Operation Manual
3D-objecten maken
Naar boven
3D-objecten maken
Opties instellen
Een pad voor een aangepaste schuine kant toevoegen
Een object roteren in drie dimensies
Illustraties toewijzen aan een 3D-object
Opmerking: 3D-gereedschappen zijn niet afhankelijk van de Perspectiefraster-gereedschappen en 3D-objecten worden behandeld net als alle
andere objecten in perspectief.
3D-objecten maken
Met 3D-effecten kunt u driedimensionale (3D) objecten maken van tweedimensionale (2D) illustraties. U kunt het uiterlijk van 3D-objecten bepalen
met belichting, schaduweffecten, rotatie en andere eigenschappen. U kunt bovendien illustraties toewijzen aan elk oppervlak van een 3D-object.
U kunt een 3D-object op twee manieren maken: door diepte te geven of door te draaien. Daarnaast kunt u een 2D- of 3D-object ook in drie
dimensies roteren. Als u 3D-effecten wilt wijzigen voor of wilt toepassen op een bestaand 3D-object, selecteert u het object en dubbelklikt u op het
effect in het deelvenster Vormgeving.
Opmerking: Bij 3D-objecten kunnen anti-alias artefacten op het scherm worden weergegeven, maar deze artefacten worden niet afgedrukt en
niet weergegeven in illustraties die zijn geoptimaliseerd voor het web.
Op www.adobe.com/go/learn_ai_tutorials_3D_nl vindt u handleidingen over het werken met 3D-objecten in Illustrator. Op
www.adobe.com/go/vid0053_nl vindt u een video over het maken van 3D-objecten.
Zie ook
Zelfstudies over 3D
Een 3D-object maken door het diepte te geven
Met de functie voor het geven van diepte verlengt u een 2D-object langs de z-as van het object waardoor het object diepte krijgt. Als u
bijvoorbeeld een 2D-ovaal diepte geeft, verandert deze in een cilinder.
Opmerking: De as van het object staat altijd loodrecht op het voorvlak van het object en beweegt ten opzichte van het object als het object wordt
geroteerd in het dialoogvenster 3D-opties.
Een object diepte geven
1. Selecteer het object.
2. Kies Effect > 3D > Diepte geven en voorzien van schuine kanten.
3. Klik op Meer opties als u de volledige lijst met opties wilt weergeven, of op Minder opties als u de extra opties wilt verbergen.
4. Selecteer Voorvertoning om een voorvertoning van het effect in het documentvenster weer te geven.
5. Geef opties op:
Positie Hiermee bepaalt u hoe het object wordt geroteerd en het perspectief waarin u het wilt bekijken. (Zie Opties instellen voor 3D-
rotatieposities.)
Diepte geven en schuine kanten Hiermee bepaalt u de diepte van het object en de schuine kanten die worden toegevoegd of verwijderd.
(Zie Opties voor Diepte geven en voorzien van schuine kanten.)
Oppervlak Hiermee maakt u diverse oppervlakken, van eenvoudige effen oppervlakken zonder schaduw tot glanzende en glimmende
oppervlakken die er uitzien als plastic. (Zie Opties voor oppervlakschaduwen.)
Lichten Hiermee voegt u een of meer lichten toe, verandert u de intensiteit van het licht en de schaduwkleur van het object, en verplaatst u
lichten rond het object om dramatische effecten te creƫren. (Zie Belichtingsopties.)
297










