Operation Manual
61
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Tekenen
Spiralen tekenen
1 Selecteer het gereedschap Spiraal .
2 Voer een van de volgende handelingen uit:
• Sleep de aanwijzer tot de spiraal de gewenste grootte heeft. Sleep de aanwijzer als een boog om de spiraal te roteren.
• Klik op de plaats waar de spiraal moet beginnen. Stel vervolgens in het dialoogvenster een of meer van de volgende
opties in en klik op OK.
Straal Hiermee geeft u de afstand aan van het middelpunt van de spiraal tot het buitenste punt.
Verval Hiermee geeft u de mate op waarmee elke winding van de spiraal moet afnemen in verhouding tot de vorige
winding.
Segmenten Hiermee geeft u aan uit hoeveel segmenten de spiraal bestaat. Elke volledige winding van de spiraal bestaat
uit vier segmenten.
Stijl Hiermee geeft u de richting van de spiraal op.
Op www.adobe.com/go/vid0036_nl vindt u een video over vormgereedschappen.
Zie ook
“Galerie met tekengereedschappen” op pagina 22
“Toetsen voor tekenen” op pagina 506
Rasters tekenen
Met de rastergereedschappen kunt u snel rechthoekige rasters en poolrasters tekenen. Met het gereedschap
Rechthoekig raster maakt u rechthoekige rasters van een opgegeven grootte en met een opgegeven aantal
scheidingslijnen. Met het gereedschap Poolraster maakt u concentrische cirkels van een opgegeven grootte en met een
opgegeven aantal scheidingslijnen.
Zie ook
“Galerie met tekengereedschappen” op pagina 22
“Toetsen voor tekenen” op pagina 506
Rechthoekige rasters tekenen
1 Selecteer het gereedschap Rechthoekig raster .
2 Voer een van de volgende handelingen uit:
• Sleep de aanwijzer tot het raster de gewenste grootte heeft.
• Klik om het referentiepunt van het raster in te stellen. Klik in het dialoogvenster op een van de vierkantjes van de
plaatsbepaler voor het referentiepunt om het punt te bepalen van waaruit het raster wordt getekend. Stel
vervolgens een of meer van de volgende opties in en klik op OK.
Standaardgrootte Hiermee geeft u de breedte en hoogte van het gehele raster op.
Horizontale scheidingslijnen Hiermee geeft u het aantal horizontale scheidingslijnen aan dat moet worden
weergegeven tussen de bovenkant en de onderkant van het raster. De waarde voor Schuintrekken bepaalt hoe de
horizontale scheidingslijnen verdeeld zijn naar de boven- of onderkant van het raster.