Operation Manual
Als u alle vormgevingskenmerken wilt verwijderen op een enkele vulling en lijn na, kiest u Tot basisvormgeving terugbrengen in het
menu van het deelvenster. U kunt ook het doelpictogram van een item in het deelvenster Lagen naar het pictogram Verwijderen in het
deelvenster Lagen slepen.
Als u alle weergavekenmerken, inclusief vullingen en lijnen, wilt verwijderen, klikt u op de knop Vormgeving wissen in het deelvenster
Vormgeving of kiest u Vormgeving wissen in het deelvenstermenu.
Weergavekenmerken tussen objecten kopiëren
U kunt weergavekenmerken kopiëren of verplaatsen door deze te slepen of door gebruik te maken van het gereedschap Pipet.
Weergavekenmerken kopiëren door te slepen
1. Selecteer het object of de groep met de weergave die u wilt kopiëren (of wijs de laag aan in het deelvenster Lagen).
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
Sleep de miniatuur boven in het deelvenster Vormgeving naar een object in het documentvenster. Als u geen miniatuur ziet, kiest u
Miniatuur tonen in het deelvenstermenu.
Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u het doelpictogram in het deelvenster Lagen sleept naar het item waarnaar u
de weergavekenmerken wilt kopiëren.
Als u weergavekenmerken wilt verplaatsen in plaats van kopiëren, sleept u het doelpictogram in het deelvenster Lagen van een item met
de gewenste kenmerken naar het item waarop u ze wilt toepassen.
Weergavekenmerken kopiëren met het gereedschap Pipet
Met het gereedschap Pipet kunt u weergavekenmerken van het ene object naar het andere kopiëren. Zo kunt u bijvoorbeeld teken-, alinea-, vul-
en lijnkenmerken tussen tekstobjecten kopiëren. Standaard heeft het gereedschap Pipet invloed op alle kenmerken van een selectie. Als u wilt
aanpassen welke kenmerken door dit gereedschap worden beïnvloed, gebruikt u het dialoogvenster Pipet.
1. Selecteer het object, tekstobject of de tekens waarvan u de kenmerken wilt wijzigen.
2. Selecteer het gereedschap Pipet
.
3. Verplaats het gereedschap Pipet naar het object met de kenmerken die u wilt kopiëren. (Wanneer u de aanwijzer correct op tekst hebt
geplaatst, verandert de aanwijzer in een kleine T.)
4. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op het gereedschap Pipet als u alle weergavekenmerken wilt kopiëren en ze op het geselecteerde object wilt toepassen.
Houd Shift ingedrukt terwijl u klikt, als u alleen de kleur uit een gedeelte van een verloop, patroon, netobject of geplaatste afbeelding wilt
kopiëren en op de geselecteerde vulling of lijn wilt toepassen.
Houd Shift en daarna ook Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u klikt als u weergavekenmerken van een object wilt
toevoegen aan de weergavekenmerken van het geselecteerde object. U kunt ook Shift+Alt (Windows) of Shift+Option (Mac OS)
ingedrukt houden.
Opmerking: U kunt ook op een niet-geselecteerd object klikken om de kenmerken ervan te kopiëren en daarna met Alt (Windows) of
Option (Mac OS) ingedrukt klikken op een niet-geselecteerd object waarop u de kenmerken wilt toepassen.
Kenmerken van het bureaublad kopiëren met het gereedschap Pipet
1. Selecteer het object waarvan u de kenmerken wilt wijzigen.
2. Selecteer het gereedschap Pipet.
3. Klik in het document en blijf de muisknop ingedrukt houden.
4. Houd de muisknop ingedrukt terwijl u de aanwijzer op het bureaublad van de computer verplaatst over het object waarvan u de kenmerken
wilt kopiëren. Laat de muisknop los als de aanwijzer zich direct boven het object bevindt.
Belangrijk: Met het gereedschap Pipet kopieert u alleen de RGB-kleur van het scherm wanneer u kopieert naar een locatie buiten het
huidige document. Het gereedschap Pipet geeft met een zwart gekleurd vierkantje rechts van het gereedschap aan dat de RGB-kleur van
het scherm wordt gekopieerd.
De kenmerken opgeven die u met het gereedschap Pipet wilt kopiëren
1. Dubbelklik op het gereedschap Pipet.
2. Selecteer de kenmerken die u met het gereedschap Pipet wilt kopiëren. U kunt weergavekenmerken kopiëren, waaronder transparantie, en
diverse vulling- en lijneigenschappen, maar ook teken- en alinea-eigenschappen.
3. Kies het voorbeeldgroottegebied in het menu Raster voor monstergrootte.
426










