Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Help gebruiken Terug 1 Help gebruiken Informatie over de online Help Door middel van het Adobe PDF Helpsysteem verschaft Adobe Systems, Inc. u volledige documentatie. Het Helpsysteem bevat informatie over alle gereedschappen, opdrachten en functies voor zowel Windows als Mac OS. Het PDF-formaat is speciaal ontworpen om gemakkelijk online te kunnen navigeren en om externe, met Windows compatibele schermleesprogramma's te ondersteunen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Help gebruiken Terug 2 3 Zoek de ingang en klik op de paginanummerkoppeling om de gegevens af te beelden. 4 Om meerdere ingangen af te beelden, klikt u op Terug om terug te keren naar dezelfde positie in de index. Zo zoekt u met behulp van de opdracht Zoeken naar een onderwerp: 1 Kies Bewerken > Zoeken. 2 Typ een woord of een uitdrukking in het tekstvak en klik op OK. Acrobat doorzoekt het document.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inhoud Terug 3 Terug 3 Inhoud Inleiding 4 Overzicht van Adobe Photoshop 11 Nieuwe functies in Photoshop 7.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 4 Inleiding Welkom Welkom bij Adobe® Photoshop® 7.0, de professionele standaard voor het bewerken van afbeeldingen. Dankzij de geïntegreerde toepassing voor webgereedschappen, Adobe ImageReady®, biedt Photoshop een uitgebreide omgeving voor professionele ontwerpers en makers van afbeeldingen voor het produceren van geavanceerde afbeeldingen voor afgedrukte media, het web, draadloze apparaten en andere media.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 5 Als u Photoshop voor het eerst gebruikt: • Raadpleeg “Overzicht van Adobe Photoshop” op pagina 11 voor een inleiding in de software. • Bekijk de overzichten van de gereedschapsets in de online Help om vertrouwd te raken met de basisgereedschappen en hun functies. Zie “Online Help” op pagina 6.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 6 • Raadpleeg “Kleuren aanpassen” op pagina 148 waarin u leert hoe u de kleuren en het toonbereik in de foto’s kunt verfijnen. • Raadpleeg “Layouts maken met meerdere afbeeldingen (Photoshop)” op pagina 516 om te zien hoe u snel contactbladen en aangepaste fotopagina’s kunt maken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 7 Als u de online Help-onderwerpen goed wilt weergeven, hebt u Netscape Communicator 4.0 (of hoger) of Microsoft® Internet Explorer 4.0 (of hoger) nodig. U moet ook JavaScript activeren. Zo start u de online Help: Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Help > Photoshop Help (Photoshop) of Help > ImageReady Help (ImageReady). • Druk op F1 (Windows).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 8 Zo opent u de homepage van Adobe in uw regio: 1 Open de Amerikaanse homepage van Adobe op www.adobe.com. 2 Kies uw geografische gebied in het menu Adobe Worldwide. Er bestaan aangepaste Adobe-homepages voor 20 verschillende geografische gebieden. Adobe Online Adobe Online biedt toegang tot de nieuwste zelfstudies, handige tips en andere webinhoud voor Photoshop en overige Adobe-producten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 9 • Klik op Updates om toegang te krijgen tot de Adobe-website. • Klik op Annuleren (Windows en Mac OS 9) of Sluiten (Mac OS X) om terug te gaan naar Photoshop of ImageReady. Adobe Online openen via het menu Help Het menu Help bevat opties voor het bekijken en downloaden van informatie vanaf de Adobe-website. Zo kunt u bijgewerkte artikelen of documenten bekijken: Klik op Help en kies het onderwerp dat u wilt bekijken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Inleiding Terug 10 Het programma Adobe Certification Dit programma biedt instructeurs en cursuscentra de mogelijkheid om hun deskundigheid op het gebied van Adobe-producten te tonen en reclame te maken voor hun softwarevaardigheden als Adobe Certified Expert of Adobe Certified Training Provider. Certificatie is over de hele wereld mogelijk. Bezoek de website Partnering with Adobe op http://partners.adobe.
Adobe Photoshop Help Overzicht van Adobe Photoshop Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 11 Overzicht van Adobe Photoshop Probeer de geavanceerde gereedschappen uit Dankzij de uitgebreide set gereedschappen van Photoshop voor retoucheren, tekenen, schetsen en Internet kunt u allerlei bewerkingstaken voor afbeeldingen efficiënt uitvoeren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Overzicht van Adobe Photoshop Terug 12 Werkruimte aanpassen Pas het bureaublad van Photoshop aan door een reeks paletten te rangschikken en deze indeling als een werkruimte op te slaan. Of maak speciale werkruimten voor een taak: bijvoorbeeld een werkruimte waarin u snel toegang hebt tot de tekengereedschappen of een werkruimte voor het retoucheren van foto’s. Zie “Werkruimte aanpassen” op pagina 31.
Adobe Photoshop Help Overzicht van Adobe Photoshop Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 13 Vloeiende randen Met de optie voor anti-aliasing kunt u oneffen randen van selecties vloeiend maken of een doezelaareffect toepassen om vage randen te verkrijgen. Zie “Randen van een selectie verzachten” op pagina 187. Contactblad maken Exporteer een complete map met afbeeldingen op één pagina zodat u ze gemakkelijk kunt indelen, bekijken en afdrukken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Overzicht van Adobe Photoshop Terug 14 Transformatiegereedschappen U kunt afbeeldingen op eenvoudige wijze schalen, roteren, vervormen of schuintrekken. Met het filter 3D transformatie simuleert u driedimensionale effecten als etiketten op potten en dozen. Met de opdracht Uitvloeien kunt u interactief aan een afbeelding trekken of deze duwen, plooien of laten zwellen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Overzicht van Adobe Photoshop Terug 15 Spellingcontrole Voorkom verkeerd gespelde woorden met de ingebouwde spellingcontrole, die ook een functie bevat voor zoeken en vervangen. U kunt zelfs verschillende talen controleren in één bestand. Zo kunt u bijvoorbeeld knoppen maken voor meertalige websites. Zie “Tekst op spelfouten controleren (Photoshop)” op pagina 396.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Overzicht van Adobe Photoshop Terug 16 Ondersteuning voor WebDAV Verbind Photoshop met een WebDAV-server en benut de voordelen van werkgroepbeheer. U kunt de samenwerking stroomlijnen door te zorgen dat het hele team toegang heeft tot de benodigde bestanden, zonder bang te zijn dat iemand wijzigingen overschrijft. Zie “Bestanden beheren met WebDAV (Photoshop)” op pagina 91.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Nieuwe functies in Photoshop 7.0 Terug 17 Nieuwe functies in Photoshop 7.0 U kunt elke uitdaging aan In Photoshop 7.0 is de toch al uitgebreide gereedschapset nog completer door nieuwe functionaliteit waarmee u elke creatieve uitdaging aankunt, aan alle productiviteitseisen tegemoet kunt komen en elke taak voor het bewerken van afbeeldingen efficiënt kunt afhandelen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Nieuwe functies in Photoshop 7.0 Terug 18 Het palet Rollover U kunt met één palet rolloverstaten maken, bekijken en instellen. U kunt op een laag gebaseerde rollovers met een muisklik toevoegen aan een webpagina en vervolgens in het palet Rollover met de optie Geselecteerde staat geavanceerde interactiviteit toevoegen zonder dat u Java Script hoeft te gebruiken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Nieuwe functies in Photoshop 7.0 Terug 19 Penselen met speciale effecten Naast de penselen die u zelf maakt, kunt u gebruikmaken van de vooraf ingestelde penselen op de Photoshop-cd om traditionele natte- en droge-penseeltechnieken te simuleren voor artistieke houtskooleffecten of pasteltinten. Er zijn ook speciale penselen voor effecten voor gras en bladeren. Zie “Vooraf ingestelde penselen selecteren” op pagina 254.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Nieuwe functies in Photoshop 7.0 Terug 20 Uitbreidingen van de Webfotogalerie U kunt uw werk snel en gemakkelijk online weergeven door een afbeeldingengalerie te publiceren. Photoshop 7.0 biedt nieuwe geavanceerde sjablonen, zodat u met meer flexibiliteit kunt ontwerpen. Met een nieuwe beveiligingsoptie kunt u tekst toevoegen of kunt u de bestandsnaam, het bijschrift of copyrightgegevens als watermerk in de afbeelding insluiten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 21 Het werkgebied Vertrouwd raken met het werkgebied Het werkgebied van Photoshop en ImageReady is zo ingericht dat u zich kunt concentreren op het maken en bewerken van afbeeldingen. Werkgebied Het werkgebied bestaat uit de volgende componenten: Menubalk De menubalk bevat menu’s voor het uitvoeren van taken. De menu’s zijn ingedeeld op onderwerp. Zo bevat het menu Lagen bijvoorbeeld: opdrachten voor het werken met lagen.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 22 Met de selectiekadergereedschappen maakt u rechthoekige en ovale selecties of selecties die bestaan uit één rij of één kolom. Met het verplaatsgereedschap verplaatst u selecties, lagen en hulplijnen. Met de lassogereedschappen maakt u willekeurig gevormde, veelhoekige (met rechte zijden) en magnetische* selecties. Met de toverstaf selecteert u gebieden met dezelfde kleur.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Met het gereedschap Patroonstempel* tekent u met een patroon dat afkomstig is uit een afbeelding. Met het historiepenseel* tekent u een kopie van de geselecteerde staat of opname in het huidige afbeeldingsvenster. Terug 23 Met het gereedschap Tekeninghistorie* brengt u gestileerde penseelstreken aan waarmee u verschillende schilderstijlen kunt nabootsen aan de hand van een geselecteerde staat of opname.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 24 Met het gereedschap Doordrukken maakt u gebieden in een afbeelding donkerder. Met het gereedschap Spons wijzigt u de kleurverzadiging van een gebied. Met de gereedschappen voor padselectie* kunt u vormen of segmenten selecteren waarbij ankerpunten, richtingslijnen en richtingspunten worden weergegeven. Met het gereedschap Tekst kunt u een afbeelding van tekst voorzien.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Met de gereedschappen voor afbeeldingen met hyperlinks§ definieert u gebieden met hyperlinks in een afbeelding. Met het gereedschap Afbeelding met hyperlinks selecteren§ selecteert u afbeeldingen met hyperlinks. Met het gereedschap Voorbeelddocument§ kunt u rollovereffecten rechtstreeks bekijken in ImageReady. Met het gereedschap Voorvertoning in standaardbrowser§ kunt u animaties bekijken in een webbrowser.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 26 Zo loopt u door de verborgen gereedschappen: Houd Shift ingedrukt en druk op de sneltoets voor het gereedschap. Zo kunt u het bladeren door een set verborgen gereedschappen in- of uitschakelen (PhotoShop): 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Windows of Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen. • In Mac OS X: kies Photoshop > Voorkeuren > Algemeen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 27 De opties bij Tekencursors bepalen de aanwijzers voor de volgende gereedschappen: • (Photoshop) Gummetje, Potlood, Penseel, Retoucheerpenseel, Stempel, Patroonstempel, Natte vinger, Vervagen, Verscherpen, Tegenhouden, Doordrukken en Spons. • (ImageReady) Penseel, Potlood en de gummetjes.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 28 Palettenvak (Photoshop) De optiebalk van Photoshop bevat een palettenvak waarmee u paletten kunt ordenen en beheren. Het palettenvak is alleen beschikbaar bij een schermresolutie hoger dan 800 x 600 pixels. (U wordt geadviseerd een minimumresolutie van 1024 x 768 te gebruiken.) Paletten zijn verborgen wanneer ze in het palettenvak zijn opgeslagen.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 29 Zo maakt u voorinstellingen voor een gereedschap: 1 Kies een gereedschap en stel op de optiebalk de gewenste opties in. 2 Klik op de knop Voorinstellingen gereedschap aan de linkerkant van de optiebalk of kies Venster > Voorinstellingen gereedschap om het gelijknamige palet weer te geven.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 30 De weergave van paletten wijzigen Als u de werkruimte beter wilt benutten, kunt u de paletten als volgt anders ordenen: • Als u een palet vooraan in de paletgroep wilt weergeven, klikt u op de tab van dat palet of kiest u de naam van het palet in het menu Venster. • Als u een volledige paletgroep wilt verplaatsen, sleept u de titelbalk.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 31 Werkruimte aanpassen De posities van alle geopende paletten en verplaatsbare dialoogvensters worden opgeslagen wanneer u de toepassing afsluit. Als u dat niet wilt, kunt u altijd starten met de standaardposities of de standaardposities herstellen. U kunt wanneer u de toepassing afsluit niet alleen de positie van paletten en dialoogvensters opslaan, maar u kunt ook meerdere layouts opslaan als verschillende werkruimten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Het werkgebied Terug 32 Klik op het driehoekje naast de instelling om het dialoogvenster met de popupregelaar te openen en sleep de regelaar of hoekstraal naar de gewenste waarde. Als u het dialoogvenster met de regelaar wilt sluiten, klikt u buiten het dialoogvenster of drukt u op Enter of Return. Als u de wijziging wilt annuleren, drukt u op de Escape-toets (Esc).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 33 2 Als u de standaardbibliotheek wilt herstellen, kiest u de opdracht Herstellen. U kunt de huidige lijst vervangen of de standaardbibliotheek aan de huidige lijst toevoegen. 3 Voer een van de volgende handelingen uit om een andere bibliotheek te laden: • Kies de opdracht Laden als u een bibliotheek wilt toevoegen aan de huidige lijst. Selecteer vervolgens het bibliotheekbestand dat u wilt gebruiken en klik op Laden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 34 • Wanneer u een opdracht voor tweedimensionale transformatie gebruikt, toont het palet Info de procentuele wijziging in breedte (B) en hoogte (H), de rotatiehoek (A) en de hoek van de horizontale (H) of verticale (V) schuinte.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 35 Contextmenu’s Naast de menu’s aan de bovenzijde van uw scherm, zijn er contextgevoelige menu’s met alleen opdrachten die van toepassing zijn op een actief gereedschap, palet of actieve selectie. Zo geeft u contextmenu’s weer: 1 Plaats de aanwijzer op een afbeelding of element van een palet. 2 Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik met de muis (Mac OS).
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 36 Zo opent u een afbeelding in meerdere vensters: Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Venster > Documenten > Nieuw venster. • (ImageReady) Sleep een willekeurige tab uit het documentvenster.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 37 2 Kies een kleur: • Kies bij Kleur een optie als u een vooraf ingestelde kleur wilt gebruiken. • Klik op het kleurvak en kies een kleur als u een andere kleur wilt instellen. Zie “Adobe Kleurkiezer” op pagina 290 voor meer informatie over kleuren kiezen. De weergave vergroten en verkleinen U kunt de weergave op verschillende manieren vergroten en verkleinen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug • (Photoshop) Voer in het tekstvak Zoomen, links onder aan het venster, een verkleiningspercentage in. • (ImageReady) Klik op het popup-menu Zoomniveau links onder aan het documentvenster en kies een zoomniveau. 38 Zo vergroot u door te slepen: 1 Selecteer het gereedschap Zoomen. 2 Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt vergroten. Het gebied binnen het selectiekader wordt weergegeven in de maximale vergroting.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 39 Fouten corrigeren De meeste bewerkingen kunnen ongedaan worden gemaakt wanneer u een fout maakt. Het is ook mogelijk de laatst opgeslagen versie van een (deel van een) afbeelding te herstellen. Het gebruik van deze opties hangt echter af van de hoeveelheid beschikbaar geheugen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Het werkgebied Terug 40 Selecteer het gebied dat u wilt herstellen en kies Bewerken > Opvullen. Kies bij Gebruik de optie Historie en klik op OK. (Zie “Selecties en lagen vullen en omlijnen” op pagina 277.) Opmerking: als u de afbeelding wilt herstellen met een opname van de beginstaat van het document, kiest u Historieopties in het paletmenu en schakelt u de optie Eerste opname automatisch maken in.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 41 verwijderen van een staat alleen de betreffende staat gewist. Zie voor meer informatie “Historieopties instellen (Photoshop)” op pagina 42. Het palet Historie In het palet Historie kunt u een eerdere staat van een afbeelding herstellen, staten van een afbeelding verwijderen en, in Photoshop, een document maken op basis van een staat of opname. A B C D Historiepalet van Photoshop A.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 42 Kies Bewerken > Leegmaken > Historie, als u de lijst met staten in het palet Historie voor alle geopende documenten wilt leegmaken. Belangrijk: deze handeling kan niet ongedaan worden gemaakt. Zo verwijdert u alle staten van een afbeelding (ImageReady): Kies Geschiedenis ongedaan maken/opnieuw in het menu van het palet Historie. Belangrijk: deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Het werkgebied Terug 43 Dialoogvenster Nieuwe opname standaard tonen, als u wilt dat Photoshop altijd een naam voor een opname vraagt, zelfs wanneer u de knoppen in het palet gebruikt. Opnamen van een afbeelding maken (Photoshop) Met de opdracht Nieuwe opname kunt u een tijdelijke kopie (of opname) maken van elke staat van de afbeelding. De nieuwe opname wordt toegevoegd aan de lijst met opnamen boven aan het palet Historie.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 44 Sleep de regelaar links van de opname omhoog of omlaag naar een andere opname. Zo hernoemt u een opname: Dubbelklik op de opname en voer een naam in. Zo verwijdert u een opname: Voer een van de volgende handelingen uit: • Selecteer de opname en kies in het paletmenu Verwijderen. • Selecteer de opname en klik op de knop met de prullenbak • Sleep de opname naar de knop met de prullenbak. .
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 45 Zo dupliceert u een afbeelding (Photoshop): 1 Open de afbeelding die u wilt dupliceren. 2 Kies Afbeelding > Dupliceren. 3 Voer een naam in voor de gedupliceerde afbeelding. 4 Als u de afbeelding wilt dupliceren zonder lagen, selecteert u Alleen verenigde lagen dupliceren. 5 Klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 46 Linialen Wanneer de linialen zichtbaar zijn, bevinden ze zich aan de boven- en linkerkant van het actieve venster. De maatstreepjes op de liniaal duiden de positie van de aanwijzer aan wanneer u deze verplaatst. Wanneer u het nulpunt op de liniaal (0,0 op de bovenste en linkerliniaal) verschuift, kunt u meten vanaf een bepaald punt in de afbeelding. Het nulpunt op de liniaal bepaalt ook het nulpunt van het raster.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug • In Windows en Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Eenheden & linialen. • In Mac OS X: kies Photoshop > Voorkeuren > Eenheden & linialen. 47 2 Voer waarden in voor Breedte en Tussenruimte. Meetlat (Photoshop) Met de Meetlat kunt u de afstand meten tussen twee punten in het werkgebied.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 48 Hulplijnen en het raster Hulplijnen zijn lijnen die over de hele afbeelding liggen maar niet worden afgedrukt. U kunt een hulplijn verplaatsen, verwijderen of vergrendelen om te voorkomen dat u deze per ongeluk verplaatst. Rasters worden in Photoshop standaard weergegeven als niet-afdrukbare lijnen of als punten. Het raster is handig wanneer u elementen symmetrisch wilt plaatsen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 49 Zo verplaatst u een hulplijn: 1 Selecteer het verplaatsgereedschap of houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt om het verplaatsgereedschap te activeren. (Deze optie werkt niet met de gereedschappen Handje of Segment .) 2 Plaats de aanwijzer op de hulplijn (de aanwijzer verandert in een dubbele pijl). 3 Verplaats de hulplijn: • Sleep de hulplijn om deze te verplaatsen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 50 Extra’s Hulplijnen, het raster, doelpaden, selectieranden, segmenten, afbeeldingen met hyperlinks, tekstgrenzen, basislijnen van tekst, tekstselecties en notities zijn nietafdrukbare Extra’s die het selecteren, verplaatsen en bewerken van afbeeldingen en objecten vergemakkelijken. U kunt een of meer Extra’s uitschakelen zonder dat dit invloed heeft op de afbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 51 Informatie over het bestand en de afbeelding tonen U vindt informatie over de huidige bestandsgrootte en andere kenmerken van de afbeelding onder aan het toepassingsvenster (Windows) of documentvenster (Mac OS). Opmerking: (ImageReady) als er in het documentvenster voldoende ruimte is, worden twee informatievensters weergegeven, zodat u twee verschillende gegevensopties voor de afbeelding tegelijk kunt bekijken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 52 • Efficiëntie, als u het percentage van de feitelijke bewerkingstijd wilt weergeven, en niet het lezen van of schrijven naar de werkschijf. Als de waarde lager dan 100% is, gebruikt Photoshop de werkschijf en gaat de bewerking dus langzamer. • Timing, als u wilt weergeven hoe lang de laatste bewerking heeft geduurd. • Huidig gereedschap, als u de naam van het actieve gereedschap wilt weergeven.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 53 verschijnt de website van Digimarc, waar u gegevens vindt over de contactpersoon voor de betreffende Creator ID. • Wanneer u het telefoonnummer in het dialoogvenster Watermark Information kiest, krijgt u per fax informatie toegezonden. Afbeeldingen voorzien van notities (Photoshop) U kunt in Photoshop afbeeldingen voorzien van geschreven en gesproken notities.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 54 • U kunt de standaardopdrachten voor tekstbewerking van uw systeem gebruiken (Ongedaan maken, Knippen, Kopiëren, Plakken en Alles selecteren). In Windows klikt u met de rechtermuisknop in het tekstvak en kiest u de opdrachten in het menu dat dan verschijnt. In Mac OS kiest u de opdrachten in de menu’s Bewerken en Selecteren. U kunt ook de standaardsneltoetsen voor deze opdrachten gebruiken.
Adobe Photoshop Help Het werkgebied Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 55 Kies Weergave > Extra’s. Met deze opdracht kunt u ook rasters, hulplijnen, selectielijnen, doelpaden en segmenten weergeven of verbergen. Zo bewerkt u notities: Voer een van de volgende handelingen uit: • Als u een notitiepictogram wilt verplaatsen, zet u de aanwijzer op het pictogram. Zodra de aanwijzer in een pijl verandert, sleept u het pictogram. Dit kunt u met elk geselecteerd gereedschap doen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 56 Schakelen naar andere toepassingen (ImageReady) U kunt vanuit ImageReady niet alleen schakelen naar huidige versies van Photoshop, maar ook naar andere grafische toepassingen en HTML-editors. Wanneer u ImageReady installeert, worden alle grafische programma’s van Adobe en alle HTML-editors die op uw computer zijn geïnstalleerd, toegevoegd aan het submenu Springen naar.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 57 Voorvertoningen bekijken in een browser U kunt een browser openen om een voorvertoning van een geoptimaliseerd bestand te bekijken. Hiervoor kunt u elke browser die op uw computer is geïnstalleerd gebruiken. Uw browser toont de afbeelding met een onderschrift van twee alinea’s. In de eerste staan het bestandstype, de grootte in pixels, de bestandsgrootte en de compressie-instellingen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 58 Bibliotheken beheren met Beheer voorinstellingen (Photoshop) Met de functie Beheer voorinstellingen kunt u penselen, kleurstalen, kleurverlopen, stijlen, patronen, contouren, eigen vormen en vooraf ingestelde gereedschappen centraal beheren. Met Beheer voorinstellingen kunt u de huidige set vooraf ingestelde items wijzigen en nieuwe bibliotheken maken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Het werkgebied Terug 59 Als u de huidige lijst wilt vervangen door een andere bibliotheek, kiest u Type voorinstelling in het paletmenu. Selecteer vervolgens het gewenste bibliotheekbestand en klik op Laden. Opmerking: elk type bibliotheek heeft zijn eigen bestandsextensie en standaardmap in de map Voorinstellingen van de programmamap van Photoshop. Zo wijzigt u de naam van voorinstellingen: 1 Selecteer een voorinstelling.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 60 Voorkeuren instellen In het bestand Voorkeuren van Adobe Photoshop 7.0 worden verschillende programmainstellingen opgeslagen. Instellingen die in dit bestand worden opgeslagen zijn opties voor weergave, opslaan van bestanden, cursors, transparantie, insteekmodules en werkschijven. Van deze opties worden de meeste ingesteld in het dialoogvenster Voorkeuren. Voorkeuren worden elke keer dat u de toepassing afsluit opgeslagen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 61 De weergave van alle waarschuwingen herstellen In sommige situaties worden soms waarschuwingsvensters of meldingen weergegeven. U kunt de weergave van deze waarschuwingen uitschakelen door de optie Niet meer weergeven te selecteren. U kunt ook de weergave van alle uitgeschakelde waarschuwingen weer herstellen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 62 2 Kies of u het bestand wilt opslaan of niet: • Klik op Ja (Windows) of Opslaan (Mac OS) om het bestand op te slaan. • Klik op Nee (Windows) of Niet opslaan (Mac OS) om het bestand te sluiten zonder het op te slaan. Zo sluit u Photoshop of ImageReady af: 1 Kies Bestand > Afsluiten (Windows) of Bestand > Stoppen (Mac OS).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 63 bepaalde insteekmodules van andere leveranciers, kan deze alleen worden gebruikt op Mac OS 9.x of in de Classic-omgeving op Mac OS X. Hoewel u dergelijke insteekmodules in de map Insteekmodules van de Mac OS X-versie van Photoshop kunt plaatsen, worden deze niet weergegeven tenzij u Photoshop start in de Classic-omgeving.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 64 • (Photoshop) In Mac OS X: kies Photoshop > Info insteekmodule en selecteer een module uit het submenu. • (ImageReady) In Mac OS X: kies ImageReady > Info insteekmodule en selecteer een module uit het submenu. Zo laadt u een insteekmodule alleen in Photoshop of ImageReady: Installeer de insteekmodule in de map Uitsluitend voor Adobe Photoshop of Uitsluitend voor Adobe ImageReady in de map Insteekmodules.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Het werkgebied Terug 65 4 Start Photoshop of ImageReady opnieuw om de wijziging te activeren. Belangrijk: het gemaakte werkschijfbestand moet zich in een aaneengesloten gebied op de vaste schijf bevinden. U moet de vaste schijf derhalve regelmatig optimaliseren. U wordt geadviseerd om regelmatig een schijfhulpprogramma te gebruiken, zoals Windows Defragmentatie of Norton SpeedDisk, om uw vaste schijf te defragmenteren.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 66 Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Bitmapafbeeldingen en vectorafbeeldingen Computerafbeeldingen kunnen worden ingedeeld in twee hoofdcategorieën: bitmapafbeeldingen en vectorafbeeldingen. In Photoshop en ImageReady kunt u met beide soorten afbeeldingen werken. Het is zelfs zo dat een Photoshop-bestand zowel bitmapals vectorgegevens kan bevatten.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 67 Vectorafbeeldingen zijn resolutie-onafhankelijk. Dit betekent dat een afbeelding tot elke grootte kan worden vergroot of verkleind en met elke resolutie kan worden afgedrukt zonder verlies van detail of kleurechtheid.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 68 Wanneer u een afbeelding maakt voor online weergave (bijvoorbeeld een webpagina die op verschillende monitors wordt weergegeven), zijn de pixelafmetingen erg belangrijk.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 69 Als u een afbeelding met een hoge resolutie afdrukt, bevat deze meer, en daardoor kleinere, pixels dan een afbeelding met een lage resolutie. Een afbeelding van bijvoorbeeld 2,5 x 2,5 cm (een vierkante inch) met een resolutie van 72 ppi bevat in totaal 5184 pixels (72 pixels breed x 72 pixels hoog = 5184).
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 70 De kwaliteit van de details in de afgedrukte afbeelding is afhankelijk van de relatie tussen afbeeldingsresolutie en schermfrequentie. Als u een halftoonafbeelding van de hoogste kwaliteit wilt produceren, gebruikt u meestal een afbeeldingsresolutie die tussen 1,5 tot maximaal 2 keer zo hoog is als de schermfrequentie.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 71 Grootte en resolutie van afbeeldingen wijzigen Nadat u een afbeelding hebt gescand of geïmporteerd, wilt u misschien de grootte van de afbeelding aanpassen. In Photoshop kunt u met de opdracht Afbeeldingsgrootte de pixelafmetingen, de afdrukafmetingen en de resolutie van een afbeelding wijzigen. In ImageReady kunt u alleen de pixelafmetingen van een afbeelding wijzigen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 72 Aantal pixels wijzigen Het wijzigen van het aantal pixels heeft betrekking op het wijzigen van de pixelafmetingen (en daardoor de weergavegrootte) van een afbeelding. Wanneer u het aantal pixels verkleint, wordt informatie verwijderd uit de afbeelding. Wanneer u het aantal pixels vergroot, worden nieuwe pixels toegevoegd op basis van de kleurwaarden van de bestaande pixels.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 73 (ImageReady) In Mac OS X: kies ImageReady > Voorkeuren > Algemeen. 2 Kies bij Interpolatie een van de volgende opties: • Kies Oneffen (naaste buur) voor de snelle, maar minder nauwkeurige methode. Deze methode wordt aanbevolen voor gebruik bij illustraties die randen zonder anti-aliasing bevatten om harde randen te behouden en een kleiner bestand te verkrijgen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 74 Zie “Opties voor de afbeeldingsgrootte opnemen (ImageReady)” op pagina 543 voor informatie over het instellen van handelingenopties. Afdrukafmetingen en -resolutie van een afbeelding wijzigen (Photoshop) Wanneer u een afbeelding maakt voor gedrukte media, is het handig de afbeeldingsgrootte op te geven in termen van de afdrukafmetingen en de afbeeldingsresolutie.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 75 Zo geeft u de afdrukgrootte weer op het scherm: Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Weergave > Afdrukgrootte. • Selecteer het gereedschap Handje of Zoomen en klik op Afdrukgrootte in de optiebalk. De vergroting van de afbeelding wordt gewijzigd, zodat deze zo goed mogelijk overeenkomt met de grootte waarmee de afbeelding wordt afgedrukt.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 76 Scannerstuurprogramma’s worden geleverd en ondersteund door de fabrikanten van de scanners, niet door Adobe Systems Incorporated. Als u problemen ondervindt met scannen, controleer dan eerst of u de meest recente versie van het juiste scannerstuurprogramma gebruikt.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 77 Afbeeldingen importeren via WIA-ondersteuning (Windows Image Acquisition) Met bepaalde digitale camera’s en scanners kunt u afbeeldingen importeren via WIAondersteuning. Via WIA-ondersteuning kunt u afbeeldingen rechtstreeks in Photoshop importeren doordat Photoshop samenwerkt met Windows en de software van de digitale camera of scanner.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 78 7 Kies het soort afbeelding dat u wilt scannen: • Kies Kleurenfoto om de standaardinstellingen voor het scannen van kleurenafbeeldingen te gebruiken. • Kies Grijswaardenfoto om de standaardinstellingen voor het scannen van grijswaardenafbeeldingen te gebruiken. • Kies Zwart-witfoto of Tekst om de standaardinstellingen te gebruiken.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 79 Zo berekent u de bestandsgrootte voordat u een afbeelding scant: 1 Kies Bestand > Nieuw in Photoshop. 2 Voer de breedte, hoogte en resolutie voor de uiteindelijke afgedrukte afbeelding in. De resolutie moet 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als de schermfrequentie waarmee u wilt afdrukken. Zorg dat de modus waarin u wilt scannen is geselecteerd.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 80 Nieuwe afbeeldingen maken Met de opdracht Nieuw kunt u een lege afbeelding maken. Zo maakt u een nieuwe afbeelding: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • Als u de afmetingen en resolutie van de afbeelding (Photoshop) wilt baseren op de inhoud van het klembord, kiest u Bestand > Nieuw.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 81 Het kan voorkomen dat Photoshop niet het juiste formaat voor een bestand kan vaststellen. Bij het uitwisselen van een bestand tussen Mac OS en Windows kan het formaat bijvoorbeeld onjuist worden ingesteld. In dergelijke gevallen moet u het juiste formaat opgeven bij het openen van het bestand. Zo opent u een bestand met de opdracht Openen: 1 Kies Bestand > Openen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 82 (Mac OS) Kies Bestand > Openen en kies Alle documenten in het popup-menu Tonen. Selecteer vervolgens het bestand dat u wilt openen, selecteer het gewenste bestandsformaat in het popup-menu Formaat en klik op Openen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 83 • Als u een specifieke afbeelding wilt openen, selecteert u deze en klikt u op OK. Gebruik de pijlen om door de afbeeldingen te bladeren of klik op Ga naar afbeelding om het nummer van een afbeelding in te voeren. • Als u elke afbeelding als een afzonderlijk bestand wilt openen, klikt u op Alle afbeeldingen importeren.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 84 Anti-aliasing uitschakelen voor PDF- en EPS-bestanden (ImageReady) Met de optie Anti-alias PostScript worden oneffen randen verwijderd van een geplakte of geplaatste selectie en wordt er een subtiele overgang gemaakt tussen de randen van de selectie en de omringende pixels.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 85 Raw-bestanden openen (Photoshop) Het formaat Raw is ontworpen voor afbeeldingen die zijn opgeslagen in nietgedocumenteerde formaten, zoals formaten die afkomstig zijn van wetenschappelijke toepassingen. Gecomprimeerde bestanden, zoals PICT- en GIF-bestanden, kunnen niet worden geopend met dit formaat.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 86 Als u een voorvertoning van een resource wilt bekijken, klikt u op Voorvertoning. Klik op de pijlknoppen om vooruit en achteruit door de resources te bladeren. Het nummer dat bij Resource wordt weergegeven, verwijst naar de positie van de resource in de resourcefork (in oplopende volgorde) en niet naar het identificatienummer van de resource.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 87 Navigeren in de Bestandenbrowser Dubbelklik op een map om de inhoud van de map te bekijken. Kies Mappen tonen in het paletmenu om mappen aan de rechterkant van het palet weer te geven of te verbergen. Een vinkje geeft aan dat mappen worden weergegeven.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 88 Meerdere bestanden tegelijk hernoemen Als u alle bestanden in een map wilt hernoemen, zorgt u dat er geen bestanden zijn geselecteerd. Als u een aantal bestanden in een map wilt hernoemen, selecteert u de bestanden die u wilt hernoemen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 89 Bestanden plaatsen Met de opdracht Bestand > Plaatsen kunt u illustraties in een nieuwe laag van een afbeelding plaatsen. In Photoshop kunt u PDF-, Adobe Illustrator- en EPS-bestanden plaatsen. In ImageReady kunt u bestanden met elk ondersteund formaat plaatsen, met uitzondering van PSD-bestanden (Photoshop) met CMYK-afbeeldingen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 90 De illustratie wordt gedraaid rond het middelpunt van de geplaatste illustratie. Als u het middelpunt wilt aanpassen, sleept u dit naar een nieuwe locatie of klikt u op een greep op het pictogram Middelpunt in de optiebalk. 7 U kunt de illustratie desgewenst schuintrekken door Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt te houden terwijl u een zijgreep van het selectiekader sleept.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 91 Bestanden beheren met WebDAV (Photoshop) Photoshop biedt ondersteuning voor de WebDAV-servertechnologie (Web Distributed Authoring and Versioning).
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 92 • Als u een nieuwe server aan de lijst wilt toevoegen, klikt u op Nieuwe server, geeft u een unieke bijnaam en URL voor de server op en klikt u op OK. • Als u een server in de lijst wilt bewerken, klikt u op Server bewerken. Als u de map wilt bekijken waarin lokale kopieën van beheerde bestanden worden opgeslagen, klikt u op Geavanceerde opties en klikt u vervolgens op Tonen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 93 Beheerde bestanden openen Als u een beheerd bestand wilt bekijken, opent u een kopie van het bestand op een WebDAV-server. Met de opdracht Bestand > Werkgroep > Openen wordt een lokale kopie van het bestand op de vaste schijf gemaakt.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 94 Als u een bestand wilt openen en uitchecken, kiest u Bestand > Werkgroep > Openen. Vervolgens selecteert u het bestand en klikt u op Uitchecken. (Zie “Beheerde bestanden openen” op pagina 93.) Zo controleert u of een lokaal bestand kan worden uitgecheckt: 1 Open uw exemplaar van het bestand.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen overbrengen naar Photoshop en ImageReady Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 95 4 Typ een bestandsnaam in het tekstvak Naam en kies een bestandsformaat in het popup-menu Formaat. Opmerking: geef een bestandsextensie op als het bestand wordt gedownload naar een computer die werkt met het besturingssysteem Windows. 5 Als u het bestand wilt uitchecken, selecteert u Bestand uitgecheckt houden voor bewerking. 6 Klik op Opslaan.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 96 Werken met kleur Kleurmodi en -modellen (Photoshop) Een kleurmodus bepaalt welk kleurmodel wordt gebruikt voor het weergeven en afdrukken van afbeeldingen. De kleurmodi van Photoshop zijn gebaseerd op bestaande modellen voor het beschrijven en weergeven van kleur.
Adobe Photoshop Help Werken met kleur Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 97 U kunt in Photoshop met het HSB-model een kleur bepalen in het palet Kleur of in het dialoogvenster Kleurkiezer, maar er is geen HSB-modus beschikbaar voor het maken en bewerken van afbeeldingen. A B C D HSB-model: A. Verzadiging B. Kleurtoon C. Helderheid D.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 98 RGB-afbeeldingen gebruiken drie kleuren, of kanalen, om 16,7 miljoen kleuren op het scherm weer te geven. Dit komt neer op 24 (8 x 3) bits kleureninformatie per pixel. (In afbeeldingen met 16 bits per kanaal komt dit neer op 48 bits per pixel, zodat er veel meer kleuren kunnen worden weergegeven.) Het RGB-model is de standaardmodus voor nieuwe Photoshop-afbeeldingen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 99 Gebruik de CMYK-modus wanneer u een afbeelding voorbereidt die wordt afgedrukt met deze proceskleuren. Bij omzetting van een RGB-afbeelding in CMYK, wordt een kleurscheiding gemaakt. Als u met een RGB-afbeelding begint, kunt u deze het best eerst bewerken en dan omzetten in CMYK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 100 Lab-kleur is het tussenliggende kleurmodel dat Photoshop gebruikt bij omzetting van de ene kleurmodus in de andere. Bitmapmodus Deze modus gebruikt de kleurwaarde zwart of wit om de pixels in een afbeelding weer te geven. Afbeeldingen in bitmapmodus worden wel 1-bits bitmapafbeeldingen genoemd omdat ze een bitdiepte van 1 hebben. (Zie “8-bits kleurweergave instellen (Photoshop)” op pagina 102.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 101 Doordat de geïndexeerde kleur een kleiner kleurenpalet gebruikt, blijft de bestandsgrootte beperkt terwijl de visuele kwaliteit behouden blijft, bijvoorbeeld voor een multimedia-animatie of een webpagina. Deze modus staat slechts een beperkt aantal bewerkingen toe. Voor uitgebreide bewerking moet u de afbeelding tijdelijk omzetten in de RGB-modus. (Zie “Omzetting in geïndexeerde kleuren (Photoshop)” op pagina 109.
Adobe Photoshop Help Werken met kleur Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 102 De CMYK-kleuromvang is kleiner en bestaat alleen uit kleuren die kunnen worden afgedrukt in kleurendruk. Wanneer niet-afdrukbare kleuren op het scherm worden weergegeven, worden deze aangeduid met “buiten kleuromvang”, dat wil zeggen buiten de CMYK-omvang. (Zie “Kleuren buiten de kleuromvang vaststellen (Photoshop)” op pagina 152.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Werken met kleur Terug 103 In Mac OS X: kies Photoshop > Voorkeuren > Weergave & cursors. 2 Schakel Diffusie-dithering gebruiken in om de door dithering ontstane ditheringpatronen te beperken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 104 Zo kunt u de RGB-kleurweergave aanpassen aan de kleurweergave van Photoshop (ImageReady): Kies Weergave > Voorvertoning > Ingesloten kleurprofiel gebruiken. Opmerking: als u de opdracht Ingesloten kleurprofiel gebruiken in ImageReady wilt gebruiken, moet u de oorspronkelijke afbeelding in Photoshop opslaan met ingesloten kleurprofiel.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 105 Afbeeldingen omzetten in een andere bitdiepte Een afbeelding met 16 bits per kanaal geeft een fijner kleuronderscheid, maar de bestandsomvang kan tweemaal zo groot zijn als een afbeelding met 8 bits per kanaal.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 106 Afbeeldingen omzetten in de modi Grijswaarden en Bitmap (Photoshop) Als u een afbeelding omzet in Bitmapmodus, brengt u het aantal kleuren in de afbeelding terug tot twee. Op deze wijze beperkt u de kleurinformatie in de afbeelding, en daarmee de grootte van het bestand. Als u een afbeelding wilt omzetten in de modus Bitmap, moet u de afbeelding eerst omzetten in de modus Grijswaarden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 107 Met de verhoudingsfactor kunt u afbeeldingen verkleinen. Als u bijvoorbeeld een grijswaardenafbeelding 50% wilt verkleinen, geeft u 2 op als verhoudingsfactor. Als u een getal invoert dat groter is dan 1, wordt van meerdere pixels in de bitmapafbeelding het gemiddelde genomen en worden ze omgezet in één pixel in de grijswaardenafbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 108 Zo stelt u het raster in voor een afbeelding in Bitmapmodus: 1 Kies Afbeelding > Modus > Bitmap. 2 Klik op Raster en klik vervolgens op OK. 3 Geef bij Frequentie een waarde op voor de schermfrequentie en kies een maateenheid. Toegestane waarden zijn 1 tot 999 voor lijnen per inch en 0,400 tot 400 voor lijnen per centimeter. U kunt decimalen invoeren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 109 Omdat u met de optie Aangepast patroon donkere en lichte kleuren kunt simuleren door het rasterpatroon dikker of dunner te maken, is het verstandig om een patroon te kiezen dat zich leent voor variaties in dikte, zoals een raster met uiteenlopende grijstinten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 110 Systeem (Windows) Hierbij wordt gebruikgemaakt van het standaard 8-bits kleurenpalet voor Windows, dat is gebaseerd op uniforme kleurmonsters van RGBkleuren. Web Hierbij wordt gebruikgemaakt van het palet met 216 kleuren (platformonafhankelijk) dat door webbrowsers wordt gebruikt om afbeeldingen weer te geven op een monitor met maximaal 256 kleuren. Dit palet is een subset van het 8-bits palet voor Mac OS.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 111 Geforceerd Hiermee kunt u de opname van bepaalde kleuren in de tabel forceren. Met Zwart-wit voegt u een zuiver witte en een zuiver zwarte kleur aan de kleurentabel toe. Met Primaire kleuren voegt u rood, groen, blauw, cyaan, magenta, geel, zwart en wit toe. Met Web voegt u de 216 webveilige kleuren toe en met Aangepast bepaalt u welke aangepaste kleuren u wilt toevoegen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 112 Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen (Photoshop) Met de opdracht Kleurentabel kunt u wijzigingen doorvoeren in de kleurentabel van een afbeelding met geïndexeerde kleuren. Deze aanpassingsfuncties zijn met name handig voor afbeeldingen met pseudo-kleuren. Dit zijn afbeeldingen waarin grijswaarden bestaan uit kleuren in plaats van grijstinten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Werken met kleur Terug 113 Grijswaarden Hiermee geeft u een palet weer dat is gebaseerd op 256 grijstinten, van zwart tot wit. Spectrum Hiermee geeft u een palet weer dat is gebaseerd op de kleuren die worden weergegeven als wit licht wordt gebroken door een prisma, van violet, blauw en groen tot geel, oranje en rood. Systeem (Mac OS) Hiermee geeft u het standaardsysteempalet met 256 kleuren van Mac OS weer.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 114 Consistente kleur produceren (Photoshop) Waarom kleuren soms niet overeenkomen Geen enkel apparaat dat deel uitmaakt van een publicatiesysteem is in staat het volledige gamma kleuren te reproduceren dat zichtbaar is voor het menselijk oog. Elk apparaat werkt binnen een specifieke kleurruimte, waarmee een bepaald bereik, of kleuromvang, van kleuren kan worden geproduceerd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Consistente kleur produceren (Photoshop) Terug 115 In Photoshop wordt een workflow voor kleurbeheer gehanteerd op basis van conventies die zijn ontwikkeld door het International Color Consortium (ICC). De volgende elementen en concepten maken deel uit van een dergelijke op kleur gebaseerde workflow. Kleurbeheer-engine Verschillende bedrijven hebben verschillende methoden ontwikkeld voor het beheren van kleur.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Consistente kleur produceren (Photoshop) Terug 116 ruimte van vele monitoren weerspiegelt. (Zie “Vooraf gedefinieerde instellingen voor kleurbeheer gebruiken” op pagina 117.) • U kunt voordeel hebben van kleurbeheer als binnen het productieproces verschillende variabelen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een open systeem met verschillende platforms en verschillende apparaten van verschillende fabrikanten).
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 117 Kleurbeheer instellen In Photoshop is de taak van het instellen van een op kleur gebaseerde workflow vereenvoudigd doordat de meeste besturingselementen voor kleurbeheer zijn verzameld in één dialoogvenster, namelijk het dialoogvenster Kleurinstellingen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Consistente kleur produceren (Photoshop) Terug 118 Kleurbeheer UIT Kies deze optie als u technieken voor passief kleurbeheer wilt gebruiken om het gedrag van toepassingen te emuleren die geen ondersteuning bieden voor kleurbeheer. Hoewel bij het converteren van kleuren tussen kleurruimten rekening wordt gehouden met werkruimteprofielen, worden documenten bij gebruik van de instelling Kleurbeheer UIT niet getagd met profielen.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 119 Een werkruimte fungeert als het kleurprofiel voor ongetagde documenten en nieuw gemaakte documenten die gebruik maken van de bijbehorende kleurmodus. Als Adobe RGB (1998) bijvoorbeeld de huidige RGB-werkruimte is, gebruikt elk nieuw RGB-document dat u maakt kleuren binnen de kleurruimte Adobe RGB (1998).
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 120 Instellingen voor kleurbeheer aanpassen Hoewel de vooraf gedefinieerde instellingen afdoende kleurbeheer moeten bieden voor de meeste publicatie-workflows, kan het nodig zijn afzonderlijke opties in een configuratie aan te passen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Consistente kleur produceren (Photoshop) Terug 121 Zie het vak Beschrijving van het dialoogvenster Kleurinstellingen voor informatie over een opgegeven RGB- of CMYK-werkruimteprofiel. (Zie “Kleurbeheer instellen” op pagina 117.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 122 Omzetten in werkruimte als alle documenten de huidige werkruimte moeten gebruiken. In de tabel na deze procedure vindt u uitvoerige beschrijvingen van het standaardgedrag dat is gekoppeld aan elke beleidsoptie.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 123 Beleidsoptie Standaardgedrag kleurbeheer Ingesloten profielen behouden • Nieuwe documenten worden getagd met het profiel van de huidige werkruimte. • Bestaande documenten die zijn getagd met een ander profiel dan de huidige werkruimte blijven getagd met het oorspronkelijke, ingesloten profiel.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 124 Rendering intent opgeven Bij het converteren van kleuren naar een andere kleurruimte moeten gewoonlijk de kleuren worden aangepast aan de kleuromvang van de doelkleurruimte. Verschillende omzetmethoden maken gebruik van verschillende regels om te bepalen hoe de bronkleuren worden aangepast.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 125 Compensatie zwarte punten gebruiken Met de optie Compensatie zwarte punten gebruiken bepaalt u of de verschillen in zwarte punten moeten worden aangepast bij het converteren van kleuren naar andere kleurruimten. Wanneer u deze optie selecteert, wordt het volledige dynamische bereik van de bronruimte toegewezen aan het volledige dynamische bereik van de doelruimte.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 126 Zo slaat u een aangepaste kleurbeheerconfiguratie op: 1 Klik in het dialoogvenster Kleurinstellingen op Opslaan. 2 Typ een naam voor het kleurinstellingenbestand en klik op Opslaan.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 127 Elektronische proefdruk van kleuren In een traditionele publicatie-workflow wordt een proefdruk van een document gemaakt om te kunnen controleren hoe de kleuren van het document eruit zien wanneer deze worden gereproduceerd op een specifiek uitvoerapparaat.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 128 Kies Zwarte inkt simuleren als u een voorbeeld wilt bekijken van het werkelijke dynamische bereik dat is gedefinieerd in het profiel van een document. Deze optie is niet voor alle profielen beschikbaar en is uitsluitend beschikbaar voor een elektronische proefdruk, niet voor een afdruk.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 129 7 Als u de aangepaste proefinstellingen wilt opslaan als vooraf ingestelde proefinstellingen, klikt u op Opslaan. U weet zeker dat de nieuwe proefinstellingen beschikbaar zijn in het menu Weergave > Instellen proef als u de instellingen opslaat in de map Program Files/Common Files/Adobe/Color/Proofing (Windows), Systeemmap/ Programma-ondersteuning/Adobe/Color/Proofing (Mac OS 9.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 130 4 Als u tijdens de conversie één laag wilt maken van alle lagen van het document, selecteert u Een laag maken. 5 U kunt de resultaten van de conversie bekijken door Voorbeeld te selecteren. Deze voorvertoning is nauwkeuriger als u de optie Een laag maken selecteert.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 131 • Gebruik professionele profileringsapparatuur om profielen te genereren die zijn afgestemd op uw specifieke apparaten. • Gebruik de instellingen in het dialoogvenster Aangepast CMYK om uw apparaat te beschrijven en sla de instellingen vervolgens op als een kleurprofiel. (Zie “Aangepaste CMYK-profielen maken” op pagina 136.) • Gebruik een profiel dat is gemaakt door de fabrikant.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Consistente kleur produceren (Photoshop) Terug 132 Verder moet u een apparaat opnieuw kalibreren wanneer u factoren wijzigt die van invloed zijn op kalibratie. Kalibreer uw monitor bijvoorbeeld opnieuw wanneer u de verlichting in uw werkruimte of de helderheid van de monitor aanpast. ICC-monitorprofielen maken Kleuren worden nauwkeuriger weergegeven op uw monitor als u kleurbeheer en nauwkeurige ICC-profielen gebruikt.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 133 Fosforen De substantie die monitoren gebruiken om licht uit te zenden. Verschillende fosforen hebben verschillende kleurkenmerken. Witte punt De coördinaten (gemeten in de CIE XYZ-kleurruimte) waarbij rode, groene en blauwe fosforen bij volledige intensiteit wit vormen.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 134 Zo gebruikt u Adobe Gamma: 1 Start Adobe Gamma in de map Configuratiescherm of in de map Program Files/ Common Files /Adobe/Calibration op de vaste schijf. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Als u de versie van het hulpprogramma wilt gebruiken waarbij u stap voor stap wordt begeleid, selecteert u Step by Step en klikt u op OK. Deze versie wordt aanbevolen voor onervaren gebruikers.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 135 Zo laadt u een aangepast profiel: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Windows en Mac OS 9.x: kies Bewerken > Kleurinstellingen en selecteer Geavanceerde modus. • In Mac OS X: kies Photoshop > Kleurinstellingen en selecteer Geavanceerde modus. 2 Onder Werkruimten kiest u Kleurruimte laden in het bijbehorende menu. 3 Zoek en selecteer het gewenste profiel en klik vervolgens op Openen.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 136 Aangepaste CMYK-profielen maken Wanneer u een aangepast CMYK-profiel ontwerpt, kunt u de inktkleuren, de puntverbreding, het scheidingstype en de zwarte plaat van het uitvoerapparaat opgeven. Als u de afdrukinkt- en scheidingsinstellingenbestanden uit Photoshop 4.x of eerder hebt opgeslagen, kunt u deze laden om ze te gebruiken als werkruimteprofiel in het dialoogvenster Kleurinstellingen.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 137 bijvoorbeeld de optie Eigen gebruiken voor het opgeven van een inktset die niet als een vooraf ingestelde optie voorkomt. Wanneer u deze instellingen wijzigt, wijzigt u het profiel dat Photoshop gebruikt voor de weergave van de inktkleuren op het scherm. Zie de volgende procedure voor instructies over het invoeren van aangepaste inktwaarden.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 138 Puntverbreding opgeven Puntverbreding of puntversmalling kan plaatsvinden wanneer de opgegeven halftoonstippen van een printer veranderen nadat de inkt is verspreid en is opgenomen door het papier.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 139 Klik om een aanpassingspunt toe te voegen in de puntverbredingscurve en sleep dit punt om de waarde ervan te wijzigen. De waarde verschijnt vervolgens in het bijbehorende tekstvak. Scheidingstype en zwarte plaat aanpassen Voor het maken van kleurscheidingen worden de drie additieve kleuren (rood, groen en blauw) omgezet in de subtractieve kleuren (cyaan, magenta en geel).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Consistente kleur produceren (Photoshop) Terug 140 • Bij Maximaal wordt de grijswaarde direct toegewezen aan de zwarte plaat. Deze optie is handig voor afbeeldingen met een grote hoeveelheid volledig zwart tegen een lichte achtergrond, zoals schermafdrukken van een computer. • Met Eigen kunt u de curve voor de zwarte plaat handmatig aanpassen.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 141 Aangepaste profielen voor grijswaarden en steunkleuren U kunt aangepaste grijswaarden- en steunkleurenprofielen maken op basis van de specifieke kenmerken voor puntverbreding of gamma van het uitvoerapparaat. U kunt ook een CMYK-profiel laden in de keuzelijst voor de werkruimte Grijs om een aangepast grijswaardenprofiel te genereren op basis van de CMYK-ruimte.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 142 Puntverbreding in film opvangen met bijstelfuncties Wanneer u CMYK-kleurprofielen gebruikt, kunt u de instellingen voor puntverbreding niet aanpassen. U kunt echter de puntverbreding van een foutief gekalibreerde zetmachine compenseren met behulp van bijstelfuncties. Met bijstelfuncties kunt u compenseren voor puntverbreding tussen de afbeelding en film.
Adobe Photoshop Help Consistente kleur produceren (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 143 Zo laadt u de standaardinstellingen voor bijstelfuncties: Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt om de knop Laden te wijzigen in <— Standaard en klik vervolgens op de knop. Proefdruk afdrukken Met een proefdruk kunt u de nauwkeurigheid van het aangepaste CMYKwerkruimteprofiel controleren. U verkrijgt een proefdruk door een CMYK-afbeelding af te drukken.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 144 Tonen en kleuren aanpassen Basisstappen voor het corrigeren van afbeeldingen In Photoshop en ImageReady beschikt u over verschillende opdrachten en functies voor het aanpassen van de toonkwaliteit en de kleurbalans van afbeeldingen. Als u afbeeldingen eenvoudig wilt corrigeren, gebruikt u een van de snelle aanpassingsopdrachten. (Zie “Snel algemene aanpassingen doorvoeren in een afbeelding” op pagina 169.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 145 • (Photoshop) U kunt de vorm van het diagram aanpassen in het dialoogvenster Curven. Met deze methode kunt u elk punt langs een toonschaal van 0–255 aanpassen en kunt u de toonkwaliteit van een afbeelding optimaal instellen. Zie “Dialoogvenster Curven (Photoshop)” op pagina 155 voor meer informatie.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 146 5. Voer andere speciale kleuraanpassingen uit. Als u de algehele kleurbalans van de afbeelding hebt gecorrigeerd, kunt u desgewenst nog aanpassingen uitvoeren om kleuren te verbeteren of om speciale effecten te produceren. (Zie “Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen” op pagina 172.) 6. Maak de randen van de afbeelding scherper.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 147 Het histogram geeft ook snel inzicht in het toonbereik van een afbeelding. Bij een afbeelding met een laag bereik is het detail geconcentreerd in de schaduwen, bij een afbeelding met een hoog bereik in de hooglichten en bij een afbeelding met een middenbereik in de middentonen. Een afbeelding met een volledig toonbereik heeft in alle gebieden een groot aantal pixels.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 148 3 Kies voor RGB-afbeeldingen, CMYK-afbeeldingen en afbeeldingen met geïndexeerde kleur een optie in het menu Kanaal. U kunt de luminantie van het samengestelde kanaal (Lichtsterkte) of de intensiteitswaarden van een afzonderlijk kanaal uitzetten in het histogram. 4 Als u gegevens van een bepaald punt in het histogram wilt bekijken, plaats u de aanwijzer op dat punt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 149 Bij de tweede methode maakt u gebruik van een aanpassingslaag. Als u een aanpassingslaag gebruikt, kunt u kleur- en tooncorrecties doorvoeren zonder dat u de pixels in de afbeelding definitief wijzigt. De kleur- en toonaanpassingen bevinden zich op de aanpassingslaag, die fungeert als een soort sluier waardoor de onderliggende lagen van de afbeelding zichtbaar zijn.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 150 Zo gebruikt u het palet Info en het gereedschap Pipet of Kleurenpipet om kleurwaarden te bekijken: 1 Kies Venster > Info om het palet Info te openen. 2 Selecteer het gereedschap Pipet gewenste monstergrootte: of Kleurenpipet en kies op de optiebalk de • Punt om de waarde van één pixel te lezen. • Gemiddeld 3x3 om de gemiddelde waarde van een gebied met een grootte van 3 x 3 pixels te lezen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 151 • Als u in het palet Info kleurenpipetgegevens wilt weergeven of verbergen, kiest u Kleurenpipetten in het paletmenu. Een vinkje geeft aan dat de kleurenpipetgegevens worden weergegeven. • Als u de kleurruimte wilt wijzigen waarin een kleurenpipet waarden weergeeft, plaatst u de aanwijzer op het kleurenpipetpictogram in het palet Info, houdt u de muisknop ingedrukt en kiest u een andere kleurruimte in het menu.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 152 • U kunt geheugen besparen en de prestaties verbeteren omdat u werkt met minder kanalen. • U bent minder afhankelijk van specifieke apparaten, omdat RGB-kleurruimten niet afhankelijk zijn van inkten. Correcties in de afbeelding worden altijd behouden, ongeacht de monitor, de computer of het uitvoerapparaat dat wordt gebruikt.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 153 Zo wijzigt u de kleur van de kleuromvangwaarschuwing: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Windows of Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Transparantie & kleuromvang. • In Mac OS X: kies Photoshop > Voorkeuren > Transparantie & kleuromvang. 2 Klik onder Kleuromvangwaarschuwing in het kleurvak om de Kleurkiezer weer te geven. Kies vervolgens een nieuwe waarschuwingskleur en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 154 Als u tegelijkertijd een combinatie van kleurkanalen wilt bewerken, houdt u Shift ingedrukt terwijl u de kanalen selecteert in het palet Kanalen. Kies daarna pas de opdracht Niveaus. In het menu Kanaal worden dan de afkortingen voor de doelkanalen weergegeven, bijvoorbeeld CM voor cyaan en magenta. Het menu bevat ook de afzonderlijke kanalen voor de geselecteerde combinatie.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 155 In Photoshop past u door op Automatisch te klikken instellingen toe die zijn opgegeven in het dialoogvenster Opties voor automatische kleurcorrectie. Zie “Opties voor automatische kleurcorrectie instellen (Photoshop)” op pagina 161 voor meer informatie. In ImageReady heeft een klik op Automatisch hetzelfde effect als de opdracht Automatische niveaus. (Zie “Opdracht Niveaus bepalen” op pagina 169.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 156 Zo past u het toonbereik en de kleurbalans aan in het dialoogvenster Curven: 1 Open het dialoogvenster Curven. (Zie “Kleuren aanpassen” op pagina 148.) A B C Punten op een curve: A. Hooglichten B. Middentonen C. Schaduwen De horizontale as van de grafiek geeft de oorspronkelijke intensiteitswaarden van de pixels aan (invoerniveaus) en de verticale as de nieuwe kleurwaarden (uitvoerniveaus).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 157 • Selecteer het potlood onder aan het dialoogvenster en sleep om een nieuwe curve te tekenen. U kunt de nieuwe curve beperken tot een rechte lijn door Shift ingedrukt te houden terwijl u sleept. Klik om de eindpunten van de curve te definiëren. Klik als u klaar bent op Vloeiend als u de curve vloeiend wilt maken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 158 2 Open het dialoogvenster Niveaus of Curven. (Zie “Kleuren aanpassen” op pagina 148.) Wanneer u het dialoogvenster Niveaus of Curven opent, is het gereedschap Pipet nog steeds actief buiten het dialoogvenster. Via sneltoetsen hebt u nog steeds toegang tot de schuifknoppen en de gereedschappen Handje en Zoomen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 159 Als u afdrukt op wit papier, kunt u met CMYK-waarden van respectievelijk 5, 3, 3 en 0 meestal een goed hooglicht aanbrengen in een afbeelding met een middenbereik. Een RGB-equivalent dat een vergelijkbaar resultaat oplevert, is 244, 244, 244. Voor grijswaarden is dat een 4-procents stip.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 160 Als u afdrukt op wit papier, kunt u in een afbeelding met een middenbereik meestal een goede schaduw produceren door CMYK-waarden van respectievelijk 65, 53, 51 en 95 te gebruiken. Een RGB-equivalent dat een vergelijkbaar resultaat oplevert, is 10, 10, 10. Voor grijswaarden is dat een 96-procents stip.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 161 De modus Drempel wordt nu geactiveerd voor de afbeelding en er verschijnt een voorvertoning van de afbeelding met een scherp contrast. De zichtbare gebieden van de afbeelding stellen de lichtste delen van de afbeelding voor als u het witte driehoekje sleept en de donkerste delen als u het zwarte driehoekje sleept.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 162 maximaliseren terwijl het uitknippen wordt geminimaliseerd. Deze algoritme wordt gebruikt voor de opdracht Automatische kleuren. 3 Neutrale middentonen magnetisch: als u deze optie inschakelt, wordt in een afbeelding gezocht naar een gemiddelde, bijna neutrale kleur. Vervolgens worden de gammawaarden aangepast om deze kleur neutraal te maken. Deze algoritme wordt gebruikt voor de opdracht Automatische kleuren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 163 Ontwerpers moeten rekening houden met de verschillende gammawaarden op verschillende systemen. Dit geldt met name voor ontwerpers die Mac OS-systemen gebruiken om afbeeldingen te maken die hoofdzakelijk op Windows-systemen worden bekeken. U kunt de gammawaarde van een afbeelding aanpassen om de verschillen tussen Windows- en Mac OS-monitors te compenseren.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 164 Kleurenschijf Aangezien er verschillende manieren zijn om vergelijkbare resultaten te verkrijgen in kleurbalans, is het zinvol rekening te houden met het type afbeelding en het effect dat u wilt produceren. Als u geen ervaring hebt met het aanpassen van kleurcomponenten, is het handig een exemplaar van de kleurenschijf bij de hand te hebben.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 165 4 Selecteer Lichtsterkte behouden om de waarden voor de lichtsterkte van de afbeelding ongewijzigd te laten terwijl u de kleur aanpast. Selecteer deze optie om het toonbereik in de afbeelding te behouden. 5 Sleep een schuifregelaar naar een kleur die moet toenemen in de afbeelding. Sleep een schuifregelaar weg van een kleur die moet afnemen in de afbeelding.
Adobe Photoshop Help Tonen en kleuren aanpassen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 166 De waarden in het tekstvak geven het aantal graden aan dat de oorspronkelijke kleur van de pixel is verschoven op de kleurenschijf. Een positieve waarde geeft een verschuiving naar rechts aan en een negatieve waarde een verschuiving naar links. Waarden kunnen variëren van –180 tot +180.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 167 3 Als u het bereik wilt bewerken door kleuren te kiezen in de afbeelding, selecteert u het gereedschap Pipet in het dialoogvenster en klikt u in de afbeelding. Gebruik het gereedschap Pipet + om het bereik uit te breiden en het gereedschap Pipet– om het bereik te verkleinen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 168 Opdracht Selectieve kleur (Photoshop) Selectieve kleurcorrectie is een techniek die wordt gebruikt door geavanceerde scanners en scheidingsprogramma's om de hoeveelheid proceskleuren in elk van de additieve en subtractieve primaire kleurcomponenten in een afbeelding te vergroten en te verkleinen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 169 Snel algemene aanpassingen doorvoeren in een afbeelding Met de opdrachten Helderheid/contrast, Niveaus bepalen, Autocontrast, Variaties en Automatische kleuren (Photoshop) kunt u in een afbeelding weliswaar kleuren of toonwaarden wijzigen, maar dit gaat niet zo nauwkeurig of flexibel als met de geavanceerde gereedschappen voor kleuraanpassing.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Tonen en kleuren aanpassen Terug 170 (ImageReady) Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u in het dialoogvenster Niveaus op Opties klikt. Geef het percentage pixels met extreme hooglichten en schaduwen op dat moet worden genegeerd en klik op OK. Een waarde tussen 0,5% en 1% wordt aanbevolen. Opdracht Autocontrast Met de opdracht Autocontrast past u het algemene contrast en de mix van kleuren in een RGB-afbeelding automatisch aan.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 171 Deze opdracht is erg nuttig voor afbeeldingen uit het middenbereik waarvoor geen nauwkeurige kleurcorrecties vereist zijn. De opdracht werkt niet met afbeeldingen met geïndexeerde kleur (Photoshop). Zo gebruikt u de opdracht Variaties: 1 Open het dialoogvenster Variaties. (Zie “Kleuren aanpassen” op pagina 148.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 172 Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen Met de opdrachten Minder verzadiging, Negatief, Egaliseren (Photoshop), Drempel (Photoshop) en Waarden beperken (Photoshop) kunt u weliswaar kleuren of helderheidswaarden wijzigen in een afbeelding, maar de opdrachten worden meestal gebruikt voor het verbeteren van kleur en het produceren van speciale effecten in plaats van het corrigeren van kleur.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 173 Opdracht Egaliseren (Photoshop) Met de opdracht Egaliseren verdeelt u de helderheidswaarden van de pixels in een afbeelding, zodat het volledige bereik van helderheidsniveaus beter door de pixels wordt weergegeven. Wanneer u deze opdracht toepast, zoekt Photoshop de lichtste en donkerste waarden in de samengestelde afbeelding en wijst deze zo toe dat de lichtste waarde wit voorstelt en de donkerste waarde zwart.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 174 4 Als u een representatieve schaduw wilt identificeren, sleept u de schuifregelaar helemaal naar links totdat de afbeelding helemaal wit is. Sleep de schuifregelaar langzaam naar het midden totdat effen, zwarte gebieden verschijnen in de afbeelding. Plaats een kleurenpipet in een van de gebieden. 5 Klik op Annuleren om het dialoogvenster Drempel te sluiten zonder wijzigingen door te voeren in de afbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tonen en kleuren aanpassen Terug 175 verloopvulling of maak een nieuwe verloopvulling. (Zie “Vloeiende verloopvullingen maken” op pagina 272.) De schaduwen, middentonen en hooglichten van de afbeelding worden standaard toegewezen aan respectievelijk de beginkleur (links), de middelste kleur en de eindkleur (rechts) van de verloopvulling.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Tonen en kleuren aanpassen Terug 176 Sleep de schuifregelaar Drempel of voer een waarde in om aan te geven in welke mate de verscherpte pixels moeten verschillen van het omringende gebied voordat deze als randpixels worden beschouwd en worden verscherpt door het filter. U voorkomt de toevoeging van ruis (bijvoorbeeld in afbeeldingen met vleeskleuren) door te experimenteren met drempelwaarden tussen 2 en 20.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 177 Selecteren Selecties Er kunnen twee soorten gegevens in uw afbeelding voorkomen, bitmap- en vectorgegevens. Voor elk hebt u afzonderlijke gereedschapsets nodig om selecties te maken. U kunt pixelgegevens selecteren met selectiekadergereedschappen. Als u pixels selecteert, selecteert u resolutieafhankelijke gegevens in de afbeelding.
Adobe Photoshop Help Selecteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 178 Zo selecteert u de meest recente selectie opnieuw: Kies Selecteren > Opnieuw selecteren. Selectiekadergereedschappen Met de selectiekadergereedschappen kunt u rechthoeken, ovalen, afgeronde rechthoeken (ImageReady) en rijen en kolommen van 1 pixel selecteren. Een selectiekader wordt standaard gesleept vanuit een van de hoeken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Selecteren Terug 179 Als u het selectiekader voor één rij of één kolom gebruikt, klikt u in de buurt van het gebied dat u wilt selecteren en sleept u het kader naar de exacte positie. Vergroot de weergave van de afbeelding als het selectiekader niet zichtbaar is. Als u een rechthoek, afgeronde rechthoek of ovaal wilt verplaatsen, sleept u eerst om het kader te tekenen terwijl u de muisknop ingedrukt houdt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Selecteren Terug 180 Als de aanwijzer niet precies op het beginpunt staat, dubbelklikt u op de aanwijzer van de veelhoeklasso of houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u op de aanwijzer. Zo gebruikt u de magnetische lasso (Photoshop): 1 Selecteer de magnetische lasso en de gewenste opties. (Zie “Opties voor de lassogereedschappen instellen” op pagina 180.) 2 Klik in de afbeelding om het eerste fixeerpunt te plaatsen.
Adobe Photoshop Help Selecteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 181 • Als u de detectiebreedte van de lasso wilt opgeven, geeft u een pixelwaarde op bij Breedte. Met de magnetische lasso worden alleen randen binnen de opgegeven afstand van de aanwijzer geregistreerd. • Als u de gevoeligheid van de lasso voor randen in de afbeelding wilt instellen, geeft u een waarde tussen 1% en 100% op bij Randcontrast.
Adobe Photoshop Help Selecteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 182 7 Klik in de afbeelding op de kleur die u wilt selecteren. Als u Aangrenzend hebt geselecteerd, worden alle aangrenzende pixels binnen het tolerantiebereik geselecteerd. Anders worden alle pixels binnen het tolerantiebereik geselecteerd. Opdracht Kleurbereik (Photoshop) Met de opdracht Kleurbereik kunt u een bepaalde kleur of een kleurensubset binnen een bestaande selectie of een volledige afbeelding selecteren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 183 geselecteerd door aan te geven in welke mate overeenkomende kleuren moeten worden opgenomen in de selectie (voor de toverstaf en het emmertje daarentegen breidt u met de optie Tolerantie het kleurbereik dat volledig wordt geselecteerd uit). Met een hogere tolerantie wordt de selectie uitgebreid 6 Pas de selectie aan: • Als u kleuren wilt toevoegen, selecteert u het plus-pipet en klikt u in de voorvertoning of de afbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 184 • Zwarte rand om de selectie in kleur tegen een zwarte achtergrond weer te geven. • Witte rand om de selectie in kleur tegen een witte achtergrond weer te geven. • Snelmasker om de selectie op basis van de huidige snelmaskerinstellingen weer te geven. (Zie “Tijdelijke maskers maken in de snelmaskermodus (Photoshop)” op pagina 310.
Adobe Photoshop Help Selecteren Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 185 Als u de selectie met stappen van 10 pixels wilt verplaatsen, houdt u Shift ingedrukt en drukt u op een pijltoets. Zo toont of verbergt u selectieranden: Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Weergave > Extra’s tonen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Selecteren Terug 186 Houd Alt+Shift (Windows) of Option+Shift (Mac OS) ingedrukt (naast de aanwijzer verschijnt een kruis) en sleep over het deel van de oorspronkelijke selectie dat u wilt selecteren. Selecties numeriek aanpassen Met de opdrachten in het menu Selecteren kunt u de pixels in een bestaande selectie verkleinen of vergroten en overbodige pixels in of buiten een op kleuren gebaseerde selectie opschonen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 187 Rond elke geselecteerde pixel wordt nu gecontroleerd of er niet-geselecteerde pixels zijn die binnen het opgegeven bereik vallen (Photoshop en ImageReady). Als u bijvoorbeeld 16 invoert voor de straal, gebruikt het programma elke pixel als het middelpunt van een gebied van 33 bij 33 pixels (16 pixels in de horizontale en verticale richting).
Adobe Photoshop Help Selecteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 188 2 Geef een waarde voor de doezelstraal op en klik op OK. Opmerking: wanneer u een kleine selectie maakt met een grote doezelstraal, is de selectie misschien zo klein dat de selectieranden onzichtbaar zijn en dus ook niet kunnen worden geselecteerd. Als de melding “Er zijn geen pixels voor meer dan 50% geselecteerd” verschijnt, verkleint u de doezelstraal of vergroot u de selectie.
Adobe Photoshop Help Selecteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 189 Als u het verplaatsgereedschap wilt activeren wanneer een ander gereedschap is geselecteerd, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt. (Deze techniek werkt niet met de pen , de pen voor vrije vorm , het selectiegereedschap voor paden , Direct selecteren , Handje , Segmentselectie of de ankerpuntgereedschappen .
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Selecteren Terug 190 Met de opdracht Plakken plakt u een geknipte of gekopieerde selectie op een andere plaats in de afbeelding of als nieuwe laag in een andere afbeelding. (Photoshop) Met de opdracht Plakken in plakt u een geknipte of gekopieerde selectie in een andere selectie in dezelfde of een andere afbeelding. De bronselectie wordt in een nieuwe laag geplakt en het selectiekader van de doelselectie wordt omgezet in een laagmasker.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 191 2 Selecteer het deel van de afbeelding waarin u de selectie wilt plakken. De bronselectie en de doelselectie kunnen zich in dezelfde afbeelding of twee verschillende Photoshopafbeeldingen bevinden. 3 Kies Bewerken > Plakken in. De inhoud van de bronselectie wordt weergegeven, gemaskeerd door de doelselectie.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 192 Als u een vectorillustratie sleept uit Adobe Illustrator of een ander programma dat gebruikmaakt van het Illustrator-klembord, wordt de illustratie omgezet naar pixels. De meetkundige lijnen en curven van de vectorillustratie worden omgezet in de pixels of bits van een bitmapafbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 193 5 Als u bij de vorige stap Plakken als pixels hebt gekozen, kunt u de optie Anti-aliased op de optiebalk selecteren om een vloeiende overgang tussen de randen van de selectie en de omringende pixels aan te brengen. (Zie “Randen van een selectie verzachten” op pagina 187.) Opmerking: u kunt de opdrachten in het menu Matting gebruiken als u al gegevens hebt samengevoegd en de pixelgegevens weer wilt extraheren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 194 Zo slaat u een selectie op: Kies Selecteren > Selectie opslaan. Zo laadt u een opgeslagen selectie (Photoshop): 1 Kies Selecteren > Selectie laden en geef de gewenste opties in het dialoogvenster Selectie laden op. 2 Klik op OK om de selectie te laden. (Zie “Selecties in afbeeldingen laden” op pagina 314.) Zo laadt u een opgeslagen selectie (ImageReady): Kies Selecteren > Selectie laden en kies een optie in het submenu.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 195 Zo verkleint u een rand rondom een selectie: 1 Kies Laag > Matting > Rand verwijderen. 2 Geef in het vak Breedte een waarde op voor de afstand waarbinnen uit de toon vallende pixels moeten worden vervangen. Meestal is een afstand van 1 of 2 pixels voldoende. 3 Klik op OK. Zo verwijdert u een rand uit een selectie: Kies Laag > Matting > Zwarte rand verwijderen of Laag > Matting > Witte rand verwijderen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteren Terug 196 • Geef een waarde voor de grootte van het penseel op of sleep de schuifregelaar om de breedte van de randmarkering, het gummetje, Overbodig verwijderen en Randen corrigeren in te stellen. • Geef voor de markering een standaardkleur op of kies Overige om een eigen kleur voor de markering te definiëren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Selecteren Terug 197 Als het object erg complex is of geen duidelijke binnenkant heeft, zorgt u ervoor dat de markering het volledige object omvat en selecteert u Voorgrond forceren. Selecteer het pipet in het dialoogvenster en klik in het object om een monster van de voorgrondkleur te nemen. U kunt ook in het vak Kleur klikken en een kleurkiezer gebruiken om de voorgrondkleur te selecteren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Selecteren Terug 198 Als u de rand van het geëxtraheerde object wilt bewerken, gebruikt u het gereedschap Randen corrigeren . Met dit gereedschap worden randen verscherpt in toenemende mate. Als het object geen duidelijke rand heeft, wordt met het gereedschap Randen corrigeren dekking aan het object toegevoegd of uit de achtergrond verwijderd. 10 Klik op OK om de definitieve extractie toe te passen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Transformeren en retoucheren Terug 199 Transformeren en retoucheren De canvasgrootte wijzigen Met de opdracht Canvasgrootte kunt u werkruimte rondom een bestaande afbeelding toevoegen of weghalen. U kunt een afbeelding ook uitsnijden door het canvas te verkleinen. Toegevoegd canvas krijgt de kleur of transparantie van de achtergrond. Zo gebruikt u de opdracht Canvasgrootte: 1 Kies Afbeelding > Canvasgrootte.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 200 Zo kunt u een hele afbeelding roteren of omdraaien: Kies Afbeelding > Canvas roteren en selecteer een van de volgende opdrachten in het submenu: • 180˚ om de afbeelding een halve slag te roteren. • 90˚ rechtsom om de afbeelding een kwartslag rechtsom te roteren. • 90˚ linksom om de afbeelding een kwartslag linksom te roteren.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 201 3 Bepaal het uitsnijdkader door te slepen over het gedeelte van de afbeelding dat u wilt behouden. Het selectiekader hoeft niet nauwkeurig te zijn, u kunt dit later aanpassen. 4 Voer op de optiebalk de volgende handelingen uit: • Geef op of u het uit te snijden gebied wilt verbergen of verwijderen. Selecteer Verbergen als u het uit te snijden gebied wilt behouden in het afbeeldingsbestand.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 202 • Kleur van pixel linksboven om een gedeelte in de kleur van de pixel links boven in de afbeelding te verwijderen. • Pixelkleur rechtsonder om een gedeelte in de kleur van de pixel rechts onder in de afbeelding te verwijderen. 3 Selecteer een of meer gebieden in de afbeelding die moeten worden verwijderd: Boven, Onder, Links of Rechts.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 203 2 Sleep het uitsnijdkader rondom een object dat oorspronkelijk rechthoekig was (hoewel het niet rechthoekig wordt weergegeven in de afbeelding). Gebruik de randen van dit object om het perspectief in de afbeelding te bepalen. Het selectiekader hoeft niet nauwkeurig te zijn, u kunt dit later aanpassen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Transformeren en retoucheren Terug 204 Bepalen wat u wilt transformeren U kunt transformaties toepassen op een selectie, een gehele laag, meerdere lagen of een laagmasker. In Photoshop kunt u transformaties ook toepassen op een pad, een vectorvorm, een vectormasker, een selectiekader of een alfakanaal. Opmerking: u kunt geen transformaties toepassen op afbeeldingen met 16 bits per kanaal.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 205 Zo verplaatst u het middelpunt voor een transformatie: 1 Selecteer een transformatieopdracht, aan de hand van de beschrijving in de volgende onderwerpen. Er verschijnt een selectiekader in de afbeelding. 2 Sleep het middelpunt. Het middelpunt kan buiten het te transformeren beeldelement liggen.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 206 • Als u Perspectief kiest, sleept u een hoekgreep om perspectief toe te passen op het selectiekader. • Geef voor alle transformatietypen een waarde op op de optiebalk. Als u bijvoorbeeld een beeldelement roteert, geeft u graden op in het tekstvak Roteren. 5 Schakel desgewenst over naar een ander transformatietype door een opdracht te selecteren in het submenu Bewerken > Transformatie.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Transformeren en retoucheren Terug 207 • Selecteer Positie en voer de waarden in voor de nieuwe locatie in de tekstvakken X (horizontale positie) en Y (verticale positie). Selecteer Relatief om de nieuwe positie op te geven ten opzichte van de huidige positie. • Selecteer Schalen. Voer de afmetingen in in de tekstvakken voor Breedte en Hoogte of voer een schalingspercentage in in het tekstvak Percentage.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 208 • Als u vrije vervorming wilt toepassen, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleept u een greep. • Als u wilt schuintrekken, houdt u Ctrl+Shift (Windows) of Command+Shift (Mac OS) ingedrukt en sleept u een zijgreep. Zodra de cursor op een zijgreep staat, verandert deze in een witte pijlpunt met een kleine dubbele pijl .
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 209 U kunt elke combinatie van kubussen, bollen en cilinders in één afbeelding maken en manipuleren. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk een doos, twee ballen en een fles tegelijk in dezelfde afbeelding te maken en te roteren. Zo voegt u een draadframe toe: 1 Kies Filter > Rendering > 3D transformatie.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 210 2 Selecteer het draadframe en druk op Backspace (Windows) of Delete (Mac OS). Zo manipuleert u het object in drie dimensies: Voer een van de volgende handelingen uit in het dialoogvenster 3D transformatie: • Als u een object wilt verplaatsen, klikt u in het dialoogvenster op het gereedschap Verschuivende camera en sleept u het object.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 211 Zo stelt u opties voor 3D rendering in: 1 Klik in het dialoogvenster 3D transformatie op Opties. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies bij Resolutie de kwaliteit van de rendering-afbeelding. Deze instelling heeft weinig effect op de kwaliteit van rechthoekige lichamen, maar geeft vloeiender oppervlakken bij cilinders en bolvormen.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 212 Schakel Alle lagen gebruiken in als u monsters wilt gebruiken op basis van de gegevens uit alle zichtbare lagen. Schakel Alle lagen gebruiken uit als u alleen monsters uit de actieve laag wilt gebruiken. 2 Stel het punt voor het pixelmonster in door de aanwijzer in een geopende afbeelding te zetten en Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt te houden en te klikken.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 213 Zo gebruikt u het Retoucheerpenseel: 1 Zo gebruikt u het Retoucheerpenseel: . 2 Klik op het penseelvoorbeeld op de optiebalk en stel de penseelopties in het popuppalet in: • Zie “Penseeluiteinden aanpassen (Photoshop)” op pagina 256 voor meer informatie over de opties Diameter, Hardheid, Tussenruimte, Hoek en Ronding.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 214 Reparatiegereedschap (Photoshop) Met het gereedschap Reparatie kunt u een geselecteerd gebied repareren met pixels van een ander gebied of een patroon. Evenals bij het Retoucheerpenseel komen ook bij het gereedschap Reparatie de structuur, de belichting en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met de bronpixels. Met het gereedschap Reparatie kunt u ook geïsoleerde gebieden van een afbeelding klonen.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 215 Houd Alt-Shift (Windows) of Option-Shift (Mac OS) ingedrukt en sleep in de afbeelding om een gebied te selecteren dat een doorsnede is van de bestaande selectie. 4 Plaats de aanwijzer binnen de selectie en voer een van de volgende handelingen uit: • Wanneer Bron is geselecteerd op de optiebalk, sleept u het selectiekader naar het gebied waarvan u een monster wilt nemen.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 216 • Schakel Alle lagen gebruiken in als u met kleurgegevens uit alle zichtbare lagen wilt werken. Als deze optie uitgeschakeld is, gebruikt de Natte vinger alleen kleuren uit de actieve laag. • Selecteer Vingerverf als u de voorgrondkleur van het begin van elke streek wilt uitsmeren. Als deze optie uitgeschakeld is, gebruikt de Natte vinger de kleur die aan het begin van elke streek onder de cursor is.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 217 (Photoshop) Klik op de knop Airbrush als u het penseel als een airbrush wilt gebruiken. U kunt ook de optie Airbrush selecteren in het palet Penselen. (Zie “Airbrusheffecten toevoegen (Photoshop)” op pagina 265.) 3 Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt wijzigen. De spons De spons brengt kleine wijzigingen aan in de kleurverzadiging van een gebied.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 218 Dialoogvenster Uitvloeien In het dialoogvenster Uitvloeien beschikt u over gereedschappen en opties voor het vervormen van een afbeelding. A B C Dialoogvenster Uitvloeien: A. Gereedschapset B. Voorvertoning C. Opties Dialoogvenster Uitvloeien weergeven Kies Filter > Uitvloeien.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Transformeren en retoucheren Terug 219 Lagen in de voorvertoning weergeven Als u alleen de actieve laag in de voorvertoning wilt weergeven, schakelt u Achterscherm uit in het gedeelte Weergaveopties in het dialoogvenster. Als u andere lagen in de voorvertoning wilt weergeven, schakelt u Achterscherm in, geeft u een dekking voor de bedekking op en kiest u een optie in het popup-menu.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Transformeren en retoucheren Terug 220 • Plooien verplaatst pixels naar het midden van het penseel wanneer u de muisknop ingedrukt houdt of met de muis sleept. • Zwellen verplaatst pixels weg uit het midden van het penseel wanneer u de muisknop ingedrukt houdt of met de muis sleept. • Pixels verschuiven verplaatst pixels naar opzij, haaks op de richting van de penseelstreek.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Transformeren en retoucheren Terug 221 De mate van bevriezing hangt af van de huidige penseeldruk. Als het masker voor geblokkeerde gebieden wordt weergegeven, geeft de kleur van het masker de mate van bevriezing aan. Als de penseeldruk minder dan 100% is, kunt u een gebied volledig blokkeren door meermalen te slepen.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 222 • Als u alle niet-geblokkeerde gebieden wilt terugbrengen in de staat die ze hadden toen u het dialoogvenster Uitvloeien opende, kiest u Vorige versie bij Modus in het gedeelte Reconstructie in het dialoogvenster en klikt u op Reconstrueren. • Als u de hele voorvertoning in de oorspronkelijke staat wilt herstellen, klikt u direct op Vorige versie in het gedeelte Reconstructie in het dialoogvenster.
Adobe Photoshop Help Transformeren en retoucheren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 223 • Als u een of meer niet-geblokkeerde gebieden wilt reconstrueren, selecteert u het reconstructiegereedschap en houdt u de muis ingedrukt of sleept u over het gebied. In het midden van het penseel gaat de reconstructie sneller. Houd Shift ingedrukt en klik om een gebied te reconstrueren in een rechte lijn tussen het huidige punt en het punt dat u hiervoor (met Shift ingedrukt) hebt aangeklikt.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 224 Vormen tekenen Vormen tekenen en gewoon tekenen (pixels bewerken) Bij het tekenen met de computer wordt er onderscheid gemaakt tussen het tekenen van vormen en gewoon tekenen (pixels bewerken). Tekenen heeft betrekking op het wijzigen van de pixelkleur met een tekengereedschap. U kunt kleuren gradueel toepassen, met vloeiende randen en overgangen, of pixels per stuk manipuleren met krachtige filtereffecten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 225 • In Photoshop kunt u meerdere vormen in een laag maken en opgeven wat er gebeurt als vormen elkaar overlappen. In ImageReady kunt u slechts één vorm per laag tekenen. • In Photoshop kunt u getekende vormen bewerken. In ImageReady kunt u vormen wel verplaatsen en transformeren, maar niet bewerken. Vormlagen maken Vormlagen worden gemaakt met een vormgereedschap of een pen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 226 Werkpaden maken (Photoshop) Een werkpad is een tijdelijk pad dat wordt weergegeven in het palet Paden en dat de omtrek van een vorm bepaalt. U kunt paden op verschillende manieren gebruiken: • U kunt een pad als vectormasker gebruiken om gebieden van een laag te verbergen. (Zie “Lagen maskeren” op pagina 349.) • U kunt een pad omzetten in een selectie.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 227 Zo maakt u een in pixels omgezette vorm: 1 Selecteer een laag. In pixels omgezette vormen kunnen niet worden gemaakt in een vectorlaag (een vormlaag of een tekstlaag). 2 Selecteer een vormgereedschap en klik op de knop Vullen met pixels in de optiebalk. 3 Stel op de optiebalk de volgende opties in: • Modus om te bepalen welke invloed de vorm heeft op de bestaande pixels in de afbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 228 Pijlpunten Starten en Einde Maakt een lijn met pijlpunten. Selecteer Starten, Einde of beide om aan te geven aan welk uiteinde van de lijn de pijlpunten moeten komen. In ImageReady klikt u op Vorm om de vorm van de pijlpunt te bepalen; in Photoshop staan de vormopties in het popup-venster.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 229 Werken met vooringestelde vormen (Photoshop) Als u met het gereedschap Aangepaste vormen werkt, kunt u kiezen uit een groot aantal vooringestelde vormen. U kunt ook vooringestelde vormen maken en deze vervolgens opslaan. Zo selecteert u een vooringestelde vorm:. 1 Selecteer het gereedschap Aangepaste vormen . 2 Selecteer een vorm in het popup-palet Vorm. (Zie “Popup-paletten” op pagina 32.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Vormen tekenen Terug 230 Als u tijdens het tekenen een voorvertoning van de padsegmenten wilt zien, klikt u op de pijl omlaag naast de vormknoppen in de optiebalk en selecteert u Elastisch. 3 Zet de penaanwijzer waar u wilt beginnen met tekenen en klik om het eerste ankerpunt te bepalen. 4 Klik of sleep om ankerpunten voor aanvullende segmenten in te stellen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Vormen tekenen Terug 231 Als u een enkelvoudige curve wilt maken, sleept u altijd de eerste richtingpunt naar de bolle kant van de curve en de tweede richtingpunt in de tegenovergestelde richting. Als u beide richtingpunten naar dezelfde kant sleept, ontstaat er een S-curve. Sleep in tegengestelde richting om een vloeiende curve te maken. Sleep in dezelfde richting om een S-curve te maken.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 232 Als het volgende segment een vloeiende curve moet worden, plaatst u de aanwijzer op de plaats waar het volgende segment moet eindigen en sleept u van de curve af. Sleep van de curve af om het volgende segment te maken. • Als de richting van de curve een scherpe hoek moet maken, laat u de muisknop los. Vervolgens houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleept u de richtingpunt in de richting van de curve.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 233 4 Plaats de aanwijzer van de Pen voor vrije vorm op een eindpunt van het pad en sleep om verder te gaan met een bestaand pad met vrije vorm. 5 Laat de muisknop los om het pad te voltooien. Als u een gesloten pad wilt maken, klikt u op het beginpunt van het pad (er verschijnt een cirkeltje naast de aanwijzer wanneer de aanwijzer op het beginpunt komt).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 234 Vormlagen bewerken Een vormlaag is een opvullaag die is gekoppeld aan een vectormasker. U kunt de laag gemakkelijk wijzigen door deze te vullen met een andere kleur, een verloop of een patroon door de opvullaag van de vorm te bewerken. U kunt ook het vectormasker van de vorm bewerken en zo de vormomtrek wijzigen en stijlen op de laag toepassen.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 235 Zo wijzigt u de stapelvolgorde van een pad: 1 Selecteer het pad in het palet Paden. 2 Sleep het pad omhoog of omlaag in het palet Paden. Laat de muisknop los zodra de dikke zwarte lijn op de gewenste plaats staat. Opmerking: de volgorde van vectormaskers kan niet worden gewijzigd in het palet Paden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 236 Wanneer u een richtingslijn op een vloeiend punt zet, worden de gebogen segmenten aan beide zijden van het punt tegelijk aangepast. Wanneer u echter een richtingslijn op een hoekpunt zet, wordt alleen de curve aangepast aan de kant van de punt waar de richtingslijn zich bevindt. Aanpassing van een vloeiend punt en een hoekpunt Een pad hoeft niet te bestaan uit één reeks met elkaar verbonden segmenten.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 237 Als u een padsegment wilt selecteren, kiest u Direct selecteren en klikt u op een van de ankerpunten van een segment of trekt u al slepend een selectiekader over een deel van het segment. Trek slepend een selectiekader om segmenten te selecteren. 2 Als u meer padcomponenten of segmenten wilt selecteren, kiest u Padselectie of Direct selecteren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 238 Padsegmenten verplaatsen, van vorm veranderen en verwijderen U kunt afzonderlijke segmenten in een pad verplaatsen, van vorm veranderen of verwijderen. Ook kunt u ankerpunten toevoegen en verwijderen om de opbouw van segmenten te veranderen. Opmerking: het is ook mogelijk om segmenten of ankerpunten te transformeren, bijvoorbeeld door middel van schaling, rotatie, omkering of vervorming.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 239 Als u de vorm van het segment aan een van beide zijden van een geselecteerd ankerpunt wilt wijzigen, sleept u het ankerpunt of de richtingpunt. Houd Shift tijdens het slepen ingedrukt om de verplaatsing te beperken tot veelvouden van 45˚. Sleep het ankerpunt of de richtingpunt. Zo verwijdert u een segment: 1 Selecteer Direct selecteren en selecteer het segment dat u wilt verwijderen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 240 Zo verenigt u overlappende componenten: 1 Selecteer in het palet Paden de naam van het pad en selecteer het gereedschap Padselectie . 2 Klik op Combineren in de optiebalk om één component te maken uit alle overlappende componenten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 241 Padcomponenten uitlijnen en distribueren U kunt padcomponenten die in één pad worden beschreven zowel uitlijnen als distribueren. U kunt bijvoorbeeld de linkerranden van meerdere vormen in één laag uitlijnen of diverse componenten in een werkpad distribueren langs hun horizontale middelpunten. Opmerking: gebruik het gereedschap Verplaatsen als u vormen die zich op verschillende lagen bevinden, wilt uitlijnen.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 242 Zo zet u een vloeiend punt om in een hoekpunt en andersom: 1 Kies Ankerpunt omzetten wijzigen. en plaats de aanwijzer op het ankerpunt dat u wilt Als u Ankerpunt omzetten wilt activeren terwijl Direct selecteren is geactiveerd, zet u de aanwijzer op een ankerpunt en drukt u op Ctrl+Alt (Windows) of Command+Option (Mac OS).
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 243 Paden die met een afbeelding worden opgeslagen, verschijnen wanneer u deze weer opent. In Windows worden paden ondersteund in de bestandsformaten JPEG, DCS, EPS, PDF en TIFF. In Mac OS worden paden ondersteund door alle bestandsformaten. Opmerking: paden in formaten die hier niet staan vermeld, gaan meestal verloren bij de overgang van Mac OS naar Windows en weer terug naar Mac OS.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 244 Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd (Photoshop) Aangezien paden zo’n vloeiende omtrek hebben, kunt u ze omzetten in nauwkeurige selectiekaders. U kunt ook selectiekaders omzetten in paden, die u met Direct selecteren preciezer kunt vormen. Paden omzetten in selectiekaders U kunt elk gesloten pad definiëren als een selectiekader.
Adobe Photoshop Help Vormen tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 245 5 Klik op OK. Selectiekaders omzetten in paden Elke selectie die met een selecteergereedschap is gemaakt, kan worden omgezet in een pad. De opdracht Werkpad maken verwijdert alle doezelaareffecten uit de selectie. Ook de vorm van de selectie kan veranderen. Dit is afhankelijk van de complexiteit van het pad en de tolerantiewaarde die u kiest in het dialoogvenster Tijdelijk pad maken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 246 2 Zo vult u het pad: • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op Pad vullen onder aan het palet Paden. • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep het pad naar de knop Pad vullen. • Kies Pad vullen in het menu van het palet Paden. Als het geselecteerde pad een padcomponent is, verandert deze opdracht in Subpad vullen. 3 Kies de inhoud van de opvulling bij Gebruik.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Vormen tekenen Terug 247 2 Selecteer het teken- of bewerkgereedschap waarmee u het pad wilt omlijnen. Stel opties voor het gereedschap in en kies een penseel in de optiebalk. U moet instellingen voor het gereedschap opgeven voordat u het dialoogvenster Pad omlijnen opent.Zie voor meer informatie over specifieke instellingen “Afbeeldingen retoucheren” op pagina 215 en “Tekengereedschappen (Photoshop)” op pagina 248.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 248 Tekenen Tekengereedschappen (Photoshop) In Photoshop kunt u met het penseel en het potlood in de huidige voorgrondkleur tekenen. Standaard brengt u met het penseel zachte kleurstreken aan en tekent u met het potlood vrije vormen met harde randen. U kunt deze standaardkenmerken echter wijzigen door de penseelopties voor het gereedschap opnieuw in te stellen.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 249 Met de airbrush brengt u verloopkleuren en kleurnevels aan, waarbij dus het effect van een traditionele airbrush wordt gesimuleerd. De randen van de streek zijn bij gebruik van de airbrush veel vager dan wanneer u het penseel gebruikt. Zo gebruikt u het penseel, het potlood of de airbrush: 1 Kies een voorgrondkleur. (Zie “Voor- en achtergrondkleuren instellen” op pagina 286.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 250 • Kies een penseel en stel de penseelopties in (Photoshop) of kies een vooraf ingesteld penseel (ImageReady). (Zie “Werken met penselen” op pagina 254.) Deze optie is niet beschikbaar voor blokmodus. • Kies een modus voor het gummetje: Penseel (Photoshop), Airbrush (ImageReady), Potlood of Blok. • Geef een dekking op om te bepalen hoe sterk het effect van het gummetje moet zijn.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 251 • Voer een tolerantiewaarde in om het bereik te bepalen van de kleuren die worden uitgegumd. Bij een lage tolerantie heeft het tovergummetje alleen effect op kleuren die zeer sterk overeenkomen met de kleur waarop u klikt. Bij een hogere tolerantie is het bereik waarbinnen de kleuren worden aangepast groter. • Selecteer Anti-aliased als u de randen van het uitgegumde gebied vloeiend wilt maken.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 252 • Geef bij Tolerantie een waarde op of gebruik de schuifregelaar. Bij een lage tolerantie worden werkt het gummetje alleen op kleuren die zeer nauwkeurig overeenkomen met de monsterkleur. Bij een hogere tolerantie worden ook minder nauwkeurig overeenkomende kleuren uitgegumd. • Selecteer Voorgrondkleur beschermen om te voorkomen dat gebieden met de in de gereedschapset gekozen voorgrondkleur worden uitgegumd.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 253 Tekeninghistorie gebruikt. U kunt ook de afbeelding met een factor vier vergroten om de details zachter te maken. A B C D Voorbeeld van het gebruik van het penseel Tekeninghistorie: A. Origineel B. Witte opvulling C. Groot penseel D. Klein penseel Zo gebruikt u het penseel Tekeninghistorie: 1 Klik in het palet Historie in de linkerkolom van de staat of opname die u wilt gebruiken als bron voor het penseel Tekeninghistorie.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 254 Werken met penselen Penselen vormen een belangrijk aspect van het werken met de teken- en bewerkgereedschappen. Het penseel dat u selecteert, bepaalt voor een groot deel hoe de penseelstreek eruit komt te zien. In Photoshop en ImageReady beschikt u over een grote verscheidenheid aan vooraf ingestelde penselen, die een breed scala aan mogelijkheden bieden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 255 Zo selecteert u een vooraf ingesteld penseel: 1 Klik op een penseel in het popup-palet Penseel of het palet Penselen. Opmerking: als u het palet Penselen gebruikt, selecteert u Voorinstellingen penseel in het linkergedeelte van het palet om de geladen voorinstellingen weer te geven. 2 (Photoshop) Geef een hoofddiameter voor het penseel op door de schuifregelaar te slepen of een waarde in te voeren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 256 Penseeluiteinden aanpassen (Photoshop) Een penseelstreek bestaat uit een groot aantal afzonderlijke streeksporen. Het penseeluiteinde dat u selecteert, bepaalt de vorm, diameter en andere kenmerken van een streekspoor. U kunt penseeluiteinden aanpassen door de opties te wijzigen en u kunt nieuwe vormen voor penseeluiteinden maken door pixelmonsters in een afbeelding te nemen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 257 Hoek Met deze optie geeft u de hoek op waaronder de lange zijde van een ellipsvormig penseel of een op een monster gebaseerd penseel wordt geroteerd ten opzichte van de horizontale as. Typ een waarde in graden of sleep de horizontale as in het voorvertoningsvak. Een hoge hoekwaarde geeft de penseelstreek een ’gebeiteld’ effect Ronding Met deze optie stelt u de verhouding in tussen de lange en de korte zijde van de kwast.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 258 penselen kunt u op Shift+, drukken om het penseel zachter te maken en op Shift+. om het penseel harder te maken. Penseeldynamiek (Photoshop) Het palet Penselen bevat een groot aantal opties waarmee u dynamische (of veranderende) elementen aan vooraf ingestelde penseeluiteinden kunt toevoegen. U kunt bijvoorbeeld opties instellen om de grootte, kleur en dekking van de streeksporen gaandeweg de penseelstreek te wijzigen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 259 • Kies Vervagen als u de grootte van de streeksporen in het opgegeven aantal stappen van de oorspronkelijke diameter tot de minimumdiameter wilt terugbrengen. Elke stap vertegenwoordigt één punt op het penseel. U kunt waarden opgeven van 1 tot 9999. Als u bijvoorbeeld 10 opgeeft, wordt het effect in 10 stappen afgezwakt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Tekenen Terug 260 Kies Pendruk, Hoek van pen of Pendrukschijf als u de ronding van de streeksporen met een waarde tussen 100% en de minimumronding wilt variëren op basis van de pendruk, de hoek van de pen of de positie van de draaischijf van de pen. Minimumronding Hiermee geeft u de minimumronding voor streeksporen op als Ronding - jitter of Besturingselement is ingeschakeld.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 261 Als u het maximumpercentage wilt opgeven voor de streeksporen die bij elk interval worden aangebracht, typt u een getal of sleept u de schuifregelaar om een waarde op te geven. Als u wilt opgeven hoe de variatie van het aantal streeksporen wordt bepaald, kiest u een optie in het popup-menu Besturingselement: • Kies Uit als u de variatie van het aantal streeksporen niet zelf wilt bepalen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 262 Diepte Hiermee geeft u op hoe diep de verf in de structuur doordringt. Typ een getal of sleep de schuifregelaar om een waarde op te geven. Bij 100% wordt er geen verf aangebracht op de lage punten van de structuur. Bij 0% wordt op alle punten in de structuur dezelfde hoeveelheid verf aangebracht, zodat het patroon niet zichtbaar is.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 263 Diameter Hiermee stelt u de grootte van het secundaire uiteinde in. Geef een waarde op in pixels, sleep de schuifregelaar of klik op Monstergrootte gebruiken om de oorspronkelijke diameter van het penseeluiteinde te gebruiken. (De optie Monstergrootte gebruiken is alleen beschikbaar als de vorm van het penseeluiteinde is samengesteld op basis van pixelmonsters in een afbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Tekenen Terug 264 Kies Pendruk, Hoek van pen of Pendrukschijf als u de verfkleur tussen de voorgrondkleur en de achtergrondkleur wilt variëren op basis van de pendruk, de hoek van de pen of de positie van de draaischijf van de pen. Kleurtoon - jitter Hiermee geeft u een percentage op waarmee de kleurtoon van de verf kan variëren in een penseelstreek. Typ een getal of sleep de schuifregelaar om een waarde op te geven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 265 • Kies Vervagen als u de dekking in het opgegeven aantal stappen wilt terugbrengen van de dekkingswaarde in de optiebalk tot 0. • Kies Pendruk, Hoek van pen of Pendrukschijf als u de dekking van de verf wilt laten bepalen door de pendruk, de hoek van de pen of de positie van de draaischijf van de pen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 266 Penseelstreken vloeiend maken (Photoshop) Met de optie Vloeiend maken kunt u de curven in penseelstreken vloeiender maken. Deze optie sorteert het meeste effect als u snel tekent met een digitale pen. Er kan echter een kleine vertraging optreden bij het genereren van de penseelstreken. Zo schakelt u vloeiende penseelstreken in of uit: Selecteer Vloeiend maken in het linkergedeelte van het palet Penselen.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 267 u nieuwe vooraf ingestelde penselen permanent wilt opslaan, slaat u ze op in een bibliotheek. Zo maakt u een nieuw vooraf ingesteld penseel: 1 Pas een penseel aan. 2 Voer een van de volgende handelingen uit in het palet Penselen of het popup-palet Penseel: • Kies Penseel maken in het paletmenu, typ een naam voor het vooraf ingestelde penseel en klik op OK. • Klik op de knop Nieuw penseel maken .
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 268 Opties voor teken- en bewerkgereedschappen instellen U kunt opties voor een teken- of bewerkgereedschap instellen in de optiebalk. Overvloeimodus selecteren De overvloeimodus die u in de optiebalk instelt, bepaalt hoe de pixels in een afbeelding reageren op een teken- of bewerkgereedschap.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 269 Lineair doordrukken In deze modus wordt op basis van de kleureninformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect. Lichter In deze modus wordt op basis van de kleureninformatie in elk kanaal de basiskleur of de werkkleur geselecteerd als eindkleur. De lichtste van de twee kleuren wordt gebruikt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 270 Lineair licht In deze modus worden de kleuren doorgedrukt of tegengehouden door de helderheid te verlagen of te verhogen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de helderheid verhoogd om de afbeelding lichter te maken. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de helderheid verlaagd om de afbeelding donkerder te maken.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 271 Zo geeft u dekking, stroom, sterkte of belichting op: Typ een waarde of sleep de schuifregelaar voor Dekking, Stroom, Sterkte of Belichting in de optiebalk. U kunt voor Dekking, Stroom, Sterkte en Belichting een waarde opgeven van 1% tot en met 100%. Als u een transparant en zwak effect wilt, geeft u een laag percentage op. Voor een sterk, meer dekkend effect geeft u een hoog percentage op.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 272 Selecteer Ruitverloop om het verloop een vanuit het beginpunt uitwaaierend ruitpatroon te laten volgen. Het eindpunt bepaalt de positie van een van de hoekpunten van de ruit. 5 Voer de volgende handelingen uit in de optiebalk: • Stel de gewenste overvloeimodus en dekking in voor de verf. (Zie “Opties voor tekenen bewerkgereedschappen instellen” op pagina 268.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 273 4 Kies Vast in het popup-menu Verlooptype. 5 Klik op de linkerkleurstop onder de verloopbalk om de uitgangskleur van het verloop vast te leggen. Het driehoekje boven de kleurstop wordt zwart om aan te geven dat u de uitgangskleur bewerkt. 6 Voer een van de volgende handelingen uit om een kleur te kiezen: • Dubbelklik op de kleurstop of klik op de kleurstaal in het gedeelte Stops van het dialoogvenster. Kies een kleur en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 274 Zo neemt u extra kleuren in een verloop op: Klik in het dialoogvenster Verloopbewerker onder de verloopbalk om een kleurstop te definiëren voor de toe te voegen tussenkleur. Volg dezelfde procedure als bij begin- en eindpunt om de kleur, de locatie en het middenpunt voor de tussenkleur vast te leggen. U kunt een tussenkleur verwijderen door de kleurstop naar beneden van de verloopbalk af te slepen.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 275 Verloopvullingen met ruis maken Naast vloeiende verlopen kunt u in het dialoogvenster Verloopbewerker ook verlopen met ruis maken. In een verloop met ruis wordt een willekeurige verdeling gebruikt van de kleuren binnen een door u op te geven bereik. A B C Verloop met verschillende ruiswaarden A. 10% ruis B. 50% ruis C. 90% ruis Zo maakt u een verloop met ruis: 1 Selecteer het gereedschap Verloop .
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 276 Zo slaat u een set vooraf ingestelde verlopen op als bibliotheek: 1 Klik op Opslaan in het dialoogvenster Verloopbewerker. 2 Kies een locatie voor de bibliotheek met verlopen, voer een bestandsnaam in en klik op Opslaan. U kunt de bibliotheek op elke gewenste locatie opslaan.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index 2 Selecteer het emmertje Terug 277 . 3 (Photoshop) Geef op of u de selectie wilt vullen met de voorgrondkleur of met een patroon. (Zie “Selecties en lagen vullen en omlijnen” op pagina 277.) 4 Stel de gewenste overvloeimodus en dekking in voor de verf. (Zie “Opties voor tekenen bewerkgereedschappen instellen” op pagina 268.) 5 Geef de gewenste tolerantie op.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 278 Zo vult u een selectie of laag met een voor- of achtergrondkleur: 1 Kies een voor- of achtergrondkleur. (Zie “Voor- en achtergrondkleuren instellen” op pagina 286.) 2 Selecteer het gebied dat u wilt vullen. Als u een complete laag wilt vullen, selecteert u de laag in het palet Lagen. 3 Selecteer Bewerken > Vullen om de selectie of laag te vullen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 279 Zo vult u een selectie met een patroon: 1 Selecteer het deel van de afbeelding dat u wilt vullen. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Bewerken > Vullen. Kies bij Gebruik in het dialoogvenster Vullen de optie Patroon, selecteer een patroon in het popup-palet en klik op OK. Als de optie Patroon grijs wordt weergegeven, moet u eerst een patroonbibliotheek laden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 280 Patronen maken en beheren Een patroon is een afbeelding die wordt herhaald bij het aanbrengen, zodat de afbeeldingen als tegels naast elkaar worden weergegeven. In Photoshop en ImageReady beschikt u over een breed scala aan vooraf ingestelde patronen. In Photoshop kunt u nieuwe patronen maken en deze opslaan in bibliotheken, zodat u ze met andere gereedschappen en opdrachten kunt gebruiken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 281 Zo wijzigt u de weergave van patronen: Kies een weergaveoptie in het menu van het popup-palet Patroon. Zo laadt u een bibliotheek met patronen: Kies een van de volgende opties in het menu van het popup-palet Patroon: • Kies Patronen laden om een bibliotheek aan de huidige lijst toe te voegen. Selecteer het bibliotheekbestand dat u wilt gebruiken en klik op Laden.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 282 Patroonmaker Met de functie Patroonmaker kunt u een onbeperkt scala aan patronen maken op basis van een selectie of de inhoud van het Klembord. Omdat het patroon is gebaseerd op de pixels in een monster, komen bepaalde visuele kenmerken van het patroon overeen met die van het monster.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 283 Zo genereert u een patroon: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • Selecteer de laag die het gebied bevat waarop u het patroon wilt baseren. Aangezien de laag die u selecteert, wordt vervangen door het gegenereerde patroon, is het aan te raden eerst een kopie van de laag te maken.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 284 Voorvertoning van patronen weergeven Het dialoogvenster Patroonmaker bevat gereedschappen en opties waarmee u een voorvertoning van gegenereerde patronen kunt weergeven. De functies voor vergroten en navigeren in de voorvertoning werken op dezelfde wijze als in het documentvenster van Photoshop.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 285 Als de optie Patroonvoorvertoning bijwerken is geselecteerd, wordt het volledige patroon opnieuw gegenereerd in het voorvertoningsgebied. Als de optie Patroonvoorvertoning bijwerken niet is geselecteerd, wordt alleen de miniatuur van de tegel gewijzigd. Schakel de optie Patroonvoorvertoning bijwerken uit als u de tegels snel wilt bekijken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 286 Details voorbeeld Als het monster details bevat die in stukken worden gesneden in het gegenereerde patroon, geeft u een hogere waarde op voor Details voorbeeld. Voorbeeld van een afbeelding op basis van een monster Gegenereerd patroon met Details voorbeeld 5 en Details voorbeeld 15 Opmerking: als u hogere waarden voor Vloeiendheid en Details voorbeeld opgeeft, neemt het genereren van patronen meer tijd in beslag.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 287 2 Kies een kleur in de Adobe Kleurkiezer. (Zie “Adobe Kleurkiezer” op pagina 290.) Zo verwisselt u voor- en achtergrondkleur: Klik op de knop Voor- en achtergrondkleuren omwisselen in de gereedschapset. Zo herstelt u de standaard voor- en achtergrondkleur: Klik op de knop Standaardkleuren in de gereedschapset.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 288 • In Photoshop verschijnt een driehoekje met een uitroepteken boven de linkerkant van de kleurengrafiek wanneer u een kleur selecteert die niet met CMYK-inkten kan worden afgedrukt. (Zie voor meer informatie “Kleuren buiten de kleuromvang vaststellen (Photoshop)” op pagina 152.) • Er verschijnt een blokje boven de linkerkant van de kleurengrafiek wanneer u een kleur selecteert die niet webveilig is.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 289 Palet Stalen In het palet Stalen kunt u een voor- of achtergrondkleur kiezen. U ook kleuren toevoegen of verwijderen en op die manier een aangepaste stalenbibliotheek samenstellen. Met behulp van stalenbibliotheken kunt u onderling samenhangende of speciale stalen groeperen en op die manier het aantal stalen in het palet binnen de perken houden.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 290 (ImageReady) Sleep een staal van het palet Kleurentabel naar het palet Stalen. Opmerking: nieuwe kleuren worden opgeslagen in het voorkeurenbestand, zodat ze niet worden gewist aan het eind van een werksessie. Als u een kleur permanent wilt opslaan, slaat u deze op in een bibliotheek.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 291 Kleuren instellen met behulp van het kleurveld en de kleurregelaar In de kleurenmodi HSB, RGB en Lab kunt u in het dialoogvenster Kleurkiezer het kleurveld en de kleurregelaar gebruiken om een kleur te kiezen. De kleurregelaar laat het bereik van beschikbare kleurniveaus zien voor de geselecteerde kleurcomponent (bijvoorbeeld R, G of B).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 292 Webveilige kleuren Er zijn 216 webveilige kleuren. Dit zijn de kleuren die alle browsers, ongeacht platform, herkennen. Bij weergave op een 8-bits scherm worden alle kleuren in een afbeelding teruggebracht tot deze 216 kleuren. Deze 216 kleuren maken deel uit van het 8-bits Mac OS-palet.
Adobe Photoshop Help Tekenen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 293 Niet-afdrukbare kleuren identificeren (Photoshop) Sommige kleuren uit de RGB-. HSB- en Lab-modellen, zoals neonkleuren, kunnen niet worden afgedrukt, omdat er geen equivalent voor deze kleuren bestaat in het CMYKmodel. Als u een niet-afdrukbare kleur kiest, wordt in het dialoogvenster Kleurkiezer en in het palet Kleur ter waarschuwing een driehoekje weergegeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 294 PANTONE Dit systeem wordt gebruikt voor het afdrukken in inkten met effen kleuren en CMYK-inkten. Het systeem PANTONE MATCHING SYSTEM® bevat 1.114 effen kleuren. U kunt een kleur kiezen met behulp van een PANTONE-kleurenwaaier die op gestreken, ongestreken en mat papier is gedrukt. Als u een volle PANTONE-kleur wilt simuleren in CMYK, gebruikt u de PANTONE Solid to Process-kleurenwaaier, waarin 1.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekenen Terug 295 2 Selecteer Windows in het menu Kleurkiezer en klik op OK. Zie de documentatie bij Windows voor meer informatie. Zo gebruikt u de Apple-kleurkiezer (Mac OS): 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen. • (Photoshop) In Mac OS X: kies Photoshop > Voorkeuren > Algemeen. • (ImageReady) In Mac OS X: kies ImageReady > Voorkeuren > Algemeen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 296 Kanalen en maskers Kanalen Kanalen zijn grijswaardenafbeeldingen waarin verschillende soorten informatie worden opgeslagen: • De kleurinformatiekanalen worden automatisch gemaakt wanneer u een nieuwe afbeelding opent. De kleurmodus van een afbeelding bepaalt hoeveel kleurkanalen er worden gemaakt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 297 Kanalen bekijken In het palet kunt u alle combinaties van de afzonderlijke kanalen bekijken. U kunt een alfakanaal en het samengestelde kanaal bijvoorbeeld samen bekijken om te zien welk effect de wijzigingen die u in het alfakanaal hebt aangebracht, op de volledige afbeelding hebben. De afzonderlijke kanalen worden standaard in grijswaarden weergegeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 298 2 Selecteer een weergaveoptie: • Klik op een grootte voor de miniatuur. Met kleinere miniaturen neemt het palet minder schermruimte in beslag, wat handig is als u met een klein beeldscherm werkt. • Klik op Geen om de weergave van miniaturen uit te schakelen. Kanalen selecteren en bewerken In het palet Kanalen kunt u een of meer kanalen selecteren. De namen van alle geselecteerde of actieve kanalen zijn gemarkeerd.
Adobe Photoshop Help Kanalen en maskers Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 299 Kanalen dupliceren U kunt het kanaal van een afbeelding bijvoorbeeld dupliceren wanneer u een reservekopie wilt maken voordat u het kanaal bewerkt. Ook kunt u alfakanalen naar een nieuwe afbeelding dupliceren als u een bibliotheek wilt maken met selecties die u één voor één in de huidige afbeelding kunt laden, zodat het bestand minder groot wordt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 300 Kanalen in afzonderlijke afbeeldingen splitsen U kunt de kanalen van een samengevoegde afbeelding in afzonderlijke afbeeldingen splitsen. Het oorspronkelijke bestand wordt gesloten en de afzonderlijke kanalen worden in afzonderlijke afbeeldingsvensters met grijswaarden weergegeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 301 Wanneer u een getal invoert dat niet met de geselecteerde modus overeenkomt, wordt automatisch de multikanaalmodus geselecteerd. Op deze manier maakt u een multikanaalafbeelding met twee of meer kanalen. 5 Klik op OK. 6 Controleer voor elk kanaal of u de gewenste afbeelding hebt geopend. Als u een ander soort afbeelding wilt kiezen, klikt u op Modus om terug te keren naar het dialoogvenster Kanalen verenigen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 302 • Hoogwaardige afbeeldingen in grijswaarden maken door voor elk kleurkanaal een percentagebijdrage te kiezen. • Hoogwaardige afbeeldingen in sepiatoon of andere tinten maken. • Afbeeldingen converteren van en naar een aantal alternatieve kleurruimten, zoals YCbCr, die wordt gebruikt in digitale video. • Kanalen wisselen of dupliceren.
Adobe Photoshop Help Kanalen en maskers Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 303 • Voor afbeeldingen met steunkleuren die scherpe randen hebben en waarbij de onderliggende afbeelding wordt uitgenomen, kunt u de extra tekeningen het beste maken in een pagina-opmaak- of illustratietoepassing. • Wanneer u een steunkleur als tint in de hele afbeelding wilt toepassen, converteert u de afbeelding naar duotoonmodus en brengt u de steunkleur aan op een van de duotoonplaten.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 304 Met deze optie kunt u op het scherm de volheid van de afgedrukte steunkleur simuleren. Bij een waarde van 100% wordt een inkt gesimuleerd die de onderliggende inkten volledig bedekt (zoals metaalinkt). Bij 0% wordt een transparante inkt gesimuleerd die de onderliggende inkten volledig laat zien (zoals een heldere vernis).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 305 Zo verandert u de opties van een steunkleurkanaal: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • Dubbelklik in het palet Kanalen op de miniatuur van het steunkleurkanaal. • Selecteer het steunkleurkanaal in het palet Kanalen en kies Kanaalopties in het menu van het palet. 2 Klik in het kleurvakje en kies een kleur. (Zie “Adobe Kleurkiezer” op pagina 290.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 306 2 Kies Selecteren > Selectie laden. Wanneer u snel een afbeelding in een kanaal wilt selecteren, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u op het kanaal in het palet Kanalen. 3 Kies bij Kanaal het steunkleurkanaal uit stap 1 en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 307 Zo gebruikt u de opdracht Afbeelding toepassen: 1 Open de bron- en de doelafbeelding en selecteer de gewenste laag en het gewenste kanaal in de doelafbeelding. De pixelafmetingen van de afbeeldingen moeten overeenkomen. Als dit niet het geval is, worden de namen van afbeeldingen niet in het dialoogvenster Afbeelding toepassen weergegeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 308 5 Selecteer Omkeren om de berekening met het negatief van de inhoud van het kanaal uit te voeren. Kies bij Kanaal Grijs zodat u hetzelfde effect krijgt als wanneer u de afbeelding naar een grijswaardenafbeelding converteert. 6 Kies de tweede bronafbeelding, de tweede laag en het tweede kanaal en geef verdere opties op, zoals beschreven in stap 5. 7 Kies bij Overvloeien een overvloeimodus.
Adobe Photoshop Help Kanalen en maskers Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 309 Maskers (Photoshop) Met maskers kunt u gebieden in een afbeelding isoleren en beschermen terwijl u kleurwijzigingen, filters of andere effecten op de rest van de afbeelding toepast. Wanneer u een deel van een afbeelding selecteert, wordt het gebied dat niet is geselecteerd van een masker voorzien of tegen bewerking beschermd.
Adobe Photoshop Help Kanalen en maskers Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 310 Tijdelijke maskers maken in de snelmaskermodus (Photoshop) In de snelmaskermodus kunt u elke selectie als masker bewerken zonder dat u het palet Kanalen hoeft te gebruiken en terwijl u uw afbeelding kunt zien. Het voordeel van bewerking van uw selectie als masker is dat u het masker met vrijwel elk Photoshopgereedschap of filter kunt wijzigen.
Adobe Photoshop Help Kanalen en maskers Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 311 Als een masker met een doezelaar naar een selectie wordt geconverteerd, loopt de grenslijn halverwege tussen de zwarte en de witte pixels van het maskerverloop. De grens van de selectie geeft de pixelovergang aan tussen minder dan 50% geselecteerd en meer dan 50% geselecteerd. 5 Breng de gewenste wijzigingen in de afbeelding aan. De wijzigingen zijn alleen van invloed op het geselecteerde gebied.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 312 Alfakanalen (Photoshop) Een alfakanaal heeft de volgende kenmerken: • Een afbeelding (behalve 16-bits afbeeldingen) kan maximaal 24 kanalen bevatten, inclusief alle kleurkanalen en alfakanalen. • Alle kanalen zijn 8-bits grijswaardenafbeeldingen, waarin 256 grijswaarden kunnen worden weergegeven. • U kunt voor elk kanaal een naam, kleur, maskeroptie en dekking opgeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 313 Maskerselecties opslaan U kunt elke selectie als een masker in een nieuw of bestaand alfakanaal opslaan. Zo slaat u een selectie op in een nieuw kanaal met standaardopties (Photoshop): 1 Selecteer het gebied of de gebieden van de afbeelding die u wilt isoleren. 2 Klik op de knop Selectie opslaan als kanaal onder aan het palet Kanalen.
Adobe Photoshop Help Kanalen en maskers Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 314 • Selecteer het kanaal in het palet Kanalen en kies Kanaalopties in het menu van het palet. • Dubbelklik in het palet Kanalen op de miniatuur van het kanaal. 2 Voer een nieuwe naam voor het kanaal in. 3 Selecteer de weergaveopties, beschreven onder stap 2 tot en met 4 van de procedure voor snelmaskeropties in “Tijdelijke maskers maken in de snelmaskermodus (Photoshop)” op pagina 310.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Kanalen en maskers Terug 315 Zo laadt u een selectie uit een andere afbeelding (Photoshop): 1 Open de twee afbeeldingen die u wilt gebruiken: Opmerking: de afbeeldingen moeten identieke pixelafmetingen hebben. (Zie “Pixelafmetingen van een afbeelding wijzigen” op pagina 73.) 2 Maak de doelafbeelding actief en kies Selecteren > Selectie laden. 3 Kies bij Document de bronafbeelding.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 316 Lagen Wat zijn lagen? Als u een afbeelding over meerdere lagen verdeelt, kunt u aan één element van de afbeelding werken zonder dat u de overige elementen verstoort. Lagen zijn vergelijkbaar met over elkaar gelegde transparante vellen. Door het gedeelte van een laag dat niet in beslag wordt genomen door een element kunt u de onderliggende lagen zien.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 317 Palet Lagen weergeven Kies Venster > Lagen. Menu van palet Lagen Klik op het driehoekje in de rechterbovenhoek van het palet om opdrachten weer te geven voor het werken met lagen. Grootte van laagminiaturen wijzigen Kies Paletopties in het menu van het palet Lagen en selecteer een miniatuurgrootte. U kunt de miniaturen uitschakelen om de prestaties van het programma te verbeteren en ruimte vrij te maken op het beeldscherm.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 318 Lagen en laagsets toevoegen U kunt lege lagen maken en daar inhoud aan toevoegen of u kunt nieuwe lagen maken op basis van bestaande inhoud. Wanneer u een nieuwe laag maakt, wordt deze boven de geselecteerde laag of binnen de geselecteerde laagset in het palet Lagen weergegeven. Met laagsets kunt u lagen ordenen en beheren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 319 Werken met gelaagde afbeeldingen Het werken met afbeeldingen die uit lagen bestaan, heeft een groot aantal voordelen. U kunt het uiterlijk van afbeeldingen met lagen snel selecteren, verbergen, dupliceren, vergrendelen en wijzigen. Lagen selecteren Als een afbeelding uit meerdere lagen bestaat, bepaalt u eerst welke laag u wilt bewerken. Als u wijzigingen in de afbeelding doorvoert, wordt alleen de actieve laag aangepast.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 320 Zo wijzigt u de weergave van transparantie: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • (Photoshop) In Windows en Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Transparantie & kleuromvang. In Mac OS X: kies Photoshop > Voorkeuren > Transparantie & kleuromvang. • (ImageReady) In Windows en Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Transparantie. In Mac OS X: kies ImageReady > Voorkeuren > Transparantie.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 321 • (Photoshop) Kies Laag dupliceren of Laagset dupliceren in het menu Laag of in het menu van het palet Lagen. Kies het doeldocument in het popup-menu van het document en klik op OK. • Kies Selecteren > Alles als u alle pixels in de laag wilt selecteren en kies Bewerken > Kopiëren. Kies vervolgens Bewerken > Plakken in de doelafbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 322 Inhoud van lagen verplaatsen Met het verplaatsgereedschap kunt u de inhoud van lagen of laagsets verplaatsen. (Zie “Selecties en lagen in een afbeelding verplaatsen” op pagina 188.) U kunt de inhoud van lagen verder uitlijnen en distribueren met de opdrachten in het menu Laag. Opmerking: de opdrachten voor uitlijnen en distribueren hebben alleen effect op lagen met pixels waarvan de dekking groter is dan 50%.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 323 • Linkerranden: hiermee plaatst u de gekoppelde lagen met evenredige tussenruimten, beginnend bij de meest linkse pixel van elke laag. • Horizontaal midden: hiermee plaatst u de gekoppelde lagen met evenredige tussenruimten, beginnend bij de horizontaal middelste pixel van elke laag. • Rechterranden: hiermee plaatst u de gekoppelde lagen met evenredige tussenruimten, beginnend bij de meest rechtse pixel van elke laag.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 324 Lagen verenigen (ImageReady) Met de knoppen voor verenigen in het palet Lagen bepaalt u hoe de wijzigingen die u doorvoert in een laag in de actieve rolloverstaat of het actieve animatiekader worden toegepast op de overige staten in een rollover of de overige kaders in een animatie. Wanneer u een verenigingsoptie inschakelt, worden de wijzigingen toegepast op alle staten en kaders.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 325 • (ImageReady) Selecteer een laag of laagset en kies Laagopties of Laagsetopties in het menu Laag of het menu van het palet Lagen. Geef in het tekstvak Naam een nieuwe naam op en klik op OK. • (ImageReady) Selecteer een laag of laagset en kies Venster > Laagopties/stijl. Geef in het tekstvak Naam een nieuwe naam op.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 326 Als u de laag of laagset met bevestiging wilt verwijderen, klikt u op de knop met de prullenbak. U kunt ook Laag verwijderen of Laagset verwijderen kiezen in het menu Laag of in het menu van het palet Lagen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 327 Zo verenigt u alle zichtbare lagen en laagsets in een afbeelding: Kies Verenigen; zichtbaar in het palet Lagen of het menu van het palet Lagen. Zo maakt u een nieuwe laag van alle zichtbare lagen terwijl de oorspronkelijke lagen intact blijven: Houd de Alt-toets (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en kies Laag > Verenigen; zichtbaar.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 328 Gegevens over de grootte van een afbeeldingsbestand worden onder aan het toepassingsvenster (Windows) of documentvenster (Mac OS) weergegeven. Zie “Informatie over het bestand en de afbeelding tonen” op pagina 51 voor meer informatie. Dekking en opties voor overvloeien instellen De interactie tussen de pixels van een laag en de pixels op andere lagen wordt bepaald door de dekking en de opties voor overvloeien van die laag.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 329 Zie “Overvloeimodus selecteren” op pagina 268 voor een beschrijving van de verschillende modi voor overvloeien. Opmerking: de overvloeimodus Wissen is niet beschikbaar voor lagen. Daarnaast zijn de modi Kleur tegenhouden, Kleur doordrukken, Donkerder, Lichter, Verschil en Uitsluiting niet beschikbaar voor Lab-afbeeldingen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 330 (ImageReady) Kies Venster > Laagopties/stijl en geef een waarde op in het tekstvak Dekking vulling. Als het tekstvak Dekking vulling niet wordt weergegeven, kiest u Opties tonen in het menu van het palet Laagopties of klikt u op de knop Opties tonen op het tabblad van het palet.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 331 (Photoshop) Dubbelklik op een laagminiatuur en kies Laag > Laagstijl > Opties voor overvloeien of kies Opties voor overvloeien in het menu van het palet Lagen. Opmerking: als u de opties voor overvloeien van een tekstlaag wilt bekijken, kiest u Laag > Laagstijl > Opties voor overvloeien of kiest u Opties voor overvloeien in het menu van het palet Lagen. • (ImageReady) Kies Venster > Laagopties/stijl.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 332 U kunt de overvloeimodus van een laag ook toepassen op laageffecten waarmee gedekte pixels worden aangepast, zoals Gloed binnen of Kleurbedekking, zonder dat u laageffecten wijzigt waarmee alleen transparante pixels worden aangepast, zoals Gloed buiten of Slagschaduw. Zo bepaalt u het bereik van opties voor overvloeien: 1 Selecteer de laag die u wilt beïnvloeden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 333 • Schakel Laagmasker verbergt effecten in om laageffecten te beperken tot het gebied dat door het laagmasker wordt aangegeven. • Schakel Vectormasker verbergt effecten in om laageffecten te beperken tot het gebied dat door het vectormasker wordt aangegeven. 4 (Photoshop) Klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 334 schuifregelaar instelt op 19, vloeien pixels met lagere helderheidswaarden dan 19 niet over en worden ze door de actieve laag heen in de uiteindelijke afbeelding zichtbaar. Laageffecten en laagstijlen gebruiken Met laagstijlen kunt u snel effecten toepassen op de inhoud van een laag.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 335 Als u een aangepaste stijl opslaat, wordt het een vooraf gedefinieerde stijl. Vooraf gedefinieerde stijlen worden weergegeven in het palet Stijlen en kunnen worden toegepast met één muisklik. Photoshop en ImageReady bieden u een groot aantal vooraf gedefinieerde stijlen voor uiteenlopend gebruik.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 336 Sleep een stijl van het palet Stijlen naar het documentvenster en laat de muisknop los zodra de aanwijzer zich boven de laaginhoud bevindt waarop u de stijl wilt toepassen. Opmerking: houd Shift ingedrukt tijdens het klikken of slepen als u de stijl aan de bestaande effecten op de doellaag wilt toevoegen (in plaats van deze te vervangen).
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 337 Slagschaduw Hiermee voegt u een schaduw toe die achter de inhoud van de laag valt. Schaduw binnen Hiermee voegt u een schaduw toe die precies binnen de randen van de laaginhoud valt, waardoor de laag verzonken lijkt. Gloed buiten en Gloed binnen Hiermee voegt u een gloed toe die aan de buitenranden of binnenranden van de laaginhoud lijkt te ontstaan.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 338 Als u alle laagstijlen die zijn toegepast in een laagset wilt uitvouwen of samenvouwen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u op het driehoekje of omgekeerde driehoekje voor de set klikt. De laagstijlen die op alle lagen in de laagset zijn toegepast, kunt u op dezelfde wijze uit- of samenvouwen. Stijlen bewerken U bewerkt de stijl van een laag door de effectinstellingen van de laag aan te passen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 339 Hoek Met deze optie stelt u de belichtingshoek in waaronder het effect wordt toegepast op de laag. In Photoshop kunt u in het documentvenster met slepen de hoek van een slagschaduw, schaduw binnen of satijneffect aanpassen. Anti-aliased Met deze optie laat u de pixels aan de randen van een contour of glanscontour overvloeien. Deze optie is met name handig bij kleine schaduwen met een ingewikkelde contour.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 340 Verloop Met deze optie stelt u het kleurverloop van een laageffect in. In Photoshop klikt u op het verloop om de Verloopbewerker weer te geven of klikt u op het omgekeerde driehoekje en kiest u een verloop in het popup-palet. Met de Verloopbewerker in Photoshop kunt u een verloop bewerken of een nieuw verloop maken. (Zie “Vloeiende verloopvullingen maken” op pagina 272.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 341 Bron Met deze optie geeft u de bron van het effect Gloed binnen op. Kies Centreren om een gloed aan te brengen die in het midden van de laaginhoud ontstaat of Rand om een gloed aan te brengen die aan de binnenranden van de laaginhoud ontstaat. Spreiden Met deze optie vergroot u de grenzen van de rand voordat u vervaging toepast. Stijl Met deze optie bepaalt u de stijl van een schuine kant.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 342 U kunt contouren selecteren, herstellen, verwijderen of de voorvertoning ervan wijzigen in het popup-palet Contour en in Beheer voorinstellingen. Zie “Popup-paletten” op pagina 32 en “Bibliotheken beheren met Beheer voorinstellingen (Photoshop)” op pagina 58 voor meer informatie. A B Detail van dialoogvenster Laagstijl voor effect Slagschaduw: A. Klik om het dialoogvenster Contourbewerker weer te geven B.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 343 • Kies Laag > Laagstijl > Globaal licht. Geef in het dialoogvenster Globaal licht een waarde op of sleep de hoekstraal om de hoek en hoogte in te stellen en klik op OK. • (Photoshop) Selecteer in het dialoogvenster Laagstijl voor Slagschaduw, Schaduw binnen of Schuine kant de optie Globale belichting gebruiken. Typ bij Hoek een waarde of sleep de schuifregelaar en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 344 (Photoshop) Wanneer u het pen- of vormgereedschap gebruikt, selecteert u een stijl in het popup-palet Laagstijl op de optiebalk. Kies vervolgens Naam van stijl wijzigen in het menu van het popup-palet. Zo verwijdert u een vooraf gedefinieerde stijl: Voer een van de volgende handelingen uit: • Sleep de stijl naar de knop met de prullenbak onder aan het palet Stijlen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 345 Als u de laagstijl in meerdere doellagen wilt plakken, koppelt u de doellagen. (Zie “Lagen koppelen” op pagina 321.) Kies vervolgens Laag > Laagstijl > Laagstijl plakken in gekoppelde. De geplakte laagstijl vervangt de bestaande laagstijl op de doellaag of -lagen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Lagen Terug 346 (ImageReady) Selecteer een effect in het palet Lagen en kies Alle effecten verwijderen in het menu van het palet Lagen. Laagstijlen omzetten in lagen Als u het uiterlijk van laagstijlen wilt aanpassen of verfijnen, kunt u de stijlen omzetten in normale afbeeldingslagen. Als u een laagstijl eenmaal hebt omgezet in afbeeldingslagen, kunt u het effect perfectioneren door te tekenen of opdrachten en filters toe te passen.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 347 Met opvullagen kunt u een laag opvullen met een volle kleur, verloop of patroon. In tegenstelling tot aanpassingslagen hebben opvullagen geen effect op de onderliggende lagen. Aanpassingslagen of opvullagen maken Aanpassingslagen en opvullagen hebben dezelfde instellingen voor de dekking en de overvloeimodus als afbeeldingslagen. U kunt deze lagen, net als afbeeldingslagen, anders ordenen, verwijderen, verbergen en dupliceren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 348 Patroon Klik op het patroon en kies een patroon in het popup-palet. Klik op Schaal en geef een waarde op of sleep de schuifregelaar om het patroon te schalen. Klik op Herkomst magnetisch om het begin van het patroon te laten samenvallen met het begin van het documentvenster. (Zie “Linialen, kolommen, meetlat, hulplijnen en raster” op pagina 45.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 349 Zo bewerkt u een aanpassings- of opvullaag: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • Dubbelklik in het palet Lagen op de miniatuur van de aanpassings- of opvullaag. • Kies Laag > Opties voor laaginhoud. 2 Breng de gewenste wijzigingen aan en klik op OK. Opmerking: de instellingen van omgekeerde aanpassingslagen kunnen niet worden bewerkt.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 350 In het palet Lagen worden het laagmasker en het vectormasker als extra miniatuur rechts naast de laagminiatuur weergegeven. Voor het laagmasker vertegenwoordigt deze miniatuur het grijswaardenkanaal dat is gemaakt toen u het laagmasker toevoegde. (Zie “Maskers in alfakanalen opslaan” op pagina 311.) De vectormaskerminiatuur vertegenwoordigt een pad waarmee de inhoud van de laag wordt uitgeknipt. B A C D E F Laagpalet: A.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 351 • Als u een masker wilt maken waarmee de volledige laag zichtbaar wordt, klikt u op de knop Nieuw laagmasker in het palet Lagen of kiest u Laag > Laagmasker toevoegen > Alles tonen. • Als u een masker wilt maken waarmee de volledige laag onzichtbaar wordt, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u op de knop Nieuw laagmasker klikt, of kiest u Laag > Laagmasker toevoegen > Alles verbergen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 352 maskerkleur. Houd Alt+Shift of Option+Shift ingedrukt en klik nogmaals op de miniatuur om de weergave in kleur uit te schakelen. Zo schakelt u een laagmasker in en uit: Voer een van de volgende handelingen uit: • Houd Shift ingedrukt terwijl u in het palet Lagen op de laagmaskerminiatuur klikt.
Adobe Photoshop Help Lagen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 353 2 Selecteer een pad of teken een tijdelijk pad met een van de vorm- of pengereedschappen. Zie voor meer informatie “Werkpaden maken (Photoshop)” op pagina 226. 3 Kies Laag > Vectormasker toevoegen > Huidig pad. Zo bewerkt u een vectormasker (Photoshop): Klik op de miniatuur voor het vectormasker in het palet Lagen of op de miniatuur in het palet Paden. Wijzig vervolgens de vorm met de vorm- en pengereedschappen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 354 Laagmaskers toepassen en verwijderen Als u een laagmasker hebt gemaakt, kunt u het masker toepassen om de wijzigingen definitief te maken of het masker verwijderen zonder de wijzigingen toe te passen. Omdat laagmaskers eigenlijk alfakanalen zijn, kunt u met het toepassen en verwijderen van laagmaskers de bestandsgrootte beperkt houden. (Zie “Maskers in alfakanalen opslaan” op pagina 311.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Lagen Terug 355 Alleen direct op elkaar volgende lagen kunnen worden opgenomen in een uitknipgroep. De naam van de basislaag in de groep wordt onderstreept en de miniaturen van de bovenliggende lagen worden ingesprongen. Bij de bovenliggende lagen wordt bovendien een uitknipgroeppictogram weergegeven.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 356 Filters toepassen voor speciale effecten Insteekmodulefilters Het is mogelijk insteekmodulefilters te installeren die door andere softwareontwikkelaars zijn ontwikkeld. Als u deze insteekmodulefilters hebt geïnstalleerd, verschijnen ze onder aan het menu Filter. Ze werken op dezelfde wijze als ingebouwde filters.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 357 2 Kies in de submenu's van het menu Filter een filter. Als er puntjes (…) achter de naam van het filter staan, verschijnt er een dialoogvenster. 3 Als er een dialoogvenster verschijnt, moet u daar waarden invoeren of opties selecteren.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 358 Afbeeldingen en structuren laden Sommige filters, zoals bijvoorbeeld structuren en verplaatsingsafbeeldingen, produceren effecten door andere afbeeldingen te laden en te gebruiken. Dit zijn de filters Conté crayon, Verplaats, Glas, Belichtingseffecten, Ruw pastel, Structuurvulling, Structuurmaker, Voorbewerking en de eigen filters.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 359 Tips voor het maken van speciale effecten U kunt met filters als volgt speciale effecten maken: Randeffecten maken U kunt de randen van een effect dat maar op een deel van een afbeelding is toegepast, op verschillende manieren bewerken. Als u een duidelijke rand wilt laten zitten, past u gewoon het filter toe. Voor een zachte rand doezelt u de rand en past u vervolgens het filter toe.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 360 • Pas het effect toe op de afzonderlijke kanalen, bijvoorbeeld op alle RGB-kanalen, als het om een grote afbeelding gaat en u problemen hebt met onvoldoende geheugen. (Bij sommige filters krijgt u andere effecten als u ze op een afzonderlijk kanaal in plaats van op het samengestelde kanaal toepast, met name als het filter willekeurig pixels wijzigt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 361 Renderingsfilters Hiermee kunt u 3D-figuren, wolkenpatronen, refractiepatronen en gesimuleerde lichtreflecties in een afbeelding creëren. U kunt objecten ook in de 3Druimte manipuleren, 3D-objecten (kubussen, bollen en cilinders) maken en 3D-achtige belichtingseffecten produceren door structuuropvullingen van grijswaardenbestanden te maken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 362 Vervagingsfilters Verzachten een selectie of een afbeelding. Vervagingsfilters zijn nuttig voor retouchering. Ze maken overgangen vloeiend door het gemiddelde te nemen van de pixels naast de harde randen van gedefinieerde lijnen en schaduwpartijen in een afbeelding. Zie “Verscherpingsfilters” op pagina 370 voor meer informatie over vervagingsfilters.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 363 Kleurpotlood Hiermee tekent u met kleurpotloden een afbeelding op een effen achtergrond. Duidelijke randen blijven behouden en krijgen een ruw gearceerd uiterlijk, de effen achtergrondkleur is door de dunnere gedeelten zichtbaar. Voor een perkamenteffect verandert u de achtergrondkleur vlak voordat u het filter Kleurpotlood op een geselecteerd gebied toepast.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 364 Penseelstreekfilters Net als de artistieke filters geven de penseelstreekfilters een schilderseffect of een kunstzinnig effect met behulp van verschillende penseelstreek- en inktlijneffecten.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 365 2 Voer een waarde in pixels in voor de maximumstraal van een halftoonstip, van 4 tot en met 127. 3 Voer voor een of meer kanalen een waarde in voor de rasterhoek (de hoek van de stip vergeleken met de werkelijke horizon): • Gebruik bij afbeeldingen in grijswaarden alleen kanaal 1. • Gebruik bij RGB-afbeeldingen kanaal 1, 2 en 3, respectievelijk het rode, groene en blauwe kanaal.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 366 Structuurvulling Hiermee vult u een selectie op met een grijswaardenbestand of een gedeelte van een bestand. U voegt de structuur aan het document of de selectie toe door het grijswaardendocument dat u als structuurvulling wilt gebruiken, te openen. Wolken Dit filter genereert een zacht wolkenpatroon met willekeurige waarden die tussen de voorgrond- en de achtergrondkleur variëren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 367 Met Drempel bepaalt u hoe verschillend de pixelwaarden moeten zijn om te worden verwijderd. Opmerking: met de schuifregelaar Drempel hebt u meer controle over waarden tussen 0 en 128, het meest voorkomende bereik voor afbeeldingen, dan over waarden tussen 128 en 255. 4 Sleep de schuifregelaar Straal naar links of rechts, of voer in het tekstvak een waarde tussen 1 en 16 pixels in.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 368 Gescheurde randen Dit filter werkt het beste bij afbeeldingen die uit tekst of sterk contrasterende objecten bestaan. Het filter reconstrueert de afbeelding als ruwe, gescheurde stukken papier en kleurt de afbeelding vervolgens in met de voorgrond- en achtergrondkleur.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 369 Zo gebruikt u het filter Geef diepte: 1 Kies Filter > Stileer > Geef diepte. 2 Kies een 3D-type: • Met Blokken worden er objecten met een vierkante voorzijde en vier zijkanten gemaakt. Als u de voorkant van elk blok met de gemiddelde kleur van het blok wilt vullen, selecteert u Effen voorvlakken. Als u het voorvlak met de afbeelding wilt vullen, deselecteert u Effen voorvlakken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 370 Reliëf (Photoshop) Dit filter zorgt er voor dat een selectie naar voren komt of er gestempeld uitziet door de vulkleur in grijs te veranderen en de randen in de oorspronkelijke vulkleur te tekenen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 371 Scherpe randen (Photoshop) en Onscherp masker Deze filters zoeken de gebieden in de afbeelding waar scherpe kleurveranderingen voorkomen en verscherpen deze. Het filter Scherpe randen verscherpt alleen de randen, terwijl de afbeelding als geheel vloeiend blijft. Met dit filter verscherpt u de randen zonder dat u een waarde opgeeft.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 372 Vaag en Vager (Photoshop) Met deze filters verwijdert u ruis op plaatsen in een afbeelding met scherpe kleurovergangen. Vervagingsfilters maken overgangen vloeiend door het gemiddelde te nemen van de pixels naast de harde randen van gedefinieerde lijnen en schaduwpartijen. Bij het filter Vager krijgt u een effect dat drie tot vier keer sterker is dan bij het filter Vaag.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 373 Rimpel Hiermee past u een golfpatroon toe op een selectie, als rimpels op het oppervlak van een vijver. Voor meer controle gebruikt u het filter Golf. U kunt onder andere het aantal en het formaat van de rimpels kiezen. Schuin Hiermee vervormt u een afbeelding langs een curve. Geef de curve op door de lijn in het vak te slepen zodat deze in een curve voor de vervorming verandert.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 374 ZigZag Hiermee vervormt u een selectie radiaal, afhankelijk van de straal van de pixels in uw selectie. Met de optie Tanden stelt u in hoe vaak de richting van de zigzag vanaf het midden van de selectie tot aan de rand moet worden omgekeerd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Filters toepassen voor speciale effecten Terug 375 Als u bijvoorbeeld de helderheidswaarde van de pixel direct rechts van de huidige pixel met 2 wilt vermenigvuldigen, voert u in het tekstvak direct rechts van het middelste tekstvak 2 in. 4 Herhaal stap 2 en 3 voor alle pixels die u in de bewerking wilt opnemen.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 376 Belichtingseffecten, filter Met het filter Belichtingseffecten kunt u allerlei belichtingseffecten op RGB-afbeeldingen toepassen. U kunt ook met structuren uit grijswaardenbestanden (de zogeheten grijsstructuren) 3D-achtige effecten creëren en uw eigen stijlen opslaan om op andere afbeeldingen toe te passen. Opmerking: het filter Belichtingseffecten werkt alleen op RGB-afbeeldingen.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 377 • Bij Universeel schijnt er licht in alle richtingen vanaf direct boven de afbeelding, net als bij een lamp boven een stuk papier. • Bij Gericht schijnt het licht van ver af zodat de hoek van het licht niet verandert, net als bij de zon. • Bij Spot wordt een elliptische lichtbundel op de afbeelding geworpen.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 378 U stelt de lichtscherpte (of spotintensiteit) in en regelt welk gedeelte van de ellips met licht wordt gevuld door de schuifregelaar Intensiteit te slepen: volledige intensiteit (een waarde van 100) is het helderst, de normale intensiteit is ongeveer 50, een negatieve intensiteit haalt licht weg en een intensiteit van -100 produceert geen licht.
Adobe Photoshop Help Filters toepassen voor speciale effecten Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 379 Zo maakt u een nieuwe stijl: 1 Kies in het dialoogvenster Belichtingseffecten Standaard voor Modus. 2 Sleep het pictogram van de lamp aan de onderkant van het dialoogvenster naar het voorvertoningsgebied. Herhaal deze handeling desgewenst voor maximaal 16 lichten. Zo slaat u een stijl op: 1 Klik in het dialoogvenster Belichtingseffecten op Opslaan. 2 Typ een naam voor de stijl en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 380 Tekst gebruiken Tekst Tekst bestaat uit wiskundig gedefinieerde vormen die de letters, cijfers en symbolen van een lettertype beschrijven. Veel lettertypen zijn beschikbaar in verschillende opmaken, waarbij de meest gebruikte opmaken Type 1 (ook wel PostScript-lettertypen genoemd), TrueType, OpenType en CID (alleen Japans) zijn.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 381 Tekstgereedschappen (Photoshop) Als u met een tekstgereedschap klikt in een afbeelding, wordt de bewerkingsmodus van het gereedschap geactiveerd. In deze modus kunt u tekens invoeren en bewerken. Wijzigingen moet u echter vastleggen in de tekstlaag voordat u bepaalde bewerkingen kunt uitvoeren. In de optiebalk kunt u zien of de bewerkingsmodus van een tekstgereedschap actief is.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 382 U kunt de grootte van het selectiekader wijzigen, waarna de tekst opnieuw wordt verdeeld over de ruimte binnen het nieuwe kader. U kunt het selectiekader aanpassen terwijl u tekst invoert of nadat u de tekstlaag hebt gemaakt. Verder kunt u het selectiekader gebruiken om tekst te roteren, te schalen en schuin te trekken.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 383 (Photoshop) Als u het selectiekader wilt schuintrekken, houdt u Ctrl+Shift (Windows) of Command+Shift (Mac OS) ingedrukt en sleept u een zijgreep. De aanwijzer verandert in een pijlpunt met een kleine, dubbele pijl .
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 384 • Transformatie-opdrachten uit het menu Bewerken toepassen, uitgezonderd Perspectief en Vervormen. (Als u de opdracht Perspectief of Vervormen wilt toepassen, of als u een deel van de tekstlaag wilt transformeren, moet u de tekstlaag eerst omzetten in pixels om de tekst onbewerkbaar te maken.) • Laagstijlen gebruiken. • Gebruik snelkoppelingen voor opvullen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 385 De richting van een tekstlaag wijzigen De richting van een tekstlaag bepaalt de richting van tekstregels ten opzichte van het documentvenster (voor punttekst) of het selectiekader (voor alineatekst). Als een tekstlaag verticaal is, lopen de tekstregels omhoog en omlaag. Bij een horizontale tekstlaag lopen de tekstregels van links naar rechts.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug • Kies Geen om geen anti-aliasing toe te passen. • Kies Scherp om tekst zeer scherp weer te geven. • Kies Zuiver om tekst redelijk scherp weer te geven. • Kies Sterk om tekst met harde omtrekken weer te geven. • Kies Vloeiend om tekst met zachte omtrekken weer te geven. 386 Zo past u anti-aliasing toe op een tekstlaag: 1 Selecteer de tekstlaag in het palet Lagen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 387 • Selecteer een tekstgereedschap en klik op de knop Verdraaide tekst maken optiebalk. in de • Kies Laag > Tekst > Tekst verdraaien. Zo verdraait u tekst: 1 Selecteer een tekstlaag. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: 3 Kies een verdraaiingsstijl in het popup-menu Stijl. 4 Selecteer de richting van het verdraaiingseffect, Horizontaal of Verticaal.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 388 Tekens opmaken Photoshop en ImageReady geven u nauwkeurige controle over afzonderlijke tekens in tekstlagen, zo kunt u het lettertype, de grootte, kleur, regelafstand, teken- en tekstspatiëring, basislijnverschuiving en uitlijning bepalen. U kunt tekstkenmerken instellen voordat u tekens invoert of de kenmerken later wijzigen om het uiterlijk van geselecteerde tekens in een tekstlaag te wijzigen.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 389 Het palet Teken gebruiken Het palet Teken bevat opties voor het opmaken van tekens. Sommige opmaakopties zijn ook beschikbaar in de optiebalk. Zo geeft u het palet Teken weer: Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Venster > Teken of klik op het tabblad van het palet Teken als het palet zichtbaar, maar niet actief is. • Selecteer een tekstgereedschap en klik op de knop Palet in de optiebalk.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Tekst gebruiken Terug 390 Als de gekozen lettertypefamilie niet de stijl Vet of Cursief bevat, klikt u op de knop Faux vet of de knop Faux cursief in het palet Teken om een gesimuleerde stijl toe te passen. U kunt ook Faux vet of Faux cursief in het menu van het palet Teken kiezen. Opmerking: de stijl Faux vet kunt u niet toepassen op verdraaide tekst. (Zie “Tekstlagen verdraaien” op pagina 386.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 391 popup-menu van het selectievak Kleur: Voorgrondkleur, Achtergrondkleur, Anders (om de Kleurkiezer te gebruiken) of een kleur in het popup-palet. • Gebruik snelkoppelingen voor opvullen. Als u wilt opvullen met de voorgrondkleur, drukt u op Alt+Backspace (Windows) of Option+Delete (Mac OS). U kunt opvullen met de achtergrondkleur door op Ctrl+Backspace (Windows) of Command+Delete (Mac OS) te drukken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 392 3 Geef bij Automatische regelafstand een nieuw standaardpercentage op. Teken- en tekstspatiëring opgeven Tekenspatiëring betekent het vergroten of verkleinen van de ruimte tussen specifieke letterparen. U kunt tekenspatiëring handmatig regelen of u kunt automatische tekenspatiëring gebruiken om de tekenspatiëring te gebruiken die door de ontwerper van het lettertype is ingebouwd in het lettertype.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 393 De horizontale of verticale schaal aanpassen Horizontale schaal en verticale schaal bepalen de verhouding tussen de hoogte en breedte van de tekst. Niet-geschaalde tekens hebben een waarde van 100%. U kunt de schaal aanpassen om geselecteerde tekens in zowel de breedte als de hoogte te verdichten of te vergroten.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug of de knop Kleinkapitalen 394 • Klik op de knop Alle hoofdletters in het palet Teken. • Kies Alle hoofdletters of Kleinkapitalen in het menu van het palet Teken. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd. Opmerking: als u Kleinkapitalen selecteert, heeft dit geen gevolgen voor tekens die als hoofdletters zijn ingevoerd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 395 In Photoshop kunt u ook alternatieve ligaturen gebruiken als u werkt met OpenTypelettertypen waarin deze beschikbaar zijn. Alternatieve ligaturen zijn extra ligaturen die niet standaard worden gebruikt, zoals “st”. Tekst met en zonder de optie Ligaturen geselecteerd. Zo gebruikt u ligaturen of cijfers volgens de oude stijl: Kies Ligaturen of Oude stijl in het menu van het palet Teken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 396 Verticale tekst roteren Wanneer u werkt met verticale tekst, kunt u de richting van de tekens met 90˚ draaien. Geroteerde tekens worden recht weergegeven, terwijl niet-geroteerde gegevens haaks op de tekstregel worden weergegeven. Origineel en tekst zonder verticale rotatie Zo roteert u tekens in verticale tekst: Kies Letter roteren in het menu van het palet Teken. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 397 • Als u in één keer een spelfout wilt corrigeren die vaker in het document voorkomt, zorgt u dat het tekstvak Wijzigen in het correct gespelde woord bevat en klikt u op Alles wijzigen. • Als u op Toevoegen klikt, wordt het onbekende woord in het woordenboek van Photoshop opgeslagen, zodat het woord in het vervolg niet meer als spelfout wordt gemarkeerd.
Adobe Photoshop Help Tekst gebruiken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 398 Zo selecteert u de alinea’s die u wilt opmaken: Selecteer het gereedschap Horizontale tekst voer een van de volgende handelingen uit: of het gereedschap Verticale tekst en • Klik in een alinea om opmaak in te stellen voor alleen die alinea. • Maak een selectie binnen een reeks alinea’s om opmaak toe te passen op verschillende alinea’s.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 399 Hiermee worden alle regels behalve de laatste uitgevuld. Die regel wordt rechts uitgelijnd. Hiermee worden alle regels uitgevuld. De laatste regel wordt geforceerd uitgevuld. De opties voor verticale tekst zijn: Hiermee worden alle regels behalve de laatste uitgevuld. Die regel wordt aan de bovenzijde uitgelijnd. Hiermee worden alle regels behalve de laatste uitgevuld. Die regel wordt op het midden uitgelijnd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 400 Zo gebruikt u hangende interpunctie voor Romaanse lettertypen: Kies Romeinse hangende interpunctie in het menu van het palet Alinea. Een vinkje geeft aan dat de optie is geselecteerd. Opmerking: wanneer u Romeinse hangende interpunctie gebruikt, worden double-byte leestekens die beschikbaar zijn in Chinese, Japanse en Koreaanse lettertypen in de geselecteerde reeks niet hangend gemaakt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 401 Ongewenste woordafbreking voorkomen U kunt voorkomen dat woorden aan het einde van een regel worden afgebroken (bijvoorbeeld eigennamen of woorden waarbij afbreking kan leiden tot onduidelijkheid). U kunt ook voorkomen dat een groep woorden wordt afgebroken (bijvoorbeeld reeksen initialen en achternamen). Zo voorkomt u dat tekens worden afgebroken: 1 Selecteer de tekens die niet mogen worden afgebroken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 402 Compositiemethoden Photoshop en ImageReady bieden twee compositiemethoden: Adobe Composer alle regels en Adobe Composer enkele regels. Beide compositiemethoden evalueren mogelijke regeleinden en kiezen het regeleinde dat het best overeenkomt met de opties voor woordafbreking en uitvulling die u voor een bepaalde alinea hebt opgegeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 403 Opties instellen voor Chinese, Japanse en Koreaanse tekst (Photoshop) Photoshop biedt verschillende opties voor het werken met Chinese, Japanse en Koreaanse (CJK) tekst. Tekens in CJK-lettertypen worden vaak double-byte tekens genoemd. Opties voor CJK-tekst weergeven Als u opties voor Chinese, Japanse en Koreaanse tekst wilt weergeven en instellen, selecteert u Aziatische tekstopties tonen in het dialoogvenster Voorkeuren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 404 De optie voor regelafstand die u kiest, is niet van invloed op de hoeveelheid ruimte tussen de regels. Met deze optie geeft u alleen op hoe de regelafstand wordt gemeten. (Zie “Regelafstand opgeven” op pagina 391.) Opmerking: Regelafstand boven tot boven en Regelafstand onder tot onder zijn niet beschikbaar voor verticale tekst. Zo geeft u op hoe de regelafstand wordt gemeten: 1 Selecteer de alinea’s die u wilt aanpassen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 405 Mojikumi Hiermee wordt de ruimte tussen leestekens, symbolen, cijfers en andere tekencategorieën in Japanse tekst bepaald. Photoshop bevat verschillende vooraf gedefinieerde Mojikumi-sets die zijn gebaseerd op de Japanse industriestandaard (JIS) X 4051-1995. Oidashi en Oikomi Als Kinsoku Shori of Mojikumi is ingeschakeld, kunt u verschillende methoden voor het verwerken van regeleinden kiezen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Tekst gebruiken Terug 406 Kies Set Mojikumi 4 als u spatiëring met volledige breedte voor alle tekens wilt gebruiken. Set Mojikumi 3 en Set Mojikumi 4. Zo selecteert u een Kinsoku Shori-set voor een alinea: Kies een optie in het popup-menu Kinsoku Shori in het palet Alinea: • Kies zonder om Kinsoku Shori uit te schakelen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Tekst gebruiken Terug 407 Burasagari gebruiken Burasagari laat single-byte punten, double-byte punten, single-byte komma’s en doublebyte komma’s buiten het selectiekader van de alinea vallen. Zo schakelt u Burasagari in of uit: Kies Burasagari in het menu van het palet Alinea. Een vinkje geeft aan dat de optie is ingeschakeld. Opmerking: de optie Burasagari is niet beschikbaar als Kinsoku Shori is ingesteld op Geen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 408 Webpagina’s maken Webpagina’s ontwerpen met Photoshop en ImageReady Als u webpagina’s wilt ontwerpen met Adobe Photoshop en Adobe ImageReady, is het belangrijk dat u weet welke gereedschappen en functies in elke toepassing beschikbaar zijn. • Photoshop biedt gereedschappen voor het maken en bewerken van statische afbeeldingen voor gebruik op het web.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 409 Segmenten Met segmenten kunt u een bronafbeelding onderverdelen in functionele gebieden. Als u de afbeelding opslaat als webpagina, wordt elk segment opgeslagen als afzonderlijk bestand met een eigen kleurenpalet en eigen instellingen, koppelingen, rollovereffecten en animatie-effecten. Met segmenten kunt u de downloadsnelheid van afbeeldingen verhogen.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 410 Een subsegment is een type automatisch segment dat wordt gegenereerd als u overlappende segmenten maakt. Subsegmenten geven aan hoe de afbeelding wordt verdeeld wanneer u het geoptimaliseerde bestand opslaat. Hoewel subsegmenten worden genummerd en een segmentsymbool krijgen, kunt u ze niet afzonderlijk van het onderliggende segment selecteren of bewerken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 411 Segmenten maken op basis van lagen Wanneer u een segment maakt op basis van een laag, omvat het segmentgebied alle pixelgegevens van de laag. Als u de laag verplaatst of de inhoud van de laag bewerkt, wordt het segmentgebied automatisch aangepast met de nieuwe pixels. Voorbeeld van de wijze waarop een op een laag gebaseerd segment wordt bijgewerkt wanneer de bronlaag wordt aangepast.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 412 Op lagen gebaseerde segmenten omzetten in gebruikerssegmenten Omdat een op een laag gebaseerd segment is gekoppeld aan de pixelgegevens van een laag, kunt u het segment alleen verplaatsen, combineren, verdelen, vergroten of verkleinen en uitlijnen door de laag te bewerken. Als u een op een laag gebaseerd segment wilt loskoppelen van de laag, kunt u het segment omzetten in een gebruikerssegment.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Webpagina’s maken Terug (ImageReady) Klik op de knop Zichtbaarheid van segmenten in/uitschakelen 413 . Zo toont of verbergt u automatische segmenten: Voer een van de volgende handelingen uit: • Activeer het gereedschap Segmentselectie en klik op Automatische segmenten weergeven of Automatische segmenten verbergen op de optiebalk. • (ImageReady) Kies Weergave > Tonen > Automatische segmenten.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 414 2 Geef een waarde op of kies een waarde met de schuifregelaar Kleuraanpassingen voor Segmenten van gebruiker, Automatische segmenten of beide. (Met de optie Segmenten van gebruiker stelt u de kleuraanpassingen in voor zowel gebruikerssegmenten als op lagen gebaseerde segmenten.) Deze waarde bepaalt in welke mate de helderheid en het contrast van niet-geselecteerde segmenten worden verlaagd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 415 Zo slaat u een segmentselectie op (ImageReady): 1 Selecteer een of meer segmenten. 2 Kies Segmenten > Segmentselectie opslaan. 3 Geef in het tekstvak Selectienaam een naam op en klik op OK. Zo laadt u een segmentselectie (ImageReady): Kies Segmenten > Segmentselectie laden en selecteer in het submenu de naam van de segmentselectie die u wilt laden.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 416 Gebruikerssegmenten en automatische segmenten verdelen In het dialoogvenster Segment verdelen kunt u segmenten horizontaal of verticaal verdelen, of beide. In Photoshop kunt u slechts één segment verdelen. In ImageReady kunt u meerdere segmenten tegelijk verdelen. Gedupliceerde segmenten zijn altijd gebruikerssegmenten, ongeacht of het originele segment een gebruikerssegment of een automatisch segment is.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 417 • Selecteer een segment. (In ImageReady kunt u meerdere segmenten selecteren.) Vervolgens houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u sleept vanuit de selectie. In ImageReady kiest u Segmenten > Segment dupliceren of de optie Segment dupliceren in het menu van het palet Segment. • (ImageReady) Selecteer een segment in het palet Rollovers en kies Segment dupliceren in het paletmenu.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 418 Zo wijzigt u de stapelvolgorde van segmenten: 1 Selecteer een segment. In ImageReady kunt u meerdere segmenten selecteren. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Activeer het gereedschap Segmentselectie en klik op een optie voor de stapelvolgorde op de optiebalk: Op voorgrond , Naar voren , Naar achteren , Op achtergrond .
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 419 Gebruikerssegmenten en op lagen gebaseerde segmenten verwijderen Wanneer u een gebruikerssegment of een op een laag gebaseerd segment verwijdert, worden automatische segmenten gegenereerd om het documentgebied op te vullen. Bij het verwijderen van een op een laag gebaseerd segment wordt de bijbehorende laag niet verwijderd.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 420 Selecteer het gereedschap Segmentselectie en klik op de knop Segmentopties op de optiebalk: U kunt deze methode alleen gebruiken in het hoofdgedeelte van Photoshop en niet in het dialoogvenster Opslaan voor web van die toepassing. Zo geeft u het palet Segment weer (ImageReady): Kies Venster > Segment of klik op de paletknop voor het gereedschap Segmentselectie.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 421 Achtergrondkleuren voor segmenten opgeven Met de optie Achtergrondkleur kunt u een kleur selecteren om het transparante gebied (bij segmenten van het type Afbeelding) of het volledige gebied (bij segmenten van het type Geen afbeelding) van het segment te vullen. In Photoshop is deze optie alleen beschikbaar als u het dialoogvenster Segmentopties opent vanuit het dialoogvenster Opslaan voor web.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 422 • _parent: hiermee geeft u het gekoppelde bestand in de oorspronkelijke hoofdkaderset weer. Kies deze optie als het HTML-document kaders bevat en het huidige kader een subkader is. Het gekoppelde bestand verschijnt in het huidige hoofdkader. • _top: hiermee vervangt u het volledige browservenster door het gekoppelde bestand, waarbij alle huidige kaders worden verwijderd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Webpagina’s maken Terug 423 B: hiermee geeft u de pixelafstand op tussen de onderrand van het segment en de onderrand van de inhoud van de laag. Browsermeldingen opgeven Met de opties Melding en Alt kunt u de meldingen opgeven die in de browser worden weergegeven. Deze opties zijn alleen beschikbaar voor segmenten van het type Afbeelding.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 424 4 (Dialoogvenster Opslaan voor web van Photoshop en ImageReady) Als de tekst opmaaklabels voor HTML bevat, selecteert u de optie Tekst is HTML. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, wordt alle tekst die u invoert (inclusief opmaaklabels), weergegeven op de resulterende webpagina. 5 (Dialoogvenster Opslaan voor web van Photoshop en ImageReady) Selecteer de gewenste opties in het gedeelte Celuitlijning van het dialoogvenster.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 425 Segmenten koppelen (ImageReady) Als u segmenten koppelt, kunt u optimalisatie-instellingen delen tussen segmenten. Als u optimalisatie-instellingen toepast op een gekoppeld segment, worden alle segmenten in de set bijgewerkt. Gekoppelde segmenten in het GIF- en PNG-8-formaat delen ook een kleurenpalet en een ditherpatroon.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 426 Het belangrijkste verschil tussen het gebruik van afbeeldingen met hyperlinks en het gebruik van segmenten om koppelingen te definiëren is de manier waarop de bronafbeelding wordt geëxporteerd als webpagina. Bij afbeeldingen met hyperlinks wordt de geëxporteerde afbeelding intact gelaten en als één bestand opgeslagen, terwijl bij segmenten de afbeelding wordt geëxporteerd als afzonderlijk bestand.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 427 Zo maakt u een gebied met hyperlinks met een gereedschap voor afbeeldingen met hyperlinks: 1 Selecteer het gereedschap Rechthoekafbeelding met hyperlinks , het gereedschap Ronde afbeelding met hyperlinks of het gereedschap Veelhoekafbeelding met hyperlinks in de gereedschapset.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 428 2 Kies Op laag gebaseerd gebied van afbeelding met hyperlinks naar voren plaatsen in het menu van het palet Afbeelding met hyperlinks. Als de laag meerdere, nietoverlappende gebieden met pixelgegevens bevat, worden er ook meerdere op gereedschap gebaseerde gebieden met hyperlinks gegenereerd.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 429 Afbeeldingen met hyperlinks selecteren en wijzigen (ImageReady) U kunt op gereedschap gebaseerde gebieden met hyperlinks verplaatsen, ordenen, uitlijnen en dupliceren met het palet Afbeelding met hyperlinks. Er zijn minder bewerkingen beschikbaar voor het wijzigen van op lagen gebaseerde gebieden met hyperlinks, omdat deze gebieden zijn gekoppeld aan de pixelgegevens van de bijbehorende laag.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 430 2 Sleep een greep op het kader van de afbeelding met hyperlinks om de grootte van het gebied met hyperlinks aan te passen. Zo verplaatst u een op gereedschap gebaseerd gebied met hyperlinks of wijzigt u de grootte ervan met numerieke coördinaten: 1 Selecteer een rechthoekig of rond gebied met hyperlinks.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 431 Het duplicaat wordt boven op het origineel geplaatst, 10 pixels omlaag en naar rechts verschoven. U kunt het duplicaat verplaatsen, vergroten of verkleinen en anderszins wijzigen. Afbeeldingen met hyperlinks ordenen In het palet Rollovers wordt de stapelvolgorde van afbeeldingen met hyperlinks weergegeven.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 432 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Activeer het gereedschap Afbeelding met hyperlinks selecteren en klik op de optiebalk op een distributieoptie: Bovenranden gebied van afbeelding met hyperlinks distribueren , Verticale midden gebied van afbeelding met hyperlinks distribueren , Onderranden gebied van afbeelding met hyperlinks distribueren , Linkerranden gebied van afbeelding met hyperlinks distribueren , Horizo
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Webpagina’s maken Terug 433 _top: hiermee vervangt u het volledige browservenster door het gekoppelde bestand, waarbij alle huidige kaders worden verwijderd. Opmerking: bekijk referentiemateriaal over HTML op papier of op het web voor meer informatie over kaders. 4 Typ in het palet Afbeelding met hyperlinks tekst voor een Alt-label in het tekstvak Alt.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 434 Webfotogalerieën maken (Photoshop) Met de opdracht Webfotogalerie kunt u automatisch een webfotogalerie genereren op basis van een set afbeeldingen. Een webfotogalerie is een website die een homepage heeft met miniatuurafbeeldingen en galeriepagina’s met afbeeldingen in de oorspronkelijke grootte. Elke pagina bevat koppelingen waarmee bezoekers door de site kunnen navigeren.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 435 4 Als u opties wilt instellen voor de banner die wordt weergegeven op elke pagina in de galerie, kiest u Banner in het popup-menu Opties. Voer dan de volgende handelingen uit: • Geef bij Sitenaam de titel van de galerie op. • Geef bij Fotograaf de naam van de persoon of organisatie op die het auteursrecht op de foto’s in de galerie heeft.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 436 • Selecteer bij Inhoud de optie Eigen tekst als u aangepaste tekst wilt invoeren. Selecteer Bestandsnaam, Bijschrift, Verantwoording, Titel of Copyright als u een tekst wilt weergeven die is ontleend aan het dialoogvenster Bestandsinfo. Zie “Bestandsinformatie opnemen” op pagina 446 voor meer informatie. • Stel de opties in voor lettertype, kleur en tekstuitlijning.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 437 Wanneer Photoshop de galerie genereert met dit sjabloonbestand, wordt de token %TITLE% vervangen door de tekst die u in het dialoogvenster Webfotogalerie als sitenaam hebt opgegeven. Als u een bestaande stijl beter wilt begrijpen, kunt u de bijbehorende HTMLsjabloonbestanden openen met een HTML-editor.
Adobe Photoshop Help Webpagina’s maken Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 438 Nieuwe webfotogaleriestijlen maken U kunt in Photoshop een nieuwe webfotogaleriestijl maken door de vereiste HTMLsjabloonbestanden te maken waarmee een galerie wordt gegenereerd. Zo maakt u een nieuwe webfotogaleriestijl: 1 Ga naar de map met de bestaande webfotogaleriestijlen. Zie “Stijlen voor webfotogalerieën” op pagina 436 voor de locatie van de stijlmappen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Webpagina’s maken Terug 439 %FRAMEINDEX% Bepaalt de koppeling voor de homepage die in het linkerkader van de kaderset wordt weergegeven. %HEADER% Bepaalt de titel van de galerie. %IMAGEBORDER% Bepaalt het kaderformaat voor de volledige afbeelding op een galeriepagina. %IMAGEPAGE% Bepaalt de koppeling naar een galeriepagina. %IMAGESRC% Bepaalt de URL voor de volledige afbeelding op een galeriepagina. %LINK% Bepaalt de kleur van koppelingen.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 440 Rollovers en animaties maken (ImageReady) Werken met lagen in rollovers en animaties Het gebruik van lagen is een essentieel onderdeel bij het maken van rollovers en animaties in ImageReady. Als u de afbeeldingsgegevens voor een rollover op een eigen laag plaatst, kunt u met de opdrachten en opties in het palet Lagen rollovereffecten instellen.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 441 Wijzigingen specifiek voor één staat of kader Zijn alleen van invloed op het actieve animatiekader of de actieve rolloverstaat. Wijzigingen in lagen die u aanbrengt met de opdrachten en opties in het palet Lagen, zoals dekking, overvloeimodus, zichtbaarheid, positie en stijl van een laag, gelden specifiek voor de staat of het kader.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 442 2 Selecteer de laag waarop u wilt afstemmen in het palet Lagen. 3 Kies Laag > Afstemmen of kies Afstemmen in het menu van het palet Lagen. 4 Selecteer een van de volgende opties: • Huidige animatie om de laagkenmerken voor het geselecteerde kader toe te passen op alle kaders in de animatie.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 443 Naast rolloverstaten kunt u in het palet Rollovers segmenten, afbeeldingen met hyperlinks en animatiekaders weergeven. Dankzij de weergave van segmenten en afbeeldingen met hyperlinks kunt u de elementen in een afbeelding met rollovereffecten terugvinden. Als u animatiekaders weergeeft, kunt u gemakkelijk zien welke staten van een afbeelding animaties bevatten.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 444 Rollovers maken en bewerken Als u rollovereffecten wilt toevoegen aan een afbeelding, gebruikt u het palet Rollovers in combinatie met het palet Lagen. Als u de afbeelding vervolgens opslaat als een webpagina, voegt ImageReady JavaScript-code toe aan het resulterende HTML-bestand om de rolloverstaten aan te geven.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 445 Rolloverstaten maken U kunt een groot aantal verschillende staten toevoegen aan de segmenten en afbeeldingen met hyperlinks in een afbeelding. Zo voegt u een rolloverstaat toe aan een segment of een afbeelding met hyperlinks: 1 Selecteer in het palet Rollovers of in de afbeelding het segment of de afbeelding met hyperlinks waaraan u de rolloverstaat wilt toevoegen.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 446 Klikken Hiermee activeert u de afbeelding als de gebruiker met de muis klikt op het segment of gebied met hyperlinks. De staat verschijnt totdat de webgebruiker de muis buiten het rollovergebied plaatst. Opmerking: klikken en dubbelklikken kunnen verschillend worden verwerkt in verschillende webbrowsers of verschillende versies van een webbrowser.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 447 2 Voer in het documentvenster de handeling uit waarmee de rolloverstaat wordt geactiveerd. Plaats de muisaanwijzer bijvoorbeeld op het segment of het gebied met hyperlinks voor de rollover om de staat Over te kunnen bekijken. Klik daarna op het segment of het gebied met hyperlinks om de status Klikken weer te geven.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 448 Zo maakt u een rolloverstijl: 1 Maak in het palet Rollovers de gewenste rolloverstaten. (Zie “Rolloverstaten maken” op pagina 445.) Opmerking: voor rolloverstijlen moet u een op een laag gebaseerd segment gebruiken. 2 Pas effecten op elke staat toe door de vooraf gedefinieerde stijlen in het palet Stijlen te gebruiken of zelf laageffecten in het palet Lagen te definiëren.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 449 Rolloverstaten opnieuw ordenen en verwijderen U kunt staten verplaatsen tussen segmenten en afbeeldingen met hyperlinks door ze naar een nieuwe locatie in het palet Rollovers te slepen. U kunt ook afzonderlijke staten of alle staten in een rollover verwijderen. Zo verplaatst u staten tussen segmenten en afbeeldingen met hyperlinks: Sleep de staat omhoog of omlaag in het palet Rollovers.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 450 Grootte van animatieminiaturen wijzigen Kies Paletopties in het menu van het palet Animatie, selecteer een miniatuurgrootte en klik op OK. Kaders toevoegen De eerste stap bij het maken van een animatie is kaders toevoegen. Wanneer u in ImageReady een afbeelding hebt geopend, wordt de afbeelding in het palet Animatie als eerste kader in een nieuwe animatie weergegeven.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug • Klik in het palet Animatie of in het palet Lagen op de knop Vooruit kader in de reeks als het huidige kader te selecteren. • Klik in het palet Animatie of in het palet Lagen op de knop Achteruit kader in de reeks als het huidige kader te selecteren. • Klik in het palet Animatie op de knop Selecteert eerste kader de reeks als het huidige kader te selecteren.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 452 Zo verwijdert u geselecteerde kaders: Voer in het palet Animatie of het palet Rollovers een van de volgende handelingen uit: • Selecteer Kader verwijderen in het menu van het palet. • Klik op de knop met de prullenbak • Sleep het geselecteerde kader naar de knop met de prullenbak. en klik op Ja om de verwijdering te bevestigen.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 453 Kaders tussenvoegen Met de opdracht Tussenvoegen kunt u automatisch een reeks kaders tussen twee bestaande kaders toevoegen of wijzigen. De laagkenmerken (positie-, dekkings- of effectparameters) worden hierbij gelijkmatig over de nieuwe kaders verdeeld en wekken zo de suggestie van beweging.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 454 • Positie als u de positie van de inhoud van de laag in de nieuwe kaders gelijkmatig tussen het eerste en het laatste kader wilt variëren. • Dekking als u de dekking van de nieuwe kaders gelijkmatig tussen het eerste en het laatste kader wilt variëren. • Effecten als u de parameterinstellingen van laageffecten gelijkmatig tussen het eerste en het laatste kader wilt variëren.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 455 2 Klik in het palet Animatie op de vertragingswaarde onder het geselecteerde kader. Het popup-menu Vertraging verschijnt. 3 Geef de vertraging op: • Kies een waarde in het popup-menu. (De laatste gebruikte waarde verschijnt onder aan het menu.) • Kies Anders, voer in het dialoogvenster Kadervertraging instellen een waarde in en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 456 Het pictogram Verwijderingsmethode geeft aan of het kader is ingesteld op Niet verwijderen of op Terug naar achtergrond . (Wanneer de verwijderingsmethode op Automatisch is ingesteld, verschijnt er geen pictogram.) Zo kiest u een verwijderingsmethode: 1 Selecteer een kader of kaders waarvoor u een verwijderingsmethode wilt kiezen.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 457 Zo bekijkt u een animatie in ImageReady: 1 Klik op de knop Afspelen in het palet Animatie. De animatie wordt in het documentvenster weergegeven. De animatie wordt oneindig herhaald, tenzij u in het dialoogvenster Afspeelopties een andere herhalingswaarde hebt opgegeven. (Zie “Lussen opgeven” op pagina 454.) 2 U stopt de animatie door op de stopknop te klikken .
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 458 het optimalisatiepalet is deze functie niet beschikbaar. (Zie “Optimalisatieopties voor GIF- en PNG-8-formaat” op pagina 466.) Belangrijk: stel de verwijderingsmethode voor kaders in op Automatisch wanneer u de optie Overbodige pixels verwijderen gebruikt. (Zie “Verwijderingsmethode voor kader instellen” op pagina 455.) 3 Klik op OK.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 459 2 Selecteer QuickTime-movie in het popup-menu voor bestandsindeling. Opmerking: onder Windows is de indeling QuickTime-movie alleen beschikbaar als QuickTime op uw computer is geïnstalleerd. 3 Typ een bestandsnaam en kies een locatie voor het bestand. 4 Klik op Opslaan. 5 Pas desgewenst de compressie-instellingen aan en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Rollovers en animaties maken (ImageReady) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 460 Zo importeert u een map met bestanden als kaders: 1 Plaats de bestanden die u als kaders wilt gebruiken in een map. Zorg dat de map alleen de afbeeldingen bevat die u als kaders wilt gebruiken. De resulterende animatie wordt beter weergegeven als alle bestanden dezelfde pixelafmetingen hebben.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 461 Afbeeldingen voorbereiden voor het web Optimalisatie Optimalisatie is het proces waarin de weergavekwaliteit en de bestandsgrootte van een afbeelding worden afgestemd op gebruik op het web of in andere online media.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 462 Het dialoogvenster Opslaan voor web (Photoshop) In het dialoogvenster Opslaan voor web selecteert u opties voor optimalisatie en kunt u voorvertoningen van de geoptimaliseerde afbeeldingen weergeven. B A C D E F G Dialoogvenster Opslaan voor web A. Gereedschapset B. Popup-menu Voorvertoning C. Popup-menu Optimaliseren D. Popup-men u Kleurentabel E. Tekstvak Zoomen F.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 463 Weergave selecteren Klik op een ander deelvenster van het dialoogvenster Opslaan voor web om een nieuwe weergave te selecteren. Als u in de weergave 2-maal tonen of 4maal tonen werkt, selecteert u een weergave voordat u de optimalisatie-instellingen toepast. Een zwart kader geeft aan welke weergave u hebt geselecteerd.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 464 • Om een segment te ontkoppelen, selecteert u het segment en kiest u Segmenten ontkoppelen in het popup-menu Optimaliseren. • Als u alle segmenten in de afbeelding wilt ontkoppelen, kiest u Alle segmenten ontkoppelen in het popup-menu Optimaliseren. Palet Optimaliseren (ImageReady) U gebruikt het palet Optimaliseren om optimalisatie-opties te kiezen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 465 Zo selecteert u een weergaveoptie: Klik op de weergave die u wilt selecteren. Een zwart kader geeft aan welke weergave u hebt geselecteerd. Opmerking: als u in de weergave 2-maal of 4-maal werkt, selecteert u een weergave voordat u de optimalisatie-instellingen toepast. In de weergave 2-maal of 4-maal ziet u in het notitiegebied onder elke afbeelding waardevolle informatie over het optimaliseren.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 466 2 Selecteer een optie voor Beginnen met: • Huidige instellingen als u de huidige optimalisatie-instellingen wilt gebruiken. • Automatisch GIF/JPEG selecteren als u automatisch een GIF- of JPEG-afbeelding wilt maken. (Afhankelijk van de kleurenanalyse van de afbeelding wordt door Photoshop of ImageReady een GIF- of JPEG-formaat geselecteerd.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 467 Met verlies (alleen GIF) Geef een waarde voor Verlies op om compressie met verlies toe te staan. Bij compressie met verlies wordt de bestandsgrootte verminderd door op selectieve wijze gegevens te verwijderen. Bij een hogere instelling voor Verlies worden meer gegevens verwijderd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen voorbereiden voor het web Terug 468 kan de bestandsgrootte ook toenemen. Met behulp van maskers op basis van tekstlagen, vormlagen en alfakanalen kunt u het rasteringpercentage laten variëren in de verschillende onderdelen van een afbeelding. Op deze manier kunt u de weergavekwaliteit van belangrijke onderdelen van de afbeelding verbeteren, zonder dat het bestand aanzienlijk groter wordt. (Zie “Variabele optimalisatie” op pagina 475.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 469 Om volledig transparante pixels te vullen met een geselecteerde kleur en gedeeltelijk transparante pixels te laten overvloeien met dezelfde kleur, selecteert u een randkleur en schakelt u Transparantie uit. A B C D Voorbeelden van transparantie en randkleur: A. Oorspronkelijke afbeelding B. Transparantie ingeschakeld met een randkleur C. Transparantie ingeschakeld zonder randkleur D.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 470 Bij Dithering voor ruistransparantie wordt een willekeurig patroon toegepast dat lijkt op de algoritme voor diffusie, zonder dat het patroon over aangrenzende pixels wordt verspreid. Er verschijnen geen kleurovergangen bij de rasteringalgoritme Ruis.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 471 Kwaliteit Kies een optie in het menu Kwaliteitsniveau of geef een waarde op in het tekstvak Kwaliteit. Bij een hogere instelling voor Kwaliteit behoudt de compressiealgoritme meer details. Een hogere instelling voor Kwaliteit leidt echter tot een groter bestand dan een lagere instelling voor Kwaliteit.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 472 Het voordeel van PNG-24 is dat u hiermee maar liefst 256 transparantieniveaus in een afbeelding kunt opslaan. Schakel Transparantie in als u een afbeelding wilt opslaan met meerdere transparantieniveaus. Zie “Optimalisatieopties voor GIF- en PNG-8-formaat” op pagina 466 voor meer informatie over de opties voor interliniëring, transparantie, randkleur.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 473 2 Geef de instellingen een naam en sla ze op in de map Voorinstellingen/Optimale instellingen in de programmamap van Photoshop. Opmerking: als u de instellingen op een andere locatie opslaat dan in de map Voorinstellingen/Optimale instellingen, zijn ze niet beschikbaar in het popup-menu Instellingen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 474 • Oneffen (naaste buur) voor een snellere maar minder nauwkeurige methode. Deze methode wordt aanbevolen voor gebruik bij illustraties die randen zonder anti-aliasing bevatten om harde randen te behouden en een kleiner bestand te verkrijgen. • Vloeiend (bicubisch) voor een langzamere, maar nauwkeurigere methode met vloeiendere gradaties van kleurtonen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 475 Zo stelt u voorkeuren voor optimalisatie in: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Windows en Mac OS 9.x: kies Bewerken > Voorkeuren > Optimalisatie. • In Mac OS X kies: ImageReady > Voorkeuren > Optimalisatie.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 476 Maskers en variabele optimalisatie In Photoshop en ImageReady worden automatisch maskers gegenereerd als u een tekstof een vormlaag maakt. U kunt maskers ook handmatig maken en ze opslaan in alfakanalen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 477 Als u het laagste kwaliteitsniveau wilt instellen, sleept u de linkertab (zwart) op de schuifregelaar, voert u een waarde in het tekstvak Minimum in of wijzigt u de huidige waarde met de pijlen. 6 Klik op OK.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 478 3 Kies welke maskers u wilt gebruiken: • Alle tekstlagen om maskers te gebruiken uit alle tekstlagen in de afbeelding. • Alle vectorvormlagen om maskers te gebruiken uit alle vormlagen in de afbeelding. • Kanaal om een alfakanaal uit het menu te kiezen. In ImageReady kunt u Selectie opslaan kiezen om een nieuw alfakanaal te maken op basis van de huidige selectie.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 479 De kleurentabel biedt u totale controle over de kleuren in geoptimaliseerde GIF- en PNG8-afbeeldingen (en ook over oorspronkelijke afbeeldingen in geïndexeerde-kleurmodus). De kleurentabel heeft een maximum van 256 kleuren.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 480 Perceptueel Hiermee wordt een aangepaste kleurentabel gemaakt waarin kleuren waarvoor het menselijke oog gevoeliger is een hogere prioriteit hebben. Selectief Hiermee wordt een kleurentabel gemaakt die vergelijkbaar is met de perceptuele kleurentabel, maar waarin brede kleurgebieden worden benadrukt en webkleuren behouden blijven.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 481 Zo sorteert u een kleurentabel: Kies een sorteervolgorde in het menu van het palet Kleurentabel: • Niet gesorteerd: Hiermee wordt de oorspronkelijke sorteervolgorde hersteld. • Sorteren op kleurtoon: of op de locatie van de kleur op de standaardkleurenschijf (uitgedrukt in een aantal graden van 0 tot 360). Neutrale kleuren hebben een kleurtoon met de waarde 0 en staan bij de rode kleurtonen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 482 Zwart en wit opnemen in een kleurentabel U kunt ook zwart en wit toevoegen aan de kleurentabel als de afbeelding deze kleuren niet bevat. Zwart en wit toevoegen is handig als u bestanden voorbereidt voor toepassingen waarmee u multimediaobjecten maakt, zoals Adobe After Effects ®. Zo voegt u zwart en wit toe aan de kleurentabel voor een afbeelding: 1 Kies zwart of wit als voorgrondkleur.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 483 Zo selecteert u alle niet-web-veilige kleuren: Kies Alle niet-web-veilige kleuren selecteren in het menu van het palet Kleurentabel. Zo geeft u geselecteerde kleuren in een afbeelding weer (ImageReady): Selecteer de geoptimaliseerde afbeelding.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 484 Zo wijzigt u kleuren in de meest verwante kleuren uit het webpalet: 1 Selecteer een of meer kleuren in de geoptimaliseerde afbeelding of kleurentabel. (Zie “Kleuren selecteren” op pagina 482.) 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Klik op de knop Geselecteerde kleuren voor web verschuiven Kleurentabel.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 485 • Selecteer de kleuren die u wilt herstellen, klik op de knop Transparantie toewijzen of kies Toewijzing geselecteerde kleuren uit transparantie ongedaan maken in het menu van het palet Kleurentabel. • Als u alle naar transparantie omgezette kleuren wilt herstellen, kiest u Toewijzing alle transparante kleuren ongedaan maken.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 486 2 Verwijder de kleur: • Klik op de knop met de prullenbak . • Klik op Kleur verwijderen in het menu van het palet Kleurentabel. Kleurentabellen laden en opslaan U kunt kleurentabellen van geoptimaliseerde afbeeldingen opslaan om deze te gebruiken bij andere afbeeldingen en kleurentabellen laden die in andere toepassingen zijn gemaakt.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 487 3 Kies Afbeelding > Hoofdpalet > Toevoegen aan hoofdpalet. Alle kleurgegevens voor de huidige afbeelding worden toegevoegd aan het hoofdpalet. 4 Herhaal stap 2 en 3 voor alle afbeeldingen waarvan u de kleuren wilt opnemen in het hoofdpalet. 5 Selecteer optimalisatie-instellingen voor het hoofdpalet in het palet Optimaliseren.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 488 Kleuren kopiëren als hexadecimale waarden U kunt kleuren als hexadecimale waarden kopiëren vanuit bestanden in Photoshop of ImageReady met behulp van het contextmenu en het pipet of met behulp van menuopdrachten. In Photoshop kunt u een kleur als een hexadecimale waarde kopiëren in het hoofdwerkgebied (niet het dialoogvenster Opslaan voor web).
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 489 Optimalisatie-instellingen automatiseren met een druppel (ImageReady) U kunt optimalisatie-instellingen opslaan voor gebruik in afzonderlijke afbeeldingen of batches met afbeeldingen door een druppel te maken. Een druppel is een kleine toepassing waarmee de optimalisatie-instellingen worden toegepast op een afbeelding of een batch met afbeeldingen die u over het pictogram van de druppel sleept.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 490 Zo slaat u een geoptimaliseerde afbeelding op: 1 Selecteer de weergave met de gewenste optimalisatie-instellingen en voer een van de volgende handelingen uit: • (Photoshop) Klik op Opslaan in het dialoogvenster Opslaan voor web. • (ImageReady) Kies Bestand > Optimale opslaan om het bestand in de huidige toestand op te slaan.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 491 Uitvoeropties instellen Als u een geoptimaliseerde afbeelding opslaat als webpagina, kunt u opgeven hoe de HTML-bestanden worden opgemaakt, hoe segmenten en bestanden worden benoemd en hoe achtergrondafbeeldingen worden verwerkt. U geeft deze opties op in het dialoogvenster Uitvoerinstellingen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 492 Inclusief opmerkingen Voegt commentaar toe aan de HTML-code. In ImageReady is deze optie verplicht als u het resulterende bestand wilt bijwerken met de opdracht Bestand > HTML bijwerken. Altijd beeldkenmerken aanhalen Plaatst alle tag-kenmerken tussen haakjes.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 493 Standaard segmentnaamgeving Selecteer elementen in de popup-menu’s of typ tekst in de velden die u wilt gebruiken voor de standaardnamen voor alle segmenten. U kunt onder andere de volgende elementen opnemen: documentnaam, het woord slice (segment), getallen of letters als aanduiding voor segmenten of rolloverstaten, aanmaakdatum van het segment, interpunctie, of geen.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen voorbereiden voor het web Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 494 Achtergrondkleur Klik op het vak Kleur en kies een achtergrondkleur met de Kleurkiezer of kies een optie uit het popup-menu. Opties voor het opslaan van bestanden instellen U kunt de volgende opties instellen in de groep Bestanden opslaan: Bestandsnaamgeving Selecteer elementen in de popup-menu’s of typ tekst in de velden die u wilt gebruiken voor de standaardnamen voor alle bestanden.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 495 Afbeeldingen opslaan en exporteren Afbeeldingen opslaan De beschikbare opties voor opslaan variëren tussen Photoshop en ImageReady. ImageReady is in de eerste plaats bedoeld voor het maken van afbeeldingen die op webpagina’s worden geplaatst. Het is dus mogelijk dat een bepaald bestandsformaat of een bepaalde optie niet beschikbaar is in ImageReady. In dat geval schakelt u gewoon over naar Photoshop.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 496 Zo slaat u een bestand op in een ander bestandsformaat: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • (Photoshop) Kies Bestand > Opslaan als. • (ImageReady) Kies Bestand > Origineel exporteren. 2 Kies een bestandsformaat in het popup-menu.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 497 Steunkleuren Met deze optie worden ook de steunkleuren opgeslagen. Als u deze optie uitschakelt, wordt de afbeelding zonder steunkleuren opgeslagen. Proeflees-instellingen gebruiken, ICC-profiel (Windows) of Kleurprofiel insluiten (Mac OS) Met deze optie slaat u de afbeelding op als een document met kleurbeheer. (Zie “Profielen insluiten in opgeslagen documenten” op pagina 130.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 498 Voorvertoning Hiermee maakt u een afbeelding met een lage resolutie in de doeltoepassing. Als u een EPS-bestand zowel onder Windows als onder Mac OS wilt kunnen gebruiken, kiest u het TIFF-formaat. Een 8-bits voorvertoning geeft een betere weergavekwaliteit, maar ook grotere bestanden dan een voorvertoning van 1-bit.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 499 2 In het dialoogvenster DCS-formaat selecteert u de gewenste opties en klikt u op OK. Het dialoogvenster bevat alle opties die beschikbaar zijn voor Photoshop EPS-bestanden. Zie “Bestanden opslaan in Photoshop EPS-formaat (Photoshop)” op pagina 497 voor meer informatie.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 500 Zo slaat u een bestand op in JPEG-formaat: 1 Sla de illustratie op en kies JPEG in het menu Formaat. (Zie “Bestanden opslaan” op pagina 495.) 2 In het dialoogvenster JPEG-opties selecteert u de gewenste opties en klikt u op OK. Randkleur Als in de afbeelding transparantie wordt gebruikt, kiest u een randkleur om achtergrondtransparantie te simuleren.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 501 Versie van kleurprofiel verlagen Als u ICC-profiel (Windows) of Kleurprofiel insluiten (Mac OS) selecteert voor een versie 4-profiel in het dialoogvenster Opslaan, wordt het profiel verlaagd naar versie 2. Selecteer deze optie als u het bestand wilt openen in een toepassing die versie 4-profielen ondersteunt.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 502 Bestanden opslaan in TIFF-formaat TIFF is een flexibel formaat voor bitmapafbeeldingen, dat door vrijwel alle teken-, beeldbewerking- en paginaopmaakprogramma’s wordt ondersteund. Zo slaat u een bestand op in Photoshop TIFF-formaat: 1 Sla de illustratie op en kies TIFF in het menu Formaat. (Zie “Bestanden opslaan” op pagina 495.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 503 Afbeeldingen exporteren in ZoomView-formaat (Photoshop) ZoomView is een formaat voor het weergeven van afbeeldingen met een hoge resolutie op het World Wide Web. Met de mediaspeler Viewpoint kunnen gebruikers op een afbeelding in- of uitzoomen en de afbeelding verschuiven om de verschillende delen ervan te bekijken.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 504 Bestandsformaten Grafische bestandsformaten verschillen onderling door de manier waarop bestandsgegevens worden weergegeven (als pixels of als vectoren) en door de compressietechniek. Verder ondersteunt het ene formaat bepaalde functies in Photoshop en ImageReady wel, en het andere formaat niet.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 505 Voor maximale compatibiliteit met eerdere versies van Photoshop en met andere toepassingen (Photoshop): 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Windows en Mac OS 9.x kies: Bewerken > Voorkeuren > Bestandsbeheer. • In Mac OS X kies: Photoshop > Voorkeuren > Bestandsbeheer. 2 Selecteer Altijd compatibiliteit maximaliseren voor Photoshop-bestanden (PSD).
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 506 Photoshop EPS Het bestandsformaat EPS (Encapsulated PostScript) kan zowel vector- als bitmapafbeeldingen bevatten en wordt door nagenoeg alle grafische, illustratie- en paginaopmaakprogramma’s ondersteund. Het EPS-formaat wordt gebruikt voor het overbrengen van PostScript-illustraties naar andere toepassingen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 507 JPEG JPEG (Joint Photographic Experts Group) is het formaat dat veel wordt gebruikt om foto’s en andere continutoon-afbeeldingen in HTML-documenten (hypertext markup language) weer te geven op het World Wide Web en andere on line diensten. Het JPEG-formaat ondersteunt de kleurmodi CMYK, RGB en Grijswaarden, maar ondersteunt geen alfakanalen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 508 PICT-bestand Het PICT-formaat wordt onder Mac OS veel gebruikt als tussenliggend bestandsformaat voor het uitwisselen van bestanden tussen grafische en paginaopmaakprogramma’s. Het PICT-formaat ondersteunt RGB-afbeeldingen met één alfakanaal en afbeeldingen met geïndexeerde kleuren, grijswaardenafbeeldingen en afbeeldingen in bitmapmodus zonder alfakanalen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 509 Raw (Photoshop) Het Raw-formaat is een flexibel bestandsformaat voor het overdragen van afbeeldingen tussen applicaties en computerplatforms. Dit formaat ondersteunt CMYK, RGB- en grijswaardenafbeeldingen met alfakanalen, afbeeldingen met meerdere kanalen en Labafbeeldingen zonder alfakanalen. Het Raw-formaat bestaat uit een stroom bytes die de kleurinformatie in de afbeelding beschrijven.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 510 Targa Het TGA-formaat (Targa®) is ontworpen voor systemen die gebruikmaken van de Truevision®-videokaart en wordt algemeen ondersteund door kleurtoepassingen in MSDOS. Het Targa-formaat ondersteunt 16-bits RGB-afbeeldingen (5 bits x 3 kleurkanalen, plus één ongebruikte bit), 24-bits RGB-afbeeldingen (8 bits x 3 kleurkanalen) en 32-bits RGB-afbeeldingen (8 bits x 3 kleurkanalen, plus één 8-bits alfakanaal).
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 511 Algemeen Hier kunt u titel, auteur, bijschrift, copyrightgegevens en de URL van de eigenaar invoeren. Als u een copyrightsymbool in de titelbalk van het afbeeldingsvenster wilt weergeven, kiest u Werk met copyright in het menu Copyrightstatus. Als Photoshop een Digimarc-watermerk in de afbeelding ontdekt, wordt het gedeelte Copyrightinformatie automatisch bijgewerkt.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 512 Digitale copyrightinformatie opnemen U kunt een digitaal watermerk in Photoshop-afbeeldingen opnemen om aan te geven dat er copyright van toepassing is op de afbeelding. Voor deze watermerken wordt de Digimarc PictureMarc-techniek gebruikt. Watermerken zijn digitale codes die als ruis aan een afbeelding worden toegevoegd en die met het blote oog niet te zien zijn.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 513 • Comprimeer zo nodig de afbeelding door deze op te slaan in JPEG- of GIF-formaat. • Als de afbeelding moet worden afgedrukt, voert u de kleurscheiding uit. • Lees het watermerk en gebruik de signaalsterktemeter om te controleren of het watermerk sterk genoeg is voor uw doeleinden. • Publiceer de afbeelding met het watermerk.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 514 8 Selecteer Verifiëren om automatisch toegang te krijgen tot de duurzaamheid van het watermerk nadat deze is ingesloten (zie “De signaalsterktemeter” op pagina 514). 9 Klik op OK. De instelling Watermerk Duurzaamheid De standaardinstelling Watermerk Duurzaamheid is ontworpen om in de meeste afbeeldingen een balans te creëren tussen de duurzaamheid en de zichtbaarheid van het watermerk.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 515 Zo stelt u voorkeuren voor het opslaan van bestanden in: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • In Windows en Mac OS 9.x kies: Bewerken > Voorkeuren > Bestandsbeheer. • In Mac OS X kies: Photoshop > Voorkeuren > Bestandsbeheer.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 516 Voorvertoningen in de vorm van een pictogram worden zowel op het bureaublad als in bestandslijsten weergegeven (als u tenminste de weergave-optie Grote pictogrammen hebt gekozen). Layouts maken met meerdere afbeeldingen (Photoshop) Met de opdrachten bij Automatisch kunt u een aantal afbeeldingen automatisch exporteren in de vorm van een contactblad of een figuurpakket.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 517 Figuurpakketten maken Met de opdracht Figuurpakket plaatst u meerdere kopieën van een bronafbeelding op één pagina, net als portretfotografen vaak doen met hun afdrukken. U kunt kiezen uit een reeks opties voor grootte en plaatsing en zo de pakketindeling geheel aan uw wensen aanpassen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 518 Tweede regel Bevat de naam van de layout zoals deze verschijnt in het dialoogvenster Figuurpakket. Volgende regels Bepalen de positie en de afmetingen van elke afbeelding in de layout. Zo past u een layout voor een figuurpakket aan: 1 Maak een nieuw bestand in een tekstbewerkingstoepassing of open een bestaand bestand in de map Layouts (onder de map Voorinstellingen).
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 519 Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen (Photoshop) Photoshop kent een aantal functies waarmee u afbeeldingen in andere toepassingen kunt opnemen. Zo kunt u gebruikmaken van uitknippaden om transparante gebieden te definiëren in een afbeelding die u opneemt in een paginaopmaakprogramma. Onder Mac OS kunt u Photoshop-afbeeldingen bovendien opnemen in een groot aantal tekstverwerkingsbestanden.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afbeeldingen opslaan en exporteren Terug 520 U kunt een waarde opgeven van 0,2 tot 100 pixels. Voor afdrukken in hoge resolutie (1200 dpi tot 2400 dpi) is over het algemeen voor afvlakking een waarde van 8 tot 10 aan te bevelen, bij afdrukken in lage resolutie (300 dpi tot 600 dpi) een waarde van 1 tot 3. 4 Als u bij het afdrukken proceskleuren wilt gebruiken, moet u het bestand eerst omzetten naar CMYK-modus.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 521 Zo gebruikt u de opdracht Paden naar Illustrator: 1 Teken een pad en sla dit op of zet een bestaande selectie om in een pad. 2 Selecteer Bestand > Exporteren > Paden naar Illustrator. 3 Kies een locatie voor het geëxporteerde pad en geef een bestandsnaam op. 4 Klik op Opslaan. 5 Open het pad in Adobe Illustrator als nieuw bestand.
Adobe Photoshop Help Afbeeldingen opslaan en exporteren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 522 Zo kunt u een gekoppelde of ingesloten afbeelding in een OLE-toepassing wijzigen en bijwerken: 1 Dubbelklik op de gekoppelde of ingesloten afbeelding in de tekstverwerker of het paginaopmaakprogramma om Adobe Photoshop te starten (als dit nog niet is gestart) en open de afbeelding om deze te bewerken. 2 Wijzig de afbeelding naar keuze.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afdrukken (Photoshop) Terug 523 Afdrukken (Photoshop) Afdrukken Of u nu een afbeelding levert aan een extern service-bureau of snel een concept afdrukt op een desktopprinter, de volgende basiskennis maakt het afdrukken eenvoudiger en zorgt ervoor dat de afbeelding geheel naar wens wordt afgedrukt.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 524 U drukt als volgt een afbeelding af met de huidige opties: Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Bestand > Afdrukken en klik vervolgens op Afdrukken of OK. • Als u één kopie van een bestand wilt afdrukken zonder een dialoogvenster weer te geven, kiest u Bestand > Eén kopie afdrukken. Opmerking: Adobe Photoshop drukt standaard een samengestelde afbeelding af met alle zichtbare lagen en kanalen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afdrukken (Photoshop) Terug 525 U kunt als volgt een voorbeeld van de huidige afbeeldingspositie en -opties bekijken: Plaats de muisaanwijzer op het vak met bestandsinformatie (onder in het toepassingsvenster in Windows of onder in het documentvenster in Mac OS) en houd de muisknop ingedrukt.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 526 • Voer waarden in voor Hoogte en Breedte om de afbeelding numeriek opnieuw te schalen. • Selecteer Selectierechthoek tonen en sleep een selectiekadergreep in het voorbeeldgebied totdat u de gewenste schaling bereikt. Uitvoeropties instellen U kunt veel verschillende paginamarkeringen en overige uitvoeropties selecteren en weergeven met de opdracht Afdrukken met afdrukvoorbeeld.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afdrukken (Photoshop) Terug 527 Raster Met deze optie kunt u de rasterfrequentie en de stipvorm instellen voor elk raster dat in het afdrukproces wordt gebruikt. (Zie “Rasterattributen selecteren” op pagina 528.) Bijstellen Met deze optie kunt u bijstelfuncties aanpassen, die gewoonlijk worden gebruikt voor het compenseren voor puntverbreding of puntversmalling, die kunnen optreden wanneer een afbeelding naar film wordt overgezet.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 528 Negatief Hiermee wordt een omgekeerde versie van gehele uitvoer afgedrukt, met alle lagen en een achtergrondkleur. Met de optie Negatief wordt (in tegenstelling tot de opdracht Negatief in het menu Afbeelding) de uitvoer tot een negatief geconverteerd en niet de afbeelding op het scherm.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afdrukken (Photoshop) Terug 529 Neem voordat u rasters produceert contact op met de drukker of de copyshop voor de voorkeursinstellingen voor frequentie, hoek, en punten. (Gebruik de standaardhoekinstellingen tenzij de drukker of copyshop afwijkende instellingen opgeeft.) Zo definieert u rasterattributen: 1 Kies Bestand > Afdrukken met afdrukvoorbeeld. 2 Selecteer Meer opties tonen, kies Uitvoer in het popup-menu en klik op Raster.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 530 Zo slaat u rasterinstellingen op: Klik in het dialoogvenster Rasters op Opslaan. Kies een locatie voor de opgeslagen instellingen, voer een bestandsnaam in en klik op Opslaan. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop —> Standaard om de nieuwe instellingen als standaard op te slaan. Zo laadt u rasterinstellingen: Klik in het dialoogvenster Rasters op Laden.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 531 Vectorafbeeldingen afdrukken Als een afbeelding vectorafbeeldingen bevat, zoals vormen en tekst, kan Photoshop de vectorgegevens naar een PostScript-printer zenden. Als u kiest voor het opnemen van vectorgegevens, verzendt Photoshop voor elke tekst- en vectorvormlaag een afzonderlijke afbeelding naar de printer.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 532 proefdrukken wilt genereren op basis van de instellingen van een elektronische proefdruk. (Zie “Elektronische proefdruk van kleuren” op pagina 127.) 4 Selecteer onder Afdrukgebied een optie voor Profiel: • Kies het profiel dat overeenkomt met de kleurruimte van de printer om met deze printerruimte af te drukken. • Kies Als bron om af te drukken met het bronruimteprofiel.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index • Alle kleuren spreiden onder zwart. • Lichtere kleuren spreiden onder donkere kleuren. • Geel spreidt onder cyaan, magenta en zwart. • Zuiver cyaan en zuiver magenta spreiden evenmatig onder elkaar. Terug 533 Zo stelt u overvulling in: 1 Sla een versie van het bestand op in RGB-modus zodat u een oorspronkelijk versie van de afbeelding hebt.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 534 Zo converteert u een afbeelding naar duotoon: 1 U converteert de afbeelding naar grijswaarden door Afbeelding > Modus > Grijswaarden te kiezen. U kunt alleen 8-bits-grijswaardenafbeeldingen naar duotonen converteren. 2 Kies Afbeelding > Modus > Duotoon. 3 Selecteer Voorbeeld in het dialoogvenster Duotoonopties als u de resultaten van de duotooninstellingen op de afbeelding wilt bekijken.
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 535 De waarde die u in een tekstvak typt, geeft het percentage aan van de inktkleur dat wordt gebruikt voor het weergeven van de grijswaarde in de oorspronkelijke afbeelding. Als u bijvoorbeeld 70 invoert in het tekstvak 100%, wordt een 70% kleur van die inktkleur gebruikt om de 100% schaduwgebieden van de afbeelding af te drukken. (Zie “Dialoogvenster Curven (Photoshop)” op pagina 155.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Afdrukken (Photoshop) Terug 536 Afzonderlijke drukplaten bekijken Duotonen zijn eenkanaalsafbeeldingen: uw aanpassingen op individuele drukinkten worden dus weergegeven als gedeelte van de uiteindelijke samengestelde afbeelding. In bepaalde gevallen wilt u mogelijk de afzonderlijke “drukplaten” bekijken om te zien hoe de afzonderlijke kleuren worden gescheiden bij het afdrukken (zoals mogelijk is bij CMYKafbeeldingen).
Adobe Photoshop Help Afdrukken (Photoshop) Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 537 Kleurscheidingen afdrukken Wanneer u met CMYK-afbeeldingen of met afbeeldingen met steunkleuren werkt, kunt u elk kleurkanaal afdrukken als een afzonderlijke pagina. Opmerking: als u een afbeelding vanuit een andere toepassing afdrukt en u steunkleurkanalen naar steunkleurplaten wilt afdrukken, moet u het bestand eerst in DCS 2.0-formaat opslaan. DCS 2.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 538 Taken automatiseren Handelingen Een handeling is een reeks opdrachten die u opnieuw “afspeelt” op één bestand of een groep (batch) bestanden. U kunt bijvoorbeeld een handeling maken die eerst met de opdracht Afbeeldingsgrootte de grootte van een afbeelding in pixels instelt, die vervolgens het filter Onscherp masker toepast om details te verscherpen, en die tenslotte het bestand opslaat in het gewenste formaat.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 539 In Photoshop zijn handelingen ingedeeld in sets. U kunt nieuwe sets maken om uw handelingen te ordenen. (Zie “Handelingensets organiseren (Photoshop)” op pagina 549.) In ImageReady kunt u handelingen niet in sets ordenen. Zo geeft u het palet Handelingen weer: Kies Venster > Handelingen of klik op het tabblad van het palet Handelingen als het palet zichtbaar, maar niet actief is.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 540 van 3 pixels heeft bijvoorbeeld een ander effect op een bestand met 72 ppi als op een bestand met 144 ppi. En Kleurbalans heeft geen effect op een bestand in grijswaarden. • Wanneer u handelingen opneemt waarbij instellingen in dialoogvensters en paletten horen, worden alleen instellingen die u wijzigt opgenomen.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 541 Paden opnemen (Photoshop) Met de opdracht Pad invoegen kunt u een complex pad (gemaakt met een pen of geplakt uit Adobe Illustrator) opnemen in een handeling. Wanneer u de handeling afspeelt, wordt het werkpad het opgenomen pad. U kunt een pad invoegen tijdens of na de opname van een handeling. Opmerking: wanneer u handelingen opneemt waarin complexe paden zijn ingevoegd, vraagt dit veel geheugen.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 542 Modale besturingselementen inschakelen Een modaal besturingselement onderbreekt een handeling, zodat u waarden kunt invoeren in een dialoogvenster of kunt werken met een gereedschap dat de tussenkomst van de gebruiker vereist. U kunt alleen modale besturingselementen inschakelen voor handelingen waarbij dialoogvensters of modale gereedschappen worden geactiveerd.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 543 Een ingevoegde opdracht wordt pas uitgevoerd wanneer de handeling wordt afgespeeld. Het bestand blijft dus ongewijzigd tijdens het invoegen van de opdracht. Voor de opdracht worden geen waarden opgenomen in de handeling. Als de opdracht een dialoogvenster heeft, verschijnt dit tijdens het afspelen en wordt de handeling onderbroken totdat u op OK of Annuleren klikt.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 544 • Breedte & hoogte als afmetingen in breedte en hoogte moeten worden beperkt tot de nieuwe waarde voor breedte of voor hoogte. • Procent als afmetingen moeten worden beperkt met de nieuwe procentwaarde. 5 Selecteer Niet vergroten als u wilt voorkomen dat afbeeldingen die kleiner zijn dan de nieuwe afmetingen worden vergroot. 6 Klik op OK en ga door met het opnemen van de handeling.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 545 Zo speelt u één opdracht in een handeling af: 1 Selecteer de opdracht die u wilt afspelen. 2 Voer een van de volgende handelingen uit: • Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop Afspelen in het palet Handelingen. • Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en dubbelklik op de opdracht.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 546 Handelingen en opdrachten opnieuw ordenen U kunt handelingen opnieuw ordenen in het palet Handelingen en opdrachten ordenen binnen een handeling, zodat ze in een andere volgorde worden afgespeeld. Zo ordent u handelingen opnieuw: Sleep de handeling in het palet Handelingen naar een nieuwe locatie voor of na een andere handeling. Laat de muisknop los zodra de dikke zwarte lijn op de gewenste plaats staat.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 547 Druk op Annuleren om de waarden te behouden. Zo neemt u één opdracht opnieuw op: 1 Dubbelklik in het palet Handelingen op de opdracht. 2 Voer de nieuwe waarden in en klik op OK. Zo dupliceert u een handeling of opdracht: Voer een van de volgende handelingen uit: • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep de handeling of opdracht naar een nieuwe locatie in het palet Handelingen.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index • Terug 548 Selecteer de handeling en kies Handelingopties in het menu van het palet Handelingen. 2 Voer een nieuwe naam in voor de handeling of wijzig andere opties. Zie “Handelingen opnemen” op pagina 539 voor meer informatie over handelingopties. 3 Klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 549 2 Klik op OK om de huidige handelingen in het palet Handelingen te vervangen door de standaardset of klik op Toevoegen om de set standaardhandelingen aan de huidige handelingen in het palet toe te voegen. Handelingen opslaan (ImageReady) Alle handelingen die u maakt worden opgeslagen in de map Handelingen van ImageReady in de map Instellingen ImageReady 7.0.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 550 Zo verplaatst u een handeling naar een andere set: Sleep de handeling in het palet Handelingen naar een andere set. Laat de muisknop los zodra de dikke zwarte lijn op de gewenste plaats staat. Zo hernoemt u een handelingenset: 1 Selecteer Opties instellen in het popup-menu van het palet Handelingen. 2 Voer een naam in voor de set en klik op OK.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 551 5 Selecteer Inclusief alle submappen als u ook bestanden in submappen wilt bewerken. 6 Selecteer Waarschuwingen omtrent kleuren en profielen onderdrukken als u de weergave van waarschuwingen over kleurbeleid wilt uitschakelen. 7 Kies bij Doel een bestemming voor de verwerkte bestanden: • Geen als u de bestanden open wilt laten zonder wijzigingen op te slaan (tenzij de handeling de opdracht Opslaan bevat).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 552 Druppels Een druppel is een klein programma dat een handeling uitvoert op een of meerdere afbeeldingen die u naar het druppelpictogram sleept: in Photoshop of in ImageReady. U kunt een druppel opslaan op het bureaublad of op een locatie op de schijf. Druppels maken van een handeling Handelingen zijn de basis van druppels.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Taken automatiseren Terug 553 Kies bij Compatibiliteit de opties Windows, Mac OS en UNIX om bestandsnamen compatibel te maken met de besturingssystemen Windows, Mac OS en UNIX. 7 Selecteer een optie voor foutverwerking bij Fouten: • Stoppen voor fouten als u het proces wilt onderbreken totdat u het foutbericht hebt bevestigd. • Fouten in logboekbestand als u elke fout in een logbestand wilt registreren zonder het proces te stoppen.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 554 • Als u even wilt pauzeren, klikt u op Pauzeren. Klik op Hervatten om de uitvoering te hervatten. • Als u de uitvoering wilt annuleren, klikt u op Stoppen. Druppels bewerken (ImageReady) In ImageReady kunt u de opdrachten in een druppel bewerken zoals u de opdrachten in een handeling bewerkt. Ook kunt u batchopties instellen voordat of nadat de druppel is gemaakt.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 555 • Afbeeldingen weergeven als u wilt dat afbeeldingen worden weergegeven tijdens de verwerking. • Pauze voor opslaan als de verwerking van iedere afbeelding onderbroken moet worden voordat deze wordt opgeslagen. 5 Kies opties voor de foutverwerking bij Fouten: • Stoppen als u het proces wilt onderbreken totdat u het foutbericht hebt bevestigd. • Stap overslaan als u stappen met fouten erin niet wilt uitvoeren.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 556 • Contactblad II maakt van alle bestanden in de geselecteerde map miniatuurvoorbeelden op één blad. (Zie “Contactbladen maken” op pagina 516.) • Afbeelding passend wijzigt de huidige afmetingen van de afbeelding in de hoogte en breedte die u opgeeft, zonder de verhoudingen te wijzigen. Opmerking: de afbeelding wordt opnieuw berekend, waardoor de hoeveelheid informatie in de afbeelding wordt aangepast.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 557 Gegevensgestuurde afbeeldingen Gegevensgestuurde afbeeldingen maken het mogelijk om meerdere versies van een afbeelding snel en nauwkeurig te produceren. U wilt bijvoorbeeld 500 verschillende webbanners maken op basis van dezelfde sjabloon. Voorheen moest u dan handmatig de sjabloon vullen met gegevens (afbeeldingen, tekst, enzovoort).
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index • Taken automatiseren Terug 558 Met Pixel vervangen kunt u de pixels in de laag vervangen door pixels uit een ander afbeeldingsbestand. Opmerking: u geeft de vervangende afbeelding op wanneer u een gegevensset definieert. (Zie “Gegevenssets” op pagina 559.) • Met Tekst vervangen kunt u een tekstreeks in een tekstlaag vervangen. 4 Voer desgewenst namen voor de variabelen in.
Adobe Photoshop Help Taken automatiseren Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 559 Gegevenssets Een gegevensset is een verzameling variabelen met gekoppelde gegevens. U kunt schakelen tussen verschillende gegevenssets om verschillende gegevens in de sjabloon te laden. Zo bewerkt u de standaardgegevensset: 1 Voer een van de volgende handelingen uit: • Kies Afbeelding > Variabelen > Gegevenssets.
Adobe Photoshop Help Help gebruiken | Inhoud | Index Taken automatiseren Terug 560 Zo verwijdert u een gegevensset: Selecteer de gegevensset die u wilt verwijderen en klik op de knop Prullenbak . Voorvertoning van gegevensgestuurde afbeeldingen In de modus Voorbeelddocument kunt u een voorvertoning van de sjabloon bekijken wanneer rendering met verschillende gegevenssets is toegepast.
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Macintosh Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 561 Sneltoetsen voor Macintosh Weergeven Resultaat Handeling Plaatst afbeelding passend in venster Dubbelklik op 100% vergroting Dubbelklikken op Zoomt in of uit + of of + + Ø (nul) + spatiebalk + Return in palet Navigator Zoomt in op een bepaald gebied van een afbeelding* + slepen over voorvertoning in het palet Navigator Schuift de afbeelding met het Handje op* Spatiebalk + slepen of slepen van weer
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Macintosh Help gebruiken | Inhoud | Index Terug Doorsnijdt een selectie Een selectiegereedschap + slepen Beperkt selectiekader tot vierkant of cirkel (als geen andere selecties actief zijn)‡ Tekent selectiekader vanuit het middelpunt (als geen andere selecties actief zijn)‡ Beperkt vorm en sleept selectiekader vanuit het middelpunt ‡ + 562 + + slepen + slepen + + slepen (behalve wanneer of een pengereedschap*, segment, padgereedschap*, vormgereedschap*, ger
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Macintosh Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 563 Tekenen Resultaat Handeling Een tekengereedschap + vormgereedschap + ) Selecteert achtergrondkleur + Verwijdert * + + klikken Stelt dekking, tolerantie, sterkte of overbelichting voor tekenmodus in Een teken- of bewerkgereedschap + cijfertoetsen (bijvoorbeeld 0 = 100%, 1 = 10%, 4 en 5 snel achter elkaar = 45%) (Gebruik voor Airbrush + cijfertoetsen) Stelt vloeiing in voor tekenmodus Een willekeurig teke
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Macintosh Help gebruiken | Inhoud | Index Terug Selecteert 1 teken links/rechts of 1 regel omlaag/omhoog of 1 woord links/rechts + Selecteert tekens vanaf het invoegpunt tot waar u met de muis klikt + klikken Verplaatst 1 teken naar links/rechts, 1 regel omlaag/omhoog of 1 woord naar links/rechts Bepaalt nieuwe oorsprong over bestaande tekst Selecteert woord, regel, alinea of hele tekst of , of + + + + klikken of klikken + slepen Klik twee keer, drie keer
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Macintosh Help gebruiken | Inhoud | Index Terug Vergroot/verkleint regelafstand met 2 punten/pixels Vergroot/verkleint de basislijnverschuiving met 2 punten/pixels Vergroot/verkleint tekenspatiëring/ tekstspatiëring met 20/1000 ems † Houd ingedrukt om 10x te verkleinen/vergroten Houd ingedrukt om 10x te verkleinen/vergroten †† * + + + 565 †† + †† †† Niet in ImageReady Command Shift Option Toets Pad bewerken* Resultaat Handeling Selecteert meerdere
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Macintosh Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 566 Segmenteren en optimaliseren Resultaat Handeling Schakelt browser-dithering voor geselecteerd afbeeldingsdeelvenster in de weergave Geoptimaliseerd in/uit§ Bladert door voorvertoningen van gamma in geselecteerd afbeeldingsdeelvenster§ Schakelt tussen de vensters Geoptimaliseerd/2-maal tonen/4-maal tonen/Origineel§ + + +Y +Y +Y Schakelt tussen de gereedschappen Segment en Segmentselectie Tekent een vierkant
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Windows Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 567 Sneltoetsen voor Windows Weergeven Resultaat Handeling Plaatst afbeelding passend in venster Dubbelklik op of Ctrl + Ø (nul) 100% vergroting Dubbelklik op of Alt + Ctrl + Ø (nul) Zoomt in of uit Ctrl + of Ctrl + spatiebalk of Alt + spatiebalk Past zoompercentage toe en houdt zoompercentagevenster geopend* + Enter in het palet Navigator Zoomt in op een bepaald gebied van een afbeelding* Ctrl + slepen o
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Windows Help gebruiken | Inhoud | Index Beperkt selectiekader tot vierkant of cirkel (als geen andere selecties actief zijn)‡ Sleept selectiekader uit middelpunt (als geen andere selecties actief zijn)‡ Beperkt vorm en sleept selectiekader vanuit het middelpunt‡ Terug 568 + slepen Alt + slepen + Alt + slepen Ctrl (behalve wanneer of een pengereedschap*, pad*, vormgereedschap*, segment, gereedschap voor rechthoekafbeelding met hyperlinks§, ronde afbeelding met hype
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Windows Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 569 Tekenen Resultaat Handeling Een tekengereedschap + Alt (of een vormgereedschap + Alt) Selecteert achtergrondkleur + Alt + klikken * + Verwijdert * + Alt + klikken Stelt dekking, tolerantie, sterkte of overbelichting voor tekenmodus in Een teken- of bewerkgereedschap + cijfertoetsen (bijv.
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Windows Help gebruiken | Inhoud | Index Selecteert tekens vanaf het invoegpunt tot waar u met de muis klikt Verplaatst 1 teken naar links/rechts, 1 regel omlaag/omhoog of 1 woord naar links/rechts Bepaalt nieuwe oorsprong over bestaande tekst Terug 570 + klikken , of Ctrl + + klikken of klikken + slepen Selecteert woord, regel, alinea of hele tekst Klik twee keer, drie keer, vier keer of vijf keer Toont/verbergt selectie van geselecteerde tekst Ctrl + H Sch
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Windows Help gebruiken | Inhoud | Index Vergroot/verkleint de basislijnverschuiving met 2 punten/pixels Vergroot/verkleint tekenspatiëring/ tekstspatiëring met 20/1000 ems † Alt + 571 Terug 571 †† †† Houd Alt ingedrukt om 10x te verkleinen/vergroten †† * + Alt + Terug Houd Ctrl ingedrukt om 10x te verkleinen/vergroten Niet in ImageReady Shift Toets Pad bewerken* Resultaat * Handeling Selecteert meerdere ankerpunten + Selecteert gehele pad + Alt +
Adobe Photoshop Help Sneltoetsen voor Windows Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 572 Segmenteren en optimaliseren Resultaat Schakelt browserdithering in of uit voor geselecteerd afbeeldingsdeelvenster in de weergave Geoptimaliseerd§ + Ctrl + Y Bladert door voorvertoningen van gamma in geselecteerd afbeeldingsdeelvenster§ Alt + Ctrl + Y Schakelt tussen de vensters Geoptimaliseerd/2-maal tonen/4-maal tonen/Origineel§ Ctrl + Y Schakelt tussen de gereedschappen Segment en Segmentselectie Ctrl T
Adobe Photoshop Help Juridische aantekeningen Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 573 Juridische aantekeningen Copyright ©2002 Adobe Systems Incorporated. Alle rechten voorbehouden. Adobe® Photoshop® 7.0 Handboek voor Windows® en Macintosh Zowel dit handboek, als de hierin beschreven software, wordt geleverd onder licentie en mag alleen worden gebruikt of gekopieerd volgens de voorwaarden van de betreffende licentie.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 574 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Index A Aangepaste inktkleuren 293 Aangrenzend, optie 181, 251 Aanpassen CMYK-kleurruimten 136 kleurruimten grijswaarden 141 RGB-kleurruimten 135 steunkleurenprofielen 141 Aanpassingen.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 575 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z grootte weergeven 71 herstellen 39 importeren 77 importeren uit PDF-bestanden 82 informatie 66 informatie weergeven 51 lagen kopiëren tussen 320 maken op basis van historiestaat 42 maken op basis van opname 42 maximumgrootte 70 nieuwe maken 80 omzetten in andere bitdiepte 105 omzetten in andere kleurmodi 100, 105, 109 openen 80, 87 pixelafmetingen 67, 73 plaatsen 89, 519 roteren 88 r
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 576 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Afdrukbare kleuren 293 Afdrukken CMYK-versies van afbeeldingen 532 coderingsmethoden 530 duotonen 536 gedeelte van afbeelding 530 grootte en positie van afbeeldingen wijzigen 525 halftoonrasterattributen voor 528 informatie 523 informatie over dpi 69 kleurbeheer en 531 lagen en kanalen 524 overdrukkleuren 535 paginamarkeringen 526 PostScript Level 2 99 PostScript Level 3 99 voorverto
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 577 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z toevoegen en verwijderen 241 ANPA-kleuren 294 Anti-aliasing 3D rendering 211 Adobe Illustrator-bestanden 83 EPS-bestanden 83 geplaatste illustratie 90 in pixels omgezette vormen 226 optie voor laagstijl 339 PDF-bestanden 82 selecties 187, 310 tekst 385 Apparaatonafhankelijke kleur 99 Apple-kleurkiezer 295 AppleScript 556 Arcering, filter 364 Artistieke filters 362 Zie ook namen van a
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 578 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Belichtingsgereedschappen informatie 216 opnemen in handelingen 543 Benoemde optimalisatie-instellingen 472, 473 Bereik, lassogereedschap 181 Berekenen, opdracht 307 Bestanden batchverwerking 550 extensies voor 497 opties voor opslaan 494 profielen insluiten in 130 sluiten 61 Bestandenbrowser 86 Bestandscompressie.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 579 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Canvas roteren, opdracht 199 Canvasgrootte, opdracht 199 CCITT-compressie 504 Chroma 96 Chroom, filter 367 CIE-standaard voor weergave 137 Cijfers, optie 392 CJK-tekst 404 opmaakuitzonderingen 396, 400 opties voor compositie 404, 405, 407 regelafstand 403 Tsume 403 Classroom in a Book 9 Client-kant, afbeeldingen met hyperlinks 433 CMKY-modus toon- en kleuraanpassingen in 151 CMM.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 580 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z D DCS-formaat bestanden opslaan in 497, 498 informatie 296, 300 voor afbeeldingen met steunkleurkanalen 537 Degroeperen uitknipgroepen 355 Degroeperen, opdracht 355 De-Interlace, filter 374 Dekking dekkingswaarde, in palet Info 34 laagmasker 352 lagen 328 pixeluitlijning en 322 Snelmasker 311 teken- en bewerkgereedschappen 270 verlopen 274 Zie ook Transparantie Deselecteren, opdrach
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 581 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z maken in Photoshop 552 maken voor optimalisatie 489, 555 toepassen op segmenten 424 Duotonen afdrukken 536 afzonderlijke platen bekijken 536 curve 534 exporteren naar andere toepassingen 536 informatie 100, 533 instellingen opslaan en laden 535 maken 534 overdrukkleuren 535 Duotoonmodus 100, 104 Dupliceren afbeeldingen 44 afbeeldingen met hyperlinks 430 geoptimaliseerde afbeeldingen
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 582 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Penseelstreek 364 Pixel 360, 364 prestaties verbeteren 359 Rendering 361, 365 Ruis 361, 366 Schetsen 361, 367 speciale effecten 359 Stileren 361, 368 Structuur 361 toepassen 356 Verscherpen 361, 370 Vervagen 371 vervagen 362 Vervormen 362, 372 vervormen 358 Video 362, 374 voorvertoning 356 Zie ook namen van afzonderlijke filters filters Digimarc 375 Fixeerpunt 180 FOCOLTONE-kleuren 2
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 583 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z tekenen 248 tovergummetje 250 verbergen 25 vorm 224 Vullen 196 Gereedschapset 21 Gereedschapstips tonen, voorkeuren 7 Gericht lichteffect 377 Gescheurde randen, filter 368 Geselecteerd gebied afdrukken, optie 530 Geselecteerde gebieden, optie 311 Geselecteerde kleuren vergrendelen/ ontgrendelen, opdracht 485 Geselecteerde kleuren voor web verschuiven/ verschuiving ongedaan maken, opd
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 584 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z opslaan in EPS- en DCS-bestanden 498 voor conversies in Bitmapmodus 107 Handboek PostScript Language Reference 529 Handelingen afspelen 544 beheren 548 bewerken 545 hernoemen 548 informatie 538 knopmodus 539 niet-opneembare opdrachten invoegen 542 nieuwe maken 540 opdrachten uitsluiten 542 opnemen 539, 546 paden invoegen 541 segmenten optimaliseren met 544 sets 548 stops invoegen 541
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 585 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z HTML Alt, element 423, 433 celuitlijning voor tekst 424 doelframe 421, 432 melding, element 423, 433 tekst in segmenten 423 URL's in afbeeldingen met hyperlinks 432 URL's in segmenten 421 Huidig pad, opdracht 353 Huidige laag, optie 43 Hulplijnen segmenten maken van 410 I ICC. Zie International Color Consortium ICC-profielen scannen en 79 ICC-profielen.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 586 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z K Kanalen splitsen, opdracht 300 Kader verwijderen, opdracht 452 Kader, opdracht 186 Kaders kopiëren, opdracht 452 Kaders omkeren, opdracht 451 Kaders omzetten in lagen, opdracht 456 Kadervertraging 454 Kalibreringsbalken 527 Kanaal dupliceren, opdracht 299 Kanaal vervangen, optie 313 Kanaalmixer, opdracht 100, 301 Kanalen afbeeldingen optimaliseren met 475 afdrukken 524 berekenen
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 587 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Kleurbalans, opdracht 164 Kleurbeheer beleid 119 elektronische proefdruk 127 instellen 117 instellingen aanpassen 120, 123 instellingen laden 125 instellingen opslaan 125 instellingen synchroniseren 126 kleurverschuivingen 114 kleurwaarden en 115 monitoren beschrijven 132 monitoren kalibreren 132 profielen 115 richtlijnen voor 115 vooraf gedefinieerde instellingen 117 weergaveomgevin
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 588 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z instellingen laden 125 minder verzadiging voor monitorkleuren 125 opslaan 125 overvloeien RGB-kleuren 125 overzicht 117 rendering intents 124 synchroniseren 126 vooraf gedefinieerde instellingen 117 voorkeurenbestand 120 kanalen Zie ook Alfakanalen, Kleurkanalen, Steunkleurkanalen Kleurkanalen 104 Zie ook Alfakanalen, Kanalen, Steunkleurkanalen Kleurkanalen in kleur, optie 297 Kleurk
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 589 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z opgeven 291 uitknippen 171 voorvertoning 149 Kleurzweem.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 590 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z verwijderen 345 Lab-afbeeldingen 104 kanaalweergave 297 overvloeimodi 329 Labels, afdrukken 527 Lab-kleurmodel 99 Lab-kleurmodus 104, 291 Laden contouren 342 duotooncurven 535 handelingen 548 instellingen voor toon- en kleuraanpassingen 151 kleurentabellen 113, 486 patroonbibliotheken 279 segmentselecties 414 selecties 194 uitvoerinstellingen 491 Lagen aanpassing 346 achtergrond 317
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 591 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Linialen informatie 46 instellingen wijzigen 46 nulpunt 46 Linialen tonen, opdracht 46 Locatie tonen, opdracht 88 lpi (lines per inch) 69 Luminantie 99 Lussen, in animaties 454 M Mac OS, kleurentabel 480 Mac OS-systeem, palet 109 Macintosh Drag Manager 191 Magnetisch, opdracht 193 Magnetische lasso, gereedschap 179 Magnetische pen 233 Masker, onscherp 175 Masker, optie, berekenen 30
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 592 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z weergave aanpassen 102 Monitorkalibratie 132, 133 Monitorprofielen 132, 133 Monochroom, optie 302 Monotonen.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 593 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Omkeren, opdracht 172, 528 Omkeren, optie 307 omlaag laag, opdracht 191, 326 Omlijnen paden 246 selectiekaders 186 selecties 277 Omlijnen, opdracht 279 Omtreklijn, filter 369 Omvang/downloadtijd, optie 52 Omzetten in alineatekst, opdracht 386 Omzetten in pixels Adobe Illustrator-illustraties 192 PDF-bestanden 82, 89 PostScript-illustraties 83, 89 tekstlagen 384 vectorillustraties 192
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 594 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Opnieuw selecteren, opdracht 178 Opnieuw, opdracht 39 Opslaan afbeeldingen 495 bestanden in batchprocessen 551 bestandsextensies 515 duotooncurven 535 duotooninstellingen 535 geoptimaliseerde afbeeldingen 494 instellingen voor toon- en kleuraanpassingen 151 kleurbereik 184 kleurentabellen 113, 486 miniaturen 515 opgeslagen afbeelding herstellen 39 opties 496 segmentselecties 414 sele
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 595 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z distribueren 241 exporteren naar Adobe Illustrator 520 informatie 224 kopiëren 240 omlijnen 246 op basis van selectiekaders 245 opnemen in handelingen 541 opslaan 243 ordenen in palet 235 Pad omlijnen, opdracht 246 selecteren 234 tekenen uit de vrije hand 232 tekst als tijdelijk pad 387 transparantie definiëren 519 uitknippen 519 verplaatsen 239 verwijderen 243 vullen 245, 278 Paden,
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 596 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z natte randen 265 opties wissen 266 punten, aanpassen 256 ruis 265 secundair 262 spreiding 260 structuur 261, 266 voorinstelling 254 vormdynamiek 258 Penselen, palet 254 Perceptueel, kleurentabel 480 Perspectief toepassen 208 Perspectief transformeren 202 Perspectivische vervorming, corrigeren 202 Photo CD-bestanden 84 Photo CD-formaat 99 Photoshop EPS-formaat.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 597 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z PostScript lettertypen 380 Level 2 99 Level 3 99 puntgrootte 46 Potlood, gereedschap 248, 252 ppi (pixels per inch) 68 Zie ook Resolutie Primaire kleuren.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 598 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Rechthoekafbeelding met hyperlinks, gereedschap 427 Rechthoekig selectiekader, gereedschap 178 Referentiepunt 204 Regelafstand 391 Regelafstand, voor CJK-tekst 403 Registratiemarkeringen 527 Reliëf, filter 370 Rendering intents 124 opties 211 Zie ook Omzetten in pixels Renderingsfilters 361, 365 belichtingseffecten 365 Renmoji 404 Reparatie, gereedschap 214 Resolutie bestandsgrootte
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 599 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Samenvoegen tot één laag 327 Scannen 77 afbeeldingen 76 apparaten selecteren 76 bestandsgrootte 78 dynamisch bereik 79 informatie 75 kleurbalans 79 kwaliteit van afbeeldingen controleren 146 wijzigen van het aantal pixels voorkomen 72 Schaduw binnen, effect 337 Schaduwen aanpassen 171, 216 aanpassen met Niveaus 154 CMYK-modus 98 Schakelen tussen toepassingen 55 Schalen afbeeldingen t
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 600 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Selectiekader één rij, gereedschap 178 Selectiekadergereedschappen 33, 177, 178 Selectiekaders afbeeldingen met hyperlinks 428 anti-aliasing 187 doezelen 187 magnetisch gedrag 48 omkaderen met selectie 186 omlijnen 186 omzetten in paden 245 op basis van paden 244 paden definiëren 245 sluiten 179 tekst 382 verbergen en tonen 185 verplaatsen 184 voor tekst 383 Selecties aanpassen 178,
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 601 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Sorteren op luminantie, opdracht 481 Sorteren op populariteit, opdracht 481 Speciale effecten met filters 359 toepassen op selecties 203 Spelling controleren, opdracht 396 Spellingcontrole 396 Spetters, filter 364 Spiegelende hoge lichten 159 Spons, filter 363 Spons, gereedschap 217 Spoteffect 377 Spreiding, voor penselen 260 Springen naar, opdracht 55, 56 Sproeilijn, filter 364 Stal
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 602 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z met patronen 212 met pengereedschappen 229 met vormgereedschappen 225 opties 268 verschillen tussen Photoshop en ImageReady 224 vormen 224 Tekengereedschappen informatie 248 opnemen in handelingen 543 Tekeninghistorie, gereedschap 252 Tekens.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 603 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z aanpassen met Curven 156 aanpassen met Niveaus 153 aanpassingslagen 149, 346 algemene aanpassingen 170 helderheid en contrast aanpassen 169 kwaliteit controleren in histogram 146 pixels opnieuw toewijzen in kanaal 174 scannen en 79 toewijzen aan verloop 174 Tovergummetje, gereedschap 250 Toverstaf, gereedschap 181 Toyo-kleuren 294 Trackball, gereedschap 210 Transformaties referentiep
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 604 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z uitvoerinstellingen laden 491 Uitvoerkanaal, optie 302 Uitvoermap instellen invoegen, opdracht 543 Uitvullen van tekst 398, 400 Universeel lichteffect 377 URL's toewijzen aan afbeeldingen met hyperlinks 432 toewijzen aan segmenten 421 USM.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 605 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Vermenigvuldigen, modus 268 Vernis 304, 305 Vernis.
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 606 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z insteekmodules 63 insteekmodules en werkschijven 64 instellen 60 instellingen voor kleurbeheer 120 interpolatie 73 Klembord 192 kleurkiezer 294, 295 knopinfo 7 lijst met recent geopende bestanden 81 optimalisatie 474 paletposities opslaan 31 standaardinstellingen herstellen 60 transparantieweergave 320 voorvertoningen 514 Voorkeuren Bestandsbeheer 92 Voorkeuren insteekmodules en werk
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 607 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z insluiten 512 Waterpapier, filter 368 WBMP-formaat 472 Web afbeeldingen optimaliseren voor 461 fotogalerieën aanpassen 436 fotogalerieën maken 434 GoLive-integratie 408 webpagina's ontwerpen 408 Zie ook Animaties, Afbeeldingen met hyperlinks, Afbeeldingen optimaliseren, Segmenten, Rollovers Webafbeeldingen GoLive-integratie 492 WebDAV-servers, informatie 91 Webdocumentatie 7 Webfotog
Adobe Photoshop Help Index Help gebruiken | Inhoud | Index Terug 608 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Z zestien bits/kanaal, opdracht 105 Zetmachines 69 Zichtbaarheid afbeeldingen met hyperlinks, knop 428 Zichtbaarheid van laag verenigen, knop 441 Zichtbaarheid, variabelen 557 ZigZag, filter 374 ZIP-compressie 504 Zoeken en vervangen, opdracht 397 Help gebruiken | Inhoud | Index Zon, filter 366 Zoomen, gereedschap 33, 37 Zoomen, opdrachten 37 ZoomView-formaat 503 Zwak licht, modus