Operation Manual
300
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Importeren, exporteren en opslaan
Boogkwaliteit Hiermee wordt de nauwkeurigheid van de Bézier-curven bepaald. Een lagere waarde betekent dat het
geëxporteerde bestand kleiner is, maar ook dat de kwaliteit van de curve enigszins achteruit gaat. Een hogere waarde
verbetert de nauwkeurigheid van de reproductie, maar heeft een groter bestand tot gevolg.
Achtergrondkleur Hiermee geeft u een achtergrondkleur op voor het geëxporteerde SWF-bestand.
Lokale afspeelbeveiliging Hiermee geeft u op of het bestand tijdens het afspelen alleen toegang heeft tot lokale
bestanden of tot netwerkbestanden.
Als u geavanceerde opties wilt opgeven, klik dan op Geavanceerd en stel de gewenste opties in:
Afbeeldingsformaat Hiermee bepaalt u hoe de illustratie wordt gecomprimeerd. Als u Zonder verlies selecteert, blijft
de hoogst mogelijke beeldkwaliteit behouden, maar wordt er een groot SWF-bestand gemaakt. Als u Met verlies
(JPEG) selecteert, wordt er een kleiner SWF-bestand gemaakt, maar worden er artefacten aan de afbeelding
toegevoegd. Selecteer Zonder verlies als u van plan bent om in Flash verder te werken aan het bestand (of aan de
bestanden). Selecteer Met verlies als u de eindversie van het bestand als SWF-bestand wilt exporteren.
JPEG-kwaliteit Hiermee geeft u op hoe gedetailleerd de geëxporteerde afbeelding moet worden. Hoe hoger de
kwaliteit, hoe groter het bestand. (Deze optie is alleen beschikbaar als u compressie met verlies hebt geselecteerd.)
Methode Hiermee bepaalt u het type JPEG-compressie dat wordt gebruikt. Selecteer Basislijn (standaard) als u de
standaardcompressie wilt toepassen. Selecteer Basislijn geoptimaliseerd voor extra optimalisatie. (Deze opties zijn
alleen beschikbaar als u compressie met verlies hebt geselecteerd.)
Resolutie Hiermee past u de schermresolutie voor bitmapafbeeldingen aan. De resolutie voor geëxporteerde SWF-
bestanden kan tussen 72 en 600 ppi (pixels per inch) zijn. Hogere resolutiewaarden resulteren in betere beeldkwaliteit,
maar ook in grotere bestanden.
Framesnelheid Hiermee geeft u de snelheid op waarmee de animatie in een Flash-speler wordt afgespeeld. (Deze optie
is alleen beschikbaar voor AI-lagen naar SWF-frames.)
Lus Hiermee wordt de animatie in een Flash-speler continu afgespeeld, in plaats van één keer spelen en dan stoppen.
(Deze optie is alleen beschikbaar voor AI-lagen naar SWF-frames.)
Overvloeiingen animeren Hiermee geeft u op of overvloeiobjecten worden geanimeerd. Deze optie geeft dezelfde
resultaten als de resultaten die u krijgt wanneer u overvloeiobjecten handmatig omzet in lagen voordat u exporteert.
Overvloeiingen worden altijd van het begin tot het einde geanimeerd, onafhankelijk van de laagvolgorde.
Als u Overvloeiingen animeren selecteert, selecteert u ook een methode voor het exporteren van de overvloeiing:
• Op volgorde Elk object in de overvloeiing wordt geëxporteerd naar een afzonderlijk frame in de animatie.
• Opbouwend Er wordt een oplopende volgorde van objecten gemaakt in de animatieframes. Het onderste object in
de overvloeiing wordt bijvoorbeeld weergegeven in elk frame en het bovenste object in de overvloeiing alleen in het
laatste frame.
Laagvolgorde Hiermee bepaalt u de tijdlijn van de animatie. Selecteer Beneden naar boven om de lagen te exporteren,
te beginnen met de onderste laag in het deelvenster Lagen. Selecteer Boven naar beneden om de lagen te exporteren,
te beginnen met de bovenste laag in het deelvenster Lagen. (Deze optie is alleen beschikbaar voor AI-lagen naar SWF-
frames.)
Statische lagen exporteren Hiermee geeft u een of meer lagen of sublagen op die worden gebruikt als statische inhoud
in alle geëxporteerde SWF-frames. De inhoud van de geselecteerde lagen of sublagen wordt als achtergrondillustratie
weergegeven in elk geëxporteerd SWF-frame. (Deze optie is alleen beschikbaar voor AI-lagen naar SWF-frames.)