Operation Manual

Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 441
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady)
Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 441
Wijzigingen specifiek voor één staat of kader Zijn alleen van invloed op het actieve
animatiekader of de actieve rolloverstaat. Wijzigingen in lagen die u aanbrengt met de
opdrachten en opties in het palet Lagen, zoals dekking, overvloeimodus, zichtbaarheid,
positie en stijl van een laag, gelden specifiek voor de staat of het kader. U kunt echter
laagwijzigingen aanbrengen in alle staten in een rollover en alle kaders in een animatie
met de knoppen voor verenigen in het palet Lagen. (Zie “Lagen met r
ollovers en animaties
verenigen en afstemmen op pagina 441.)
Belangrijk: wijzigingen die u in lagen aanbrengt in de staat Normaal of Kader 1,
waaronder wijzigingen in dekking, overvloeimodus, zichtbaarheid, positie en stijl, zijn
van invloed op alle staten of kaders die identieke lagen bevatten. Neem bijvoorbeeld een
segment met de staat Normaal, Over en Omlaag. Als de lagen in de staten Normaal en
Over identiek zijn, en u een laagstijl toepast in de staat Normaal, wordt de laagstijl ook
toegepast in de staat Over. De staat Omlaag wordt echter niet beïnvloed.
Globale wijzigingen Zijn van invloed op alle staten en kaders waarin de lagen zijn
opgenomen. Wijzigingen die u aanbrengt in de pixelwaarden van een laag, met behulp
van teken- en bewerkingsfuncties, kleur- en toonaanpassingsopdrachten, filters, tekst en
andere beeldbewerkingsopdrachten, worden in de laag opgenomen.
Lagen met rollovers en animaties verenigen en afstemmen
Wijzigingen die u aanbrengt in lagen met de opdrachten en opties in het palet Lagen,
zoals zichtbaarheid, positie en stijl, worden standaard alleen toegepast op het kader of
de staat (tenzij u de staat Normaal of Kader 1 bewerkt). U kunt echter de knoppen voor
verenigen in het palet Lagen en de opdracht Afstemmen gebruiken om wijzigingen van
toepassing te laten zijn op alle staten in een rollover en op alle kaders in een animatie:
Met de knoppen voor verenigen bepaalt u hoe de wijzigingen die u doorvoert in een
laag van de actieve staat of het actieve kader worden toegepast op de overige staten
in een rollover of de overige kaders in een animatie. Wanneer u een verenigingsoptie
inschakelt, worden de wijzigingen toegepast op alle staten en kaders. Wanneer u een
optie uitschakelt, worden wijzigingen alleen toegepast op de actieve staat of het
actieve kader.
Met de opdracht Laag > Afstemmen kunt u de laagkenmerken voor een bestaande
staat of bestaand kader toepassen op andere staten in een rollover en andere kaders in
een animatie.
Zo verenigt u lagen in rolloverstaten en animatiekaders:
Selecteer in het palet Lagen een of meer verenigingsopties.
De knop Laagpositie verenigen om wijzigingen die u aanbrengt in de positie van
een laag toe te passen op alle staten in een rollover en alle kaders in een animatie.
De knop Zichtbaarheid van laag verenigen om wijzigingen die u aanbrengt in de
zichtbaarheid van een laag toe te passen op alle staten in een rollover en alle kaders in
een animatie.
De knop Laagstijl verenigen om wijzigingen die u aanbrengt in de stijl van een laag
toe te passen op alle staten in een rollover en alle kaders in een animatie.
Zo stemt u een bestaande laag af in alle rolloverstaten en animatiekaders:
1 In het palet Rollovers selecteert u de staat of het kader met de gewenste
laagkenmerken.