Operation Manual

324
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Tekst
Tekst verbinden tussen objecten
Als u tekst wilt laten doorlopen van een object naar een volgend object, koppelt u de objecten. Gekoppelde
tekstobjecten kunnen elke vorm hebben. De tekst moet echter in een vlak of langs een pad worden ingevoerd (en niet
op een bepaald punt).
Elk vlaktekstobject bevat een inpoort en een uitpoort. Deze poorten stellen u in staat objecten aan andere objecten te
koppelen en een gekoppelde kopie van het tekstobject te maken. Een lege poort geeft aan dat alle tekst zichtbaar is en
dat het object niet is gekoppeld. Een pijl in een poort geeft aan dat het object aan een ander object is gekoppeld. Een
rood plusteken in een uitpoort geeft aan dat het object meer tekst bevat. Deze verborgen tekst wordt overlopende tekst
genoemd.
Poorten van gekoppelde tekstobjecten
U kunt verbindingen verbreken en de tekst in het eerste of volgende object laten overlopen of u kunt alle verbindingen
verwijderen en de tekst laten staan.
Opmerking: Wanneer u werkt met verbonden (doorlopende) tekst, kan het handig zijn om de verbindingen te zien. Als
u de verbindingen wilt zien, kiest u Weergave > Tekstverbindingen tonen en selecteert u een gekoppeld object.
Zie ook
Tekst invoeren in een vlak” op pagina 319
Tekst verbinden
1 Selecteer een vlaktekstobject met behulp van het gereedschap Selectie.
2 Klik op de inpoort of uitpoort van het geselecteerde tekstobject. De aanwijzer verandert in het pictogram voor
geladen tekst .
3 Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u aan een bestaand object wilt koppelen, plaatst u de aanwijzer op het pad van dat object. De aanwijzer
verandert in een . Klik op het pad om de objecten te koppelen
Als u met een nieuw object wilt koppelen, klikt of sleept u op een leeg gedeelte van het tekengebied. Als u klikt,
wordt een object van dezelfde grootte en vorm gemaakt. Als u sleept, kunt u een rechthoekig object van elke
gewenste grootte maken.
Een andere methode die u kunt gebruiken om tekst tussen objecten te verbinden, is een vlaktekstobject selecteren, een
of meer objecten selecteren waarmee u wilt verbinden en vervolgens Tekst > Tekst met verbindingen > Maken.
Verbindingen verwijderen of verbreken
1 Selecteer een gekoppeld tekstobject.