Operation Manual
46
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Werkruimte
Elektronische proefdrukken Met elektronische proefdrukken (proefkleuren) wordt geschat hoe de kleuren van een
document op een bepaald type beeldscherm of uitvoerapparaat worden weergegeven.
Anti-aliasing Met anti-aliasing worden vectorobjecten vloeiender weergegeven op het scherm en krijgt u een beter
idee hoe vectorillustraties eruit zullen zien wanneer deze met een PostScript®-printer worden afgedrukt. De reden
hiervoor is dat schermresoluties relatief beperkt zijn terwijl vectorillustraties vaak met een hoge resolutie worden
afgedrukt. Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS),
selecteer Anti-aliased illustratie en klik op OK als u anti-aliasing wilt inschakelen.
Adobe Device Central (Bestand > Adobe Device Central) Hiermee kunt u een voorvertoning bekijken van hoe uw
document eruit ziet op een bepaalde mobiele telefoon of een bepaald apparaat.
Zie ook
“Informatie over overdrukken” op pagina 466
“De modus Voorvertoning pixels” op pagina 404
“Elektronische proefdruk van kleuren” op pagina 148
“Opslaan voor web en apparaten: overzicht” op pagina 419
“Adobe Device Central gebruiken met Illustrator” op pagina 404
“Een voorbeeld bekijken van de gebieden van de illustratie die worden afgevlakt” op pagina 462
Linialen, rasters, hulplijnen en snijtekens
Linialen gebruiken
Met linialen kunt u objecten in het illustratievenster of een tekengebied nauwkeurig plaatsen en meten. Het punt waar
0 op elke liniaal wordt weergegeven, wordt de oorsprong van de liniaal genoemd.
Documentlinialen worden aan de boven- en linkerzijde van het illustratievenster weergegeven. De standaardoorsprong
van een liniaal bevindt zich in de linkerbenedenhoek van het illustratievenster.
Tekengebiedlinialen worden aan de boven- en linkerzijde van het actieve tekengebied weergegeven. De
standaardoorsprong van een tekengebiedliniaal bevindt zich in de linkerbenedenhoek van het tekengebied.
• Kies Weergave > Linialen tonen of Weergave > Linialen verbergen als u linialen wilt weergeven of verbergen.
• Kies Weergave > Tekengebiedlinialen tonen of Weergave > Tekengebiedlinialen verbergen als u
tekengebiedlinialen wilt weergeven of verbergen.
• Als u de oorsprong van de liniaal wilt wijzigen, verplaatst u de aanwijzer naar de linkerbovenhoek waar de linialen
elkaar kruisen, en sleept u de aanwijzer naar de gewenste nieuwe oorsprong.
Terwijl u sleept, geeft een kruiscursor in het venster en in de linialen de veranderende oorsprong van de liniaal aan.
Opmerking: Wanneer u de oorsprong van een liniaal wijzigt, heeft dit gevolgen voor de verdeling van patronen.
• Als u de standaardoorsprong van de liniaal wilt herstellen, dubbelklikt u in de linkerbovenhoek waar de linialen
elkaar kruisen.