Operation Manual

Naar boven
Het selecteren van paden en punten in complexe afbeeldingen kan behoorlijk lastig zijn. Met de voorkeuren in Weergave selectie en anker kunt u
de tolerantie voor pixelselectie opgeven en andere opties instellen waarmee u binnen een bepaald document makkelijker kunt selecteren.
1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Weergave selectie en anker (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Weergave selectie en anker (Mac OS).
2. Geef een van de volgende selectievoorkeuren op:
Tolerantie Hiermee geeft u het pixelbereik op voor het selecteren van ankerpunten. Hoe hoger de waarde, des te groter het gebied rond
een ankerpunt waarop u kunt klikken om het te selecteren.
Objectselectie alleen volgens pad Hiermee geeft u aan of u een gevuld object kunt selecteren door op een willekeurig punt in het object te
klikken, of dat u op een pad moet klikken.
Magnetisch punt Hiermee geeft u aan of objecten magnetisch op ankerpunten en hulplijnen moeten worden geplaatst. Geef aan tot op
welke afstand objecten magnetisch worden geplaatst op ankerpunten en hulplijnen.
Illustraties isoleren voor bewerking
In de isolatiemodus worden objecten geïsoleerd, zodat u bepaalde objecten of delen van objecten eenvoudig kunt selecteren en bewerken. U kunt
een van de volgende items isoleren: lagen, sublagen, groepen, symbolen, knipmaskers, samengestelde paden, verloopnetten en paden.
In de isolatiemodus kunt u illustraties verwijderen of vervangen en nieuwe illustraties toevoegen ten opzichte van de geïsoleerde illustraties. Zodra
u de isolatiemodus verlaat, worden nieuwe of vervangen illustraties geplaatst op dezelfde locatie als de oorspronkelijke, geïsoleerde illustraties. In
de isolatiemodus worden alle overige objecten automatisch vergrendeld, zodat u alleen de objecten in de isolatiemodus kunt bewerken. U hoeft
dus geen rekening te houden met de laag waarin een object zich bevindt en is het ook niet nodig om de objecten die u niet wilt bewerken,
handmatig te vergrendelen of te verbergen.
Opmerking: Als u de definitie van een symbool bewerkt, wordt het symbool in de isolatiemodus weergegeven. (Zie Een symbool bewerken of
opnieuw definiëren.)
De groep met de vlinders isoleren
Als de isolatiemodus actief is, wordt het geïsoleerde object in kleur weergegeven, terwijl de rest van de illustratie grijs wordt weergegeven. De
naam en locatie van het geïsoleerde object (ook wel kruimelpad genoemd) worden weergegeven in de isolatiemodusbalk. Daarnaast worden in
het deelvenster Lagen alleen de illustraties in de geïsoleerde sublaag of groep weergegeven. Als u de isolatiemodus afsluit, worden de overige
lagen en groepen opnieuw in het deelvenster Lagen weergegeven.
U kunt geïsoleerde objecten weergeven in de omtrek- of voorvertoningsmodus.
Op www.adobe.com/go/vid0041_nl vindt u een video over het gebruik van lagen en de isolatiemodus.
238