Operation Manual
492
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Grafieken
Gegevens in spreidingsgrafiek
• Voer in de bovenste rij cellen van het werkblad, om de andere kolom, de labels in voor gegevenssets, te beginnen
bij de eerste cel. Deze labels worden weergegeven in de legenda.
• Voer gegevens voor de y-as in de eerste kolom in en gegevens voor de x-as in de tweede kolom.
Gegevenssets invoeren voor schijfgrafieken
U organiseert gegevenssets voor schijfgrafieken op dezelfde manier als voor andere grafieken. In dit geval wordt echter
door elke rij in het werkblad een afzonderlijke grafiek gegenereerd.
Gegevens in schijfgrafiek
• Voer de labels voor de gegevenssets op dezelfde manier in als bij kolomgrafieken, gestapelde kolomgrafieken,
staafgrafieken, gestapelde staafgrafieken, lijngrafieken, vlakgrafieken en radargrafieken. Voer categorielabels in als
u grafieknamen wilt genereren.
• Als u één schijfgrafiek wilt maken, voert u maar één rij met gegevens in. De ingevoerde waarden moeten allemaal
óf positief óf negatief zijn.
• Als u meerdere schijfgrafieken wilt maken, voert u extra rijen met gegevens in. Alle gegevens moeten óf positief óf
negatief zijn. Standaard is de grootte van de afzonderlijke schijfgrafieken proportioneel ten opzichte van de totalen
van de gegevens van elke grafiek.
Gegevenssets invoeren voor kolom-, staaf-, lijn-, vlak- en radargrafieken
Als u de labels voor de grafiek hebt ingevoerd, kunt u de verschillende gegevenssets invoeren onder de desbetreffende
kolommen.
40 60 80 100
10
15
20
25
30
Group B Group A
D C B A