Operation Manual

312
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Importeren, exporteren en opslaan
Compressie Hiermee bepaalt u het type compressie voor uw bestand. Met de optie Automatisch worden automatisch
de best mogelijke compressie en kwaliteit gekozen voor de illustraties in het bestand. Bij de meeste bestanden geeft
deze optie optimale resultaten. Gebruik Automatisch (JPEG) voor de grootste compatibiliteit. Gebruik Automatisch
(JPEG2000) voor de beste compressie.
ZIP-compressie Werkt goed bij afbeeldingen met grote gebieden in een enkele kleur of bij zichzelf herhalende
patronen en voor zwart-witafbeeldingen met herhalende patronen. Bij ZIP-compressie kunnen er afhankelijk van de
instelling Afbeeldingskwaliteit wel of geen gegevens verloren gaan.
JPEG-compressie Is geschikt voor afbeeldingen in grijstinten of in kleur. JPEG-compressie is compressie met
verlies. Dit betekent dat er afbeeldingsgegevens worden verwijderd en dat de kwaliteit afneemt. Er wordt echter
geprobeerd het bestand te verkleinen met zo weinig mogelijk gegevensverlies. Omdat bij JPEG-compressie gegevens
worden verwijderd, ontstaan er veel kleinere bestanden dan bij ZIP-compressie.
JPEG2000 Dit is de nieuwe, internationale standaard voor het comprimeren en inpakken van afbeeldingsgegevens.
Net zoals de JPEG-compressie is de JPEG 2000-compressie geschikt voor grijswaarden- of kleurenafbeeldingen. De
JPEG 2000-compressie heeft enkele voordelen, zoals progressieve weergave.
CCITT en Run Length-compressie Deze zijn alleen beschikbaar voor monochrome bitmapafbeeldingen. De
compressiemethode CCITT (Consultative Committee on International Telegraphy and Telephony) is geschikt voor
zwart-witafbeeldingen en voor gescande afbeeldingen met een diepte van 1 bit. Group 4 is een algemene
compressiemethode die vooral geschikt is voor de meeste soorten monochrome afbeeldingen. Bij Group 3, de
compressiemethode van veel faxapparaten, worden monochrome bitmaps per rij gecomprimeerd. Run Length is een
compressiemethode die het beste resultaat geeft bij afbeeldingen met grote delen effen zwart of wit.
Afbeeldingskwaliteit Bepaalt de hoeveelheid compressie die wordt toegepast. Het hangt van de compressiemethode
af welke opties er beschikbaar zijn. Voor JPEG-compressie biedt Illustrator de volgende opties: Minimum, Laag,
Normaal, Hoog en Maximum. Voor ZIP-compressie biedt Illustrator de volgende kwaliteitsopties: 4 bits en 8 bits. Als
u 4-bits-ZIP-compressie bij 4-bitsafbeeldingen gebruikt of 8-bits-ZIP-compressie bij 4-bits- of 8-bitsafbeeldingen, is
de ZIP-methode zonder verlies. Dit houdt in dat er geen gegevens worden verwijderd om het bestand kleiner te maken
en dat de kwaliteit van de afbeelding dus niet afneemt. Het gebruik van 4-bits-ZIP-compressie bij 8-bitsgegevens kan
echter wel invloed hebben op de kwaliteit, omdat er op deze manier wel gegevens verloren gaan.
Tegelgrootte Deze optie is alleen beschikbaar als de overeenkomstige Compressie-instelling JPEG2000 is. Hiermee
bepaalt u de grootte van de tegels voor een progressieve weergave.
Tekst en lijnwerk comprimeren Hiermee wordt compressie toegepast op alle tekst en lijnwerk in het bestand. Deze
methode gaat niet ten koste van de details of de kwaliteit.
Zie ook
Adobe PDF” op pagina 304
Opties voor markeringen en aflooptekens voor PDF
Het afloopgebied is het gedeelte van de illustratie dat buiten het omsluitend afdrukkader valt, of buiten de snijtekens
en interne snijtekens. U kunt een afloopgebied in illustraties opnemen als een foutmarge, om er zeker van te zijn dat
de inkt helemaal tot de rand van het papier doorloopt nadat de pagina is afgesneden of een afbeelding exact kan
worden ingepast in een document.
In het gebied Markeringen en aflooptekens van het dialoogvenster Adobe PDF opslaan kunt u de omvang van het
afloopgebied specificeren en allerlei drukkersmarkeringen toevoegen aan het bestand.
Alle drukkersmarkeringen Hiermee schakelt u alle drukkersmarkeringen (interne snijtekens, registratietekens,
kleurenbalken en pagina-informatie) in het PDF-bestand in.