Operation Manual
Verlopen, netten en kleurovervloeiingen afdrukken
Naar boven
Naar boven
Naar boven
Verlopen, netten en kleurovervloeiingen afdrukken
Verlopen en netten rasteren tijdens het afdrukken
De juiste rasterfrequentie instellen voor het afdrukken van verlopen, netten en overvloeiingen
De maximumovervloeiingslengte voor verlopen berekenen
Bestanden met verlopen, netten of kleurovervloeiingen kunnen soms moeilijk (zonder losse kleurstroken) of zelfs helemaal niet worden afgedrukt
op bepaalde printers.
Verlopen, netten en kleurovervloeiingen afdrukken
Bestanden met verlopen, netten of kleurovervloeiingen kunnen soms moeilijk (zonder losse kleurstroken) of zelfs helemaal niet worden afgedrukt
op bepaalde printers. Volg deze algemene richtlijnen voor een optimaal afdrukresultaat:
Gebruik een overvloeiing met een overgang van minstens 50% tussen twee of meer proceskleuren.
Gebruik kortere overvloeiingen. Hoewel de optimale lengte afhankelijk is van de kleuren in de overvloeiing, is het raadzaam overvloeiingen te
gebruiken die korter zijn dan 19 cm.
Gebruik lichtere kleuren of maak donkere overvloeiingen korter. Stroken komen meestal tussen heel donkere kleuren en wit voor.
Gebruik het juiste lijnraster, dat 256 grijswaarden kan weergeven.
Als u een verloop tussen twee of meer steunkleuren maakt, moet u deze steunkleuren verschillende rasterhoeken geven wanneer u
kleurscheidingen maakt. Neem contact op met de drukker als u niet weet hoe u de rasterhoeken moet instellen.
Druk indien mogelijk af op een uitvoerapparaat dat PostScript® taalniveau 3 ondersteunt.
Als u moet afdrukken op een uitvoerapparaat dat Postscript taalniveau 2 ondersteunt of wanneer u netten met transparantie moet afdrukken,
kunt u ervoor kiezen om verlopen en netten tijdens het afdrukken te rasteren. Het resultaat is dat Illustrator verlopen en netten van
vectorobjecten omzet in JPEG-afbeeldingen.
Verlopen en netten rasteren tijdens het afdrukken
1. Kies Bestand > Afdrukken.
2. Selecteer Afbeelding aan de linkerzijde van het dialoogvenster Afdrukken en selecteer Verlopen en verloopnetten compatibel afdrukken.
Belangrijk: De optie Verlopen en verloopnetten compatibel afdrukken kan het afdrukken vertragen op printers die geen problemen hebben
met verlopen. Selecteer deze optie daarom alleen als er afdrukproblemen zijn.
De juiste rasterfrequentie instellen voor het afdrukken van verlopen, netten en overvloeiingen
Wanneer u uw bestand afdrukt, merkt u misschien dat de resolutie van uw printer in combinatie met de gekozen rasterfrequentie minder dan 256
grijsniveaus toelaat. Een hogere rasterfrequentie verlaagt het aantal grijswaarden waarover de printer kan beschikken. Als u bijvoorbeeld afdrukt
met een resolutie van 2400 dpi, resulteert een lijnraster hoger dan 150 in minder dan 256 grijsniveaus. De volgende tabel toont de maximale
lijnrasters die u voor een printer kunt gebruiken, waarbij alle 256 grijsniveaus behouden blijven:
Uiteindelijke resolutie imagesetter Maximale rasterliniatuur
300 19
400 25
600 38
900 56
1000 63
1270 79
1446 90
507










