Operation Manual
447
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Afdrukken
3 Voer een van de volgende handelingen uit:
• Als u een scheidingsinkt wilt verbergen op het scherm, klikt u op het oogpictogram links van de scheidingnaam.
Klik nogmaals om de scheiding te bekijken.
• Als u alle scheidingsinkten op het scherm wilt verbergen, met uitzondering van één bepaalde inkt, houdt u Alt
(Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op het oogpictogram van de desbetreffende scheiding. Klik
nogmaals op het oogpictogram terwijl u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt als u alle scheidingen
weer wilt weergeven.
• Klik op het CMYK-pictogram als u alle procesplaten tegelijk wilt weergeven.
4 U keert terug naar de normale weergave door Voorvertoning overdruk uit te schakelen.
Alhoewel u met het weergeven van een voorvertoning problemen in een vroeg stadium aan het licht kunt brengen
zonder dat u kosten hoeft te maken voor het afdrukken van scheidingen, kunt u geen voorvertoning weergeven van
overvullingen, emulsieopties, drukkersmarkeringen, en halftoonrasters en -resolutie. Raadpleeg de drukker en vraag
hem deze instellingen te controleren aan de hand van integrale proefdrukken of overlay-proefdrukken. Als u in het
deelvenster Voorvertoning scheidingen instelt dat inkten al dan niet zichtbaar zijn op het scherm, heeft dat geen
invloed op het feitelijke scheiden, het gaat alleen om de weergave op het scherm tijdens de voorvertoning.
Opmerking: Objecten op verborgen lagen worden niet in een voorvertoning op het scherm weergegeven.
Kleurscheidingen afdrukken
1 Kies Bestand > Afdrukken.
2 Selecteer een printer en een PPD-bestand. Als u niet naar een printer maar naar een bestand wilt afdrukken, kiest
u Adobe PostScript®-bestand of Adobe PDF.
3 Selecteer Uitvoer aan de linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
4 Selecteer bij Modus de optie Scheidingen (op host) of In-RIP-scheidingen.
5 Geef een emulsie, beeldbelichting en printerresolutie voor de scheidingen op.
6 Stel opties in voor de kleurplaten die u wilt scheiden:
• Als u het afdrukken van een kleurplaat wilt uitschakelen, klikt u op het printerpictogram naast de kleur in de
lijst Opties voor documentinkt. Klik nogmaals als u het afdrukken voor de kleur weer wilt herstellen.
• Als u alle steunkleuren wilt omzetten in proceskleuren zodat ze allemaal als onderdeel van de proceskleurplaten en
niet op afzonderlijke platen worden afgedrukt, selecteert u Alle steunkleuren omzetten in proceskleuren.
• Als u een afzonderlijke steunkleur wilt omzetten in proceskleuren, klikt u op het steunkleurpictogram naast de
kleur in de lijst Opties voor documentinkt. Er verschijnt een vierkleurenprocespictogram . Klik nogmaals als u
de kleur weer wilt terugzetten naar een steunkleur.
• Als u alle zwarte inkt wilt overdrukken, selecteert u Zwart overdrukken.
• Als u de rasterfrequentie, rasterhoek en vorm van halftoonpunten voor een plaat wilt wijzigen, dubbelklikt u op de
inktnaam. U kunt ook op de huidige instelling in de lijst Opties voor documentinkt klikken en de gewenste
wijzigingen aanbrengen. De standaardhoeken en frequenties worden echter bepaald door het geselecteerde PPD-
bestand. Overleg met de drukkerij welke frequentie en hoek de voorkeur heeft voordat u uw eigen halftoonrasters
maakt.
Als uw illustraties meerdere steunkleuren bevatten, met name bij interacties tussen twee of meer steunkleuren, dan
kunt u het beste aan elke steunkleur een andere rasterhoek toewijzen.
7 Stel aanvullende opties in het dialoogvenster Afdrukken in.