Operation Manual
Sneltoetsen aanpassen
Naar boven
Sneltoetsen aanpassen
Sneltoetsen maken u productiever met Illustrator. U kunt de in Illustrator opgenomen standaardsneltoetsen gebruiken of u kunt sneltoetsen
toevoegen en aan uw wensen aanpassen.
Sneltoetsen aanpassen
In Illustrator kunt u een lijst met alle sneltoetsen weergeven en sneltoetsen maken of bewerken. Het dialoogvenster Sneltoetsen fungeert als
sneltoetsbewerker en bevat alle opdrachten die sneltoetsen ondersteunen, waaronder enkele die niet voorkomen in de standaardset met
sneltoetsen.
U kunt uw eigen sets met sneltoetsen definiƫren, afzonderlijke sneltoetsen in een set wijzigen, en schakelen tussen sets met sneltoetsen. Zo is het
bijvoorbeeld mogelijk verschillende sets te maken voor de verschillende werkruimten die u hebt gekozen in het menu Venster > Werkruimte.
Als u al eens een andere set sneltoetsen dan de standaardset hebt opgeslagen, zijn deze opgeslagen in een .kys-bestand in de voorkeurenmap
van Illustrator. U kunt dit bestand naar dezelfde locatie (in de map met voorkeuren van AI) op de nieuwe computer kopiƫren. Vervolgens kunt u de
set kiezen in het dialoogvenster Sneltoetsen.
U kunt hetzelfde .kys-bestand op meerdere platformen gebruiken zolang de gewijzigde sneltoetsen maar geldig zijn op het desbetreffende
platform.
Hieronder vindt u de locaties waar de aangepaste sneltoetsen van Illustrator standaard worden opgeslagen:
Mac OS:
user/Library/Preferences/Illustrator CS5 Settings/[language]/mycustomshortcut.kys
Windows Vista en Windows 7
<rootdir>\Users\[user name]\AppData\Roaming\Adobe\Adobe Illustrator
CS5 Settings\[language]\mycustomshortcut.kys
Win XP
<rootdir>\Document and Settings\<user name>\Application Data\Adobe\Adobe
Illustrator CS5 Settings\[language]\mycustomshortcut.kys
Naast het gebruik van sneltoetsen kunt u veel opdrachten ook starten vanuit contextgevoelige menu's. Contextgevoelige menu's bevatten
opdrachten die betrekking hebben op het actieve gereedschap of deelvenster, of op de actieve selectie. Klik in Windows met de
rechtermuisknop of houd in Mac OS Control (Ctrl) ingedrukt en klik in het documentvenster of in het deelvenster om een contextgevoelig menu
weer te geven.
1. Kies Bewerken > Sneltoetsen.
2. Kies een set sneltoetsen in het menu Set boven in het dialoogvenster Sneltoetsen.
3. Kies een sneltoetstype (Menuopdrachten of Gereedschappen) in het menu boven de weergegeven sneltoetsen.
4. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op OK als u de set met sneltoetsen wilt activeren.
Als u een sneltoets wilt wijzigen, klikt u in de kolom Sneltoets van de lijst en typt u een nieuwe sneltoets. Als u een sneltoets invoert die
al aan een andere opdracht of een ander gereedschap is toegewezen, wordt onder in het dialoogvenster een waarschuwing
weergegeven. Klik op Ongedaan maken om de wijziging ongedaan te maken, of klik op Ga naar als u naar de andere opdracht of het
andere gereedschap wilt gaan om daaraan een nieuwe sneltoets toe te wijzen. In de kolom Symbool typt u het symbool dat zal worden
weergegeven in het menu of in de knopinfo voor de opdracht of het gereedschap. U kunt alle tekens gebruiken die zijn toegestaan in de
kolom Sneltoets.
Opmerking: In Mac OS kunt u Command+Option+8 niet toewijzen als een menusneltoets.
Klik op OK als u de wijzigingen in de huidige set met sneltoetsen wilt opslaan. (U kunt geen wijzigingen opslaan in de set met de naam
Standaardwaarden Illustrator.)
Klik op Opslaan als u een nieuwe set met sneltoetsen wilt opslaan. Typ een naam voor de nieuwe set en klik op OK. De nieuwe
sneltoetsenset wordt met de nieuwe naam weergegeven in het pop-upmenu.
539










