Operation Manual
Lagen
Naar boven
Naar boven
Lagen
Overzicht van het deelvenster Lagen
Een laag maken
Een object naar een andere laag verplaatsen
Items verdelen over afzonderlijke lagen
Lagen en groepen verenigen
Een item zoeken in het deelvenster Lagen
Lagen
Wanneer u complexe illustraties maakt, kan het een probleem zijn om alle items in het documentvenster in het oog te houden. Kleine items raken
verborgen onder grotere, en het wordt moeilijk om illustraties te selecteren. Lagen bieden een manier om alle items te beheren waaruit de
illustraties bestaan. U kunt lagen beschouwen als doorzichtige mappen die illustraties bevatten. Als u de mappen herschikt, verandert u de
stapelvolgorde van de items in de illustratie. U kunt items van de ene map naar de andere verplaatsen en submappen in mappen maken.
De lagenstructuur in een document kan zo eenvoudig of complex zijn als u maar wilt. Standaard zijn alle items ondergebracht in een enkelvoudige
hoofdlaag. U kunt echter nieuwe lagen maken en items daar naartoe verplaatsen. Ook kunt u op elk gewenst moment elementen tussen de lagen
verplaatsen. In het deelvenster Lagen kunt u op eenvoudige wijze vormgevingskenmerken van illustraties selecteren, verbergen, vergrendelen en
wijzigen. Het is zelfs mogelijk om sjabloonlagen te maken. Deze kunt u gebruiken om illustraties over te trekken en om lagen uit te wisselen met
Photoshop.
Op www.adobe.com/go/vid0041_nl vindt u een video over het gebruik van lagen en de isolatiemodus. Zie
www.adobe.com/go/learn_ai_tutorials_layers_nl voor informatie over het gebruik van lagen om animaties te maken.
Overzicht van het deelvenster Lagen
U gebruikt het deelvenster Lagen (Venster > Lagen) om de objecten in een document weer te geven, te organiseren en te bewerken. Standaard
bevat elk document één laag. Elk document dat u maakt, wordt weergegeven onder die laag. U kunt echter nieuwe lagen maken en items naar
wens herschikken.
Standaard wordt aan elke laag in het deelvenster Lagen een unieke kleur (maximaal negen kleuren) toegekend. De kleur wordt naast de
laagnaam in het deelvenster weergegeven. Dezelfde kleur wordt in het illustratievenster weergegeven in het omsluitende kader, het pad, de
ankerpunten en het middelpunt van een geselecteerd object. U kunt deze kleur gebruiken om in het deelvenster Lagen snel de laag te vinden die
hoort bij een bepaald object. Desgewenst kunt u de kleur van de laag aanpassen.
Wanneer een item in het deelvenster Lagen andere items bevat, wordt er links van de naam van het item een driehoek weergegeven. Klik op deze
driehoek om de inhoud te verbergen of weer te geven. Als er geen driehoek wordt weergegeven, bevat het item geen andere items.
Deelvenster Lagen
A. Zichtbaarheid B. Bewerkbaarheid C. Doel D. Selectiekolom
In het deelvenster Lagen staan er kolommen links en rechts van de lijsten. Klik op een kolom om de volgende kenmerken in te stellen:
Zichtbaarheid Geeft aan of items in de lagen zichtbaar
of verborgen (leeg vakje) zijn en of het sjabloonlagen of omtreklagen zijn.
Bewerkbaarheid Geeft aan of items zijn vergrendeld of ontgrendeld. Het vergrendelingspictogram geeft aan dat het item is vergrendeld en niet
kan worden bewerkt. Een leeg vakje geeft aan dat het item is ontgrendeld en kan worden bewerkt.
Doel Geeft aan of deze items als doel zijn aangewezen. Dat wil zeggen dat er effecten op worden toegepast en dat deze items worden aangepast
als kenmerken in het deelvenster Vormgeving worden bewerkt. Het pictogram met de dubbele ring (
of ) geeft aan dat het item als doel is
255










