Operation Manual

Naar boven
Inhoud
Opmerking:
Objectstijl
Alineastijl
Opmerking:
Hoogte en breedte
A. Inline B. Boven de regel (links uitgelijnd) C. Aangepast (uitgelijnd op de rand van het tekstkader)
In Anchored Frames Productivity Shortcut biedt Tim Cole een snelkoppeling voor het invoegen van verankerde kaders.
Een verankerd object maken
Als een object niet in het document kan worden geplaatst (bijvoorbeeld tekst in een zijbalk die nog moet worden geschreven), kunt u een leeg
verankerd kader maken als plaatsaanduiding voor inhoud die later kan worden toegevoegd. U kunt de grootte van een verankerd kader op elk
gewenst moment aanpassen. De positie van het kader wordt dan automatisch bijgewerkt.
1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
Om een verankerd object toe te voegen, gebruikt u het gereedschap Tekst om een invoegpositie te plaatsen op de locatie waar het
anker voor het object moet worden weergegeven. Vervolgens plaatst of plakt u het object.
Als het kader voor het object groter is dan de tekstregel waarin het kader wordt weergegeven, kan de geïmporteerde afbeelding worden
overlapt door tekst of wordt de ruimte boven de regel groter. U kunt een andere positie voor het verankerde object kiezen, een zacht of
hard regeleinde invoegen, het formaat van het inline-object aanpassen of een andere regelafstand voor de omringende regels opgeven.
U kunt een bestaand object verankeren door dit object te selecteren en Bewerken > Knippen te kiezen. Plaats vervolgens met het
gereedschap Tekst de invoegpositie op de locatie waar u het object wilt invoegen en kies Bewerken > Plakken. Standaard wordt het
verankerde object op de regel (inline) geplaatst.
Als u een kader voor plaatsaanduidingen wilt toevoegen voor een object dat niet beschikbaar is (bijvoorbeeld tekst voor een zijbalk die u
nog moet schrijven), gebruikt u het gereedschap Tekst om de invoegpositie op de gewenste positie voor het anker voor het object te
plaatsen en kiest u Object > Verankerd object > Invoegen.
U kunt teksttekens verankeren door contouren van de tekst te maken. Bij het maken van contouren wordt automatisch elk tekstteken
omgezet in een verankerd inline-object.
2. U kunt het object plaatsen door het te selecteren met een selectiegereedschap en vervolgens Object > Verankerd object > Opties te kiezen.
Geef de gewenste opties op.
Als u het dialoogvenster Verankerd object wilt overslaan, gebruikt u de sneltoets Verankerd object invoegen/naar ankerpuntmarkering. In de
sneltoetseditor moet u toetsen toewijzen voor deze sneltoets (deze editor is te vinden in het gebied Tekst en tabellen). Als u tweemaal op de
sneltoets drukt, wordt de selectie van het object ongedaan gemaakt en wordt de cursor weer in de hoofdtekst geplaatst. (Zie Sneltoetssets
gebruiken.)
Opties voor ingevoegde verankerde objecten
Wanneer u een plaatsaanduiding voor een verankerd object invoegt, kunt u de volgende opties voor de inhoud opgeven:
Hiermee geeft u het type object op dat in het kader voor plaatsaanduidingen wordt opgenomen.
Als u Tekst kiest, staat er een invoegpositie in het tekstkader. Kiest u Afbeelding of Niet toegewezen, dan wordt het objectkader
geselecteerd in InDesign.
Geeft de stijl op waarmee u het object kunt opmaken. De objectstijlen die u hebt gedefinieerd en opgeslagen, staan in dit menu.
Geeft de alineastijl op waarmee u het object kunt opmaken. De alineastijlen die u hebt gedefinieerd en opgeslagen, staan in dit menu.
Als voor de objectstijl een alineastijl is geactiveerd en u kiest een andere stijl in het menu Alineastijl, of als u wijzigingen aanbrengt in
de opties voor Verankerde positie voor een stijl, staat er een plusteken (+) in het menu Objectstijl ten teken dat er overschrijvingen hebben
plaatsgevonden.
Geef de afmetingen van het kader voor plaatsaanduidingen op.
260