Operation Manual
Naar boven
U kunt de spatiëring tussen letters en woorden en de schaal van tekens in Adobe-toepassingen nauwkeurig instellen. Het aanpassen van de
spatiëring is vooral handig voor uitgevulde tekst, maar u kunt ook de spatiëring van niet-uitgevulde tekst aanpassen.
1. Plaats de cursor in de alinea die u wilt wijzigen of selecteer een tekstobject of kader om alle alinea's te wijzigen.
2. Kies Uitvulling in het menu van het deelvenster Alinea.
3. Voer waarden in voor Woordspatiëring, Letterspatiëring en Ruimte tussen glyphs. Het bereik van aanvaardbare spatiëring dat u met de
waarden van Minimum en Maximum definieert, geldt alleen voor uitgevulde alinea's. Met Gewenst geeft u de gewenste spatiëring voor
uitgevulde en niet-uitgevulde alinea's op:
Woordspatiëring De ruimte tussen woorden die het resultaat is van het indrukken van de spatiebalk. Voor Woordspatiëring kunt u waarden
opgeven van 0% tot 1000%. Bij 100% wordt er geen extra ruimte tussen woorden toegevoegd.
Letterspatiëring De afstand tussen letters, met inbegrip van de tekstspatiëring of tekenspatiëring. Voor letterspatiëring kunt u waarden
opgeven van –100% tot 500%. Bij 0% wordt geen ruimte tussen letters toegevoegd. Bij 100% wordt een volledige spatiebreedte tussen
letters toegevoegd.
Glyph-schaling De breedte van tekens (elk lettertypeteken is een glyph). De waarden voor glyph-schaling kunnen variëren van 50% tot
200%.
Spatiëringsopties worden altijd toegepast op een hele alinea. Gebruik de optie Tekstspatiëring als u de spatiëring van enkele tekens wilt
aanpassen, maar niet de spatiëring van de hele alinea.
4. Stel de optie Uitvullen enkel woord in om op te geven hoe u alinea's met één woord wilt uitvullen.
In smalle kolommen kan het gebeuren dat er op één regel slechts één woord staat. Als de alinea volledig moet worden uitgevuld, is het
mogelijk dat dit ene woord teveel wordt uitgerekt. In plaats van volledige uitvulling voor dergelijke woorden te handhaven, kunt u ze
centreren of op de linker- of rechtermarge uitlijnen.
Tekst inspringen
Inspringing is de ruimte tussen tekst en de grens van een tekstobject. Inspringen is alleen van invloed op de geselecteerde alinea of alinea's, wat
betekent dat u eenvoudig verschillende inspringingen kunt instellen voor verschillende alinea's.
U kunt inspringingen instellen in het deelvenster Tabs, het deelvenster Beheer of het deelvenster Alinea. Als u met vlaktekst werkt, kunt u de
inspringing ook instellen met tabs of door de inzetafstand van het tekstobject te wijzigen.
Als u met Japanse tekst werkt, kunt u in plaats van het deelvenster Alinea de mojikumi-instelling gebruiken om de inspringing van de eerste
regel op te geven. Als u het inspringen voor de eerste regel opgeeft in het deelvenster Alinea en de mojikumi-instellingen voor het inspringen
van de eerste regel opgeeft, wordt de tekst binnen het totaal van de beide inspringingen geplaatst.
Inspringingen instellen met het deelvenster Alinea
1. Klik met het gereedschap Tekst in de alinea die u wilt laten inspringen.
2. Pas de desbetreffende inspringingswaarden aan in het deelvenster Alinea. Voer bijvoorbeeld een van de volgende handelingen uit:
Als u de gehele alinea één pica wilt laten inspringen, typt u een waarde (bijvoorbeeld 1p) in het vak Links inspringen .
Als u alleen de eerste regel van een alinea één pica wilt laten inspringen, typt u een waarde (bijvoorbeeld 1p) in het vak Eerste regel
links inspringen .
Als u een hangende inspringing van één pica wilt maken, typt u een positieve waarde (bijvoorbeeld 1p) in het vak Links inspringen en
een negatieve waarde (bijvoorbeeld -1p) in het vak Eerste regel links inspringen.
Een inspringing instellen met het deelvenster Tabs
1. Klik met het gereedschap Tekst in de alinea die u wilt laten inspringen.
2. Voer een van de volgende handelingen uit met de inspringingsmarkeringen
in het deelvenster Tabs:
Sleep de bovenste markering om de eerste tekstregel te laten inspringen. Sleep de onderste markering om alle tekstregels behalve de
eerste regel te laten inspringen. Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleep de onderste markering om beide
markeringen te verplaatsen en de gehele alinea te laten inspringen.
Inspringen voor eerste regel (links) en zonder inspringen (rechts)
400










