het pop-upmenu onder het menu Bestandsindeling en geef de volgende instellingen op: Streaming activeren Hiermee maakt u een bestand voor RTSP-streaming naar QuickTime Player. Met deze optie wordt een track met hints gemaakt (instructies voor het streamen van een bestand). Voor server optimaliseren Hiermee kan de server het bestand sneller verwerken. Het bestand wordt dan wel groter.
Scanmodus Hiermee geeft u op of de geëxporteerde film velden (Interlaced) of geen velden (Progressief) heeft. Verhouding Hiermee stelt u de verhouding 4:3 of 16:9 in voor de geëxporteerde film. Opties (Alleen beschikbaar bij Intel Indeo® Video 4.4) Hiermee stelt u opties in voor compressie, transparantie en toegang voor de codec Intel Indeo® Video 4.4.
Framesnelheid Hiermee geeft u de framesnelheid op waarmee uw geëxporteerde video wordt afgespeeld. In de meeste gevallen wordt uw video beter weergegeven als u een waarde kiest die precies kan worden gedeeld door het aantal frames per seconde (fps) dat is ingesteld voor de bron. Als de bron bijvoorbeeld is vastgelegd met 30 fps, kiest u een framesnelheid van 10 of 15. Kies geen frequentie die hoger is dan die van uw bronmateriaal.
dan de kwaliteit van het origineel, wordt de kwaliteit niet hoger, maar kan het renderen meer tijd in beslag nemen. Opmerking: de opties voor de compressiemethode zijn niet beschikbaar voor de codec Component Video. Instellingen voor de grootte van QuickTime-films (Photoshop Extended CS5) In het dialoogvenster Exportgrootte zijn de volgende opties beschikbaar: Afmetingen Hiermee stelt u de framegrootte in voor uw geëxporteerde film.
Overzicht van video en animatie Informatie over videolagen in Photoshop Extended Ondersteunde indelingen voor video en reeksen afbeeldingen Overzicht van het deelvenster Animatie Schakelen tussen animatiemodi De tijdlijnduur en framesnelheid opgeven Opmerking: Voor eerdere Photoshop-versies dan Photoshop CC is bepaalde functionaliteit die in dit artikel wordt beschreven wellicht alleen beschikbaar als u Photoshop Extended hebt. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie.
OpenEXR PNG PSD Targa TIFF Cineon en JPEG 2000 worden ondersteund als de desbetreffende plug-ins. zijn geïnstalleerd. Zie Plug-ins voor meer informatie over plug-ins en het installeren ervan. Kleurmodus en bitdiepte Videolagen kunnen bestanden bevatten in de volgende kleurmodi en met het volgende aantal bits per kanaal (bpc): Grijswaarden: 8, 16 of 32 bpc RGB: 8, 16 of 32 bpc CMYK: 8 of 16 bpc Lab: 8 of 16 bpc Overzicht van het deelvenster Animatie Naar boven Zie www.adobe.
Deelvenster Animatie (tijdlijnmodus) A. Het afspelen van audio inschakelen B. Uitzoomen C. Zoomregelaar D. Inzoomen E. Semi-transparante lagen in-/uitschakelen F. Keyframes verwijderen G. Omzetten in frameanimatie In de tijdlijnmodus wordt in het deelvenster Animatie elke laag in een Photoshop-document (behalve de achtergrondlaag) weergegeven en is het deelvenster gesynchroniseerd met het deelvenster Lagen.
volgende keyframe. Klik op de knop in het midden als u een keyframe bij de huidige tijd wilt toevoegen of verwijderen. Laagduurbalk Hiermee geeft u de plaats van een laag in de tijd op binnen een video of animatie. Sleep de balk als u de laag naar een ander punt in de tijd wilt verplaatsen. Als u een laag wilt bijsnijden (de laagduur wilt aanpassen), sleept u een van de uiteinden van de balk. Gewijzigde-videotrack Voor videolagen geeft u hiermee een tijdbalk voor gewijzigde frames weer.
Schakelen tussen animatiemodi U kunt het deelvenster Animatie zowel in de frame- als in de tijdlijnanimatiemodus gebruiken. In de framemodus wordt elk afzonderlijk frame weergegeven, zodat u de unieke duur- en laageigenschappen voor elk frame kunt instellen. In de tijdlijnmodus worden de frames op een doorlopende tijdlijn weergegeven, zodat u eigenschappen kunt animeren met keyframes en videolagen kunt afspelen. Idealiter selecteert u de gewenste modus voordat u een animatie start.
Filters en effecten Overzicht van de galerie Vervagen Kelby (7 mei 2012) videozelfstudie Snelle creatieve controle in een speciale werkruimte voor vervagen. De nieuwe driedelige galerie Vervagen gebruiken Lynda.com (7 mei 2012) videozelfstudie De blik focussen met nauwkeurige vervagingen. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Overzicht van de filtereffecten | CC, CS6 Lijst met filters die ondersteuning bieden voor documenten met 16 en 32 bits per kanaal Artistieke filters Vervagingsfilters Penseelstreekfilters Vervormingsfilters Ruisfilters Pixelfilters Renderingsfilters Verscherpingsfilters Schetsfilters Stileerfilters Structuurfilters Videofilters Overige filters Digimarc-filters Perspectiefpunt Opmerking: In andere hoofdstukken wordt volledige informatie over het gebruik van bepaalde filters verschaft.
Knipsel Hiermee geeft u een afbeelding weer alsof die van ruw uitgeknipte stukjes gekleurd papier is gemaakt. Afbeeldingen met veel contrast verschijnen in silhouet en kleurenafbeeldingen worden opgebouwd uit diverse lagen gekleurd papier. Droog penseel Dit filter tekent de randen van de afbeelding met een droogpenseeltechniek (tussen olie en waterverf in). Het filter vereenvoudigt een afbeelding door het kleurbereik te beperken tot de gebieden met veel voorkomende kleuren.
Voor (links) en na (rechts) gebruik van het filter Vage lens. De achtergrond wordt vervaagd maar de voorgrond blijft scherp. Opmerking: Als u een vervagingsfilter wilt toepassen op de randen van een laag, schakelt u de optie Transparante pixels vergrendelen uit in het deelvenster Lagen. Gemiddelde Hiermee wordt de gemiddelde kleur van een afbeelding of selectie vastgesteld en vervolgens wordt de afbeelding of selectie hiermee gevuld zodat deze er egaler uitziet.
Oppervlak vervagen Hierbij wordt een afbeelding vervaagd zonder de randen te beïnvloeden. Dit filter is handig voor het maken van speciale effecten en voor het verwijderen van ruis of korreligheid. Met de optie Straal geeft u de grootte op van het gebied waarin monsters worden genomen voor de vervaging. Met de optie Drempel kunt u aangeven hoeveel de toonwaarden van de omliggende pixels moeten afwijken van die van de middelste pixel, voordat deze worden meegenomen in de vervaging.
negatieve waarde tot -100% verschuift u de selectie naar buiten. Poolcoördinaten Met dit filter wordt een selectie van rechthoekige in polaire coördinaten omgezet en omgekeerd, afhankelijk van de geselecteerde optie. Met dit filter kunt u een cilinderanamorfose maken. Dit is een kunstvorm die populair was in de 18e eeuw, waarbij de vervormde afbeelding normaal zichtbaar wordt als u deze spiegelt in een cilinder.
Naar boven Pixelfilters Bij deze filters wordt een selectie scherp gedefinieerd doordat de pixels van gelijke kleurwaarden in cellen worden samengeklonterd. Kleur halftoon Hiermee simuleert u het effect van toepassing van een vergroot halftoonraster op elk kanaal van de afbeelding. Voor elk kanaal verdeelt het filter de afbeelding in rechthoeken en vervangt elke rechthoek door een cirkel. De cirkelgrootte is proportioneel met de helderheid van de rechthoek. Zie Het filter Kleur halftoon toepassen.
Belichtingseffecten Hiermee kunt u allerlei belichtingseffecten in RGB-afbeeldingen creëren door 17 lichtstijlen, 3 soorten licht en 4 sets lichteigenschappen te variëren. U kunt ook met structuren uit grijswaardenbestanden (de zogeheten grijsstructuren) 3D-achtige effecten creëren en uw eigen stijlen opslaan om op andere afbeeldingen toe te passen. Zie Belichtingseffecten toevoegen. Opmerking: Belichtingseffecten is niet beschikbaar in 64-bits versies van Mac OS.
Deze filters voegen structuur aan afbeeldingen toe, meestal voor een 3D-effect. De filters zijn ook handig om een afbeelding een kunstzinnig of handgetekend uiterlijk te geven. Bij de meeste schetsfilters wordt de afbeelding opnieuw getekend in de voorgrond- en achtergrondkleur. Alle schetsfilters kunnen worden toegepast met de Filtergalerie.
De stileerfilters geven een geschilderd of impressionistisch effect op een selectie door pixels te verplaatsen en het contrast in een afbeelding te zoeken en te versterken. Nadat u met bijvoorbeeld de filters Contrastlijn of Omtreklijn randen gemarkeerd hebt, kunt u met de opdracht Omkeren de randen van een afbeelding in kleur met gekleurde lijnen aangeven of de randen van een afbeelding in grijswaarden met witte lijnen.
Gebrandschilderd glas Dit filter tekent een afbeelding opnieuw als aangrenzende cellen van één kleur met contouren in de voorgrondkleur. Structuurmaker Past een door u geselecteerde of gemaakte structuur op een afbeelding toe. Naar boven Videofilters In het submenu Video vindt u de filters De-Interlace en NTSC-kleuren. De-Interlace Het filter De-interlace maakt op video vastgelegde bewegende beelden vloeiender door ofwel de oneven ofwel de even geïnterlinieerde lijnen in de afbeelding te verwijderen.
Verschuiven Verplaatst een selectie volgens een opgegeven horizontale of verticale waarde en laat een lege ruimte achter op de oorspronkelijke locatie van de selectie. U kunt het lege gebied opvullen met de huidige achtergrondkleur, met een ander gedeelte van de afbeelding of met uw keuze van opvulling als de selectie zich bij de rand van een afbeelding bevindt. Naar boven Digimarc-filters Met de Digimarc-filters voegt u een digitaal watermerk in een afbeelding in zodat u copyrightgegevens kunt opslaan.
Belichtingseffecten toevoegen | CC, CS6 Het filter Belichtingseffecten toepassen Expert aan het woord: Lesbestanden over belichtingseffecten Soorten belichtingseffecten Een puntlicht aanpassen in het voorvertoningsvenster Een oneindig licht aanpassen in het voorvertoningsvenster Een spotlicht aanpassen in het voorvertoningsvenster Voorinstellingen voor belichtingseffecten Een licht toevoegen of verwijderen Een voorinstelling voor belichtingseffecten maken, opslaan of verwijderen Een structuurkanaal toepasse
Punt Schijnt licht in alle richtingen van direct boven de afbeelding, net als een gloeilamp. Oneindig Schijnt licht op een volledig vlak, net als de zon. Steunkleur Hierbij wordt een elliptische lichtbundel op de afbeelding geworpen. De lijn in het voorvertoningsvenster geeft de richting en de hoek van het licht aan en de handgrepen geven de randen van de ellips aan. Een puntlicht aanpassen in het voorvertoningsvenster Naar boven 1. Kies Punt in het bovenste menu in het deelvenster Eigenschappen. 2.
Knipperlicht Een universeel geel licht met een gemiddelde (46) intensiteit. Schijnwerper Een witte spot met een gemiddelde (35) intensiteit en een brede (69) focus. Parallel gericht Een gericht blauw licht met volledige (98) intensiteit en geen focus. RGB-lichten Rode, blauwe en groene lichten die een licht produceren met een gemiddelde (60) intensiteit en een brede (96) focus. Zwak direct licht Twee gerichte lichten, wit en blauw, zonder focus. Wit heeft een zwakke (20) intensiteit.
Fotografische galerie Vervagen Veld vervagen Iris vervagen Kantelen en verschuiven Vervagingseffecten Galerie Vervagen-effecten toepassen als slimme filters | Alleen Creative Cloud Gebruik de galerie Vervagen om snel drie verschillende fotografische vervagingseffecten te maken met intuïtieve besturingselementen in het beeld. Voeg het effect Veld vervagen, Iris vervagen of Kantelen en verschuiven aan een afbeelding toe.
A. Scherp gebied B. Overgangsgebied C. Vervagingsgebied 2. Sleep de handgrepen om deze te verplaatsen en de verschillende gebieden opnieuw te definiëren. 3. Sleep de vervagingshandgreep om de vervaging te vergroten of te verkleinen. U kunt het deelvenster Vervagingsgereedschappen ook gebruiken om vervagingswaarde op te geven. Kantelen en verschuiven Naar boven Gebruik het effect Kantelen en verschuiven om een afbeelding te simuleren die is gemaakt met een lens voor kantelen en verschuiven.
Bokeh-kleur Hiermee voegt u levendigere kleuren toe aan verlichte gebieden die niet tot wit worden geblazen. Lichtbereik Hiermee bepaalt u het toonbereik waarop de instellingen betrekking hebben. Galerie Vervagen-effecten toepassen als slimme filters | Alleen Creative Cloud Naar boven De fotografische vervagingseffecten in de galerie Vervagen ondersteunen nu slimme objecten en kunnen op niet-destructieve wijze als slimme filters worden toegepast.
Het filter Adaptief groothoek Gebruik het filter Adaptief groothoek voor het corrigeren van lensvervormingen vanwege het gebruik van groothoeklenzen. U kunt snel lijnen rechttrekken die gebogen worden weergegeven in panorama's of foto's die zijn genomen met vissenoog- en groothoeklenzen. Gebouwen lijken bijvoorbeeld naar binnen te leunen wanneer ze worden vastgelegd met een groothoeklens. Het filter zoekt de camera en het lensmodel en gebruikt de lenskenmerken om de afbeeldingen recht te trekken.
Als u de afbeelding verticaal of horizontaal wilt beperken, houdt u Shift ingedrukt tijdens het slepen van de lijn. Als u de oriëntatie van een bestaande regel wilt definiëren, klikt u met de rechtermuisknop op de beperkingslijn in de afbeelding en kiest u een oriëntatie in het pop-upmenu. Nadat de groothoekcorrectie is voltooid, kan de afbeelding verschillende lege gebieden hebben.
Het filter Olieverf Gebruik het filter Olieverf om een afbeelding het uiterlijk te geven van een klassiek schilderij. 1. Kies Filter > Olieverf. 2. Experimenteer met de opties voor Penseel en Belichting. 3. Klik op OK om het filter toe te passen. Als het filter Olieverf niet werkt, is het mogelijk dat u geen ondersteunde grafische kaart hebt. Het kan ook zijn dat het stuurprogramma van uw grafische kaart verouderd is. Raadpleeg de Veelgestelde vragen GPU voor meer informatie.
Laageffecten en laagstijlen Informatie over laageffecten en laagstijlen Vooraf gedefinieerde stijlen toepassen Overzicht van het dialoogvenster Laagstijl Een aangepaste laagstijl toepassen of bewerken Laagstijlopties Laageffecten aanpassen met contouren Een globale belichtingshoek instellen voor alle lagen Laagstijlen weergeven of verbergen Laagstijlen kopiëren Een laageffect schalen Laageffecten verwijderen Een laagstijl omzetten in afbeeldingslagen Vooraf gedefinieerde stijlen maken en beheren Informatie
toevoegen aan de kenmerken van de actieve stijl. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik in het deelvenster Stijlen op de stijl die u op de geselecteerde lagen wilt toepassen. Sleep een stijl van het deelvenster Stijlen naar een laag in het deelvenster Lagen. Sleep een stijl van het deelvenster Stijlen naar het documentvenster en laat de muisknop los zodra de aanwijzer zich boven de laaginhoud bevindt waarop u de stijl wilt toepassen.
1. Selecteer één laag in het deelvenster Lagen. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op de laag, maar niet op de laagnaam of de miniatuur. Klik op de knop Laagstijl toevoegen onder aan het deelvenster Lagen en kies een effect in de lijst. Kies een effect in het submenu Laag > Laagstijl. Als u een bestaande stijl wilt bewerken, dubbelklikt u op een effect dat onder de laagnaam in het deelvenster Lagen wordt weergegeven.
Laag neemt slagschaduw uit Met deze optie bepaalt u de zichtbaarheid van een slagschaduw opeen halfdoorzichtige laag. Ruis Met deze optie geeft u het aantal willekeurige elementen op in de dekking van een gloed of een schaduw. Geef een waarde op of sleep de schuifregelaar. Dekking Met deze optie geeft u een dekking voor een laageffect op. Geef een waarde op of sleep de schuifregelaar. Patroon Met deze optie geeft u een patroon voor een laageffect op. Klik op het pop-updeelvenster en kies een patroon.
Een aangepaste contour maken 1. Selecteer het effect Slagschaduw, Schaduw binnen, Gloed binnen, Gloed buiten, Schuine kant en reliëf, Contour of Satijn in het dialoogvenster Laagstijl. 2. Klik op de contourminiatuur in het dialoogvenster Laagstijl. 3. Klik op de contour om punten toe te voegen en sleep om de contour aan te passen. U kunt ook waarden opgeven bij Invoer en Uitvoer. 4. Als u een scherpe hoek in plaats van een vloeiende curve wilt maken, selecteert u een punt en klikt u op Hoek. 5.
laageffect te dupliceren of sleep de effectenbalk van de ene laag naar een andere om de laagstijl te dupliceren. Sleep een of meer laageffecten van het deelvenster Lagen naar de afbeelding om de resulterende laagstijl toe te passen op de bovenste laag in het deelvenster Lagen die pixels bevat op de positie waar de stijl wordt neergezet. Naar boven Een laageffect schalen Een laagstijl is mogelijk speciaal afgestemd voor een doelresolutie en kenmerken met een bepaalde grootte.
3. Geef een naam op voor de vooraf gedefinieerde stijl, stel de gewenste stijlopties in en klik op OK. De naam van een vooraf gedefinieerde stijl wijzigen Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik in het deelvenster Stijlen op een stijl. Als het deelvenster Stijlen is ingesteld om stijlen als miniaturen weer te geven, voert u in het dialoogvenster een nieuwe naam in en klikt u op OK.
Basisbeginselen van filters Filters Een filter toepassen via het menu Filter Overzicht van de Filtergalerie Filters toepassen met de Filtergalerie Filtereffecten voor vervagen en overvloeien Tips voor het maken van speciale effecten Filterprestaties verbeteren Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden.
Als er geen dialoogvenster verschijnt, wordt het filtereffect toegepast. 3. Als de Filtergalerie of een dialoogvenster wordt weergegeven, typt u waarden of selecteert u opties en klikt u op OK. Het toepassen van filters op een grote afbeelding kan tijdrovend zijn, maar u kunt een voorvertoning van het effect weergeven in het filterdialoogvenster. Sleep in het voorvertoningsvenster om een specifiek gedeelte van de afbeelding in het midden van het venster te plaatsen.
Als u een filter op een gedeelte van een laag wilt toepassen, selecteert u eerst het desbetreffende gedeelte. Als u een filter niet-destructief wilt toepassen, zodat u de filterinstellingen later kunt wijzigen, selecteert u het slimme object dat de afbeeldingsinhoud bevat waarop u het filter wilt toepassen. 2. Kies Filter > Filtergalerie. 3. Klik op een filternaam om het eerste filter toe te voegen.
Sommige filterelementen kosten veel geheugen, vooral als ze op een afbeelding met een hoge resolutie worden toegepast. U kunt de volgende handelingen uitvoeren om de prestaties te verbeteren: Probeer de filters en instellingen uit op een klein gedeelte van de afbeelding. Pas het effect toe op de afzonderlijke kanalen, bijvoorbeeld op alle RGB-kanalen, als het om een grote afbeelding gaat en u problemen hebt met onvoldoende geheugen.
Specifieke filters toepassen Afbeeldingen en structuren voor filters laden Opties voor structuur- en glasoppervlakken instellen Niet-vervormde gebieden definiëren Het filter Stof & krassen gebruiken Het filter Verplaatsen toepassen Het filter Kleur halftoon toepassen Het filter Geef diepte toepassen Het filter Omtreklijn toepassen Een aangepast filter maken Afbeeldingen en structuren voor filters laden Naar boven Sommige filters, zoals bijvoorbeeld structuren en verplaatsingsafbeeldingen, produceren effe
afbeeldingen, dan over waarden tussen 128 en 255. 4. Sleep de schuifregelaar bij Straal naar links of rechts, of voer in het tekstvak een waarde tussen 1 en 16 pixels in. De Straal bepaalt de grootte van het gebied waarin wordt gezocht naar ongelijksoortige pixels. Als u de straal groter maakt, vervaagt de afbeelding. Gebruik de kleinste waarde waarbij defecten worden verwijderd. 5.
6. Onvolledige blokken maskeren om alle objecten te verbergen die buiten de selectie uitsteken. Het filter Omtreklijn toepassen Naar boven 1. Kies Filter > Stileer > Omtreklijn. 2. Kies een randoptie om de gebieden in de selectie van een omtreklijn te voorzien: bij Onder wordt het gebied aangegeven waarbij de kleurwaarden van de pixels onder het opgegeven niveau vallen, en bij Boven wordt het gebied aangegeven waarbij de kleurwaarden boven het niveau vallen. 3.
Afbeeldingsgebieden uitsmeren Met het gereedschap Natte vinger simuleert u het effect dat u ziet wanneer u met een vinger door natte verf gaat. Het gereedschap neemt de kleur over van de plaats waar de streek begint en duwt deze in de richting waarin u sleept. 1. Selecteer het gereedschap Natte vinger . 2. Kies een penseeluiteinde en stel opties voor de overvloeimodus in op de optiebalk. 3.
Belichtingseffecten toevoegen (CS5) Photoshop uitvoeren in 32-bits modus (alleen 64-bits Mac OS) Het filter Belichtingseffecten toepassen Soorten belichtingseffecten Universeel licht aanpassen Gericht licht afstellen met behulp van het voorvertoningsvenster De spot afstellen met behulp van het voorvertoningsvenster Stijlen voor Belichtingseffecten Een licht toevoegen of verwijderen Een stijl voor een belichtingseffect maken, opslaan of verwijderen De optie Structuurkanaal gebruiken in het dialoogvenster Bel
Soorten belichtingseffecten Naar boven U kunt kiezen uit verschillende belichtingstypen: Universeel Hierbij schijnt er licht in alle richtingen vanaf direct boven de afbeelding, net als bij een lamp boven een stuk papier. Gericht Hierbij schijnt het licht van ver af zodat de hoek van het licht niet verandert, net als bij de zon. Spot Hierbij wordt een elliptische lichtbundel op de afbeelding geworpen.
geconcentreerde focus (3). Rood heeft een gemiddelde (50) intensiteit en een geconcentreerde (0) focus. Blauw heeft een volledige (100) intensiteit en een gemiddelde (25) focus. Gekruist Een witte spot met een gemiddelde (35) intensiteit en een brede (69) focus. Gekruist omlaag Twee witte spots met een gemiddelde (35) intensiteit en een brede (100) focus. Standaard Een witte spot met een gemiddelde intensiteit (35) en een brede focus (69).
Meer Help-onderwerpen Alfakanaalmaskers maken en bewerken De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Opslaan en exporteren Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Ondersteunde bestandsindelingen De sterretjes (*) verwijzen naar indelingen waarvoor ondersteuning is geïntroduceerd in CS6. Audio-importindelingen De volgende indelingen kunnen nu worden geopend in Photoshop Standard en Extended. (In Photoshop CS5 en lager was Extended vereist.) AAC* AIFF* M2A* M4A* MP2* MP3* Video-importindelingen .264* 3GP, 3GPP* AVC* AVI F4V* FLV* .
PICT Resource (alleen Macintosh, alleen openen) Radiance 3D-gerelateerde indelingen 3D Studio (alleen importeren) DAE (Collada) Flash 3D* (alleen exporteren) JPS* (JPEG Stereo) KMZ (Google Earth 4) MPO* (Multi-Picture format)) U3D Wavefront|OBJ De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
PDF-bestanden opslaan Informatie over de Photoshop PDF-indeling Opslaan in de Photoshop PDF-indeling Adobe PDF-voorinstellingen PDF/X- en PDF/A-standaarden PDF-compatibiliteitsniveaus Algemene opties voor Adobe PDF Opties voor het comprimeren en downsamplen van Adobe PDF-bestanden Opties voor kleurbeheer en PDF/X voor Adobe PDF-bestanden Beveiliging toevoegen aan PDF-bestanden Een Adobe PDF-voorinstelling opslaan Adobe PDF-voorinstellingen laden, bewerken en verwijderen Informatie over de Photoshop PDF-ind
bestanden. Opmerking: Het versleutelingsniveau is afhankelijk van de compatibiliteitsinstelling van het PDF-document. Kies een andere compatibiliteitsinstelling als u een hoger of lager versleutelingsniveau wilt instellen. 8. (Optioneel) Selecteer Samenvatting in het linkerdeelvenster van het dialoogvenster Adobe PDF opslaan. U kunt de door u opgegeven opties nogmaals bekijken. 9.
Deze PDF-bestanden kunnen worden geopend in Acrobat 5.0 en in Acrobat Reader 5.0 en hoger. Opmerking: Voordat u een Adobe PDF-bestand maakt voor verzending naar een commerciële drukker of een afdrukservicebureau, moet u weten wat de uitvoerresolutie en de overige instellingen zijn of vraagt u om een .joboptions-bestand met de aanbevolen instellingen. Mogelijk moet u de Adobe PDF-instellingen aanpassen voor een bepaald bureau en een eigen .joboptions-bestand meeleveren.
omzetting in PDF 1.3. Lagen worden niet ondersteund. Lagen worden niet ondersteund. Lagen blijven behouden wanneer PDF-bestanden worden gemaakt in toepassingen die het genereren van gelaagde PDFdocumenten ondersteunen, zoals Illustrator CS en hoger of InDesign CS en hoger. Lagen blijven behouden wanneer PDF-bestanden worden gemaakt in toepassingen die het genereren van gelaagde PDFdocumenten ondersteunen, zoals Illustrator CS en hoger of InDesign CS en hoger.
en geeft de meest vloeiende toongradaties. Compressie Hiermee bepaalt u het type compressie voor uw bestand. ZIP-compressie Deze methode werkt goed bij afbeeldingen met grote gebieden in een enkele kleur of met zichzelf herhalende patronen en bij zwart-witafbeeldingen met zichzelf herhalende patronen. ZIP-compressie is een compressiemethode zonder verlies. JPEG-compressie Deze methode is geschikt voor afbeeldingen in grijswaarden en kleur. JPEG-compressie is een techniek met verlies.
Opmerking: Adobe PDF-voorinstellingen ondersteunen geen wachtwoorden en beveiligingsinstellingen. Als u wachtwoorden en beveiligingsinstellingen selecteert in het dialoogvenster Adobe PDF exporteren en daarna op Voorinstelling opslaan klikt, worden deze wachtwoorden en instellingen niet bewaard.
Als u het dialoogvenster Adobe PDF-voorinstellingen wilt sluiten, klikt u op de knop Gereed. Als u een PDF-voorinstelling ergens anders wilt opslaan dan in de standaardmap, klikt u op de knop Opslaan als, geeft u de voorinstelling een nieuwe naam (indien nodig), gaat u naar de doelmap en klikt u op Opslaan.
Afbeeldingen opslaan Een bestand opslaan Voorkeuren voor het opslaan van bestanden instellen Grote documenten opslaan Lagen naar bestanden exporteren Photoshop-afbeeldingen testen voor mobiele apparaten met Adobe Device Central (CS5) Mobiele inhoud maken met Adobe Device Central en Photoshop (CS5) Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden.
Toevoegen als u de extensie voor het gekozen formaat aan de bestandsnaam wilt toevoegen en Kleine letters gebruiken als u wilt dat voor de extensie kleine letters worden gebruikt. Voorkeuren voor het opslaan van bestanden instellen Naar boven 1. Voer een van de volgende handelingen uit: (Windows) Kies Bewerken > Voorkeuren > Bestandsbeheer. (Mac OS) Kies Photoshop > Voorkeuren > Bestandsbeheer. 2.
4. Schakel de optie Alleen zichtbare lagen in als u alleen de lagen wilt exporteren waarvan de zichtbaarheid in het deelvenster Lagen is ingeschakeld. Gebruik deze optie als u niet alle lagen wilt exporteren. Schakel de zichtbaarheid uit van de lagen die u niet wilt exporteren. 5. Kies een bestandsindeling in het menu Bestandstype. Stel de gewenste opties in. 6. Selecteer de optie ICC-profiel opnemen als u het werkruimteprofiel in het geëxporteerde bestand wilt insluiten.
Adobe Device Central Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Bestandsindelingen Een bestandsindeling kiezen Bestandscompressie Compatibiliteit maximaliseren voor PSD-en PSB-bestanden Photoshop-indeling (PSD) Photoshop 2.0-indeling Photoshop DCS 1.0-indeling en Photoshop DCS 2.
er wel gegevens verloren. De meest gangbare compressietechnieken zijn: RLE (Run Length Encoding) Compressie zonder verlies; wordt ondersteund door een aantal gangbare bestandsindelingen voor Windows. LZW (Lemple-Zif-Welch) Compressie zonder verlies, wordt ondersteund door de bestandsindelingen TIFF, PDF, GIF en PostScript. Deze optie is met name handig voor afbeeldingen met grote gebieden met één kleur.
illustraties in andere toepassingen te kunnen openen. Wanneer u een EPS-bestand opent dat vectorafbeeldingen bevat, zet Photoshop de vectorafbeeldingen om in pixels. De EPS-indeling ondersteunt de kleurmodi Lab, CMYK, RGB, Geïndexeerde kleur, Duotoon, Grijswaarden en Bitmap, maar ondersteunt geen alfakanalen. EPS ondersteunt wel uitknippaden. Met de DCS-indeling (Desktop Color Separations), een versie van de standaard EPS-indeling, kunt u kleurscheidingen van CMYK-afbeeldingen opslaan. De DCS 2.
DICOM-indeling Naar boven De DICOM-indeling (Digital Imaging and Communications in Medicine) wordt veel gebruikt voor de overdracht en opslag van medische afbeeldingen, zoals röntgenfoto's en scans. DICOM-bestanden bevatten zowel afbeeldingsgegevens als headers waarin informatie over de patiënt en de medische afbeelding zijn opgeslagen. U kunt DICOM-bestanden openen, bewerken en opslaan in Photoshop Extended.
toepassingen. Op basis van het PostScript-imagingmodel worden in PDF-bestanden lettertypen, paginalay-out en vector- en bitmapafbeeldingen correct weergegeven en bewaard. Bovendien kunnen PDF-bestanden functies voor het elektronisch zoeken bevatten en navigatiefuncties zoals elektronische koppelingen. PDF ondersteunt afbeeldingen met 16 bits per kanaal.
Radiance (HDR) is een bestandsindeling van 32 bits per kanaal die wordt gebruikt voor afbeeldingen met een hoog dynamisch bereik. Deze indeling was oorspronkelijk ontworpen voor het Radiance-systeem, een professioneel gereedschap voor het visualiseren van licht in virtuele omgevingen. In deze bestandsindeling wordt de hoeveelheid licht per pixel opgeslagen, in plaats van alleen de kleuren die op het scherm worden weergegeven.
Digimarc-copyrightbescherming Een Digimarc-watermerk lezen Digitale copyrightinformatie opnemen Voordat u een digitaal watermerk toevoegt Een watermerk insluiten De instelling Levensduur watermerk gebruiken De signaalsterktemeter controleren Opmerking: Voor Digimarc-plug-ins is een 32-bits besturingssysteem vereist. Deze plug-ins worden niet ondersteund in de 64-bits versies van Windows en Mac OS. Een Digimarc-watermerk lezen Naar boven 1. Selecteer Filter > Digimarc > Watermerk lezen.
Als de afbeelding moet worden afgedrukt, voert u de kleurscheiding uit. Lees het watermerk en gebruik de signaalsterktemeter om te controleren of het watermerk sterk genoeg is voor uw doeleinden. Publiceer de afbeelding met het digitale watermerk.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Afdrukken Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Afdrukken vanuit Photoshop | CC, CS6 Basisbegrippen voor afdrukken Informatie over afdrukken met een desktopprinter Afbeeldingen afdrukken Afbeeldingen plaatsen en schalen Een gedeelte van een afbeelding afdrukken Vectorgegevens afdrukken Basisbegrippen voor afdrukken Naar boven Het maakt niet uit of u afdrukt op uw eigen desktopprinter of bestanden verzendt naar een drukvoorbereider.
dialoogvenster wordt weergegeven. U bereikt maximale efficiëntie wanneer u de opdracht Afdrukken opneemt in handelingen. (Photoshop verschaft alle afdrukinstellingen in één dialoogvenster.) Afdrukopties van Photoshop instellen en afdrukken 1. Kies Bestand > Afdrukken. 2. Selecteer de printer, het aantal exemplaren en de afdrukstand. 3. In de voorvertoning aan de linkerkant kunt u de positie en de schaal van de afbeelding ten opzichte van het geselecteerde papierformaat en de afdrukstand aanpassen.
Een gedeelte van een afbeelding afdrukken Naar boven 1. Selecteer met het gereedschap Rechthoekig selectiekader het gedeelte van de afbeelding dat u wilt afdrukken. 2. Kies Bestand > Afdrukken en selecteer Geselecteerd gebied afdrukken. 3. Indien gewenst past u het geselecteerde gebied aan door de driehoekige grepen op de rand van het afdrukvoorbeeld te slepen. 4. Klik op Afdrukken.
Afdrukken met kleurbeheer Afgedrukte kleuren laten bepalen door Photoshop Afgedrukte kleuren laten bepalen door de printer Een proefdruk maken op papier Voor een beter begrip van kleurbeheerconcepten en workflows zie Inzicht in kleurbeheer.
Als u geen aangepast profiel hebt voor uw printer en papiersoort, kunt u het omzetten van kleur beter overlaten aan het printerstuurprogramma. 1. Kies Bestand > Afdrukken. 2. Vouw de sectie over Kleurbeheer aan de rechterkant uit. Opmerking: Bij Documentprofiel wordt het profiel weergegeven dat is ingesloten in de afbeelding. 3. Kies Printer beheert kleuren voor het verwerken van kleuren. 4. (Optioneel) Voor rendering intent geeft u op hoe kleuren in de doelkleurruimte moeten worden omgezet.
kunt uitschakelen. 10. Klik op Afdrukken. De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Contactbladen en PDF-presentaties De plug-ins Contactblad en PDF-presentatie zijn in Photoshop CS6 en Photoshop CC compatibel met 64 bits voor optimale prestaties op moderne systemen. Sommige procedures in dit artikel zijn van toepassing op Adobe Bridge. Adobe Bridge wordt niet standaard geïnstalleerd met Photoshop CC. U kunt Bridge CC downloaden door u aan te melden bij Adobe Creative Cloud en naar Apps te navigeren. Een contactblad maken Naar boven 1.
3D-objecten afdrukken | Photoshop CC Het afdrukken van 3D-objecten voorbereiden Het 3D-object afdrukken en een afdrukvoorbeeld weergeven Hulpprogramma's voor afdrukken in 3D Veelgestelde vragen Zie ook U kunt in Photoshop elk compatibel 3D-model afdrukken zonder u zorgen te hoeven maken over de beperkingen van 3D-printers. Ter voorbereiding op het afdrukken maakt Photoshop 3D-modellen automatisch waterdicht. Het afdrukken van 3D-objecten voorbereiden Naar boven 1.
A. 3D-model B. Afdrukplaat C. Overlay voor printergrootte 7. Selecteer een Detailniveau voor de 3D-afdruk, u kunt kiezen uit Laag, Normaal of Hoog. De voor het afdrukken van het 3D-object vereiste tijd is afhankelijk van de hoeveelheid details die u kiest. 8. Als u niet wilt dat een overlay van de 3D-printergrootte over het 3D-model wordt geplaatst, schakelt u Overlay printergrootte tonen uit. 9. Pas de afmetingen voor Scènegrootte aan om de gewenste grootte voor het afgedrukte 3D-object op te geven.
De 3D-camera roteren De 3D-camera om de z-as draaien Panoramische weergave van de 3D-camera De 3D-camera schuiven De oorspronkelijke locatie van de 3D-camera herstellen Voorvertoning 3D-afdruk 4. Als u de 3D-afdrukinstellingen wilt exporteren naar een STL-bestand, klikt u op Exporteren en slaat u het bestand op de gewenste locatie op uw computer op. U kunt een STL-bestand uploaden naar een onlineservice, zoals Shapeways.com, of u kunt het op een SD-kaart plaatsen en lokaal afdrukken. 5.
1. Selecteer Venster > Werkruimte > 3D om over te schakelen naar de 3D-werkruimte. 2. Open het 3D-object dat u wilt afdrukken. 3. Selecteer Scène in het deelvenster 3D. 4. Selecteer in het deelvenster Eigenschappen de optie Doorsnede. 5. Geef instellingen voor de doorsnede op in het deelvenster Eigenschappen. 6. Selecteer 3D > Doorsnede toepassen op scène. 7. Druk de 3D-scène af.
Een reliëfstructuur op het 3D-model toepassen voordat het wordt afgedrukt Een dekkingsstructuur op het 3D-model toepassen voordat het wordt afgedrukt Kan ik 3D-modellen in twee kleuren afdrukken? Als uw 3D-printer is uitgerust met twee afdrukkoppen, kunt u 3D-modellen in twee kleuren afdrukken. Het model wordt in twee kleuren weergegeven in de 3D-werkruimte en in de 3D-voorvertoning.
Een 3D-model in twee kleuren afdrukken Hoe worden 3D-modellen met meerdere lagen afgedrukt? Vanuit afdrukoogpunt wordt elke laag in het 3D-model behandeld als een 3D-object. Indien noodzakelijk, kunt u twee of meer lagen samenvoegen (3D > 3D-lagen samenvoegen). Naar boven Zie ook Tekenen in 3D | CC, CS6 Verbeteringen van het deelvenster 3D | Photoshop CC Photoshop 3D-documentatie De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out Meerdere foto's in een fotopakket plaatsen Een lay-out voor een figuurpakket aanpassen Adobe raadt aan Hebt u een lesbestand dat u wilt delen? Flexibele afbeeldingspakketten met slimme objecten Michael Hoffman Een aangepaste pakketsjabloon indelen in Photoshop CS5. Meerdere foto's in een fotopakket plaatsen Naar boven Als u de hieronder beschreven optionele plug-in Figuurpakket wilt gebruiken, downloadt u deze eerst voor Windows of Mac OS.
Als u in de voorvertoningslay-out van het figuurpakket op een tijdelijke aanduiding klikt, kunt u bladeren om een afbeelding te selecteren. Sleep een afbeelding van het bureaublad of uit een map naar een tijdelijke aanduiding. Voeg een afbeelding toe aan een figuurpakket door de afbeelding van het bureaublad naar de tijdelijke aanduiding te slepen. U kunt elke afbeelding in de lay-out wijzigen door op de tijdelijke aanduiding te klikken en te bladeren om een nieuwe afbeelding te selecteren. 5.
Een tijdelijke aanduiding naar een nieuwe locatie in de lay-out van een figuurpakket slepen 6. Als u in het gedeelte Raster van het dialoogvenster Lay-out Figuurpakket bewerken de optie Magnetisch inschakelt, wordt een raster weergegeven waarmee u de elementen in de aangepaste lay-out kunt plaatsen. Voer in het tekstvak Grootte een waarde in om het uiterlijk van het raster te veranderen. 7.
Steunkleuren afdrukken Steunkleuren Nieuw steunkleurkanaal maken Een alfakanaal omzetten in een steunkleurkanaal Een steunkleurkanaal bewerken om kleur toe te voegen of te verwijderen De kleur of volheid van de kleur van een steukleurkanaal wijzigen Steunkleurkanalen verenigen Overlappende steunkleuren aanpassen Naar boven Steunkleuren Steunkleuren zijn speciale vooraf gemengde inkten die u in plaats van of in aanvulling op de proceskleurinkten (CMYK) kunt gebruiken.
Met deze optie kunt u op het scherm de volheid van de afgedrukte steunkleur simuleren. Bij een waarde van 100% wordt een inkt gesimuleerd die de onderliggende inkten volledig bedekt (zoals metaalinkt). Bij 0% wordt een transparante inkt gesimuleerd die de onderliggende inkten volledig laat zien (zoals een heldere vernis). Met deze optie kunt u ook zien waar een anders transparante steunkleur (zoals een vernis) zal worden weergegeven. Volheid bij 100% en volheid bij 50%.
De steunkleur wordt omgezet in en verenigd met de kleurkanalen en het steunkleurkanaal wordt verwijderd uit het deelvenster. Door steunkleurkanalen te verenigen voegt u afbeeldingen met lagen samen tot één laag. In de verenigde samengestelde afbeelding worden de steunkleurgegevens van de voorvertoning weergegeven, inclusief de instellingen voor volheid.
Afbeeldingen afdrukken op een professionele drukpers Afbeeldingen voorbereiden voor drukken Uitvoeropties instellen Kleurscheidingen afdrukken vanuit Photoshop Een afbeelding met steunkleurkanalen afdrukken vanuit andere toepassingen Een kleurovervulling maken De scanresolutie bepalen voor afdrukken Afbeeldingen voorbereiden voor drukken Naar boven In Photoshop kunt u afbeeldingsbestanden voorbereiden voor offset-lithografie, digitaal afdrukken, gravures en andere professionele drukprocessen.
Paginamarkeringen A. Kleurverloopbalk B. Label C. Registratietekens D. Progressieve kleurenbalk E. Snijtekens hoek F. Snijtekens midden G. Beschrijving H. Ster-controle 1. Kies Bestand > Afdrukken. 2. Kies Uitvoer in het pop-upmenu. 3. Stel een of meer van de volgende opties in: Kalibratiebalken Hiermee drukt u in 11 stappen een afbeelding af in grijswaarden, met een overgang in dichtheid van 0 naar 100% in stappen van 10%.
Afloopgebied Met deze optie kunt u snijtekens binnen de afbeelding afdrukken in plaats van daarbuiten. Gebruik deze optie wanneer u een kleiner gebied binnen de afbeelding wilt afdrukken. Typ een nummer en kies een waarde om de breedte van het afloopgebied aan te geven. Interpolatie Hiermee wordt de gerafelde vormgeving van een afbeelding met een lage resolutie verbeterd doordat tijdens het afdrukken de pixels automatisch opnieuw worden berekend en verhoogd (op PostScript-printers).
Overvulling om onjuist uitgelijnde kleuren te corrigeren A. Onjuiste registratie zonder overvulling B. Onjuiste registratie met overvulling Overvullen heeft tot doel onjuist uitgelijnde effen kleuren te corrigeren. In het algemeen is overvullen voor continutoonafbeeldingen zoals foto’s niet nodig. Bij te veel overvullen kan een omtrekeffect optreden. Deze problemen zijn mogelijk niet zichtbaar op het scherm, maar wel op de afdruk.
De bestandsgrootte berekenen voordat u een afbeelding scant U kunt een tijdelijk bestand maken om de vereiste bestandsgrootte voor de uiteindelijke uitvoer van de scan te bepalen. 1. Kies Bestand > Nieuw in Photoshop. 2. Voer de breedte, de hoogte en de resolutie van de uiteindelijke afgedrukte afbeelding in. De resolutie moet 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als de rasterfrequentie waarmee u wilt afdrukken. Zorg dat de modus waarin u wilt scannen is geselecteerd.
Duotonen Duotonen Een afbeelding omzetten in duotoon De duotooncurve wijzigen voor een bepaalde inkt Overdrukkleuren opgeven De weergave van overdrukkleuren aanpassen Duotooninstellingen opslaan en laden De afzonderlijke kleuren van een duotoonafbeelding bekijken Duotonen afdrukken Duotoonafbeeldingen naar andere toepassingen exporteren Duotonen Naar boven In Photoshop verwijst de term duotoon niet alleen naar duotonen, maar ook naar monotonen, tritonen en quadtonen.
2. Klik op het curvevak naast het kleurvak. De standaard duotooncurve, een rechte diagonale lijn, geeft aan dat u de grijswaarden van de oorspronkelijke afbeelding koppelt aan een gelijkwaardig percentage van de inkt. Met deze instelling wordt een 50% middentoonpixel bijvoorbeeld afgedrukt met 50% kleur van de inkt en een 100% schaduw wordt afgedrukt in 100% kleur van de inkt. 3.
2. Selecteer in het deelvenster Kanalen het kanaal dat u wilt bestuderen. 3. Kies Bewerken > Ongedaan maken Multikanaal om de Duotoonmodus te herstellen. Duotonen afdrukken Naar boven Zowel de volgorde waarin de inkten worden afgedrukt als de rasterhoeken die u gebruikt, zijn bij het maken van duotonen van zeer grote invloed op de uiteindelijke uitvoer. (Wijzig, indien nodig, de rasterhoeken in de RIP van de printer.) U hoeft geen duotoonafbeeldingen in CMYK om te zetten om scheidingen af te drukken.
Afdrukken met kleurbeheer | CS5 Afgedrukte kleuren laten bepalen door Photoshop Afgedrukte kleuren laten bepalen door de printer Een proefdruk maken op papier Voor een beter begrip van kleurbeheerconcepten en workflows zie Inzicht in kleurbeheer.
Kies Kleurbeheer om extra opties weer te geven. 3. Selecteer Document. Het profiel wordt tussen haakjes weergegeven op dezelfde regel. 4. Kies Printer beheert kleuren voor het verwerken van kleuren. 5. (Optioneel) Kies een rendering intent om kleuren om te zetten in de doelkleurruimte. Vele printerstuurprogramma's van andere printers dan PostScript-printers negeren deze optie en gebruiken de rendering intent Perceptueel. (Zie Rendering intents voor meer informatie.) 6.
4. Selecteer Proefdruk. Het tussen haakjes weergegeven profiel moet passen bij de proefdrukinstellingen die u eerder hebt geselecteerd. 5. Kies Photoshop beheert kleuren voor het verwerken van kleuren. 6. Voor Printerprofiel selecteert u het profiel voor uw uitvoerapparaat. 7. (Optioneel) Stel de volgende opties naar wens in. Instellen proef Deze optie is beschikbaar als u Proefdruk selecteert in het gebied Afdrukken. Kies in het pop-upmenu aangepaste proefdrukken die op uw lokale vaste schijf staan.
Afdrukken vanuit Photoshop CS5 Basisbegrippen voor afdrukken Informatie over afdrukken met een desktopprinter Afbeeldingen afdrukken Afbeeldingen plaatsen en schalen Vectorgegevens afdrukken Basisbegrippen voor afdrukken Naar boven Het maakt niet uit of u afdrukt op uw eigen desktopprinter of bestanden verzendt naar een drukvoorbereider. Het komt altijd van pas als u op de hoogte bent van enkele basisbeginselen, zodat het afdrukken soepeler verloopt en u het resultaat krijgt dat u verwacht.
U bereikt maximale efficiëntie wanneer u de opdracht Afdrukken opneemt in handelingen. (Photoshop verschaft alle afdrukinstellingen in één dialoogvenster.) Afdrukopties van Photoshop instellen en afdrukken 1. Kies Bestand > Afdrukken. Het dialoogvenster Afdrukken A. Afdruk voorvertonen B. Opties voor printer en afdruktaak instellen C. Papierrichting instellen D. Afbeelding plaatsen en schalen E. Opties voor prepressuitvoer opgeven F. Opties voor kleurbeheer en proefdruk opgeven 2.
geselecteerde papier worden gearceerd weergegeven. Het afdrukgebied is wit. De standaard uitvoergrootte van een afbeelding wordt bepaald door de instellingen voor documentgrootte in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte. Als u een afbeelding in het dialoogvenster Afdrukken schaalt, wijzigt u alleen de grootte en resolutie van de afgedrukte afbeelding. Als u bijvoorbeeld een afbeelding van 72 ppi in het dialoogvenster Afdrukken naar 50% schaalt, wordt de afbeelding afgedrukt met 144 ppi.
Automatisering Batch-handelingen Infinite Skills (9 augustus 2012) videozelfstudie Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Scripts JavaScript uitvoeren Scripts en handelingen automatisch uitvoeren Photoshop ondersteunt externe automatisering met behulp van scripts. In Windows kunt u scripttalen gebruiken die ondersteuning bieden voor COM-automatisering, zoals VB Script. In Mac OS kunt u talen gebruiken, zoals AppleScript, waardoor u Apple-gebeurtenissen kunt verzenden. Deze talen zijn niet platformonafhankelijk maar kunnen meerdere toepassingen besturen, zoals Adobe Photoshop, Adobe Illustrator en Microsoft Office.
Een groep bestanden verwerken Bestanden omzetten met de Afbeeldingsprocessor Een groep bestanden verwerken Een druppel van een handeling maken Opties voor het verwerken van batches en druppels Bestanden omzetten met de Afbeeldingsprocessor Naar boven Met behulp van de Afbeeldingsprocessor kunt u meerdere bestanden omzetten en verwerken. In tegenstelling tot de opdracht Batch kunt u met de Afbeeldingsprocessor bestanden verwerken zonder dat u eerst een handeling hoeft te maken.
Copyrightinfo Bevat alle tekst die u in IPTC-metagegevens met betrekking tot copyright voor het bestand hebt ingevoerd. De metagegevens met betrekking tot copyright in het oorspronkelijke bestand worden door de tekst die u hier invoert, overschreven. ICC-profiel opnemen Sluit het kleurprofiel in de opgeslagen bestanden in. 7. Klik op Uitvoeren. Voordat u uw afbeeldingen verwerkt, klikt u op Opslaan om de huidige instellingen in het dialoogvenster op te slaan.
Een druppel past een handeling toe op een of meerdere afbeeldingen of op een map met afbeeldingen die u naar het druppelpictogram sleept. U kunt een druppel opslaan op het bureaublad of op een andere locatie op de schijf. Druppelpictogram Handelingen zijn de basis van druppels. Eerst maakt u de gewenste handeling in het deelvenster Handelingen en daarna kunt u er een druppel van maken. (Zie Handelingen maken.) 1. Kies Bestand > Automatisch > Druppel maken. 2. Geef op waar u de druppel wilt opslaan.
opdracht Opslaan als in de handeling een bestandsnaam bepaalt, overschrijft de opdracht Batch bovendien iedere keer dat een afbeelding wordt verwerkt hetzelfde bestand (het bestand dat is opgegeven in de handeling). Als u wilt dat de opdracht Batch de bestanden verwerkt met gebruik van de oorspronkelijke bestandsnamen in de map die u in de opdracht Batch hebt opgegeven, slaat u uw afbeelding op in de handeling.
Gegevensgestuurde afbeeldingen maken Variabelen definiëren De naam van een variabele wijzigen Een gegevensset definiëren Een gegevensset voorvertonen of toepassen Afbeeldingen genereren met behulp van gegevenssets Gegevenssets maken in externe bestanden Een gegevensset importeren Gegevensgestuurde afbeeldingen maken het mogelijk om snel en nauwkeurig meerdere versies van een afbeelding voor afdruk- of webprojecten te produceren.
Variabelen definiëren Naar boven U gebruikt variabelen om te bepalen welke elementen in een sjabloon kunnen worden gewijzigd. U kunt drie typen variabelen definiëren. Met variabelen voor zichtbaarheid kunt u de inhoud van een laag weergeven of verbergen. Met variabelen voor pixelvervanging kunt u de pixels in de laag vervangen door pixels uit een ander afbeeldingsbestand. Met variabelen voor tekstvervanging kunt u een tekstreeks in een tekstlaag vervangen.
6. Als u variabelen voor een andere laag wilt definiëren, kiest u een laag in het pop-upmenu Laag. Naast de naam van lagen met variabelen verschijnt een sterretje. U kunt met de navigatiepijlen tussen lagen navigeren. 7. Klik op OK. De naam van een variabele wijzigen Naar boven 1. Kies Afbeelding > Variabelen > Definiëren. 2. Kies in het pop-upmenu Laag de laag die de variabele bevat. 3. Voer u een naam in het tekstvak Naam in om de naam van de variabele te wijzigen.
3. Klik op de knop Map selecteren om een doelmap voor de bestanden te selecteren. 4. Kies de gegevenssets die u wilt exporteren. 5. Klik op OK. Naar boven Gegevenssets maken in externe bestanden U kunt snel een groot aantal gegevenssets maken door een extern tekstbestand te maken dat alle gegevens over variabelen bevat en dit bestand in een PSD-document met variabelen te laden.
Opmerking: U kunt een relatief pad gebruiken voor de afbeeldingslocatie als het tekstbestand zich in dezelfde map bevindt als het afbeeldingsbestand. Het laatste item in het voorbeeld kan bijvoorbeeld zijn: true, VIOLET, violet.jpg. Een gegevensset importeren Naar boven 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Kies Bestand > Importeren > Variabele gegevenssets. Kies Afbeelding > Variabelen > Gegevenssets en klik op de knop Importeren. 2. Navigeer naar het tekstbestand dat u wilt importeren. 3.
Handelingen maken Richtlijnen voor het opnemen van handelingen Een handeling opnemen Een pad opnemen Een stop invoegen Instellingen wijzigen bij het afspelen van een handeling Opdrachten uitsluiten van een handeling Een opdracht invoegen waarvan geen opname kan worden gemaakt Handelingen bewerken en opnieuw opnemen Naar boven Richtlijnen voor het opnemen van handelingen Houd u bij het opnemen van handelingen aan de volgende richtlijnen: Bijna alle opdrachten kunnen in een handeling worden opgenomen.
het bestand opslaat, kunt u een andere locatie opgeven zonder een bestandsnaam te moeten opgeven. 5. Voer de bewerkingen en opdrachten uit die u wilt opnemen. Niet alle taken kunnen rechtstreeks worden opgenomen. De meeste taken die u niet rechtstreeks kunt opnemen, kunt u wel invoegen met behulp van de opdrachten in het menu van het deelvenster Handelingen. 6. Als u de opname wilt stoppen, klikt u op de knop Afspelen/opnemen stoppen of kiest u Opname stoppen in het menu van het deelvenster Handelingen.
Als u modale besturingselementen voor alle opdrachten in een handeling wilt in- of uitschakelen, klikt u op het vakje links van de naam van de handeling. Als u modale besturingselementen voor alle handelingen in een set wilt in- of uitschakelen, klikt u op het vakje links van de naam van de set. Opdrachten uitsluiten van een handeling Naar boven U kunt opdrachten uitsluiten als u deze niet wilt afspelen als deel van een opgenomen handeling. U kunt geen opdrachten uitsluiten in de knopmodus. 1.
opname gereed is. Opdrachten in een handeling opnieuw rangschikken Sleep een opdracht in het deelvenster Handelingen naar de nieuwe locatie in dezelfde of in een andere handeling. Laat de muisknop los zodra de markeringslijn op de gewenste plaats staat. Een handeling opnieuw opnemen 1. Selecteer een handeling en kies Opnieuw opnemen in het menu van het deelvenster Handelingen. 2.
Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling Naar boven U kunt voorwaarden opgeven voor een moduswijziging zodat het omzetten kan worden uitgevoerd tijdens een handeling. Dit is een reeks opdrachten die achtereenvolgens worden uitgevoerd op één bestand of een groep (batch) bestanden.
Handelingen en het deelvenster Handelingen Handelingen Overzicht van het deelvenster Handelingen Meer informatie over handelingen Handelingen Naar boven Een handeling is een reeks taken die u kunt toepassen op één bestand of op een reeks bestanden, menuopdrachten, deelvensteropties, acties van gereedschappen enzovoort.
Meer Help-onderwerpen Voorwaardelijke acties toevoegen | Creative Cloud Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Voorwaardelijke handelingen toevoegen | CC, CS6 Met voorwaardelijke acties kunt u handelingen samenstellen die bepalen wat er moet gebeuren op basis van een van verschillende voorwaarden. Eerst kiest u een voorwaarde en vervolgens geeft u desgewenst een handeling op die wordt afgespeeld als het document aan de voorwaarde voldoet. Vervolgens geeft u desgewenst een handeling op die wordt afgespeeld wanneer het document niet voldoet aan de voorwaarde.
Gereedschappen opnemen in handelingen | CC, CS6 In Photoshop kunt u gereedschappen, zoals het penseel, in een handeling opnemen. Om deze functie in te schakelen, kiest u Gereedschapsopname toestaan in het menu van het deelvenster Handelingen. Houd het volgende in gedachten: Als u een gereedschap opneemt, kiest u uw penseel als onderdeel van de handeling. Anders wordt het momenteel geselecteerde penseel gebruikt.
Webafbeeldingen Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
CSS kopiëren uit lagen | CC, CS6 CSS kopiëren genereert trapsgewijze stijlpagina-eigenschappen (CSS-eigenschappen) uit vorm- of tekstlagen. De trapsgewijze stijlpagina wordt gekopieerd naar het klembord en kan in een stijlpagina worden geplakt.
Webpagina's segmenteren Segmenttypen Een webpagina segmenteren Automatische segmenten en op lagen gebaseerde segmenten omzetten in gebruikerssegmenten Segmenten en segmentopties weergeven Segmenten verdelen een afbeelding in kleinere afbeeldingen die opnieuw worden samengesteld op een webpagina met behulp van een HTMLtabel of CSS-lagen.
van segmenten wijzigt, worden er opnieuw subsegmenten gegenereerd. U kunt segmenten op verschillende manieren maken: Automatische segmenten worden automatisch gegenereerd. Gebruikerssegmenten worden gemaakt met het gereedschap Segment. Op lagen gebaseerde segmenten worden gemaakt met het deelvenster Lagen. Naar boven Een webpagina segmenteren Met het gereedschap Segment kunt u direct in een afbeelding segmentlijnen tekenen.
Op lagen gebaseerde segmenten zijn gekoppeld aan de pixelinhoud van een laag en de enige manier waarop u deze kunt verplaatsen, combineren, verdelen, vergroten, verkleinen of uitlijnen is door de laag te bewerken (of door de segmenten om te zetten in gebruikerssegmenten). Alle automatische segmenten in een afbeelding zijn gekoppeld en hebben dezelfde optimalisatie-instellingen.
Werken met webafbeeldingen Rolloverafbeeldingen maken Exporteren naar Zoomify Werken met hexadecimale kleurwaarden Opmerking: Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden. Met de webgereedschappen van Photoshop kunt u heel eenvoudig de elementen van uw webpagina's maken of volledige webpagina's uitvoeren in vooraf ingestelde of aangepaste indelingen.
Uitvoerlocatie Hiermee geeft u de locatie en de naam van het bestand op.. Opties voor afbeeldingen naast elkaar Hiermee bepaalt u de kwaliteit van de afbeelding.. Browseropties Hiermee stelt u de pixelbreedte en -hoogte in voor de standaardafbeelding in de browser van de gebruiker. 2. Upload de HTML- en afbeeldingsbestanden naar uw webserver. Op www.adobe.com/go/vid0003_nl vindt u een video over Zoomify.
De indeling van segmenten aanpassen Een of meerdere segmenten selecteren Gebruikerssegmenten verplaatsen, vergroten, verkleinen en uitlijnen Gebruikerssegmenten en automatische segmenten verdelen Segmenten dupliceren Een segment kopiëren en plakken Segmenten combineren De stapelvolgorde van segmenten wijzigen Gebruikerssegmenten uitlijnen en verdelen Een segment verwijderen Alle segmenten vergrendelen Een of meerdere segmenten selecteren Naar boven Voer een van de volgende handelingen uit: Selecteer het
2. Kies Weergave > Magnetisch. Een vinkje geeft aan dat de optie is ingeschakeld. 3. Verplaats de geselecteerde segmenten naar de gewenste positie. De segmenten springen naar het door u gekozen object binnen een straal van 4 pixels. Naar boven Gebruikerssegmenten en automatische segmenten verdelen In het dialoogvenster Segment verdelen kunt u segmenten horizontaal en/of verticaal verdelen.
hand van de rechthoek die ontstaat door de buitenste randen van de gecombineerde segmenten samen te voegen. Als de gecombineerde segmenten niet aan elkaar grenzen of verschillende afmetingen of uitlijningen hebben, kan het nieuwe gecombineerde segment andere segmenten overlappen. Het gecombineerde segment neemt de optimalisatie-instellingen over van het eerste segment in de serie segmenten die u selecteert.
Alle segmenten vergrendelen Door segmenten te vergrendelen voorkomt u dat u per ongeluk wijzigingen aanbrengt in bijvoorbeeld de grootte of positie. Kies Weergave > Segmenten vergrendelen.
HTML-opties voor segmenten Het dialoogvenster Segmentopties weergeven Een type inhoud voor een segment opgeven Een segment hernoemen Een achtergrondkleur voor een segment kiezen URL-koppelingsgegevens aan een afbeeldingssegment toewijzen Browsermeldingen en Alt-tekst opgeven HTML-tekst aan een segment toevoegen Naar boven Het dialoogvenster Segmentopties weergeven Voer een van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op een segment met het gereedschap Segmentselectie Uitsnijden of Segment ingedrukt.) .
URL-koppelingsgegevens aan een afbeeldingssegment toewijzen Naar boven Als u een URL toewijst aan een segment, wordt het volledige segmentgebied een koppeling in de resulterende webpagina. Wanneer een gebruiker op de koppeling klikt, gaat de webbrowser naar de opgegeven URL en het opgegeven doelframe. Deze optie is alleen beschikbaar voor afbeeldingssegmenten. 1. Selecteer een segment.
Basislijn Hiermee stelt u een gemeenschappelijke basislijn in voor de eerste regel tekst van cellen in dezelfde rij (van de resulterende HTML-tabel). Voor elke cel in de rij moet de optie Basislijn zijn ingesteld. Midden Hiermee centreert u de tekst verticaal in het segmentgebied. Onder Hiermee lijnt u de tekst uit op de onderzijde van het segmentgebied.
Webfotogalerieën maken Informatie over webfotogalerieën Een webfotogalerie maken Kleuren overeen laten komen Opties voor webfotogalerie Stijlen voor webfotogalerieën Webfotogaleriestijlen aanpassen Een webfotogaleriestijl aanpassen of maken Tokens voor webfotogaleriestijlen Zie Een webfotogalerie maken in de Help van Adobe Bridge voor informatie over het maken van webgalerieën in Photoshop CS5.
De oudere, optionele Photoshop-plug-in gebruiken 1. Download en installeer de verouderde plug-in Webfotogalerie voor Windows of Mac OS. 2. Photoshop uitvoeren in de 32-bits modus (alleen voor 64-bits Mac OS). 3. (Optioneel) Selecteer de bestanden of map die u wilt gebruiken in Adobe Bridge. Uw afbeeldingen worden gepresenteerd in de volgorde waarin ze worden weergegeven in Bridge. Als u liever een andere volgorde aanhoudt, wijzigt u de volgorde in Bridge. 4.
Fotograaf De naam van de persoon of organisatie die het auteursrecht op de foto’s in de galerie heeft. Contactinfo De contactinformatie voor de galerie, zoals een telefoonnummer of zakelijk adres. Datum De datum die op elke pagina van de galerie wordt weergegeven. Standaard wordt de huidige datum gebruikt. Lettertype en Tekengrootte (Beschikbaar voor enkele sitestijlen) Opties voor de bannertekst. Grote afbeeldingen Opties voor de belangrijkste afbeeldingen die worden weergegeven op elke galeriepagina.
Wanneer Photoshop de galerie genereert met dit sjabloonbestand, wordt de token %TITLE% vervangen door de tekst die u in het dialoogvenster Webfotogalerie als sitenaam hebt opgegeven. Als u een bestaande stijl beter wilt begrijpen, kunt u de bijbehorende HTML-sjabloonbestanden openen met een HTML-editor.
van de index. Dit wordt uitgevoerd als de gebruiker op de knop Home klikt. %BANNERCOLOR% Bepaalt de kleur van de banner. %BANNERFONT% Bepaalt het lettertype van de bannertekst. %BANNERFONTSIZE% Bepaalt de tekengrootte van de bannertekst. %BGCOLOR% Bepaalt de achtergrondkleur. %CAPTIONFONT% Bepaalt het lettertype van de bijschriften onder de miniaturen op de startpagina. %CAPTIONFONTSIZE% Bepaalt de tekengrootte van de bijschriften.
%THUMBNAIL_WIDTH% Schakelt het selectievakje Breedte- en hoogtekenmerken toevoegen voor afbeeldingen in. De gebruiker kan daardoor de kenmerken downloaden zodat het downloaden sneller verloopt. %THUMBNAIL_WIDTH_NUMBER% Deze token wordt vervangen door een numerieke waarde die (alleen) de breedte van de miniatuur weergeeft. %TITLE% Bepaalt de titel van de galerie. %VLINK% Bepaalt de kleur van bezochte koppelingen.
Afbeeldingen optimaliseren Optimalisatie Opslaan voor web en apparaten: overzicht Een afbeelding voorvertonen met verschillende gammawaarden Een afbeelding voor het web optimaliseren Voorinstellingen voor optimalisatie opslaan of verwijderen Werken met segmenten in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten Een webafbeelding comprimeren naar een bepaalde bestandsgrootte Illustraties vergroten of verkleinen bij het optimaliseren CSS-lagen genereren voor webafbeeldingen Geoptimaliseerde afbeeldingen voo
Dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten (Photoshop-versie) A. Weergaveopties B. Gereedschapset C. Pop-upmenu Optimaliseren D. Pop-upmenu Kleurentabel E. Animatiebesturingselementen (alleen Photoshop) F. Tekstvak Zoomen G. Menu Voorvertoning in Browser H. Oorspronkelijke afbeelding I.
Een afbeelding voor het web optimaliseren Naar boven 1. Kies Bestand > Opslaan voor web en apparaten. 2. Klik op een tabblad boven in het dialoogvenster om een weergaveoptie te kiezen: Optimaal, 2-maal tonen of 4-maal tonen. Als u 4-maal tonen selecteert, klikt u op de voorvertoning die u wilt optimaliseren. 3. (Optioneel) Als uw afbeelding meerdere segmenten bevat, selecteert u een of meer segmenten die u wilt optimaliseren. 4.
voor webinstellingen\Optimaliseren (Windows Vista) Users\[gebruikersnaam]\AppData\Roaming\Adobe\AdobeIllustrator CS5 Settings\[taal]\Opslaan voor webinstellingen\Optimaliseren (Mac OS) Users/[Gebruikersnaam]/Library/ApplicationSupport/Adobe/Adobe Illustrator CS5/[taal]/Opslaan voor webinstellingen/Optimaliseren Opmerking: Als u de instellingen op een andere locatie opslaat, zijn ze niet beschikbaar in het pop-upmenu Voorinstelling. 3.
CSS-lagen genereren voor webafbeeldingen Naar boven U kunt lagen in uw Illustrator-illustraties gebruiken om CSS-lagen in het resulterende HTML-bestand te genereren. Een CSS-laag is een element met een absolute positie die kan overlappen met andere elementen op een webpagina. CSS-lagen exporteren is handig als u dynamische effecten op uw webpagina wilt maken.
Uitvoerinstellingen voor webafbeeldingen Uitvoeropties instellen HTML-uitvoeropties Uitvoeropties segmenten Uitvoerinstellingen voor achtergrond Uitvoerinstellingen voor het opslaan van bestanden Titel en copyrightgegevens aan een afbeelding toevoegen Uitvoeropties instellen Naar boven Uitvoerinstellingen bepalen hoe HTML-bestanden worden ingedeeld, hoe bestanden en segmenten worden benoemd en wat er met achtergrondafbeeldingen wordt gedaan als u een geoptimaliseerde afbeelding opslaat.
Uitvoeropties segmenten Naar boven U kunt de volgende opties instellen in de groep Segmenten: Tabel genereren Hierbij worden segmenten met een HTML-tabel uitgelijnd, in plaats van met een trapsgewijze stijlpagina. Lege cellen Geeft aan hoe lege segmenten worden omgezet in tabelcellen. Selecteer GIF, IMG B&H als u een GIF-afbeelding bestaande uit één pixel wilt gebruiken waarvan de hoogte en breedte worden opgegeven in de IMG-tag.
4. Klik op OK.
Optimalisatieopties voor webafbeeldingen Webafbeeldingsindelingen Optimalisatieopties voor JPEG Optimalisatieopties voor GIF- en PNG-8 Transparantie in GIF- en PNG-afbeeldingen optimaliseren De kleurentabel voor een geoptimaliseerd segment weergeven De kleurentabel aanpassen voor GIF- en PNG-8-afbeeldingen Optimalisatieopties voor PNG-24 Optimalisatieopties voor WBMP Optimalisatieopties voor SWF (Illustrator) Optimalisatieopties voor SVG (Illustrator) Webafbeeldingsindelingen Naar boven De webafbeeldings
Matte Geeft een opvulkleur op voor pixels die transparant waren in de oorspronkelijke afbeelding. Klik op het staal Matte om een kleur te kiezen in de kleurenkiezer of kies een optie in het menu Matte: Kleur pipet (om de kleur in het voorbeeldvak van het pipet te gebruiken), Voorgrondkleur, Achtergrondkleur, Wit, Zwart of Overig (als u de kiezer wilt gebruiken). Opmerking: De opties Voorgrondkleur en Achtergrondkleur zijn alleen beschikbaar in Photoshop.
GIF-afbeelding met 0% dithering (links) en met 100% dithering (rechts) U kunt een van de volgende ditheringmethoden selecteren: Diffusie Hiermee past u een willekeurig patroon toe dat meestal minder opvallend is dan patroondithering. De ditheringeffecten worden verspreid over aangrenzende pixels. Patroon Hierbij worden kleuren die niet in de kleurentabel voorkomen, nagebootst met een rasterpatroon van vierkantjes.
dithering te bepalen die op de afbeelding wordt toegepast. Met Dithering voor patroontransparantie wordt een rasterpatroon van vierkantjes toegepast op gedeeltelijk transparante pixels. Met Dithering voor ruistransparantie wordt een willekeurig patroon toegepast dat lijkt op het algoritme voor diffusie, maar waarbij het patroon niet over aangrenzende pixels wordt verspreid. Er verschijnen geen kleurovergangen bij het rasteringalgoritme Ruis.
U kunt de kleurentabel in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten gebruiken als u de kleuren in geoptimaliseerde GIF- en PNG 8bestanden wilt aanpassen. Als u het aantal kleuren terugbrengt, blijft vaak de beeldkwaliteit behouden, terwijl de bestandsgrootte wordt gereduceerd. U kunt kleuren aan de tabel toevoegen, eruit verwijderen, geselecteerde kleuren verschuiven naar webveilige kleuren en geselecteerde kleuren vergrendelen om te voorkomen dat ze uit het palet worden verwijderd.
Als u alle verschoven kleuren in een kleurentabel wilt herstellen (inclusief de kleuren die voor het web zijn verschoven), kiest u Verschuiving alle kleuren ongedaan maken in het menu van het palet Kleurentabel. Kleuren verschuiven naar de meest verwante kleuren uit het webpalet Opdat er geen dithering van kleuren plaatsvindt in een browser, kunt u de kleuren wijzigen in hun meest verwante kleuren in het webpalet.
Adaptief, Perceptueel en Selectief automatisch weer wordt toegevoegd aan het palet als u de afbeelding opnieuw optimaliseert. Het palet Aangepast verandert niet als u de afbeelding opnieuw optimaliseert. 1. Selecteer een of meer kleuren in de kleurentabel. 2. Verwijder een kleur door een van de volgende handelingen uit te voeren: Klik op het pictogram Verwijderen . Kies Kleur verwijderen in het menu van het palet Kleurentabel.
raster- en vectorafbeeldingen combineren. Optimalisatie-instellingen voor SWF A. Menu Bestandsindeling B. Menu Flash Player C. Menu Exporteren Voorinstelling Hiermee kunt u de vooraf geconfigureerde set van opties opgeven die u wilt gebruiken voor het exporteren. U kunt nieuwe voorinstellingen maken door naar wens opties in te stellen en de optie Instellingen opslaan te kiezen in het menu van het deelvenster.
weergegeven. Niet alle mobiele apparaten ondersteunen het profiel SVG Basic. Als u deze optie selecteert, is het dus niet zeker dat het SVG-bestand op alle mobiele apparaten kan worden weergegeven. Niet-rechthoekige knipsels en bepaalde SVG-filtereffecten worden niet door SVG Basic ondersteund. SVG Tiny 1.1 en SVG Tiny 1.1+ Geschikt voor SVG-bestanden die op kleine apparaten, zoals mobiele telefoons, worden weergegeven. Niet alle mobiele telefoons ondersteunen de profielenSVG Tiny en SVG Tiny Plus.
3D-beelden en technische beeldverwerking Nieuwe 3D-reflecties en versleepbare schaduwen Lynda.com (7 mei 2012) videozelfstudie Heel eenvoudig realisme toevoegen. Gestroomlijnde 3D-besturingselementen Lynda.com (7 mei 2012) videozelfstudie Ontdek een nieuwe dimensie vol creatieve mogelijkheden. Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Tekenen in 3D | CC, CS6 Video | Tekenen in 3D - een niveau hoger Beschikbare methoden voor tekenen in 3D Enkele tips voor het tekenen van 3D-modellen Een object tekenen in de modus Actief tekenen in 3D | Photoshop CC Overschakelen naar de modus Projectietekenen | Photoshop CC Een 3D-modelstructuur tekenen | CS6 Een structuurtype voor tekenen kiezen | Photoshop CC Tekenen in de modus Niet belicht | Photoshop CC Tekenppervlakken onthullen De wegvalhoek voor verf instellen Gebieden identificeren waarop kan wor
Actief tekenen in 3D Enkele tips voor het tekenen van 3D-modellen Naar boven Als het desbetreffende gedeelte van het model is verborgen, kunt u tijdelijk gebieden aan het oppervlak verwijderen om het verborgen gedeelte zichtbaar te maken. Zie Tekenoppervlakken onthullen. Als u tekent op een gebogen of onregelmatig oppervlak, kunt u voordat u gaat tekenen, visuele feedback krijgen over de gebieden waarop u het beste kunt tekenen. Zie Gebieden identificeren waarop kan worden getekend.
tekenen. Op een type doelstructuur tekenen Tekenen in de modus Niet belicht | Photoshop CC Naar boven U kunt ervoor kiezen uw 3D-objecten te tekenen in de modus Niet verlicht. Deze modus negeert alle belichting in de scène en laat onbewerkte structuurgegevens van het juiste type rond de 3D-objecten lopen. Door in de modus Niet verlicht te tekenen, kunt u met grotere kleurprecisie en zonder schaduwen tekenen. Voer de volgende stappen uit: 1. Selecteer in het deelvenster 3D de optie Scène. 2.
A. Ooghoek/camerahoek B. Minimale hoek C. Maximale hoek D. Beginpunt wegvallen verf E. Eindpunt wegvallen verf 1. Kies 3D > Wegvallen van 3D-verf. 2. Stel de minimale en maximale hoek in. Het maximale bereik voor het wegvallen van verf is 0-90 graden. Bij 0 graden wordt er alleen verf aangebracht op het oppervlak als dat naar voren is gericht zonder wegvalhoek. Bij 90 graden kan een gebogen oppervlak, zoals een bol, tot aan de zichtbare randen worden ingekleurd.
Verbeteringen van het deelvenster 3D | Photoshop CC In het deelvenster 3D in Photoshop CC kunt u gemakkelijker met 3D-objecten werken. In overeenstemming met het deelvenster Lagen is het deelvenster 3D nu opgesteld als een scènediagram of -structuur met hoofdobjecten en onderliggende objecten.
1. Selecteer de objecten. Objecten groeperen Hiermee groepeert u de geselecteerde objecten Objecten degroeperen Hiermee degroepeert u een groep objecten 2. Selecteer Items groeperen in het contextmenu. 1. Selecteer de groep. 2. Selecteer Objecten degroeperen in het contextmenu.
Instellingen 3D-lichten "3D-beelden en technische beeldverwerking" in de Help bij Photoshop De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
De belangrijkste 3D-concepten en -gereedschappen 3D-bestanden leren begrijpen en weergeven 3D-object- en cameragereedschappen 3D-as Opmerking: In Photoshop CS5 en CS6 maakte de 3D-functionaliteit deel uit van Photoshop Extended. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie.
Met de 3D-objectgereedschappen kunt u een model roteren, verplaatsen of schalen. Tijdens het manipuleren van het 3D-model blijft de cameraweergave ongewijzigd. Voor elk 3D-gereedschap kunt u info weergeven door Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Info te kiezen en Knopinfo tonen te selecteren. Klik op een gereedschap en plaats de cursor in het afbeeldingsvenster om informatie over het gereedschap weer te geven in het deelvenster Info. Gereedschappen en opties voor 3D-objecten A.
om in de z- of x-richting te lopen (z-bewerking en x-rotatie). Zoomen Sleep om het gezichtspunt van de 3D-camera te wijzigen. Het maximale gezichtsveld is 180. Perspectiefcamera (alleen zoomen) Geeft parallelle lijnen weer die samenkomen in perspectiefpunten. Orthografische camera (alleen zoomen) Zorgt ervoor dat parallelle lijnen niet samenkomen Geeft het model zonder vervorming van het perspectief in een nauwkeurige schaalweergave weer. Scherptediepte (alleen zoomen) Hiermee stelt u de scherptediepte in.
2. Voer een van de volgende handelingen uit: U verplaatst de 3D-as door de balk met besturingselementen te slepen. U minimaliseert de 3D-as door op het pictogram Minimaliseren te klikken. U herstelt de normale grootte van de as door op de geminimaliseerde 3D-as te klikken. U vergroot of verkleint de 3D-as door het zoompictogram te slepen.
3D-workflow | CC, CS6 3D-functies | Alleen Creative Cloud Video | 3D in CS6 Deelvenster 3D gericht op scène-elementen Deelvenster Eigenschappen biedt contextafhankelijke instellingen Gereedschap Verplaatsen consolideert object- en camera-aanpassingen Elementen rechtstreeks bewerken dankzij besturingselementen in afbeelding 3D-extrusies maken en aanpassen Grondvlakken definiëren voor geïmporteerde objecten Paden maken van 3D-lagen Meerdere 3D-lagen samenvoegen Opmerking: In Photoshop CS6 maakte de 3D-functio
Opmerking: U hebt minimaal 512 MB VRAM nodig voor de 3D-eigenschappen in de Creative Cloud-versie van Photoshop. Naar boven Deelvenster 3D gericht op scène-elementen In het gestroomlijnde 3D-deelvenster selecteert u de specifieke elementen die u wilt bewerken: 1. Selecteer boven aan het 3D-deelvenster Scène , Netten , Materialen of Lichten . 2. Selecteer een afzonderlijk element (zoals de huidige weergave in de sectie Scène).
3D-extrusies maken en aanpassen Met 3D-extrusie kunt u tekst, selecties, gesloten paden, vormen en afbeeldingslagen in drie dimensies uitbreiden. 1. Selecteer een pad, vormlaag, tekstlaag, afbeeldingslaag of specifieke pixelgebieden. 2. Kies 3D > Nieuwe 3D-extrusie uit geselecteerde laag, Nieuwe 3D-extrusie uit geselecteerd pad of Nieuwe 3D-extrusie uit huidige selectie. Opmerking: Als u tekst snel diepte wilt geven tijdens het bewerken met het gereedschap Tekst, klikt u op de 3D-knop 3.
HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen Opmerking: In Photoshop CS5 en Photoshop CS6 maakte 3D-functionaliteit deel uit van Photoshop Extended. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie. De aanpassingen Belichting en HDR-kleurtinten zijn vooral bedoeld voor 32 bits HDR-afbeeldingen, maar u kunt ze ook op 16- en 8-bits afbeeldingen toepassen om HDR-achtige effecten te bereiken. Ga naar www.adobe.
Instellingen van het 3D-deelvenster Overzicht van het 3D-deelvenster Instellingen voor 3D-scène Instellingen voor 3D-net Instellingen voor 3D-materialen Instellingen voor 3D-lichten Opmerking: In Photoshop CS5 en Photoshop CS6 maakte de 3D-functionaliteit deel uit van Photoshop Extended. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie.
Kies Venster > Werkruimte > 3D. De weergegeven 3D-opties filteren Klik op de knop Scène, Net, Materiaal of Lichten boven aan het 3D-deelvenster. Een 3D-net of licht tonen of verbergen Klik op het oogpictogram naast het net- of lichtitem in de bovenste sectie van het 3D-deelvenster. Opmerking: U kunt de materiaalweergave niet vanuit het 3D-deelvenster in- of uitschakelen. U toont of verbergt materialen door de zichtbaarheidsinstellingen voor de bijbehorende structuren in het deelvenster Lagen te wijzigen.
Instellingen 3D-scène Gebruik de 3D-scène-instellingen voor het wijzigen van rendermodi, het selecteren van een structuur waarop moet worden getekend, of voor het in het 3D-deelvenster en vervolgens de gewenste maken van doorsneden. U opent de scène-instellingen door te klikken op de knop Scène scène in de bovenste sectie van het deelvenster te selecteren. Renderinstellingen Hiermee bepaalt u de rendervoorinstelling voor het model. Klik op Bewerken om de opties aan te passen.
Uitlijning Selecteer een as (x, y of z) voor het doorsnijdende vlak. Het vlak staat loodrecht op de geselecteerde as. Verschillende rendermodi op elke doorsnede toepassen U kunt de renderinstellingen voor elke kant van een doorsnede variëren en zo verschillende weergaven van hetzelfde 3D-model combineren, zoals draadmodel met effen. 1. Selecteer Doorsnede en kies opties in het onderste gedeelte van het tabblad Scène. Uw huidige renderinstellingen worden op de zichtbare doorsnede toegepast. 2.
Een geselecteerd materiaal en de bijbehorende structuurafbeeldingen. A. Materiaalopties weergeven B. Geselecteerd materiaal C. Materiaalkiezer D. Sleep- en selectiegereedschappen voor materialen E. Pictogram voor menu Structuurtoewijzing F. Typen structuurtoewijzing Voor een geselecteerd materiaal in de bovenste sectie van het 3D-deelvenster staan in de onderste sectie de structuurafbeeldingen die door dat materiaal worden gebruikt.
materiaal. Reflectie Hiermee verhoogt u de reflectie van andere objecten in de 3D-scène en van de omgevingsafbeelding op het oppervlak van het materiaal. Verlichting Hiermee definieert u een kleur die voor weergave niet afhankelijk is van de belichting. Maakt het effect waarmee het 3D-object van binnenuit wordt belicht. Glans Hiermee definieert u de hoeveelheid licht vanuit een bron dat reflecteert van het oppervlak naar de kijker toe.
Klik op de materiaalvoorvertoning om het pop-upvenster met voorinstellingen weer te geven. 1. Klik op de voorvertoning van het materiaal in het 3D-deelvenster. 2. Voer in het pop-upvenster met voorinstellingen een of meer van de volgende handelingen uit: Dubbelklik op een miniatuurvoorvertoning om een voorinstelling toe te passen. Klik op het pictogram van het pop-upmenu structuurinstellingen.
1. Klik in het deelvenster Gereedschappen op het staal Achtergrondkleur instellen. 2. Stel in de kleurkiezer de helderheid in op 50% en geef voor R, G en B dezelfde waarden op. Klik op OK. 3. Klik in het 3D-deelvenster op het mappictogram naast Reliëf. 4. Kies Nieuwe structuur. 5. Kies de volgende instellingen in het dialoogvenster Nieuw: Kies Grijswaarden bij Kleurmodus. Kies Achtergrondkleur bij Achtergrondinhoud.
Spotlichten geven een kegelvormig schijnsel dat u kunt aanpassen. Oneindige lichten schijnen vanuit een richting, zoals zonlicht. Op afbeeldingen gebaseerde lichten verlichten de afbeelding rond de 3D-scène. U verwijdert een licht door dat in de lijst boven aan de sectie Lichten onder in het deelvenster. te selecteren. Vervolgens klikt u op het pictogram Verwijderen Eigenschappen van het licht aanpassen 1. Selecteer in de sectie Lichten van het 3D-deelvenster een licht in de lijst. 2.
Hiermee plaatst u het licht op dezelfde positie als de camera. Als u op afbeeldingen gebaseerde lichten nauwkeurig wilt plaatsen, gebruikt u de 3D-as die de afbeelding rond een bol wikkelt. (Zie 3D-as.) Hulplijnen voor licht toevoegen Hulplijnen voor licht zorgen voor ruimte referentiepunten als hulp bij het maken van aanpassingen. Deze hulplijnen vertegenwoordigen het type, de hoek en de afname van elk licht.
3D-objecten afdrukken | Photoshop CC Het afdrukken van 3D-objecten voorbereiden Het 3D-object afdrukken en een afdrukvoorbeeld weergeven Hulpprogramma's voor afdrukken in 3D Veelgestelde vragen Zie ook U kunt in Photoshop elk compatibel 3D-model afdrukken zonder u zorgen te hoeven maken over de beperkingen van 3D-printers. Ter voorbereiding op het afdrukken maakt Photoshop 3D-modellen automatisch waterdicht. Het afdrukken van 3D-objecten voorbereiden Naar boven 1.
A. 3D-model B. Afdrukplaat C. Overlay voor printergrootte 7. Selecteer een Detailniveau voor de 3D-afdruk, u kunt kiezen uit Laag, Normaal of Hoog. De voor het afdrukken van het 3D-object vereiste tijd is afhankelijk van de hoeveelheid details die u kiest. 8. Als u niet wilt dat een overlay van de 3D-printergrootte over het 3D-model wordt geplaatst, schakelt u Overlay printergrootte tonen uit. 9. Pas de afmetingen voor Scènegrootte aan om de gewenste grootte voor het afgedrukte 3D-object op te geven.
De 3D-camera roteren De 3D-camera om de z-as draaien Panoramische weergave van de 3D-camera De 3D-camera schuiven De oorspronkelijke locatie van de 3D-camera herstellen Voorvertoning 3D-afdruk 4. Als u de 3D-afdrukinstellingen wilt exporteren naar een STL-bestand, klikt u op Exporteren en slaat u het bestand op de gewenste locatie op uw computer op. U kunt een STL-bestand uploaden naar een onlineservice, zoals Shapeways.com, of u kunt het op een SD-kaart plaatsen en lokaal afdrukken. 5.
1. Selecteer Venster > Werkruimte > 3D om over te schakelen naar de 3D-werkruimte. 2. Open het 3D-object dat u wilt afdrukken. 3. Selecteer Scène in het deelvenster 3D. 4. Selecteer in het deelvenster Eigenschappen de optie Doorsnede. 5. Geef instellingen voor de doorsnede op in het deelvenster Eigenschappen. 6. Selecteer 3D > Doorsnede toepassen op scène. 7. Druk de 3D-scène af.
Een reliëfstructuur op het 3D-model toepassen voordat het wordt afgedrukt Een dekkingsstructuur op het 3D-model toepassen voordat het wordt afgedrukt Kan ik 3D-modellen in twee kleuren afdrukken? Als uw 3D-printer is uitgerust met twee afdrukkoppen, kunt u 3D-modellen in twee kleuren afdrukken. Het model wordt in twee kleuren weergegeven in de 3D-werkruimte en in de 3D-voorvertoning.
Een 3D-model in twee kleuren afdrukken Hoe worden 3D-modellen met meerdere lagen afgedrukt? Vanuit afdrukoogpunt wordt elke laag in het 3D-model behandeld als een 3D-object. Indien noodzakelijk, kunt u twee of meer lagen samenvoegen (3D > 3D-lagen samenvoegen). Naar boven Zie ook Tekenen in 3D | CC, CS6 Verbeteringen van het deelvenster 3D | Photoshop CC Photoshop 3D-documentatie De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.
Photoshop en MATLAB (Photoshop Extended) Informatie over Photoshop en MATLAB MATLAB en Photoshop instellen Verbinding met Photoshop tot stand brengen of verbreken vanuit MATLAB De Help van MATLAB gebruiken MATLAB-opdrachten Een document maken in MATLAB Informatie over Photoshop en MATLAB Naar boven MATLAB is een geavanceerde technische computertaal en interactieve omgeving voor algoritmeontwikkeling, gegevensvisualisatie, gegevensanalyse en numerieke berekeningen.
Typ pslaunch en druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS) om Photoshop te starten of om verbinding te maken met Photoshop. Als u de verbinding met Photoshop wilt verbreken en wilt afsluiten, typt u psquit en drukt u op Enter (Windows) of Return (Mac OS). De Help van MATLAB gebruiken Naar boven Het Help-systeem van MATLAB bevat voorbeelden van een workflow tussen MATLAB en Photoshop. 1. Kies Help > Full Product Family Help.
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
Metingen (Photoshop Extended) Informatie over metingen (Photoshop Extended) De metingsschaal instellen (Photoshop Extended) Schaalmarkeringen gebruiken (Photoshop Extended) Een meting uitvoeren (Photoshop Extended) Het metingslogbestand gebruiken (Photoshop Extended) Naar boven Informatie over metingen (Photoshop Extended) Met de functie Metingen van Photoshop Extended kunt u metingen uitvoeren in elk gebied dat met het gereedschap Liniaal of een selectiegereedschap is gedefinieerd, inclusief onregelmati
2. Kies Analyse > Metingsschaal instellen > Aangepast. 3. Maak een metingsschaal. 4. Klik op Voorinstelling opslaan en geef de voorinstelling een naam. 5. Klik op OK. De voorinstelling die u hebt gemaakt, wordt toegevoegd aan het submenu Analyse > Metingsschaal instellen. Een voorinstelling voor een metingsschaal verwijderen 1. Kies Analyse > Metingsschaal instellen > Aangepast. 2. Selecteer de voorinstelling die u wilt verwijderen. 3. Klik op Voorinstelling verwijderen en klik op OK.
Elke meting meet een of meer gegevenspunten. De gegevenspunten die u selecteert, bepalen welke gegevens worden vastgelegd in het metingslogbestand. De gegevenspunten komen overeen met het type gereedschap waarmee u de meting uitvoert. Gebied, perimeter, hoogte en breedte zijn de beschikbare gegevenspunten voor het meten van selecties. Lengte en hoek zijn beschikbare gegevenspunten voor metingen die worden uitgevoerd met het gereedschap Liniaal.
Hoogte De hoogte van de selectie (max y - min y), uitgedrukt in de eenheden van de huidige metingsschaal. Histogram Genereert histogramgegevens voor ieder kanaal in de afbeelding (drie kanalen voor RGB-afbeeldingen, vier voor CMYK-afbeeldingen, enz.). Het aantal pixels voor iedere waarde tussen 0 en 255 (16- of 32-bits -waarden worden omgezet in 8-bits) wordt opgenomen.
Klik op een rij in het logbestand om deze te selecteren. Als u meerdere aangrenzende rijen wilt selecteren, klikt u op de eerste rij en sleept u om aanvullende rijen te selecteren. U kunt ook op de eerste rij klikken, Shift ingedrukt houden en vervolgens op de laatste rij klikken. Als u niet-aangrenzende rijen wilt selecteren, klikt u op de eerste rij en houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u op aanvullende rijen. Klik op Alles selecteren om alle rijen te selecteren.
Afbeeldingsstapels (Photoshop Extended) Informatie over afbeeldingsstapels Een afbeeldingsstapel maken Een afbeeldingsstapel maken met gebruik van een script Naar boven Informatie over afbeeldingsstapels Een afbeeldingsstapel bestaat uit een groep afbeeldingen met een vergelijkbaar referentiekader, maar met kwaliteits- of inhoudsverschillen.
waarde) ) Waarschijnlijkheid van waarde = (aantal malen dat waarde voorkomt) / (totaal aantal niet-transparante pixels) het aantal bits dat nodig is om de gegevens in een set zonder verlies te coderen.
1. Kies Bestand > Scripts > Statistieken. 2. Kies een stapelmodus in het menu Stapelmodus kiezen. 3. Pas de stapelmodus toe op de geopende bestanden of blader naar een map of naar afzonderlijke bestanden en selecteer deze. De geselecteerde bestanden worden weergegeven in het dialoogvenster. 4. Selecteer desgewenst Poging om bronafbeeldingen automatisch uit te lijnen (equivalent aan het kiezen van Bewerken > Lagen automatisch uitlijnen). Klik vervolgens op OK.
DICOM-bestanden (Photoshop Extended) Informatie over DICOM-bestanden (Photoshop Extended) Een DICOM-bestand openen (Photoshop Extended) Een 3D-volume maken van DICOM-frames (Photoshop Extended) DICOM-frames als JPEG-bestanden exporteren (Photoshop Extended) DICOM-metagegevens (Photoshop Extended) DICOM-bestanden animeren (Photoshop Extended) Informatie over DICOM-bestanden (Photoshop Extended) Naar boven Op www.adobe.com/go/vid0028_nl vindt u een video over DICOM-bestanden.
Vensteropties Selecteer Vensteropties tonen om het contrast (Vensterbreedte) en de helderheid (Vensterniveau) aan te passen. U kunt ook met het gereedschap Vensterniveau omhoog of omlaag slepen om het niveau aan te passen of naar rechts of links om de breedte aan te passen. In het menu Venstervoorinstelling kunt u bovendien gebruikelijke voorinstellingen voor radiologie kiezen (Standaard, Long, Rug of Buik). Kies Afbeelding omkeren om de helderheidswaarden van het frame om te draaien.
Röntgen Deze optie benadert de röntgenstralen van een röntgenapparaat. Dit effect komt van pas bij het genereren van een afbeelding van een CT-scan, zodat het lijkt alsof een röntgenopname van hetzelfde object is gemaakt. Kleurenschaal zwart-wit Deze overdrachtsfunctie gebruikt een zwart-witte kleurencomponent. 4. (Optioneel) Als u een aangepaste rendermodus maakt, klikt u op Renderinstellingen in het 3D-deelvenster om het dialoogvenster 3Drenderinstellingen te openen.
Objecten in een afbeelding tellen (Photoshop Extended) De elementen in een afbeelding handmatig tellen Automatisch tellen met gebruik van een selectie Met het gereedschap Tellen kunt u de objecten in een afbeelding tellen. Als u objecten handmatig wilt tellen, klikt u met het gereedschap Tellen op de afbeelding en houdt Photoshop bij hoe vaak u klikt. Het aantal malen dat u hebt geklikt, wordt weergegeven op het element en in de optiebalk van het gereedschap Tellen.
Voor Kleurbereik stelt u de overeenkomst en de geselecteerde kleuren in om de geselecteerde gebieden in de afbeelding precies goed af te stemmen (zie Een kleurbereik selecteren). 3. Kies Analyse > Gegevenspunten selecteren > Aangepast. 4. Selecteer het gegevenspunt Aantal in het gebied Selecties en klik op OK. 5. Kies Venster > Metingslogbestand. 6. Kies Analyse > Metingen opnemen of klik Metingen opnemen in het palet Metingslogbestand.
3D-objecten combineren en omzetten (Photoshop Extended) 3D-objecten combineren (Photoshop Extended) 3D- en 2D-lagen met elkaar combineren (Photoshop Extended) Een 3D-laag in een 2D-laag omzetten (Photoshop Extended) Een 3D-laag in een slim object omzetten (Photoshop Extended) Naar boven 3D-objecten combineren (Photoshop Extended) Door 3D-lagen samen te voegen kunt u meerdere 3D-modellen in één scène met elkaar combineren.
Een 3D-laag in een 2D-laag omzetten (Photoshop Extended) Naar boven Bij het omzetten van een 3D-laag in een 2D-laag wordt de 3D-inhoud zoals die op dat moment is, omgezet in pixels. Zet een 3D-laag alleen om in een gewone laag als u de positie, de rendermodus, de structuur of lichten van het 3D-model niet langer meer wilt bewerken. De gerasterde afbeelding behoudt de vormgeving van de 3D-scène, echter in een afgevlakt 2D-formaat.
Structuren bewerken in 3D (Photoshop Extended) Een structuur in 2D-formaat bewerken Een structuur weergeven of verbergen UV-bedekkingen maken De parameters van structuurafbeelding opnieuw bepalen Tegels maken om een herhalende structuur te krijgen U kunt de teken- en aanpassingsgereedschappen van Photoshop gebruiken om de structuren in een 3D-bestand te bewerken of om nieuwe structuren te maken.
structuurlaag. UV-bedekkingen maken Naar boven Een diffuus structuurbestand dat door meerdere materialen van een 3D-model wordt gebruikt, kan diverse inhoudsgebieden groeperen die op verschillende oppervlakken van het model zijn toegepast. Het proces UV-toewijzing stemt de coördinaten in de 2D-structuurafbeelding af op de specifieke coördinaten van het 3D-model. Zo wordt de 2D-structuur op de juiste manier op het 3D-model 'getekend'.
Tegels maken om een herhalende structuur te krijgen Naar boven Een herhalende structuur bestaat uit identieke tegels in een rasterpatroon. Een herhalende structuur kan een meer realistische dekking van de oppervlakken van een model geven, neemt minder ruimte in beslag en verbetert de weergavesnelheid. U kunt elk 2D-bestand omzetten in een tekening met tegels.
3D renderen en opslaan 3D-instellingen voor renderen wijzigen Een 3D-bestand voor einduitvoer renderen 3D-bestanden opslaan en exporteren Opmerking: In Photoshop CS5 en Photoshop CS6 maakte de 3D-functionaliteit deel uit van Photoshop Extended. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie. Naar boven 3D-instellingen voor renderen wijzigen Renderinstellingen bepalen hoe 3D-modellen worden getekend.
Renderinstellingen aanpassen 1. Klik boven aan het 3D-deelvenster op de knop Scène . 2. Klik op Bewerken rechts van het menu Renderinstellingen. 3. (Optioneel) U kunt tijdens het maken van wijzigingen het effect van de nieuwe instellingen bekijken door Voorvertoning te selecteren. Als u deze optie uitschakelt, worden de prestaties enigszins beter. Om unieke instellingen voor elke helft van een doorsnede op te geven, klikt u op de doorsnedeknoppen boven in het dialoogvenster. 4.
Straal Hiermee bepaalt u de pixelradius van elk hoekpunt. Achtervlakken verwijderen Hiermee verbergt u hoekpunten aan de achterkant van tweezijdige onderdelen. Verborgen hoekpunten verwijderen Hiermee verwijdert u hoekpunten die door hoekpunten op de voorgrond worden overlapt. Stereo-opties Stereo-opties passen instellingen voor afbeeldingen aan die met roodblauwe brillen worden bekeken, of worden afgedrukt op objecten die een lenticulaire lens bevatten.
3D-lagen exporteren U kunt 3D-lagen in alle ondersteunde 3D-indelingen exporteren: Collada DAE, Wavefront/OBJ, U3D en Google Earth 4 KMZ. Wanneer u een exportindeling kiest, moet u met het volgende rekening houden: Structuurlagen worden opgeslagen in alle 3D-bestandsindelingen, maar bij U3D blijven alleen de structuurafbeeldingen Diffuus, Omgeving en Dekking behouden. In de indeling Wavefront/OBJ worden camera-instellingen, lichten of animatie niet opgeslagen.
3D-objecten en -animaties maken 3D-repoussé maken | CS5 3D-objecten maken van 2D-afbeeldingen 3D-animaties maken Opmerking: In Photoshop CS5 en CS6 maakte de 3D-functionaliteit deel uit van Photoshop Extended. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop CC. Photoshop CC kent geen afzonderlijke Extended-versie. Naar boven 3D-repoussé maken | CS5 Opmerking: Met ingang van Photoshop CS6 is de functie Repoussé veranderd. Deze wordt nu 3D-extrusie genoemd.
Materialen Hiermee past u materialen, zoals baksteen of katoen, globaal of op verschillende zijden van het object toe. (Schuine kant 1 verwijst naar de voorzijde; Schuine kant 2 naar de achterzijde.) Zie Materiaalvoorinstellingen toepassen, opslaan of laden voor meer informatie. Schuine kant Hiermee past u schuine kanten toe op de voor- of achterzijde van het object. De contouropties zijn vergelijkbaar met de contouropties voor laageffecten. Zie Laageffecten aanpassen met countouren.
De gatrestrictie pannen om de diepte te vergroten Interne restricties maken op basis van selecties, werkpaden of tekst 1. Voer een van de volgende handelingen uit: Maak een selectie die of een pad dat volledig binnen het oppervlak aan de voorzijde van een repousséobject valt. Bij tekstobjecten die al over interne paden beschikken, zoals de letter A, gaat u verder met stap 3. 2. Kies 3D > Repoussé > Restrictie(s) maken van selectie of Restrictie(s) maken van tijdelijk pad. 3.
Zet 2D-lagen om in 3D-ansichtkaarten (vlakken met 3D-eigenschappen). Als de beginlaag een tekstlaag is, blijft de eventuele transparantie behouden. Laat een 2D-laag om een 3D-object lopen, zoals een kegel, kubus of cilinder. Maak een 3D-net van de grijswaardengegevens in een 2D-afbeelding. Simuleer de metaalbewerkingstechniek repoussé door een 2D-object diepte te geven in de 3D-ruimte. Zie 3D-repoussé maken.
1. Open een 2D-afbeelding en selecteer een of meer lagen die u in een 3D-net wilt omzetten. 2. (Optioneel) U kunt de afbeelding omzetten in de grijswaardenmodus. (Kies Afbeelding > Modus > Grijswaarden of gebruik Afbeelding > Aanpassingen > Zwart-wit om de omzetting van de grijswaarden gedetailleerder in te stellen. Opmerking: Als u bij het maken van een net een RGB-afbeelding als invoer gebruikt, wordt het groene kanaal gebruikt om de dieptetoewijzing te genereren. 3.
Kleurbeheer Bepaalde inhoud waarnaar op deze pagina wordt gelinkt, is mogelijk alleen in het Engels beschikbaar.
Werken met kleurbeheer Waarom kleuren soms niet overeenkomen Wat is een kleurbeheersysteem? Hebt u kleurbeheer nodig? Een weergaveomgeving instellen voor kleurbeheer Met een kleurbeheersysteem worden kleurverschillen tussen apparaten afgestemd, zodat u vrij zeker weet welke kleuren uiteindelijk door het systeem worden geproduceerd.
intents of omzettingsmethoden, zodat u de juiste methode op een bepaald grafisch element kunt toepassen. Een kleuromzettingsmethode waarmee correcte verhoudingen tussen de kleuren in een foto van dieren in het wild behouden blijven, leidt bijvoorbeeld wellicht tot wijzigingen in de kleuren van een logo met effen kleuren. Opmerking: Verwar kleurbeheer niet met kleurcorrectie. Een kleurbeheersysteem corrigeert geen afbeeldingen die zijn opgeslagen met toon- of kleurbalansproblemen.
Kleuren consistent houden Kleurbeheer in Adobe-toepassingen Basishandelingen voor het produceren van consistente kleur Kleurinstellingen in Adobe-toepassingen synchroniseren Kleurbeheer instellen De weergave van CMYK-zwart wijzigen (Illustrator, InDesign) Proceskleuren en steunkleuren beheren Kleurbeheer in Adobe-toepassingen Naar boven Met het kleurbeheersysteem van Adobe kunt u de weergave van kleuren behouden wanneer u afbeeldingen gebruikt die afkomstig zijn van externe bronnen, documenten bewerkt en
Een monitorprofiel is het eerste profiel dat u moet maken. Een nauwkeurige weergave van kleuren is van cruciaal belang wanneer u moet beslissen over de kleuren in een document. (Zie Monitor kalibreren en monitorprofiel maken.) 3. Voeg aan uw systeem kleurprofielen toe voor de invoer- en uitvoerapparaten die u wilt gebruiken, zoals scanners en printers. Het kleurbeheersysteem weet dankzij de profielen hoe een apparaat kleuren produceert en wat de werkelijke kleuren in een document zijn.
Kleurinstellingen specifieke opties aanpassen. Het is echter raadzaam dit aan ervaren gebruikers over te laten. Opmerking: Als u met meerdere Adobe-toepassingen werkt, verdient het aanbeveling om de kleurinstellingen in alle toepassingen te synchroniseren. (Zie Kleurinstellingen in Adobe-toepassingen synchroniseren.
Kleurinstellingen Kleurinstellingen aanpassen Kleurruimten Opties voor de werkruimte Ontbrekende en niet-overeenkomende kleurprofielen Beleidsopties voor kleurbeheer Opties voor kleuromzetting Rendering intents Geavanceerde instellingen in Photoshop Kleurinstellingen aanpassen Naar boven Voor de meeste workflows met kleurbeheer wordt aangeraden een vooraf ingestelde kleurinstelling te gebruiken die is getest door Adobe Systems.
standaarddrukwerkvoorwaarden van drukkers. Grijs (Photoshop) of Grijswaarde (Acrobat) Hiermee wordt de kleurruimte voor grijswaarden van de toepassing bepaald. Steunkleur (Photoshop) Hiermee wordt de puntvergroting aangegeven die wordt gebruikt voor de weergave van steunkleurkanalen en duotonen. Opmerking: In Acrobat kunt u voor weergave en afdrukken de kleurruimte in een ingesloten uitvoerintent gebruiken in plaats van een documentkleurruimte.
Uit Ingesloten kleurprofielen worden genegeerd bij het openen van bestanden of het importeren van afbeeldingen en er wordt geen werkruimteprofiel toegewezen aan nieuwe documenten. Selecteer deze optie als u door de maker van het document geleverde metagegevens van kleuren wilt negeren. Profielen komen niet overeen: Vragen bij openen Er wordt een bericht weergegeven wanneer u een document opent dat is gelabeld met een ander profiel dan de huidige werkruimte.
wordt gesimuleerd. Deze intent is vooral handig voor een voorvertoning van het effect van de papierkleur op de afgedrukte kleuren. Geavanceerde instellingen in Photoshop Naar boven Als u in Photoshop geavanceerde instellingen voor kleurbeheer wilt weergeven, kiest u Bewerken > Kleurinstellingen en selecteert u Meer opties. Minder verzadiging voor monitorkleuren Hiermee kunt u de verzadiging van de kleuren die op de monitor worden weergegeven, verminderen met de opgegeven waarde.
Werken met kleurprofielen Kleurprofielen Monitor kalibreren en karakteriseren Monitor kalibreren en monitorprofiel maken Een kleurprofiel installeren Een kleurprofiel insluiten Een kleurprofiel insluiten (Acrobat) Kleurprofielen voor documenten wijzigen Een kleurprofiel toewijzen of verwijderen (Illustrator, Photoshop) Een kleurprofiel toewijzen of verwijderen (InDesign) Documentkleuren omzetten in een ander profiel (Photoshop) Documentkleuren omzetten in de kleurprofielen Multikanaal, Apparaatkoppeling of
Kleur beheren met profielen A. Profielen beschrijven de kleurruimte van het invoerapparaat en het document. B. In de profielbeschrijvingen geeft het kleurbeheersysteem de werkelijke kleuren van het document aan. C. Het monitorprofiel geeft aan het kleurbeheersysteem door hoe de numerieke waarden moeten worden omgezet in de kleurruimte van de monitor. D.
nauwkeuriger kan meten dan het menselijke oog. Opmerking: De prestaties van de monitor veranderen en verslechteren in de loop der tijd. Kalibreer daarom de monitor bijvoorbeeld elke maand en maak dan ook een nieuw profiel. Als het moeilijk of onmogelijk is de monitor naar een standaard te kalibreren, is deze waarschijnlijk te oud. De meeste profielprogramma's wijzen automatisch het nieuwe profiel als het standaardmonitorprofiel toe.
Een kleurprofiel toewijzen of verwijderen (InDesign) Naar boven 1. Kies Bewerken > Profielen toewijzen. 2. Selecteer bij RGB-profiel en CMYK-profiel een van de volgende opties: Wissen (huidige werkruimte gebruiken) Hiermee wordt het bestaande profiel uit het document verwijderd. Selecteer deze optie alleen als u zeker weet dat u geen kleurbeheer wilt toepassen op het document.
|
Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave Kleurbeheer toepassen op PDF's voor onlineweergave Kleurbeheer toepassen op HTML-documenten voor onlineweergave Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave Naar boven Kleurbeheer voor onlineweergave wijkt sterk af van kleurbeheer voor afdrukmedia. Bij afdrukmedia hebt u veel meer controle over de uiteindelijke weergave van het document.
Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken Afdrukken met kleurbeheer De kleuren door de printer laten vaststellen tijdens het afdrukken De kleuren door de toepassing laten vaststellen tijdens het afdrukken Aangepaste profielen voor desktopprinters aanschaffen Kleurbeheer toepassen op PDF's voor afdrukken Afdrukken met kleurbeheer Naar boven Met kleurbeheer voor afdrukken kunt u opgeven hoe de uitgaande afbeeldingsgegevens in Adobe-toepassingen moeten worden verwerkt, zodat de kleuren net zo worden
papier en het sturen van die afdruk naar het bedrijf dat een bepaald profiel gaat maken. Dit is duurder dan het aanschaffen van een standaardprofiel, maar levert betere resultaten op omdat op deze manier eventuele fabricageverschillen in printers worden gecompenseerd. Een eigen profiel met behulp van een scannersysteem maken. Bij deze methode gebruikt u een programma voor het maken van profielen en uw eigen flatbedscanner om het profieldoel te scannen.
Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen (Illustrator, InDesign) Een veilige CMYK-workflow gebruiken Geïmporteerde afbeeldingen voorbereiden voor kleurbeheer Profielen voor geïmporteerde bitmapafbeeldingen bekijken of wijzigen (InDesign) Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen (Illustrator, InDesign) Naar boven De manier waarop geïmporteerde afbeeldingen in de kleurruimte van een document worden geïntegreerd, hangt af van het feit
het menu Profiel weergegeven. 3. (Optioneel) Kies een rendering intent en klik op OK. Doorgaans kunt u het beste de standaard rendering intent gebruiken. Opmerking: Het is ook mogelijk om profielen voor objecten in Acrobat te bekijken of te wijzigen.
Kleuren controleren Elektronische proefdrukken van kleuren Elektronische proefdruk van kleuren Een aangepaste proefdrukinstelling opslaan of laden (Photoshop, InDesign) Kleuren controleren met een elektronische proefdruk (Acrobat) Elektronische proefdrukken van kleuren Naar boven In een traditionele publicatieworkflow drukt u een proefdruk van een document af om te zien hoe de kleuren op een bepaald uitvoerapparaat worden weergegeven.
Bij de opties Verouderd Macintosh-RGB, Internet-standaard RGB en Monitor-RGB wordt ervan uitgegaan dat het gesimuleerde apparaat uw document weergeeft zonder kleurbeheer. Deze opties zijn niet beschikbaar voor LAB- of CMYK-documenten. Kleurenblindheid (Photoshop en Illustrator) Hiermee maakt u een elektronische proefdruk waarin de kleuren zichtbaar zijn voor mensen die kleurenblind zijn.
Voeg witte, zwarte of donkere randen toe aan kleurgrenzen. Gebruik verschillende lettertypefamilies of -stijlen. Een aangepaste proefdrukinstelling opslaan of laden (Photoshop, InDesign) Naar boven 1. Kies Weergave > Instellen proef > Aangepast. 2. Voer een van de volgende handelingen uit: Klik op Opslaan om een aangepaste proefdrukinstelling op te slaan. Als u de nieuwe voorinstelling wilt weergeven in het menu Weergave > Instellen proef, slaat u de voorinstelling op de standaardlocatie op.
Systeemvereisten Mogelijk wordt bepaalde inhoud die u bereikt via de koppelingen op deze pagina, alleen in het Engels weergegeven.
Geheugen en prestaties RAM-geheugen aan Photoshop toewijzen Werkschijven toewijzen De werkschijftoewijzing wijzigen Historie- en cache-instellingen opgeven Vrij geheugen OpenGL inschakelen en GPU-instellingen optimaliseren RAM-geheugen aan Photoshop toewijzen Naar boven In de voorkeuren voor prestaties wordt het beschikbare RAM voor Photoshop en het ideale bereik voor Photoshop weergegeven (het ideale bereik is een percentage van het totale beschikbare RAM-geheugen).
Groot en plat Grote afmeting en weinig lagen. U moet Photoshop opnieuw starten om de nieuwe cache-instellingen toe te passen. Vrij geheugen Naar boven Met de opdracht Leegmaken maakt u geheugen vrij dat wordt gebruikt door de opdracht Ongedaan maken, het deelvenster Historie of het klembord. Kies Bewerken > Leegmaken en kies het soort element of buffer dat u wilt wissen. Als deze al zijn gewist, worden ze grijs weergegeven.