Operation Manual

1. Selecteer een of meer objecten.
2. Selecteer het gereedschap Vrije transformatie
.
3. Sleep een handgreep op een hoek (niet op een zijde) van het omsluitende kader en kies een van de volgende mogelijkheden:
Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleep tot de selectie de gewenste vervorming heeft.
Houd Shift+Alt+Ctrl (Windows) of Shift+Option+Command (Mac OS) ingedrukt om met perspectief te vervormen.
Vervorming met perspectief
Objecten vervormen met een uitvloeiingsgereedschap
U kunt uitvloeiingsgereedschappen niet gebruiken op gekoppelde bestanden of objecten die tekst, grafieken of symbolen bevatten.
Zie Overzicht van het deelvenster Gereedschappen en Galerie met omvormingsgereedschappen als u de uitvloeiingsgereedschappen niet kunt
vinden in het deelvenster Gereedschappen.
1. Selecteer een uitvloeiingsgereedschap en klik op of sleep over de objecten die u wilt vervormen.
2. (Optioneel) Als u het vervormen wilt beperken tot specifieke objecten, selecteert u de objecten voordat u het gereedschap gebruikt.
3. (Optioneel) Als u het formaat van de cursor van het gereedschap wilt wijzigen en andere gereedschapsopties wilt instellen, dubbelklikt u op
het uitvloeiingsgereedschap en stelt u een of meerdere van de volgende opties in:
Breedte en Hoogte Met deze opties bepaalt u de grootte van de cursor van het gereedschap.
Hoek Met deze optie bepaalt u de richting van de cursor van het gereedschap.
Intensiteit Hiermee bepaalt u de snelheid van de wijziging voor de vervorming. Hogere waarden produceren snellere wijzigingen.
Drukpen gebruiken Met deze optie gebruikt u de invoer van een tablet of pen in plaats van de waarde Intensiteit. Als er geen drukgevoelig
tablet is aangesloten, is deze optie niet beschikbaar.
Complexiteit (gereedschappen Schelp, Kristal en Kreuken) Hiermee bepaalt u hoe dicht de resultaten van het desbetreffende penseel
worden verdeeld over de omtrek van het object. Deze optie is nauw verbonden met de waarde Detail.
Detail Hiermee bepaalt u de afstand tussen punten die worden geplaatst op de omtrek van het object (hoe hoger deze waarde, des te
dichter de punten bij elkaar komen te staan).
Vereenvoudigen (gereedschappen Kromtrekken, Kronkel, Plooi en Bol) Hiermee bepaalt u in welke mate u de overtollige punten wilt
reduceren die het algehele uiterlijk van de vorm niet waarneembaar beïnvloeden.
Kronkelsnelheid (alleen gereedschap Kronkel) Hiermee bepaalt u de snelheid waarmee het kronkelen wordt toegepast. Voer een waarde
in tussen -180° en 180°. Met negatieve waarden laat u het object naar rechts kronkelen en met positieve waarden naar links. Het object
kronkelt sneller met waarden die dichter bij -180° of 180° liggen. Geef een waarde dichtbij op als u het object langzaam wilt laten
kronkelen.
Horizontaal en Verticaal (alleen gereedschap Kreuken) Met deze opties bepaalt u hoe ver de regelpunten uit elkaar liggen.
Penseel beïnvloedt ankerpunten, Penseel beïnvloedt handgrepen inkomende raaklijn of Penseel beïnvloedt handgrepen uitgaande
raaklijn (gereedschappen Schelp, Kristal, Kreuken) Hiermee kan het gereedschapspenseel wijzigingen aanbrengen aan deze
eigenschappen.
Meer Help-onderwerpen
Juridische kennisgevingen | Online privacybeleid
271