Operation Manual
Schetsen en mozaïeken maken
Naar boven
Naar boven
Een schets maken met het effect Krabbelen
Een mozaïek maken
Een schets maken met het effect Krabbelen
1. Voer een van de volgende handelingen uit:
Selecteer het object of de groep (of wijs een laag aan in het deelvenster Lagen).
Als u het effect wilt toepassen op een specifiek objectkenmerk, zoals een lijn of vulling, selecteert u het object en vervolgens het
kenmerk in het deelvenster Vormgeving.
Als u het effect wilt toepassen op een afbeeldingsstijl, selecteert u een afbeeldingsstijl in het deelvenster Afbeeldingsstijlen.
2. Kies Effect > Stileren > Krabbelen.
3. Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u een vooraf ingesteld krabbeleffect wilt gebruiken, kiest u er een uit het menu Instellingen.
Als u een aangepast krabbeleffect wilt maken, begint u vanuit een willekeurige voorinstelling en past u de Opties voor krabbelen aan.
4. Als u een aangepaste krabbel maakt, pas dan een of meer van de volgende Opties voor krabbelen aan en klik op OK:
Hoek Hiermee regelt u de richting van de krabbellijnen. Klik op een willekeurig punt op het hoekpictogram, sleep de lijn rond het pictogram
of typ een waarde tussen –179 en 180 in het vak. (Als u een waarde invoert die buiten dat bereik ligt, wordt de waarde vertaald naar de
equivalente waarde binnen het bereik.)
Overlap van pad Hiermee regelt u de hoeveelheid krabbellijnen die binnen of buiten de grenzen van het pad blijven. Met een negatieve
waarde houdt u de krabbellijnen binnen de grenzen van het pad en met een positieve waarde laat u de krabbellijnen de grenzen van het pad
overschrijden.
Variatie (voor Overlap van pad) Hiermee regelt u de lengteverschillen van de krabbellijnen ten opzichte van elkaar.
Lijnbreedte Hiermee regelt u de dikte van de krabbellijnen.
Kromming Hiermee regelt u hoeveel de krabbellijnen buigen voordat ze van richting veranderen.
Variatie (voor Kromming) Hiermee regelt u hoe verschillend de curven van de krabbellijnen zijn ten opzichte van elkaar.
Tussenruimte Hiermee bepaalt u de hoeveelheid ruimte tussen de bochten van de krabbellijn.
Variatie (voor Tussenruimte) Hiermee bepaalt u hoe verschillend de hoeveelheid ruimte is tussen de bochten van de krabbellijn.
Een mozaïek maken
1. Importeer een bitmapafbeelding die u als basis voor de mozaïek wilt gebruiken. U moet de afbeelding insluiten, niet koppelen.
U kunt een vectorobject ook rasteren als u deze als basis voor de mozaïek wilt gebruiken.
2. Selecteer de afbeelding.
3. Kies Object > Objectmozaïek maken.
4. Als u de afmetingen van de mozaïek wilt wijzigen, typt u waarden voor Nieuwe grootte.
5. Stel de opties in voor de tussenruimten tussen de tegels, het totale aantal tegels, en eventueel andere opties en klik op OK:
Verhouding beperken Hiermee vergrendelt u de breedte- en hoogte-afmetingen op die van de oorspronkelijke bitmapafbeelding. Met
Breedte wordt op basis van het oorspronkelijke aantal tegels voor de breedte berekend hoeveel tegels er nodig zijn voor de breedte van de
mozaïek. Met Hoogte wordt op basis van het oorspronkelijke aantal tegels voor de hoogte berekend hoeveel tegels er nodig zijn voor de
hoogte van de mozaïek.
Resultaat Hiermee bepaalt u of de mozaïektegels in kleur of in grijswaarden worden weergegeven.
Grootte wijzigen met percentage Hiermee verandert u de grootte van de afbeelding met percentages van de breedte en de hoogte.
Raster verwijderen Hiermee verwijdert u de oorspronkelijke bitmapafbeelding.
Verhouding gebruiken Hiermee maakt u de tegels vierkant waarbij u het aantal tegels gebruikt dat in Aantal blokken is opgegeven. U vindt
439










