Operation Manual
Naar boven
Naar boven
Als een object is geselecteerd, kunt u ook het dialoogvenster Verplaatsen openen door te dubbelklikken op het gereedschap Selecteren,
Direct selecteren of Groep selecteren.
3. Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u het object naar links of rechts wilt verplaatsen, voert u in het tekstvak Horizontaal een negatieve waarde (naar links) of een
positieve waarde (naar rechts) in.
Als u het object naar boven of onder wilt verplaatsen, voert u in het tekstvak Verticaal een negatieve waarde (naar onder) of een
positieve waarde (naar boven) in.
Als u het object wilt verplaatsen over een hoek ten opzichte van de x-as van het object, voert u een positieve hoek (als u linksom wilt
roteren) of een negatieve hoek (als u rechtsom wilt roteren) in het tekstvak Afstand of het tekstvak Hoek in. U kunt ook waarden tussen
180° en 360° opgeven. Deze waarden worden omgezet in de overeenkomende negatieve waarden (270° wordt omgezet in -90°).
4. Als de objecten een vulpatroon bevatten, selecteert u Patronen om het patroon te verplaatsen. Schakel Objecten uit als u wel het patroon en
niet de objecten wilt verplaatsen.
5. Klik op OK of klik op Kopiëren als u een kopie van de objecten wilt verplaatsen.
Richtingen ten opzichte van de x-as
Een object verplaatsen via de x- en y-coördinaten
1. Selecteer een of meer objecten.
2. Voer in het deelvenster Transformeren of het deelvenster Beheer nieuwe waarden in de tekstvakken X, Y of beide in.
Als u het referentiepunt wilt wijzigen, klikt u op een wit vierkantje op de plaatsbepaler van het referentiepunt
voordat u de waarden
invoert.
Meerdere objecten in één keer verplaatsen
1. Selecteer een of meer objecten.
2. Kies Object > Transformeren > Elk object transformeren.
3. Stel in het gedeelte Verplaatsen van het dialoogvenster de afstand in waarover de geselecteerde objecten moeten worden verplaatst.
4. Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u de objecten over de aangegeven afstand wilt verplaatsen, klikt u op OK.
Als u de objecten willekeurig maar niet verder dan de aangegeven afstand wilt verplaatsen, selecteert u de optie Willekeurig. Als u
bijvoorbeeld een bakstenen muur tekent waarbij de bakstenen niet perfect moeten worden uitgelijnd maar iets ten opzichte van elkaar
moeten worden verschoven, kunt u de optie Willekeurig selecteren. Klik vervolgens op OK.
Een object plakken op een positie ten opzichte van andere objecten
1. Selecteer het object dat u wilt plakken.
2. Kies Bewerken > Kopiëren of Bewerken > Knippen.
3. Selecteer het object waarvoor of waarachter u het item wilt plakken.
4. Kies Bewerken > Op voorgrond plakken of Bewerken > Op achtergrond plakken.
Als u meerdere objecten plakt, komen alle geplakte objecten voor of achter de selecteerde illustratie terecht. De relatieve verfvolgorde tussen
de afzonderlijke geplakte objecten blijft echter gelijk.
Objecten tussen lagen plakken
De instelling van de optie Lagen behouden bij plakken bepaalt waar illustraties in de laaghiërarchie worden geplakt. Standaard is de optie Lagen
248










