Operation Manual
Naar boven
2. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de maskerminiatuur om alle andere illustraties in het documentvenster te
verbergen. (Als de miniaturen niet worden weergegeven, kiest u Miniatuur tonen in het deelvenstermenu.)
3. Bewerk het masker met de bewerkingsgereedschappen en -technieken van Illustrator.
4. Klik op de miniatuur van de gemaskeerde illustratie (linkerminiatuur) in het deelvenster Transparantie om de bewerkingsmodus voor maskers
af te sluiten.
Een dekkingsmasker ontkoppelen of opnieuw koppelen
Als u een masker wilt ontkoppelen, wijs dan de gemaskeerde illustratie aan in het deelvenster Lagen en klik op het koppelingssymbool
tussen de miniaturen in het deelvenster Transparantie. Of selecteer Dekkingsmasker scheiden in het menu van het deelvenster
Transparantie.
De positie en de grootte van het maskerende object worden vergrendeld en u kunt de gemaskeerde objecten onafhankelijk van het masker
verplaatsen en vergroten of verkleinen.
Als u een masker opnieuw wilt koppelen, wijs dan de gemaskeerde illustratie aan in het deelvenster Lagen en klik in het gebied tussen de
miniaturen in het deelvenster Transparantie. Of selecteer Dekkingsmasker koppelen in het menu van het deelvenster Transparantie.
Een dekkingsmasker deactiveren of opnieuw activeren
Als u de transparantie wilt verwijderen die door het masker wordt gemaakt, kunt u het masker deactiveren.
Als u een masker wilt deactiveren, wijs dan de gemaskeerde illustratie aan in het deelvenster Lagen en klik, terwijl u Shift ingedrukt houdt, op
de miniatuur van het maskerende object (rechterminiatuur) in het deelvenster Transparantie. Of selecteer Dekkingsmasker uitschakelen in het
menu van het deelvenster Transparantie. Wanneer het dekkingsmasker is gedeactiveerd, wordt er een rood kruis weergegeven door de
maskerminiatuur in het deelvenster Transparantie.
Als u een masker opnieuw wilt activeren, wijs dan de gemaskeerde illustratie aan in het deelvenster Lagen en klik, terwijl u Shift ingedrukt
houdt, op de miniatuur van het maskerende object in het deelvenster Transparantie. Of selecteer Dekkingsmasker inschakelen in het menu
van het deelvenster Transparantie.
Een dekkingsmasker verwijderen
Wijs de gemaskeerde illustratie aan in het deelvenster Lagen en selecteer vervolgens Dekkingsmasker opheffen in het deelvenster
Transparantie.
Het maskerende object komt nu weer tevoorschijn boven op de objecten die waren gemaskeerd.
Een dekkingsmasker omkeren of knippen
1. Selecteer de gemaskeerde illustratie in het deelvenster Lagen.
2. Selecteer een van de volgende opties in het deelvenster Transparantie:
Knippen Het masker krijgt een zwarte achtergrond waardoor de gemaskeerde illustratie wordt uitgeknipt tot de grenzen van het maskerende
object. Schakel de optie Knippen uit om dit gedrag uit te schakelen. Als nieuwe dekkingsmaskers standaard knippend moeten zijn, selecteer
dan Nieuwe dekkingsmaskers zijn knippend in het menu van het deelvenster Transparantie.
Mask. omkeren Hiermee worden de lichtsterktewaarden van het maskerende object omgekeerd, waardoor de dekking van de gemaskeerde
illustratie wordt omgekeerd. Als het masker is omgekeerd, worden gebieden die bijvoorbeeld 90% transparant zijn, 10% transparant. Schakel
de optie Mask. omkeren uit om de oorspronkelijke toestand van het masker te herstellen. Als u alle maskers standaard wilt omkeren,
selecteer dan Nieuwe dekkingsmaskers worden omgekeerd in het menu van het deelvenster Transparantie.
Als deze opties niet worden weergegeven, selecteert u Opties tonen in het deelvenstermenu.
Transparantie gebruiken om een afdekvorm te maken
Met de optie Dekking en masker bepalen afdekvorm kunt u een afdekeffect maken dat proportioneel is ten opzichte van de dekking van het object.
In gebieden van het masker waar de dekking bijna 100% is, is er sprake van een sterk afdekeffect; in gebieden met minder dekking, is het
afdekeffect zwakker. Als u bijvoorbeeld een object met verloopmaskering gebruikt als afdekvorm, wordt het onderliggende object in toenemende
mate afgedekt, alsof het door een verloop wordt gearceerd. U kunt afdekvormen maken met zowel vectorobjecten als rasterobjecten. Deze
techniek is het meest geschikt voor objecten die een andere overvloeimodus gebruiken dan de modus Normaal.
1. Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u een dekkingsmasker wilt gebruiken om de afdekvorm te maken, selecteert u de gemaskeerde illustratie en groepeert u deze
vervolgens met de objecten die u wilt afdekken.
Als u het alfakanaal van een bitmapobject wilt gebruiken om de afdekvorm te maken, selecteert u een bitmapobject dat transparantie
bevat en vervolgens groepeert u dat object met de objecten die u wilt afdekken.
2. Selecteer de groep.
3. Klik in het deelvenster Transparantie op de optie Afdekgroep totdat er een vinkje wordt weergegeven.
4. Selecteer de maskerende objecten of de transparante afbeelding die in het deelvenster Lagen tussen de gegroepeerde objecten staan.
212










