Operation Manual
379
Hoofdstuk 11: Speciale effecten maken
U kunt de vormgeving van alle objecten, groepen en lagen in Adobe Illustrator wijzigen door middel van effecten en
via de deelvensters Vormgeving en Afbeeldingsstijlen. Daarnaast kunt u een object in essentiële onderdelen verdelen
om elementen van het object onafhankelijk van elkaar te wijzigen.
Vormgevingskenmerken
Vormgevingskenmerken
Vormgevingskenmerken zijn eigenschappen die het uiterlijk van een object beïnvloeden zonder de onderliggende
structuur te wijzigen. Vormgevingskenmerken omvatten vullingen, lijnen, transparantie en effecten. Als u een
vormgevingskenmerk toepast op een object en dat kenmerk later bewerkt of verwijdert, worden het onderliggende
object of andere kenmerken die op dat object zijn toegepast, niet gewijzigd.
U kunt vormgevingskenmerken op elk niveau van de laaghiërarchie instellen. Als u bijvoorbeeld een
slagschaduweffect toepast op een laag, krijgen alle objecten op de laag een slagschaduweffect. Als u echter een object
uit de laag verplaatst, heeft het object geen slagschaduw meer omdat het effect bij de laag behoort, en niet bij elk object
in de laag.
Het deelvenster Vormgeving is de aangewezen plek om te werken met vormgevingskenmerken. U kunt
vormgevingskenmerken toepassen op lagen, groepen en objecten, en vaak ook op vullingen en lijnen. Hierdoor kan de
hiërarchie van kenmerken in de illustratie zeer complex worden. Als u bijvoorbeeld één effect toepast op een hele laag
en een ander effect op een object in de laag, is het moeilijk na te gaan welk effect een verandering in de illustratie
veroorzaakt. In het deelvenster Vormgeving ziet u welke vullingen, lijnen, afbeeldingsstijlen en effecten op een object,
groep of laag zijn toegepast.
Op www.adobe.com/go/lrvid4022_ai_nl vindt u een video over het gebruik van de deelvensters Vormgeving en
Afbeeldingsstijlen.
Overzicht van het deelvenster Vormgeving
U gebruikt het deelvenster Vormgeving (Venster > Vormgeving) als u de vormgevingskenmerken wilt weergeven of
aanpassen voor een object, groep of laag. Vullingen en lijnen worden op stapelvolgorde vermeld. De volgorde van
boven naar beneden in het deelvenster komt overeen met de volgorde van voor naar achter in de illustratie. Effecten
worden van boven naar beneden vermeld in de volgorde waarin ze zijn toegepast op de illustratie.
Op www.adobe.com/go/lrvid4022_ai_nl vindt u een video over het gebruik van de deelvensters Vormgeving en
Afbeeldingsstijlen.