Operation Manual
Naar boven
1. Voer een van de volgende handelingen uit om het symbool te openen in de isolatiemodus als u het schalingsraster voor een symbool wilt
bewerken:
Dubbelklik op het symbool in het deelvenster Symbolen.
Selecteer het symbool in het deelvenster Symbolen en kies Symbool bewerken in het deelvenstermenu.
2. Voer een van de volgende handelingen uit om het exemplaar te openen in de isolatiemodus als u het schalingsraster voor een
symboolexemplaar wilt bewerken:
Dubbelklik op het symboolexemplaar in het tekengebied.
Selecteer het symboolexemplaar in het tekengebied en klik op Symbool bewerken in het deelvenster Beheer.
3. Beweeg met de aanwijzer over een van de vier hulplijnen. Wanneer de aanwijzer verandert in de verplaatsingsaanwijzer, sleept u de
hulplijn.
Opmerking: Ook als u een hulplijn buiten de grenzen van het symbool verplaatst, wordt er nog steeds schaling toegepast (het symbool
wordt dan onderverdeeld in minder dan negen segmenten). Het symbool wordt geschaald op basis van het segment waar het zich bevindt.
4. Sluit de isolatiemodus af door te klikken op de knop Isolatiemodus afsluiten
in de linkerbovenhoek van het tekengebied of in het
deelvenster Beheer
.
Werken met symboolexemplaren
Symboolexemplaren kunnen op dezelfde manier als andere objecten worden verplaatst, geschaald, geroteerd, schuingetrokken of gespiegeld. U
kunt ook de bewerkingen in de deelvensters Transparantie, Vormgeving en Afbeeldingsstijlen uitvoeren en de effecten in het menu Effect
toepassen. Als u echter de afzonderlijke componenten van een symboolexemplaar wilt wijzigen, moet u het exemplaar eerst uitbreiden. Bij
uitbreiden wordt de koppeling tussen het symbool en het symboolexemplaar verbroken. Het exemplaar wordt dan omgezet in een normale
illustratie.
Op www.adobe.com/go/vid0034_nl en www.adobe.com/go/vid0035_nl vindt u video's over het selecteren en uitlijnen van objecten, waaronder
symbolen.
Opmerking: De opties voor Een symboolexemplaar vervangen door een ander symbool, het verbreken van de koppeling bij Een
symboolexemplaar uitbreiden en Transformaties opnieuw instellen kunnen niet worden uitgevoerd op symbolen in perspectief.
Een symboolexemplaar aanpassen
Nadat u een symboolexemplaar hebt gewijzigd, kunt u het originele symbool opnieuw definiƫren in het deelvenster Symbolen. Als u een symbool
opnieuw definieert, nemen alle bestaande symboolexemplaren de nieuwe definitie aan.
1. Selecteer een exemplaar van het symbool.
2. Klik op de knop Koppeling naar symbool verbreken
in het deelvenster Symbolen of Beheer.
3. Bewerk de illustratie.
4. (Optioneel) Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u het originele symbool wilt vervangen door deze bewerkte versie, sleep dan het bewerkte symbool boven op het oude symbool in
het deelvenster Symbolen. Houd tijdens het slepen Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt. Het symbool wordt vervangen in het
deelvenster Symbolen en wordt bijgewerkt in het huidige bestand.
Als u een nieuw symbool wilt maken met deze bewerkte versie, sleep dan het gewijzigde symbool naar het deelvenster Symbolen of klik
op Nieuw symbool
in het deelvenster Symbolen.
Een symboolexemplaar uitbreiden
1. Selecteer een of meer symboolexemplaren.
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op de knop Koppeling naar symbool verbreken in het deelvenster Symbolen of kies Koppeling naar symbool verbreken in het
deelvenstermenu.
Kies Object > Uitbreiden en klik vervolgens op OK in het dialoogvenster Uitbreiden.
De componenten van het symboolexemplaar worden in een groep geplaatst. Als het symbool is uitgebreid, kunt u de illustratie bewerken.
Een symboolexemplaar in het tekengebied dupliceren
Als u een symboolexemplaar hebt geschaald, geroteerd, schuingetrokken of gespiegeld en u wilt meer exemplaren toevoegen met exact dezelfde
wijzigingen, moet u het gewijzigde exemplaar dupliceren.
1. Selecteer het symboolexemplaar.
143










