Operation Manual
Naar boven
Naar boven
AI9 en hoger
AI9 EPS en hoger
PDF 1.4 en hoger (wanneer de optie Bewerkingsfuncties Illustrator behouden is geselecteerd)
Een illustratie wordt afgevlakt wanneer u een van de volgende acties uitvoert:
Een bestand met een transparantie afdrukken.
Een bestand opslaan dat transparantie in een verouderde indeling bevat, zoals de indeling van Illustrator 8 en ouder, Illustrator 8 EPS en
ouder of PDF 1.3. (Voor de Illustrator- en Illustrator EPS-indelingen kunt u kiezen of u de transparantie wilt verwijderen of deze wilt
afvlakken.)
Een bestand met transparantie exporteren naar een vectorindeling die geen ondersteuning biedt voor transparanties (zoals .EMF of .WMF).
Transparante illustraties van Illustrator kopiëren en plakken naar een andere toepassing met de opties voor AICB en Vormgeving behouden
geselecteerd (onder Bestandsbeheer en Klembord in het dialoogvenster Voorkeuren).
Exporteren in SWF (Flash) of de opdracht Afvlakken transparantie gebruiken en de optie Alfatransparantie behouden kiezen. Met deze
opdracht kunt u een voorvertoning bekijken van hoe de illustratie er uitziet wanneer deze wordt geëxporteerd naar SWF.
Meer informatie over het maken en afdrukken van transparantie vindt u in de whitepaper over transparantie in de map Adobe Technical
Info/White Papers op de cd-rom van Illustrator. Meer informatie over het afdrukken en afvlakken van bestanden met transparantie vindt u op
het User to User-forum van Adobe Illustrator. Dit is een openbaar forum met tal van tips en antwoorden op veelgestelde vragen. U vindt het
forum op www.adobe.com/nl/support/forums.
Opties voor het afvlakken van transparantie instellen voor het afdrukken
1. Kies Bestand > Afdrukken.
2. Selecteer Geavanceerd aan de linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
3. Selecteer een voorinstelling voor afvlakking in het menu Voorinstelling om specifieke afvlakkingsopties in te stellen.
4. Als de illustratie overgedrukte objecten bevat die invloed hebben op transparante objecten, selecteert u een optie in het menu Overdrukken.
U kunt overdrukken behouden, simuleren of verwijderen.
Opmerking: Als de illustratie geen transparantie bevat, wordt het document niet afgevlakt en zijn de afvlakkingsinstellingen niet relevant.
Gebruik het deelvenster Voorvertoning van afvlakker als u wilt bepalen welke gebieden van de illustratie transparantie bevatten.
Opties voor transparantie-afvlakker
Opties voor transparantie-afvlakker kunt u instellen wanneer u voorinstellingen voor afvlakking maakt, bewerkt of er een voorvertoning van
weergeeft in llustrator, InDesign of Acrobat.
Opties voor markering (in voorvertoningen)
Geen (voorbeeld in kleur) Hiermee schakelt u de voorvertoning uit.
Gerasterde complexe gebieden Hiermee worden de gebieden gemarkeerd die ten behoeve van de prestaties worden gerasterd (zoals wordt
bepaald met de schuifregelaar bij Rasters/Vectoren). Houd er rekening dat er bij de grens van het gemarkeerde gebied meer problemen met
stitching kunnen optreden, afhankelijk van de instellingen van het printerstuurprogramma en de rasterresolutie. Om problemen met stitching tot
een minimum te beperken selecteert u Complexe objecten knippen (Acrobat) of Complexe regio's bijknippen (InDesign).
Transparante objecten Hiermee worden de objecten gemarkeerd die bronnen van transparantie vormen, zoals objecten met een gedeeltelijke
dekking (waaronder afbeeldingen met alfakanalen), objecten met overvloeimodi en objecten met dekkingsmaskers. Houd er rekening mee dat ook
stijlen en effecten transparantie kunnen bevatten en dat overgedrukte objecten kunnen worden behandeld als bronnen van transparantie als deze
transparantie bevatten of als de overdruk moet worden afgevlakt.
Alle betrokken objecten Hiermee worden alle objecten gemarkeerd waarop transparantie van toepassing is, zoals transparante objecten en
objecten die worden overlapt door transparante objecten. Het afvlakkingsproces is van invloed op de gemarkeerde objecten; de penseelstreken of
patronen van deze objecten worden uitgebreid, de objecten worden wellicht gedeeltelijk gerasterd, enzovoort.
Betrokken gekoppelde EPS-bestanden (alleen Illustrator) Hiermee worden alle gekoppelde EPS-bestanden gemarkeerd die worden beïnvloed
door transparantie.
Betrokken afbeeldingen (alleen InDesign) Hiermee wordt alle geplaatste inhoud gemarkeerd die wordt beïnvloed door transparantie of
transparantie-effecten. Dit is een handige optie voor prepressbureaus die willen controleren of afbeeldingen goed worden afgedrukt.
Uitgebreide patronen (Illustrator en Acrobat) Hiermee worden alle patronen gemarkeerd die worden uitgebreid als er sprake is van
transparantie.
Omlijnde lijnen (InDesign), Lijnen met contouren (Acrobat) en Omtreklijnen (Illustrator) Hiermee worden alle lijnen gemarkeerd die worden
voorzien van een contour als er transparantie op van toepassing is of wanneer de optie Alle penseelstreken converteren naar contouren is
geselecteerd.
Omlijnde tekst (InDesign en Illustrator) Hiermee wordt alle tekst gemarkeerd die wordt voorzien van een contour als er transparantie op van
toepassing is of wanneer de optie voor het omzetten van alle tekst in contouren is geselecteerd.
Opmerking: in de uiteindelijke uitvoer zien tekst en lijnen met contouren er enigszins anders uit dan de oorspronkelijke lijnen en tekst, vooral bij
501










