Operation Manual

Voorinstellingen voor perspectiefraster
A. Eenpuntsperspectief B. Tweepuntsperspectief (standaard) C. Driepuntsperspectief
Als u een van de voorinstellingen voor het raster wilt selecteren, klikt u op Weergave > Perspectiefraster en selecteert u vervolgens de gewenste
voorinstelling.
Voorinstellingen voor rasters definiëren
Als u de rasterinstellingen wilt definiëren, klikt u op Weergave > Perspectiefraster > Raster definiëren. In het dialoogvenster Perspectiefraster
definiëren kunt u de volgende kenmerken definiëren voor een voorinstelling:
Naam Als u een nieuwe voorinstelling wilt opslaan, selecteert u de optie Aangepast in de vervolgkeuzelijst Naam.
Type Selecteer het type voorinstelling: Eenpuntsperspectief, Tweepuntsperspectief of Driepuntsperspectief.
Eenheden Selecteer de eenheid voor de rastergrootte. De opties zijn centimeters, inches, pixels en punten.
Schalen Selecteer de rasterschaal om de maten van het tekengebied en de werkelijke maten weer te geven of in te stellen. Als u de schaal wilt
aanpassen, selecteert u de optie Aangepast. In het dialoogvenster Aangepaste schaal geeft u de verhoudingen voor Tekengebied en In
werkelijkheid op.
Rasterlijn om de Met dit kenmerk bepaalt u de grootte van de rastercellen.
Kijkhoek Stelt u zich een kubus voor die zodanig staat dat geen enkel vlak parallel loopt aan het beeldvlak (in dit geval het computerscherm). De
kijkhoek is de hoek die het rechtervlak van deze denkbeeldige kubus maakt met het beeldvlak. Hierdoor bepaalt de kijkhoek de positie van het
linker- en rechterverdwijnpunt voor de waarnemer. Een kijkhoek van 45° betekent dat de twee verdwijnpunten even ver verwijderd zijn van de
zichtlijn van de waarnemer. Als de kijkhoek groter is dan 45°, is het rechterverdwijnpunt minder ver en het linkerverdwijnpunt verder verwijderd van
de zichtlijn, en omgekeerd.
Kijkafstand De afstand tussen de waarnemer en de scène.
Hoogte van horizon Geef de hoogte van de horizon op (oogniveau van waarnemer) voor de voorinstelling. De hoogte van de horizonlijn vanaf
grondniveau wordt weergegeven bij de hulplijn.
Derde verdwijnpunt Deze optie wordt ingeschakeld wanneer u het driepuntsperspectief selecteert. U kunt de x- en y-coördinaten voor de
voorinstelling opgeven in de vakken X en Y.
Als u de kleuren voor het linker-, rechter- en horizontale raster wilt wijzigen, selecteert u de kleur in de vervolgkeuzelijst Linkerraster,
Rechterraster, en Horizontaal raster. U kunt ook een aangepaste kleur selecteren met behulp van de kleurselector.
Gebruik de schuifregelaar voor dekking om de dekking van het raster te wijzigen.
Als u het raster wilt opslaan als een voorinstelling, klikt u op de knop Voorinstelling opslaan.
Voorinstellingen voor het raster bewerken, verwijderen, importeren en exporteren
Als u voorinstellingen van het raster wilt bewerken, klikt u op Bewerken > Voorinstellingen voor perspectiefrasters. Selecteer in het dialoogvenster
Voorinstellingen voor perspectiefrasters de voorinstelling die u wilt bewerken en klik op Bewerken.
125