Operation Manual

294
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Importeren, exporteren en opslaan
CSS-eigenschappen Hiermee bepaalt u hoe stijlkenmerken in de SVG-code worden opgeslagen. Bij de
standaardmethode Presentatiekenmerken worden eigenschappen toegepast op het hoogste niveau in de hiërarchie,
zodat speciale bewerkingen en transformaties met optimale flexibiliteit kunnen worden uitgevoerd. Bij de methode
Stijlkenmerken worden de bestanden het beste leesbaar, maar kan ook de bestandsgrootte toenemen. Kies deze
methode als de SVG-code in transformaties wordt gebruikt, bijvoorbeeld transformaties waarbij gebruik wordt
gemaakt van Extensible Stylesheet Language Transformation (XSLT). De methode Stijlkenmerken (verwijzingen naar
entiteit) resulteert in snellere weergavetijden en kleinere SVG-bestanden. De methode Stijlelementen wordt gebruikt
bij het delen van bestanden met HTML-documenten. Door Stijlelementen te selecteren kunt u het SVG-bestand
wijzigen om een stijlelement te verplaatsen naar een extern stijlbladbestand waarnaar ook wordt verwezen door het
HTML-bestand. Het renderen neemt echter meer tijd in beslag.
Aantal decimalen Hiermee bepaalt u de nauwkeurigheid van vectorgegevens in het SVG-bestand. U kunt een waarde
van 1 tot 7 decimalen invoeren. Hoe hoger de waarde, hoe groter het bestand en hoe hoger de kwaliteit van de
afbeelding.
Codering Hiermee wordt bepaald hoe de tekens in het SVG-bestand worden gecodeerd. UTF-codering (Unicode
Transformation Format) wordt door alle XML-processors ondersteund. (UTF-8 is een 8-bitsindeling en UTF-16 is een
16-bitsindeling.) Met ISO 8859-1- en UTF-16-codering kunt u geen bestandsmetagegevens behouden.
Optimaliseren voor Adobe SVG Viewer Hiermee behoudt u het hoogst mogelijke niveau van Illustrator-gegevens,
terwijl het SVG-bestand nog steeds handmatig kan worden bewerkt. Selecteer deze optie om te profiteren van snellere
rendering voor functies zoals SVG-filtereffecten.
Gegevens van Adobe Graphics Server opnemen Alle benodigde informatie voor het vervangen van variabelen wordt
opgenomen in het SVG-bestand. (Zie“Gegevensgestuurde afbeeldingen” op pagina 483.)
Segmenteringsgegevens opnemen Segmentlocaties en optimalisatie-instellingen worden opgenomen in het bestand.
Inclusief XMP XMP-metagegevens worden opgenomen in het SVG-bestand. Kies Bestand > Info of gebruik de Bridge-
browser om metagegevens in te voeren.
Minder <tspan>-elementen uitvoeren Illustrator negeert instellingen voor automatische spatiëring tijdens het
exporteren, zodat een bestand ontstaat met minder <tspan>-elementen. Selecteer deze optie om een SVG-bestand te
maken dat beter te bewerken en compacter is. Selecteer deze optie niet als automatische spatiëring in de tekst van
wezenlijk belang is.
<textPath>-element gebruiken voor tekst op pad Tekst op een pad wordt geëxporteerd als een <textPath>-element.
De tekst kan in de SVG-viewer echter anders worden weergegeven dan in Illustrator, omdat bij deze exportmodus niet
altijd de visuele pariteit behouden kan blijven. Vooral overlooptekst is zichtbaar in de SVG-viewer.
SVG-code tonen De code voor het SVG-bestand wordt weergegeven in een browservenster.
Webvoorvertoning Het SVG-bestand wordt weergegeven in een browservenster.
Adobe Device Central Hiermee opent u het bestand in Adobe Device Central voor een voorvertoning op een bepaalde
mobiele telefoon of een ander mobiel apparaat.
Zie ook
SVG” op pagina 412
Een afbeelding voor het web optimaliseren” op pagina 420
Adobe Version Cue” op pagina 34
Adobe Device Central gebruiken met Illustrator” op pagina 404
Metagegevens” op pagina 316